De lidstaten nemen de nodige maatregelen om binnenkomst op of doorreis via hun grondgebied te beletten van de op de lijst in de bijlage vermelde personen die verantwoordelijk zijn voor ernstige mensenrechtenschendingen in Iran en van met hen geassocieerde personen.
Besluit 2011/235/GBVB van de Raad van 12 april 2011 betreffende beperkende maatregelen tegen bepaalde personen en entiteiten vanwege de situatie in Iran
Besluit 2011/235/GBVB van de Raad van 12 april 2011 betreffende beperkende maatregelen tegen bepaalde personen en entiteiten vanwege de situatie in Iran
Artikel 1
Lid 1 verplicht lidstaten niet eigen onderdanen te beletten hun grondgebied binnen te komen.
Lid 1 laat gevallen onverlet waarin lidstaten uit hoofde van het internationale recht gebonden zijn, en wel:
-
als gastland van een internationale intergouvernementele organisatie;
-
als gastland van een internationale conferentie die is bijeengeroepen door, of plaatsvindt onder auspiciën van de Verenigde Naties;
-
krachtens een multilaterale overeenkomst die voorrechten en immuniteiten verleent, of
-
krachtens het Concordaat (Verdrag van Lateranen) van 1929 dat werd gesloten tussen de Heilige Stoel (Vaticaanstad) en Italië.
Lid 3 wordt ook geacht van toepassing te zijn op gevallen waarin een lidstaat optreedt als gastland van de Organisatie voor Veiligheid en Samenwerking in Europa (OVSE).
De Raad wordt naar behoren geïnformeerd in elk van de gevallen waarin een lidstaat krachtens lid 3 of lid 4 een vrijstelling verleent.
De lidstaten kunnen vrijstellingen van de krachtens lid 1 opgelegde maatregelen verlenen voor reizen die plaatsvinden op grond van dringende humanitaire noden, of om vergaderingen van intergouvernementele instanties, met inbegrip van door de Unie geïnitieerde vergaderingen, of vergaderingen waarvoor een lidstaat als fungerend voorzitter van de OVSE als gastheer optreedt, bij te wonen wanneer een politieke dialoog wordt gevoerd waarbij de democratie, de mensenrechten en de rechtsstaat in Iran rechtstreeks worden bevorderd.
Een lidstaat die ontheffingen als bedoeld in lid 6 wil verlenen, brengt zulks schriftelijk ter kennis van de Raad. De vrijstelling wordt geacht te zijn toegestaan, tenzij door één of meer leden van de Raad binnen twee werkdagen na ontvangst van de kennisgeving van de voorgestelde vrijstelling, schriftelijk bezwaar wordt gemaakt bij de Raad. Indien één of meer leden van de Raad bezwaar maken, kan de Raad niettemin met een gekwalificeerde meerderheid van stemmen besluiten de voorgestelde vrijstelling te verlenen.
Wanneer een lidstaat krachtens de leden 3, 4, 6 of 7 een machtiging verleent tot binnenkomst op of doorreis via zijn grondgebied van de in de bijlage vermelde personen, dan geldt deze machtiging uitsluitend voor het doel waarvoor ze is verleend en voor de daarbij betrokken personen.
Artikel 2
Alle tegoeden en economische middelen die toebehoren aan, eigendom zijn of in bezit zijn van dan wel gecontroleerd worden door personen die verantwoordelijk zijn voor ernstige schendingen van de mensenrechten in Iran, en alle tegoeden en economische middelen die toebehoren aan, eigendom zijn of in bezit zijn van dan wel gecontroleerd worden door met hen geassocieerde personen en entiteiten, als vermeld in de bijlage, worden bevroren.
Er worden geen tegoeden of economische middelen direct of indirect aan of ten behoeve van de in de bijlage genoemde personen en entiteiten ter beschikking gesteld.
De bevoegde autoriteiten van de lidstaten kunnen, onder voorwaarden die zij passend achten, toestemming geven voor de vrijgave of de beschikbaarstelling van bepaalde bevroren tegoeden of economische middelen, indien zij hebben vastgesteld dat de betrokken tegoeden of economische middelen:
-
noodzakelijk zijn voor het dekken van uitgaven voor de basisbehoeften van de in de bijlage genoemde personen en de leden van hun gezin die van hen afhankelijk zijn, zoals betalingen voor voedsel, huur of hypotheeklasten, geneesmiddelen of geneeskundige behandelingen, belastingen, verzekeringspremies of openbare voorzieningen;
-
uitsluitend bestemd zijn voor de betaling van redelijke honoraria en de vergoeding van gemaakte kosten in verband met de verlening van juridische diensten;
-
uitsluitend bestemd zijn voor de betaling van honoraria of kosten voor het loutere houden of beheren van bevroren tegoeden of economische middelen, of
-
noodzakelijk zijn voor de betaling van buitengewone lasten, mits de bevoegde autoriteit de bevoegde autoriteiten van de andere lidstaten en de Commissie ten minste twee weken voor zij de toestemming geeft, in kennis stelt van de redenen waarom zij meent dat specifieke toestemming moet worden gegeven.
De betrokken lidstaat stelt de overige lidstaten en de Commissie in kennis van elke toestemming die overeenkomstig dit lid is verleend.
In afwijking van lid 1 kunnen de bevoegde autoriteiten van een lidstaat toestemming geven voor de vrijgave van bepaalde bevroren tegoeden of economische middelen mits aan de volgende voorwaarden is voldaan:
-
de tegoeden of economische middelen zijn het voorwerp van een gerechtelijk, administratief of arbitraal retentierecht of vonnis dat is vastgesteld vóór de datum waarop de persoon of entiteit, bedoeld in lid 1, in de bijlage werd opgenomen;
-
de tegoeden of economische middelen worden uitsluitend benut om te voldoen aan vorderingen die door een dergelijk retentierecht zijn gewaarborgd of door een dergelijk vonnis geldig zijn verklaard, overeenkomstig de wet- en regelgeving tot vaststelling van de rechten van de personen die titularis zijn van dergelijke vorderingen;
-
het onderpand of de gerechtelijke uitspraak is niet ten behoeve van een in de bijlage bij dit besluit opgenomen persoon of entiteit, en
-
de erkenning van het onderpand of van de uitspraak is niet in strijd met de openbare orde van de betrokken lidstaat.
De betrokken lidstaat stelt de overige lidstaten en de Commissie in kennis van elke toestemming die overeenkomstig dit lid is verleend.
Lid 1 belet een op de lijst vermelde persoon of een entiteit niet, betalingen te verrichten uit hoofde van een overeenkomst die is gesloten vóór de datum waarop de betrokken persoon of entiteit in de bijlage is opgenomen, mits de betrokken lidstaat heeft vastgesteld dat de betaling niet direct of indirect wordt ontvangen door een in lid 1 bedoelde persoon of entiteit.
Lid 2 is niet van toepassing op het overmaken op bevroren rekeningen van:
-
rente of andere inkomsten op bevroren rekeningen, of
-
betalingen die verschuldigd zijn krachtens contracten, overeenkomsten of verplichtingen die zijn gesloten of ontstaan vóór de datum waarop de maatregelen van de leden 1 en 2 op deze rekeningen van toepassing werden,
mits deze rente, andere inkomsten en betalingen onder de maatregelen van lid 1 blijven vallen.
Artikel 2 bis
Het verkopen, leveren, overdragen en uitvoeren van apparatuur en software die hoofdzakelijk bestemd zijn voor controle en interceptie door of namens het Iraanse regime van internetcommunicatie en van telefoongesprekken op mobiele en vaste netwerken in Iran, alsook het verlenen van bijstand bij het installeren, exploiteren of moderniseren van dergelijke apparatuur of software, zijn verboden.
De Unie neemt de nodige maatregelen om te bepalen welke voorwerpen onder dit artikel vallen.
Artikel 2 ter
Verboden zijn het verkopen, leveren, overdragen en uitvoeren met bestemming naar Iran van uitrusting die voor binnenlandse repressie kan worden gebruikt, door onderdanen van een lidstaat, vanaf het grondgebied van een lidstaat, of met gebruik van schepen of vliegtuigen die de vlag van een lidstaat voeren, ongeacht of de uitrusting uit die lidstaat vandaan komt.
Er geldt tevens een verbod op het:
-
het direct of indirect verlenen van technische bijstand, tussenhandeldiensten of andere diensten in verband met de in lid 1 bedoelde goederen of in verband met het leveren, vervaardigen, onderhouden en gebruiken van dergelijke goederen, aan natuurlijke personen, rechtspersonen, entiteiten of lichamen in Iran, of bestemd voor gebruik in Iran;
-
het direct of indirect verlenen van financiering of financiële bijstand in verband met de in lid 1 bedoelde goederen, in het bijzonder subsidies, leningen en exportkredietverzekering, met het oog op de verkoop, levering, overdracht of uitvoer van die goederen, of met het oog op de verlening van daarmee verband houdende technische bijstand, tussenhandeldiensten of andere diensten te verlenen, aan natuurlijke personen, rechtspersonen, entiteiten of lichamen in Iran, of voor gebruik in Iran.
De leden 1 en 2 zijn niet van toepassing op het verkopen, leveren, overdragen en uitvoeren van uitrusting die uitsluitend bestemd is voor gebruik ter bescherming van het personeel van de Unie en haar lidstaten in Iran, of op het verstrekken van technische bijstand, tussenhandeldiensten en andere diensten of van financiering en financiële bijstand in verband met deze uitrusting, als op voorhand goedgekeurd door de betrokken bevoegde autoriteit.
Artikel 3
De Raad stelt op voorstel van een lidstaat of van de hoge vertegenwoordiger van de Unie voor buitenlandse zaken en veiligheidsbeleid de in de bijlage opgenomen lijst en eventuele wijzigingen daarin vast.
De Raad stelt de betrokken persoon of entiteit in kennis van zijn besluit en van de motivering voor plaatsing op de lijst, hetzij rechtstreeks, indien het adres bekend is, hetzij middels de publicatie van een kennisgeving, zodat de persoon of entiteit daarover opmerkingen kan indienen.
Indien er opmerkingen worden ingediend of substantieel nieuw bewijsmateriaal wordt overgelegd, heroverweegt de Raad zijn besluit en brengt hij de betrokken persoon of entiteit van de resultaten daarvan op de hoogte.