De rechtstreekse of onrechtstreekse levering, verkoop of overdracht van wapens en alle soorten aanverwant materiaal, waaronder wapens en munitie, militaire voertuigen en militaire uitrusting, paramilitaire uitrusting en onderdelen daarvoor aan alle niet-gouvernementele entiteiten en personen die actief zijn op het grondgebied van de Democratische Republiek Congo (DRC) door onderdanen van de lidstaten of vanaf het grondgebied van de lidstaten, of met gebruik van onder hun vlag varende schepen of tot hun nationale luchtvaartmaatschappij behorende vliegtuigen, ongeacht de vraag of de goederen oorspronkelijk van het grondgebied van de lidstaten vandaan komen, is verboden.
Besluit 2010/788/GBVB van de Raad van 20 december 2010 betreffende beperkende maatregelen in het licht van de situatie in de Democratische Republiek Congo
Besluit 2010/788/GBVB van de Raad van 20 december 2010 betreffende beperkende maatregelen in het licht van de situatie in de Democratische Republiek Congo
Artikel 1
Tevens is verboden:
-
de verstrekking, verkoop, levering en overdracht van technische bijstand, de tussenhandel en andere aan militaire activiteiten gerelateerde diensten, en de levering, de fabricage, het onderhoud en het gebruik van wapens en aanverwant materieel van enigerlei aard, met inbegrip van wapens en munitie, militaire voertuigen en uitrusting, paramilitaire uitrusting, en onderdelen daarvoor, direct of indirect, aan alle niet-gouvernementele entiteiten en personen die actief zijn op het grondgebied van de DRC;
-
de verstrekking van financieringsmiddelen of financiële bijstand in verband met militaire activiteiten, met inbegrip van met name subsidies, leningen en exportkredietverzekering, voor elke verkoop, levering, overdracht en uitvoer van wapens en aanverwant materieel, en voor elke verstrekking, verkoop, levering en overdracht van daarmee verband houdende technische bijstand, tussenhandel en andere diensten, direct of indirect, aan alle niet-gouvernementele entiteiten en personen die actief zijn op het grondgebied van de DRC.
Artikel 2
Artikel 1 is niet van toepassing op:
-
het leveren, verkopen of overdragen van wapens en aanverwant materieel en het verlenen van technische bijstand, financiering, tussenhandel en andere diensten die verband houden met wapens en aanverwant materieel uitsluitend bestemd ter ondersteuning van of voor gebruik door de Stabilisatiemissie van de Verenigde Naties in de Democratische Republiek Congo (MONUSCO);
-
het leveren, verkopen of overdragen van beschermende kledingstukken, waaronder scherfwerende vesten en militaire helmen, die door VN-personeel, vertegenwoordigers van de media, medewerkers van humanitaire organisaties en ontwikkelingswerkers en aanverwant personeel louter voor hun eigen bescherming tijdelijk naar de DRC worden uitgevoerd;
-
de levering, verkoop of overdracht van niet-dodelijke militaire uitrusting die uitsluitend voor humanitaire of beschermende doeleinden bestemd is, of de verstrekking van technische bijstand en opleidingen in verband met dergelijke niet-dodelijke uitrusting;
-
het leveren, verkopen of overdragen van wapens en aanverwant materieel of het verstrekken van daarmee verband houdende financiële of technische bijstand of opleiding, uitsluitend bedoeld voor ondersteuning van of gebruik door de regionale taskforce van de Afrikaanse Unie;
-
andere verkoop en/of levering van wapens en aanverwant materieel, of de verstrekking van bijstand of personeel, mits vooraf door het Sanctiecomité goedgekeurd.
Het leveren, verkopen of overdragen van wapens en aanverwant materieel of het verstrekken van diensten of technische bijstand en opleiding als vermeld in lid 1, is onderworpen aan een door de bevoegde autoriteiten van de lidstaten vooraf te verlenen vergunning.
Met uitzondering van de in lid 1, punten a), b) en c), bedoelde activiteiten stellen de lidstaten het op grond van UNSCR 1533 (2004) ingestelde Sanctiecomité (het “Sanctiecomité”) vooraf in kennis van elke verlening van technische bijstand, financiering, tussenhandel en andere diensten in verband met militaire activiteiten in de DRC, en van elke zending van de hieronder vermelde wapens en aanverwant materieel naar de DRC:
-
alle soorten wapens met een kaliber tot 14,5 mm en bijbehorende munitie;
-
mortieren met een kaliber tot 82 mm en bijbehorende munitie;
-
granaat- en raketwerpers met een kaliber tot 107 mm en bijbehorende munitie;
-
draagbare luchtafweersystemen (MANPADS);
-
antitankgeleideraketsystemen.
Die kennisgevingen bevatten alle relevante gegevens, waaronder, waar passend, de eindgebruiker, de voorgenomen leveringsdatum en de route van de zending.
De lidstaten nemen de onder lid 1 bedoelde leveringen per geval in overweging met volledige inachtneming van de criteria in Gemeenschappelijk Standpunt 2008/944/GBVB van de Raad van 8 december 2008 tot vaststelling van gemeenschappelijke voorschriften voor de controle op de uitvoer van militaire goederen en technologie(1). De lidstaten eisen toereikende waarborgen tegen misbruik van de krachtens lid 2 verleende vergunningen en treffen zo nodig maatregelen voor het terughalen van de geleverde wapens en aanverwant materieel.
Artikel 3
De in artikel 4, lid 1, en artikel 5, leden 1 en 2, voorziene beperkende maatregelen worden opgelegd aan personen en entiteiten die door het Sanctiecomité zijn aangewezen als betrokken bij of steun verlenend aan handelingen die de vrede, stabiliteit of veiligheid van de DRC ondermijnen. Dergelijke handelingen omvatten:
-
het schenden van het wapenembargo en de aanverwante maatregelen als genoemd in artikel 1;
-
actief zijn als politieke en militaire leiders van buitenlandse gewapende groeperingen die in de DRC opereren en de ontwapening en de vrijwillige repatriëring of hervestiging van tot deze groepen behorende strijders belemmeren;
-
actief zijn als politieke en militaire leiders van Congolese milities, waaronder degenen die steun van buiten de DRC ontvangen, die de deelneming van hun strijders aan het ontwapenings-, demobilisatie- en re-integratieproces belemmeren;
-
het in strijd met het vigerende internationale recht rekruteren of gebruiken van kinderen in gewapende conflicten in de DRC;
-
betrokkenheid bij het beramen, aansturen of plegen van handelingen in de DRC die inhouden dat mensenrechten worden misbruikt of geschonden of, naargelang het geval, het internationale humanitaire recht wordt geschonden, daaronder begrepen handelingen gericht tegen burgers, onder meer met het oog op doding of verminking, verkrachting en ander seksueel geweld, ontvoering of gedwongen verplaatsing, en aanvallen op scholen en ziekenhuizen;
-
het belemmeren van de toegang tot of de verdeling van humanitaire hulp in de DRC;
-
het steunen van personen of entiteiten, waaronder gewapende groeperingen of criminele netwerken, die betrokken zijn bij destabiliserende activiteiten in de DRC via illegale exploitatie van of handel in natuurlijke bronnen, zoals goud of wilde dieren of van wilde dieren afkomstige producten;
-
het handelen namens of onder leiding van een op een lijst geplaatste persoon of entiteit, dan wel namens of onder leiding van een entiteit die eigendom is van of onder zeggenschap staat van een aangewezen persoon of entiteit;
-
het plannen, aansturen of steunen van aanvallen tegen vredeshandhavers van MONUSCO of personeel van de Verenigde Naties, met inbegrip van leden van de Groep deskundigen, of tegen medisch personeel of humanitaire hulpverleners, of het deelnemen aan die aanvallen;
-
het verlenen van financiële, materiële of technologische steun voor of het verstrekken van goederen of diensten aan een aangewezen persoon of entiteit;
-
betrokken zijn bij de productie, de vervaardiging of het gebruik in de DRC van geïmproviseerde explosieven, of bij het belasten met, plannen van, bevel geven tot, medeplichtig zijn aan of anderszins assisteren bij aanslagen in de DRC met geïmproviseerde explosieven.
De onder dit lid vallende betrokken personen en entiteiten staan op de lijst in bijlage I.
De in artikel 4, lid 1, en artikel 5, leden 1 en 2, genoemde beperkende maatregelen worden opgelegd aan natuurlijke personen of rechtspersonen, entiteiten of lichamen die:
-
een breed gedragen en vreedzame oplossing voor verkiezingen in de DRC belemmeren, onder meer door daden van geweld, onderdrukking of aanzetten tot geweld, of door ondermijning van de rechtsstaat;
-
betrokken zijn bij het beramen, aansturen of plegen van handelingen die ernstige schendingen of misbruik van de mensenrechten in de DRC inhouden;
-
verantwoordelijk zijn voor het in stand houden van het gewapend conflict, de instabiliteit of de onveiligheid in de DRC;
-
steun verlenen aan natuurlijke personen of rechtspersonen, entiteiten of lichamen die verantwoordelijk zijn voor het in stand houden van het gewapend conflict, de instabiliteit of de onveiligheid in de DRC;
-
het aanzetten tot geweld in verband met de in punten b), c) en d) genoemde acties;
-
het exploiteren van het gewapend conflict, de instabiliteit of de onveiligheid in de DRC, onder meer door de illegale exploitatie van of handel in natuurlijke hulpbronnen en wilde dieren en planten;
-
banden hebben met de in punt a), b), c), d), e) of f) bedoelde natuurlijke personen of rechtspersonen, entiteiten of lichamen;
op de lijst in bijlage II.
Artikel 4
De lidstaten nemen de nodige maatregelen om de binnenkomst op of doorreis via hun grondgebied van de in artikel 3 bedoelde personen te beletten.
Lid 1 verplicht lidstaten niet de binnenkomst op hun grondgebied van eigen onderdanen te weigeren.
Met betrekking tot in artikel 3, lid 1, bedoelde personen is lid 1 van dit artikel niet van toepassing:
-
wanneer het Sanctiecomité vooraf en per geval bepaalt dat de binnenkomst of doorreis op humanitaire gronden, die ook een geloofsplicht kunnen inhouden, gewettigd is;
-
wanneer het Sanctiecomité concludeert dat een ontheffing zou bijdragen aan de doelstellingen van de betrokken resoluties van de Veiligheidsraad van de Verenigde Naties, te weten vrede en nationale verzoening in de DRC en stabiliteit in de regio;
-
wanneer het Sanctiecomité vooraf en per geval toestemming geeft voor de doorreis van personen die terugkeren naar het grondgebied van de staat waarvan zij onderdaan zijn of die deelnemen aan inspanningen om plegers van ernstige schendingen van de mensenrechten of het internationale humanitaire recht voor de rechter te brengen, of
-
wanneer binnenkomst of doorreis noodzakelijk is in verband met een gerechtelijk proces.
In de gevallen waarin een lidstaat krachtens dit lid machtiging verleent tot binnenkomst in of doorreis via zijn grondgebied van door het Sanctiecomité aangewezen personen, geldt deze machtiging alleen voor het doel waarvoor zij is verleend en alleen voor de personen waarop zij betrekking heeft.
Met betrekking tot in artikel 3, lid 2, bedoelde personen laat lid 1 van dit artikel de gevallen onverlet waarin lidstaten uit hoofde van het internationale recht gebonden zijn, en wel:
-
als gastland van een internationale intergouvernementele organisatie;
-
als gastland van een internationale conferentie die is bijeengeroepen door of plaatsvindt onder auspiciën van de Verenigde Naties;
-
krachtens een multilaterale overeenkomst die voorrechten en immuniteiten verleent, of
-
krachtens het Concordaat van 1929 (Verdrag van Lateranen) dat tussen de Heilige Stoel (Vaticaanstad) en Italië werd gesloten.
Lid 4 wordt ook geacht van toepassing te zijn op gevallen waarin een lidstaat optreedt als gastland van de Organisatie voor Veiligheid en Samenwerking in Europa (OVSE).
Wanneer een lidstaat een ontheffing verleent krachtens lid 4 of lid 5, dan informeert hij de Raad daaromtrent naar behoren.
Met betrekking tot in artikel 3, lid 2, bedoelde personen kunnen de lidstaten ontheffingen van de krachtens lid 1 van dit artikel opgelegde maatregelen verlenen voor reizen die plaatsvinden op grond van dringende humanitaire noden, of om intergouvernementele vergaderingen, door de Europese Unie geïnitieerde vergaderingen, vergaderingen waarvoor de Unie als gastheer optreedt of vergaderingen waarvoor een lidstaat als fungerend voorzitter van de OVSE als gastheer optreedt, bij te wonen waar een politieke dialoog wordt gevoerd waarbij de beleidsdoelstellingen van de beperkende maatregelen, waaronder de democratie, de mensenrechten en de rechtsstaat, in de DRC rechtstreeks worden bevorderd.
Een lidstaat die de in lid 7 bedoelde ontheffing wil verlenen, brengt zulks schriftelijk ter kennis van de Raad. De ontheffing wordt geacht te zijn toegestaan, tenzij een of meer leden van de Raad binnen twee werkdagen na ontvangst van de kennisgeving van de voorgestelde ontheffing schriftelijk bezwaar maken bij de Raad. Indien een of meer leden van de Raad bezwaar maken, kan de Raad, met een gekwalificeerde meerderheid van stemmen, besluiten de voorgestelde ontheffing te verlenen.
Wanneer een lidstaat krachtens lid 4, 5, 6, 7 of 8 machtiging verleent tot binnenkomst op of doorreis via zijn grondgebied van de op de lijst in bijlage II geplaatste personen, geldt deze machtiging alleen voor het doel waarvoor ze is verleend en alleen voor de rechtstreeks daarbij betrokken personen.
Artikel 5
Alle tegoeden, andere financiële activa en economische middelen die rechtstreeks of onrechtstreeks in bezit zijn of onder zeggenschap staan van de in artikel 3 bedoelde personen of entiteiten, of die worden gehouden door entiteiten waarvan de eigendom of de zeggenschap rechtstreeks of onrechtstreeks berust bij die personen of entiteiten, dan wel bij personen of entiteiten die namens deze of op hun aanwijzing handelen, als genoemd in de bijlagen I en II, worden bevroren.
Tegoeden, andere financiële activa of economische middelen worden rechtstreeks noch onrechtstreeks aan of ten behoeve van de in lid 1 bedoelde personen of entiteiten ter beschikking gesteld.
Met betrekking tot in artikel 3, lid 1, bedoelde personen en entiteiten mogen lidstaten ontheffingen van de in de leden 1 en 2 genoemde maatregelen toestaan voor tegoeden of andere financiële activa en economische middelen die:
-
noodzakelijk zijn ter dekking van basisuitgaven, zoals betalingen voor voedsel, huur of hypotheeklasten, geneesmiddelen of geneeskundige behandelingen, belastingen, verzekeringspremies of openbare voorzieningen;
-
uitsluitend bestemd zijn voor de betaling van redelijke honoraria en vergoeding van gemaakte kosten in verband met de verlening van juridische diensten;
-
uitsluitend bestemd zijn voor de betaling van honoraria of kosten, overeenkomstig het nationaal recht, voor alleen het houden of beheren van bevroren tegoeden of andere financiële activa en economische middelen;
-
noodzakelijk zijn ter dekking van uitzonderlijke uitgaven, na kennisgeving door de betrokken lidstaat aan het Sanctiecomité en goedkeuring door dit comité, of
-
het voorwerp zijn van een justitieel, administratief of arbitrair retentierecht of uitspraak; in dat geval kunnen de tegoeden, andere financiële activa en economische middelen worden gebruikt om het retentierecht uit te oefenen of de uitspraak ten uitvoer te leggen mits het retentierecht of de uitspraak vóór de aanwijzing van de betrokken persoon of entiteit door het Sanctiecomité is ingegaan, respectievelijk is gedaan, en niet ten goede komt aan een in artikel 3 genoemde persoon of entiteit, een en ander na kennisgeving door de betrokken lidstaat aan het Sanctiecomité.
De in lid 3, onder a), b) en c), bedoelde ontheffingen kunnen worden verleend na kennisgeving aan het Sanctiecomité door de betrokken lidstaat van zijn voornemen om, waar van toepassing, toestemming te verlenen voor de toegang tot dergelijke tegoeden, andere financiële activa en economische middelen en bij uitblijven van een negatief besluit van het Sanctiecomité binnen vier werkdagen na deze kennisgeving.
Met betrekking tot in artikel 3, lid 2, bedoelde personen en entiteiten kan de bevoegde autoriteit van een lidstaat, onder voorwaarden die zij passend acht, toestemming geven voor de vrijgave of de beschikbaarstelling van bepaalde bevroren tegoeden of economische middelen nadat zij heeft vastgesteld dat de betrokken tegoeden of economische middelen:
-
noodzakelijk zijn voor het dekken van uitgaven voor de basisbehoeften van personen en entiteiten en de afhankelijke gezinsleden van deze natuurlijke personen, zoals betalingen voor voedsel, huur of hypotheeklasten, geneesmiddelen of geneeskundige behandelingen, belastingen, verzekeringspremies of openbare voorzieningen;
-
uitsluitend bestemd zijn voor de betaling van redelijke honoraria en de vergoeding van kosten in verband met de verlening van juridische diensten;
-
uitsluitend bestemd zijn voor de betaling van honoraria of kosten voor het louter houden of beheren van bevroren tegoeden of economische middelen, of
-
noodzakelijk zijn voor de betaling van buitengewone lasten, mits de bevoegde autoriteit, ten minste twee weken voor zij de toestemming geeft, de bevoegde autoriteiten van de andere lidstaten en de Commissie in kennis heeft gesteld van de redenen waarom zij meent dat specifieke toestemming moet worden gegeven.
De betrokken lidstaat stelt de andere lidstaten en de Commissie in kennis van elke toestemming die overeenkomstig dit lid is verleend.
In afwijking van de leden 1 en 2 kunnen de bevoegde autoriteiten van een lidstaat toestemming geven voor de vrijgave van bepaalde bevroren tegoeden of economische middelen voor op de lijst in bijlage II geplaatste personen en entiteiten indien aan de volgende voorwaarden is voldaan:
-
de tegoeden of economische middelen zijn het voorwerp van een scheidsrechterlijke beslissing die is gegeven vóór de datum waarop de persoon of entiteit op de lijst in bijlage II is geplaatst, dan wel van een vóór of na die datum in de Unie gegeven rechterlijke of administratieve beslissing of in de betrokken lidstaat uitvoerbare rechterlijke beslissing;
-
de tegoeden of economische middelen zullen uitsluitend worden aangewend om te voldoen aan vorderingen die bij een dergelijke beslissing zijn gewaarborgd of geldig zijn verklaard, overeenkomstig de wettelijke en bestuursrechtelijke voorschriften betreffende de rechten van de houders van dergelijke vorderingen;
-
de beslissing komt niet ten goede aan een op de lijst in bijlage I of II geplaatste persoon of entiteit, en
-
de erkenning van de beslissing is niet in strijd met de openbare orde van de betrokken lidstaat.
De betrokken lidstaat stelt de andere lidstaten en de Commissie in kennis van elke toestemming die overeenkomstig dit lid is verleend.
Onverminderd artikel 5, lid 10, kunnen er ten aanzien van op de lijst in bijlage II geplaatste personen en entiteiten ook uitzonderingen worden gemaakt voor tegoeden en economische middelen die noodzakelijk zijn voor humanitaire doeleinden, zoals de verlening of het vergemakkelijken van de verlening van hulp, met inbegrip van medicijnen en levensmiddelen, of de overbrenging van humanitaire werkers en daarmee verband houdende hulp, of voor evacuatie uit de DRC.
De leden 1 en 2 beletten een op de lijst in bijlage II geplaatste persoon of entiteit niet betalingen te verrichten uit hoofde van een overeenkomst die is gesloten vóór de datum waarop de persoon of entiteit op die lijst werd geplaatst, mits de betrokken lidstaat heeft vastgesteld dat de betaling niet rechtstreeks of onrechtstreeks wordt ontvangen door een op de lijst in bijlage I of II geplaatste persoon of entiteit.
Lid 2 is niet van toepassing op de bijboeking op bevroren rekeningen van:
-
rente of andere inkomsten op die rekeningen;
-
betalingen die verschuldigd zijn uit hoofde van contracten, overeenkomsten of verplichtingen die zijn gesloten of zijn ontstaan vóór de datum waarop beperkende maatregelen op de betrokken rekeningen van toepassing werden, of
-
in artikel 3, lid 2, bedoelde betalingen die verschuldigd zijn uit hoofde van een gerechtelijke, administratieve of scheidsrechterlijke beslissing die in de Unie is gegeven of in de betrokken lidstaat uitvoerbaar is,
mits deze rente, andere inkomsten en betalingen onder lid 1 blijven vallen.
De leden 1 en 2 zijn niet van toepassing op de verstrekking, verwerking of betaling van tegoeden, andere financiële activa of economische middelen of op de verstrekking van goederen of diensten die noodzakelijk zijn voor de tijdige verstrekking van humanitaire bijstand of voor het steunen van andere activiteiten die beantwoorden aan elementaire menselijke behoeften wanneer dergelijke bijstand en andere activiteiten worden uitgevoerd door:
-
de Verenigde Naties, met inbegrip van hun programma's, fondsen en andere entiteiten en organen, alsmede hun gespecialiseerde agentschappen en aanverwante organisaties;
-
internationale organisaties;
-
humanitaire organisaties met de status van waarnemer bij de Algemene Vergadering van de Verenigde Naties en leden van die humanitaire organisaties;
-
bilateraal of multilateraal gefinancierde niet-gouvernementele organisaties die deelnemen aan de humanitaire responsplannen van de Verenigde Naties, de responsplannen voor vluchtelingen, andere oproepen van de Verenigde Naties of humanitaire clusters die worden gecoördineerd door het Bureau voor de Coördinatie van Humanitaire Aangelegenheden van de Verenigde Naties (OCHA);
-
de werknemers, begunstigden, ondergeschikte organen of uitvoerende partners van de onder a) tot en met d) genoemde entiteiten terwijl en in de mate waarin zij in die hoedanigheid handelen, of door
-
passende andere actoren, zoals bepaald door het Sanctiecomité wat betreft personen en entiteiten bedoeld in artikel 3, lid 1, en door de Raad wat betreft personen en entiteiten bedoeld in artikel 3, lid 2.