Home

Besluit 2011/101/GBVB van de Raad van 15 februari 2011 betreffende beperkende maatregelen in het licht van de situatie in Zimbabwe

Besluit 2011/101/GBVB van de Raad van 15 februari 2011 betreffende beperkende maatregelen in het licht van de situatie in Zimbabwe

Artikel 1

Voor de toepassing van dit besluit wordt onder „technische bijstand” verstaan elke technische steun in verband met reparaties, ontwikkeling, vervaardiging, assemblage, beproeving, onderhoud of enige andere technische dienst; technische bijstand kan de vorm aannemen van bijvoorbeeld instructies, advies, opleiding, overdracht van praktische kennis of vaardigheden of adviesdiensten. Technische bijstand omvat mondelinge vormen van bijstand.

Artikel 2

1.

De verkoop, levering, overdracht of uitvoer van wapens en alle soorten aanverwant materieel, waaronder wapens en munitie, militaire voertuigen en militaire uitrusting, paramilitaire uitrusting en onderdelen daarvoor, alsmede uitrusting die voor binnenlandse repressie zou kunnen worden gebruikt, aan Zimbabwe:

  1. door onderdanen van de lidstaten,

  2. vanaf het grondgebied van de lidstaten, of

  3. met gebruik van onder de vlag van een lidstaat varende schepen of tot hun nationale luchtvaartmaatschappij behorende vliegtuigen

is verboden, ongeacht of de goederen oorspronkelijk uit een lidstaat vandaan komen of niet.

2.

Er wordt een verbod ingesteld op:

  1. de verstrekking, de verkoop, de levering of de overdracht van technische bijstand, de tussenhandel en andere aan militaire activiteiten gerelateerde diensten, en de levering, de fabricage, het onderhoud of het gebruik van wapens en soortgelijk materieel van enigerlei aard, met inbegrip van wapens en munitie, militaire voertuigen en uitrusting, paramilitaire uitrusting en onderdelen daarvoor, alsmede uitrusting die voor binnenlandse repressie zou kunnen worden gebruikt, direct of indirect, aan personen, entiteiten of lichamen in of voor gebruik in Zimbabwe;

  2. het verstrekken van financieringsmiddelen of financiële bijstand in verband met militaire activiteiten, met inbegrip van subsidies, leningen en exportkredietverzekering, voor de verkoop, de levering, het overbrengen of de uitvoer van wapens en alle soorten aanverwante uitrusting, alsmede uitrusting die voor binnenlandse repressie zou kunnen worden gebruikt, direct of indirect, aan personen, entiteiten of lichamen in of voor gebruik in Zimbabwe.

Artikel 3

1.

Artikel 2 is niet van toepassing op:

  1. de verkoop, levering, overdracht of uitvoer van niet-dodelijke militaire uitrusting, alsmede uitrusting die kan worden gebruikt voor binnenlandse repressie, die uitsluitend is bedoeld voor humanitair of beschermend gebruik, of voor programma's voor institutionele opbouw van de VN of de EU, of voor materieel dat bedoeld is voor crisisbeheersingsoperaties van de EU of de VN;

  2. het verstrekken van financieringsmiddelen of financiële bijstand in verband met dergelijke uitrusting;

  3. het verstrekken van technische bijstand in verband met dergelijke uitrusting,

mits de uitvoer daarvan van tevoren door de terzake bevoegde autoriteit is goedgekeurd.

2.

Artikel 2 is niet van toepassing op beschermende kleding, met inbegrip van kogelvrije vesten en militaire helmen, die door personeel van de Verenigde Naties, personeel van de EU of haar lidstaten, vertegenwoordigers van de media, medewerkers van humanitaire en ontwikkelingsorganisaties en daarmee geassocieerd personeel, louter voor persoonlijk gebruik tijdelijk naar Zimbabwe wordt uitgevoerd.

3.

Artikel 2 is niet van toepassing op de verkoop, levering, overdracht of uitvoer van uitrusting die kan worden gebruikt voor binnenlandse repressie indien die uitrusting uitsluitend bestemd is voor civiele toepassingen in mijnbouw- of infrastructuurprojecten, onder voorbehoud van goedkeuring per geval door de bevoegde autoriteiten van de uitvoerende lidstaat.

Artikel 4

1.

De lidstaten nemen de nodige maatregelen om de binnenkomst op of de doorreis via hun grondgebied te beletten van de leden van de regering van Zimbabwe en van de met hen geassocieerde natuurlijke personen, alsmede van andere natuurlijke personen die zich schuldig maken aan activiteiten die de democratie, de eerbiediging van de mensenrechten en de rechtsstaat in Zimbabwe ernstig ondermijnen. De in dit lid bedoelde personen staan vermeld in de bijlage I.

2.

Lid 1 houdt niet in dat de lidstaten verplicht zijn de binnenkomst op hun grondgebied van hun eigen onderdanen te beletten.

3.

Lid 1 laat gevallen onverlet waarin lidstaten uit hoofde van het internationale recht gebonden zijn, en wel:

  1. als gastland van een internationale intergouvernementele organisatie;

  2. als gastland van een internationale conferentie die is bijeengeroepen door, of plaatsvindt onder auspiciën van de Verenigde Naties; of

  3. krachtens een multilaterale overeenkomst die voorrechten en immuniteiten verleent; of

  4. krachtens het Concordaat (Verdrag van Lateranen) van 1929 dat werd gesloten tussen de Heilige Stoel (Vaticaanstad) en Italië.

De Raad wordt in elk van die gevallen naar behoren geïnformeerd.

4.

Lid 3 is ook van toepassing op gevallen waarin een lidstaat optreedt als een gastland van de Organisatie voor Veiligheid en Samenwerking in Europa (OVSE).

5.

De lidstaten kunnen vrijstellingen van de krachtens lid 1 opgelegde maatregelen verlenen voor reizen die plaatsvinden op grond van dringende humanitaire noden, of om, bij wijze van uitzondering, intergouvernementele vergaderingen en door de Europese Unie geïnitieerde vergaderingen of vergaderingen waarvoor de Europese Unie als gastheer optreedt, bij te wonen, waar een politieke dialoog wordt gevoerd waarbij de beleidsdoelstellingen van beperkende maatregelen, zoals de democratie, de mensenrechten en de rechtsstaat in Zimbabwe, rechtstreeks worden bevorderd.

6.

Een lidstaat die de in lid 5 bedoelde ontheffingen wil verlenen, brengt zulks schriftelijk ter kennis van de Raad. De ontheffing wordt geacht te zijn verleend, tenzij een of meer leden van de Raad binnen 48 uur na ontvangst van de kennisgeving van de voorgestelde ontheffing schriftelijk bezwaar maken. Indien een of meer leden van de Raad bezwaar maken, wordt de ontheffing niet verleend, behalve in gevallen waarin een lidstaat de ontheffing wenst te verlenen op grond van dringende humanitaire noden en absolute noodzaak. In deze gevallen kan de Raad, met een gekwalificeerde meerderheid van stemmen, besluiten de voorgestelde ontheffing te verlenen.

7.

In de gevallen waarin een lidstaat krachtens de leden 3 tot en met 6 machtiging verleent tot binnenkomst op of doorreis via zijn grondgebied van de in de bijlage I vermelde personen, geldt deze machtiging strikt voor het doel waarvoor ze is verleend en alleen voor de rechtstreeks daarbij betrokken personen.

Artikel 5

1.

Alle tegoeden en economische middelen die in het bezit zijn van leden van de regering van Zimbabwe of van de met hen geassocieerde natuurlijke of rechtspersonen, entiteiten of lichamen, dan wel van andere natuurlijke of rechtspersonen wier activiteiten de democratie, de eerbiediging van de mensenrechten en de rechtsstaat in Zimbabwe ernstig ondermijnen, worden bevroren. De lijst van de in dit lid bedoelde personen en entiteiten staat in de bijlage I.

2.

Er worden geen tegoeden of economische middelen direct of indirect aan of ten behoeve van de in de bijlage I genoemde natuurlijke of rechtspersonen, entiteiten of lichamen ter beschikking gesteld.

3.

Er kunnen ontheffingen worden verleend voor tegoeden of andere economische middelen die:

  1. noodzakelijk zijn ter dekking van basisuitgaven, zoals betalingen voor voedsel, huur of hypotheeklasten, geneesmiddelen of geneeskundige behandelingen, belastingen, verzekeringspremies of openbare voorzieningen;

  2. uitsluitend bestemd zijn voor de betaling van redelijke honoraria en vergoeding van gemaakte kosten in verband met de verlening van juridische diensten;

  3. uitsluitend bestemd zijn voor de betaling van kosten voor alleen het houden of beheren van bevroren tegoeden of andere economische middelen; of

  4. nodig zijn voor speciale uitgaven.

4.

Lid 2 is niet van toepassing op het overmaken op bevroren rekeningen van:

  1. rente of andere inkomsten op deze rekeningen; of

  2. betalingen die verschuldigd zijn krachtens contracten, overeenkomsten of verplichtingen die zijn gesloten of ontstaan vóór de datum waarop de beperkende maatregelen op deze rekeningen van toepassing werden,

op voorwaarde dat alle eventuele rente, overige inkomsten en betalingen onder de toepassing van lid 1 blijven vallen.

5.

De leden 1 en 2 zijn niet van toepassing op de verstrekking, verwerking of betaling van tegoeden, andere financiële activa of economische middelen of op de verstrekking van goederen of diensten die noodzakelijk zijn voor de tijdige verlening van humanitaire bijstand of voor de ondersteuning van andere activiteiten die beantwoorden aan elementaire menselijke behoeften, indien dergelijke bijstand en andere activiteiten worden uitgevoerd door:

  1. de Verenigde Naties (VN), met inbegrip van hun programma’s, fondsen en andere entiteiten en organen, alsook hun gespecialiseerde agentschappen en aanverwante organisaties;

  2. internationale organisaties;

  3. humanitaire organisaties met de status van waarnemer bij de Algemene Vergadering van de VN en leden van die humanitaire organisaties;

  4. bilateraal of multilateraal gefinancierde niet-gouvernementele organisaties die deelnemen aan de humanitaire responsplannen van de VN, de VN-responsplannen voor vluchtelingen, andere oproepen van de VN of humanitaire clusters die worden gecoördineerd door het Bureau voor de Coördinatie van Humanitaire Aangelegenheden van de VN;

  5. organisaties en agentschappen waaraan de Unie het certificaat van humanitair partnerschap heeft verleend of die door een lidstaat overeenkomstig nationale procedures gecertificeerd of erkend zijn;

  6. gespecialiseerde agentschappen van de lidstaten, of

  7. de werknemers, begunstigden, ondergeschikte organen of uitvoerende partners van de in de punten a) tot en met f) genoemde entiteiten terwijl en voor zover zij in die hoedanigheid handelen.

6.

Onverminderd lid 5 kunnen de bevoegde autoriteiten van een lidstaat, in afwijking van de leden 1 en 2, onder door hen passend geachte voorwaarden toestemming verlenen voor de vrijgave van bepaalde bevroren tegoeden of economische middelen, of voor de beschikbaarstelling van bepaalde tegoeden of economische middelen, nadat zij hebben vastgesteld dat het verstrekken van die tegoeden of economische middelen noodzakelijk is voor de tijdige verlening van humanitaire bijstand of voor de ondersteuning van andere activiteiten die beantwoorden aan elementaire menselijke behoeften.

7.

Indien de relevante bevoegde autoriteit binnen vijf werkdagen na ontvangst van een verzoek om toestemming krachtens lid 6 geen negatief besluit heeft genomen, geen verzoek om informatie heeft ingediend of niet heeft laten weten meer tijd nodig te hebben, wordt die toestemming geacht te zijn verleend.

8.

De betrokken lidstaat stelt de andere lidstaten en de Commissie in kennis van elke krachtens de leden 6 en 7 verleende toestemming, binnen vier weken na het verlenen van die toestemming.

Artikel 6

Artikel 7

Artikel 8

Artikel 9

Artikel 10

BIJLAGE IIN DE ARTIKELEN 4 EN 5 BEDOELDE PERSONEN EN ENTITEITEN

BIJLAGE II