Home

Verordening (EU) n r. 109/2011 van de Commissie van 27 januari 2011 tot uitvoering van Verordening (EG) nr. 661/2009 van het Europees Parlement en de Raad betreffende typegoedkeuringsvoorschriften voor bepaalde categorieën motorvoertuigen en aanhangwagens daarvan wat opspatafschermingssystemen betreft (Voor de EER relevante tekst)

Verordening (EU) n r. 109/2011 van de Commissie van 27 januari 2011 tot uitvoering van Verordening (EG) nr. 661/2009 van het Europees Parlement en de Raad betreffende typegoedkeuringsvoorschriften voor bepaalde categorieën motorvoertuigen en aanhangwagens daarvan wat opspatafschermingssystemen betreft (Voor de EER relevante tekst)

DE EUROPESE COMMISSIE,

Gezien het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie,

Gezien Verordening (EG) nr. 661/2009 van het Europees Parlement en de Raad van 13 juli 2009 betreffende typegoedkeuringsvoorschriften voor de algemene veiligheid van motorvoertuigen, aanhangwagens daarvan en daarvoor bestemde systemen, onderdelen en technische eenheden(1), en met name artikel 14, lid 1, onder a),

Overwegende hetgeen volgt:

  1. Verordening (EG) nr. 661/2009 is een bijzondere verordening voor de toepassing van de typegoedkeuringsprocedure die is ingesteld bij Richtlijn 2007/46/EG van het Europees Parlement en de Raad van 5 september 2007 tot vaststelling van een kader voor de goedkeuring van motorvoertuigen en aanhangwagens daarvan en van systemen, onderdelen en technische eenheden die voor dergelijke voertuigen zijn bestemd (kaderrichtlijn)(2).

  2. Bij Verordening (EG) nr. 661/2009 wordt Richtlijn 91/226/EEG van de Raad van 27 maart 1991 betreffende de onderlinge aanpassing van de wetgevingen van de lidstaten inzake opspatafschermingssystemen bij bepaalde categorieën motorvoertuigen en aanhangwagens daarvan(3) ingetrokken.

  3. In Verordening (EG) nr. 661/2009 zijn fundamentele bepalingen vastgesteld met betrekking tot de voorschriften voor de typegoedkeuring van motorvoertuigen wat de opspatafschermingssystemen betreft en voor de typegoedkeuring van die opspatafschermingssystemen als technische eenheid. Er moeten specifieke procedures, tests en voorschriften voor die typegoedkeuring worden vastgesteld.

  4. Daarbij moeten de voorschriften van Richtlijn 91/226/EEG worden overgenomen in deze verordening en waar nodig worden gewijzigd om ze aan de ontwikkeling van de wetenschappelijke en technische kennis aan te passen.

  5. Het toepassingsgebied van deze verordening moet overeenstemmen met dat van Verordening (EG) nr. 661/2009 en bijgevolg beperkt zijn tot voertuigen van de categorieën N en O. De in deze verordening vervatte maatregelen zijn in overeenstemming met het advies van het Technisch Comité motorvoertuigen,

HEEFT DE VOLGENDE VERORDENING VASTGESTELD:

Artikel 1 Toepassingsgebied

Deze verordening is van toepassing op voertuigen van de categorieën N en O, als gedefinieerd in bijlage II bij Richtlijn 2007/46/EG, alsook op opspatafschermingssystemen die bestemd zijn om te worden gemonteerd op voertuigen van de categorieën N en O.

Artikel 2 Definities

Voor de toepassing van deze verordening wordt verstaan onder:

    1. „opspatafschermingssysteem” :
    systeem dat bestemd is om de verstuiving van water dat door de banden van een rijdend voertuig wordt opgeworpen, te beperken, en dat bestaat uit spatborden, spatlappen of zijafschermingen aan de buitenzijde, die voorzien zijn van een opspatafscherming;
    2. „spatbord” :
    stijf of halfstijf onderdeel dat bestemd is om het door de banden van een rijdend voertuig opgeworpen water op te vangen en naar het wegdek te leiden, en dat volledig of gedeeltelijk een integrerend deel kan vormen van de carrosserie of van andere delen van het voertuig zoals het onderste gedeelte van het laadvlak;
    3. „spatlap” :
    flexibel onderdeel dat verticaal achter het wiel aan het onderste gedeelte van het chassis of van het laadvlak of aan het spatbord is aangebracht en dat ook het gevaar moet beperken veroorzaakt door kleine voorwerpen, in het bijzonder grind of stenen, die door de banden van een rijdend voertuig van het wegdek omhoog of zijwaarts in de richting van andere weggebruikers worden geworpen;
    4. „opspatafscherming” :
    deel van het opspatafschermingssysteem, dat kan werken op basis van lucht/waterscheiding of op basis van energieabsorptie;
    5. „lucht/waterscheider” :
    onderdeel dat deel uitmaakt van de zijafscherming aan de buitenzijde en/of de spatlap en via welke de lucht kan passeren terwijl gelijktijdig het opspatten van verstoven water wordt verminderd;
    6. „energieabsorberende inrichting” :
    onderdeel dat deel uitmaakt van het spatbord en/of de zijafscherming aan de buitenzijde en/of de spatlap en dat de energie van het opspattende water opneemt, waardoor het opspatten van verstoven water wordt verminderd;
    7. „zijafscherming aan de buitenzijde” :
    onderdeel dat zich in een nagenoeg verticaal vlak bevindt en evenwijdig is aan het vlak in de lengterichting van het voertuig, en deel kan uitmaken van een spatbord of van de carrosserie van het voertuig;
    8. „gestuurde wielen” :
    de wielen die door het besturingssysteem van het voertuig worden bediend;
    9. „volgas” :
    een as die om een centraal punt zodanig scharniert dat deze een horizontale boog kan beschrijven;
    10. „volgwielen” :
    wielen die niet door het besturingssysteem van het voertuig worden bediend en die onder een hoek van niet meer dan 20° kunnen draaien ten gevolge van de wrijving die door het wegdek wordt uitgeoefend;
    11. „hefbare as” :
    een as zoals gedefinieerd in punt 2.15 van bijlage I bij Richtlijn 97/27/EG van het Europees Parlement en de Raad(4);
    12. „onbeladen voertuig” :
    een voertuig in rijklare toestand zoals gedefinieerd in punt 2.6 van bijlage I bij Richtlijn 2007/46/EG;
    13. „loopvlak” :
    het deel van de band zoals gedefinieerd in punt 2.8 van bijlage II bij Richtlijn 92/23/EEG van de Raad(5);
    14. „type opspatafscherming” :

    inrichtingen die onderling niet verschillen in de volgende hoofdkenmerken:

    1. het fysische beginsel dat is gekozen om het opspatten te beperken (bijvoorbeeld het opnemen van de energie van het water, lucht/waterscheiding enz.);

    2. materialen;

    3. vorm;

    4. afmetingen, voor zover zij van invloed kunnen zijn op het gedrag van het materiaal;

    15. „opleggertrekkend voertuig” :
    een trekkend voertuig zoals gedefinieerd in punt 2.1.1.2.2 van bijlage I bij Richtlijn 97/27/EG;
    16. „technisch toelaatbare maximummassa in beladen toestand (M)” :
    de technisch toelaatbare maximummassa in beladen toestand volgens fabrieksopgave, zoals gedefinieerd in punt 2.8 van bijlage I bij Richtlijn 2007/46/EG;
    17. „voertuigtype wat de opspatafscherming betreft” :

    volledige, onvolledige of voltooide voertuigen die op de volgende punten niet onderling verschillen:

    • type opspatafscherming gemonteerd op het voertuig;

    • aanduiding door de fabrikant van het type opspatafschermingssysteem.

Artikel 3 EG-typegoedkeuring van een voertuig wat opspatafschermingssystemen betreft

1.

De fabrikant of zijn vertegenwoordiger dient de aanvraag voor EG-typegoedkeuring van een voertuig wat opspatafschermingssystemen betreft, in bij de typegoedkeuringsinstantie.

2.

De aanvraag wordt opgesteld volgens het model van het inlichtingenformulier in deel 1 van bijlage I.

3.

Als aan de relevante voorschriften in de bijlagen III en IV is voldaan, verleent de goedkeuringsinstantie EG-typegoedkeuring en kent zij een typegoedkeuringsnummer toe volgens het in bijlage VII bij Richtlijn 2007/46/EG beschreven nummeringssysteem.

Een goedkeuringsinstantie mag hetzelfde nummer niet aan een ander voertuigtype toekennen.

4.

Voor de toepassing van lid 3 verleent de goedkeuringsinstantie een EG-typegoedkeuringscertificaat dat volgens het model in deel 2 van bijlage I is opgesteld.

Artikel 4 EG-typegoedkeuring van opspatafschermingssystemen als technische eenheid

1.

De fabrikant of zijn vertegenwoordiger dient de aanvraag voor EG-typegoedkeuring van een type opspatafschermingssysteem als technische eenheid in bij de goedkeuringsinstantie.

De aanvraag wordt opgesteld volgens het model van het inlichtingenformulier in deel 1 van bijlage II.

2.

Als aan de relevante voorschriften in de bijlagen III en IV bij deze verordening is voldaan, verleent de goedkeuringsinstantie EG-typegoedkeuring voor de technische eenheid en kent zij een typegoedkeuringsnummer toe volgens het in bijlage VII bij Richtlijn 2007/46/EG beschreven nummeringssysteem.

Een goedkeuringsinstantie mag hetzelfde nummer niet aan een ander type technische eenheid toekennen.

3.

Voor de toepassing van lid 2 verleent de goedkeuringsinstantie een EG-typegoedkeuringscertificaat dat volgens het model in deel 2 van bijlage II is opgesteld.

Artikel 5 EG-typegoedkeuringsmerk voor een technische eenheid

Artikel 6 Geldigheid en uitbreiding van krachtens Richtlijn 91/226/EEG verleende goedkeuringen

Artikel 7 Inwerkingtreding

BIJLAGE I

Addendumbij EG-typegoedkeuringscertificaat nr.

BIJLAGE II

Addendumbij EG-typegoedkeuringscertificaat nr.

BIJLAGE III

BIJLAGE IV

BIJLAGE V

BIJLAGE VI