Home

Uitvoeringsverordening (EU) nr. 540/2011 van de Commissie van 25 mei 2011 tot uitvoering van Verordening (EG) nr. 1107/2009 van het Europees Parlement en de Raad wat de lijst van goedgekeurde werkzame stoffen betreft (Voor de EER relevante tekst)Voor de EER relevante tekst

Uitvoeringsverordening (EU) nr. 540/2011 van de Commissie van 25 mei 2011 tot uitvoering van Verordening (EG) nr. 1107/2009 van het Europees Parlement en de Raad wat de lijst van goedgekeurde werkzame stoffen betreft (Voor de EER relevante tekst)Voor de EER relevante tekst

02011R0540 — NL — 01.04.2021 — 066.001


Onderstaande tekst dient louter ter informatie en is juridisch niet bindend. De EU-instellingen zijn niet aansprakelijk voor de inhoud. Alleen de besluiten die zijn gepubliceerd in het Publicatieblad van de Europese Unie (te raadplegen in EUR-Lex) zijn authentiek. Deze officiële versies zijn rechtstreeks toegankelijk via de links in dit document

►B

UITVOERINGSVERORDENING (EU) Nr. 540/2011 VAN DE COMMISSIE

van 25 mei 2011

tot uitvoering van Verordening (EG) nr. 1107/2009 van het Europees Parlement en de Raad wat de lijst van goedgekeurde werkzame stoffen betreft

(Voor de EER relevante tekst)

(PB L 153 van 11.6.2011, blz. 1)

Gewijzigd bij:

Publicatieblad

nr.

blz.

datum

►M1

UITVOERINGSVERORDENING (EU) Nr. 541/2011 VAN DE COMMISSIE van 1 juni 2011

L 153

187

11.6.2011

►M2

UITVOERINGSVERORDENING (EU) Nr. 542/2011 VAN DE COMMISSIE van 1 juni 2011

L 153

189

11.6.2011

►M3

UITVOERINGSVERORDENING (EU) Nr. 702/2011 VAN DE COMMISSIE van 20 juli 2011

L 190

28

21.7.2011

►M4

UITVOERINGSVERORDENING (EU) Nr. 703/2011 VAN DE COMMISSIE van 20 juli 2011

L 190

33

21.7.2011

►M5

UITVOERINGSVERORDENING (EU) Nr. 704/2011 VAN DE COMMISSIE van 20 juli 2011

L 190

38

21.7.2011

►M6

UITVOERINGSVERORDENING (EU) Nr. 705/2011 VAN DE COMMISSIE van 20 juli 2011

L 190

43

21.7.2011

►M7

UITVOERINGSVERORDENING (EU) Nr. 706/2011 VAN DE COMMISSIE van 20 juli 2011

L 190

50

21.7.2011

►M8

UITVOERINGSVERORDENING (EU) Nr. 736/2011 VAN DE COMMISSIE van 26 juli 2011

L 195

37

27.7.2011

►M9

UITVOERINGSVERORDENING (EU) Nr. 740/2011 VAN DE COMMISSIE van 27 juli 2011

L 196

6

28.7.2011

►M10

UITVOERINGSVERORDENING (EU) Nr. 786/2011 VAN DE COMMISSIE van 5 augustus 2011

L 203

11

6.8.2011

►M11

UITVOERINGSVERORDENING (EU) Nr. 787/2011 VAN DE COMMISSIE van 5 augustus 2011

L 203

16

6.8.2011

►M12

UITVOERINGSVERORDENING (EU) Nr. 788/2011 VAN DE COMMISSIE van 5 augustus 2011

L 203

21

6.8.2011

►M13

UITVOERINGSVERORDENING (EU) Nr. 797/2011 VAN DE COMMISSIE van 9 augustus 2011

L 205

3

10.8.2011

►M14

UITVOERINGSVERORDENING (EU) Nr. 798/2011 VAN DE COMMISSIE van 9 augustus 2011

L 205

9

10.8.2011

►M15

UITVOERINGSVERORDENING (EU) Nr. 800/2011 VAN DE COMMISSIE van 9 augustus 2011

L 205

22

10.8.2011

►M16

UITVOERINGSVERORDENING (EU) Nr. 806/2011 VAN DE COMMISSIE van 10 augustus 2011

L 206

39

11.8.2011

►M17

UITVOERINGSVERORDENING (EU) Nr. 807/2011 VAN DE COMMISSIE van 10 augustus 2011

L 206

44

11.8.2011

►M18

UITVOERINGSVERORDENING (EU) Nr. 810/2011 VAN DE COMMISSIE van 11 augustus 2011

L 207

7

12.8.2011

►M19

UITVOERINGSVERORDENING (EU) Nr. 820/2011 VAN DE COMMISSIE van 16 augustus 2011

L 209

18

17.8.2011

►M20

UITVOERINGSVERORDENING (EU) Nr. 974/2011 VAN DE COMMISSIE van 29 september 2011

L 255

1

1.10.2011

►M21

UITVOERINGSVERORDENING (EU) Nr. 993/2011 VAN DE COMMISSIE van 6 oktober 2011

L 263

1

7.10.2011

►M22

UITVOERINGSVERORDENING (EU) Nr. 1022/2011 VAN DE COMMISSIE van 14 oktober 2011

L 270

20

15.10.2011

►M23

UITVOERINGSVERORDENING (EU) Nr. 1100/2011 VAN DE COMMISSIE van 31 oktober 2011

L 285

10

1.11.2011

►M24

UITVOERINGSVERORDENING (EU) Nr. 1134/2011 VAN DE COMMISSIE van 9 november 2011

L 292

1

10.11.2011

►M25

UITVOERINGSVERORDENING (EU) Nr. 1143/2011 VAN DE COMMISSIE van 10 november 2011

L 293

26

11.11.2011

M26

UITVOERINGSVERORDENING (EU) Nr. 1278/2011 VAN DE COMMISSIE van 8 december 2011

L 327

49

9.12.2011

►M27

UITVOERINGSVERORDENING (EU) Nr. 87/2012 VAN DE COMMISSIE van 1 februari 2012

L 30

8

2.2.2012

►M28

UITVOERINGSVERORDENING (EU) Nr. 127/2012 VAN DE COMMISSIE van 14 februari 2012

L 41

12

15.2.2012

►M29

UITVOERINGSVERORDENING (EU) Nr. 287/2012 VAN DE COMMISSIE van 30 maart 2012

L 95

7

31.3.2012

►M30

UITVOERINGSVERORDENING (EU) Nr. 359/2012 VAN DE COMMISSIE van 25 april 2012

L 114

1

26.4.2012

►M31

UITVOERINGSVERORDENING (EU) Nr. 369/2012 VAN DE COMMISSIE van 27 april 2012

L 116

19

28.4.2012

►M32

UITVOERINGSVERORDENING (EU) Nr. 571/2012 VAN DE COMMISSIE van 28 juni 2012

L 169

46

29.6.2012

►M33

UITVOERINGSVERORDENING (EU) Nr. 582/2012 VAN DE COMMISSIE van 2 juli 2012

L 173

3

3.7.2012

►M34

UITVOERINGSVERORDENING (EU) Nr. 589/2012 VAN DE COMMISSIE van 4 juli 2012

L 175

7

5.7.2012

►M35

UITVOERINGSVERORDENING (EU) Nr. 595/2012 VAN DE COMMISSIE van 5 juli 2012

L 176

46

6.7.2012

►M36

UITVOERINGSVERORDENING (EU) Nr. 597/2012 VAN DE COMMISSIE van 5 juli 2012

L 176

54

6.7.2012

►M37

UITVOERINGSVERORDENING (EU) Nr. 608/2012 VAN DE COMMISSIE van 6 juli 2012

L 177

19

7.7.2012

►M38

UITVOERINGSVERORDENING (EU) Nr. 637/2012 VAN DE COMMISSIE van 13 juli 2012

L 186

20

14.7.2012

►M39

UITVOERINGSVERORDENING (EU) Nr. 735/2012 VAN DE COMMISSIE van 14 augustus 2012

L 218

3

15.8.2012

►M40

UITVOERINGSVERORDENING (EU) Nr. 746/2012 VAN DE COMMISSIE van 16 augustus 2012

L 219

15

17.8.2012

►M41

UITVOERINGSVERORDENING (EU) Nr. 1037/2012 VAN DE COMMISSIE van 7 november 2012

L 308

15

8.11.2012

►M42

UITVOERINGSVERORDENING (EU) Nr. 1043/2012 VAN DE COMMISSIE van 8 november 2012

L 310

24

9.11.2012

►M43

UITVOERINGSVERORDENING (EU) Nr. 1197/2012 VAN DE COMMISSIE van 13 december 2012

L 342

27

14.12.2012

►M44

UITVOERINGSVERORDENING (EU) Nr. 1237/2012 VAN DE COMMISSIE van 19 december 2012

L 350

55

20.12.2012

►M45

UITVOERINGSVERORDENING (EU) Nr. 1238/2012 VAN DE COMMISSIE van 19 december 2012

L 350

59

20.12.2012

►M46

UITVOERINGSVERORDENING (EU) Nr. 17/2013 VAN DE COMMISSIE van 14 januari 2013

L 9

5

15.1.2013

►M47

UITVOERINGSVERORDENING (EU) Nr. 22/2013 VAN DE COMMISSIE van 15 januari 2013

L 11

8

16.1.2013

►M48

UITVOERINGSVERORDENING (EU) Nr. 175/2013 VAN DE COMMISSIE van 27 februari 2013

L 56

4

28.2.2013

►M49

UITVOERINGSVERORDENING (EU) Nr. 187/2013 VAN DE COMMISSIE van 5 maart 2013

L 62

10

6.3.2013

►M50

UITVOERINGSVERORDENING (EU) Nr. 188/2013 VAN DE COMMISSIE van 5 maart 2013

L 62

13

6.3.2013

►M51

UITVOERINGSVERORDENING (EU) Nr. 190/2013 VAN DE COMMISSIE van 5 maart 2013

L 62

19

6.3.2013

►M52

UITVOERINGSVERORDENING (EU) Nr. 200/2013 VAN DE COMMISSIE van 8 maart 2013

L 67

1

9.3.2013

►M53

UITVOERINGSVERORDENING (EU) Nr. 201/2013 VAN DE COMMISSIE van 8 maart 2013

L 67

6

9.3.2013

►M54

UITVOERINGSVERORDENING (EU) Nr. 350/2013 VAN DE COMMISSIE van 17 april 2013

L 108

9

18.4.2013

►M55

UITVOERINGSVERORDENING (EU) Nr. 355/2013 VAN DE COMMISSIE van 18 april 2013

L 109

14

19.4.2013

►M56

UITVOERINGSVERORDENING (EU) Nr. 356/2013 VAN DE COMMISSIE van 18 april 2013

L 109

18

19.4.2013

►M57

UITVOERINGSVERORDENING (EU) Nr. 365/2013 VAN DE COMMISSIE van 22 april 2013

L 111

27

23.4.2013

►M58

UITVOERINGSVERORDENING (EU) Nr. 366/2013 VAN DE COMMISSIE van 22 april 2013

L 111

30

23.4.2013

►M59

UITVOERINGSVERORDENING (EU) Nr. 367/2013 VAN DE COMMISSIE van 22 april 2013

L 111

33

23.4.2013

►M60

UITVOERINGSVERORDENING (EU) Nr. 368/2013 VAN DE COMMISSIE van 22 april 2013

L 111

36

23.4.2013

►M61

UITVOERINGSVERORDENING (EU) Nr. 369/2013 VAN DE COMMISSIE van 22 april 2013

L 111

39

23.4.2013

►M62

UITVOERINGSVERORDENING (EU) Nr. 373/2013 VAN DE COMMISSIE van 23 april 2013

L 112

10

24.4.2013

►M63

UITVOERINGSVERORDENING (EU) Nr. 375/2013 VAN DE COMMISSIE van 23 april 2013

L 112

15

24.4.2013

►M64

UITVOERINGSVERORDENING (EU) Nr. 378/2013 VAN DE COMMISSIE van 24 april 2013

L 113

5

25.4.2013

M65

UITVOERINGSVERORDENING (EU) Nr. 485/2013 VAN DE COMMISSIE van 24 mei 2013

L 139

12

25.5.2013

►M66

UITVOERINGSVERORDENING (EU) Nr. 532/2013 VAN DE COMMISSIE van 10 juni 2013

L 159

6

11.6.2013

M67

UITVOERINGSVERORDENING (EU) Nr. 533/2013 VAN DE COMMISSIE van 10 juni 2013

L 159

9

11.6.2013

►M68

UITVOERINGSVERORDENING (EU) Nr. 546/2013 VAN DE COMMISSIE van 14 juni 2013

L 163

17

15.6.2013

►M69

UITVOERINGSVERORDENING (EU) Nr. 568/2013 VAN DE COMMISSIE van 18 juni 2013

L 167

33

19.6.2013

►M70

UITVOERINGSVERORDENING (EU) Nr. 570/2013 VAN DE COMMISSIE van 17 juni 2013

L 168

18

20.6.2013

M71

UITVOERINGSVERORDENING (EU) Nr. 762/2013 VAN DE COMMISSIE van 7 augustus 2013

L 213

14

8.8.2013

►M72

UITVOERINGSVERORDENING (EU) Nr. 767/2013 VAN DE COMMISSIE van 8 augustus 2013

L 214

5

9.8.2013

►M73

UITVOERINGSVERORDENING (EU) Nr. 781/2013 VAN DE COMMISSIE van 14 augustus 2013

L 219

22

15.8.2013

►M74

UITVOERINGSVERORDENING (EU) Nr. 790/2013 VAN DE COMMISSIE van 19 augustus 2013

L 222

6

20.8.2013

►M75

UITVOERINGSVERORDENING (EU) Nr. 798/2013 VAN DE COMMISSIE van 21 augustus 2013

L 224

9

22.8.2013

►M76

UITVOERINGSVERORDENING (EU) Nr. 802/2013 VAN DE COMMISSIE van 22 augustus 2013

L 225

13

23.8.2013

►M77

UITVOERINGSVERORDENING (EU) Nr. 826/2013 VAN DE COMMISSIE van 29 augustus 2013

L 232

13

30.8.2013

►M78

UITVOERINGSVERORDENING (EU) Nr. 827/2013 VAN DE COMMISSIE van 29 augustus 2013

L 232

18

30.8.2013

►M79

UITVOERINGSVERORDENING (EU) Nr. 828/2013 VAN DE COMMISSIE van 29 augustus 2013

L 232

23

30.8.2013

►M80

UITVOERINGSVERORDENING (EU) Nr. 829/2013 VAN DE COMMISSIE van 29 augustus 2013

L 232

29

30.8.2013

►M81

UITVOERINGSVERORDENING (EU) Nr. 832/2013 VAN DE COMMISSIE van 30 augustus 2013

L 233

3

31.8.2013

►M82

UITVOERINGSVERORDENING (EU) Nr. 833/2013 VAN DE COMMISSIE van 30 augustus 2013

L 233

7

31.8.2013

►M83

UITVOERINGSVERORDENING (EU) Nr. 1031/2013 VAN DE COMMISSIE van 24 oktober 2013

L 283

17

25.10.2013

M84

UITVOERINGSVERORDENING (EU) Nr. 1089/2013 VAN DE COMMISSIE van 4 november 2013

L 293

31

5.11.2013

►M85

UITVOERINGSVERORDENING (EU) Nr. 1124/2013 VAN DE COMMISSIE van 8 november 2013

L 299

34

9.11.2013

M86

UITVOERINGSVERORDENING (EU) Nr. 1136/2013 VAN DE COMMISSIE van 12 november 2013

L 302

34

13.11.2013

►M87

UITVOERINGSVERORDENING (EU) Nr. 1150/2013 VAN DE COMMISSIE van 14 november 2013

L 305

13

15.11.2013

►M88

UITVOERINGSVERORDENING (EU) Nr. 1165/2013 VAN DE COMMISSIE van 18 november 2013

L 309

17

19.11.2013

►M89

UITVOERINGSVERORDENING (EU) Nr. 1166/2013 VAN DE COMMISSIE van 18 november 2013

L 309

22

19.11.2013

►M90

UITVOERINGSVERORDENING (EU) Nr. 1175/2013 VAN DE COMMISSIE van 20 november 2013

L 312

18

21.11.2013

►M91

UITVOERINGSVERORDENING (EU) Nr. 1176/2013 VAN DE COMMISSIE van 20 november 2013

L 312

23

21.11.2013

►M92

UITVOERINGSVERORDENING (EU) Nr. 1177/2013 VAN DE COMMISSIE van 20 november 2013

L 312

28

21.11.2013

M93

UITVOERINGSVERORDENING (EU) Nr. 1178/2013 VAN DE COMMISSIE van 20 november 2013

L 312

33

21.11.2013

►M94

UITVOERINGSVERORDENING (EU) Nr. 1187/2013 VAN DE COMMISSIE van 21 november 2013

L 313

42

22.11.2013

►M95

UITVOERINGSVERORDENING (EU) Nr. 1192/2013 VAN DE COMMISSIE van 22 november 2013

L 314

6

23.11.2013

►M96

UITVOERINGSVERORDENING (EU) Nr. 1195/2013 VAN DE COMMISSIE van 22 november 2013

L 315

27

26.11.2013

►M97

UITVOERINGSVERORDENING (EU) Nr. 1199/2013 VAN DE COMMISSIE van 25 november 2013

L 315

69

26.11.2013

M98

UITVOERINGSVERORDENING (EU) Nr. 85/2014 VAN DE COMMISSIE van 30 januari 2014

L 28

34

31.1.2014

►M99

UITVOERINGSVERORDENING (EU) Nr. 140/2014 VAN DE COMMISSIE van 13 februari 2014

L 44

35

14.2.2014

►M100

UITVOERINGSVERORDENING (EU) Nr. 141/2014 VAN DE COMMISSIE van 13 februari 2014

L 44

40

14.2.2014

►M101

UITVOERINGSVERORDENING (EU) Nr. 143/2014 VAN DE COMMISSIE van 14 februari 2014

L 45

1

15.2.2014

►M102

UITVOERINGSVERORDENING (EU) Nr. 144/2014 VAN DE COMMISSIE van 14 februari 2014

L 45

7

15.2.2014

►M103

UITVOERINGSVERORDENING (EU) Nr. 145/2014 VAN DE COMMISSIE van 14 februari 2014

L 45

12

15.2.2014

►M104

UITVOERINGSVERORDENING (EU) Nr. 149/2014 VAN DE COMMISSIE van 17 februari 2014

L 46

3

18.2.2014

►M105

UITVOERINGSVERORDENING (EU) Nr. 151/2014 VAN DE COMMISSIE van 18 februari 2014

L 48

1

19.2.2014

►M106

UITVOERINGSVERORDENING (EU) Nr. 154/2014 VAN DE COMMISSIE van 19 februari 2014

L 50

7

20.2.2014

M107

UITVOERINGSVERORDENING (EU) Nr. 187/2014 VAN DE COMMISSIE van 26 februari 2014

L 57

24

27.2.2014

►M108

UITVOERINGSVERORDENING (EU) Nr. 192/2014 VAN DE COMMISSIE van 27 februari 2014

L 59

20

28.2.2014

►M109

UITVOERINGSVERORDENING (EU) Nr. 193/2014 VAN DE COMMISSIE van 27 februari 2014

L 59

25

28.2.2014

►M110

UITVOERINGSVERORDENING (EU) Nr. 462/2014 VAN DE COMMISSIE van 5 mei 2014

L 134

28

7.5.2014

►M111

UITVOERINGSVERORDENING (EU) Nr. 485/2014 VAN DE COMMISSIE van 12 mei 2014

L 138

65

13.5.2014

►M112

UITVOERINGSVERORDENING (EU) Nr. 486/2014 VAN DE COMMISSIE van 12 mei 2014

L 138

70

13.5.2014

M113

UITVOERINGSVERORDENING (EU) Nr. 487/2014 VAN DE COMMISSIE van 12 mei 2014

L 138

72

13.5.2014

►M114

UITVOERINGSVERORDENING (EU) Nr. 496/2014 VAN DE COMMISSIE van 14 mei 2014

L 143

1

15.5.2014

►M115

UITVOERINGSVERORDENING (EU) Nr. 504/2014 VAN DE COMMISSIE van 15 mei 2014

L 145

28

16.5.2014

►M116

UITVOERINGSVERORDENING (EU) Nr. 563/2014 VAN DE COMMISSIE van 23 mei 2014

L 156

5

24.5.2014

►M117

UITVOERINGSVERORDENING (EU) Nr. 571/2014 VAN DE COMMISSIE van 26 mei 2014

L 157

96

27.5.2014

M118

UITVOERINGSVERORDENING (EU) Nr. 629/2014 VAN DE COMMISSIE van 12 juni 2014

L 174

33

13.6.2014

►M119

UITVOERINGSVERORDENING (EU) Nr. 632/2014 VAN DE COMMISSIE van 13 mei 2014

L 175

1

14.6.2014

M120

UITVOERINGSVERORDENING (EU) Nr. 678/2014 VAN DE COMMISSIE van 19 juni 2014

L 180

11

20.6.2014

M121

UITVOERINGSVERORDENING (EU) Nr. 878/2014 VAN DE COMMISSIE van 12 augustus 2014

L 240

18

13.8.2014

►M122

UITVOERINGSVERORDENING (EU) Nr. 880/2014 VAN DE COMMISSIE van 12 augustus 2014

L 240

22

13.8.2014

►M123

UITVOERINGSVERORDENING (EU) Nr. 890/2014 VAN DE COMMISSIE van 14 augustus 2014

L 243

42

15.8.2014

►M124

UITVOERINGSVERORDENING (EU) Nr. 891/2014 VAN DE COMMISSIE van 14 augustus 2014

L 243

47

15.8.2014

►M125

UITVOERINGSVERORDENING (EU) Nr. 916/2014 VAN DE COMMISSIE van 22 augustus 2014

L 251

16

23.8.2014

►M126

UITVOERINGSVERORDENING (EU) Nr. 917/2014 VAN DE COMMISSIE van 22 augustus 2014

L 251

19

23.8.2014

►M127

UITVOERINGSVERORDENING (EU) Nr. 918/2014 VAN DE COMMISSIE van 22 augustus 2014

L 251

24

23.8.2014

►M128

UITVOERINGSVERORDENING (EU) Nr. 921/2014 VAN DE COMMISSIE van 25 augustus 2014

L 252

3

26.8.2014

►M129

UITVOERINGSVERORDENING (EU) Nr. 922/2014 VAN DE COMMISSIE van 25 augustus 2014

L 252

6

26.8.2014

►M130

UITVOERINGSVERORDENING (EU) Nr. 1316/2014 VAN DE COMMISSIE van 11 december 2014

L 355

1

12.12.2014

►M131

UITVOERINGSVERORDENING (EU) Nr. 1330/2014 VAN DE COMMISSIE van 15 december 2014

L 359

85

16.12.2014

►M132

UITVOERINGSVERORDENING (EU) Nr. 1334/2014 VAN DE COMMISSIE van 16 december 2014

L 360

1

17.12.2014

►M133

UITVOERINGSVERORDENING (EU) Nr. 2015/51 VAN DE COMMISSIE van 14 januari 2015

L 9

22

15.1.2015

►M134

UITVOERINGSVERORDENING (EU) Nr. 2015/58 VAN DE COMMISSIE van 15 januari 2015

L 10

25

16.1.2015

M135

UITVOERINGSVERORDENING (EU) Nr. 2015/232 VAN DE COMMISSIE van 13 februari 2015

L 39

7

14.2.2015

►M136

UITVOERINGSVERORDENING (EU) 2015/306 VAN DE COMMISSIE van 26 februari 2015

L 56

1

27.2.2015

►M137

UITVOERINGSVERORDENING (EU) Nr. 2015/307 VAN DE COMMISSIE van 26 februari 2015

L 56

6

27.2.2015

M138

UITVOERINGSVERORDENING (EU) Nr. 2015/308 VAN DE COMMISSIE van 26 februari 2015

L 56

9

27.2.2015

►M139

UITVOERINGSVERORDENING (EU) 2015/404 VAN DE COMMISSIE van 11 maart 2015

L 67

6

12.3.2015

M140

UITVOERINGSVERORDENING (EU) 2015/415 VAN DE COMMISSIE van 12 maart 2015

L 68

28

13.3.2015

M141

UITVOERINGSVERORDENING (EU) 2015/418 VAN DE COMMISSIE van 12 maart 2015

L 68

36

13.3.2015

►M142

UITVOERINGSVERORDENING (EU) 2015/543 VAN DE COMMISSIE van 1 april 2015

L 90

1

2.4.2015

►M143

UITVOERINGSVERORDENING (EU) 2015/553 VAN DE COMMISSIE van 7 april 2015

L 92

86

8.4.2015

►M144

UITVOERINGSVERORDENING (EU) 2015/762 VAN DE COMMISSIE van 12 mei 2015

L 120

6

13.5.2015

►M145

UITVOERINGSVERORDENING (EU) 2015/1106 VAN DE COMMISSIE van 8 juli 2015

L 181

70

9.7.2015

►M146

UITVOERINGSVERORDENING (EU) 2015/1107 VAN DE COMMISSIE van 8 juli 2015

L 181

72

9.7.2015

►M147

UITVOERINGSVERORDENING (EU) 2015/1108 VAN DE COMMISSIE van 8 juli 2015

L 181

75

9.7.2015

►M148

UITVOERINGSVERORDENING (EU) 2015/1115 VAN DE COMMISSIE van 9 juli 2015

L 182

22

10.7.2015

►M149

UITVOERINGSVERORDENING (EU) 2015/1116 VAN DE COMMISSIE van 9 juli 2015

L 182

26

10.7.2015

►M150

UITVOERINGSVERORDENING (EU) 2015/1154 VAN DE COMMISSIE van 14 juli 2015

L 187

18

15.7.2015

►M151

UITVOERINGSVERORDENING (EU) 2015/1165 VAN DE COMMISSIE van 15 juli 2015

L 188

30

16.7.2015

►M152

UITVOERINGSVERORDENING (EU) 2015/1166 VAN DE COMMISSIE van 15 juli 2015

L 188

34

16.7.2015

►M153

UITVOERINGSVERORDENING (EU) 2015/1176 VAN DE COMMISSIE van 17 juli 2015

L 192

1

18.7.2015

►M154

UITVOERINGSVERORDENING (EU) 2015/1192 VAN DE COMMISSIE van 20 juli 2015

L 193

124

21.7.2015

►M155

UITVOERINGSVERORDENING (EU) 2015/1201 VAN DE COMMISSIE van 22 juli 2015

L 195

37

23.7.2015

►M156

UITVOERINGSVERORDENING (EU) 2015/1295 VAN DE COMMISSIE van 27 juli 2015

L 199

8

29.7.2015

►M157

UITVOERINGSVERORDENING (EU) 2015/1392 VAN DE COMMISSIE van 13 augustus 2015

L 215

34

14.8.2015

►M158

UITVOERINGSVERORDENING (EU) 2015/1396 VAN DE COMMISSIE van 14 augustus 2015

L 216

1

15.8.2015

►M159

UITVOERINGSVERORDENING (EU) 2015/1397 VAN DE COMMISSIE van 14 augustus 2015

L 216

3

15.8.2015

M160

UITVOERINGSVERORDENING (EU) 2015/1885 VAN DE COMMISSIE van 20 oktober 2015

L 276

48

21.10.2015

►M161

UITVOERINGSVERORDENING (EU) 2015/2033 VAN DE COMMISSIE van 13 november 2015

L 298

8

14.11.2015

►M162

UITVOERINGSVERORDENING (EU) 2015/2047 VAN DE COMMISSIE van 16 november 2015

L 300

8

17.11.2015

►M163

UITVOERINGSVERORDENING (EU) 2015/2069 VAN DE COMMISSIE van 17 november 2015

L 301

42

18.11.2015

►M164

UITVOERINGSVERORDENING (EU) 2015/2084 VAN DE COMMISSIE van 18 november 2015

L 302

89

19.11.2015

►M165

UITVOERINGSVERORDENING (EU) 2015/2085 VAN DE COMMISSIE van 18 november 2015

L 302

93

19.11.2015

►M166

UITVOERINGSVERORDENING (EU) 2015/2105 VAN DE COMMISSIE van 20 november 2015

L 305

31

21.11.2015

►M167

UITVOERINGSVERORDENING (EU) 2015/2198 VAN DE COMMISSIE van 27 november 2015

L 313

35

28.11.2015

►M168

UITVOERINGSVERORDENING (EU) 2015/2233 VAN DE COMMISSIE van 2 december 2015

L 317

26

3.12.2015

►M169

UITVOERINGSVERORDENING (EU) 2016/139 VAN DE COMMISSIE van 2 februari 2016

L 27

7

3.2.2016

►M170

UITVOERINGSVERORDENING (EU) 2016/146 VAN DE COMMISSIE van 4 februari 2016

L 30

7

5.2.2016

►M171

UITVOERINGSVERORDENING (EU) 2016/147 VAN DE COMMISSIE van 4 februari 2016

L 30

12

5.2.2016

►M172

UITVOERINGSVERORDENING (EU) 2016/177 VAN DE COMMISSIE van 10 februari 2016

L 35

1

11.2.2016

►M173

UITVOERINGSVERORDENING (EU) 2016/182 VAN DE COMMISSIE van 11 februari 2016

L 37

40

12.2.2016

►M174

UITVOERINGSVERORDENING (EU) 2016/370 VAN DE COMMISSIE van 15 maart 2016

L 70

7

16.3.2016

►M175

UITVOERINGSVERORDENING (EU) 2016/389 VAN DE COMMISSIE van 17 maart 2016

L 73

77

18.3.2016

►M176

UITVOERINGSVERORDENING (EU) 2016/548 VAN DE COMMISSIE van 8 april 2016

L 95

1

9.4.2016

M177

UITVOERINGSVERORDENING (EU) 2016/549 VAN DE COMMISSIE van 8 april 2016

L 95

4

9.4.2016

►M178

UITVOERINGSVERORDENING (EU) 2016/560 VAN DE COMMISSIE van 11 april 2016

L 96

23

12.4.2016

►M179

UITVOERINGSVERORDENING (EU) 2016/636 VAN DE COMMISSIE van 22 april 2016

L 108

22

23.4.2016

►M180

UITVOERINGSVERORDENING (EU) 2016/638 VAN DE COMMISSIE van 22 april 2016

L 108

28

23.4.2016

►M181

UITVOERINGSVERORDENING (EU) 2016/864 VAN DE COMMISSIE van 31 mei 2016

L 144

32

1.6.2016

►M182

UITVOERINGSVERORDENING (EU) 2016/871 VAN DE COMMISSIE van 1 juni 2016

L 145

4

2.6.2016

►M183

UITVOERINGSVERORDENING (EU) 2016/872 VAN DE COMMISSIE van 1 juni 2016

L 145

7

2.6.2016

M184

UITVOERINGSVERORDENING (EU) 2016/950 VAN DE COMMISSIE van 15 juni 2016

L 159

3

16.6.2016

►M185

UITVOERINGSVERORDENING (EU) 2016/951 VAN DE COMMISSIE van 15 juni 2016

L 159

6

16.6.2016

►M186

UITVOERINGSVERORDENING (EU) 2016/952 VAN DE COMMISSIE van 15 juni 2016

L 159

10

16.6.2016

M187

UITVOERINGSVERORDENING (EU) 2016/1056 VAN DE COMMISSIE van 29 juni 2016

L 173

52

30.6.2016

M188

UITVOERINGSVERORDENING (EU) 2016/1313 VAN DE COMMISSIE van 1 augustus 2016

L 208

1

2.8.2016

►M189

UITVOERINGSVERORDENING (EU) 2016/1414 VAN DE COMMISSIE van 24 augustus 2016

L 230

16

25.8.2016

►M190

UITVOERINGSVERORDENING (EU) 2016/1423 VAN DE COMMISSIE van 25 augustus 2016

L 231

20

26.8.2016

►M191

UITVOERINGSVERORDENING (EU) 2016/1424 VAN DE COMMISSIE van 25 augustus 2016

L 231

25

26.8.2016

►M192

UITVOERINGSVERORDENING (EU) 2016/1425 VAN DE COMMISSIE van 25 augustus 2016

L 231

30

26.8.2016

►M193

UITVOERINGSVERORDENING (EU) 2016/1426 VAN DE COMMISSIE van 25 augustus 2016

L 231

34

26.8.2016

►M194

UITVOERINGSVERORDENING (EU) 2016/1429 VAN DE COMMISSIE van 26 augustus 2016

L 232

1

27.8.2016

►M195

UITVOERINGSVERORDENING (EU) 2016/1978 VAN DE COMMISSIE van 11 november 2016

L 305

23

12.11.2016

M196

UITVOERINGSVERORDENING (EU) 2016/2016 VAN DE COMMISSIE van 17 november 2016

L 312

21

18.11.2016

►M197

UITVOERINGSVERORDENING (EU) 2016/2035 VAN DE COMMISSIE van 21 november 2016

L 314

7

22.11.2016

►M198

UITVOERINGSVERORDENING (EU) 2017/157 VAN DE COMMISSIE van 30 januari 2017

L 25

5

31.1.2017

►M199

UITVOERINGSVERORDENING (EU) 2017/195 VAN DE COMMISSIE van 3 februari 2017

L 31

21

4.2.2017

►M200

UITVOERINGSVERORDENING (EU) 2017/239 VAN DE COMMISSIE van 10 februari 2017

L 36

39

11.2.2017

►M201

UITVOERINGSVERORDENING (EU) 2017/244 VAN DE COMMISSIE van 10 februari 2017

L 36

54

11.2.2017

►M202

UITVOERINGSVERORDENING (EU) 2017/270 VAN DE COMMISSIE van 16 februari 2017

L 40

48

17.2.2017

►M203

UITVOERINGSVERORDENING (EU) 2017/359 VAN DE COMMISSIE van 28 februari 2017

L 54

8

1.3.2017

►M204

UITVOERINGSVERORDENING (EU) 2017/360 VAN DE COMMISSIE van 28 februari 2017

L 54

11

1.3.2017

►M205

UITVOERINGSVERORDENING (EU) 2017/375 VAN DE COMMISSIE van 2 maart 2017

L 58

3

4.3.2017

►M206

UITVOERINGSVERORDENING (EU) 2017/406 VAN DE COMMISSIE van 8 maart 2017

L 63

83

9.3.2017

►M207

UITVOERINGSVERORDENING (EU) 2017/407 VAN DE COMMISSIE van 8 maart 2017

L 63

87

9.3.2017

►M208

UITVOERINGSVERORDENING (EU) 2017/408 VAN DE COMMISSIE van 8 maart 2017

L 63

91

9.3.2017

►M209

UITVOERINGSVERORDENING (EU) 2017/409 VAN DE COMMISSIE van 8 maart 2017

L 63

95

9.3.2017

►M210

UITVOERINGSVERORDENING (EU) 2017/419 VAN DE COMMISSIE van 9 maart 2017

L 64

4

10.3.2017

►M211

UITVOERINGSVERORDENING (EU) 2017/428 VAN DE COMMISSIE van 10 maart 2017

L 66

1

11.3.2017

►M212

UITVOERINGSVERORDENING (EU) 2017/438 VAN DE COMMISSIE van 13 maart 2017

L 67

67

14.3.2017

►M213

UITVOERINGSVERORDENING (EU) 2017/555 VAN DE COMMISSIE van 24 maart 2017

L 80

1

25.3.2017

►M214

UITVOERINGSVERORDENING (EU) 2017/725 VAN DE COMMISSIE van 24 april 2017

L 107

24

25.4.2017

►M215

UITVOERINGSVERORDENING (EU) 2017/753 VAN DE COMMISSIE van 28 april 2017

L 113

24

29.4.2017

►M216

UITVOERINGSVERORDENING (EU) 2017/755 VAN DE COMMISSIE van 28 april 2017

L 113

35

29.4.2017

►M217

UITVOERINGSVERORDENING (EU) 2017/781 VAN DE COMMISSIE van 5 mei 2017

L 118

1

6.5.2017

►M218

UITVOERINGSVERORDENING (EU) 2017/805 VAN DE COMMISSIE van 11 mei 2017

L 121

26

12.5.2017

►M219

UITVOERINGSVERORDENING (EU) 2017/806 VAN DE COMMISSIE van 11 mei 2017

L 121

31

12.5.2017

►M220

UITVOERINGSVERORDENING (EU) 2017/831 VAN DE COMMISSIE van 16 mei 2017

L 124

27

17.5.2017

M221

UITVOERINGSVERORDENING (EU) 2017/841 VAN DE COMMISSIE van 17 mei 2017

L 125

12

18.5.2017

►M222

UITVOERINGSVERORDENING (EU) 2017/842 VAN DE COMMISSIE van 17 mei 2017

L 125

16

18.5.2017

►M223

UITVOERINGSVERORDENING (EU) 2017/843 VAN DE COMMISSIE van 17 mei 2017

L 125

21

18.5.2017

►M224

UITVOERINGSVERORDENING (EU) 2017/855 VAN DE COMMISSIE van 18 mei 2017

L 128

10

19.5.2017

►M225

UITVOERINGSVERORDENING (EU) 2017/856 VAN DE COMMISSIE van 18 mei 2017

L 128

14

19.5.2017

►M226

UITVOERINGSVERORDENING (EU) 2017/1113 VAN DE COMMISSIE van 22 juni 2017

L 162

27

23.6.2017

►M227

UITVOERINGSVERORDENING (EU) 2017/1114 VAN DE COMMISSIE van 22 juni 2017

L 162

32

23.6.2017

►M228

UITVOERINGSVERORDENING (EU) 2017/1115 VAN DE COMMISSIE van 22 juni 2017

L 162

38

23.6.2017

►M229

UITVOERINGSVERORDENING (EU) 2017/1125 VAN DE COMMISSIE van 22 juni 2017

L 163

10

24.6.2017

►M230

UITVOERINGSVERORDENING (EU) 2017/1186 VAN DE COMMISSIE van 3 juli 2017

L 171

131

4.7.2017

►M231

UITVOERINGSVERORDENING (EU) 2017/1455 VAN DE COMMISSIE van 10 augustus 2017

L 208

28

11.8.2017

►M232

UITVOERINGSVERORDENING (EU) 2017/1491 VAN DE COMMISSIE van 21 augustus 2017

L 216

15

22.8.2017

►M233

UITVOERINGSVERORDENING (EU) 2017/1496 VAN DE COMMISSIE van 23 augustus 2017

L 218

7

24.8.2017

►M234

UITVOERINGSVERORDENING (EU) 2017/1506 VAN DE COMMISSIE van 28 augustus 2017

L 222

21

29.8.2017

M235

UITVOERINGSVERORDENING (EU) 2017/1511 VAN DE COMMISSIE van 30 augustus 2017

L 224

115

31.8.2017

►M236

UITVOERINGSVERORDENING (EU) 2017/1527 VAN DE COMMISSIE van 6 september 2017

L 231

3

7.9.2017

►M237

UITVOERINGSVERORDENING (EU) 2017/1529 VAN DE COMMISSIE van 7 september 2017

L 232

1

8.9.2017

►M238

UITVOERINGSVERORDENING (EU) 2017/1530 VAN DE COMMISSIE van 7 september 2017

L 232

4

8.9.2017

►M239

UITVOERINGSVERORDENING (EU) 2017/1531 VAN DE COMMISSIE van 7 september 2017

L 232

6

8.9.2017

►M240

UITVOERINGSVERORDENING (EU) 2017/2066 VAN DE COMMISSIE van 13 november 2017

L 295

43

14.11.2017

►M241

UITVOERINGSVERORDENING (EU) 2017/2069 VAN DE COMMISSIE van 13 november 2017

L 295

51

14.11.2017

►M242

UITVOERINGSVERORDENING (EU) 2017/2090 VAN DE COMMISSIE van 14 november 2017

L 297

22

15.11.2017

►M243

UITVOERINGSVERORDENING (EU) 2017/2091 VAN DE COMMISSIE van 14 november 2017

L 297

25

15.11.2017

►M244

UITVOERINGSVERORDENING (EU) 2017/2324 VAN DE COMMISSIE van 12 december 2017

L 333

10

15.12.2017

►M245

UITVOERINGSVERORDENING (EU) 2018/84 VAN DE COMMISSIE van 19 januari 2018

L 16

8

20.1.2018

►M246

UITVOERINGSVERORDENING (EU) 2018/112 VAN DE COMMISSIE van 24 januari 2018

L 20

3

25.1.2018

►M247

UITVOERINGSVERORDENING (EU) 2018/113 VAN DE COMMISSIE van 24 januari 2018

L 20

7

25.1.2018

►M248

UITVOERINGSVERORDENING (EU) 2018/184 VAN DE COMMISSIE van 7 februari 2018

L 34

10

8.2.2018

►M249

UITVOERINGSVERORDENING (EU) 2018/185 VAN DE COMMISSIE van 7 februari 2018

L 34

13

8.2.2018

►M250

UITVOERINGSVERORDENING (EU) 2018/291 VAN DE COMMISSIE van 26 februari 2018

L 55

30

27.2.2018

►M251

UITVOERINGSVERORDENING (EU) 2018/309 VAN DE COMMISSIE van 1 maart 2018

L 60

16

2.3.2018

►M252

UITVOERINGSVERORDENING (EU) 2018/524 VAN DE COMMISSIE van 28 maart 2018

L 88

4

4.4.2018

►M253

UITVOERINGSVERORDENING (EU) 2018/660 VAN DE COMMISSIE van 26 april 2018

L 110

122

30.4.2018

►M254

UITVOERINGSVERORDENING (EU) 2018/670 VAN DE COMMISSIE van 30 april 2018

L 113

1

3.5.2018

►M255

UITVOERINGSVERORDENING (EU) 2018/679 VAN DE COMMISSIE van 3 mei 2018

L 114

18

4.5.2018

►M256

UITVOERINGSVERORDENING (EU) 2018/690 VAN DE COMMISSIE van 7 mei 2018

L 117

3

8.5.2018

►M257

UITVOERINGSVERORDENING (EU) 2018/691 VAN DE COMMISSIE van 7 mei 2018

L 117

6

8.5.2018

►M258

UITVOERINGSVERORDENING (EU) 2018/692 VAN DE COMMISSIE van 7 mei 2018

L 117

9

8.5.2018

►M259

UITVOERINGSVERORDENING (EU) 2018/710 VAN DE COMMISSIE van 14 mei 2018

L 119

31

15.5.2018

►M260

UITVOERINGSVERORDENING (EU) 2018/755 VAN DE COMMISSIE van 23 mei 2018

L 128

4

24.5.2018

►M261

UITVOERINGSVERORDENING (EU) 2018/783 VAN DE COMMISSIE van 29 mei 2018

L 132

31

30.5.2018

►M262

UITVOERINGSVERORDENING (EU) 2018/784 VAN DE COMMISSIE van 29 mei 2018

L 132

35

30.5.2018

►M263

UITVOERINGSVERORDENING (EU) 2018/785 VAN DE COMMISSIE van 29 mei 2018

L 132

40

30.5.2018

M264

UITVOERINGSVERORDENING (EU) 2018/917 VAN DE COMMISSIE van 27 juni 2018

L 163

13

28.6.2018

►M265

UITVOERINGSVERORDENING (EU) 2018/1019 VAN DE COMMISSIE van 18 juli 2018

L 183

14

19.7.2018

►M266

UITVOERINGSVERORDENING (EU) 2018/1043 VAN DE COMMISSIE van 24 juli 2018

L 188

9

25.7.2018

►M267

UITVOERINGSVERORDENING (EU) 2018/1060 VAN DE COMMISSIE van 26 juli 2018

L 190

3

27.7.2018

►M268

UITVOERINGSVERORDENING (EU) 2018/1061 VAN DE COMMISSIE van 26 juli 2018

L 190

8

27.7.2018

►M269

UITVOERINGSVERORDENING (EU) 2018/1075 VAN DE COMMISSIE van 27 juli 2018

L 194

36

31.7.2018

►M270

UITVOERINGSVERORDENING (EU) 2018/1260 VAN DE COMMISSIE van 20 september 2018

L 238

30

21.9.2018

M271

UITVOERINGSVERORDENING (EU) 2018/1262 VAN DE COMMISSIE van 20 september 2018

L 238

62

21.9.2018

►M272

UITVOERINGSVERORDENING (EU) 2018/1264 VAN DE COMMISSIE van 20 september 2018

L 238

71

21.9.2018

►M273

UITVOERINGSVERORDENING (EU) 2018/1265 VAN DE COMMISSIE van 20 september 2018

L 238

77

21.9.2018

►M274

UITVOERINGSVERORDENING (EU) 2018/1266 VAN DE COMMISSIE van 20 september 2018

L 238

81

21.9.2018

►M275

UITVOERINGSVERORDENING (EU) 2018/1278 VAN DE COMMISSIE van 21 september 2018

L 239

4

24.9.2018

►M276

UITVOERINGSVERORDENING (EU) 2018/1295 VAN DE COMMISSIE van 26 september 2018

L 243

7

27.9.2018

►M277

UITVOERINGSVERORDENING (EU) 2018/1495 VAN DE COMMISSIE van 8 oktober 2018

L 253

1

9.10.2018

►M278

UITVOERINGSVERORDENING (EU) 2018/1500 VAN DE COMMISSIE van 9 oktober 2018

L 254

1

10.10.2018

►M279

UITVOERINGSVERORDENING (EU) 2018/1501 VAN DE COMMISSIE van 9 oktober 2018

L 254

4

10.10.2018

►M280

UITVOERINGSVERORDENING (EU) 2018/1532 VAN DE COMMISSIE van 12 oktober 2018

L 257

10

15.10.2018

M281

UITVOERINGSVERORDENING (EU) 2018/1796 VAN DE COMMISSIE van 20 november 2018

L 294

15

21.11.2018

►M282

UITVOERINGSVERORDENING (EU) 2018/1865 VAN DE COMMISSIE van 28 november 2018

L 304

6

29.11.2018

►M283

UITVOERINGSVERORDENING (EU) 2018/1913 VAN DE COMMISSIE van 6 december 2018

L 311

13

7.12.2018

►M284

UITVOERINGSVERORDENING (EU) 2018/1914 VAN DE COMMISSIE van 6 december 2018

L 311

17

7.12.2018

►M285

UITVOERINGSVERORDENING (EU) 2018/1915 VAN DE COMMISSIE van 6 december 2018

L 311

20

7.12.2018

►M286

UITVOERINGSVERORDENING (EU) 2018/1916 VAN DE COMMISSIE van 6 december 2018

L 311

24

7.12.2018

►M287

UITVOERINGSVERORDENING (EU) 2018/1917 VAN DE COMMISSIE van 6 december 2018

L 311

27

7.12.2018

►M288

UITVOERINGSVERORDENING (EU) 2018/1981 VAN DE COMMISSIE van 13 december 2018

L 317

16

14.12.2018

►M289

UITVOERINGSVERORDENING (EU) 2019/139 VAN DE COMMISSIE van 29 januari 2019

L 26

4

30.1.2019

►M290

UITVOERINGSVERORDENING (EU) 2019/147 VAN DE COMMISSIE van 30 januari 2019

L 27

14

31.1.2019

►M291

UITVOERINGSVERORDENING (EU) 2019/149 VAN DE COMMISSIE van 30 januari 2019

L 27

20

31.1.2019

►M292

UITVOERINGSVERORDENING (EU) 2019/151 VAN DE COMMISSIE van 30 januari 2019

L 27

26

31.1.2019

►M293

UITVOERINGSVERORDENING (EU) 2019/158 VAN DE COMMISSIE van 31 januari 2019

L 31

21

1.2.2019

►M294

UITVOERINGSVERORDENING (EU) 2019/168 VAN DE COMMISSIE van 31 januari 2019

L 33

1

5.2.2019

►M295

UITVOERINGSVERORDENING (EU) 2019/291 VAN DE COMMISSIE van 19 februari 2019

L 48

17

20.2.2019

►M296

UITVOERINGSVERORDENING (EU) 2019/324 VAN DE COMMISSIE van 25 februari 2019

L 57

1

26.2.2019

►M297

UITVOERINGSVERORDENING (EU) 2019/337 VAN DE COMMISSIE van 27 februari 2019

L 60

12

28.2.2019

►M298

UITVOERINGSVERORDENING (EU) 2019/344 VAN DE COMMISSIE van 28 februari 2019

L 62

7

1.3.2019

►M299

UITVOERINGSVERORDENING (EU) 2019/481 VAN DE COMMISSIE van 22 maart 2019

L 82

19

25.3.2019

►M300

UITVOERINGSVERORDENING (EU) 2019/676 VAN DE COMMISSIE van 29 april 2019

L 114

12

30.4.2019

►M301

UITVOERINGSVERORDENING (EU) 2019/677 VAN DE COMMISSIE van 29 april 2019

L 114

15

30.4.2019

►M302

UITVOERINGSVERORDENING (EU) 2019/706 VAN DE COMMISSIE van 7 mei 2019

L 120

11

8.5.2019

►M303

UITVOERINGSVERORDENING (EU) 2019/707 VAN DE COMMISSIE van 7 mei 2019

L 120

16

8.5.2019

►M304

UITVOERINGSVERORDENING (EU) 2019/716 VAN DE COMMISSIE van 30 april 2019

L 122

39

10.5.2019

►M305

UITVOERINGSVERORDENING (EU) 2019/717 VAN DE COMMISSIE van 8 mei 2019

L 122

44

10.5.2019

►M306

UITVOERINGSVERORDENING (EU) 2019/989 VAN DE COMMISSIE van 17 juni 2019

L 160

11

18.6.2019

►M307

UITVOERINGSVERORDENING (EU) 2019/1085 VAN DE COMMISSIE van 25 juni 2019

L 171

110

26.6.2019

►M308

UITVOERINGSVERORDENING (EU) 2019/1090 VAN DE COMMISSIE van 26 juni 2019

L 173

39

27.6.2019

►M309

UITVOERINGSVERORDENING (EU) 2019/1100 VAN DE COMMISSIE van 27 juni 2019

L 175

17

28.6.2019

►M310

UITVOERINGSVERORDENING (EU) 2019/1101 VAN DE COMMISSIE van 27 juni 2019

L 175

20

28.6.2019

►M311

UITVOERINGSVERORDENING (EU) 2019/1137 VAN DE COMMISSIE van 3 juli 2019

L 180

3

4.7.2019

►M312

UITVOERINGSVERORDENING (EU) 2019/1138 VAN DE COMMISSIE van 3 juli 2019

L 180

8

4.7.2019

►M313

UITVOERINGSVERORDENING (EU) 2019/1589 VAN DE COMMISSIE van 26 september 2019

L 248

24

27.9.2019

►M314

UITVOERINGSVERORDENING (EU) 2019/1605 VAN DE COMMISSIE van 27 september 2019

L 250

49

30.9.2019

►M315

UITVOERINGSVERORDENING (EU) 2019/1606 VAN DE COMMISSIE van 27 september 2019

L 250

53

30.9.2019

►M316

UITVOERINGSVERORDENING (EU) 2019/1675 VAN DE COMMISSIE van 4 oktober 2019

L 257

6

8.10.2019

►M317

UITVOERINGSVERORDENING (EU) 2019/1690 VAN DE COMMISSIE van 9 oktober 2019

L 259

2

10.10.2019

M318

UITVOERINGSVERORDENING (EU) 2019/2094 VAN DE COMMISSIE van 29 november 2019

L 317

102

9.12.2019

►M319

UITVOERINGSVERORDENING (EU) 2020/17 VAN DE COMMISSIE van 10 januari 2020

L 7

11

13.1.2020

►M320

UITVOERINGSVERORDENING (EU) 2020/18 VAN DE COMMISSIE van 10 januari 2020

L 7

14

13.1.2020

►M321

UITVOERINGSVERORDENING (EU) 2020/23 VAN DE COMMISSIE van 13 januari 2020

L 8

8

14.1.2020

►M322

UITVOERINGSVERORDENING (EU) 2020/421 VAN DE COMMISSIE van 18 maart 2020

L 84

7

20.3.2020

►M323

UITVOERINGSVERORDENING (EU) 2020/616 VAN DE COMMISSIE van 5 mei 2020

L 143

1

6.5.2020

►M324

UITVOERINGSVERORDENING (EU) 2020/617 VAN DE COMMISSIE van 5 mei 2020

L 143

6

6.5.2020

►M325

UITVOERINGSVERORDENING (EU) 2020/642 VAN DE COMMISSIE van 12 mei 2020

L 150

134

13.5.2020

►M326

UITVOERINGSVERORDENING (EU) 2020/646 VAN DE COMMISSIE van 13 mei 2020

L 151

3

14.5.2020

►M327

UITVOERINGSVERORDENING (EU) 2020/653 VAN DE COMMISSIE van 14 mei 2020

L 152

1

15.5.2020

►M328

UITVOERINGSVERORDENING (EU) 2020/869 VAN DE COMMISSIE van 24 juni 2020

L 201

7

25.6.2020

►M329

UITVOERINGSVERORDENING (EU) 2020/892 VAN DE COMMISSIE van 29 juni 2020

L 206

5

30.6.2020

►M330

UITVOERINGSVERORDENING (EU) 2020/968 VAN DE COMMISSIE van 3 juli 2020

L 213

7

6.7.2020

►M331

UITVOERINGSVERORDENING (EU) 2020/1003 VAN DE COMMISSIE van 9 juli 2020

L 221

127

10.7.2020

►M332

UITVOERINGSVERORDENING (EU) 2020/1004 VAN DE COMMISSIE van 9 juli 2020

L 221

133

10.7.2020

►M333

UITVOERINGSVERORDENING (EU) 2020/1018 VAN DE COMMISSIE van 13 juli 2020

L 225

9

14.7.2020

►M334

UITVOERINGSVERORDENING (EU) 2020/1160 VAN DE COMMISSIE van 5 augustus 2020

L 257

29

6.8.2020

►M335

UITVOERINGSVERORDENING (EU) 2020/1246 VAN DE COMMISSIE van 2 september 2020

L 288

18

3.9.2020

►M336

UITVOERINGSVERORDENING (EU) 2020/1263 VAN DE COMMISSIE van 10 september 2020

L 297

1

11.9.2020

►M337

UITVOERINGSVERORDENING (EU) 2020/1276 VAN DE COMMISSIE van 11 september 2020

L 300

32

14.9.2020

►M338

UITVOERINGSVERORDENING (EU) 2020/1280 VAN DE COMMISSIE van 14 september 2020

L 301

4

15.9.2020

►M339

UITVOERINGSVERORDENING (EU) 2020/1293 VAN DE COMMISSIE van 15 september 2020

L 302

24

16.9.2020

►M340

UITVOERINGSVERORDENING (EU) 2020/1498 VAN DE COMMISSIE van 15 oktober 2020

L 342

5

16.10.2020

►M341

UITVOERINGSVERORDENING (EU) 2020/1511 VAN DE COMMISSIE van 16 oktober 2020

L 344

18

19.10.2020

►M342

UITVOERINGSVERORDENING (EU) 2020/1643 VAN DE COMMISSIE van 5 november 2020

L 370

18

6.11.2020

►M343

UITVOERINGSVERORDENING (EU) 2020/2007 VAN DE COMMISSIE van 8 december 2020

L 414

10

9.12.2020

►M344

UITVOERINGSVERORDENING (EU) 2020/2087 VAN DE COMMISSIE van 14 december 2020

L 423

50

15.12.2020

►M345

UITVOERINGSVERORDENING (EU) 2020/2101 VAN DE COMMISSIE van 15 december 2020

L 425

79

16.12.2020

►M346

UITVOERINGSVERORDENING (EU) 2020/2104 VAN DE COMMISSIE van 15 december 2020

L 425

93

16.12.2020

►M347

UITVOERINGSVERORDENING (EU) 2020/2105 VAN DE COMMISSIE van 15 december 2020

L 425

96

16.12.2020

►M348

UITVOERINGSVERORDENING (EU) 2021/52 VAN DE COMMISSIE van 22 januari 2021

L 23

13

25.1.2021

►M349

UITVOERINGSVERORDENING (EU) 2021/81 VAN DE COMMISSIE van 27 januari 2021

L 29

12

28.1.2021

►M350

UITVOERINGSVERORDENING (EU) 2021/129 VAN DE COMMISSIE van 3 februari 2021

L 40

11

4.2.2021

►M351

UITVOERINGSVERORDENING (EU) 2021/134 VAN DE COMMISSIE van 4 februari 2021

L 42

4

5.2.2021

►M352

UITVOERINGSVERORDENING (EU) 2021/413 VAN DE COMMISSIE van 8 maart 2021

L 81

32

9.3.2021

►M353

UITVOERINGSVERORDENING (EU) 2021/427 VAN DE COMMISSIE van 10 maart 2021

L 84

21

11.3.2021


Gerectificeerd bij:




▼B

UITVOERINGSVERORDENING (EU) Nr. 540/2011 VAN DE COMMISSIE

van 25 mei 2011

tot uitvoering van Verordening (EG) nr. 1107/2009 van het Europees Parlement en de Raad wat de lijst van goedgekeurde werkzame stoffen betreft

(Voor de EER relevante tekst)



▼M1

Artikel 1

De werkzame stoffen, vermeld in deel A van de bijlage, worden geacht te zijn goedgekeurd uit hoofde van Verordening (EG) nr. 1107/2009.

▼M166

De uit hoofde van Verordening (EG) nr. 1107/2009 goedgekeurde werkzame stoffen worden vermeld in deel B van de bijlage. De uit hoofde van Verordening (EG) nr. 1107/2009 goedgekeurde basisstoffen worden vermeld in deel C van de bijlage. De uit hoofde van Verordening (EG) nr. 1107/2009 goedgekeurde werkzame stoffen met een laag risico worden vermeld in deel D van de bijlage. De uit hoofde van Verordening (EG) nr. 1107/2009 goedgekeurde werkzame stoffen die in aanmerking komen om te worden vervangen, worden vermeld in deel E van de bijlage.

▼B

Artikel 2

Deze verordening treedt in werking op de dag na die van de bekendmaking ervan in het Publicatieblad van de Europese Unie.

Zij is van toepassing met ingang van 14 juni 2011.

Deze verordening is verbindend in al haar onderdelen en is rechtstreeks toepasselijk in elke lidstaat.




▼M110

BIJLAGE WERKZAME STOFFEN

▼M1

DEEL A

Werkzame stoffen die geacht worden te zijn goedgekeurd uit hoofde van Verordening (EG) nr. 1107/2009

Voor alle in dit deel vermelde stoffen geldende algemene bepalingen:

▼B

Voor de toepassing voor elke stof van de in artikel 29, lid 6, van Verordening (EG) nr. 1107/2009 bedoelde uniforme beginselen moet rekening worden gehouden met de conclusies van het evaluatieverslag over de betrokken stof, en met name met de aanhangsels I en II daarvan.
De lidstaten houden alle evaluatieverslagen (met uitzondering van de vertrouwelijke informatie als bedoeld in artikel 63 van Verordening (EG) nr. 1107/2009) voor raadpleging ter beschikking van alle belangstellende partijen die daarom verzoeken.



Nummer

Benaming, identificatienummers

IUPAC-benaming

Zuiverheid (1)

Datum van goedkeuring

Geldigheidsduur

Specifieke bepalingen

▼M6 —————

▼M4 —————

▼M18 —————

▼M13 —————

▼M5 —————

▼M8 —————

▼M169 —————

▼M3 —————

▼M181 —————

▼M162 —————

▼M253 —————

▼M170 —————

▼M155 —————

▼M182 —————

▼M280 —————

▼M148 —————

▼M198 —————

▼M136 —————

▼M233 —————

▼M175 —————

▼M22

21

Cyclanilide

CAS-nr. 113136-77-9

CIPAC-nr. 586

Niet beschikbaar

960 g/kg

1 november 2001

31 oktober 2011

Mag alleen worden toegelaten voor gebruik als plantengroeiregulator.

Het maximumgehalte van de onzuiverheid 2,4-dichlooraniline (2,4-DCA) in de werkzame stof, zoals vervaardigd, bedraagt 1 g/kg.

Datum waarop het Permanent Plantenziektekundig Comité het evaluatieverslag heeft afgerond: 29 juni 2001.

▼M152 —————

▼M279 —————

▼M173 —————

▼M244 —————

▼M191 —————

▼M161 —————

▼M183 —————

▼M193 —————

▼M171 —————

▼M205 —————

▼M150 —————

▼M24

33

Cinidon-ethyl

CAS-nr. 142891-20-1

CIPAC-nr. 598

(Z)-ethyl 2-chloor-3-[2-chloor-5-(cyclohex-1-een-1,2-dicarboximido)fenyl] acrylaat

940 g/kg

1 oktober 2002

30 september 2012

De stof mag alleen worden toegelaten voor gebruik als herbicide.

Voor de toepassing van de in artikel 29, lid 6, van Verordening (EG) nr. 1107/2009 bedoelde uniforme beginselen moet rekening worden gehouden met de conclusies van het evaluatieverslag over cinidon-ethyl (met name de aanhangsels I en II) dat op 19 april 2002 door het Permanent Comité voor de voedselketen en de diergezondheid is afgerond. Bij deze algemene beoordeling moeten de lidstaten:

— bijzondere aandacht besteden aan de mogelijke verontreiniging van het grondwater, wanneer de werkzame stof wordt gebruikt in qua bodemgesteldheid (bv. grond met neutrale of hoge pH-waarden) en/of klimaat kwetsbare gebieden;

— bijzondere aandacht besteden aan de bescherming van in het water levende organismen.

De toelatingsvoorwaarden moeten waar nodig ook risicobeperkende maatregelen omvatten.

▼M215 —————

▼B

35

Famoxadone

CAS-nr.: 131807-57-3

CIPAC-nr.: 594

3-anilino-5-methyl-5-(4-fenoxyfenyl)-1,3-oxazolidine-2,4-dion

960 g/kg

1 oktober 2002

►M328 30 juni 2021

Mag alleen worden toegelaten voor gebruik als fungicide.

Voor de toepassing van de in artikel 29, lid 6, van Verordening (EG) nr. 1107/2009 bedoelde uniforme beginselen moet rekening worden gehouden met de conclusies van het evaluatieverslag over famoxadone, en met name de aanhangsels I en II, dat op 19 april 2002 door het Permanent Comité voor de voedselketen en de diergezondheid is goedgekeurd. Bij deze algemene beoordeling moeten de lidstaten:

— bijzondere aandacht besteden aan de mogelijke chronische risico's van de moederstof of van metabolieten voor regenwormen;

— bijzondere aandacht besteden aan de bescherming van in het water levende organismen, en ervoor zorgen dat de toelatingsvoorwaarden waar nodig ook risicobeperkende maatregelen omvatten;

— bijzondere aandacht besteden aan de bescherming van toedieners.

▼M159 —————

▼M324 —————

▼M190 —————

▼B

39

Flumioxazine

CAS-nr.: 103361-09-7

CIPAC-nr.: 578

N-(7-fluor-3,4-dihydro-3-oxo-4-prop-2-ynyl-2H-1,4-benzoxazine-6-yl)cyclohex-1-een-1,2-dicarboximide

960 g/kg

1 januari 2003

►M328 30 juni 2021

Mag alleen worden toegelaten voor gebruik als herbicide.

Voor de toepassing van de in artikel 29, lid 6, van Verordening (EG) nr. 1107/2009 bedoelde uniforme beginselen moet rekening worden gehouden met de conclusies van het evaluatieverslag over flumioxazine, en met name de aanhangsels I en II, dat op 28 juni 2002 door het Permanent Comité voor de voedselketen en de diergezondheid is goedgekeurd. Bij deze algemene beoordeling moeten de lidstaten:

— het risico voor waterplanten en algen zorgvuldig onderzoeken. De toelatingsvoorwaarden moeten waar nodig ook risicobeperkende maatregelen omvatten.

40

Deltamethrin

CAS-nr.: 52918-63-5

CIPAC-nr.: 333

(S)-α-cyaan-3-fenoxybenzyl-(1R,3R)-3-(2,2-dibroomvinyl)-2,2-dimethylcyclopropaancarboxylaat

980 g/kg

1 november 2003

►M341 31 oktober 2021

De stof mag alleen worden toegestaan voor gebruik als insecticide.

Voor de toepassing van de in artikel 29, lid 6, van Verordening (EG) nr. 1107/2009 bedoelde uniforme beginselen moet rekening worden gehouden met de conclusies van het evaluatieverslag over deltamethrin, met name de aanhangsels I en II, dat op 18 oktober 2002 door het Permanent Plantenziektekundig Comité is goedgekeurd. Bij deze algemene beoordeling moeten de lidstaten:

— in het bijzonder aandacht besteden aan de veiligheid van degene die de stof toepast en ervoor zorgen dat in de voorwaarden voor de toelating adequate beschermingsmaatregelen zijn opgenomen;

— de situatie inzake de acute blootstelling van de consument via de voeding volgen met het oog op toekomstige herzieningen van de maximumresidugehalten;

— in het bijzonder aandacht besteden aan de bescherming van waterorganismen, bijen en geleedpotigen die niet tot de doelsoorten behoren, en ervoor zorgen dat in de voorwaarden voor toelating, waar nodig, risicobeperkende maatregelen zijn opgenomen.

▼M239 —————

▼M265 —————

▼B

43

Ethoxysulfuron

CAS-nr.: 126801-58-9

CIPAC-nr.: 59119

3-(4,6-dimethoxypyrimidine-2-yl)-1-(2-ethoxyfenoxy-sulfonyl)ureum

950 g/kg

1 juli 2003

30 juni 2013

De stof mag alleen worden toegestaan voor gebruik als herbicide.

Voor de toepassing van de in artikel 29, lid 6, van Verordening (EG) nr. 1107/2009 bedoelde uniforme beginselen moet rekening worden gehouden met de conclusies van het evaluatieverslag over ethoxysulfuron, inzonderheid de aanhangsels I en II, dat op 3 december 2002 door het Permanent Comité voor de voedselketen en de diergezondheid is goedgekeurd.

De lidstaten moeten bijzondere aandacht besteden aan de bescherming van niet tot de doelsoorten behorende waterplanten en algen in afwateringskanalen. Indien nodig moeten risicoverlagende maatregelen worden toegepast.

▼M323 —————

▼B

45

Oxadiargyl

CAS-nr.: 39807-15-3

CIPAC-nr.: 604

5-tert-butyl-3-(2,4-dichloor-5-propargyloxyfenyl)-1,3,4-oxadiazool-2-(3H)-on

980 g/kg

1 juli 2003

30 juni 2013

De stof mag alleen worden toegestaan voor gebruik als herbicide.

Voor de toepassing van de in artikel 29, lid 6, van Verordening (EG) nr. 1107/2009 bedoelde uniforme beginselen moet rekening worden gehouden met de conclusies van het evaluatieverslag over oxadiargyl, inzonderheid de aanhangsels I en II, dat op 3 december 2002 door het Permanent Comité voor de voedselketen en de diergezondheid is goedgekeurd.

Bij deze algemene beoordeling moeten de lidstaten bijzondere aandacht besteden aan de bescherming van algen en waterplanten. Indien nodig moeten risicoverlagende maatregelen worden toegepast.

46

Cyazofamide

CAS-nr.: 120116-88-3

CIPAC-nr.: 653

4-chloor-2-cyaan-N,N-dimethyl-5-p-tolylimidazool-1-sulfonamide

935 g/kg

1 juli 2003

►M328 31 juli 2021

De stof mag alleen worden toegestaan voor gebruik als fungicide.

Voor de toepassing van de in artikel 29, lid 6, van Verordening (EG) nr. 1107/2009 bedoelde uniforme beginselen moet rekening worden gehouden met de conclusies van het evaluatieverslag over cyazofamide, inzonderheid de aanhangsels I en II, dat op 3 december 2002 door het Permanent Comité voor de voedselketen en de diergezondheid is goedgekeurd. Bij deze algemene beoordeling:

— moeten de lidstaten bijzondere aandacht besteden aan de bescherming van waterorganismen;

— moeten de lidstaten bijzondere aandacht besteden aan de afbraakkinetiek van de metaboliet CTCA in de bodem, vooral in Noord-Europa.

Indien nodig moeten risicoverlagende maatregelen of gebruiksrestricties worden toegepast.

▼M232 —————

▼M329 —————

▼B

49

Cyfluthrin

CAS-nr.: 68359-37-5 (onbepaalde stereochemie)

CIPAC-nr.: 385

(RS)-α-cyaan-4-fluor-3-fenoxybenzyl-(1RS,3RS;1RS,3SR)-3-(2,2-dichloorvinyl)-2,2-dimethylcyclopropaancarboxylaat

920 g/kg

1 januari 2004

31 december 2013

De stof mag alleen worden toegestaan voor gebruik als insecticide.

Voor ander gebruik dan bij sierplanten in kassen en bij zaadbehandeling bestaat momenteel geen adequate basis en voor dit gebruik is niet aangetoond dat de criteria van de in artikel 29, lid 6, van Verordening (EG) nr. 1107/2009 bedoelde uniforme beginselen worden nageleefd. Ter ondersteuning van de toelating van deze vormen van gebruik moeten gegevens en inlichtingen worden verzameld en aan de lidstaten worden voorgelegd als bewijs dat deze gebruiksvormen aanvaardbaar zijn voor menselijke consumptie en uit milieuoogpunt. Dit geldt met name voor gegevens voor de nauwkeurige beoordeling van de risico's die verbonden zijn aan het gebruik van cyfluthrin op bladeren in de open lucht en aan de opname via de voeding in het geval van behandeling van de bladeren van eetbare gewassen.

Voor de toepassing van de uniforme beginselen moet rekening worden gehouden met de conclusies van het evaluatieverslag over cyfluthrin, inzonderheid de aanhangsels I en II, dat op 3 december 2002 door het Permanent Comité voor de voedselketen en de diergezondheid is goedgekeurd. Bij deze algemene beoordeling moeten de lidstaten bijzondere aandacht besteden aan de bescherming van geleedpotigen die niet tot de doelsoorten behoren. De toelatingsvoorwaarden moeten adequate risicobeperkende maatregelen omvatten.

▼M243 —————

▼M201 —————

▼M234 —————

▼M227 —————

▼M251 —————

▼M260 —————

▼B

56

Mecoprop

CAS-nr.: 7085-19-0

CIPAC-nr.: 51

(RS)-2-(4-chloor-o-tolyloxy)propionzuur

930 g/kg

1 juni 2004

31 mei 2014

De stof mag alleen worden toegelaten voor gebruik als herbicide.

Voor de toepassing van de in artikel 29, lid 6, van Verordening (EG) nr. 1107/2009 bedoelde uniforme beginselen moet rekening worden gehouden met de conclusies van het evaluatieverslag over mecoprop, inzonderheid de aanhangsels I en II, dat op 15 april 2003 door het Permanent Comité voor de voedselketen en de diergezondheid is goedgekeurd. Bij deze algemene beoordeling moeten de lidstaten:

— bijzondere aandacht besteden aan de mogelijke verontreiniging van het grondwater, wanneer de werkzame stof wordt gebruikt in qua bodemgesteldheid en/of klimatologische omstandigheden kwetsbare gebieden. De toelatingsvoorwaarden moeten, indien nodig, risicobeperkende maatregelen omvatten;

— bijzondere aandacht besteden aan de bescherming van geleedpotigen die niet tot de doelsoorten behoren. Waar nodig moeten risicobeperkende maatregelen worden toegepast.

57

Mecoprop-P

CAS-nr.: 16484-77-8

CIPAC-nr.: 475

(R)-2-(4-chloor-o-tolyloxy)propionzuur

860 g/kg

1 juni 2004

►M348 31 januari 2022

De stof mag alleen worden toegelaten voor gebruik als herbicide.

Voor de toepassing van de in artikel 29, lid 6, van Verordening (EG) nr. 1107/2009 bedoelde uniforme beginselen moet rekening worden gehouden met de conclusies van het evaluatieverslag over mecoprop-P, inzonderheid de aanhangsels I en II, dat op 15 april 2003 door het Permanent Comité voor de voedselketen en de diergezondheid is goedgekeurd. Bij deze algemene beoordeling moeten de lidstaten:

— bijzondere aandacht besteden aan de mogelijke verontreiniging van het grondwater, wanneer de werkzame stof wordt gebruikt in qua bodemgesteldheid en/of klimatologische omstandigheden kwetsbare gebieden. De toelatingsvoorwaarden moeten, indien nodig, risicobeperkende maatregelen omvatten.

▼M282 —————

▼M267 —————

▼M268 —————

▼M214 —————

▼M266 —————

▼M305 —————

▼M287 —————

▼B

65

Flufenacet

CAS-nr.: 142459-58-3

CIPAC-nr.: 588

4′-fluor-N-isopropyl-2-[5-(trifluormethyl)-1,3,4-thiadiazool-2-yloxy]aceetanilide

950 g/kg

1 januari 2004

►M341 31 oktober 2021

De stof mag alleen worden toegelaten voor gebruik als herbicide.

Voor de toepassing van de in artikel 29, lid 6, van Verordening (EG) nr. 1107/2009 bedoelde uniforme beginselen moet rekening worden gehouden met de conclusies van het evaluatieverslag over flufenacet, inzonderheid de aanhangsels I en II, dat op 4 juli 2003 door het Permanent Comité voor de voedselketen en de diergezondheid is goedgekeurd. Bij deze algemene evaluatie moeten de lidstaten:

— bijzondere aandacht besteden aan de bescherming van het grondwater, wanneer de werkzame stof wordt gebruikt in qua bodemgesteldheid en/of klimatologische omstandigheden kwetsbare gebieden;

— bijzondere aandacht besteden aan de bescherming van algen en waterplanten;

— bijzondere aandacht besteden aan de bescherming van toepassers.

Zo nodig moeten risicobeperkende maatregelen worden toegepast.

▼M207 —————

▼M311 —————

▼M231 —————

▼B

69

Fosthiazaat

CAS-nr.: 98886-44-3

CIPAC-nr.: 585

(RS)-S-sec-butyl-O-ethyl-2-oxo-1,3-thiazolidine-3-ylfosfonothioaat

930 g/kg

1 januari 2004

►M341 31 oktober 2021

De stof mag alleen worden toegelaten voor gebruik als insecticide of nematicide.

Voor de toepassing van de in artikel 29, lid 6, van Verordening (EG) nr. 1107/2009 bedoelde uniforme beginselen moet rekening worden gehouden met de conclusies van het evaluatieverslag over fosthiazaat, met name de aanhangsels I en II, dat op 4 juli 2003 door het Permanent Comité voor de voedselketen en de diergezondheid is goedgekeurd. Bij deze algehele evaluatie moeten de lidstaten:

— bijzondere aandacht besteden aan de bescherming van het grondwater, wanneer de werkzame stof wordt gebruikt in qua bodemgesteldheid en/of klimatologische omstandigheden kwetsbare gebieden;

— bijzondere aandacht besteden aan de bescherming van vogels en in het wild levende zoogdieren, met name wanneer de stof gedurende het voortplantingsseizoen wordt toegepast;

— bijzondere aandacht besteden aan de bescherming van bodemorganismen die niet tot de doelsoorten behoren.

Zo nodig moeten risicobeperkende maatregelen worden toegepast. Om het potentiële risico voor kleine vogels te beperken, moeten de producttoelatingen voorschrijven dat een zeer hoog niveau van inwerking van de korrels in de bodem wordt bereikt.

De lidstaten stellen de Commissie overeenkomstig artikel 38 van Verordening (EG) nr. 1107/2009 in kennis van de specificatie van het technische materiaal zoals commercieel vervaardigd.

▼M259 —————

▼M222 —————

▼B

72

Molinaat

CAS-nr.: 2212-67-1

CIPAC-nr.: 235

S-ethylazepaan-1-carbothioaat;

S-ethylperhydroazepine-1-carbothioaat;

S-ethylperhydroazepine-1-thiocarboxylaat

950 g/kg

1 augustus 2004

31 juli 2014

De stof mag alleen worden toegelaten voor gebruik als herbicide.

Voor de toepassing van de in artikel 29, lid 6, van Verordening (EG) nr. 1107/2009 bedoelde uniforme beginselen moet rekening worden gehouden met de conclusies van het evaluatieverslag over molinaat, inzonderheid de aanhangsels I en II, dat op 4 juli 2003 door het Permanent Comité voor de voedselketen en de diergezondheid is goedgekeurd. Bij deze algemene beoordeling moeten de lidstaten:

— bijzondere aandacht besteden aan de mogelijke verontreiniging van het grondwater wanneer de werkzame stof wordt gebruikt in qua bodemgesteldheid en/of klimatologische omstandigheden kwetsbare gebieden. De toelatingsvoorwaarden moeten, indien nodig, risicobeperkende maatregelen omvatten;

— bijzondere aandacht besteden aan de mogelijkheid dat de stof zich over korte afstand in de lucht kan verplaatsen.

▼M278 —————

▼B

74

Ziram

CAS-nr.: 137-30-4

CIPAC-nr.: 31

zinkbis(dimethyldithiocarbamaat)

950 g/kg (FAO-specificatie)

Arsenicum: max. 250 mg/kg

Water: max. 1,5 %

1 augustus 2004

►M322 30 april 2021

De stof mag alleen worden toegelaten voor gebruik als fungicide en als afstotend middel.

Voor de toepassing van de in artikel 29, lid 6, van Verordening (EG) nr. 1107/2009 bedoelde uniforme beginselen moet rekening worden gehouden met de conclusies van het evaluatieverslag over ziram, inzonderheid de aanhangsels I en II, dat op 4 juli 2003 door het Permanent Comité voor de voedselketen en de diergezondheid is goedgekeurd. Bij deze algemene beoordeling moeten de lidstaten:

— bijzondere aandacht besteden aan de bescherming van geleedpotigen die niet tot de doelsoorten behoren en van waterorganismen. Indien nodig, moeten risicobeperkende maatregelen worden toegepast;

— aandacht besteden aan de acute blootstelling van de consument via de voeding, met het oog op latere herzieningen van de maximumresidugehalten.

▼M216 —————

▼M228 —————

▼M258 —————

▼M306 —————

▼M226 —————

▼M218 —————

▼B

81

Pyraclostrobine

CAS-nr.: 175013-18-0

CIPAC-nr.: 657

methyl-N-(2-{[1-(4-chloorfenyl)-1H-pyrazool-3-yl]oxymethyl}fenyl)-N-methoxycarbamaat

975 g/kg

De bij de vervaardiging gevormde onzuiverheid dimethylsulfaat (DMS) wordt uit toxicologisch oogpunt als problematisch beschouwd en moet in het technische product onder 0,0001 gewichtsprocent blijven.

van 1 juni 2004

van ►M348 31 januari 2022

De stof mag alleen worden toegestaan voor gebruik als fungicide of groeiregulator voor planten.

Voor de toepassing van de in artikel 29, lid 6, van Verordening (EG) nr. 1107/2009 bedoelde uniforme beginselen moet rekening worden gehouden met de conclusies van het evaluatieverslag over pyraclostrobine, met name de aanhangsels I en II, dat op 28 november 2003 door het Permanent Comité voor de voedselketen en de diergezondheid is goedgekeurd. Bij deze algehele evaluatie moeten de lidstaten:

— bijzondere aandacht besteden aan de bescherming van in het water levende organismen, met name vissen;

— bijzondere aandacht besteden aan de bescherming van op het land levende geleedpotigen en regenwormen.

Zo nodig moeten risicobeperkende maatregelen worden toegepast.

De lidstaten lichten de Commissie overeenkomstig artikel 38 van Verordening (EG) nr. 1107/2009 in over de specificatie van het technische materiaal als commercieel vervaardigd.

▼M284 —————

▼M317 —————

▼M338 —————

▼M337 —————

▼M309 —————

▼B

87

Ioxynil

CAS-nr.: 13684-83-4

CIPAC-nr.: 86

4-hydroxy-3,5-dijoodbenzonitril

960 g/kg

1 maart 2005

28 februari 2015

De stof mag alleen worden toegelaten voor gebruik als herbicide.

Voor de toepassing van de in artikel 29, lid 6, van Verordening (EG) nr. 1107/2009 bedoelde uniforme beginselen moet rekening worden gehouden met de conclusies van het onderzoeksverslag over ioxynil, en met name met de aanhangsels I en II, dat op 13 februari 2004 door het Permanent Comité voor de voedselketen en de diergezondheid is goedgekeurd. Bij deze algemene beoordeling moeten de lidstaten bijzondere aandacht besteden aan de bescherming van vogels en in het wild levende zoogdieren, in het bijzonder wanneer de stof in de winter wordt toegepast, en van het aquatisch milieu. De toelatingsvoorwaarden moeten, indien nodig, risicobeperkende maatregelen omvatten.

88

Fenmedifam

CAS-nr.: 13684-63-4

CIPAC-nr.: 77

methyl-3-(3-methylcarbaniloyloxy)carbanilaat;

3-methoxycarbonylaminofenyl-3′-methylcarbanilaat

min. 970 g/kg

1 maart 2005

►M328 31 juli 2021

De stof mag alleen worden toegelaten voor gebruik als herbicide.

Voor de toepassing van de in artikel 29, lid 6, van Verordening (EG) nr. 1107/2009 bedoelde uniforme beginselen moet rekening worden gehouden met de conclusies van het onderzoeksverslag over fenmedifam, en met name met de aanhangsels I en II, dat op 13 februari 2004 door het Permanent Comité voor de voedselketen en de diergezondheid is goedgekeurd. Bij deze algemene beoordeling moeten de lidstaten bijzondere aandacht besteden aan de bescherming van het aquatisch milieu. De toelatingsvoorwaarden moeten, indien nodig, risicobeperkende maatregelen omvatten.

89

Pseudomonas chlororaphis

Stam MA 342

CIPAC-nr.: 574

niet van toepassing

de hoeveelheid van de secundaire metaboliet 2,3-deëpoxy-didehydro-rhizoxin (DDR) in het fermentaat moet op het tijdstip van het formuleren van het eindproduct de bepalingsgrens (2 mg/l) niet overschrijden

1 oktober 2004

►M322 30 april 2021

Uitsluitend gebruik als schimmelbestrijdingsmiddel voor zaadontsmetting in gesloten zaadbehandelingsapparatuur mag toegelaten worden.

Bij het verlenen van toelatingen moet rekening worden gehouden met de conclusies van het evaluatieverslag over Pseudomonas chlororaphis, en met name de aanhangsels I en II, dat op 30 maart 2004 door het Permanent Comité voor de voedselketen en de diergezondheid is goedgekeurd.

Bij deze algemene beoordeling moeten de lidstaten bijzondere aandacht besteden aan de veiligheid van gebruikers en werknemers. In voorkomend geval moeten risicobeperkende matregelen worden genomen.

90

Mepanipyrim

CAS-nr.: 110235-47-7

CIPAC-nr.: 611

N-(4-methyl-6-prop-1-ynylpyrimidine-2-yl)aniline

960 g/kg

1 oktober 2004

►M322 30 april 2021

De stof mag alleen worden toegestaan voor gebruik als fungicide.

Voor de toepassing van de in artikel 29, lid 6, van Verordening (EG) nr. 1107/2009 bedoelde uniforme beginselen moet rekening worden gehouden met de conclusies van het evaluatieverslag over mepanipyrim, inzonderheid de aanhangsels I en II, dat op 30 maart 2004 door het Permanent Comité voor de voedselketen en de diergezondheid is goedgekeurd.

Bij deze algemene beoordeling moeten de lidstaten bijzondere aandacht besteden aan de bescherming van waterorganismen. Indien nodig moeten risicoverlagende maatregelen worden toegepast.

▼M247 —————

▼M321 —————

▼M269 —————

▼B

94

Imazosulfuron

CAS-nr.: 122548-33-8

CIPAC-nr.: 590

1-(2-chloorimidazo[1,2-a]pyridine-3-ylsulfonyl)-3-(4,6-dimethoxypyrimidine-2-yl)ureum

≥ 980 g/kg

1 april 2005

►M43 31 juli 2017

De stof mag alleen worden toegelaten voor gebruik als herbicide.

Voor de toepassing van de in artikel 29, lid 6, van Verordening (EG) nr. 1107/2009 bedoelde uniforme beginselen moet rekening worden gehouden met de conclusies van het evaluatieverslag over imazosulfuron, met name de aanhangsels I en II, dat op 8 oktober 2004 door het Permanent Comité voor de voedselketen en de diergezondheid is goedgekeurd.

Bij deze algehele evaluatie moeten de lidstaten bijzondere aandacht besteden aan de bescherming van water- en landplanten die niet tot de doelsoorten behoren. Zo nodig moeten risicoverlagende maatregelen worden toegepast.

▼M246 —————

▼M293 —————

▼B

97

S-metolachloor

CAS-nr.: 87392-12-9

(S-isomeer)

178961-20-1 (R-isomeer)

CIPAC-nr.: 607

mengsel van:

(aRS,1S)-2-chloor-N-(6-ethyl-o-tolyl)-N-(2-methoxy-1-methylethyl)aceetamide (80-100 %)

en

(aRS,1R)-2-chloor-N-(6-ethyl-o-tolyl)-N-(2-methoxy-1-methylethyl)aceetamide (20-0 %)

≥ 960 g/kg

1 april 2005

►M328 31 juli 2021

De stof mag alleen worden toegelaten voor gebruik als herbicide.

Voor de toepassing van de in artikel 29, lid 6, van Verordening (EG) nr. 1107/2009 bedoelde uniforme beginselen moet rekening worden gehouden met de conclusies van het evaluatieverslag over S-metolachloor, met name de aanhangsels I en II, dat op 8 oktober 2004 door het Permanent Comité voor de voedselketen en de diergezondheid is goedgekeurd.

Bij deze algehele evaluatie moeten de lidstaten:

— bijzondere aandacht besteden aan de mogelijke verontreiniging van het grondwater, met name door de werkzame stof en de metabolieten CGA 51202 en CGA 354743, wanneer de werkzame stof wordt gebruikt in qua bodemgesteldheid en/of klimatologische omstandigheden kwetsbare gebieden,

— bijzondere aandacht besteden aan de bescherming van waterplanten.

Zo nodig moeten risicoverlagende maatregelen worden toegepast.

▼M292 —————

▼M347 —————

▼B

100

Tepraloxydim

CAS-nr.: 149979-41-9

CIPAC-nr.: 608

(EZ)-(RS)-2-{1-[(2E)-3-chloorallyloximino]propyl}-3-hydroxy-5-perhydropyran-4-ylcyclohex-2-een-1-on

≥ 920 g/kg

1 juni 2005

►M134 31 mei 2015

De stof mag alleen worden toegestaan voor gebruik als herbicide.

Voor de toepassing van de in artikel 29, lid 6, van Verordening (EG) nr. 1107/2009 bedoelde uniforme beginselen moet rekening worden gehouden met de conclusies van het evaluatieverslag over tepraloxydim, en met name de aanhangsels I en II, dat op 3 december 2004 door het Permanent Comité voor de voedselketen en de diergezondheid is goedgekeurd.

Bij hun algemene evaluatie moeten de lidstaten bijzondere aandacht besteden aan de bescherming van terrestrische geleedpotigen die niet tot de doelsoorten behoren.

Zo nodig moeten risicoverlagende maatregelen worden toegepast.

▼M301 —————

▼B

102

Chloortoluron (niet-gespecificeerde stereochemie)

CAS-nr.: 15545-48-9

CIPAC-nr.: 217

3-(3-chloor-p-tolyl)-1,1-dimethylureum

975 g/kg

1 maart 2006

►M341 31 oktober 2021

DEEL A

Mag alleen worden toegelaten voor gebruik als herbicide

DEEL B

Voor de toepassing van de in artikel 29, lid 6, van Verordening (EG) nr. 1107/2009 bedoelde uniforme beginselen moet rekening worden gehouden met de conclusies van het evaluatieverslag over chloortoluron dat op 15 februari 2005 door het Permanent Comité voor de voedselketen en de diergezondheid is goedgekeurd, en met name met de aanhangsels I en II. Bij deze algemene beoordeling moeten de lidstaten bijzondere aandacht besteden aan de bescherming van het grondwater wanneer de werkzame stof wordt gebruikt in qua bodem of klimaat kwetsbare regio's. De toelatingsvoorwaarden moeten, indien nodig, risicobeperkende maatregelen omvatten

103

Cypermethrin

CAS-nr.: 52315-07-8

CIPAC-nr.: 332

(RS)-α-cyaan-3 fenoxybenzyl-(1RS)-cis, trans-3-(2,2-dichloorvinyl)-2,2-dimethylcyclopropaan-carboxylaat

(4 isomerenparen: cis-1, cis-2, trans-3, trans-4)

900 g/kg

1 maart 2006

►M341 31 oktober 2021

DEEL A

Mag alleen worden toegelaten voor gebruik als insecticide

DEEL B

Voor de toepassing van de in artikel 29, lid 6, van Verordening (EG) nr. 1107/2009 bedoelde uniforme beginselen moet rekening worden gehouden met de conclusies van het evaluatieverslag over cypermethrin dat op 15 februari 2005 door het Permanent Comité voor de voedselketen en de diergezondheid is goedgekeurd, en met name met de aanhangsels I en II. Bij deze algemene beoordeling moeten de lidstaten:

— bijzondere aandacht besteden aan de bescherming van waterorganismen, bijen en geleedpotigen die niet tot de doelsoorten behoren. De toelatingsvoorwaarden moeten, indien nodig, risicobeperkende maatregelen omvatten;

— bijzondere aandacht besteden aan de bescherming van de personen die de stof toepassen. De toelatingsvoorwaarden moeten zo nodig beschermingsmaatregelen omvatten

104

Daminozide

CAS-nr.: 1596-84-5

CIPAC-nr.: 330

N-dimethylaminosuccinamidezuur

990 g/kg

Onzuiverheden:

N-nitrosodimethylamine: maximaal 2,0 mg/kg

— 1,1-dimethylhydrazide: maximaal 30 mg/kg

1 maart 2006

►M341 31 oktober 2021

DEEL A

Mag alleen worden toegelaten voor gebruik als groeiregulator voor niet-eetbare gewassen

DEEL B

Voor de toepassing van de in artikel 29, lid 6, van Verordening (EG) nr. 1107/2009 bedoelde uniforme beginselen moet rekening worden gehouden met de conclusies van het evaluatieverslag over daminozide dat op 15 februari 2005 door het Permanent Comité voor de voedselketen en de diergezondheid is goedgekeurd, en met name met de aanhangsels I en II. Bij deze algemene beoordeling moeten de lidstaten bijzondere aandacht besteden aan de veiligheid van de toepassers en de werknemers na de toepassing (re-entry). De toelatingsvoorwaarden moeten zo nodig beschermingsmaatregelen omvatten

▼M340 —————

▼M283 —————

▼B

107

MCPA

CAS-nr.: 94-74-6

CIPAC-nr.: 2

4-chloor-o-tolyloxyazijnzuur

≥ 930 g/kg

1 mei 2006

►M341 31 oktober 2021

DEEL A

De stof mag alleen worden toegestaan voor gebruik als herbicide

DEEL B

Voor de toepassing van de in artikel 29, lid 6, van Verordening (EG) nr. 1107/2009 bedoelde uniforme beginselen moet rekening worden gehouden met de conclusies van het onderzoeksverslag over MCPA, en met name met de aanhangsels I en II, dat op 15 april 2005 door het Permanent Comité voor de voedselketen en de diergezondheid is goedgekeurd

De lidstaten moeten bijzondere aandacht besteden aan mogelijke verontreiniging van het grondwater wanneer de werkzame stof wordt gebruikt in qua bodemgesteldheid en/of klimatologische omstandigheden kwetsbare gebieden. De toelatingsvoorwaarden moeten, indien nodig, risicobeperkende maatregelen omvatten

De lidstaten moeten bijzondere aandacht besteden aan de bescherming van waterorganismen en ervoor zorgen dat de toelatingsvoorwaarden, indien nodig, risicobeperkende maatregelen omvatten, zoals bufferzones

108

MCPB

CAS-nr.: 94-81-5

CIPAC-nr.: 50

4-(4-chloor-o-tolyloxy)boterzuur

≥ 920 g/kg

1 mei 2006

►M341 31 oktober 2021

DEEL A

De stof mag alleen worden toegestaan voor gebruik als herbicide

DEEL B

Voor de toepassing van de in artikel 29, lid 6, van Verordening (EG) nr. 1107/2009 bedoelde uniforme beginselen moet rekening worden gehouden met de conclusies van het onderzoeksverslag over MCPB, en met name met de aanhangsels I en II, dat op 15 april 2005 door het Permanent Comité voor de voedselketen en de diergezondheid is goedgekeurd

De lidstaten moeten bijzondere aandacht besteden aan mogelijke verontreiniging van het grondwater wanneer de werkzame stof wordt gebruikt in qua bodemgesteldheid en/of klimatologische omstandigheden kwetsbare gebieden. De toelatingsvoorwaarden moeten, indien nodig, risicobeperkende maatregelen omvatten

De lidstaten moeten bijzondere aandacht besteden aan de bescherming van waterorganismen en ervoor zorgen dat de toelatingsvoorwaarden, indien nodig, risicobeperkende maatregelen omvatten, zoals bufferzones

109

Bifenazaat

CAS-nr.: 149877-41-8

CIPAC-nr.: 736

isopropyl-2-(4-methoxybifenyl-3-yl) hydrazinoformiaat

≥ 950 g/kg

1 december 2005

►M328 31 juli 2021

DEEL A

De stof mag alleen worden toegelaten voor gebruik als acaricide.

DEEL B

Bij het beoordelen van aanvragen voor toelating van gewasbeschermingsmiddelen die bifenazaat bevatten voor ander gebruik dan op siergewassen in broeikassen, moeten de lidstaten speciale aandacht besteden aan de criteria in artikel 4, lid 3, van Verordening (EG) nr. 1107/2009 en erop toezien dat de vereiste informatie en gegevens worden verstrekt voordat de toelating wordt verleend.

Voor de toepassing van de in artikel 29, lid 6, van Verordening (EG) nr. 1107/2009 bedoelde uniforme beginselen moet rekening worden gehouden met de conclusies van het evaluatieverslag over bifenazaat, met name de aanhangsels I en II, dat op 3 juni 2005 door het Permanent Comité voor de voedselketen en de diergezondheid is goedgekeurd.

110

Milbemectin

Milbemectin is een mengsel van M.A3 en M.A4

CAS-nr.

M.A3: 51596-10-2

M.A4: 51596-11-3

CIPAC-nr.: 660

M.A3: (10E,14E,16E,22Z)-(1R,4S,5′S,6R,6′R,8R,13R,20R,21R,24S)-21,24-dihydroxy-5′,6′,11,13,22-pentamethyl-3,7,19-trioxatetracyclo[15.6.1.14,8.020,24]pentacosa-10,14,16,22-tetraeen-6-spiro-2′-tetrahydropyran-2-on

M.A4: (10E,14E,16E,22Z)-(1R,4S,5′S,6R,6′R,8R,13R,20R,21R,24S)-6′-ethyl-21,24-dihydroxy-5′,11,13,22-tetramethyl-3,7,19-trioxatetracyclo[15.6.1. 14,8020,24]pentacosa-10,14,16,22-tetraeen-6-spiro-2′-tetrahydropyran-2-on

≥ 950 g/kg

1 december 2005

►M328 31 juli 2021

DEEL A

Mag alleen worden toegelaten voor gebruik als acaricide of insecticide.

DEEL B

Voor de toepassing van de in artikel 29, lid 6, van Verordening (EG) nr. 1107/2009 bedoelde uniforme beginselen moet rekening worden gehouden met de conclusies van het onderzoeksverslag over milbemectin, met name de aanhangsels I en II, dat op 3 juni 2005 door het Permanent Comité voor de voedselketen en de diergezondheid is goedgekeurd.

Bij deze algemene beoordeling moeten de lidstaten bijzondere aandacht besteden aan de bescherming van waterorganismen.

Zo nodig moeten risicoverlagende maatregelen worden toegepast.

▼M320 —————

▼M319 —————

▼B

113

Maneb

CAS-nr. 12427-38-2

CIPAC-nr. 61

mangaanethyleenbis (dithiocarbamaat) (polymeer)

≥ 860 g/kg

De onzuiverheid ethyleenthioüreum wordt uit toxicologisch oogpunt als problematisch beschouwd en mag niet meer bedragen dan 0,5 % van het manebgehalte.

1 juli 2006

►M197 31 januari 2017

DEEL A

De stof mag alleen worden toegestaan voor gebruik als fungicide.

DEEL B

Voor de toepassing van de in artikel 29, lid 6, van Verordening (EG) nr. 1107/2009 bedoelde uniforme beginselen moet rekening worden gehouden met de conclusies van het evaluatieverslag over maneb dat op 3 juni 2005 door het Permanent Comité voor de voedselketen en de diergezondheid is goedgekeurd, en met name met de aanhangsels I en II.

De lidstaten moeten bijzondere aandacht besteden aan de mogelijke verontreiniging van het grondwater, wanneer de werkzame stof wordt gebruikt in qua bodemgesteldheid en/of klimatologische omstandigheden kwetsbare gebieden.

De lidstaten moeten bijzondere aandacht besteden aan de residuen in levensmiddelen en de inname via de voeding door de consumenten evalueren.

De lidstaten moeten bijzondere aandacht besteden aan de bescherming van vogels, zoogdieren, in het water levende organismen en niet tot de doelsoorten behorende geleedpotigen, en moeten ervoor zorgen dat risicobeperkende maatregelen deel uitmaken van de toelatingsvoorwaarden.

De lidstaten verzoeken om aanvullende studies ter bevestiging van de risicobeoordeling voor vogels en zoogdieren en voor ontwikkelingstoxiciteit.

Zij dragen er zorg voor dat dergelijke studies binnen twee jaar na de goedkeuring bij de Commissie worden ingediend door kennisgevers die om opneming van maneb in deze bijlage hebben verzocht.

▼M344 —————

▼B

115

Metiram

CAS-nr. 9006-42-2

CIPAC-nr. 478

zinkammoniaat-ethyleenbis(dithiocarbamaat) — poly[ethyleenbis(thiuramdisulfide)]

≥ 840 g/kg

De onzuiverheid ethyleenthioüreum wordt uit toxicologisch oogpunt als problematisch beschouwd en mag niet meer bedragen dan 0,5 % van het metiramgehalte.

1 juli 2006

►M348 31 januari 2022

DEEL A

De stof mag alleen worden toegestaan voor gebruik als fungicide.

DEEL B

Voor de toepassing van de in artikel 29, lid 6, van Verordening (EG) nr. 1107/2009 bedoelde uniforme beginselen moet rekening worden gehouden met de conclusies van het evaluatieverslag over metiram dat op 3 juni 2005 door het Permanent Comité voor de voedselketen en de diergezondheid is goedgekeurd, en met name met de aanhangsels I en II.

De lidstaten moeten bijzondere aandacht besteden aan de mogelijke verontreiniging van het grondwater, wanneer de werkzame stof wordt gebruikt in qua bodemgesteldheid en/of klimatologische omstandigheden kwetsbare gebieden.

De lidstaten moeten bijzondere aandacht besteden aan de residuen in levensmiddelen en de inname via de voeding door de consumenten evalueren.

De lidstaten moeten bijzondere aandacht besteden aan de bescherming van vogels, zoogdieren, in het water levende organismen en niet tot de doelsoorten behorende geleedpotigen, en dragen er zorg voor dat risicobeperkende maatregelen deel uitmaken van de toelatingsvoorwaarden.

De lidstaten verzoeken om aanvullende studies ter bevestiging van de risicobeoordeling voor vogels en zoogdieren. Zij dragen er zorg voor dat dergelijke studies binnen twee jaar na de goedkeuring bij de Commissie worden ingediend door kennisgevers die om opneming van metiram in deze bijlage hebben verzocht.

116

Oxamyl

CAS-nr.: 23135-22-0

CIPAC-nr.: 342

N,N-dimethyl-2-methylcarbamoyloxyimino-2-(methylthio) aceetamide

970 g/kg

1 augustus 2006

►M348 31 januari 2022

DEEL A

Mag alleen worden toegelaten voor gebruik als nematicide en insecticide.

DEEL B

Voor de toepassing van de in artikel 29, lid 6, van Verordening (EG) nr. 1107/2009 bedoelde uniforme beginselen wordt rekening gehouden met de conclusies van het evaluatieverslag over oxamyl, dat op 15 juli 2005 door het Permanent Comité voor de voedselketen en de diergezondheid is goedgekeurd, en met name met de aanhangsels I en II. Bij deze algemene beoordeling moeten de lidstaten:

— bijzondere aandacht besteden aan de bescherming van vogels en zoogdieren, regenwormen, in het water levende organismen, oppervlaktewater en grondwater in kwetsbare situaties.

De toelatingsvoorwaarden moeten, indien nodig, risicobeperkende maatregelen omvatten.

— bijzondere aandacht besteden aan de bescherming van de personen die de stof toepassen. De toelatingsvoorwaarden moeten, indien nodig, beschermingsmaatregelen omvatten.

De betrokken lidstaten verzoeken om aanvullende studies ter bevestiging van de risicobeoordeling voor de verontreiniging van het grondwater in zure bodems, vogels en zoogdieren en regenwormen. Zij dragen er zorg voor dat deze studies binnen twee jaar na de goedkeuring bij de Commissie worden ingediend door kennisgevers die om opneming van oxamyl in deze bijlage hebben verzocht.

▼M307 —————

▼M255 —————

▼B

119

Indoxacarb

CAS-nr.: 173584-44-6

CIPAC-nr.: 612

methyl-(S)-N-[7-chloor-2,3,4a,5-tetrahydro-4a-(methoxycarbonyl)indeno[1,2-e][1,3,4]oxadiazine-2-ylcarbonyl]-4′-(trifluormethoxy)carbanilaat

TC (Technisch Materiaal): ≥ 628 g/kg indoxacarb

1 april 2006

►M341 31 oktober 2021

DEEL A

Mag alleen worden toegelaten voor gebruik als insecticide.

DEEL B

Voor de toepassing van de in artikel 29, lid 6, van Verordening (EG) nr. 1107/2009 bedoelde uniforme beginselen moet rekening worden gehouden met de conclusies van het evaluatieverslag over indoxacarb, en met name de aanhangsels I en II, dat op 23 september 2005 door het Permanent Comité voor de voedselketen en de diergezondheid is goedgekeurd.

Bij deze algemene beoordeling moeten de lidstaten bijzondere aandacht besteden aan de bescherming van waterorganismen.

De gebruiksvoorwaarden moeten, indien nodig, risicobeperkende maatregelen omvatten.

120

Warfarine

CAS-nr.: 81-81-2

CIPAC-nr.: 70

(RS)-4-hydroxy-3-(3-oxo-1-fenylbutyl)cumarine-3-(α-acetonylbenzyl)-4-hydroxycumarine

≥ 990 g/kg

1 oktober 2006

30 september 2013

DEEL A

Uitsluitend toepassingen als rodenticide in de vorm van kant-en-klaar aas, eventueel geplaatst in speciaal gebouwde trechters, worden toegestaan.

DEEL B

Voor de toepassing van de in artikel 29, lid 6, van Verordening (EG) nr. 1107/2009 bedoelde uniforme beginselen moet rekening worden gehouden met de conclusies van het evaluatieverslag over warfarine, en met name de aanhangsels I en II, dat op 23 september 2005 door het Permanent Comité voor de voedselketen en de diergezondheid is goedgekeurd. Bij deze algemene beoordeling moeten de lidstaten bijzondere aandacht besteden aan de bescherming van de toedieners, vogels en zoogdieren die niet tot de doelsoorten behoren.

Zo nodig moeten risicoverlagende maatregelen worden toegepast.

121

Clothianidin

CAS-nr.: 210880-92-5

CIPAC-nr.: 738

(E)-1-(2-chloor-1,3-thiazool-5-ylmethyl)-3-methyl-2-nitroguanidine

≥ 960 g/kg

1 augustus 2006

►M245 31 januari 2019

►M262

DEEL A

Alleen toepassingen als insecticide in permanente kassen of voor de behandeling van zaden die bedoeld zijn om te worden gebruikt in permanente kassen, mogen worden toegestaan. Het verkregen product moet gedurende zijn hele levenscyclus in een permanente kas blijven.

DEEL B

Voor de toepassing van de in artikel 29, lid 6, van Verordening (EG) nr. 1107/2009 bedoelde uniforme beginselen moet rekening worden gehouden met de conclusies van het evaluatieverslag over clothianidine dat op 27 januari 2006 door het Permanent Comité voor de voedselketen en de diergezondheid is goedgekeurd, en met name met de aanhangsels I en II, en met de conclusies van het herziene addendum bij het evaluatieverslag over clothianidine waarvan de definitieve versie op 27 april 2018 door het Permanent Comité voor planten, dieren, levensmiddelen en diervoeders is goedgekeurd.

Bij deze algemene beoordeling moeten de lidstaten bijzondere aandacht besteden aan:

— het risico voor het grondwater;

— het risico voor bijen en hommels die voor bestuiving in permanente kassen worden vrijgelaten;

— de blootstelling van bijen via de consumptie van verontreinigd water uit de permanente kassen.

De lidstaten zien erop toe dat de zaadcoating alleen plaatsvindt in professionele zaadverwerkingsinstallaties. Die installaties moeten de beste beschikbare technieken toepassen om ervoor te zorgen dat het vrijkomen van stof tijdens de toediening op het zaad, de opslag en het vervoer tot een minimum kan worden beperkt.

De gebruiksvoorwaarden moeten, indien nodig, risicobeperkende maatregelen omvatten.

▼M272 —————

▼B

123

Clodinafop

CAS-nr.: 114420-56-3

CIPAC-nr.: 683

(R)-2-[4-(5-chloor-3-fluor-2-pyridyloxy)-fenoxy]propionzuur

≥ 950 g/kg (uitgedrukt als clodinafop-propargyl)

1 februari 2007

►M322 30 april 2021

DEEL A

Mag alleen worden toegelaten voor gebruik als herbicide.

DEEL B

Voor de toepassing van de in artikel 29, lid 6, van Verordening (EG) nr. 1107/2009 bedoelde uniforme beginselen moet rekening worden gehouden met de conclusies van het evaluatieverslag over clodinafop dat op 27 januari 2006 door het Permanent Comité voor de voedselketen en de diergezondheid is goedgekeurd, en met name met de aanhangsels I en II.

124

Pirimicarb

CAS-nr.: 23103-98-2

CIPAC-nr.: 231

2-dimethylamino-5,6-dimethylpyrimidine-4-yldimethylcarbamaat

≥ 950 g/kg

1 februari 2007

►M322 30 april 2021

DEEL A

Mag alleen worden toegelaten voor gebruik als insecticide.

DEEL B

Voor de toepassing van de in artikel 29, lid 6, van Verordening (EG) nr. 1107/2009 bedoelde uniforme beginselen moet rekening worden gehouden met de conclusies van het evaluatieverslag over pirimicarb dat op 27 januari 2006 door het Permanent Comité voor de voedselketen en de diergezondheid is goedgekeurd, en met name met de aanhangsels I en II.

De lidstaten moeten bijzondere aandacht besteden aan de bescherming van de personen die de stof toepassen en erop toezien dat de toepassing van adequate persoonlijke beschermingsmiddelen in de gebruiksvoorwaarden is opgenomen.

De lidstaten moeten bijzondere aandacht besteden aan de bescherming van waterorganismen en ervoor zorgen dat de toelatingsvoorwaarden, indien nodig, risicobeperkende maatregelen omvatten, zoals bufferzones.

De betrokken lidstaten verzoeken om aanvullende studies ter bevestiging van de beoordeling van de risico's op lange termijn voor vogels en voor mogelijke verontreiniging van het grondwater, vooral wat metaboliet R35140 betreft. Zij dragen er zorg voor dat dergelijke studies binnen twee jaar na de goedkeuring bij de Commissie worden ingediend door kennisgevers die om opneming van pirimicarb in deze bijlage hebben verzocht.

125

Rimsulfuron

CAS-nr.: 122931-48-0 (rimsulfuron)

CIPAC-nr.: 716

1-(4,6-dimethoxypyrimidine-2-yl)-3-(3-ethylsulfonyl-2-pyridylsulfonyl)ureum

≥ 960 g/kg (uitgedrukt als rimsulfuron)

1 februari 2007

►M322 30 april 2021

DEEL A

Mag alleen worden toegelaten voor gebruik als herbicide.

DEEL B

Voor de toepassing van de in artikel 29, lid 6, van Verordening (EG) nr. 1107/2009 bedoelde uniforme beginselen moet rekening worden gehouden met de conclusies van het evaluatieverslag over rimsulfuron dat op 27 januari 2006 door het Permanent Comité voor de voedselketen en de diergezondheid is goedgekeurd, en met name met de aanhangsels I en II.

De lidstaten moeten bijzondere aandacht besteden aan de bescherming van niet tot de doelsoorten behorende planten en grondwater in kwetsbare situaties. De toelatingsvoorwaarden moeten, indien nodig, risicobeperkende maatregelen omvatten.

▼M310 —————

▼B

127

Triticonazool

CAS-nr.: 131983-72-7

CIPAC-nr.: 652

(±)-(E)-5-(4-chloorbenzylideen)-2,2-dimethyl-1-(1H-1,2,4-triazool-1-ylmethyl)cyclopentanol

≥ 950 g/kg

1 februari 2007

►M322 30 april 2021

DEEL A

Mag alleen worden toegestaan voor gebruik als fungicide.

DEEL B

Bij het beoordelen van aanvragen voor toelating van gewasbeschermingsmiddelen die triticonazool bevatten voor ander gebruik dan de behandeling van zaad, moeten de lidstaten bijzondere aandacht besteden aan de criteria in artikel 4, lid 3, van Verordening (EG) nr. 1107/2009 en ervoor zorgen dat de vereiste informatie en gegevens worden verstrekt voordat de toelating wordt verleend.

Voor de toepassing van de in artikel 29, lid 6, van Verordening (EG) nr. 1107/2009 bedoelde uniforme beginselen moet rekening worden gehouden met de conclusies van het evaluatieverslag over triticonazool dat op 27 januari 2006 door het Permanent Comité voor de voedselketen en de diergezondheid is goedgekeurd, en met name met de aanhangsels I en II. Bij de algemene evaluatie moeten de lidstaten:

— bijzondere aandacht besteden aan de bescherming van de personen die de stof toepassen. De toelatingsvoorwaarden moeten, indien nodig, beschermingsmaatregelen omvatten;

— bijzondere aandacht besteden aan de mogelijke verontreiniging van het grondwater, met name door de zeer hardnekkige werkzame stof en zijn metaboliet RPA 406341, in kwetsbare gebieden;

— bijzondere aandacht besteden aan de bescherming van zaadetende vogels (risico op lange termijn).

De toelatingsvoorwaarden moeten, indien nodig, risicobeperkende maatregelen omvatten.

De betrokken lidstaten verzoeken om indiening van aanvullende studies ter bevestiging van de risicobeoordeling voor zaadetende vogels. Zij dragen er zorg voor dat deze studies binnen twee jaar na de goedkeuring bij de Commissie worden ingediend door de kennisgever die om opneming van triticonazool in deze bijlage heeft verzocht.

128

Dimoxystrobin

CAS-nr.: 149961-52-4

CIPAC-nr.: 739

(E)-o-(2,5-dimethylfenoxymethyl)-2-methoxyimino-N-methylfenylaceetamide

≥ 980 g/kg

1 oktober 2006

►M348 31 januari 2022

DEEL A

Mag alleen worden toegestaan voor gebruik als fungicide.

DEEL B

Bij het beoordelen van aanvragen voor toelating van gewasbeschermingsmiddelen die dimoxystrobin bevatten voor toepassingen binnenshuis, moeten de lidstaten bijzondere aandacht besteden aan de criteria in artikel 4, lid 3, van Verordening (EG) nr. 1107/2009 en ervoor zorgen dat de vereiste informatie en gegevens worden verstrekt voordat de toelating wordt verleend.

Voor de toepassing van de in artikel 29, lid 6, van Verordening (EG) nr. 1107/2009 bedoelde uniforme beginselen moet rekening worden gehouden met de conclusies van het onderzoeksverslag over dimoxystrobin, met name de aanhangsels I en II, dat op 27 januari 2006 door het Permanent Comité voor de voedselketen en de diergezondheid is goedgekeurd.

Bij deze algemene evaluatie moeten de lidstaten:

— bijzondere aandacht besteden aan de bescherming van het grondwater, wanneer de werkzame stof wordt gebruikt in een situatie met een lage interceptiefactor of in qua bodemgesteldheid en/of klimaat kwetsbare gebieden;

— bijzondere aandacht besteden aan de bescherming van waterorganismen.

De gebruiksvoorwaarden moeten, indien nodig, risicobeperkende maatregelen omvatten.

De betrokken lidstaten verzoeken om:

— een nauwkeurige risicobeoordeling voor vogels en zoogdieren waarbij gelet wordt op de formulering van de werkzame stof;

— een uitvoerige risicobeoordeling van de gevolgen voor het water waarbij gelet wordt op het hoge chronische risico voor vissen en de doeltreffendheid van mogelijke risicobeperkende maatregelen, met name rekening houdend met afspoeling en drainage.

Zij dragen er zorg voor dat dergelijke studies binnen twee jaar na de goedkeuring bij de Commissie worden ingediend door kennisgevers die om opneming van dimoxystrobin in deze bijlage hebben verzocht.

129

Clopyralid

CAS-nr.: 1702-17-6

CIPAC-nr.: 455

3,6-dichloorpyridine-2-carbonzuur

≥ 950 g/kg

1 mei 2007

►M322 30 april 2021

DEEL A

Mag alleen worden toegelaten voor gebruik als herbicide.

DEEL B

Bij het beoordelen van toelatingsaanvragen voor gewasbeschermingsmiddelen die clopyralid bevatten voor andere toepassingen dan voorjaarstoepassingen, moeten de lidstaten bijzondere aandacht schenken aan de criteria van artikel 4, lid 3, van Verordening (EG) nr. 1107/2009 en ervoor zorgen dat de vereiste informatie vóór de verlening van de toelating wordt verstrekt.

Voor de toepassing van de in artikel 29, lid 6, van Verordening (EG) nr. 1107/2009 bedoelde uniforme beginselen moet rekening worden gehouden met de conclusies van het evaluatieverslag over clopyralid (en met name met de aanhangsels I en II), dat op 4 april 2006 door het Permanent Comité voor de voedselketen en de diergezondheid is goedgekeurd.

Bij de algemene evaluatie moeten de lidstaten bijzondere aandacht schenken aan:

— de bescherming van niet tot de doelsoorten behorende planten en grondwater in kwetsbare omstandigheden. De toelatingsvoorwaarden moeten risicobeperkende maatregelen omvatten en er moeten zo nodig monitoringprogramma's worden opgezet om mogelijke grondwaterverontreinigingen in kwetsbare gebieden te controleren.

De betrokken lidstaten verzoeken om aanvullende studies ter bevestiging van de resultaten inzake het metabolisme van dieren. Zij dragen er zorg voor dat de kennisgevers die om opneming van clopyralid in deze bijlage hebben verzocht, deze studies binnen twee jaar na de goedkeuring bij de Commissie indienen.

130

Cyprodinil

CAS-nr.: 121522-61-2

CIPAC-nr.: 511

(4-cyclopropyl-6-methylpyrimidine-2-yl)-fenylamine

≥ 980 g/kg

1 mei 2007

►M322 30 april 2021

DEEL A

Mag alleen worden toegelaten voor gebruik als fungicide.

DEEL B

Voor de toepassing van de in artikel 29, lid 6, van Verordening (EG) nr. 1107/2009 bedoelde uniforme beginselen moet rekening worden gehouden met de conclusies van het evaluatieverslag over cyprodinil (en met name met de aanhangsels I en II), dat op 4 april 2006 door het Permanent Comité voor de voedselketen en de diergezondheid is goedgekeurd.

Bij de algemene evaluatie moeten de lidstaten:

— bijzondere aandacht aan de veiligheid van de gebruikers schenken en ervoor zorgen dat de gebruiksvoorschriften het gebruik van adequate persoonlijke beschermingsmiddelen voorschrijven;

— bijzondere aandacht schenken aan de bescherming van vogels, zoogdieren en waterorganismen. De toelatingsvoorwaarden moeten risicobeperkende maatregelen omvatten (bv. bufferzones).

De betrokken lidstaten verzoeken om aanvullende studies ter bevestiging van de risicobeoordeling voor vogels en zoogdieren en voor de mogelijke aanwezigheid van residuen van metaboliet CGA 304075 in levensmiddelen van dierlijke oorsprong. Zij dragen er zorg voor dat de kennisgevers die om opneming van cyprodinil in deze bijlage hebben verzocht, deze studies binnen twee jaar na de goedkeuring bij de Commissie indienen.

131

Fosetyl

CAS-nr.: 15845-66-6

CIPAC-nr.: 384

ethylwaterstoffosfonaat

≥ 960 g/kg (uitgedrukt als fosetyl-Al)

1 mei 2007

►M322 30 april 2021

DEEL A

Mag alleen worden toegelaten voor gebruik als fungicide.

DEEL B

Voor de toepassing van de in artikel 29, lid 6, van Verordening (EG) nr. 1107/2009 bedoelde uniforme beginselen moet rekening worden gehouden met de conclusies van het evaluatieverslag over fosetyl (en met name met de aanhangsels I en II), dat op 4 april 2006 door het Permanent Comité voor de voedselketen en de diergezondheid is goedgekeurd.

Bij de algemene evaluatie moeten de lidstaten:

— bijzondere aandacht schenken aan de bescherming van vogels, zoogdieren, waterorganismen en niet tot de doelsoorten behorende geleedpotigen.

De toelatingsvoorwaarden moeten eventueel risicobeperkende maatregelen omvatten (bv. bufferzones).

De betrokken lidstaten verzoeken om aanvullende studies ter bevestiging van de risicobeoordeling voor niet tot de doelsoorten behorende geleedpotigen — met name wat het herstel op de velden betreft — en voor herbivore zoogdieren. Zij dragen er zorg voor dat de kennisgever die om opneming van fosetyl in deze bijlage heeft verzocht, deze studies binnen twee jaar na de goedkeuring bij de Commissie indient.

132

Trinexapac

CAS-nr.: 104273-73-6

CIPAC-nr.: 732

4-(cyclopropyl-hydroxymethyleen)-3,5-dioxo-cyclohexaancarbonzuur

≥ 940g/kg (uitgedrukt als trinexapac-ethyl)

1 mei 2007

►M322 30 april 2021

DEEL A

Mag alleen worden toegelaten voor gebruik als groeiregulator voor planten.

DEEL B

Voor de toepassing van de in artikel 29, lid 6, van Verordening (EG) nr. 1107/2009 bedoelde uniforme beginselen moet rekening worden gehouden met de conclusies van het evaluatieverslag over trinexapac (en met name met de aanhangsels I en II), dat op 4 april 2006 door het Permanent Comité voor de voedselketen en de diergezondheid is goedgekeurd.

Bij de algemene evaluatie moeten de lidstaten:

— bijzondere aandacht schenken aan de bescherming van vogels en zoogdieren.

De toelatingsvoorwaarden moeten eventueel risicobeperkende maatregelen omvatten.

133

Dichloorprop-P

CAS-nr.: 15165-67-0

CIPAC-nr.: 476

(R)-2-(2,4-dichloorfenoxy)-propaanzuur

≥ 900 g/kg

1 juni 2007

►M322 30 april 2021

►M89
DEEL A
Mag alleen worden toegelaten voor gebruik als herbicide.
Wat granen betreft, mag alleen toepassing in het voorjaar worden toegestaan, in een dosering van maximaal 800 g werkzame stof per hectare per toepassing.
Toepassing op grasland mag niet worden toegestaan.
DEEL B
Voor de toepassing van de in artikel 29, lid 6, van Verordening (EG) nr. 1107/2009 bedoelde uniforme beginselen moet rekening worden gehouden met de conclusies van het evaluatieverslag over dichloorprop-P dat op 23 mei 2006 door het Permanent Comité voor de voedselketen en de diergezondheid is goedgekeurd, en met name met de aanhangsels I en II.
Bij deze algemene beoordeling moeten de lidstaten bijzondere aandacht besteden aan de bescherming van vogels, zoogdieren, in het water levende organismen en niet tot de doelsoorten behorende planten.
De toelatingsvoorwaarden moeten zo nodig risicobeperkende maatregelen omvatten.

134

Metconazool

CAS-nr.: 125116-23-6 (onbepaalde stereochemie)

CIPAC-nr.: 706

(1RS,5RS;1RS,5SR)-5-(4-chloorbenzyl)-2,2-dimethyl-1-(1H-1,2,4-triazool-1-ylmethyl)cyclopentanol

≥ 940 g/kg

(som van cis- en trans-isomeer)

1 juni 2007

►M322 30 april 2021

DEEL A

Alleen gebruik als fungicide en plantengroeiregulator mag worden toegestaan.

DEEL B

Voor de toepassing de in artikel 29, lid 6, van Verordening (EG) nr. 1107/2009 bedoelde uniforme beginselen moet rekening worden gehouden met de conclusies van het evaluatieverslag over metconazool dat op 23 mei 2006 door het Permanent Comité voor de voedselketen en de diergezondheid is goedgekeurd, en met name met de aanhangsels I en II.

Bij deze algemene beoordeling moeten de lidstaten:

— bijzondere aandacht besteden aan de bescherming van in het water levende organismen, vogels en zoogdieren. De toelatingsvoorwaarden moeten, indien nodig, risicobeperkende maatregelen omvatten;

— bijzondere aandacht besteden aan de bescherming van de personen die de stof toepassen. De toelatingsvoorwaarden moeten, indien nodig, beschermingsmaatregelen omvatten.

135

Pyrimethanil

CAS-nr.: 53112-28-0

CIPAC-nr.: niet toegewezen

N-(4,6-dimethylpyrimidine-2-yl)aniline

≥ 975 g/kg

(de onzuiverheid cyaanamide wordt uit toxicologisch oogpunt als problematisch beschouwd en mag niet meer bedragen dan 0,5 g/kg in het technische materiaal)

1 juni 2007

►M322 30 april 2021

DEEL A

Mag alleen worden toegelaten voor gebruik als fungicide.

DEEL B

Voor de toepassing van de in artikel 29, lid 6, van Verordening (EG) nr. 1107/2009 bedoelde uniforme beginselen moet rekening worden gehouden met de conclusies van het evaluatieverslag over pyrimethanil dat op 23 mei 2006 door het Permanent Comité voor de voedselketen en de diergezondheid is goedgekeurd, en met name met de aanhangsels I en II.

Bij de algemene evaluatie moeten de lidstaten:

— bijzondere aandacht besteden aan de bescherming van waterorganismen. De toelatingsvoorwaarden moeten, indien nodig, risicobeperkende maatregelen omvatten, zoals bufferzones;

— bijzondere aandacht besteden aan de veiligheid van de personen die de stof toepassen en ervoor zorgen dat de toepassing van adequate persoonlijke beschermingsmiddelen in de gebruiksvoorwaarden wordt opgenomen.

De betrokken lidstaten verzoeken om aanvullende studies ter bevestiging van de risicobeoordeling voor vissen. Zij dragen er zorg voor dat de kennisgever die om opneming van pyrimethanil in deze bijlage heeft verzocht, deze studies binnen twee jaar na de goedkeuring bij de Commissie indient.

136

Triclopyr

CAS-nr.: 055335-06-3

CIPAC-nr.: 376

3,5,6-trichloor-2-pyridyloxyazijnzuur

≥ 960 g/kg

(als triclopyr butoxyethylester)

1 juni 2007

►M322 30 april 2021

►M137

DEEL A

Mag alleen worden toegelaten voor gebruik als herbicide. Mag alleen worden toegelaten indien het gebruik tot maximaal 480 g werkzame stof per hectare per jaar wordt beperkt.

DEEL B

Voor de toepassing van de in artikel 29, lid 6, van Verordening (EG) nr. 1107/2009 bedoelde uniforme beginselen moet rekening worden gehouden met de conclusies van het evaluatieverslag over triclopyr dat op 12 december 2014 door het Permanent Comité voor planten, dieren, levensmiddelen en diervoeders is afgerond, en met name met de aanhangsels I en II van dat verslag.

Bij deze algemene beoordeling moeten de lidstaten:

— bijzondere aandacht besteden aan de bescherming van het grondwater in kwetsbare omstandigheden. De toelatingsvoorwaarden moeten risicobeperkende maatregelen omvatten en er moeten, indien nodig, monitoringprogramma's worden opgezet in kwetsbare gebieden;

— bijzondere aandacht besteden aan de veiligheid van de toedieners en ervoor zorgen dat in de gebruiksvoorwaarden het gebruik van geschikte persoonlijke beschermingsmiddelen wordt voorgeschreven;

— bijzondere aandacht besteden aan de bescherming van vogels, zoogdieren, waterorganismen en niet tot de doelsoorten behorende planten. De toelatingsvoorwaarden moeten, indien nodig, risicobeperkende maatregelen omvatten.

137

Metrafenon

CAS-nr.: 220899-03-6

CIPAC-nr.: 752

3′-broom-2,3,4,6′-tetramethoxy-2′,6-dimethylbenzofenon

≥ 940 g/kg

1 februari 2007

►M322 30 april 2021

DEEL A

Mag alleen worden toegestaan voor gebruik als fungicide.

DEEL B

Voor de toepassing van de in artikel 29, lid 6, van Verordening (EG) nr. 1107/2009 bedoelde uniforme beginselen moet rekening worden gehouden met de conclusies van het onderzoeksverslag over metrafenon, met name de aanhangsels I en II, dat op 14 juli 2006 door het Permanent Comité voor de voedselketen en de diergezondheid is goedgekeurd.

De lidstaten lichten de Commissie overeenkomstig artikel 38 van Verordening (EG) nr. 1107/2009 in over de specificatie van het technische materiaal zoals commercieel vervaardigd.

138

Bacillus subtilis

(Cohn 1872)

Stam QST 713, identiek met stam AQ 713

Kweekverzameling: nr. NRRL B -21661

CIPAC-nr.: niet toegewezen

niet van toepassing

1 februari 2007

►M322 30 april 2021

►M158
DEEL A
Mag alleen worden toegelaten voor gebruik als fungicide en bactericide.
DEEL B
Voor de toepassing van de in artikel 29, lid 6, van Verordening (EG) nr. 1107/2009 bedoelde uniforme beginselen moet rekening worden gehouden met de conclusies van het evaluatieverslag over Bacillus subtilis, met name met de aanhangsels I en II, dat op 14 juli 2006 door het Permanent Comité voor de voedselketen en de diergezondheid is goedgekeurd.

139

Spinosad

CAS-nr.: 131929-60-7 (Spinosyn A)

131929-63-0 (Spinosyn D)

CIPAC-nr.: 636

Spinosyn A:

2R,3aS,5aR,5bS,9S,13S,14R, 16aS,16bR)-2-(6-deoxy-2,3,4-tri-O-methyl-α-L-mannopyranosyloxy)-13-(4-dimethylamino-2,3,4,6-tetradeoxy-β-D-erytropyranosyloxy)-9-ethyl-2,3,3a,5a,5b,6,7,9,10, 11,12,13,14,15,16a,16b-hexadecahydro-14-methyl-1H-8-oxacyclododeca[b]-as-indaceen-7,15-dion

Spinosyn D:

(2S,3aR,5aS,5bS,9S,13S,14R, 16aS,16bS)-2-(6-deoxy-2,3,4-tri-O-methyl-α-L-mannopyranosyloxy)-13-(4-dimethylamino-2,3,4,6-tetradeoxy-β-D-erytropyranosyloxy)-9-ethyl-2,3,3a,5a,5b,6,7,9,10, 11,12,13,14,15,16a,16b-hexadecahydro-4,14-methyl-1H-8-oxacyclododeca[b]-as-indaceen-7,15-dion

Spinosad is een mengsel van 50-95 % spinosyn A en 5-50 % spinosyn D

≥ 850 g/kg

1 februari 2007

►M322 30 april 2021

DEEL A

Mag alleen worden toegelaten voor gebruik als insecticide.

DEEL B

Voor de toepassing van de in artikel 29, lid 6, van Verordening (EG) nr. 1107/2009 bedoelde uniforme beginselen moet rekening worden gehouden met de conclusies van het onderzoeksverslag over spinosad, met name de aanhangsels I en II, dat op 14 juli 2006 door het Permanent Comité voor de voedselketen en de diergezondheid is goedgekeurd.

Bij deze algemene evaluatie moeten de lidstaten:

— bijzondere aandacht besteden aan de bescherming van waterorganismen;

— bijzondere aandacht besteden aan het risico voor regenwormen, wanneer de stof in kassen wordt gebruikt.

De gebruiksvoorwaarden moeten, indien nodig, risicobeperkende maatregelen omvatten.

140

Thiamethoxam

CAS-nr.: 153719-23-4

CIPAC-nr.: 637

(E,Z)-3-(2-chloor-thiazool-5-ylmethyl)-5-methyl-[1,3,5]oxadiazinaan-4-ylideen-N-nitroamine

≥ 980 g/kg

1 februari 2007

►M252 30 april 2019

►M263

DEEL A

Alleen toepassingen als insecticide in permanente kassen of voor de behandeling van zaden die bedoeld zijn om te worden gebruikt in permanente kassen mogen worden toegestaan. Het verkregen product moet gedurende zijn hele levenscyclus in een permanente kas blijven.

DEEL B

Voor de toepassing van de in artikel 29, lid 6, van Verordening (EG) nr. 1107/2009 bedoelde uniforme beginselen moet rekening worden gehouden met de conclusies van het evaluatieverslag over imidacloprid dat op 26 september 2008 door het Permanent Comité voor de voedselketen en de diergezondheid is goedgekeurd, en met name met de aanhangsels I en II, en met de conclusies van het herziene addendum bij het evaluatieverslag over imidacloprid waarvan de definitieve versie op 27 april 2018 door het Permanent Comité voor planten, dieren, levensmiddelen en diervoeders is goedgekeurd.

Bij deze algemene beoordeling moeten de lidstaten bijzondere aandacht besteden aan:

— het risico voor bijen en hommels die voor bestuiving in permanente kassen worden vrijgelaten;

— de gevolgen voor in het water levende organismen;

— de blootstelling van bijen via de consumptie van verontreinigd water uit de permanente kassen.

De lidstaten zien erop toe dat de zaadcoating alleen plaatsvindt in professionele zaadverwerkingsinstallaties. Die installaties moeten de beste beschikbare technieken toepassen om ervoor te zorgen dat het vrijkomen van stof tijdens de toediening op het zaad, de opslag en het vervoer tot een minimum kan worden beperkt.

De gebruiksvoorwaarden moeten, indien nodig, risicobeperkende maatregelen omvatten.

▼M335 —————

▼B

142

Ethefon

CAS-nr.: 16672-87-0

CIPAC-nr.: 373

2-chloorethyl-fosfonzuur

≥ 910 g/kg (technisch materiaal — TC)

De bij de vervaardiging gevormde onzuiverheden MEPHA (mono-2-chloorethylester van 2-chloorethylfosfonzuur) en 1,2-dichloorethaan zijn uit toxicologisch oogpunt van belang en mogen niet meer bedragen dan respectievelijk 20 g/kg en 0,5 g/kg in het technische materiaal.

1 augustus 2007

►M328 31 juli 2021

DEEL A

Mag alleen worden toegelaten voor gebruik als groeiregulator voor planten.

DEEL B

Voor de toepassing van de in artikel 29, lid 6, van Verordening (EG) nr. 1107/2009 bedoelde uniforme beginselen moet rekening worden gehouden met de conclusies van het evaluatieverslag over ethefon dat op 14 juli 2006 door het Permanent Comité voor de voedselketen en de diergezondheid is goedgekeurd, en met name met de aanhangsels I en II.

143

Flusilazool (2)

CAS-nr.: 85509-19-9

CIPAC-nr.: 435

bis(4-fluorfenyl)(methyl)(1H-1,2,4-triazool-1-ylmethyl)silaan

925 g/kg

1 januari 2007

30 juni 2008 (2)

DEEL A

De stof mag alleen worden toegelaten voor gebruik als fungicide op de volgende gewassen:

— alle granen behalve rijst (2)

— mais (2)

— kool- en raapzaad (2)

— suikerbiet, (2)

in een dosering van maximaal 200 g werkzame stof per hectare per toediening.

De volgende toepassingen mogen niet worden toegelaten:

— sproeien vanuit de lucht,

— toediening met behulp van druk- en rugspuiten door particuliere of professionele gebruikers,

— gebruik door hobbytelers.

De lidstaten zorgen ervoor dat alle passende risicobeperkende maatregelen worden genomen. Bijzondere aandacht moet worden besteed aan de bescherming van:

— waterorganismen. Er moet de nodige afstand worden vrijgehouden tussen het behandelde areaal en oppervlaktewateren. Deze afstand kan van het al dan niet toepassen van driftbeperkende technieken of apparatuur afhangen,

— vogels en zoogdieren. De toelatingsvoorwaarden moeten risicobeperkende maatregelen omvatten, zoals een oordeelkundige timing van de toediening en de selectie van formuleringen die als gevolg van hun fysieke aanbiedingsvorm of de aanwezigheid van stoffen die adequaat zorgen voor mijdgedrag de blootstelling van de desbetreffende soorten zo veel mogelijk beperken,

— de gebruikers, die bij het mengen, laden en toedienen en bij het reinigen van het materieel geschikte beschermende kleding moeten dragen, met name handschoenen, een overall, rubberlaarzen en gelaatsbescherming of een veiligheidsbril, tenzij blootstelling aan de stof adequaat wordt voorkomen door het ontwerp en de bouwwijze van het materieel of doordat specifieke beschermende componenten op dat materieel zijn gemonteerd.

DEEL B

Voor de toepassing van de in artikel 29, lid 6, van Verordening (EG) nr. 1107/2009 bedoelde uniforme beginselen moet rekening worden gehouden met de conclusies van het evaluatieverslag over flusilazool, en met name met de aanhangsels I en II daarvan.

De lidstaten moeten ervoor zorgen dat de houders van de toelating ieder jaar uiterlijk op 31 december verslag uitbrengen over gezondheidsproblemen bij gebruikers. De lidstaten mogen verlangen dat gegevens alsverkoopcijfers en een overzicht van de gebruikspatronen worden verstrekt, zodat een realistisch beeld van de gebruiksomstandigheden en de mogelijke toxicologische effecten van flusilazool kan worden verkregen.

De lidstaten verzoeken om indiening van aanvullende studies ter beoordeling van de potentiële hormoonontregelende eigenschappen van flusilazool binnen twee jaar na de goedkeuring door de Organisatie voor Economische Samenwerking en Ontwikkeling (OESO) van de testrichtsnoeren inzake hormoonontregeling. Zij zorgen ervoor dat de kennisgever die om opneming van flusilazool in deze bijlage heeft verzocht, deze studies binnen twee jaar na de goedkeuring van bovengenoemde testrichtsnoeren bij de Commissie indient.

▼M2

144

Carbendazim

CAS-nr. 10605-21-7

CIPAC-nr. 263

Methylbenzimidazool-2-ylcarbamaat

≥ 980 g/kg

Relevante onzuiverheden

2-amino-3-hydroxyfenazine (AHP): niet meer dan 0,0005 g/kg

2,3-diaminofenazine (DAP): niet meer dan 0,003 g/kg

1 juni 2011

30 november 2014

DEEL A

De stof mag alleen worden toegelaten voor gebruik als fungicide op de volgende gewassen:

— granen

— kool- en raapzaad;

— suiker- en voederbieten;

— mais,

in een dosering van maximaal

— 0,25 kg werkzame stof per hectare per toediening voor granen en kool- en raapzaad;

— 0,075 kg werkzame stof per hectare per toediening voor suiker- en voederbieten;

— 0,1 kg werkzame stof per hectare per toediening voor mais.

De volgende toepassingen mogen niet worden toegelaten:

— sproeien vanuit de lucht;

— toediening met behulp van druk- en rugspuiten door particuliere of professionele gebruikers;

— gebruik door hobbytelers.

De lidstaten zorgen ervoor dat alle passende risicobeperkende maatregelen worden genomen. Bijzondere aandacht moet worden besteed aan de bescherming van:

— waterorganismen. Er moeten adequate driftbeperkende maatregelen worden genomen om de blootstelling van oppervlaktewateren tot een minimum te beperken. Daartoe moet onder meer de nodige afstand worden vrijgehouden tussen de behandelde percelen en oppervlaktewateren of moeten in combinatie daarmee driftbeperkende technieken of apparatuur worden gebruikt;

— regenwormen en andere bodemmacro-organismen. De toelatingsvoorwaarden moeten risicobeperkende maatregelen omvatten, zoals de keuze van de meest geschikte combinatie van het aantal toedieningen en het moment van toediening, de dosering en, indien nodig, de concentratie van de werkzame stof;

— vogels (risico op lange termijn). Afhankelijk van de resultaten van de risicobeoordeling voor specifieke toepassingen kunnen gerichte risicobeperkende maatregelen om de blootstelling tot een minimum te beperken noodzakelijk zijn;

— de gebruikers, die bij het mengen, laden en toedienen en bij het reinigen van het materieel geschikte beschermende kleding moeten dragen, met name handschoenen, een overall, rubber laarzen en gelaatsbescherming of een veiligheidsbril, tenzij blootstelling aan de stof adequaat wordt voorkomen door het ontwerp en de bouwwijze van het materieel of doordat specifieke beschermende componenten op dat materieel zijn gemonteerd.

DEEL B

Voor de toepassing van de uniforme beginselen zoals bedoeld in artikel 29, lid 6, van Verordening (EG) nr. 1107/2009 moet rekening worden gehouden met de conclusies van het evaluatieverslag over carbendazim, en met name met de aanhangsels I en II daarvan.

De betrokken lidstaten verzoeken de aanvrager om de Commissie het volgende ter beschikking te stellen:

— uiterlijk op 1 december 2011: informatie over de toxicologische en ecotoxicologische relevantie van de onzuiverheid AEF037197;

— uiterlijk op 1 juni 2012: het onderzoek van de in de lijst van het ontwerpreëvaluatieverslag van 16 juli 2009 opgenomen studies (Volume 1, Level 4 „Further information”, blz. 155 – 157);

— uiterlijk op 1 juni 2013: informatie over de lotgevallen en het gedrag (route van de aerobe afbraak in de bodem) en het risico op de lange termijn voor vogels.

▼B

145

Captan

CAS-nr.: 133-06-2

CIPAC-nr.: 40

N-(trichloormethylthio)cyclohex-4-een-1,2-dicarbonimide

≥ 910 g/kg

Onzuiverheden:

perchloormethylmercaptaan (R005406): niet meer dan 5 g/kg

folpet: niet meer dan 10 g/kg

tetrachloorkoolstof: niet meer dan 0,1 g/kg.

1 oktober 2007

►M328 31 juli 2021

DEEL A

De stof mag alleen worden toegestaan voor gebruik als fungicide.

DEEL B

Bij het beoordelen van aanvragen voor toelating van gewasbeschermingsmiddelen die captan bevatten voor andere toepassingen dan bij tomaten, moeten de lidstaten bijzondere aandacht besteden aan de criteria in artikel 4, lid 3, van Verordening (EG) nr. 1107/2009 en ervoor zorgen dat de vereiste informatie en gegevens worden verstrekt voordat de toelating wordt verleend.

Voor de toepassing van de in artikel 29, lid 6, van Verordening (EG) nr. 1107/2009 bedoelde uniforme beginselen moet rekening worden gehouden met de conclusies van het evaluatieverslag over captan dat op 29 september 2006 door het Permanent Comité voor de voedselketen en de diergezondheid is goedgekeurd, en met name met de aanhangsels I en II.

Bij de algemene evaluatie moeten de lidstaten bijzondere aandacht besteden aan:

— de veiligheid van de toedieners en de werknemers. De toegelaten gebruiksvoorwaarden moeten de toepassing van passende persoonlijke beschermingsmiddelen en risicobeperkende maatregelen ter vermindering van de blootstelling voorschrijven;

— de blootstelling van de consument via de voeding, met het oog op latere herzieningen van de maximumresidugehalten;

— de bescherming van het grondwater in kwetsbare omstandigheden. De toelatingsvoorwaarden moeten risicobeperkende maatregelen omvatten en er moeten, indien nodig, monitoringprogramma's worden opgezet in kwetsbare gebieden;

— de bescherming van vogels, zoogdieren en in het water levende organismen. De toelatingsvoorwaarden moeten risicobeperkende maatregelen omvatten.

De betrokken lidstaten verzoeken om aanvullende studies ter bevestiging van de risicobeoordeling op de lange termijn voor vogels en zoogdieren en om een toxicologische beoordeling van de metabolieten die aanwezig kunnen zijn in grondwater in kwetsbare omstandigheden. Zij dragen er zorg voor dat de kennisgevers die om opneming van captan in deze bijlage hebben verzocht, deze studies binnen twee jaar na de goedkeuring bij de Commissie indienen.

146

Folpet

CAS-nr.: 133-07-3

CIPAC-nr.: 75

N-(trichloormethylthio)ftaalimide

≥ 940 g/kg

Onzuiverheden:

perchloormethylmercaptaan (R005406): niet meer dan 3,5 g/kg

tetrachloorkoolstof: niet meer dan 4 g/kg.

1 oktober 2007

►M328 31 juli 2021

DEEL A

De stof mag alleen worden toegestaan voor gebruik als fungicide.

DEEL B

Bij het beoordelen van aanvragen voor toelating van gewasbeschermingsmiddelen die folpet bevatten voor andere toepassingen dan bij wintertarwe, moeten de lidstaten bijzondere aandacht besteden aan de criteria in artikel 4, lid 3, van Verordening (EG) nr. 1107/2009 en ervoor zorgen dat de vereiste informatie en gegevens worden verstrekt voordat de toelating wordt verleend.

Voor de toepassing van de in artikel 29, lid 6, van Verordening (EG) nr. 1107/2009 bedoelde uniforme beginselen moet rekening worden gehouden met de conclusies van het evaluatieverslag over folpet dat op 29 september 2006 door het Permanent Comité voor de voedselketen en de diergezondheid is goedgekeurd, en met name met de aanhangsels I en II.

Bij de algemene evaluatie moeten de lidstaten bijzondere aandacht besteden aan:

— de veiligheid van de toedieners en de werknemers. De toegelaten gebruiksvoorwaarden moeten de toepassing van passende persoonlijke beschermingsmiddelen voorschrijven;

— de blootstelling van de consument via de voeding, met het oog op latere herzieningen van de maximumresidugehalten;

— de bescherming van vogels, zoogdieren en in het water en de grond levende organismen. De toelatingsvoorwaarden moeten risicobeperkende maatregelen omvatten.

De betrokken lidstaten verzoeken om aanvullende studies ter bevestiging van de risicobeoordeling voor vogels, zoogdieren en regenwormen. Zij dragen er zorg voor dat de kennisgever die om opneming van folpet in deze bijlage heeft verzocht, deze studies binnen twee jaar na de goedkeuring bij de Commissie indient.

147

Formetanaat

CAS-nr.: 23422-53-9

CIPAC-nr.: 697

3-[dimethylaminomethyleenamino]fenylmethylcarbamaat

≥ 910 g/kg

1 oktober 2007

►M328 31 juli 2021

DEEL A

Mag alleen worden toegelaten voor gebruik als insecticide en acaracide.

DEEL B

Bij het beoordelen van aanvragen voor toelating van gewasbeschermingsmiddelen die formetanaat bevatten voor andere toepassingen dan bij veldtomaten en sierstruiken, moeten de lidstaten bijzondere aandacht besteden aan de criteria in artikel 4, lid 3, van Verordening (EG) nr. 1107/2009 en ervoor zorgen dat de vereiste informatie en gegevens worden verstrekt voordat de toelating wordt verleend.

Voor de toepassing van de in artikel 29, lid 6, van Verordening (EG) nr. 1107/2009 bedoelde uniforme beginselen moet rekening worden gehouden met de conclusies van het evaluatieverslag over formetanaat dat op 29 september 2006 door het Permanent Comité voor de voedselketen en de diergezondheid is goedgekeurd, en met name met de aanhangsels I en II.

Bij de algemene evaluatie moeten de lidstaten:

— bijzondere aandacht besteden aan de bescherming van vogels, zoogdieren, niet tot de doelsoorten behorende geleedpotigen en bijen, en erop toezien dat de toelatingsvoorwaarden, indien nodig, ook voorzien in risicobeperkende maatregelen;

— bijzondere aandacht besteden aan de veiligheid van de toedieners en ervoor zorgen dat de gebruiksvoorwaarden de toepassing van passende persoonlijke beschermingsmiddelen voorschrijven;

— bijzondere aandacht besteden aan de blootstelling van de consument via de voeding, met het oog op latere herzieningen van de maximumresidugehalten.

De betrokken lidstaten verzoeken om aanvullende studies ter bevestiging van de risicobeoordeling voor vogels, zoogdieren en niet tot de doelsoorten behorende geleedpotigen. Zij dragen er zorg voor dat de kennisgever die om opneming van formetanaat in deze bijlage heeft verzocht, deze studies binnen twee jaar na de goedkeuring bij de Commissie indient.

▼M315 —————

▼M308 —————

▼B

150

Dimethomorf

CAS-nr.: 110488-70-5

CIPAC-nr.: 483

(E,Z) 4-[3-(4-chloorfenyl)-3-(3,4-dimethoxyfenyl)acryloyl]morfoline

≥ 965 g/kg

1 oktober 2007

►M328 31 juli 2021

DEEL A

Mag alleen worden toegestaan voor gebruik als fungicide.

DEEL B

Voor de toepassing van de in artikel 29, lid 6, van Verordening (EG) nr. 1107/2009 bedoelde uniforme beginselen moet rekening worden gehouden met de conclusies van het evaluatieverslag over dimethomorf dat op 24 november 2006 door het Permanent Comité voor de voedselketen en de diergezondheid is goedgekeurd, en met name met de aanhangsels I en II.

Bij de algemene evaluatie moeten de lidstaten bijzondere aandacht besteden aan:

— de veiligheid van de toedieners en de werknemers. De toegelaten gebruiksvoorwaarden moeten de toepassing van passende persoonlijke beschermingsmiddelen voorschrijven;

— de bescherming van vogels, zoogdieren en in het water levende organismen.

De toelatingsvoorwaarden moeten, indien nodig, risicobeperkende maatregelen omvatten.

151

Glufosinaat

CAS-nr.: 77182-82-2

CIPAC-nr.: 437.007

ammonium-DL-homoalanine-4-yl(methyl)fosfinaat

950 g/kg

1 oktober 2007

►M139 31 juli 2018

►M57
DEEL A
Mag alleen worden toegelaten voor gebruik als herbicide voor strook- of plaatsgewijze bespuiting in een dosering van maximaal 750 g actieve stof/ha (behandelde oppervlakte) per toepassing en maximaal twee toepassingen per jaar.
DEEL B
Bij het beoordelen van aanvragen voor toelating van gewasbeschermingsmiddelen die glufosinaat bevatten, met name wat de blootstelling van de toediener en de consument betreft, moeten de lidstaten bijzondere aandacht besteden aan de criteria in artikel 4, lid 3, van Verordening (EG) nr. 1107/2009 en ervoor zorgen dat de vereiste informatie en gegevens worden verstrekt voordat de toelating wordt verleend.
Voor de toepassing van de in artikel 29, lid 6, van Verordening (EG) nr. 1107/2009 bedoelde uniforme beginselen wordt rekening gehouden met de conclusies van het evaluatieverslag over glufosinaat, dat op 24 november 2006 door het Permanent Comité voor de voedselketen en de diergezondheid is goedgekeurd, en met name met de aanhangsels I en II. Bij de algemene evaluatie moeten de lidstaten bijzondere aandacht besteden aan:
a) de veiligheid van de toedieners, werknemers en omstanders; de toelatingsvoorwaarden moeten zo nodig beschermingsmaatregelen omvatten;
b) de mogelijke verontreiniging van het grondwater, wanneer de werkzame stof wordt gebruikt in qua bodemgesteldheid en/of klimatologische omstandigheden kwetsbare gebieden;
c) de bescherming van zoogdieren, niet tot de doelsoorten behorende geleedpotigen en niet tot de doelgroepen behorende planten.
De toelatingsvoorwaarden moeten het gebruik van driftbeperkende sproeiers en sproeischermen omvatten en voorzien in de respectieve etikettering van gewasbeschermingsmiddelen. Deze voorwaarden moeten, indien nodig, verdere risicobeperkende maatregelen omvatten.

152

Metribuzin

CAS-nr.: 21087-64-9

CIPAC-nr.: 283

4-amino-6-tert-butyl-3-methylthio-1,2,4-triazine-5(4H)-on

≥ 910 g/kg

1 oktober 2007

►M328 31 juli 2021

DEEL A

Mag alleen worden toegelaten voor gebruik als herbicide.

DEEL B

Bij het beoordelen van aanvragen voor toelating van gewasbeschermingsmiddelen die metribuzin bevatten voor ander gebruik dan voor post-emergence-toediening als selectief herbicide voor aardappelen, moeten de lidstaten bijzondere aandacht besteden aan de criteria in artikel 4, lid 3, van Verordening (EG) nr. 1107/2009 en ervoor zorgen dat de vereiste informatie en gegevens worden verstrekt voordat de toelating wordt verleend

Voor de toepassing van de in artikel 29, lid 6, van Verordening (EG) nr. 1107/2009 bedoelde uniforme beginselen moet rekening worden gehouden met de conclusies van het evaluatieverslag over metribuzin dat op 24 november 2006 door het Permanent Comité voor de voedselketen en de diergezondheid is goedgekeurd, en met name met de aanhangsels I en II.

Bij de algemene evaluatie moeten de lidstaten:

— bijzondere aandacht besteden aan de bescherming van algen, waterplanten, niet tot de doelsoorten behorende planten buiten het behandelde veld, en erop toezien dat de toelatingsvoorwaarden, indien nodig, ook voorzien in risicobeperkende maatregelen;

— bijzondere aandacht besteden aan de veiligheid van de toedieners en ervoor zorgen dat de gebruiksvoorwaarden de toepassing van passende persoonlijke beschermingsmiddelen voorschrijven.

De betrokken lidstaten verzoeken om aanvullende studies ter bevestiging van de risicobeoordeling voor grondwater. Zij dragen er zorg voor dat de kennisgevers die om opneming van metribuzin in deze bijlage hebben verzocht, deze studies binnen twee jaar na de goedkeuring bij de Commissie indienen.

153

Fosmet

CAS-nr.: 732-11-6

CIPAC-nr.: 318

O,O-dimethyl-S-ftaalimidomethylfosforodithioaat; N-(dimethoxyfosfinothioylthiomethyl)ftaalimide

≥ 950 g/kg

Onzuiverheden:

— fosmetoxon: niet meer dan 0,8 g/kg

— isofosmet: niet meer dan 0,4 g/kg

1 oktober 2007

►M328 31 juli 2021

DEEL A

Mag alleen worden toegelaten voor gebruik als insecticide en acaracide.

DEEL B

Voor de toepassing van de in artikel 29, lid 6, van Verordening (EG) nr. 1107/2009 bedoelde uniforme beginselen moet rekening worden gehouden met de conclusies van het evaluatieverslag over fosmet dat op 24 november 2006 door het Permanent Comité voor de voedselketen en de diergezondheid is goedgekeurd, en met name met de aanhangsels I en II.

Bij de algemene evaluatie moeten de lidstaten:

— bijzondere aandacht besteden aan de bescherming van vogels, zoogdieren, in het water levende organismen, bijen en andere niet tot de doelsoorten behorende geleedpotigen. De toelatingsvoorwaarden moeten, indien nodig, risicobeperkende maatregelen omvatten, zoals bufferzones en beperking van de lozing van regen- en afvalwater op oppervlaktewater,

— bijzondere aandacht besteden aan de veiligheid van de toedieners en ervoor zorgen dat de gebruiksvoorwaarden de toepassing van passende persoonlijke en ademhalingsbeschermingsmiddelen voorschrijven.

De betrokken lidstaten verzoeken om aanvullende studies ter bevestiging van de risicobeoordeling voor vogels (acuut risico) en plantenetende zoogdieren (risico op lange termijn). Zij dragen er zorg voor dat de kennisgever die om opneming van fosmet in deze bijlage heeft verzocht, deze studies binnen twee jaar na de goedkeuring bij de Commissie indient.

154

Propamocarb

CAS-nr.: 24579-73-5

CIPAC-nr.: 399

propyl-3-(dimethylamino)propylcarbamaat

≥ 920 g/kg

1 oktober 2007

►M328 31 juli 2021

DEEL A

Mag alleen worden toegestaan voor gebruik als fungicide.

DEEL B

Bij het beoordelen van toelatingsaanvragen voor gewasbeschermingsmiddelen die propamocarb bevatten voor andere toepassingen dan bladtoepassingen, moeten de lidstaten bijzondere aandacht besteden aan de criteria van artikel 4, lid 3, van Verordening (EG) nr. 1107/2009 wat de blootstelling van werknemers betreft, en ervoor zorgen dat de vereiste informatie vóór de verlening van de toelating wordt verstrekt.

Voor de toepassing van de in artikel 29, lid 6, van Verordening (EG) nr. 1107/2009 bedoelde uniforme beginselen moet rekening worden gehouden met de conclusies van het evaluatieverslag over propamocarb dat op 24 november 2006 door het Permanent Comité voor de voedselketen en de diergezondheid is goedgekeurd, en met name met de aanhangsels I en II.

Bij de algemene evaluatie moeten de lidstaten bijzondere aandacht besteden aan:

— de veiligheid van de toedieners en de werknemers. De toelatingsvoorwaarden moeten zo nodig beschermingsmaatregelen omvatten;

— de overdracht van bodemresiduen voor wisselende en volggewassen;

— de bescherming van oppervlakte- en grondwater in kwetsbare gebieden;

— de bescherming van vogels, zoogdieren en in het water levende organismen. De toelatingsvoorwaarden moeten, indien nodig, risicobeperkende maatregelen omvatten.

▼M298 —————

▼B

156

Pirimifos-methyl

CAS-nr.: 29232-93-7

CIPAC-nr.: 239

O-2-diëthylamino-6-methylpyrimidine-4-yl-

O,O-dimethylthiofosfaat

> 880 g/kg

1 oktober 2007

►M328 31 juli 2021

DEEL A

Alleen gebruik van de stof als insecticide voor opslag na de oogst mag worden toegestaan.

Toepassingen met handapparatuur mogen niet worden toegelaten.

DEEL B

Bij de evaluatie van aanvragen voor toelating van gewasbeschermingsmiddelen die pirimifos-methyl bevatten voor ander gebruik dan toepassingen met geautomatiseerde systemen in lege graansilo’s, moeten de lidstaten bijzondere aandacht besteden aan de criteria in artikel 4, lid 3, van Verordening (EG) nr. 1107/2009 en ervoor zorgen dat de vereiste informatie en gegevens worden verstrekt voordat de toelating wordt verleend.

Voor de toepassing van de in artikel 29, lid 6, van Verordening (EG) nr. 1107/2009 bedoelde uniforme beginselen wordt rekening gehouden met de conclusies van het evaluatieverslag over pirimifos-methyl, dat op 16 maart 2007 door het Permanent Comité voor de voedselketen en de diergezondheid is goedgekeurd, en met name met de aanhangsels I en II.

Bij de algemene evaluatie moeten de lidstaten bijzondere aandacht besteden aan:

— de veiligheid van de gebruiker. De toegelaten gebruiksvoorwaarden moeten de toepassing van geschikte persoonlijke beschermingsmiddelen, waaronder ademhalingsbeschermingsmiddelen, en risicobeperkende maatregelen ter vermindering van de blootstelling voorschrijven;

— de blootstelling van de consument via de voeding, met het oog op latere herzieningen van de maximumresidugehalten.

157

Fipronil

CAS-nr.: 120068-37-3

CIPAC-nr.: 581

(±)-5-amino-1-(2,6-dichloor-α,α,α-trifluor-p-tolyl)-4-trifluormethylsulfinyl-pyrazool-3-carbonitril

≥ 950 g/kg

1 oktober 2007

►M197 30 september 2017

►M73
DEEL A
Alleen toepassingen als insecticide voor gebruik als zaadbehandelingsmiddel mogen worden toegelaten. Alleen toepassingen voor zaden die zijn bedoeld om in kassen te worden gezaaid en zaden van prei, ui, sjalot en koolsoorten die zijn bedoeld om op velden te worden gezaaid en vóór de bloei te worden geoogst, mogen worden toegelaten.
DEEL B
Voor de toepassing van de in artikel 29, lid 6, van Verordening (EG) nr. 1107/2009 bedoelde uniforme beginselen moet rekening worden gehouden met de conclusies van het evaluatieverslag over fipronil (en met name met de aanhangsels I en II) dat op 15 maart 2007 door het Permanent Comité voor de voedselketen en de diergezondheid is goedgekeurd, en met de conclusies van het addendum bij het evaluatieverslag over fipronil waarvan de definitieve versie op 16 juli 2013 door het Permanent Comité voor de voedselketen en de diergezondheid is goedgekeurd.
Bij deze algemene beoordeling moeten de lidstaten bijzondere aandacht schenken aan:
a) de verpakking van de in de handel gebrachte producten om te voorkomen dat fotodegradatieproducten worden gevormd die aanleiding geven tot problemen;
b) de mogelijkheid van grondwaterverontreiniging, met name met metabolieten die persistenter zijn dan de oorspronkelijke stof, wanneer de werkzame stof wordt toegediend in gebieden met kwetsbare bodem- en/of klimaatomstandigheden;
c) de bescherming van zaadetende vogels en zoogdieren, in het water levende organismen, niet tot de doelsoorten behorende geleedpotigen en honingbijen.
De lidstaten zien er tevens op toe dat:
a) de zaadcoating alleen in professionele zaadverwerkingsinstallaties plaatsvindt. Die installaties moeten de beste beschikbare technieken toepassen om ervoor te zorgen dat het vrijkomen van stof tijdens de toediening op het zaad, de opslag en het vervoer tot een minimum wordt beperkt;
b) geschikte rijenzaaiapparatuur wordt gebruikt waardoor een hoge mate van inwerking in de bodem wordt bereikt en morsen tijdens de toediening en de emissie van stof tot een minimum worden beperkt;
c) op het etiket van de behandelde zaden wordt vermeld dat de zaden met fipronil zijn behandeld, en de in de toelating opgenomen risicobeperkende maatregelen worden aangegeven;
d) monitoringprogramma’s worden opgezet om de daadwerkelijke blootstelling van bijen aan fipronil in gebieden die extensief door bijen voor het fourageren of door bijenhouders worden gebruikt, zo nodig te verifiëren.
De gebruiksvoorwaarden moeten, indien nodig, risicobeperkende maatregelen omvatten.
De kennisgever moet bevestigende informatie verstrekken over:
a) het risico voor andere bestuivers dan honingbijen;
b) de acute en langetermijnrisico’s voor het overleven en de ontwikkeling van de kolonie, en het risico voor het bijenbroed van plant- en bodemmetabolieten met uitzondering van de door fotolyse in de bodem gevormde metabolieten;
c) de mogelijke blootstelling aan stofdrift tijdens het zaaiproces en de acute en langetermijnrisico’s voor het overleven en de ontwikkeling van de kolonie, en het risico voor het bijenbroed wanneer bijen fourageren in aan stofdrift blootgestelde vegetatie;
d) de acute en langetermijnrisico’s voor het overleven en de ontwikkeling van de kolonie, en het risico voor het bijenbroed wanneer wordt gefourageerd op door insecten geproduceerde honingdauw;
e) de mogelijke blootstelling aan guttatievloeistof en de acute en langetermijnrisico’s voor het overleven en de ontwikkeling van de kolonie, en het risico voor het bijenbroed;
f) de mogelijke blootstelling aan residuen in nectar en pollen, honingdauw en guttatievloeistof van volggewassen of onkruid op velden, met inbegrip van de persistente bodemmetabolieten (RPA 200766, MB 46136 en MB 45950).
De kennisgever moet die informatie uiterlijk op 30 maart 2015 bij de Commissie, de lidstaten en de EFSA indienen.

158

Beflubutamide

CAS-nr.: 113614-08-7

CIPAC-nr.: 662

(RS)-N-benzyl-2-(4-fluor-3-trifluormethylfenoxy)butaanamide

≥ 970 g/kg

1 december 2007

►M328 31 juli 2021

DEEL A

Mag alleen worden toegelaten voor gebruik als herbicide.

DEEL B

Voor de toepassing van de in artikel 29, lid 6, van Verordening (EG) nr. 1107/2009 bedoelde uniforme beginselen moet rekening worden gehouden met de conclusies van het evaluatieverslag over beflubutamide dat op 15 mei 2007 door het Permanent Comité voor de voedselketen en de diergezondheid is goedgekeurd, en met name met de aanhangsels I en II.

Bij deze algehele evaluatie moeten de lidstaten:

— bijzondere aandacht besteden aan het risico voor waterorganismen.

De gebruiksvoorwaarden moeten, indien nodig, risicobeperkende maatregelen omvatten.

159

Spodoptera exigua kernpolyedervirus

CIPAC-nr.

niet toegewezen

niet van toepassing

1 december 2007

30 november 2017

DEEL A

De stof mag alleen worden toegelaten voor gebruik als insecticide.

DEEL B

Voor de toepassing van de in artikel 29, lid 6, van Verordening (EG) nr. 1107/2009 bedoelde uniforme beginselen moet rekening worden gehouden met de conclusies van het evaluatieverslag over Spodoptera exigua NPV dat op 15 mei 2007 door het Permanent Comité voor de voedselketen en de diergezondheid is goedgekeurd, en met name met de aanhangsels I en II.

160

Prosulfocarb

CAS-nr.: 52888-80-9

CIPAC-nr.: 539

S-benzyldipropyl(thiocarbamaat)

970 g/kg

1 november 2008

►M341 31 oktober 2021

DEEL A

Mag alleen worden toegelaten voor gebruik als herbicide.

DEEL B

Voor de toepassing van de in artikel 29, lid 6, van Verordening (EG) nr. 1107/2009 bedoelde uniforme beginselen moet rekening worden gehouden met de conclusies van het evaluatieverslag over prosulfocarb (en met name met de aanhangsels I en II), dat op 9 oktober 2007 door het Permanent Comité voor de voedselketen en de diergezondheid is goedgekeurd.

Bij de algemene evaluatie moeten de lidstaten:

— bijzondere aandacht besteden aan de veiligheid van de toedieners en ervoor zorgen dat de gebruiksvoorwaarden de toepassing van passende persoonlijke beschermingsmiddelen voorschrijven;

— bijzondere aandacht besteden aan de bescherming van in het water levende organismen en ervoor zorgen dat de toelatingsvoorwaarden, indien nodig, risicobeperkende maatregelen omvatten, zoals bufferzones;

— bijzondere aandacht besteden aan de bescherming van niet tot de doelsoorten behorende planten en ervoor zorgen dat de toelatingsvoorwaarden, indien nodig, risicobeperkende maatregelen omvatten, zoals een spuitvrije bufferzone in het veld.

161

Fludioxonil

CAS-nr.: 131341-86-1

CIPAC-nr.: 522

4-(2,2-difluor-1,3-benzodioxool-4-yl)-1H-pyrrool-3-carbonitril

950 g/kg

1 november 2008

►M341 31 oktober 2021

DEEL A

Mag alleen worden toegelaten voor gebruik als fungicide.

DEEL B

Bij het beoordelen van aanvragen voor toelating van gewasbeschermingsmiddelen die fludioxonil bevatten voor ander gebruik dan de behandeling van zaad, moeten de lidstaten bijzondere aandacht besteden aan de criteria in artikel 4, lid 3, van Verordening (EG) nr. 1107/2009 en ervoor zorgen dat de vereiste informatie en gegevens worden verstrekt voordat de toelating wordt verleend. Voorts moeten zij:

— bijzondere aandacht besteden aan de mogelijke verontreiniging van het grondwater, met name door de door fotolyse in de bodem gevormde metabolieten CGA 339833 en CGA 192155, in kwetsbare gebieden;

— bijzondere aandacht besteden aan de bescherming van vissen en ongewervelde waterdieren.

De toelatingsvoorwaarden moeten, indien nodig, risicobeperkende maatregelen omvatten.

Voor de toepassing van de in artikel 29, lid 6, van Verordening (EG) nr. 1107/2009 bedoelde uniforme beginselen moet rekening worden gehouden met de conclusies van het evaluatieverslag over fludioxonil (en met name met de aanhangsels I en II), dat op 9 oktober 2007 door het Permanent Comité voor de voedselketen en de diergezondheid is goedgekeurd.

162

Clomazon

CAS-nr.: 81777-89-1

CIPAC-nr.: 509

2-(2-chloorbenzyl)-4,4-dimethyl-1,2-oxazolidine-3-on

960 g/kg

1 november 2008

►M341 31 oktober 2021

DEEL A

Mag alleen worden toegelaten voor gebruik als herbicide.

DEEL B

Voor de toepassing van de in artikel 29, lid 6, van Verordening (EG) nr. 1107/2009 bedoelde uniforme beginselen moet rekening worden gehouden met de conclusies van het evaluatieverslag over clomazon (en met name met de aanhangsels I en II), dat op 9 oktober 2007 door het Permanent Comité voor de voedselketen en de diergezondheid is goedgekeurd.

Bij de algemene evaluatie moeten de lidstaten:

— bijzondere aandacht besteden aan de veiligheid van de toedieners en ervoor zorgen dat de gebruiksvoorwaarden de toepassing van passende persoonlijke beschermingsmiddelen voorschrijven;

— bijzondere aandacht besteden aan de bescherming van niet tot de doelsoorten behorende planten en ervoor zorgen dat de toelatingsvoorwaarden, indien nodig, risicobeperkende maatregelen omvatten, zoals bufferzones.

163

Benthiavalicarb

CAS-nr.: 413615-35-7

CIPAC-nr.: 744

[(S)-1-{[(R)-1-(6-fluor-1,3-benzothiazool-2-yl)ethyl]carbamoyl}-2-methylpropyl]carbaminezuur

≥ 910 g/kg

De volgende bij de vervaardiging gevormde onzuiverheden zijn uit toxicologisch oogpunt van belang en mogen niet meer bedragen dan een bepaalde hoeveelheid in het technische materiaal:

6,6′-difluor-2,2′-dibenzothiazool: < 3,5 mg/kg

bis(2-amino-5-fluorfenyl)disulfide: < 14 mg/kg

1 augustus 2008

►M328 31 juli 2021

DEEL A

Mag alleen worden toegelaten voor gebruik als fungicide.

DEEL B

Voor de toepassing van de in artikel 29, lid 6, van Verordening (EG) nr. 1107/2009 bedoelde uniforme beginselen moet rekening worden gehouden met de conclusies van het evaluatieverslag over benthiavalicarb (en met name met de aanhangsels I en II), dat op 22 januari 2008 door het Permanent Comité voor de voedselketen en de diergezondheid is goedgekeurd.

Bij de algemene evaluatie moeten de lidstaten bijzondere aandacht besteden aan:

— de veiligheid van de toedieners;

— de bescherming van niet tot de doelsoorten behorende geleedpotigen.

De gebruiksvoorwaarden moeten, indien nodig, passende risicobeperkende maatregelen omvatten.

Bij het beoordelen van aanvragen voor toelating van gewasbeschermingsmiddelen die benthiavalicarb bevatten voor andere toepassingen dan in kassen, moeten de lidstaten bijzondere aandacht besteden aan de criteria in artikel 4, lid 3, van Verordening (EG) nr. 1107/2009 en ervoor zorgen dat de vereiste informatie en gegevens worden verstrekt voordat de toelating wordt verleend.

De lidstaten lichten de Commissie overeenkomstig artikel 38 van Verordening (EG) nr. 1107/2009 in over de specificatie van het technische materiaal als commercieel vervaardigd.

164

Boscalid

CAS-nr.: 188425-85-6

CIPAC-nr.: 673

2-chloor-N-(4′-chloorbifenyl-2-yl)nicotinamide

≥ 960 g/kg

1 augustus 2008

►M328 31 juli 2021

DEEL A

Mag alleen worden toegelaten voor gebruik als fungicide.

DEEL B

Voor de toepassing van de in artikel 29, lid 6, van Verordening (EG) nr. 1107/2009 bedoelde uniforme beginselen moet rekening worden gehouden met de conclusies van het evaluatieverslag over boscalid (en met name met de aanhangsels I en II), dat op 22 januari 2008 door het Permanent Comité voor de voedselketen en de diergezondheid is goedgekeurd.

Bij de algemene evaluatie moeten de lidstaten bijzondere aandacht besteden aan:

— de veiligheid van de toedieners;

— het langetermijnrisico voor vogels en bodemorganismen;

— het risico van ophoping in de bodem, als de stof wordt gebruikt voor blijvende gewassen of volggewassen bij vruchtwisseling.

De gebruiksvoorwaarden moeten, indien nodig, passende risicobeperkende maatregelen omvatten.

▼M302 —————

▼B

166

Fluoxastrobin

CAS-nr.: 361377-29-9

CIPAC-nr.: 746

(E)-{2-[6-(2-chloorfenoxy)-5-fluorpyrimidine-4-yloxy]fenyl}(5,6-dihydro-1,4,2-dioxazine-3-yl)methanon-O-methyloxim

≥ 940 g/kg

1 augustus 2008

►M328 31 juli 2021

DEEL A

Mag alleen worden toegelaten voor gebruik als fungicide.

DEEL B

Voor de toepassing van de in artikel 29, lid 6, van Verordening (EG) nr. 1107/2009 bedoelde uniforme beginselen moet rekening worden gehouden met de conclusies van het evaluatieverslag over fluoxastrobin (en met name met de aanhangsels I en II), dat op 22 januari 2008 door het Permanent Comité voor de voedselketen en de diergezondheid is goedgekeurd.

Bij de algemene evaluatie moeten de lidstaten bijzondere aandacht besteden aan:

— de veiligheid van de toedieners, met name wanneer zij het onverdunde concentraat hanteren. De gebruiksvoorwaarden moeten passende beschermingsmaatregelen omvatten, zoals het dragen van een masker;

— de bescherming van in het water levende organismen. Indien nodig moeten risicobeperkende maatregelen, zoals bufferzones, worden toegepast;

— de gehalten aan residuen van metabolieten van fluoxastrobin, wanneer stro van behandelde percelen wordt gebruikt als diervoeder. De gebruiksvoorwaarden moeten, indien nodig, beperkingen op het gebruik als diervoeder omvatten;

— het risico van ophoping in de bodem, als de stof wordt gebruikt voor blijvende gewassen of volggewassen bij vruchtwisseling.

De gebruiksvoorwaarden moeten, indien nodig, risicobeperkende maatregelen omvatten.

De betrokken lidstaten moeten verzoeken om overlegging van:

— gegevens voor een uitvoerige risicobeoordeling van de gevolgen voor het water, waarbij rekening wordt gehouden met verwaaiing, afspoeling, drainage en de doeltreffendheid van mogelijke risicobeperkende maatregelen;

— gegevens over de toxiciteit van niet bij ratten voorkomende metabolieten, als stro van behandelde percelen wordt gebruikt als diervoeder.

Zij dragen er zorg voor dat deze studies binnen twee jaar na de goedkeuring bij de Commissie worden ingediend door de kennisgever die om opneming van fluoxastrobin in deze bijlage heeft verzocht.

167

Paecilomyces lilacinus (Thom)

Samson 1974 stam 251 (AGAL: nr. 89/030550)

CIPAC-nr.: 753

niet van toepassing

1 augustus 2008

►M328 31 juli 2021

DEEL A

De stof mag alleen worden toegelaten voor gebruik als nematicide.

DEEL B

Voor de toepassing van de in artikel 29, lid 6, van Verordening (EG) nr. 1107/2009 bedoelde uniforme beginselen moet rekening worden gehouden met de conclusies van het evaluatieverslag over Paecilomyces lilacinus (en met name met de aanhangsels I en II), dat op 22 januari 2008 door het Permanent Comité voor de voedselketen en de diergezondheid is goedgekeurd.

Bij de algemene evaluatie moeten de lidstaten bijzondere aandacht besteden aan:

— de veiligheid van de toedieners (hoewel het niet nodig was om een AOEL vast te stellen, moeten micro-organismen in de regel als potentiële sensibilisatoren worden beschouwd);

— de bescherming van niet tot de doelsoorten behorende, op bladeren levende geleedpotigen.

De gebruiksvoorwaarden moeten, indien nodig, risicobeperkende maatregelen omvatten.

168

Prothioconazool

CAS-nr.: 178928-70-6

CIPAC-nr.: 745

(RS)-2-[2-(1-chloorcyclopropyl)-3-(2-chloorfenyl)-2-hydroxypropyl]-2,4-dihydro-1,2,4-triazool-3-thion

≥ 970 g/kg

De volgende bij de vervaardiging gevormde onzuiverheden zijn uit toxicologisch oogpunt van belang en mogen niet meer bedragen dan een bepaalde hoeveelheid in het technische materiaal:

— tolueen: < 5 g/kg

— prothioconazool-dethio (2-(1-chloorcyclopropyl)-1-(2-chloorfenyl)-3-(1,2,4-triazool-1-yl)propaan-2-ol): < 0,5 g/kg (LOD)

1 augustus 2008

►M328 31 juli 2021

DEEL A

Mag alleen worden toegelaten voor gebruik als fungicide.

DEEL B

Voor de toepassing van de in artikel 29, lid 6, van Verordening (EG) nr. 1107/2009 bedoelde uniforme beginselen moet rekening worden gehouden met de conclusies van het evaluatieverslag over prothioconazool (en met name met de aanhangsels I en II), dat op 22 januari 2008 door het Permanent Comité voor de voedselketen en de diergezondheid is goedgekeurd.

Bij de algemene evaluatie moeten de lidstaten bijzondere aandacht besteden aan:

— de veiligheid van de toedieners bij sproeien. De gebruiksvoorwaarden moeten passende beschermingsmaatregelen omvatten;

— de bescherming van in het water levende organismen. Indien nodig moeten risicobeperkende maatregelen, zoals bufferzones, worden toegepast;

— de bescherming van vogels en kleine zoogdieren. Indien nodig moeten risicobeperkende maatregelen worden toegepast.

De gebruiksvoorwaarden moeten, indien nodig, risicobeperkende maatregelen omvatten.

De betrokken lidstaten moeten verzoeken om overlegging van:

— informatie voor de evaluatie van de blootstelling van de consumenten aan metabolieten van triazoolderivaten in primaire gewassen, wisselgewassen en producten van dierlijke oorsprong;

— een vergelijking van de werking van prothioconazool en de metabolieten van triazoolderivaten voor de evaluatie van de toxiciteit als gevolg van de gecombineerde blootstelling aan deze verbindingen;

— informatie voor verder onderzoek naar het langetermijnrisico voor zaadetende vogels en zoogdieren als gevolg van het gebruik van prothioconazool voor zaadbehandeling.

Zij dragen er zorg voor dat deze studies binnen twee jaar na de goedkeuring bij de Commissie worden ingediend door de kennisgever die om opneming van prothioconazool in deze bijlage heeft verzocht.

169

Amidosulfuron

CAS-nr.: 120923-37-7

CIPAC-nr.: 515

3-(4,6-dimethoxypyrimidine-2-yl)-1-(N-methyl-N-methylsulfonyl-aminosulfonyl)ureum

of

1-(4,6-dimethoxypyrimidine-2-yl)-3-mesyl(methyl) sulfamoylureum

≥ 970 g/kg

1 januari 2009

►M341 31 december 2021

DEEL A

Mag alleen worden toegelaten voor gebruik als herbicide.

DEEL B

Bij het beoordelen van aanvragen voor toelating van gewasbeschermingsmiddelen die amidosulfuron bevatten voor andere toepassingen dan gebruik voor hooiland of grasland, moeten de lidstaten bijzondere aandacht besteden aan de criteria in artikel 4, lid 3, van Verordening (EG) nr. 1107/2009 en ervoor zorgen dat de vereiste informatie en gegevens worden verstrekt voordat de toelating wordt verleend.

Voor de toepassing van de in artikel 29, lid 6, van Verordening (EG) nr. 1107/2009 bedoelde uniforme beginselen moet rekening worden gehouden met de conclusies van het evaluatieverslag over amidosulfuron (en met name met de aanhangsels I en II), dat op 22 januari 2008 door het Permanent Comité voor de voedselketen en de diergezondheid is goedgekeurd.

Bij de algemene evaluatie moeten de lidstaten bijzondere aandacht besteden aan:

— de bescherming van het grondwater wegens de mogelijkheid tot verontreiniging van het grondwater door sommige afbraakproducten wanneer de stof wordt toegepast in regio's met kwetsbare bodem- en/of klimaatomstandigheden;

— de bescherming van waterplanten.

Ten aanzien van deze risico's moeten, indien nodig, risicobeperkende maatregelen, zoals bufferzones, worden toegepast.

170

Nicosulfuron

CAS-nr.: 111991-09-4

CIPAC-nr.: 709

2-[(4,6-dimethoxypyrimidine-2-ylcarbamoyl)sulfamoyl]-N,N-dimethylnicotinamide

of

1-(4,6-dimethoxypyrimidine-2-yl)-3-(3-dimethylcarbamoyl-2-pyridylsulfonyl)ureum

≥ 910 g/kg

1 januari 2009

►M341 31 december 2021

DEEL A

Mag alleen worden toegelaten voor gebruik als herbicide.

DEEL B

Voor de toepassing van de in artikel 29, lid 6, van Verordening (EG) nr. 1107/2009 bedoelde uniforme beginselen moet rekening worden gehouden met de conclusies van het evaluatieverslag over nicosulfuron (en met name met de aanhangsels I en II), dat op 22 januari 2008 door het Permanent Comité voor de voedselketen en de diergezondheid is goedgekeurd.

Bij de algemene evaluatie moeten de lidstaten bijzondere aandacht besteden aan:

— de mogelijke blootstelling van het aquatisch milieu aan de metaboliet DUDN wanneer nicosulfuron wordt toegepast in regio's met kwetsbare bodemomstandigheden;

— de bescherming van waterplanten en ervoor zorgen dat de toelatingsvoorwaarden, indien nodig, risicobeperkende maatregelen omvatten, zoals bufferzones;

— de bescherming van niet tot de doelsoorten behorende planten en ervoor zorgen dat de toelatingsvoorwaarden, indien nodig, risicobeperkende maatregelen omvatten, zoals een spuitvrije bufferzone in het veld;

— de bescherming van het grond- en oppervlaktewater in qua bodemgesteldheid en klimatologische omstandigheden kwetsbare gebieden.

171

Clofentezine

CAS-nr.: 74115-24-5

CIPAC-nr.: 418

3,6-bis(2-chloorfenyl)-1,2,4,5-tetrazine

≥ 980 g/kg (droge stof)

1 januari 2009

►M341 31 december 2021

DEEL A

Mag alleen worden toegelaten voor gebruik als acaricide.

DEEL B

Voor de toepassing van de in artikel 29, lid 6, van Verordening (EG) nr. 1107/2009 bedoelde uniforme beginselen moet rekening worden gehouden met de conclusies van het evaluatieverslag over clofentezine, dat op 11 mei 2010 door het Permanent Comité voor de voedselketen en de diergezondheid is goedgekeurd, en met name met de aanhangsels I en II.

Bij deze algemene evaluatie moeten de lidstaten bijzondere aandacht besteden aan:

— de specificatie van het technische materiaal zoals commercieel vervaardigd, die bevestigd en met passende analytische gegevens onderbouwd moet worden. Het in de toxiciteitsdossiers gebruikte testmateriaal moet worden vergeleken met deze specificatie van het technische materiaal en aan de hand daarvan worden gecontroleerd;

— de veiligheid van de toedieners en werknemers, waarbij ervoor moet worden gezorgd dat de gebruiksvoorwaarden indien nodig de toepassing van geschikte persoonlijke beschermingsmiddelen voorschrijven;

— de mogelijke verspreiding door de lucht over langere afstand;

— het risico voor niet tot de doelsoorten behorende organismen. De toelatingsvoorwaarden moeten, indien nodig, risicobeperkende maatregelen omvatten.

De betrokken lidstaten dragen er zorg voor dat de kennisgever uiterlijk 31 juli 2011 bij de Commissie een monitoringprogramma indient ter beoordeling van de mogelijke verspreiding door de lucht over langere afstand van clofentezine en de bijbehorende risico’s voor het milieu. De resultaten van dat monitoringprogramma moeten uiterlijk 31 juli 2013 in de vorm van een monitoringverslag bij de als rapporteur optredende lidstaat en de Commissie worden ingediend.

De betrokken lidstaten dragen er zorg voor dat de kennisgever uiterlijk 30 juni 2012 bevestigende studies betreffende de toxicologische en milieurisicobeoordeling van de metabolieten van clofentezine bij de Commissie indient.

▼M23

172

Dicamba

CAS-nr. 1918-00-9

CIPAC-nr. 85

3,6-dichloor-2-methoxybenzoëzuur

≥ 850 g/kg

1 januari 2009

►M341 31 december 2021

DEEL A

De stof mag alleen worden toegelaten voor gebruik als herbicide.

DEEL B

Voor de toepassing van de in artikel 29, lid 6, van Verordening (EG) nr. 1107/2009 bedoelde uniforme beginselen moet rekening worden gehouden met de conclusies van het evaluatieverslag over dicamba (met name de aanhangsels I en II) dat op 27 september 2011 door het Permanent Comité voor de voedselketen en de diergezondheid is afgerond.

Bij deze algemene beoordeling moeten de lidstaten bijzondere aandacht besteden aan de bescherming van niet tot de doelsoorten behorende planten.

De gebruiksvoorwaarden moeten, indien nodig, passende risicobeperkende maatregelen omvatten.

De kennisgever moet bevestigende informatie verstrekken over:

a) de identificatie en kwantificering van een groep van bodemtransformatieproducten, gevormd in een bodemincubatiestudie;

b) de mogelijke verspreiding door de lucht over een lange afstand.

De kennisgever moet deze informatie uiterlijk op 30 november 2013 bij de lidstaten, de Commissie en de EFSA indienen.

173

Difenoconazool

CAS-nr. 119446-68-3

CIPAC-nr. 687

3-chloor-4-[(2RS,4RS;2RS,4SR)-4-methyl-2-(1H-1,2,4-triazool-1-ylmethyl)-1,3-dioxolaan-2-yl]fenyl-4-chloorfenylether

≥ 940 g/kg

Maximumgehalte tolueen: 5 g/kg

1 januari 2009

►M341 31 december 2021

DEEL A

De stof mag alleen worden toegelaten voor gebruik als fungicide.

DEEL B

Voor de toepassing van de in artikel 29, lid 6, van Verordening (EG) nr. 1107/2009 bedoelde uniforme beginselen moet rekening worden gehouden met de conclusies van het evaluatieverslag over difenoconazool (met name de aanhangsels I en II), dat op 27 september 2011 door het Permanent Comité voor de voedselketen en de diergezondheid is afgerond.

Bij deze algemene beoordeling moeten de lidstaten bijzondere aandacht besteden aan de bescherming van in het water levende organismen.

De gebruiksvoorwaarden moeten, indien nodig, passende risicobeperkende maatregelen omvatten.

De kennisgever moet bevestigende informatie verstrekken wat betreft:

a) verdere gegevens over de specificatie van het technische materiaal;

b) de residuen van metabolieten van triazoolderivaten (TDM’s) in primaire gewassen, wisselgewassen, verwerkte producten en producten van dierlijke oorsprong;

c) de mogelijke hormoonontregelende effecten op vis (studie naar de volledige levenscyclus van vissen) en het chronische risico dat de werkzame stof en de metaboliet CGA 205375 (16) voor regenwormen vormen;

d) het mogelijke effect van de variabele isomeerverhouding in het technische materiaal en van de preferentiële afbraak en/of omzetting van het mengsel van isomeren op de beoordeling van de risico’s voor de werknemers, de beoordeling van de risico’s voor de consumenten en voor het milieu.

De kennisgever moet de onder a) vermelde informatie uiterlijk op 31 mei 2012, de onder b) en c) vermelde informatie uiterlijk op 30 november 2013 en de onder d) vermelde informatie binnen twee jaar na de goedkeuring van specifieke richtsnoeren bij de lidstaten, de Commissie en de EFSA indienen.

▼B

174

Diflubenzuron

CAS-nr.: 35367-38-5

CIPAC-nr.: 339

1-(4-chloorfenyl)-3-(2,6-difluorbenzoyl)ureum

≥ 950 g/kg onzuiverheid: max. 0,03 g/kg 4-chlooraniline

1 januari 2009

►M313 31 december 2020

DEEL A

►M224 Mag alleen worden toegelaten voor gebruik als insecticide op niet-eetbare gewassen.

Voor de toepassing van de in artikel 29, lid 6, van Verordening (EG) nr. 1107/2009 bedoelde uniforme beginselen moet rekening worden gehouden met de conclusies van het evaluatieverslag over diflubenzuron, en met name met de aanhangsels I en II daarvan, zoals dat op 23 maart 2017 door het Permanent Comité voor planten, dieren, levensmiddelen en diervoeders is gewijzigd.

Bij deze algemene beoordeling moeten de lidstaten bijzondere aandacht besteden aan:

— de specificatie van het technische materiaal zoals commercieel vervaardigd, die bevestigd en met passende analytische gegevens onderbouwd moet worden. Het in de toxiciteitsdossiers gebruikte testmateriaal moet worden vergeleken met deze specificatie van het technische materiaal en aan de hand daarvan worden gecontroleerd;

— de bescherming van in het water levende organismen, op het land levende organismen en niet tot de doelsoorten behorende geleedpotigen, met inbegrip van bijen;

— de mogelijke onbedoelde blootstelling van voedsel- en voedergewassen aan diflubenzuron als gevolg van gebruik op niet-eetbare gewassen (bijvoorbeeld via verwaaiing);

— de bescherming van werknemers, omwonenden en omstanders.

De lidstaten moeten ervoor zorgen dat met diflubenzuron behandelde gewassen niet in de voedsel- en voederketen terechtkomen.

De gebruiksvoorwaarden moeten, indien nodig, passende risicobeperkende maatregelen omvatten.

DEEL B

Voor de toepassing van de in artikel 29, lid 6, van Verordening (EG) nr. 1107/2009 bedoelde uniforme beginselen moet rekening worden gehoudenmet de conclusies van het evaluatieverslag over diflubenzuron, dat op 11 mei 2010 door het Permanent Comité voor de voedselketen en de diergezondheid is goedgekeurd, en met name met de aanhangsels I en II.

Bij deze algemene evaluatie moeten de lidstaten bijzondere aandacht besteden aan:

— de specificatie van het technische materiaal zoals commercieel vervaardigd, die bevestigd en met passende analytische gegevens onderbouwd moet worden. Het in de toxiciteitsdossiers gebruikte testmateriaal moet worden vergeleken met deze specificatie van het technische materiaal en aan de hand daarvan worden gecontroleerd;

— de bescherming van in het water levende organismen;

— de bescherming van op het land levende organismen;

— de bescherming van niet tot de doelsoorten behorende geleedpotigen, met inbegrip van bijen.

De gebruiksvoorwaarden moeten, indien nodig, passende risicobeperkende maatregelen omvatten.

De betrokken lidstaten moeten ervoor zorgen dat de kennisgever uiterlijk 30 juni 2011 verdere studies ter beoordeling van de potentiële toxicologische relevantie van de onzuiverheid en metaboliet 4-chlooraniline (PCA) bij de Commissie indient.

▼M23

175

Imazaquin

CAS-nr. 81335-37-7

CIPAC-nr. 699

2-[(RS)-4-isopropyl-4-methyl-5-oxo-2-imidazoline-2-yl]chinoline-3-carbonzuur

≥ 960 g/kg (racemisch mengsel)

1 januari 2009

31 december 2018

DEEL A

De stof mag alleen worden toegelaten voor gebruik als plantengroeiregulator.

DEEL B

Voor de toepassing van de in artikel 29, lid 6, van Verordening (EG) nr. 1107/2009 bedoelde uniforme beginselen moet rekening worden gehouden met de conclusies van het evaluatieverslag over imazaquin (met name de aanhangsels I en II) dat op 27 september 2011 door het Permanent Comité voor de voedselketen en de diergezondheid is afgerond.

De kennisgever moet bevestigende informatie verstrekken wat betreft:

a) verdere gegevens over de specificatie van het technische materiaal;

b) het mogelijke effect van de variabele isomeerverhouding in het technische materiaal en van de preferentiële afbraak en/of omzetting van het mengsel van isomeren op de beoordeling van de risico’s voor de werknemers, de beoordeling van de risico’s voor de consumenten en voor het milieu.

De kennisgever moet de onder a) vermelde informatie uiterlijk 31 mei 2012 en de onder b) vermelde informatie binnen twee jaar na de goedkeuring van specifieke richtsnoeren bij de lidstaten, de Commissie en de EFSA indienen.

▼B

176

Lenacil

CAS-nr.: 2164-08-1

CIPAC-nr.: 163

3-cyclohexyl-1,5,6,7-tetrahydrocyclopentapyrimidine-2,4(3H)-dion

≥ 975 g/kg

1 januari 2009

►M341 31 december 2021

DEEL A

Mag alleen worden toegelaten voor gebruik als herbicide.

DEEL B

Voor de toepassing van de in artikel 29, lid 6, van Verordening (EG) nr. 1107/2009 bedoelde uniforme beginselen moet rekening worden gehouden met de conclusies van het evaluatieverslag over lenacil, dat op 11 mei 2010 door het Permanent Comité voor de voedselketen en de diergezondheid is goedgekeurd, en met name met de aanhangsels I en II.

Bij deze algemene evaluatie moeten de lidstaten bijzondere aandacht besteden aan:

— het risico voor in het water levende organismen in het bijzonder algen en waterplanten. De toelatingsvoorwaarden moeten risicobeperkende maatregelen omvatten, zoals bufferzones tussen behandelde percelen en oppervlaktewateren;

— de bescherming van het grondwater, wanneer de werkzame stof wordt gebruikt in qua bodemgesteldheid of klimatologische omstandigheden kwetsbare gebieden. De toelatingsvoorwaarden moeten risicobeperkende maatregelen omvatten en er moeten zo nodig monitoringprogramma’s worden opgezet om mogelijke grondwaterverontreiniging met de metabolieten IN-KF 313, M1, M2 en M3 in kwetsbare gebieden te controleren.

De betrokken lidstaten dragen er zorg voor dat de kennisgever bij de Commissie bevestigende informatie indient over de identiteit en kenmerken van de bodemmetabolieten Polar B en Polars en de metabolieten M1, M2 en M3diebij lysimeterstudies zijn gevonden en bevestigende gegevens over wisselgewassen, met inbegrip van mogelijke fytotoxische effecten. Zij moeten ervoor zorgen dat de kennisgever deze informatie uiterlijk 30 juni 2012 aan de Commissie verstrekt.

Wanneer bij een beslissing betreffende de indeling van lenacil overeenkomstig Verordening (EG) nr. 1272/2008 van het Europees Parlement en de Raad (3) wordt vastgesteld dat verdere informatie over de relevantie van de metabolieten IN-KE 121, IN-KF 313, M1, M2, M3, Polar B en Polars noodzakelijk is, moeten de betrokken lidstaten verzoeken om de overlegging van dergelijke informatie. Zij zorgen ervoor dat de kennisgever die informatie binnen zes maanden na de kennisgeving van een dergelijke indelingsbeslissing aan de Commissie verstrekt.

177

Oxadiazon

CAS-nr.: 19666-30-9

CIPAC-nr.: 213

5-tert-butyl-3-(2,4-dichloor-5-isopropoxyfenyl)-1,3,4-oxadiazool-2(3H)-on

≥ 940 g/kg

1 januari 2009

31 december 2018

DEEL A

Mag alleen worden toegelaten voor gebruik als herbicide.

DEEL B

Voor de toepassing van de in artikel 29, lid 6, van Verordening (EG) nr. 1107/2009 bedoelde uniforme beginselen moet rekening worden gehouden met de conclusies van het evaluatieverslag over oxadiazon, dat op 11 mei 2010 door het Permanent Comité voor de voedselketen en de diergezondheid is goedgekeurd, en met name met de aanhangsels I en II.

Bij deze algemene evaluatie moeten de lidstaten bijzondere aandacht besteden aan:

— de specificatie van het technische materiaal zoals commercieel vervaardigd, die bevestigd en met passende analytische gegevens onderbouwd moet worden. Het in de toxiciteitsdossiers gebruikte testmateriaal moet worden vergeleken met deze specificatie van het technische materiaal en aan de hand daarvan worden gecontroleerd;

— de mogelijkheid van grondwaterverontreiniging door de metaboliet AE0608022, wanneer de werkzame stof wordt gebruikt in situaties waarin naar verwachting langdurige anaerobe omstandigheden kunnen voorkomen of in qua bodemgesteldheid of klimatologische omstandigheden kwetsbare gebieden. De toelatingsvoorwaarden moeten, indien nodig, risicobeperkende maatregelen omvatten.

De betrokken lidstaten moeten ervoor zorgen dat de kennisgever de volgende informatie bij de Commissie indient:

— verdere studies ter beoordeling van de potentiële toxicologische relevantie van een onzuiverheid in de voorgestelde technische specificatie;

— informatie ter nadere verduidelijking van het optreden van de metaboliet AE0608033 bij primaire en wisselgewassen;

— verdere proeven bij wisselgewassen (namelijk bij hakvruchten en granen) en een onderzoek naar de stofwisseling van herkauwers ter bevestiging van de risicobeoordeling voor de consument;

— informatie voor de verdere beoordeling van het risico voor zich met regenwormen voedende vogels en zoogdieren en over het langetermijnrisico voor vis.

Zij moeten ervoor zorgen dat de kennisgever deze informatie uiterlijk 30 juni 2012 aan de Commissie verstrekt.

178

Picloram

CAS-nr.: 1918-02-1

CIPAC-nr.: 174

4-amino-3,5,6-trichloorpyridine-2-carbonzuur

≥ 920 g/kg

1 januari 2009

►M341 31 december 2021

DEEL A

Mag alleen worden toegelaten voor gebruik als herbicide.

DEEL B

Voor de toepassing van de in artikel 29, lid 6, van Verordening (EG) nr. 1107/2009 bedoelde uniforme beginselen moet rekening worden gehouden met de conclusies van het evaluatieverslag over picloram, dat op 11 mei 2010 door het Permanent Comité voor de voedselketen en de diergezondheid is goedgekeurd, en met name met de aanhangsels I en II.

Bij de algemene evaluatie moeten de lidstaten bijzondere aandacht schenken aan:

— de mogelijkheid van grondwaterverontreiniging, wanneer picloram wordt gebruikt in qua bodemgesteldheid of klimatologische omstandigheden kwetsbare gebieden. De toelatingsvoorwaarden moeten, indien nodig, risicobeperkende maatregelen omvatten.

De betrokken lidstaten moeten ervoor zorgen dat de kennisgever de volgende informatie bij de Commissie indient:

— nadere informatie ter bevestiging dat bij de residuproeven toegepaste analysemethode voor monitoring de residuen van picloram en de conjugaten daarvan correct kwantificeert;

— een onderzoek naar de bodemfotolyse ter bevestiging van de evaluatie van de afbraak van picloram;

Zij moeten ervoor zorgen dat de kennisgever deze informatie uiterlijk 30 juni 2012 aan de Commissie verstrekt.

▼M330 —————

▼B

180

Bifenox

CAS-nr.: 42576-02-3

CIPAC-nr.: 413

methyl-5-(2,4-dichloorfenoxy)-2-nitrobenzoaat

≥ 970 g/kg onzuiverheden:

maximaal 3 g/kg 2,4-dichloorfenol

maximaal 6 g/kg 2,4-dichlooranisool

1 januari 2009

►M341 31 december 2021

►M85
DEEL A
Mag alleen worden toegelaten voor gebruik als herbicide.
DEEL B
Voor de toepassing van de in artikel 29, lid 6, van Verordening (EG) nr. 1107/2009 bedoelde uniforme beginselen moet rekening worden gehouden met de conclusies van het evaluatieverslag over bifenox dat op 14 maart 2008 door het Permanent Comité voor de voedselketen en de diergezondheid is goedgekeurd, en met name met de aanhangsels I en II.
Bij deze algemene beoordeling dienen de lidstaten vooral aandacht te schenken aan:
a) de veiligheid van de toedieners, waarbij er zo nodig voor moet worden gezorgd dat de gebruiksvoorwaarden de toepassing van geschikte persoonlijke beschermingsmiddelen voorschrijven;
b) de blootstelling van de consumenten via de voeding aan bifenoxresiduen in producten van dierlijke oorsprong of in wisselgewassen;
c) de milieuomstandigheden die tot de vorming van nitrofeen kunnen leiden.
De lidstaten leggen waar nodig in het licht van punt c) beperkingen op wat de gebruiksvoorwaarden betreft.

181

Diflufenican

CAS-nr.: 83164-33-4

CIPAC-nr.: 462

2′,4′-difluor-2-(α,α,α-trifluor-m-tolyloxy) nicotinanilide

≥ 970 g/kg

1 januari 2009

►M341 31 december 2021

DEEL A

Mag alleen worden toegelaten voor gebruik als herbicide.

DEEL B

Voor de toepassing van de in artikel 29, lid 6, van Verordening (EG) nr. 1107/2009 bedoelde uniforme beginselen moet rekening worden gehouden met de conclusies van het evaluatieverslag over diflufenican dat op 14 maart 2008 door het Permanent Comité voor de voedselketen en de diergezondheid is goedgekeurd, en met name met de aanhangsels I en II.

Bij de algemene evaluatie moeten de lidstaten bijzondere aandacht besteden aan:

— de bescherming van in het water levende organismen. Indien nodig moeten risicobeperkende maatregelen, zoals bufferzones, worden toegepast;

— de bescherming van niet tot de doelsoorten behorende planten. Indien nodig moeten risicobeperkende maatregelen, zoals een spuitvrije bufferzone in het veld, worden toegepast.

182

Fenoxaprop-P

CAS-nr.: 113158-40-0

CIPAC-nr.: 484

(R)-2[4-[(6-chloor-2-benzoxazolyl)oxy]-fenoxy]propionzuur

≥ 920 g/kg

1 januari 2009

►M341 31 december 2021

DEEL A

Mag alleen worden toegelaten voor gebruik als herbicide.

DEEL B

Voor de toepassing van de in artikel 29, lid 6, van Verordening (EG) nr. 1107/2009 bedoelde uniforme beginselen moet rekening worden gehouden met de conclusies van het evaluatieverslag over fenoxaprop-P dat op 14 maart 2008 door het Permanent Comité voor de voedselketen en de diergezondheid is goedgekeurd, en met name met de aanhangsels I en II.

Bij de algemene evaluatie moeten de lidstaten bijzondere aandacht besteden aan:

— de veiligheid van de toedieners, waarbij ervoor moet worden gezorgd dat de gebruiksvoorwaarden de toepassing van geschikte persoonlijke beschermingsmiddelen voorschrijven;

— de bescherming van niet tot de doelsoorten behorende planten;

— de aanwezigheid van de beschermstof mefenpyr-diëthyl in geformuleerde producten wat betreft de blootstelling van de toedieners, werknemers en omstanders;

— de persistentie van de stof en sommige afbraakproducten daarvan in koudere zones en gebieden waar anaerobe omstandigheden kunnen voorkomen.

De toelatingsvoorwaarden moeten, indien nodig, risicobeperkende maatregelen omvatten.

183

Fenpropidin

CAS-nr.: 67306-00-7

CIPAC-nr.: 520

(R,S)-1-[3-(4-tert-butylfenyl)-2-methylpropyl]piperidine

≥ 960 g/kg (racemaat)

1 januari 2009

►M341 31 december 2021

DEEL A

Mag alleen worden toegestaan voor gebruik als fungicide.

DEEL B

Voor de toepassing van de in artikel 29, lid 6, van Verordening (EG) nr. 1107/2009 bedoelde uniforme beginselen moet rekening worden gehouden met de conclusies van het evaluatieverslag over fenpropidin dat op 14 maart 2008 door het Permanent Comité voor de voedselketen en de diergezondheid is goedgekeurd, en met name met de aanhangsels I en II.

Bij de algemene evaluatie moeten de lidstaten bijzondere aandacht besteden aan:

— de veiligheid van de toedieners en de werknemers, waarbij ervoor moet worden gezorgd dat de gebruiksvoorwaarden de toepassing van geschikte persoonlijke beschermingsmiddelen voorschrijven;

— de bescherming van in het water levende organismen en ervoor zorgen dat de toelatingsvoorwaarden, indien nodig, risicobeperkende maatregelen omvatten, zoals bufferzones.

De betrokken lidstaten moeten verzoeken om overlegging van:

— informatie voor de verdere beoordeling van het langetermijnrisico voor plantenetende en insectenetende vogels als gevolg van het gebruik van fenpropidin.

Zij zorgen ervoor dat de kennisgever dergelijke gegevens en informatie ter bevestiging van de risicobeoordeling aan de Commissie verstrekt binnen twee jaar na de goedkeuring.

184

Quinoclamine

CAS-nr.: 2797-51-5

CIPAC-nr.: 648

2-amino-3-chloor-1,4-naftochinon

≥ 965 g/kg onzuiverheid:

dichlon (2,3-dichloor-1,4-naftochinon) maximaal 15 g/kg

1 januari 2009

31 december 2018

DEEL A

Mag alleen worden toegelaten voor gebruik als herbicide.

DEEL B

Bij het beoordelen van aanvragen voor toelating van gewasbeschermingsmiddelen die quinoclamine bevatten voor andere toepassingen dan voor siergewassen of kwekerijgewassen, moeten de lidstaten bijzondere aandacht besteden aan de criteria in artikel 4, lid 3, van Verordening (EG) nr. 1107/2009 en ervoor zorgen dat de vereiste informatie en gegevens worden verstrekt voordat de toelating wordt verleend.

Voor de toepassing van de uniforme beginselen in bijlage VI moet rekening worden gehouden met de conclusies van het evaluatieverslag over quinoclamine dat op 14 maart 2008 door het Permanent Comité voor de voedselketen en de diergezondheid is goedgekeurd, en met name met de aanhangsels I en II.

Bij de algemene evaluatie moeten de lidstaten bijzondere aandacht besteden aan:

— de veiligheid van de toedieners, de werknemers en de omstanders, waarbij ervoor moet worden gezorgd dat de gebruiksvoorwaarden de toepassing van geschikte persoonlijke beschermingsmiddelen voorschrijven;

— de bescherming van in het water levende organismen;

— de bescherming van vogels en kleine zoogdieren.

De gebruiksvoorwaarden moeten, indien nodig, passende risicobeperkende maatregelen omvatten.

185

Chloridazon

CAS-nr.: 1698-60-8

CIPAC-nr.: 111

5-amino-4-chloor-2-fenylpyridazine-3(2H)-on

920 g/kg

De onzuiverheid 4-amino-5-chloor-isomeer wordt uit toxicologisch oogpunt als problematisch beschouwd en er is een maximumgehalte van 60 g/kg vastgesteld.

1 januari 2009

31 december 2018

DEEL A

De stof mag alleen worden toegestaan voor gebruik als herbicide, waarbij slechts elke drie jaar op hetzelfde veld max. 2,6 kg/ha mag worden toegepast.

DEEL B

Voor de toepassing van de in artikel 29, lid 6, van Verordening (EG) nr. 1107/2009 bedoelde uniforme beginselen moet rekening worden gehouden met de conclusies van het evaluatieverslag over chloridazon dat op 4 december 2007 door het Permanent Comité voor de voedselketen en de diergezondheid is goedgekeurd, en met name met de aanhangsels I en II.

Bij de algemene evaluatie moeten de lidstaten bijzondere aandacht besteden aan:

— de veiligheid van de toedieners, waarbij ervoor moet worden gezorgd dat de gebruiksvoorwaarden de toepassing van passende persoonlijke beschermingsmiddelen voorschrijven;

— de bescherming van in het water levende organismen;

— de bescherming van het grondwater, wanneer de werkzame stof wordt gebruikt in qua bodemgesteldheid en/of klimatologische omstandigheden kwetsbare gebieden.

De toelatingsvoorwaarden moeten risicobeperkende maatregelen omvatten en er moeten zo nodig monitoringprogramma's worden opgezet om mogelijke grondwaterverontreiniging met de metabolieten B en B1 in kwetsbare gebieden te controleren.

186

Tritosulfuron

CAS-nr.: 142469-14-5

CIPAC-nr.: 735

1-(4-methoxy-6-trifluormethyl-1,3,5-triazine-2-yl)-3-(2-trifluormethyl-benzeensulfonyl)ureum

≥ 960 g/kg

De volgende bij de vervaardiging gevormde onzuiverheid is uit toxicologisch oogpunt van belang en mag niet meer bedragen dan een bepaalde hoeveelheid in het technische materiaal:

2-amino-4-methoxy-6-(trifluormethyl)-1,3,5-triazine: < 0,2 g/kg

1 december 2008

►M341 30 november 2021

DEEL A

Mag alleen worden toegelaten voor gebruik als herbicide.

DEEL B

Voor de toepassing van de in artikel 29, lid 6, van Verordening (EG) nr. 1107/2009 bedoelde uniforme beginselen moet rekening worden gehouden met de conclusies van het evaluatieverslag over tritosulfuron (en met name met de aanhangsels I en II), dat op 20 mei 2008 door het Permanent Comité voor de voedselketen en de diergezondheid is goedgekeurd.

Bij de algemene evaluatie moeten de lidstaten bijzondere aandacht schenken aan:

— de mogelijke verontreiniging van het grondwater, wanneer de werkzame stof wordt gebruikt in qua bodemgesteldheid en/of klimatologische omstandigheden kwetsbare gebieden;

— de bescherming van in het water levende organismen;

— de bescherming van kleine zoogdieren.

De gebruiksvoorwaarden moeten, indien nodig, risicobeperkende maatregelen omvatten.

187

Flutolanil

CAS-nr.: 66332-96-5

CIPAC-nr.: 524

α,α,α-trifluor-3′-isopropoxy-o-toluanilide

≥ 975 g/kg

1 maart 2009

►M348 28 februari 2022

DEEL A

Mag alleen worden toegelaten voor gebruik als fungicide.

DEEL B

Bij het beoordelen van aanvragen voor toelating van gewasbeschermingsmiddelen die flutolanil bevatten voor ander gebruik dan de behandeling van aardappelknollen, moeten de lidstaten bijzondere aandacht besteden aan de criteria in artikel 4, lid 3, van Verordening (EG) nr. 1107/2009 en ervoor zorgen dat de vereiste informatie en gegevens worden verstrekt voordat de toelating wordt verleend.

Voor de toepassing van de in artikel 29, lid 6, van Verordening (EG) nr. 1107/2009 bedoelde uniforme beginselen wordt rekening gehouden met de conclusies van het evaluatieverslag over flutolanil, dat op 20 mei 2008 door het Permanent Comité voor de voedselketen en de diergezondheid is goedgekeurd, en met name met de aanhangsels I en II.

Bij deze algemene beoordeling moeten de lidstaten bijzondere aandacht besteden aan:

— de bescherming van het grondwater, wanneer de werkzame stof wordt gebruikt in qua bodemgesteldheid en/of klimatologische omstandigheden kwetsbare gebieden.

De toelatingsvoorwaarden moeten, indien nodig, risicobeperkende maatregelen omvatten.

188

Benfluralin

CAS-nr.: 1861-40-1

CIPAC-nr.: 285

N-butyl-N-ethyl-α,α,α-trifluor-2,6-dinitro-p-toluïdine

≥ 960 g/kg

Onzuiverheden:

— ethyl-butyl-nitrosamine: max. 0,1 mg/kg

1 maart 2009

►M348 28 februari 2022

DEEL A

Mag alleen worden toegelaten voor gebruik als herbicide.

DEEL B

Bij het beoordelen van aanvragen voor toelating van gewasbeschermingsmiddelen die benfluralin bevatten voor andere toepassingen dan bij sla en andijvie, moeten de lidstaten bijzondere aandacht besteden aan de criteria in artikel 4, lid 3, van Verordening (EG) nr. 1107/2009 en ervoor zorgen dat de vereiste informatie en gegevens worden verstrekt voordat de toelating wordt verleend.

Voor de toepassing van de in artikel 29, lid 6, van Verordening (EG) nr. 1107/2009 bedoelde uniforme beginselen wordt rekening gehouden metde conclusies van het evaluatieverslag over benfluralin, dat op 20 mei 2008 door het Permanent Comité voor de voedselketen en de diergezondheid is goedgekeurd, en met name met de aanhangsels I en II.

Bij deze algemene beoordeling moeten de lidstaten bijzondere aandacht besteden aan:

— de veiligheid van de toedieners. De toegelaten gebruiksvoorwaarden moeten de toepassing van passende persoonlijke beschermingsmiddelen en risicobeperkende maatregelen ter vermindering van de blootstelling voorschrijven;

— de residuen in levensmiddelen van plantaardige en dierlijke oorsprong en de blootstelling van de consument via de voeding;

— de bescherming van vogels, zoogdieren, oppervlaktewateren en in het water levende organismen. Ten aanzien van deze risico's moeten, indien nodig, risicobeperkende maatregelen, zoals bufferzones, worden toegepast.

De betrokken lidstaten verzoeken om aanvullende studies betreffende het metabolisme van wisselgewassen en ter bevestiging van de risicobeoordeling voor metaboliet B12 en voor in het water levende organismen. Zij zien erop toe dat de kennisgevers op wier verzoek benfluralin in deze bijlage is opgenomen, deze studies binnen twee jaar na de goedkeuring bij de Commissie indienen.

189

Fluazinam

CAS-nr.: 79622-59-6

CIPAC-nr.: 521

3-chloor-N-(3-chloor-5-trifluormethyl-2-pyridyl)-α,α,α-trifluor-2,6-dinitro-p-toluïdine

≥ 960 g/kg

Onzuiverheden:

5-chloor-N-(3-chloor-5-trifluormethyl-2-pyridyl)-α,α,α-trifluor-4,6-dinitro-o-toluïdine

— niet meer dan 2 g/kg

1 maart 2009

►M348 28 februari 2022

DEEL A

Mag alleen worden toegelaten voor gebruik als fungicide.

DEEL B

Bij het beoordelen van aanvragen voor toelating van gewasbeschermingsmiddelen die fluazinam bevatten voor andere toepassingen dan bij aardappelen, moeten de lidstaten bijzondere aandacht besteden aan de criteria in artikel 4, lid 3, van Verordening (EG) nr. 1107/2009 en ervoor zorgen dat de vereiste informatie en gegevens worden verstrekt voordat de toelating wordt verleend.

Voor de toepassing van de in artikel 29, lid 6, van Verordening (EG) nr. 1107/2009 bedoelde uniforme beginselen wordt rekening gehouden met de conclusies van het evaluatieverslag over fluazinam, dat op 20 mei 2008 door het Permanent Comité voor de voedselketen en de diergezondheid is goedgekeurd, en met name met de aanhangsels I en II.

Bij deze algemene beoordeling moeten de lidstaten bijzondere aandacht besteden aan:

— de bescherming van de toedieners en de veiligheid van de werknemers. De toegelaten gebruiksvoorwaarden moeten de toepassing van passende persoonlijke beschermingsmiddelen en risicobeperkende maatregelen ter vermindering van de blootstelling voorschrijven;

— de residuen in levensmiddelen van plantaardige en dierlijke oorsprong en de blootstelling van de consument via de voeding;

— de bescherming van in het water levende organismen. Ten aanzien van dit risico moeten, indien nodig, risicobeperkende maatregelen, zoals bufferzones, worden toegepast.

De betrokken lidstaten verzoeken om aanvullende studies ter bevestiging van de risicobeoordeling voor in het water levende organismen en in de grond levende macro-organismen. Zij zien erop toe dat de kennisgevers op wier verzoek fluazinam in deze bijlage is opgenomen, deze studies binnen twee jaar na de goedkeuring bij de Commissie indienen.

190

Fuberidazool

CAS-nr.: 3878-19-1

CIPAC-nr.: 525

2-(2′-furyl)benzimidazool

≥ 970 g/kg

1 maart 2009

28 februari 2019

DEEL A

Mag alleen worden toegelaten voor gebruik als fungicide.

DEEL B

Bij het beoordelen van aanvragen voor toelating van gewasbeschermingsmiddelen die fuberidazool bevatten voor ander gebruik dan de behandeling van zaad, moeten de lidstaten bijzondere aandacht besteden aan de criteria in artikel 4, lid 3, van Verordening (EG) nr. 1107/2009 en ervoor zorgen dat de vereiste informatie en gegevens worden verstrekt voordat de toelating wordt verleend.

Voor de toepassing van de in artikel 29, lid 6, van Verordening (EG) nr. 1107/2009 bedoelde uniforme beginselen wordt rekening gehouden met de conclusies van het evaluatieverslag over fuberidazool, dat op 20 mei 2008 door het Permanent Comité voor de voedselketen en de diergezondheid is goedgekeurd, en met name met de aanhangsels I en II.

Bij deze algemene beoordeling moeten de lidstaten:

— bijzondere aandacht besteden aan de veiligheid van de toedieners en ervoor zorgen dat de gebruiksvoorwaarden de toepassing van passende persoonlijke beschermingsmiddelen voorschrijven;

— bijzondere aandacht besteden aan het langetermijnrisico voor zoogdieren en ervoor zorgen dat de toelatingsvoorwaarden, indien nodig, risico-beperkende maatregelen omvatten. In dat geval moet gebruik worden gemaakt van geschikte apparatuur waardoor een hoge mate van inwerking in de bodem wordt bereikt en morsen tijdens de toediening tot een minimum wordt beperkt.

De gebruiksvoorwaarden moeten, indien nodig, passende risicobeperkende maatregelen omvatten.

191

Mepiquat

CAS-nr.: 15302-91-7

CIPAC-nr.: 440

1,1-dimethylpiperidinium-chloride (mepiquat-chloride)

≥ 990 g/kg

1 maart 2009

►M348 28 februari 2022

DEEL A

Mag alleen worden toegelaten voor gebruik als groeiregulator voor planten.

DEEL B

Bij het beoordelen van aanvragen voor toelating van gewasbeschermingsmiddelen die mepiquat bevatten voor andere toepassingen dan bij gerst, moeten de lidstaten bijzondere aandacht besteden aan de criteria in artikel 4, lid 3, van Verordening (EG) nr. 1107/2009 en ervoor zorgen dat de vereiste informatie en gegevens worden verstrekt voordat de toelating wordt verleend.

Voor de toepassing van de in artikel 29, lid 6, van Verordening (EG) nr. 1107/2009 bedoelde uniforme beginselen wordt rekening gehouden met de conclusies van het evaluatieverslag over mepiquat, dat op 20 mei 2008 door het Permanent Comité voor de voedselketen en de diergezondheid is goedgekeurd, en met name met de aanhangsels I en II.

De lidstaten moeten bijzondere aandacht besteden aan de residuen in levensmiddelen van plantaardige en dierlijke oorsprong en de blootstelling van de consument via de voeding evalueren.

192

Diuron

CAS-nr.: 330-54-1

CIPAC-nr.: 100

3-(3,4-dichloorfenyl)-1,1-dimethylureum

≥ 930 g/kg

1 oktober 2008

►M303 30 september 2020

DEEL A

De stof mag alleen worden toegelaten voor gebruik als herbicide in een dosering van maximaal 0,5 kg/ha (areïek gemiddelde).

DEEL B

Voor de toepassing van de in artikel 29, lid 6, van Verordening (EG) nr. 1107/2009 bedoelde uniforme beginselen moet rekening worden gehouden met de conclusies van het evaluatieverslag over diuron dat op 11 juli 2008 door het Permanent Comité voor de voedselketen en de diergezondheid is goedgekeurd, en met name met de aanhangsels I en II.

Bij deze algemene beoordeling moeten de lidstaten bijzondere aandacht besteden aan:

— de veiligheid van de toedieners; de gebruiksvoorwaarden schrijven zo nodig het gebruik van persoonlijke beschermingsmiddelen voor;

— de bescherming van in het water levende organismen en niet tot de doelsoorten behorende planten.

De toelatingsvoorwaarden moeten, indien nodig, risicobeperkende maatregelen omvatten.

193

Bacillus thuringiensis subsp. aizawai

STAM: ABTS-1857

Kweekverzameling: nr. SD-1372,

STAM: GC-91

Kweekverzameling: nr. NCTC 11821

niet van toepassing

geen relevante onzuiverheden

1 mei 2009

►M322 30 april 2021

DEEL A

Mag alleen worden toegelaten voor gebruik als insecticide.

DEEL B

Voor de toepassing van de in artikel 29, lid 6, van Verordening (EG) nr. 1107/2009 bedoelde uniforme beginselen moet rekening worden gehouden met de conclusies van de evaluatieverslagen over Bacillus thuringiensis subsp. Aizawai ABTS-1857 (SANCO/1539/2008) en GC-91 (SANCO/1538/2008) (en met name met de aanhangsels I en II), die door het Permanent Comité voor de voedselketen en de diergezondheid zijn goedgekeurd.

De gebruiksvoorwaarden moeten, indien nodig, risicobeperkende maatregelen omvatten.

194

Bacillus thuringiensis subsp. israeliensis (serotype H-14)

STAM: AM65-52

Kweekverzameling: nr. ATCC - 1276

niet van toepassing

geen relevante onzuiverheden

1 mei 2009

►M322 30 april 2021

DEEL A

Mag alleen worden toegelaten voor gebruik als insecticide.

DEEL B

Voor de toepassing van de in artikel 29, lid 6, van Verordening (EG) nr. 1107/2009 bedoelde uniforme beginselen moet rekening worden gehouden met de conclusies van het evaluatieverslag over Bacillus thuringiensis subsp.israeliensis (serotype H-14)AM65-52 (SANCO/1540/2008) (en met name met de aanhangsels I en II), dat door het Permanent Comité voor de voedselketen en de diergezondheid is goedgekeurd.

De gebruiksvoorwaarden moeten, indien nodig, risicobeperkende maatregelen omvatten.

195

Bacillus thuringiensis subsp. kurstaki

STAM: ABTS351

Kweekverzameling: nr. ATCC SD-1275

STAM: PB 54

Kweekverzameling: nr. CECT 7209

STAM: SA 11

Kweekverzameling: nr. NRRL B-30790

STAM: SA 12

Kweekverzameling: nr. NRRL B-30791

STAM: EG 2348

Kweekverzameling: nr. NRRL B-18208

niet van toepassing

geen relevante onzuiverheden

1 mei 2009

►M322 30 april 2021

DEEL A

Mag alleen worden toegelaten voor gebruik als insecticide.

DEEL B

Voor de toepassing van de in artikel 29, lid 6, van Verordening (EG) nr. 1107/2009 bedoelde uniforme beginselen moet rekening worden gehouden met de conclusies van de evaluatieverslagen over Bacillus thuringiensis subsp. kurstaki ABTS 351 (SANCO/1541/2008), PB 54 (SANCO/1542/2008), SA 11, SA 12 en EG 2348 (SANCO/1543/2008) (en met name met de aanhangsels I en II), die door het Permanent Comité voor de voedselketen en de diergezondheid zijn goedgekeurd.

De gebruiksvoorwaarden moeten, indien nodig, risicobeperkende maatregelen omvatten.

196

Bacillus thuringiensis subsp. Tenebrionis

STAM: NB 176 (TM 14 1)

Kweekverzameling: nr. SD-5428

niet van toepassing

geen relevante onzuiverheden

1 mei 2009

30 april 2019

DEEL A

Mag alleen worden toegelaten voor gebruik als insecticide.

DEEL B

Voor de toepassing van de in artikel 29, lid 6, van Verordening (EG) nr. 1107/2009 bedoelde uniforme beginselen moet rekening worden gehouden met de conclusies van het evaluatieverslag over Bacillus thuringiensis subsp. tenebrionis NB 176 (SANCO/1545/2008) (en met name met de aanhangsels I en II), dat door het Permanent Comité voor de voedselketen en de diergezondheid is goedgekeurd.

De gebruiksvoorwaarden moeten, indien nodig, risicobeperkende maatregelen omvatten.

197

Beauveria bassiana

STAM: ATCC 74040

Kweekverzameling: nr. ATCC 74040

STAM: GHA

Kweekverzameling: nr. ATCC 74250

niet van toepassing

max. beauvericinegehalte: 5 mg/kg

1 mei 2009

►M322 30 april 2021

DEEL A

Mag alleen worden toegelaten voor gebruik als insecticide.

DEEL B

Voor de toepassing van de in artikel 29, lid 6, van Verordening (EG) nr. 1107/2009 bedoelde uniforme beginselen moet rekening worden gehouden met de conclusies van de evaluatieverslagen over Beauveria bassiana ATCC 74040 (SANCO/1546/2008) en GHA (SANCO/1547/2008) (en met name met de aanhangsels I en II), die door het Permanent Comité voor de voedselketen en de diergezondheid zijn goedgekeurd.

De gebruiksvoorwaarden moeten, indien nodig, risicobeperkende maatregelen omvatten.

198

Cydia pomonella Granulovirus (CpGV)

niet van toepassing

►M122 Minimumconcentratie: 1 × 1013 OB/l (occlusielichamen/l) en verontreinigende micro-organismen (Bacillus cereus) in het geformuleerde product < 1 × 107 CFU/g

1 mei 2009

►M322 30 april 2021

DEEL A

Mag alleen worden toegelaten voor gebruik als insecticide.

DEEL B

Voor de toepassing van de in artikel 29, lid 6, van Verordening (EG) nr. 1107/2009 bedoelde uniforme beginselen moet rekening worden gehouden met de conclusies van het evaluatieverslag over Cydia pomonella Granulovirus (CpGV) (SANCO/1548/2008) (en met name met de aanhangsels I en II) dat door het Permanent Comité voor de voedselketen en de diergezondheid is goedgekeurd.

De gebruiksvoorwaarden moeten, indien nodig, risicobeperkende maatregelen omvatten.

▼M351 —————

▼B

200

Metarhizium anisopliae var. anisopliae

(vroeger Metarhizium anisopliae)

STAM: BIPESCO 5/F52

Kweekverzameling: nr. M.a. 43; nr. 275-86 (acroniemen V275 of KVL 275); nr. KVL 99-112 (Ma 275 of V 275); nr. DSM 3884; nr. ATCC 90448; nr. ARSEF 1095

niet van toepassing

geen relevante onzuiverheden

1 mei 2009

►M322 30 april 2021

DEEL A

Mag alleen worden toegelaten voor gebruik als insecticide en acaricide.

DEEL B

Voor de toepassing van de in artikel 29, lid 6, van Verordening (EG) nr. 1107/2009 bedoelde uniforme beginselen moet rekening worden gehouden met de conclusies van het evaluatieverslag over Metarhizium anisopliae var. anisopliae (vroeger Metarhizium anisopliae) BIPESCO 5 en F52 (SANCO/1862/2008) (en met name met de aanhangsels I en II), dat door het Permanent Comité voor de voedselketen en de diergezondheid is goedgekeurd.

De gebruiksvoorwaarden moeten, indien nodig, risicobeperkende maatregelen omvatten.

▼M331

201

Phlebiopsis gigantea

STAM: VRA 1985

Kweekverzameling: nr. DSM 16202

STAM: VRA 1986

Kweekverzameling: nr. DSM 16203

STAM: FOC PG B20/5

Kweekverzameling: nr. IMI 390096

STAM: FOC PG SP log 6

Kweekverzameling: nr. IMI 390097

STAM: FOC PG SP log 5

Kweekverzameling: nr. IMI 390098

STAM: FOC PG BU 3

Kweekverzameling: nr. IMI 390099

STAM: FOC PG BU 4

Kweekverzameling: nr. IMI 390100

STAM: FOC PG97/1062/116/1.1

Kweekverzameling: nr. IMI 390102

STAM: FOC PG B22/SP1287/3.1

Kweekverzameling: nr. IMI 390103

STAM: FOC PG SH 1

Kweekverzameling: nr. IMI 390104

STAM: FOC PG B22/SP1190/3.2

Kweekverzameling: nr. IMI 390105

Niet van toepassing

Geen relevante onzuiverheden

1 mei 2009

30 april 2020

DEEL A Mag alleen worden toegestaan voor gebruik als fungicide.

DEEL B Voor de toepassing van de in artikel 29, lid 6, van Verordening (EG) nr. 1107/2009 bedoelde uniforme beginselen moet rekening worden gehouden met de conclusies van het evaluatieverslag over Phlebiopsis gigantea (SANCO/1863/2008) (en met name met de aanhangsels I en II), dat door het Permanent Comité voor de voedselketen en de diergezondheid is goedgekeurd.De gebruiksvoorwaarden moeten, indien nodig, risicobeperkende maatregelen omvatten.

▼B

202

Pythium oligandrum

STAM: M1

Kweekverzameling: nr. ATCC 38472

niet van toepassing

geen relevante onzuiverheden

1 mei 2009

►M322 30 april 2021

DEEL A

Mag alleen worden toegelaten voor gebruik als fungicide.

DEEL B

Voor de toepassing van de in artikel 29, lid 6, van Verordening (EG) nr. 1107/2009 bedoelde uniforme beginselen moet rekening worden gehouden met de conclusies van het evaluatieverslag over Pythium oligandrum M1 (SANCO/1864/2008) (en met name met de aanhangsels I en II), dat door het Permanent Comité voor de voedselketen en de diergezondheid is goedgekeurd.

De gebruiksvoorwaarden moeten, indien nodig, risicobeperkende maatregelen omvatten.

203

Streptomyces K61 (vroeger S. griseoviridis)

STAM: K61

Kweekverzameling: nr. DSM 7206

niet van toepassing

geen relevante onzuiverheden

1 mei 2009

►M322 30 april 2021

DEEL A

Mag alleen worden toegelaten voor gebruik als fungicide.

DEEL B

Voor de toepassing van de in artikel 29, lid 6, van Verordening (EG) nr. 1107/2009 bedoelde uniforme beginselen moet rekening worden gehouden met de conclusies van het evaluatieverslag over Streptomyces (vroeger Streptomyces griseoviridis) K61 (SANCO/1865/2008) (en met name met de aanhangsels I en II), dat door het Permanent Comité voor de voedselketen en de diergezondheid is goedgekeurd.

De gebruiksvoorwaarden moeten, indien nodig, risicobeperkende maatregelen omvatten.

204

Trichoderma atroviride

(vroeger T. harzianum)

STAM: IMI 206040

Kweekverzameling nr. IMI 206040, ATCC 20476;

STAM: T11

Kweekverzameling: nr.

Spaanse typekweekverzameling CECT 20498, identiek met IMI 352941

niet van toepassing

geen relevante onzuiverheden

1 mei 2009

►M322 30 april 2021

DEEL A

Mag alleen worden toegelaten voor gebruik als fungicide.

DEEL B

Voor de toepassing van de in artikel 29, lid 6, van Verordening (EG) nr. 1107/2009 bedoelde uniforme beginselen moet rekening worden gehouden met de conclusies van de evaluatieverslagen over Trichoderma atroviride (vroeger T. harzianum) IMI 206040 (SANCO/1866/2008) respectievelijk T-11 (SANCO/1841/2008) (en met name met de aanhangsels I en II), die door het Permanent Comité voor de voedselketen en de diergezondheid zijn goedgekeurd.

De gebruiksvoorwaarden moeten, indien nodig, risicobeperkende maatregelen omvatten.

205

Trichoderma polysporum

STAM: Trichoderma polysporum IMI 206039

Kweekverzameling nr. IMI 206039, ATCC 20475

niet van toepassing

geen relevante onzuiverheden

1 mei 2009

30 april 2019

DEEL A

Mag alleen worden toegelaten voor gebruik als fungicide.

DEEL B

Voor de toepassing van de in artikel 29, lid 6, van Verordening (EG) nr. 1107/2009 bedoelde uniforme beginselen moet rekening worden gehouden met de conclusies van het evaluatieverslag over Trichoderma polysporum IMI 206039 (SANCO/1867/2008) (en met name met de aanhangsels I en II), dat door het Permanent Comité voor de voedselketen en de diergezondheid is goedgekeurd.

De gebruiksvoorwaarden moeten, indien nodig, risicobeperkende maatregelen omvatten.

206

Trichoderma harzianum Rifai

STAM:

Trichoderma harzianum T-22;

Kweekverzameling: nr. ATCC 20847

STAM: Trichoderma harzianum ITEM 908;

Kweekverzameling: nr. CBS 118749

niet van toepassing

geen relevante onzuiverheden

1 mei 2009

►M322 30 april 2021

DEEL A

Mag alleen worden toegelaten voor gebruik als fungicide.

DEEL B

Voor de toepassing van de in artikel 29, lid 6, van Verordening (EG) nr. 1107/2009 bedoelde uniforme beginselen moet rekening worden gehouden met de conclusies van de evaluatieverslagen over Trichoderma harzianum T-22 (SANCO/1839/2008) respectievelijk ITEM 908 (SANCO/1840/2008) (en met name met de aanhangsels I en II), die door het Permanent Comité voor de voedselketen en de diergezondheid zijn goedgekeurd.

De gebruiksvoorwaarden moeten, indien nodig, risicobeperkende maatregelen omvatten.

207

Trichoderma asperellum

vroeger (T. harzianum)

STAM: ICC012

Kweekverzameling: nr. CABI CC IMI 392716

STAM: Trichoderma asperellum

(vroeger T. viride T25) T25

Kweekverzameling: nr. CECT 20178

STAM: Trichoderma asperellum

(vroeger T. viride TV1) TV1

Kweekverzameling: nr. MUCL 43093

niet van toepassing

geen relevante onzuiverheden

1 mei 2009

►M322 30 april 2021

DEEL A

Mag alleen worden toegelaten voor gebruik als fungicide.

DEEL B

Voor de toepassing van de in artikel 29, lid 6, van Verordening (EG) nr. 1107/2009 bedoelde uniforme beginselen moet rekening worden gehouden met de conclusies van de evaluatieverslagen over Trichoderma asperellum (vroeger T. harzianum) ICC012 (SANCO/1842/2008) en Trichoderma asperellum (vroeger T. viride T25 en TV1) T25 en TV1 (SANCO/1868/2008) (en met name met de aanhangsels I en II), die door het Permanent Comité voor de voedselketen en de diergezondheid zijn goedgekeurd.

De gebruiksvoorwaarden moeten, indien nodig, risicobeperkende maatregelen omvatten.

208

Trichoderma gamsii (vroeger T. viride)

STAM:

ICC080

Kweekverzameling: nr. IMI CC Number 392151 CABI

niet van toepassing

geen relevante onzuiverheden

1 mei 2009

►M322 30 april 2021

DEEL A

Mag alleen worden toegelaten voor gebruik als fungicide.

DEEL B

Voor de toepassing van de in artikel 29, lid 6, van Verordening (EG) nr. 1107/2009 bedoelde uniforme beginselen moet rekening worden gehouden met de conclusies van het evaluatieverslag over Trichoderma viride (SANCO/1868/2008) (en met name met de aanhangsels I en II), dat door het Permanent Comité voor de voedselketen en de diergezondheid is goedgekeurd.

De gebruiksvoorwaarden moeten, indien nodig, risicobeperkende maatregelen omvatten.

▼M316 —————

▼B

210

Abamectine

CAS-nr.: 71751-41-2

Avermectine B1a

CAS-nr.: 65195-55-3

Avermectine B1b

CAS-nr.: 65195-56-4

Abamectine

CIPAC-nr.: 495

Avermectine B1a

(10E,14E,16E,22Z)-(1R,4S,5′S,6S,6′R,8R,12S,13S,20R,21R,24S)-6′-[(S)-sec-butyl]-21,24-dihydroxy-5′,11,13,22-tetramethyl-2-oxo-3,7,19-trioxatetracyclo[15.6.1.14,8 020,24]pentacosa-10,14,16,22-tetraeen-6-spiro-2′-(5′,6′-dihydro-2′H-pyran)-12-yl-2,6-dideoxy-4-O-(2,6-dideoxy-3-O-methyl-α-L-arabino-hexopyranosyl)-3-O-methyl-α-L-arabino-hexopyranoside

AvermectineB1b

(10E,14E,16E,22Z)-(1R,4S,5′S,6S,6′R,8R,12S,13S,20R,21R,24S)-21,24-dihydroxy-6′-isopropyl-5′,11,13,22-tetramethyl-2-oxo-3,7,19-trioxatetracyclo[15.6.1.14,8 020,24]pentacosa-10,14,16,22-tetraeen-6-spiro-2′-(5′,6′-dihydro-2′H-pyran)-12-yl-2,6-dideoxy-4-O-(2,6-dideoxy-3-O-methyl-α-L-arabino-hexopyranosyl)-3-O-methyl-α-L-arabino-hexopyranoside

≥ 850 g/kg

van 1 mei 2009

van ►M322 30 april 2021

►M212

DEEL A

Mag alleen worden toegelaten voor gebruik als insecticide en acaricide en nematicide.

DEEL B

Bij het beoordelen van aanvragen voor toelating van gewasbeschermingsmiddelen die abamectine bevatten voor andere toepassingen dan bij citrusvruchten, sla en tomaten, moeten de lidstaten bijzondere aandacht besteden aan de criteria in artikel 4, lid 3, van Verordening (EG) nr. 1107/2009 en ervoor zorgen dat de vereiste informatie en gegevens worden verstrekt voordat de toelating wordt verleend.

Voor de toepassing van de in artikel 29, lid 6, van Verordening (EG) nr. 1107/2009 bedoelde uniforme beginselen moet rekening worden gehouden met de conclusies van het evaluatieverslag over abamectine (en met name met de aanhangsels I en II), dat op 11 juli 2008 door het Permanent Comité voor de voedselketen en de diergezondheid is goedgekeurd, en met de conclusies van het addendum bij het evaluatieverslag over abamectine (en met name met de aanhangsels I en II), dat op 24 januari 2017 door het Permanent Comité voor planten, dieren, levensmiddelen en diervoeders is goedgekeurd.

Bij de algemene evaluatie moeten de lidstaten bijzondere aandacht besteden aan:

— de veiligheid van de toedieners, waarbij ervoor moet worden gezorgd dat in de gebruiksvoorwaarden de toepassing van geschikte persoonlijke beschermingsmiddelen wordt voorgeschreven;

— de residuen in levensmiddelen van plantaardige oorsprong en de blootstelling van de consument via de voeding;

— de bescherming van bijen, niet tot de doelsoorten behorende geleedpotigen, in de bodem levende organismen, vogels, zoogdieren en in het water levende organismen. Ten aanzien van deze risico's moeten, indien nodig, risicobeperkende maatregelen, zoals bufferzones en wachttijden, worden toegepast.

De aanvrager dient bij de Commissie, de lidstaten en de EFSA bevestigende informatie in betreffende het effect van waterbehandelingsprocessen op de aard van de in het drinkwater aanwezige residuen uiterlijk twee jaar na de vaststelling van richtsnoeren voor de evaluatie van het effect van waterbehandelingsprocessen op de aard van de in het oppervlaktewater en het grondwater aanwezige residuen.

211

Epoxiconazool

CAS-nr.: 135319-73-2 (vroeger 106325-08-0)

CIPAC-nr.: 609

(2RS, 3SR)-1-[3-(2-chloorfenyl)-2,3-epoxy-2-(4-fluorfenyl)propyl]-1H-1,2,4-triazool

≥ 920 g/kg

van 1 mei 2009

van ►M294 30 april 2020

DEEL A

Mag alleen worden toegelaten voor gebruik als fungicide.

DEEL B

Voor de toepassing van de in artikel 29, lid 6, van Verordening (EG) nr. 1107/2009 bedoelde uniforme beginselen moet rekening worden gehouden met de conclusies van het evaluatieverslag over epoxiconazool (en met name met de aanhangsels I en II), dat op 11 juli 2008 door het Permanent Comité voor de voedselketen en de diergezondheid is goedgekeurd.

Bij de algemene evaluatie moeten de lidstaten bijzondere aandacht besteden aan:

— de veiligheid van de toedieners, waarbij er zo nodig voor moet worden gezorgd dat de gebruiksvoorwaarden de toepassing van geschikte persoonlijke beschermingsmiddelen voorschrijven;

— de blootstelling van de consument via de voeding aan de metabolieten van epoxiconazool (triazool);

— de mogelijke verspreiding door de lucht over een lange afstand;

— het risico voor in het water levende organismen, vogels en zoogdieren. De toelatingsvoorwaarden moeten, indien nodig, risicobeperkende maatregelen omvatten.

De betrokken lidstaten moeten ervoor zorgen dat de kennisgever bij de Commissie verdere studies naar de potentiële hormoonontregelende eigenschappen van epoxiconazool indient binnen twee jaren na de goedkeuring van de OESO-richtsnoeren voor hormoonontregelingstests of,bij wijze van alternatief, de door de Gemeenschap overeengekomen testrichtsnoeren.

De betrokken lidstaten moeten ervoor zorgen dat de kennisgever bij de Commissie uiterlijk op 30 juni 2009 een monitoringprogramma indient ter beoordeling van de risico’s van verspreiding door de lucht over een lange afstand en de bijbehorende risico’s voor het milieu. De resultaten van deze monitoring moeten uiterlijk op 31 december 2011 in de vorm van een monitoringverslag bij de Commissie worden ingediend.

De betrokken lidstaten moeten ervoor zorgen dat de kennisgever binnen twee jaar na de goedkeuring informatie verstrekt over de residuen van metabolieten van epoxiconazool in primaire gewassen, wisselgewassen en producten van dierlijke oorsprong, alsook informatie ter beoordeling van het langetermijnrisico voor herbivore vogels en zoogdieren.

212

Fenpropimorf

CAS-nr.: 67564-91-4

CIPAC-nr.: 427

(RS)-cis-4-[3-(4-tert-butylfenyl)-2-methylpropyl]-2,6-dimethylmorfoline

≥ 930 g/kg

van 1 mei 2009

van 30 april 2019

DEEL A

Mag alleen worden toegelaten voor gebruik als fungicide.

DEEL B

Voor de toepassing van de in artikel 29, lid 6, van Verordening (EG) nr. 1107/2009 bedoelde uniforme beginselen moet rekening worden gehouden met de conclusies van het evaluatieverslag over fenpropimorf (en met name met de aanhangsels I en II), dat op 11 juli 2008 door het Permanent Comité voor de voedselketen en de diergezondheid is goedgekeurd.

Bij de algemene evaluatie moeten de lidstaten bijzondere aandacht besteden aan:

— de veiligheid van de toedieners en de werknemers. De toegelaten gebruiksvoorwaarden moeten de toepassing van geschikte persoonlijke beschermingsmiddelen en risicobeperkende maatregelen ter vermindering van de blootstelling voorschrijven, zoals beperkingen van de dagelijkse werktijd;

— de bescherming van het grondwater, wanneer de werkzame stof wordt gebruikt in qua bodemgesteldheid en/of klimatologische omstandigheden kwetsbare gebieden;

— de bescherming van in het water levende organismen. De toelatingsvoorwaarden moeten, indien nodig, risicobeperkende maatregelen omvatten, zoals bufferzones, beperking van de lozing van regen- en afvalwater en driftreductiedoppen.

De betrokken lidstaten moeten verzoeken om indiening van verdere studies ter bevestiging van de mobiliteit in de bodem van metaboliet BF-421-7. Zij moeten ervoor zorgen dat de kennisgevers op wier verzoek fenpropimorf in deze bijlage is opgenomen, deze studies binnen twee jaar na de goedkeuring bij de Commissie indienen.

213

Fenpyroximaat

CAS-nr.: 134098-61-6

CIPAC-nr.: 695

tert-butyl-(E)-α-(1,3-dimethyl-5-fenoxypyrazool-4-ylmethyleenamino-oxy)-p-toluaat

> 960 g/kg

van 1 mei 2009

van ►M322 30 april 2021

DEEL A

Mag alleen worden toegelaten voor gebruik als acaricide.

De volgende toepassingen mogen niet worden toegelaten:

— toepassingen in hoge gewassen met een hoog risico van spuitdrift, bijvoorbeeld op trekker gemonteerde luchtondersteunde spuitmachine en drukspuiten.

DEEL B

Voor de toepassing van de in artikel 29, lid 6, van Verordening (EG) nr. 1107/2009 bedoelde uniforme beginselen moet rekening worden gehouden met de conclusies van het evaluatieverslag over fenpyroximaat (en met name met de aanhangsels I en II), dat op 11 juli 2008 door het Permanent Comité voor de voedselketen en de diergezondheid is goedgekeurd.

Bij de algemene evaluatie moeten de lidstaten bijzondere aandacht besteden aan:

— de veiligheid van de toedieners en de werknemers, waarbij ervoor moet worden gezorgd dat de gebruiksvoorwaarden de toepassing van geschikte persoonlijke beschermingsmiddelen voorschrijven;

— de gevolgen voor in het water levende organismen en niet tot de doelsoorten behorende geleedpotigen, waarbij ervoor moet worden gezorgd dat de toelatingsvoorwaarden, zo nodig, risicobeperkende maatregelen omvatten.

De betrokken lidstaten moeten verzoeken om overlegging van informatie voor de verdere beoordeling van:

— het risico voor in het water levende organismen van metabolieten die de benzylgroep bevatten;

— het risico van biomagnificatie in watervoedselketens.

Zij moeten ervoor zorgen dat de kennisgevers op wier verzoek fenpyroximaat in deze bijlage is opgenomen, deze informatie binnen twee jaar na goedkeuring bij de Commissie indienen.

214

Tralkoxydim

CAS-nr.: 87820-88-0

CIPAC-nr.: 544

(RS)-2-[(EZ)-1-(ethoxyimino)propyl]-3-hydroxy-5-mesitylcyclohex-2-een-1-on

≥ 960 g/kg

van 1 mei 2009

van 30 april 2019

DEEL A

Mag alleen worden toegelaten voor gebruik als herbicide.

DEEL B

Voor de toepassing van de in artikel 29, lid 6, van Verordening (EG) nr. 1107/2009 bedoelde uniforme beginselen moet rekening worden gehouden met de conclusies van het evaluatieverslag over tralkoxydim (en met name met de aanhangsels I en II), dat op 11 juli 2008 door het Permanent Comité voor de voedselketen en de diergezondheid is goedgekeurd.

Bij de algemene evaluatie moeten de lidstaten bijzondere aandacht besteden aan:

— de bescherming van het grondwater, met name tegen de bodemmetaboliet R173642, wanneer de werkzame stof wordt gebruikt in qua bodemgesteldheid en/of klimatologische omstandigheden kwetsbare gebieden;

— de bescherming van herbivore zoogdieren.

De gebruiksvoorwaarden moeten, indien nodig, risicobeperkende maatregelen omvatten.

De betrokken lidstaten moeten verzoeken om overlegging van:

— informatie voor de verdere beoordeling van het langetermijnrisico voor herbivore zoogdieren als gevolg van het gebruik van tralkoxydim.

Zij moeten ervoor zorgen dat de kennisgevers op wier verzoek tralkoxydim in deze bijlage is opgenomen, deze informatie binnen twee jaar na de goedkeuring bij de Commissie indienen.

215

Aclonifen

CAS-nr.: 74070-46-5

CIPAC-nr.: 498

2-chloor-6-nitro-3-fenoxyaniline

≥ 970 g/kg

De verontreiniging fenol wordt uit toxicologisch oogpunt als problematisch beschouwd en hiervoor wordt een maximumgehalte van 5 g/kg vastgesteld.

1 augustus 2009

►M199 31 juli 2022

DEEL A

Mag alleen worden toegelaten voor gebruik als herbicide.

DEEL B

Bij het beoordelen van aanvragen voor toelating van gewasbeschermingsmiddelen die aclonifen bevatten voor andere toepassingen dan op zonnebloemen, moeten de lidstaten bijzondere aandacht besteden aan de criteria in artikel 4, lid 3, van Verordening (EG) nr. 1107/2009 en ervoor zorgen dat de vereiste informatie en gegevens worden verstrekt voordat de toelating wordt verleend.

Voor de toepassing van de in artikel 29, lid 6, van Verordening (EG) nr. 1107/2009 bedoelde uniforme beginselen moet rekening worden gehouden met de conclusies van het evaluatieverslag over aclonifen (en met name met de aanhangsels I en II), dat op 26 september 2008 door het Permanent Comité voor de voedselketen en de diergezondheid is goedgekeurd.

Bij de algemene evaluatie moeten de lidstaten bijzondere aandacht besteden aan:

— de specificatie van het technische materiaal zoals commercieel vervaardigd, die bevestigd en met passende analytische gegevens onderbouwd moet worden. Het in de toxiciteitsdossiers gebruikte materiaal moet worden vergeleken met deze specificatie van het technische materiaal en aan de hand daarvan worden gecontroleerd;

— de veiligheid van de toedieners. De toegelaten gebruiksvoorwaarden moeten de toepassing van geschikte persoonlijke beschermingsmiddelen en risicobeperkende maatregelen ter vermindering van de blootstelling voorschrijven;

— de residuen in wisselgewassen en de evaluatie van blootstelling van de consument via de voeding;

— de bescherming van vogels, zoogdieren, in het water levende organismen en niet tot de doelsoorten behorende planten. Ten aanzien van deze risico's moeten zo nodig risicobeperkende maatregelen, zoals bufferzones, worden toegepast.

De betrokken lidstaten verzoeken om overlegging van aanvullende studies betreffende residuen in wisselgewassen en relevante informatie ter bevestiging van de risicobeoordeling voor vogels, zoogdieren, in het water levende organismen en niet tot de doelsoorten behorende planten.

Zij zorgen ervoor dat de kennisgever dergelijke gegevens en informatie ter bevestiging van de risicobeoordeling binnen twee jaar na de goedkeuring aan de Commissie verstrekt.

216

Imidacloprid

CAS-nr.: 138261-41-3

CIPAC-nr.: 582

(E)-1-(6-chloor-3-pyridinylmethyl)-N-nitroimidazolidine-2-ylideenamine

≥ 970 g/kg

1 augustus 2009

►M342 1 december 2020

►M261

DEEL A

Alleen toepassingen als insecticide in permanente kassen of voor de behandeling van zaden die bedoeld zijn om te worden gebruikt in permanente kassen, mogen worden toegestaan. Het verkregen product moet gedurende zijn hele levenscyclus in een permanente kas blijven.

DEEL B

Voor de toepassing van de in artikel 29, lid 6, van Verordening (EG) nr. 1107/2009 bedoelde uniforme beginselen moet rekening worden gehouden met de conclusies van het evaluatieverslag over thiamethoxam dat op 14 juli 2006 door het Permanent Comité voor de voedselketen en de diergezondheid is goedgekeurd, en met name met de aanhangsels I en II, en met de conclusies van het herziene addendum bij het evaluatieverslag over thiamethoxam waarvan de definitieve versie op 27 april 2018 door het Permanent Comité voor planten, dieren, levensmiddelen en diervoeders is goedgekeurd.

Bij deze algemene beoordeling moeten de lidstaten bijzondere aandacht besteden aan:

— het risico voor het grondwater;

— het risico voor in het water levende organismen;

— het risico voor bijen en hommels die voor bestuiving in permanente kassen worden vrijgelaten;

— de blootstelling van bijen via de consumptie van verontreinigd water uit de permanente kassen.

De lidstaten zien erop toe dat de zaadcoating alleen plaatsvindt in professionele zaadverwerkingsinstallaties. Die installaties moeten de beste beschikbare technieken toepassen om ervoor te zorgen dat het vrijkomen van stof tijdens de toediening op het zaad, de opslag en het vervoer tot een minimum kan worden beperkt.

De gebruiksvoorwaarden moeten, indien nodig, risicobeperkende maatregelen omvatten.

217

Metazachloor

CAS-nr.: 67129-08-2

CIPAC-nr.: 411

2-chloor-N-(pyrazool-1-ylmethyl)aceet-2′,6′-xylidide

≥ 940 g/kg

De verontreiniging tolueen wordt uit toxicologisch oogpunt als problematisch beschouwd en hiervoor is een maximumgehalte van 0,05 % vastgesteld.

1 augustus 2009

►M199 31 juli 2021

►M28

DEEL A

De stof mag alleen worden toegelaten voor gebruik als herbicide. De toepassing wordt beperkt tot een totale dosis van niet meer dan 1,0 kg metazachloor/ha over een periode van drie jaar op hetzelfde perceel.

DEEL B

Voor de toepassing van de in artikel 29, lid 6, van Verordening (EG) nr. 1107/2009 bedoelde uniforme beginselen moet rekening worden gehouden met de conclusies van het evaluatieverslag over metazachloor (en met name met de aanhangsels I en II), dat op 26 september 2008 door het Permanent Comité voor de voedselketen en de diergezondheid is goedgekeurd.

Bij de algemene evaluatie moeten de lidstaten bijzondere aandacht besteden aan:

— de veiligheid van de toedieners, waarbij ervoor moet worden gezorgd dat in de gebruiksvoorwaarden de toepassing van geschikte persoonlijke beschermingsmiddelen wordt voorgeschreven;

— de bescherming van in het water levende organismen;

— de bescherming van het grondwater, wanneer de werkzame stof wordt gebruikt in qua bodemgesteldheid en/of klimatologische omstandigheden kwetsbare gebieden.

De toelatingsvoorwaarden moeten risicobeperkende maatregelen omvatten en er moeten zo nodig monitoringprogramma's worden opgezet om mogelijke grondwaterverontreiniging met de metabolieten 479M04, 479M08, 479M09, 479M11 en 479M12 in kwetsbare gebieden te controleren.

Als metazachloor overeenkomstig Verordening (EG) nr. 1272/2008 wordt ingedeeld als „verdacht van het veroorzaken van kanker”, verzoeken de betrokken lidstaten om overlegging van nadere informatie over de relevantie van de metabolieten 479M04, 479M08, 479M09, 479M11 en 479M12 ten aanzien van kanker.

Zij zorgen ervoor dat de kennisgevers die informatie binnen zes maanden na de kennisgeving van een dergelijke indelingsbeslissing aan de Commissie verstrekken.

▼M74

218

Azijnzuur

CAS-nr.: 64-19-7

CIPAC-nr.: 838

azijnzuur

≥ 980 g/kg

1 september 2009

►M199 31 augustus 2022

DEEL A

Mag alleen worden toegelaten voor gebruik als herbicide.

DEEL B

Voor de toepassing van de in artikel 29, lid 6, van Verordening (EG) nr. 1107/2009 bedoelde uniforme beginselen moet rekening worden gehouden met de conclusies van het evaluatieverslag over azijnzuur (SANCO/2602/2008) (en met name met de aanhangsels I en II), dat door het Permanent Comité voor de voedselketen en de diergezondheid op 16 juli 2013 is goedgekeurd.

Bij de algemene evaluatie moeten de lidstaten speciale aandacht besteden aan de bescherming van de toedieners, de bescherming van het grondwater en de bescherming van in het water levende organismen.

De gebruiksvoorwaarden moeten, indien nodig, risicobeperkende maatregelen omvatten.

De kennisgever moet bevestigende informatie verstrekken over:

— het acute en langetermijnrisico voor vogels en zoogdieren;

— het risico voor honingbijen;

— het risico voor niet tot de doelsoorten behorende geleedpotigen.

De kennisgever moet die informatie uiterlijk op 31 december 2015 bij de lidstaten, de Commissie en de EFSA indienen.

▼M36

219

Aluminiumammoniumsulfaat

CAS-nr.: 7784-26-1 (dodecahydraat), 7784-25-0 (watervrij)

CIPAC-nr.: 840

aluminiumammoniumsulfaat

≥ 960 g/kg (uitgedrukt als dodecahydraat)

≥ 502 g/kg (watervrij)

1 september 2009

►M334 31 augustus 2021

DEEL A

Mag alleen worden toegelaten voor gebruik als afweer-middel.

DEEL B

Voor de toepassing van de in artikel 29, lid 6, van Verordening (EG) nr. 1107/2009 bedoelde uniforme beginselen moet rekening worden gehouden met de conclusies van het evaluatieverslag over aluminium-ammonium-sulfaat (SANCO/2985/2008) (en met name met de aanhangsels I en II), dat door het Permanent Comité voor de voedselketen en de diergezondheid op 1 juni 2012 is goedgekeurd.

De gebruiksvoorwaarden moeten, indien nodig, risico-beperkende maatregelen omvatten.

De kennisgever moet bevestigende informatie verstrekken over:

a) het milieueffect van de transformatie- en dis-sociatieproducten van aluminiumammoniumsulfaat;

b) het gevaar voor niet tot de doelsoorten behorende terrestrische organismen met uitzondering van gewervelde dieren en in het water levende organismen.

De kennisgever moet deze informatie uiterlijk op 1 januari 2016 bij de lidstaten, de Commissie en de EFSA indienen.

▼M32

220

Aluminiumsilicaat

CAS-nr.: 1332-58-7

CIPAC-nr.: 841

niet beschikbaar

chemische naam: Aluminiumsilicaat

≥ 999,8 g/kg

1 september 2009

►M334 31 augustus 2021

DEEL A

Mag alleen worden toegelaten voor gebruik als afweermiddel.

DEEL B

Voor de toepassing van de in artikel 29, lid 6, van Verordening (EG) nr. 1107/2009 bedoelde uniforme beginselen moet rekening worden gehouden met de conclusies van het evaluatieverslag over aluminiumsilicaat (SANCO/2603/08) (en met name met de aanhangsels I en II), dat op 1 juni 2012 door het Permanent Comité voor de voedselketen en de diergezondheid is goedgekeurd.

Bij hun algemene evaluatie moeten de lidstaten bijzondere aandacht besteden aan het risico van de toedieners; de gebruiksvoorwaarden moeten zo nodig het gebruik van geschikte persoonlijke en ademhalingsbeschermingsmiddelen omvatten.

De gebruiksvoorwaarden moeten zo nodig risicobeperkende maatregelen omvatten.

De betrokken lidstaten moeten ervoor zorgen dat de aanvrager bevestigende informatie bij de Commissie indient met betrekking tot:

a) de specificatie van het technische materiaal, zoals commercieel vervaardigd, gestaafd met passende analytische gegevens;

b) de relevantie van het in het toxiciteitsdossier gebruikte testmateriaal met het oog op de specificatie van het technische materiaal.

De betrokken lidstaten moeten ervoor zorgen dat de aanvrager deze informatie uiterlijk 1 mei 2013 bij de Commissie indient.

▼B

221

Ammoniumacetaat

CAS-nr.: 631-61-8

CIPAC-nr.: niet toegewezen

ammoniumacetaat

≥ 970 g/kg

Relevante onzuiverheid: zware metalen als Pb, ten hoogste 10 ppm

1 september 2009

31 augustus 2019

DEEL A

Mag alleen worden toegelaten voor gebruik als lokstof.

DEEL B

Voor de toepassing van de in artikel 29, lid 6, van Verordening (EG) nr. 1107/2009 bedoelde uniforme beginselen moet rekening worden gehouden met de conclusies van het evaluatieverslag over ammoniumacetaat (SANCO/2986/2008) (en met name met de aanhangsels I en II), dat door het Permanent Comité voor de voedselketen en de diergezondheid is goedgekeurd.

De gebruiksvoorwaarden moeten, indien nodig, risicobeperkende maatregelen omvatten.

▼M352 —————

▼M31

223

Calciumcarbide

CAS-nr.: 75-20-7

CIPAC-nr.: 910

calciumacetylide

≥ 765 g/kg

0,08-0,9 g/kg calcium-fosfide bevattend

1 september 2009

►M199 31 augustus 2022

DEEL A

Mag alleen worden toegelaten voor gebruik als afweermiddel.

DEEL B

Voor de toepassing van de in artikel 29, lid 6, van Verordening (EG) nr. 1107/2009 bedoelde uniforme beginselen moet rekening worden gehouden met de conclusies van het gewijzigde evaluatieverslag over calciumcarbide (SANCO/2605/2008) (en met name met de aanhangsels I en II), dat op 9 maart 2012 door het Permanent Comité voor de voedselketen en de diergezondheid is goedgekeurd.

De gebruiksvoorwaarden moeten, indien nodig, risicobeperkende maatregelen omvatten.

224

Calciumcarbonaat

CAS-nr.: 471-34-1

CIPAC-nr.: 843

calciumcarbonaat

≥ 995 g/kg

1 september 2009

►M334 31 augustus 2021

DEEL A

Mag alleen worden toegelaten voor gebruik als afweermiddel.

DEEL B

Voor de toepassing van de in artikel 29, lid 6, van Verordening (EG) nr. 1107/2009 bedoelde uniforme beginselen moet rekening worden gehouden met de conclusies van het gewijzigde evaluatieverslag over calciumcarbonaat (SANCO/2606/2008) (en met name met de aanhangsels I en II), dat op 9 maart 2012 door het Permanent Comité voor de voedselketen en de diergezondheid is goedgekeurd.

De gebruiksvoorwaarden moeten, indien nodig, risicobeperkende maatregelen omvatten.

De kennisgever moet bevestigende informatie verstrekken wat betreft:

— verdere gegevens over de specificatie van het technische materiaal;

— analysemethoden voor de bepaling van calciumcarbonaat in de representatieve formulering en van de verontreinigingen in het technische materiaal.

De kennisgever moet deze informatie uiterlijk op 1 maart 2013 bij de lidstaten, de Commissie en de EFSA indienen.

▼M66

225

Kooldioxide

CAS-nr.: 124-38-9

CIPAC-nr.: 844

Koolstofdioxide

≥ 99,9 %

Relevante onzuiverheden:

fosfaan maximaal 0,3 ppm (V/V)

benzeen maximaal 0,02 ppm (V/V)

koolstofmonoxide maximaal 10 ppm (V/V)

methanol maximaal 10 ppm (V/V)

waterstofcyanide maximaal 0,5 ppm (V/V)

1 september 2009

►M334 31 augustus 2021

DEEL A

Mag alleen worden toegelaten voor gebruik als fumigatiemiddel.

DEEL B

Voor de toepassing van de in artikel 29, lid 6, van Verordening (EG) nr. 1107/2009 bedoelde uniforme beginselen moet rekening worden gehouden met de conclusies van het evaluatieverslag over kooldioxide (SANCO/2987/2008) (en met name met de aanhangsels I en II), dat door het Permanent Comité voor de voedselketen en de diergezondheid op 17 mei 2013 is goedgekeurd.

De gebruiksvoorwaarden moeten, indien nodig, risicobeperkende maatregelen omvatten.

▼M37

226

Denatoniumbenzoaat

CAS-nr. 3734-33-6

CIPAC-nr. 845

benzyldiethyl[[2,6-xylylcarbamoyl]methyl]ammoniumbenzoaat

≥ 975 g/kg

1 september 2009

►M342 1 december 2020

DEEL A

Mag alleen worden toegelaten voor gebruik als afweermiddel.

DEEL B

Bij het beoordelen van aanvragen voor de toelating van gewasbeschermingsmiddelen die denatoniumbenzoaat bevatten voor ander gebruik dan borstelen met automatisch rollend materieel in de bosbouw, moeten de lidstaten speciale aandacht besteden aan de criteria in artikel 4, lid 3, van Verordening (EG) nr. 1107/2009 en erop toezien dat de vereiste informatie en gegevens worden verstrekt voordat de toelating wordt verleend.

Voor de toepassing van de in artikel 29, lid 6, van Verordening (EG) nr. 1107/2009 bedoelde uniforme beginselen moet rekening worden gehouden met de conclusies van het evaluatieverslag over denatoniumbenzoaat (SANCO/2607/2008) (en met name met de aanhangsels I en II), dat door het Permanent Comité voor de voedselketen en de diergezondheid op 1 juni 2012 is goedgekeurd.

Bij hun algemene evaluatie moeten de lidstaten speciale aandacht besteden aan de bescherming van de gebruikers. De toegelaten gebruiksvoorwaarden moeten het gebruik van passende persoonlijke beschermingsmiddelen voorschrijven.

De gebruiksvoorwaarden moeten, indien nodig, risicobeperkende maatregelen omvatten.

▼M49

227

Ethyleen

CAS-nr.: 74-85-1

CIPAC-nr.: 839

Ethyleen

≥ 90 %

Relevante onzuiverheid: ethyleenoxide, maximumgehalte: 1 mg/kg

1 september 2009

►M199 31 augustus 2022

DEEL A

Mag alleen worden toegelaten voor indoortoepassingen als groeiregulator voor planten door professionele gebruikers.

DEEL B

Voor de toepassing van de in artikel 29, lid 6, van Verordening (EG) nr. 1107/2009 bedoelde uniforme beginselen moet rekening worden gehouden met de conclusies van het evaluatieverslag over ethyleen (SANCO/2608/2008) (en met name met de aanhangsels I en II), dat door het Permanent Comité voor de voedselketen en de diergezondheid op 1 februari 2013 is goedgekeurd.

Bij deze algemene beoordeling moeten de lidstaten bijzondere aandacht besteden aan:

a) de vraag of ethyleen aan de vereiste specificaties voldoet, ongeacht in welke vorm het aan de gebruiker wordt geleverd;

b) de bescherming van toepassers, werknemers en omstanders.

De toelatingsvoorwaarden moeten, indien nodig, risicobeperkende maatregelen omvatten.

▼M106

228

Extract van theeboom

CAS-nr.: theeboomolie 68647-73-4

Belangrijkste bestanddelen:

terpineen-4-ol 562-74-3

γ-terpineen 99-85-4

α-terpineen 99-86-5

1,8-cineol 470-82-6

CIPAC-nr.: 914

Theeboomolie is een complex mengsel van chemische stoffen

Belangrijkste bestanddelen:

terpineen-4-ol ≥ 300 g/kg

γ-terpineen ≥ 100 g/kg

α-terpineen ≥ 50 g/kg

1,8-cineol ≥ 1 g/kg

Relevante onzuiverheid:

methyleugenol: ten hoogste 1 g/kg van het technische materiaal

1 september 2009

►M334 31 augustus 2021

DEEL A

Mag alleen worden toegelaten voor gebruik als fungicide in broeikassen.

DEEL B

Voor de toepassing van de in artikel 29, lid 6, van Verordening (EG) nr. 1107/2009 bedoelde uniforme beginselen moet rekening worden gehouden met de conclusies van het evaluatieverslag over extract van theeboom (SANCO/2609/2008 definitief), en met name met de aanhangsels I en II, dat op 13 december 2013 door het Permanent Comité voor de voedselketen en de diergezondheid is goedgekeurd.

Bij deze algemene beoordeling moeten de lidstaten bijzondere aandacht schenken aan:

— de bescherming van de toedieners en werknemers, waarbij ervoor moet worden gezorgd dat de gebruiksvoorwaarden indien nodig de toepassing van geschikte persoonlijke beschermingsmiddelen voorschrijven;

— de bescherming van het grondwater, wanneer de stof wordt gebruikt in qua bodemgesteldheid en/of klimatologische omstandigheden kwetsbare gebieden;

— de bescherming van oppervlaktewater en in het water levende organismen;

— de bescherming van honingbijen, niet tot de doelsoorten behorende geleedpotigen, regenwormen en niet tot de doelsoorten behorende micro- en macro-organismen.

De gebruiksvoorwaarden moeten waar nodig ook risicobeperkende maatregelen omvatten.

De kennisgever moet bevestigende informatie verstrekken over:

a) het plantmetabolisme en de blootstelling van de consumenten;

b) de toxiciteit van de verbindingen die het extract vormen en de relevantie van andere mogelijke onzuiverheden dan methyleugenol;

c) de blootstelling van het grondwater wat minder sterk geabsorbeerde bestanddelen van het extract en potentiële bodemtransformatieproducten betreft;

d) de effecten op biologische methoden van zuivering van afvalwater.

De kennisgever moet die informatie uiterlijk op 30 april 2016 bij de Commissie, de lidstaten en de EFSA indienen.

▼M36

229

Vetdestillatieresiduen

CAS-nr.: niet toegewezen

CIPAC-nr.: 915

niet beschikbaar

≥ 40 % afgesplitste vetzuren

Relevante onzuiverheid: Ni, ten hoogste 200 mg/kg

1 september 2009

►M334 31 augustus 2021

DEEL A

Mag alleen worden toegelaten voor gebruik als afweer-middel. Vetdestillatieresiduen van dierlijke oorsprong moeten in overeenstemming zijn met Verordening (EG) nr. 1069/2009 en Verordening (EU) nr. 142/2011 van de Commissie (PB L 54 van 26.2.2011, blz. 1).

DEEL B

Voor de toepassing van de in artikel 29, lid 6, van Verordening (EG) nr. 1107/2009 bedoelde uniforme beginselen moet rekening worden gehouden met de conclusies van het gewijzigde evaluatieverslag over vetdestillatieresiduen (SANCO/2610/2008) (en met name met de aanhangsels I en II), dat op 1 juni 2012 door het Permanent Comité voor de voedselketen en de dier-gezondheid is goedgekeurd.

De gebruiksvoorwaarden moeten, indien nodig, risico-beperkende maatregelen omvatten.

De kennisgever moet bevestigende informatie verstrekken over de specificatie van het technische materiaal en de analyse van de maximumgehalten aan onzuiverheden en contaminanten die in toxicologisch opzicht van belang zijn. De kennisgever moet deze informatie uiterlijk op 1 mei 2013 bij de lidstaten, de Commissie en de EFSA indienen.

▼B

230

Vetzuren C7 to C20

CAS-nr.: 112-05-0 (pelargonzuur)

67701-09-1 (vetzuren C7-C18 en C18-onverzadigd, kaliumzouten)

124-07-2 (caprylzuur)

334-48-5 (caprinezuur)

143-07-7 (laurinezuur)

112-80-1 (oliezuur)

85566-26-3 (vetzuren C8-C10, methylesters)

111-11-5 (methyloctanoaat)

110-42-9 (methyldecanoaat)

CIPAC-nr.: niet toegewezen

nonaanzuur

caprylzuur, pelargonzuur, caprinezuur, laurinezuur, oliezuur (ISO-namen)

octaanzuur, nonaanzuur, decaanzuur, dodecaanzuur, cis-9-octadeceenzuur (IUPAC-namen)

vetzuren, C7-C10, methylesters

≥ 889 g/kg (pelargonzuur)

≥ 838 g/kg vetzuren

≥ 99 % methylesters van vetzuren

1 september 2009

►M334 31 augustus 2021

DEEL A

Mag alleen worden toegelaten voor gebruik als insecticide, acaricide, herbicide en groeiregulator voor planten.

DEEL B

Voor de toepassing van de in artikel 29, lid 6, van Verordening (EG) nr. 1107/2009 bedoelde uniforme beginselen moet rekening worden gehouden met de conclusies van het evaluatieverslag over vetzuren (SANCO/2610/2008) (en met name met de aanhangsels I en II), dat door het Permanent Comité voor de voedselketen en de diergezondheid is goedgekeurd.

De gebruiksvoorwaarden moeten, indien nodig, risicobeperkende maatregelen omvatten.

▼M350 —————

▼B

232

Gibberellinezuur

CAS-nr.: 77-06-5

CIPAC-nr.: 307

(3S,3aS,4S,4aS,7S,9aR,9bR,12S)-7,12-dihydroxy-3-methyl-6-methyleen-2-oxoperhydro-4a,7-methano-9b,3-propeno[1,2-b]furan-4-carbonzuur

Alternatief: (3S,3aR,4S,4aS,6S,8aR,8bR,11S)-6,11-dihydroxy-3-methyl-12-methyleen-2-oxo-4a,6-methano-3,8b-prop-l-enoperhydroindeno[1,2-b]furan-4-carbonzuur

≥ 850 g/kg

1 september 2009

►M334 31 augustus 2021

DEEL A

Mag alleen worden toegelaten voor gebruik als groeiregulator voor planten.

DEEL B

Voor de toepassing van de in artikel 29, lid 6, van Verordening (EG) nr. 1107/2009 bedoelde uniforme beginselen moet rekening worden gehouden met de conclusies van het evaluatieverslag over gibberellinezuur (SANCO/2613/2008) (en met name met de aanhangsels I en II), dat door het Permanent Comité voor de voedselketen en de diergezondheid is goedgekeurd.

De gebruiksvoorwaarden moeten, indien nodig, risicobeperkende maatregelen omvatten.

233

Gibberellinen

CAS-nr.: GA4: 468-44-0

GA7: 510-75-8

GA4A7-mengsel: 8030-53-3

CIPAC-nr.: niet toegewezen

GA4:

(3S,3aR,4S,4aR,7R,9aR,9bR,12S)-12-hydroxy-3-methyl-6-methyleen-2-oxoperhydro-4a,7-methano-3,9b-propanoazuleno[1,2-b]furan-4-carbonzuur

GA7:

(3S,3aR,4S,4aR,7R,9aR,9bR,12S)-12-hydroxy-3-methyl-6-methyleen-2-oxoperhydro-4a,7-methano-9b,3-propenoazuleno[1,2-b]furan-4-carbonzuur

evaluatieverslag (SANCO/2614/2008).

1 september 2009

►M334 31 augustus 2021

DEEL A

Mag alleen worden toegelaten voor gebruik als groeiregulator voor planten.

DEEL B

Voor de toepassing van de in artikel 29, lid 6, van Verordening (EG) nr. 1107/2009 bedoelde uniforme beginselen moet rekening worden gehouden met de conclusies van het evaluatieverslag over giberellinen (SANCO/2614/2008) (en met name met de aanhangsels I en II), dat door het Permanent Comité voor de voedselketen en de diergezondheid is goedgekeurd.

De gebruiksvoorwaarden moeten, indien nodig, risicobeperkende maatregelen omvatten.

▼M32

234

Gehydrolyseerde eiwitten

CAS-nr: niet toegewezen

CIPAC-nr.: 901

niet beschikbaar

evaluatieverslag (SANCO/2615/2008)

1 september 2009

►M334 31 augustus 2021

DEEL A

Mag alleen worden toegelaten voor gebruik als lokstof. Gehydrolyseerde eiwitten van dierlijke oorsprong moeten in overeenstemming zijn met Verordening (EG) nr. 1069/2009 (17) en Verordening (EU) nr. 142/2011 (18) van de Commissie.

DEEL B

Voor de toepassing van de in artikel 29, lid 6, van Verordening (EG) nr. 1107/2009 bedoelde uniforme beginselen moet rekening worden gehouden met de conclusies van het evaluatieverslag over gehydrolyseerde eiwitten (SANCO/2615/08) (en met name met de aanhangsels I en II), dat op 1 juni 2012 door het Permanent Comité voor de voedselketen en de diergezondheid is goedgekeurd.

Bij deze algemene beoordeling moeten de lidstaten bijzondere aandacht besteden aan de veiligheid van de toedieners en werknemers; de gebruiksvoorwaarden moeten zo nodig het gebruik van geschikte persoonlijke beschermingsmiddelen omvatten.

De gebruiksvoorwaarden moeten zo nodig risicobeperkende maatregelen omvatten.

De betrokken lidstaten moeten ervoor zorgen dat de aanvrager bevestigende informatie bij de Commissie indient met betrekking tot:

a) de specificaties van het technische materiaal, zoals commercieel vervaardigd, gestaafd met passende analytische gegevens;

b) het risico voor in het water levende organismen.

De betrokken lidstaten moeten ervoor zorgen dat de aanvrager de onder a) vermelde informatie uiterlijk op 1 mei 2013 en de onder b) vermelde informatie uiterlijk op 1 november 2013 bij de Commissie indient.

▼M38

235

IJzersulfaat

ijzer(II)sulfaat, watervrij: CAS-nr.: 7720-78-7

ijzer(II)sulfaat-monohydraat: CAS-nr.: 17375-41-6

ijzer(II)sulfaat-heptahydraat: CAS-nr.: 7782-63-0

CIPAC-nr.: 837

ijzer(II)sulfaat

of

ijzer(2+)sulfaat

ijzer(II)sulfaat, watervrij: ≥ 350 g/kg totaal ijzer.

Relevante onzuiverheden:

arseen 18 mg/kg

cadmium 1,8 mg/kg

chroom 90 mg/kg

lood 36 mg/kg

kwik 1,8 mg/kg

uitgedrukt op basis van de watervrije stof

1 september 2009

►M334 31 augustus 2021

DEEL A

Mag alleen worden toegelaten voor gebruik als herbicide.

DEEL B

Voor de toepassing van de in artikel 29, lid 6, van Verordening (EG) nr. 1107/2009 bedoelde uniforme beginselen moet rekening worden gehouden met de conclusies van het gewijzigde evaluatieverslag over ijzersulfaat (SANCO/2616/2008) (en met name met de aanhangsels I en II), dat op 1 juni 2012 door het Permanent Comité voor de voedselketen en de diergezondheid is goedgekeurd.

Bij deze algemene beoordeling moeten de lidstaten bijzondere aandacht besteden aan:

— het risico voor de toepassers;

— het risico voor kinderen/omwonenden die op behandelde grasvelden spelen;

— het risico voor oppervlaktewateren en in het water levende organismen.

De gebruiksvoorwaarden moeten, indien nodig, risicobeperkende maatregelen en het gebruik van adequate persoonlijke beschermingsmiddelen omvatten. De kennisgever moet bij de lidstaten, de Commissie en de EFSA bevestigende informatie indienen over de gelijkwaardigheid tussen de specificaties van het technische materiaal, zoals commercieel vervaardigd, en die van het in de toxiciteitsdossiers gebruikte testmateriaal.

De lidstaten zorgen ervoor dat de kennisgever deze informatie uiterlijk 1 mei 2013 bij de Commissie indient.

▼M345 —————

▼M31

237

Kalksteen

CAS-nr.: 1317-65-3

CIPAC-nr.: 852

calciumcarbonaat

≥ 980 g/kg

1 september 2009

31 augustus 2019

DEEL A

Mag alleen worden toegelaten voor gebruik als afweermiddel.

DEEL B

Voor de toepassing van de in artikel 29, lid 6, van Verordening (EG) nr. 1107/2009 bedoelde uniforme beginselen moet rekening worden gehouden met de conclusies van het gewijzigde evaluatieverslag over kalksteen (SANCO/2618/2008) (en met name met de aanhangsels I en II), dat op 9 maart 2012 door het Permanent Comité voor de voedselketen en de diergezondheid is goedgekeurd.

De gebruiksvoorwaarden moeten, indien nodig, risicobeperkende maatregelen omvatten.

▼M217 —————

▼M31

239

Als extractieresidu verkregen peperpoeder (PDER)

CAS-nr.: niet toegewezen

CIPAC-nr.: niet toegewezen

door stoomdestillatie en oplosmiddel-extractie verkregen zwarte peper – Piper nigrum

dit is een complex mengsel van chemische stoffen, waarvan het bestanddeel piperine als merker ten minste 4 % moet bedragen

1 september 2009

►M296 31 augustus 2019

DEEL A

Mag alleen worden toegelaten voor gebruik als afweermiddel.

DEEL B

Bij het beoordelen van aanvragen voor toelating van gewasbeschermingsmiddelen die als extractieresidu verkregen peperpoeder (PDER) bevatten voor ander gebruik dan in particuliere tuinen, moeten de lidstaten bijzondere aandacht besteden aan de criteria in artikel 4, lid 3, van Verordening (EG) nr. 1107/2009 en erop toezien dat de vereiste informatie en gegevens worden verstrekt voordat de toelating wordt verleend.

Voor de toepassing van de in artikel 29, lid 6, van Verordening (EG) nr. 1107/2009 bedoelde uniforme beginselen moet rekening worden gehouden met de conclusies van het gewijzigde evaluatieverslag over peper (SANCO/2620/2008) (en met name met de aanhangsels I en II), dat op 9 maart 2012 door het Permanent Comité voor de voedselketen en de diergezondheid is goedgekeurd.

De gebruiksvoorwaarden moeten, indien nodig, risicobeperkende maatregelen omvatten.

De kennisgever moet uiterlijk op 1 maart 2013 bevestigende informatie over de specificatie van het technische materiaal bij de lidstaten, de Commissie en de EFSA indienen.

▼M115

240

Plantaardige oliën/citronellaolie

CAS-nr. 8000-29-1

CIPAC-nr. 905

Citronellaolie is een complex mengsel van chemische stoffen.

De voornaamste bestanddelen zijn:

citronellal (3,7-dimethyl-6-octenal)

geraniol ((E)-3,7-dimethyl-2,6-octadieen-1-ol)

citronellol (3,7-dimethyl-6-octaan-2-ol)

geranylacetaat (3,7-dimethyl-6-octeen-1-ylacetaat)

De som van de volgende onzuiverheden mag niet meer dan 0,1 % van het technische materiaal bedragen: methyleugenol en methylisoeugenol

1 september 2009

►M199 31 augustus 2022

DEEL A

Mag alleen worden toegelaten voor gebruik als herbicide.

DEEL B

Voor de toepassing van de in artikel 29, lid 6, van Verordening (EG) nr. 1107/2009 bedoelde uniforme beginselen moet rekening worden gehouden met de conclusies van het evaluatieverslag over citronellaolie (SANCO/2621/2008) en met name met de aanhangsels I en II daarvan, dat door het Permanent Comité voor de voedselketen en de diergezondheid is goedgekeurd.

De gebruiksvoorwaarden moeten, indien nodig, risicobeperkende maatregelen omvatten.

Bij deze algemene beoordeling moeten de lidstaten bijzondere aandacht schenken aan:

— de bescherming van de toedieners, werknemers, omstanders en bewoners, waarbij ervoor moet worden gezorgd dat de gebruiksvoorwaarden indien nodig de toepassing van geschikte persoonlijke beschermingsmiddelen voorschrijven;

— de bescherming van het grondwater, wanneer de werkzame stof wordt toegepast in regio's met kwetsbare bodem;

— het risico voor niet tot de doelsoorten behorende organismen.

De kennisgever moet bevestigende informatie verstrekken over:

a) de technische specificatie;

b) gegevens waarbij de blootstelling aan natuurlijke achtergrondniveaus van plantaardige oliën/citronellaolie, methyleugenol en methylisoeugenol wordt vergeleken met de blootstelling door het gebruik van plantaardige oliën/citronellaolie als gewasbeschermingsmiddel. Die gegevens moeten betrekking hebben op blootstelling van de mens en op blootstelling van niet tot de doelsoorten behorende organismen;

c) de beoordeling van de blootstelling van grondwater voor potentiële metabolieten van plantaardige oliën/citronellaolie, in het bijzonder voor methyleugenol en methylisoeugenol.

De kennisgever moet die informatie uiterlijk op 30 april 2016 indienen bij de Commissie, de lidstaten en de EFSA.

▼M100

241

Plantaardige oliën/kruidnagelolie

CAS-nr.: 84961-50-2 (kruidnagelolie)

97-53-0 (eugenol — hoofdbestanddeel)

CIPAC-nr.: 906

Kruidnagelolie is een complex mengsel van chemische stoffen.

Het hoofdbestanddeel is eugenol.

≥ 800 g/kg

Relevante onzuiverheid: methyleugenol ten hoogste 0,1 % van het technische materiaal

1 september 2009

►M199 31 augustus 2022

DEEL A

Mag alleen worden toegelaten als na de oogst toe te passen fungicide en bactericide.

DEEL B

Voor de toepassing van de in artikel 29, lid 6, van Verordening (EG) nr. 1107/2009 bedoelde uniforme beginselen moet rekening worden gehouden met de conclusies van het evaluatieverslag over kruidnagelolie (SANCO/2622/2008) (en met name met de aanhangsels I en II), dat door het Permanent Comité voor de voedselketen en de diergezondheid is goedgekeurd.

Bij deze algemene beoordeling moeten de lidstaten bijzondere aandacht besteden aan de bescherming van de toedieners en werknemers en ervoor zorgen dat de gebruiksvoorwaarden indien nodig de toepassing van geschikte persoonlijke beschermingsmiddelen omvatten.

De kennisgever moet bevestigende informatie verstrekken over:

a) de technische specificatie;

b) gegevens waarin blootstelling aan plantaardige oliën/kruidnagelolie, eugenol en methyleugenol door de natuurlijke achtergrondconcentratie wordt vergeleken met blootstelling door het gebruik van plantaardige oliën/kruidnagelolie als gewasbeschermingsmiddel. Deze gegevens hebben betrekking op blootstelling van de mens.

De kennisgever moet die informatie uiterlijk op 30 april 2016 indienen bij de Commissie, de lidstaten en de EFSA.

▼M87

242

Plantaardige oliën/raapzaadolie

CAS-nr.: 8002-13-9

CIPAC-nr.: niet toegewezen

Raapzaadolie

Raapzaadolie is een complex mengsel van vetzuren

Relevante onzuiverheid: maximaal 2 % aan erucazuur

1 september 2009

►M334 31 augustus 2021

DEEL A

Mag alleen worden toegelaten voor gebruik als insecticide en acaricide.

DEEL B

Voor de toepassing van de in artikel 29, lid 6, van Verordening (EG) nr. 1107/2009 bedoelde uniforme beginselen moet rekening worden gehouden met de conclusies van het evaluatieverslag over raapzaadolie (SANCO/2623/2008) (en met name met de aanhangsels I en II), dat door het Permanent Comité voor de voedselketen en de diergezondheid op 3 oktober 2013 is goedgekeurd.

De gebruiksvoorwaarden moeten, indien nodig, risicobeperkende maatregelen omvatten.

▼M37

243

Plantaardige oliën/groenemuntolie

CAS-nr. 8008-79-5

CIPAC-nr. 908

groenemuntolie

≥ 550 g/kg als R-carvon

1 september 2009

►M199 31 augustus 2022

DEEL A

Mag alleen worden toegelaten voor gebruik als groeiregulator voor planten bij de behandeling van aardappelen na de oogst.

De lidstaten zorgen ervoor dat in de vergunningen wordt bepaald dat de hete verneveling uitsluitend in gespecialiseerde opslagfaciliteiten plaatsvindt en dat de best beschikbare technieken worden toegepast om te voorkomen dat het product (vernevelingsdamp) tijdens de opslag, het vervoer, de afvalverwijdering of het gebruik in het milieu terechtkomt.

DEEL B

Voor de toepassing van de in artikel 29, lid 6, van Verordening (EG) nr. 1107/2009 bedoelde uniforme beginselen moet rekening worden gehouden met de conclusies van het gewijzigde evaluatieverslag over plantaardige oliën/groenemuntolie (SANCO/2624/2008) (en met name met de aanhangsels I en II), dat op 1 juni 2012 door het Permanent Comité voor de voedselketen en de diergezondheid is goedgekeurd.

De gebruiksvoorwaarden moeten, indien nodig, risicobeperkende maatregelen omvatten.

▼M39

244

Kaliumwaterstofcarbonaat

CAS-nr. 298-14-6

CIPAC-nr. 853

Kaliumwaterstofcarbonaat

≥ 99,5 %

Onzuiverheden:

Pb, ten hoogste 10 mg/kg

As, ten hoogste 3 mg/kg

1 september 2009

►M334 31 augustus 2021

DEEL A

Mag alleen worden toegelaten voor gebruik als fungicide en insecticide.

DEEL B

Voor de toepassing van de in artikel 29, lid 6, van Verordening (EG) nr. 1107/2009 bedoelde uniforme beginselen moet rekening worden gehouden met de conclusies van het evaluatieverslag over kaliumwaterstofcarbonaat (SANCO/2625/2008) (en met name met de aanhangsels I en II), dat op 13 juli 2012 door het Permanent Comité voor de voedselketen en de diergezondheid is goedgekeurd.

Bij hun algemene evaluatie moeten de lidstaten bijzondere aandacht besteden aan het risico voor honingbijen. De gebruiksvoorwaarden moeten, indien nodig, risicobeperkende maatregelen omvatten.

▼M32

245

1,4-diaminobutaan (putrescine)

CAS-nr.: 110-60-1

CIPAC-nr.: 854

butaan-1,4-diamine

≥ 990 g/kg

1 september 2009

31 augustus 2019

DEEL A

Mag alleen worden toegelaten voor gebruik als lokstof.

DEEL B

Voor de toepassing van de in artikel 29, lid 6, van Verordening (EG) nr. 1107/2009 bedoelde uniforme beginselen moet rekening worden gehouden met de conclusies van het evaluatieverslag over 1,4-diaminobutaan (putrescine) (SANCO/2626/08) (en met name met de aanhangsels I en II), dat op 1 juni 2012 door het Permanent Comité voor de voedselketen en de diergezondheid is goedgekeurd.

De gebruiksvoorwaarden moeten zo nodig risicobeperkende maatregelen omvatten.

▼M75

246

Pyrethrinen: 8003-34-7

CIPAC-nr. 32

Extract A: extracten van Chrysanthemum cinerariaefolium:

89997-63-7

pyrethrine 1: CAS-nr. 121-21-1

pyrethrine 2: CAS-nr. 121-29-9

cinerine 1: CAS-nr. 25402-06-6

cinerine 2: CAS-nr. 121-20-0

jasmoline 1: CAS-nr. 4466-14-2

jasmoline 2: CAS-nr. 1172-63-0

Extract B:

pyrethrine 1: CAS-nr. 121-21-1

pyrethrine 2: CAS-nr. 121-29-9

cinerine 1: CAS-nr. 25402-06-6

cinerine 2: CAS-nr. 121-20-0

jasmoline 1: CAS-nr. 4466-14-2

jasmoline 2: CAS-nr. 1172-63-0

Pyrethrinen zijn een complex mengsel van chemische stoffen.

Extract A: ≥ 500 g/kg pyrethrinen

Extract B: ≥ 480 g/kg pyrethrinen

1 september 2009

►M199 31 augustus 2022

DEEL A

De stof mag alleen worden toegelaten voor gebruik als insecticide.

DEEL B

Voor de toepassing van de in artikel 29, lid 6, van Verordening (EG) nr. 1107/2009 bedoelde uniforme beginselen moet rekening worden gehouden met de conclusies van het evaluatieverslag over pyrethrinen (SANCO/2627/2008) (en met name met de aanhangsels I en II), dat door het Permanent Comité voor de voedselketen en de diergezondheid is goedgekeurd.

Bij deze algemene beoordeling moeten de lidstaten met name letten op:

a) het risico voor de toedieners en werknemers;

b) het risico voor niet tot de doelsoorten behorende organismen.

De gebruiksvoorwaarden moeten in voorkomend geval het gebruik van geschikte persoonlijke beschermingsmiddelen en andere risicobeperkende maatregelen omvatten.

De aanvrager moet bevestigende informatie indienen wat betreft:

1. de specificatie van het technische materiaal zoals commercieel vervaardigd, waaronder gegevens over alle relevante verontreinigingen en de gelijkwaardigheid met de specificaties van het bij de toxiciteitsonderzoeken gebruikte testmateriaal;

2. het risico van inhalering;

3. de residudefinitie;

4. de representativiteit van het hoofdbestanddeel „pyrethrine 1” wat betreft het lot en het gedrag in de bodem en in het water.

De aanvrager moet uiterlijk op 31 maart 2014 de in de punt 1 bedoelde informatie en uiterlijk op 31 december 2015 de in de punten 2, 3 en 4 bedoelde informatie indienen bij de Commissie, de lidstaten en de EFSA.

▼M31

247

Kwartszand

CAS-nr.: 14808-60-7, 7637-86-9

CIPAC-nr.: 855

kwarts, siliciumdioxide

≥ 915 g/kg

Ten hoogste 0,1 % deeltjes kristallijne silica (met een diameter van minder dan 50 μm).

1 september 2009

►M334 31 augustus 2021

DEEL A

Mag alleen worden toegelaten voor gebruik als afweermiddel.

DEEL B

Bij het beoordelen van aanvragen voor toelating van gewasbeschermingsmiddelen die kwartszand bevatten voor ander gebruik dan op bomen in de bosbouw, moeten de lidstaten speciale aandacht besteden aan de criteria in artikel 4, lid 3, van Verordening (EG) nr. 1107/2009 en erop toezien dat de vereiste informatie en gegevens worden verstrekt voordat de toelating wordt verleend.

Voor de toepassing van de uniforme beginselen in bijlage VI moet rekening worden gehouden met de conclusies van het evaluatieverslag over kwartszand (SANCO/2628/2008) (en met name met de aanhangsels I en II), dat door het Permanent Comité voor de voedselketen en de diergezondheid is goedgekeurd.

De gebruiksvoorwaarden moeten, indien nodig, risicobeperkende maatregelen omvatten.

▼M36

248

Visolie

CAS-nr.: 100085-40-3

CIPAC-nr.: 918

visolie

≥ 99 %

Relevante onzuiverheid:

Dioxine, ten hoogste 6 pg/kg voor diervoeder

Hg, ten hoogste 0,5 mg/kg diervoeder afkomstig van vis en de verwerking van andere visserijproducten

Cd, ten hoogste 2 mg/kg diervoeder van dierlijke oorsprong (behalve in diervoeder voor huis-dieren)

Pb, ten hoogste 10 mg/kg

Pcb's, ten hoogste 5 mg/kg

1 september 2009

►M334 31 augustus 2021

DEEL A

Mag alleen worden toegelaten voor gebruik als afweer-middel. Visolie moet in overeenstemming zijn met Verordening (EG) nr. 1069/2009 en Verordening (EU) nr. 142/2011.

DEEL B

Voor de toepassing van de in artikel 29, lid 6, van Verordening (EG) nr. 1107/2009 bedoelde uniforme beginselen moet rekening worden gehouden met de conclusies van het evaluatieverslag over visolie (SANCO/2629/2008) (en met name met de aanhangsels I en II), dat door het Permanent Comité voor de voedselketen en de diergezondheid op 1 juni 2012 is goedgekeurd.

De gebruiksvoorwaarden moeten, indien nodig, risico-beperkende maatregelen omvatten.

De kennisgever moet bevestigende informatie verstrekken over de specificatie van het technische materiaal en de analyse van de maximumgehalten aanonzuiverheden en contaminanten die in toxicologisch opzicht van belang zijn. De kennisgever moet deze informatie uiterlijk op 1 mei 2013 bij de lidstaten, de Commissie en de EFSA indienen.

▼B

249

Op geur gebaseerde afweermiddelen van dierlijke of van plantaardige oorsprong/schapenvet

CAS-nr.: 98999-15-6

CIPAC-nr.: niet toegewezen

schapenvet

zuiver schapenvet met ten hoogste 0,18 % m/m/ water.

1 september 2009

►M334 31 augustus 2021

DEEL A

Mag alleen worden toegelaten voor gebruik als afstotend middel. Schapenvet moet in overeenstemming zijn met Verordening (EG) nr. 1069/2009.

DEEL B

Voor de toepassing van de in artikel 29, lid 6, van Verordening (EG) nr. 1107/2009 bedoelde uniforme beginselen moet rekening worden gehouden met de conclusies van het evaluatieverslag over schapenvet (SANCO/2630/2008) (en met name met de aanhangsels I en II), dat door het Permanent Comité voor de voedselketen en de diergezondheid is goedgekeurd.

De gebruiksvoorwaarden moeten, indien nodig, risicobeperkende maatregelen omvatten.

▼M230 —————

▼M229 —————

▼B

252

Zeealgenextract (voorheen zeealgenextract en zeewier)

CAS-nr: niet toegewezen

CIPAC-nr.: niet toegewezen

zeealgenextract

zeealgenextract is een complex mengsel. Hoofdbestanddelen als merkers: mannitol, fucoïdans en en alginaten. Evaluatieverslag (SANCO/2634/2008).

1 september 2009

31 augustus 2019

DEEL A

Mag alleen worden toegelaten voor gebruik als groeiregulator voor planten.

DEEL B

Voor de toepassing van de in artikel 29, lid 6, van Verordening (EG) nr. 1107/2009 bedoelde uniforme beginselen moet rekening worden gehouden met de conclusies van het evaluatieverslag over zeealgenextract (SANCO/2634/2008) (en met name met de aanhangsels I en II), dat door het Permanent Comité voor de voedselketen en de diergezondheid is goedgekeurd.

De gebruiksvoorwaarden moeten, indien nodig, risicobeperkende maatregelen omvatten.

253

Natriumaluminium-silicaat

CAS-nr.: 1344-00-9

CIPAC-nr.: niet toegewezen

natriumaluminium-silicaat: Nax[(AlO2)x(SiO2)y] × zH2O

1 000 g/kg

1 september 2009

►M296 31 augustus 2019

DEEL A

Mag alleen worden toegelaten voor gebruik als afstotend middel.

DEEL B

Voor de toepassing van de in artikel 29, lid 6, van Verordening (EG) nr. 1107/2009 bedoelde uniforme beginselen moet rekening worden gehouden met de conclusies van het evaluatieverslag over natriumaluminiumsilicaat (SANCO/2635/2008) (en met name met de aanhangsels I en II), dat door het Permanent Comité voor de voedselketen en de diergezondheid is goedgekeurd.

De gebruiksvoorwaarden moeten, indien nodig, risicobeperkende maatregelen omvatten.

▼M51

254

Natriumhypochloriet

CAS-nr.: 7681-52-9

CIPAC-nr.: 848

Natriumhypochloriet

Natriumhypochloriet: 105 g/kg-126 g/kg (122 g/l-151 g/l) technisch concentraat

10-12 % (m/m), uitgedrukt als chloor

1 september 2009

31 augustus 2019

DEEL A

Mag alleen worden toegelaten voor indoortoepassingen als ontsmettingsmiddel.

DEEL B

Voor de toepassing van de in artikel 29, lid 6, van Verordening (EG) nr. 1107/2009 bedoelde uniforme beginselen moet rekening worden gehouden met de conclusies van het evaluatieverslag over natriumhypochloriet (SANCO/2988/2008) (en met name met de aanhangsels I en II), dat door het Permanent Comité voor de voedselketen en de diergezondheid op 1 februari 2013 is goedgekeurd.

Bij deze algemene beoordeling moeten de lidstaten:

a) bijzondere aandacht besteden aan het risico voor toepassers en werknemers;

b) vermijden dat de bodem wordt blootgesteld aan natriumhypochloriet en reactieproducten daarvan via de verspreiding van behandelde compost op biologisch land.

De gebruiksvoorwaarden moeten, indien nodig, risicobeperkende maatregelen omvatten.

▼M127

255

Onvertakte vlinderferomonen

Evaluatieverslag (SANCO/2633/2008)

Evaluatieverslag (SANCO/2633/2008)

1 september 2009

►M334 31 augustus 2021

DEEL A

Mag alleen worden toegelaten voor gebruik als lokstof.

DEEL B

Voor de toepassing van de in artikel 29, lid 6, van Verordening (EG) nr. 1107/2009 bedoelde uniforme beginselen moet rekening worden gehouden met de conclusies van het evaluatieverslag over onvertakte vlinderferomonen (SANCO/2633/2008) (en met name met de aanhangsels I en II), dat door het Permanent Comité voor planten, dieren, levensmiddelen en diervoeders is goedgekeurd.

De gebruiksvoorwaarden moeten, indien nodig, risicobeperkende maatregelen omvatten.

De kennisgever moet bevestigende informatie verstrekken over:

1. het genotoxisch profiel van de aldehydegroepverbindingen;

2. de blootstelling van mensen en milieu ten gevolge van de verschillende toepassingswijzen van onvertakte vlinderferomonen als gewasbeschermingsmiddel, in vergelijking met het natuurlijke achtergrondniveau van deze feromonen.

De aanvrager moet uiterlijk op 31 december 2015 de in punt 1 bedoelde informatie en uiterlijk op 31 december 2016 de in punt 2 bedoelde informatie bij de Commissie, de lidstaten en de EFSA indienen.

▼B

256

Trimethylamine-hydrochloride

CAS-nr.: 593-81-7

CIPAC-nr.: niet toegewezen

trimethylamine-hydrochloride

≥ 988 g/kg

1 september 2009

31 augustus 2019

DEEL A

Mag alleen worden toegelaten voor gebruik als lokstof.

DEEL B

Voor de toepassing van de in artikel 29, lid 6, van Verordening (EG) nr. 1107/2009 bedoelde uniforme beginselen moet rekening worden gehouden met de conclusies van het evaluatieverslag over trimethylamine-hydrochloride (SANCO/2636/2008) (en met name met de aanhangsels I en II), dat door het Permanent Comité voor de voedselketen en de diergezondheid is goedgekeurd.

De gebruiksvoorwaarden moeten, indien nodig, risicobeperkende maatregelen omvatten.

▼M36

257

Ureum

CAS-nr.: 57-13-6

CIPAC-nr.: 913

ureum

≥ 98 % m/m

1 september 2009

►M334 31 augustus 2021

DEEL A

De stof mag alleen worden toegelaten voor gebruik als lokstof en fungicide.

DEEL B

Voor de toepassing van de in artikel 29, lid 6, van Verordening (EG) nr. 1107/2009 bedoelde uniforme beginselen moet rekening worden gehouden met de conclusies van het evaluatieverslag over ureum (SANCO/2637/2008) (en met name met de aanhangsels I en II), dat door het Permanent Comité voor de voedselketen en de diergezondheid op 1 juni 2012 is goedgekeurd.

De gebruiksvoorwaarden moeten, indien nodig, risico-beperkende maatregelen omvatten.

De kennisgever moet bevestigende informatie verstrekken over:

a) de analysemethode voor ureum en de onzuiverheid biureet;

b) het risico voor gebruikers, werknemers en omstanders.

De kennisgever moet uiterlijk op 1 mei 2013 de onder a) bedoelde informatie en uiterlijk op 1 januari 2016 de onder b) bedoelde informatie bij de lidstaten, de Commissie en de EFSA indienen.

▼M180 —————

▼M179 —————

▼B

260

Aluminiumfosfide

CAS-nr.: 20859-73-8

CIPAC-nr.: 227

aluminiumfosfide

≥ 830 g/kg

1 september 2009

►M199 31 augustus 2022

DEEL A

Mag alleen worden toegelaten voor gebruik als insecticide, rodenticide, talpicide en leporicide in de vorm van gebruiksklare aluminiumfosfide bevattende producten.

Mag als rodenticide, talpicide en leporicide alleen voor outdoortoepassingen worden toegelaten.

Toelatingen dienen te worden beperkt tot professionele gebruikers.

DEEL B

Voor de toepassing van de in artikel 29, lid 6, van Verordening (EG) nr. 1107/2009 bedoelde uniforme beginselen wordt rekening gehouden met de conclusies van het evaluatieverslag over aluminiumfosfide, dat op 28 oktober 2008 door het Permanent Comité voor de voedselketen en de diergezondheid is goedgekeurd, en met name met de aanhangsels I en II.

Bij de algemene evaluatie moeten de lidstaten bijzondere aandacht besteden aan:

— de bescherming van de consumenten en ervoor zorgen dat de toegediende gebruiksklare aluminiumfosfide bevattende producten van de voedingswaren worden verwijderd als zij tegen ziekten en plagen bij opslag worden gebruikt en dat daarna een passende extra wachttijd in acht wordt genomen;

— de veiligheid van de toedieners en de werknemers en ervoor zorgen dat de gebruiksvoorwaarden de toepassing van geschikte persoonlijke en ademhalingsbeschermingsmiddelen voorschrijven;

— de bescherming van toedieners en werknemers tijdens fumigatie voor indoortoepassingen;

— de bescherming van werknemers bij terugkeer (na fumigatieperiode) voor indoortoepassingen;

— de bescherming van omstanders tegen het lekken van gas voor indoortoepassingen;

— de bescherming van vogels en zoogdieren. De toelatingsvoorwaarden moeten indien nodig risicobeperkende maatregelen omvatten, zoals de afsluiting van de legers en de volledige inwerking van de korrels in de bodem;

— de bescherming van in het water levende organismen. De toelatingsvoorwaarden moeten indien nodig risicobeperkende maatregelen omvatten, zoals bufferzones tussen behandelde percelen en oppervlaktewateren.

261

Calciumfosfide

CAS-nr.: 1305-99-3

CIPAC-nr.: 505

calciumfosfide

≥ 160 g/kg

1 september 2009

►M342 1 december 2020

DEEL A

Mag alleen worden toegelaten voor outdoortoepassingen als rodenticide en talpicide in de vorm van gebruiksklare calciumfosfide bevattende producten.

Toelatingen dienen te worden beperkt tot professionele gebruikers.

DEEL B

Voor de toepassing van de in artikel 29, lid 6, van Verordening (EG) nr. 1107/2009 bedoelde uniforme beginselen wordt rekening gehouden met de conclusies van het evaluatieverslag over calciumfosfide, dat op 28 oktober 2008 door het Permanent Comité voor de voedselketen en de diergezondheid is goedgekeurd, en met name met de aanhangsels I en II.

Bij de algemene evaluatie moeten de lidstaten bijzondere aandacht besteden aan:

— de veiligheid van de toedieners en de werknemers en ervoor zorgen dat de gebruiksvoorwaarden de toepassing van geschikte persoonlijke en ademhalingsbeschermingsmiddelen voorschrijven;

— de bescherming van vogels en zoogdieren. De toelatingsvoorwaarden moeten indien nodig risicobeperkende maatregelen omvatten, zoals de afsluiting van de legers en de volledige inwerking van de korrels in de bodem;

— de bescherming van in het water levende organismen. De toelatingsvoorwaarden moeten indien nodig risicobeperkende maatregelen omvatten, zoals bufferzones tussen behandelde percelen en oppervlaktewateren.

262

Magnesiumfosfide

CAS-nr.: 12057-74-8

CIPAC-nr.: 228

magnesiumfosfide

≥ 880 g/kg

1 september 2009

►M199 31 augustus 2022

DEEL A

Mag alleen worden toegelaten voor gebruik als insecticide, rodenticide, talpicide en leporicide in de vorm van gebruiksklare magnesiumfosfide bevattende producten.

Mag als rodenticide, talpicide en leporicide alleen voor outdoortoepassingen worden toegelaten.

Toelatingen dienen te worden beperkt tot professionele gebruikers.

DEEL B

Voor de toepassing van de in artikel 29, lid 6, van Verordening (EG) nr. 1107/2009 bedoelde uniforme beginselen wordt rekening gehouden met de conclusies van het evaluatieverslag over magnesiumfosfide, dat op 28 oktober 2008 door het Permanent Comité voor de voedselketen en de diergezondheid is goedgekeurd, en met name met de aanhangsels I en II.

Bij de algemene evaluatie moeten de lidstaten bijzondere aandacht besteden aan:

— de bescherming van de consumenten en ervoor zorgen dat de toegediende gebruiksklare magnesiumfosfide bevattende producten van de voedingswaren worden verwijderd als zij tegen ziekten en plagen bij opslag worden gebruikt en dat daarna een passende extra wachttijd in acht wordt genomen;

— de veiligheid van de toedieners en ervoor zorgen dat de gebruiksvoorwaarden de toepassing van geschikte persoonlijke en ademhalingsbeschermingsmiddelen voorschrijven;

— de bescherming van toedieners en werknemers tijdens fumigatie voor indoortoepassingen;

— de bescherming van werknemers bij terugkeer (na fumigatieperiode) voor indoortoepassingen;

— de bescherming van omstanders tegen het lekken van gas voor indoortoepassingen;

— de bescherming van vogels en zoogdieren. De toelatingsvoorwaarden moeten indien nodig risicobeperkende maatregelen omvatten, zoals de afsluiting van de legers en de volledige inwerking van de korrels in de bodem;

— de bescherming van in het water levende organismen. De toelatingsvoorwaarden moeten indien nodig risicobeperkende maatregelen omvatten, zoals bufferzones tussen behandelde percelen en oppervlaktewateren.

263

Cymoxanil

CAS-nr.: 57966-95-7

CIPAC-nr.: 419

1-[(E/Z)-2-cyaan-2-methoxyiminoacetyl]-3-ethylureum

≥ 970 g/kg

1 september 2009

►M199 31 augustus 2021

DEEL A

Mag alleen worden toegelaten voor gebruik als fungicide.

DEEL B

Voor de toepassing van de in artikel 29, lid 6, van Verordening (EG) nr. 1107/2009 bedoelde uniforme beginselen wordt rekening gehouden met de conclusies van het evaluatieverslag over cymoxanil, dat op 28 oktober 2008 door het Permanent Comité voor de voedselketen en de diergezondheid is goedgekeurd, en met name met de aanhangsels I en II.

Bij de algemene evaluatie moeten de lidstaten bijzondere aandacht besteden aan:

— de veiligheid van de toedieners en de werknemers en ervoor zorgen dat de gebruiksvoorwaarden de toepassing van geschikte persoonlijke beschermingsmiddelen voorschrijven;

— de bescherming van het grondwater, wanneer de werkzame stof wordt gebruikt in qua bodemgesteldheid en/of klimatologische omstandigheden kwetsbare gebieden;

— de bescherming van in het water levende organismen en ervoor zorgen dat de toelatingsvoorwaarden indien nodig risicobeperkende maatregelen omvatten, zoals bufferzones.

264

Dodemorf

CAS-nr.: 1593-77-7

CIPAC-nr.: 300

cis/trans-[4-cyclododecyl]-2,6-dimethylmorfoline

≥ 950 g/kg

1 september 2009

►M199 31 augustus 2022

DEEL A

Mag alleen worden toegelaten voor gebruik als fungicide op siergewassen in kassen.

DEEL B

Voor de toepassing van de in artikel 29, lid 6, van Verordening (EG) nr. 1107/2009 bedoelde uniforme beginselen wordt rekening gehouden met de conclusies van het evaluatieverslag over dodemorf, dat op 28 oktober 2008 door het Permanent Comité voor de voedselketen en de diergezondheid is goedgekeurd, en met name met de aanhangsels I en II.

Bij de algemene evaluatie moeten de lidstaten bijzondere aandacht besteden aan:

— de veiligheid van de toedieners en werknemers en ervoor zorgen dat de gebruiksvoorwaarden indien nodig de toepassing van geschikte persoonlijke beschermingsmiddelen voorschrijven;

— de bescherming van het grondwater, wanneer de werkzame stof wordt gebruikt in qua bodemgesteldheid kwetsbare gebieden;

De toelatingsvoorwaarden moeten indien nodig risicobeperkende maatregelen omvatten.

265

2,5-Dichloorbenzoëzuurmethylester

CAS-nr.: 2905-69-3

CIPAC-nr.: 686

methyl-2,5-dichloorbenzoaat

≥ 995 g/kg

1 september 2009

►M199 31 augustus 2022

DEEL A

Mag alleen worden toegelaten voor indoortoepassingen als groeiregulator voor planten en als fungicide voor het enten van wijnstokken.

DEEL B

Voor de toepassing van de in artikel 29, lid 6, van Verordening (EG) nr. 1107/2009 bedoelde uniforme beginselen wordt rekening gehouden met de conclusies van het evaluatieverslag over 2,5-dichloorbenzoëzuurmethylester, dat op 28 oktober 2008 door het Permanent Comité voor de voedselketen en de diergezondheid is goedgekeurd, en met name met de aanhangsels I en II.

266

Metamitron

CAS-nr.: 41394-05-2

CIPAC-nr.: 381

4-amino-4,5-dihydro-6-fenyl-3-methyl-1,2,4-triazine-5-on

≥ 960 g/kg

1 september 2009

►M199 31 augustus 2022

DEEL A

Mag alleen worden toegelaten voor gebruik als herbicide.

DEEL B

Bij het beoordelen van aanvragen voor de toelating van gewasbeschermingsmiddelen die metamitron bevatten voor andere toepassingen dan bij wortelgewassen, moeten de lidstaten bijzondere aandacht besteden aan de criteria in artikel 4, lid 3, van Verordening (EG) nr. 1107/2009 en ervoor zorgen dat de vereiste informatie en gegevens worden verstrekt voordat de toelating wordt verleend.

Voor de toepassing van de in artikel 29, lid 6, van Verordening (EG) nr. 1107/2009 bedoelde uniforme beginselen wordt rekening gehouden met de conclusies van het evaluatieverslag over metamitron, dat op 28 oktober 2008 door het Permanent Comité voor de voedselketen en de diergezondheid is goedgekeurd, en met name met de aanhangsels I en II.

Bij de algemene evaluatie moeten de lidstaten bijzondere aandacht besteden aan:

— de veiligheid van de toedieners en ervoor zorgen dat de gebruiksvoorwaarden indien nodig de toepassing van geschikte persoonlijke beschermingsmiddelen voorschrijven;

— de bescherming van het grondwater, wanneer de werkzame stof wordt gebruikt in qua bodemgesteldheid en/of klimatologische omstandigheden kwetsbare gebieden;

— het risico voor vogels en zoogdieren en niet tot de doelsoorten behorende landplanten.

De toelatingsvoorwaarden moeten indien nodig risicobeperkende maatregelen omvatten.

De betrokken lidstaten moeten voorschrijven dat nadere informatie wordt verstrekt over het effect van de bodemmetaboliet M3 op het grondwater, over residuen in wisselgewassen, over het langetermijnrisico voor insectenetende vogels en over het specifieke risico voor vogels en zoogdieren die kunnen worden besmet door de inname van water in het veld. Zij moeten ervoor zorgen dat de kennisgevers op wier verzoek metamitron in deze bijlage is opgenomen, deze informatie uiterlijk op 31 augustus 2011 bij de Commissie indienen.

267

Sulcotrione

CAS-nr.: 99105-77-8

CIPAC-nr.: 723

2-(2-chloor-4-mesylbenzoyl)cyclohexaan-1,3-dion

≥ 950 g/kg

Onzuiverheden:

— waterstofcyanide: niet meer dan 80 mg/kg

— tolueen: niet meer dan 4 g/kg

1 september 2009

►M199 31 augustus 2022

DEEL A

Mag alleen worden toegelaten voor gebruik als herbicide.

DEEL B

Voor de toepassing van de in artikel 29, lid 6, van Verordening (EG) nr. 1107/2009 bedoelde uniforme beginselen wordt rekening gehouden met de conclusies van het evaluatieverslag over sulcotrione, dat op 28 oktober 2008 door het Permanent Comité voor de voedselketen en de diergezondheid is goedgekeurd, en met name met de aanhangsels I en II.

Bij de algemene evaluatie moeten de lidstaten bijzondere aandacht besteden aan:

— de veiligheid van de toedieners en ervoor zorgen dat de gebruiksvoorwaarden indien nodig de toepassing van geschikte persoonlijke beschermingsmiddelen voorschrijven;

— het risico voor insectenetende vogels, niet tot de doelsoorten behorende water- en landplanten, en niet tot de doelsoorten behorende geleedpotigen.

De toelatingsvoorwaarden moeten indien nodig risicobeperkende maatregelen omvatten.

De betrokken lidstaten moeten voorschrijven dat nadere informatie wordt verstrekt over de afbraak in de bodem en het water van het cyclohexaandiongedeelte en over het langetermijnrisico voor insectenetende vogels. Zij moeten ervoor zorgen dat de kennisgever op wiens verzoek sulcotrione in deze bijlage is opgenomen, deze informatie uiterlijk op 31 augustus 2011 bij de Commissie indient.

268

Tebuconazool

CAS-nr.: 107534-96-3

CIPAC-nr.: 494

(RS)-1-p-chloorfenyl-4,4-dimethyl-3-(1H-1,2,4-triazool-1-ylmethyl)pentaan-3-ol

≥ 905 g/kg

1 september 2009

►M334 31 augustus 2021

►M128

DEEL A

Alleen gebruik als fungicide en plantengroeiregulator mag worden toegestaan.

DEEL B

Voor de toepassing van de in artikel 29, lid 6, van Verordening (EG) nr. 1107/2009 bedoelde uniforme beginselen wordt rekening gehouden met de conclusies van het evaluatieverslag over tebuconazool, dat op 28 oktober 2008 door het Permanent Comité voor de voedselketen en de diergezondheid is goedgekeurd, en met name met de aanhangsels I en II. Bij deze algemene beoordeling moeten de lidstaten bijzondere aandacht besteden aan:

— de veiligheid van de toedieners en de werknemers en ervoor zorgen dat in de gebruiksvoorwaarden de toepassing van geschikte persoonlijke beschermingsmiddelen wordt voorgeschreven;

— de blootstelling van de consument via de voeding aan de metabolieten van tebuconazool (triazool);

— de mogelijke verontreiniging van het grondwater, wanneer de werkzame stof wordt gebruikt in qua bodemgesteldheid of klimatologische omstandigheden kwetsbare gebieden, met name wat betreft de aanwezigheid van de metaboliet 1,2,4-triazool in grondwater;

— de bescherming van graanetende vogels en zoogdieren en herbivore zoogdieren en ervoor zorgen dat de toelatingsvoorwaarden indien nodig risicobeperkende maatregelen omvatten;

— de bescherming van in het water levende organismen en ervoor zorgen dat de toelatingsvoorwaarden indien nodig risicobeperkende maatregelen omvatten, zoals bufferzones.

De betrokken lidstaten moeten ervoor zorgen dat de kennisgever binnen twee jaar na de goedkeuring van de OESO-richtsnoeren voor hormoonontregelingstests of, bij wijze van alternatief, van de op communautair niveau overeengekomen testrichtsnoeren bij de Commissie nadere informatie over de mogelijke hormoonontregelende eigenschappen van tebuconazool indient.

269

Triadimenol

CAS-nr.: 55219-65-3

CIPAC-nr.: 398

(1RS,2RS;1RS,2SR)-1-(4-chloorfenoxy)-3,3-dimethyl-1-(1H-1,2,4-triazool-1-yl)butaan-2-ol

≥ 920 g/kg

Isomeer A (1RS,2SR), isomeer B (1RS,2RS)

Diastereomeer A, RS + SR, tussen: 70 en 85 %

Diastereomeer B, RR + SS, tussen: 15 en 30 %

1 september 2009

31 augustus 2019

DEEL A

Mag alleen worden toegelaten voor gebruik als fungicide.

DEEL B

Voor de toepassing van de in artikel 29, lid 6, van Verordening (EG) nr. 1107/2009 bedoelde uniforme beginselen wordt rekening gehouden met de conclusies van het evaluatieverslag over triadimenol, dat op 28 oktober 2008 door het Permanent Comité voor de voedselketen en de diergezondheid is goedgekeurd, en met name met de aanhangsels I en II.

Bij de algemene evaluatie moeten de lidstaten bijzondere aandacht besteden aan:

— de aanwezigheid van N-methylpyrrolidon in geformuleerde producten wat betreft de blootstelling van toedieners, werknemers en omstanders;

— de bescherming van vogels en zoogdieren. Ten aanzien van deze risico's moeten indien nodig risicobeperkende maatregelen, zoals bufferzones, worden toegepast.

De betrokken lidstaten moeten ervoor zorgen dat de kennisgever bij de Commissie de volgende informatie indient:

— nadere informatie over de specificatie;

— informatie voor de verdere beoordeling van het risico voor vogels en zoogdieren;

— informatie voor de verdere beoordeling van het risico van hormoonontregeling bij vissen.

Zij moeten ervoor zorgen dat de kennisgever op wiens verzoek triadimenol in deze bijlage is opgenomen, deze informatie uiterlijk op 31 augustus 2011 bij de Commissie indient.

De betrokken lidstaten moeten ervoor zorgen dat de kennisgever bij de Commissie nadere informatie over de mogelijke hormoonontregelende eigenschappen van triadimenol indient binnen twee jaren na de goedkeuring van de OESO-richtsnoeren voor hormoonontregelingstests of, bij wijze van alternatief, de op communautair niveau overeengekomen testrichtsnoeren.

270

Methomyl

CAS-nr.: 16752-77-50

CIPAC-nr.: 264

S-methyl-(EZ)-N-(methylcarbamoyloxy)thioaceetimidaat

≥ 980 g/kg

1 september 2009

31 augustus 2019

DEEL A

Mag uitsluitend worden gebruikt als insecticide op groenten in dosissen die niet meer bedragen dan 0,25 kg werkzame stof per hectare per toediening en voor maximaal 2 toedieningen per seizoen.

Toelatingen moeten worden beperkt tot professionele gebruikers.

DEEL B

Voor de toepassing van de in artikel 29, lid 6, van Verordening (EG) nr. 1107/2009 bedoelde uniforme beginselen moet rekening worden gehouden met de conclusies van het evaluatieverslag over methomyl (en met name met de aanhangsels I en II), dat op 12 juni 2009 door het Permanent Comité voor de voedselketen en de diergezondheid is goedgekeurd.

Bij deze algemene evaluatie moeten de lidstaten bijzondere aandacht besteden aan:

— de veiligheid van de toedieners: de gebruiksvoorwaarden moeten het gebruik van geschikte persoonlijke beschermingsmiddelen voorschrijven. Er moet bijzondere aandacht worden besteed aan de blootstelling van toedieners die gebruikmaken van rugspuiten of andere handgedragen toedieningsapparatuur;

— de bescherming van vogels;

— de bescherming van in het water levende organismen: de toelatingsvoorwaarden moeten, indien nodig, risicobeperkende maatregelen omvatten, zoals bufferzones, beperking van de lozing van regen- en afvalwater en driftreductiedoppen;

— de bescherming van niet tot de doelsoorten behorende geleedpotigen, met name bijen: er moeten risicobeperkende maatregelen worden genomen om elk contact met bijen te vermijden.

De lidstaten moeten ervoor zorgen dat op methomyl gebaseerde formuleringen doeltreffende afstotende en/of braakmiddelen bevatten.

De toelatingsvoorwaarden moeten, indien nodig, verdere risicobeperkende maatregelen omvatten.

271

Bensulfuron

CAS-nr.: 83055-99-6

CIPAC-nr.: 502.201

α-[(4,6-(dimethoxypyrimidine-2-ylcarbamoyl)sulfamoyl]-o-toluylzuur (bensulfuron)

methyl-α-[(4,6-dimethoxypyrimidine-2-ylcarbamoyl)sulfamoyl]-o-toluaat (bensulfuron-methyl)

≥ 975 g/kg

1 november 2009

►M213 31 oktober 2022

DEEL A

Mag alleen worden toegelaten voor gebruik als herbicide.

DEEL B

Voor de toepassing van de in artikel 29, lid 6, van Verordening (EG) nr. 1107/2009 bedoelde uniforme beginselen moet rekening worden gehouden met de conclusies van het evaluatieverslag over bensulfuron dat op 8 december 2008 door het Permanent Comité voor de voedselketen en de diergezondheid is goedgekeurd, en met name met de aanhangsels I en II.

Bij deze algemene beoordeling moeten de lidstaten bijzondere aandacht besteden aan:

— de bescherming van in het water levende organismen; ten aanzien van deze risico’s moeten zo nodig risicobeperkende maatregelen, zoals bufferzones, worden toegepast;

— de bescherming van het grondwater, wanneer de werkzame stof wordt gebruikt in qua bodemgesteldheid en/of klimatologische omstandigheden kwetsbare gebieden.

De betrokken lidstaten moeten ervoor zorgen dat de kennisgever bij de Commissie de volgende informatie indient:

— verdere studies naar de specificatie van de werkzame stof;

— informatie voor de verdere beoordeling van de snelheid waarmee en de weg waarlangs afbraak van bensulfuron-methyl plaatsvindt in natte aerobe bodem;

— informatie ter beoordeling van de relevantie van metabolieten ten behoeve van de inschatting van het risico voor de consument.

Zij moeten ervoor zorgen dat dergelijke studies uiterlijk op 31 oktober 2011 aan de Commissie worden verstrekt.

272

Natrium-5-nitroguajacolaat

CAS-nr.: 67233-85-6

CIPAC-nr.: niet toegewezen

natrium-2-methoxy-5-nitrofenolaat

≥ 980 g/kg

1 november 2009

►M213 31 oktober 2022

DEEL A

Mag alleen worden toegelaten voor gebruik als groeiregulator voor planten.

DEEL B

Voor de toepassing van de in artikel 29, lid 6, van Verordening (EG) nr. 1107/2009 bedoelde uniforme beginselen moet rekening worden gehouden met de conclusies van het evaluatieverslag over natrium-5-nitroguajacolaat,natrium-o-nitrofenolaat en natrium-p-nitrofenolaat dat op 2 december 2008 door het Permanent Comité voor de voedselketen en de diergezondheid is goedgekeurd, en met name met de aanhangsels I en II.

Bij deze algemene beoordeling moeten de lidstaten bijzondere aandacht besteden aan:

— de specificatie van het technische materiaal zoals commercieel vervaardigd, die bevestigd en met passende analytische gegevens onderbouwd moet worden. Het in de toxiciteitsdossiers gebruikte materiaal moet worden vergeleken met deze specificatie van het technische materiaal en aan de hand daarvan worden gecontroleerd;

— de bescherming van de toedieners en de veiligheid van de werknemers. De toegelaten gebruiksvoorwaarden moeten de toepassing van geschikte persoonlijke beschermingsmiddelen en risicobeperkende maatregelen ter vermindering van de blootstelling voorschrijven;

— de bescherming van het grondwater, wanneer de werkzame stof wordt gebruikt in qua bodemgesteldheid en/of klimatologische omstandigheden kwetsbare gebieden. De toelatingsvoorwaarden moeten indien nodig risicobeperkende maatregelen omvatten.

De betrokken lidstaten verzoeken om aanvullende studies ter bevestiging van de risicobeoordeling voor het grondwater. Zij moeten ervoor zorgen dat dergelijke studies uiterlijk op 31 oktober 2011 aan de Commissie worden verstrekt.

273

Natrium-o-nitrofenolaat

CAS-nr.: 824-39-5

CIPAC-nr.: niet toegewezen

natrium-2-nitrofenolaat; natrium-o-nitrofenolaat

≥ 980 g/kg

De volgende onzuiverheden zijn in toxicologisch opzicht van belang:

fenol

maximumgehalte: 0,1 g/kg

2,4-dinitrofenol

maximumgehalte: 0,14 g/kg

2,6-dinitrofenol

maximumgehalte: 0,32 g/kg

1 november 2009

►M213 31 oktober 2022

DEEL A

Mag alleen worden toegelaten voor gebruik als groeiregulator voor planten.

DEEL B

Voor de toepassing van de in artikel 29, lid 6, van Verordening (EG) nr. 1107/2009 bedoelde uniforme beginselen moet rekening worden gehouden met de conclusies van het evaluatieverslag over natrium-5-nitroguajacolaat, natrium-o-nitrofenolaat, natrium-p-nitrofenolaat dat op 2 december 2008 door het Permanent Comité voor de voedselketen en de diergezondheid is goedgekeurd, en met name met de aanhangsels I en II.

Bij deze algemene beoordeling moeten de lidstaten bijzondere aandacht besteden aan:

— de specificatie van het technische materiaal zoals commercieel vervaardigd, die bevestigd en met passende analytische gegevens onderbouwd moet worden. Het in de toxiciteitsdossiers gebruikte materiaal moet worden vergeleken met deze specificatie van het technische materiaal en aan de hand daarvan worden gecontroleerd;

— de bescherming van de toedieners en de veiligheid van de werknemers. De toegelaten gebruiksvoorwaarden moeten de toepassing van geschikte persoonlijke beschermingsmiddelen en risicobeperkende maatregelen ter vermindering van de blootstelling voorschrijven;

— de bescherming van het grondwater, wanneer de werkzame stof wordt gebruikt in qua bodemgesteldheid en/of klimatologische omstandigheden kwetsbare gebieden. De toelatingsvoorwaarden moeten indien nodig risicobeperkende maatregelen omvatten.

De betrokken lidstaten verzoeken om aanvullende studies ter bevestiging van de risicobeoordeling voor het grondwater. Zij moeten ervoor zorgen dat dergelijke studies uiterlijk op 31 oktober 2011 aan de Commissie worden verstrekt.

274

Natrium-p-nitrofenolaat

CAS-nr.: 824-78-2

CIPAC-nr.: niet toegewezen

natrium-4-nitrofenolaat; natrium-p-nitrofenolaat

≥ 998 g/kg

De volgende onzuiverheden zijn in toxicologisch opzicht van belang:

fenol

maximumgehalte: 0,1 g/kg

2,4-dinitrofenol

maximumgehalte: 0,07 g/kg

2,6-dinitrofenol

maximumgehalte: 0,09 g/kg

1 november 2009

►M213 31 oktober 2022

DEEL A

Mag alleen worden toegelaten voor gebruik als groeiregulator voor planten.

DEEL B

Voor de toepassing van de in artikel 29, lid 6, van Verordening (EG) nr. 1107/2009 bedoelde uniforme beginselen moet rekening worden gehouden met de conclusies van het evaluatieverslag over natrium-5-nitroguajacolaat, natrium-o-nitrofenolaat en natrium-p-nitrofenolaat dat op 2 december 2008 door het Permanent Comité voor de voedselketen en de diergezondheid is goedgekeurd, en met name met de aanhangsels I en II.

Bij deze algemene beoordeling moeten de lidstaten bijzondere aandacht besteden aan:

— de specificatie van het technische materiaal zoals commercieel vervaardigd, die bevestigd en met passende analytische gegevens onderbouwd moet worden. Het in de toxiciteitsdossiers gebruikte materiaal moet worden vergeleken met deze specificatie van het technische materiaal en aan de hand daarvan worden gecontroleerd;

— de bescherming van de toedieners en de veiligheid van de werknemers. De toegelaten gebruiksvoorwaarden moeten de toepassing van geschikte persoonlijke beschermingsmiddelen en risicobeperkende maatregelen ter vermindering van de blootstelling voorschrijven;

— de bescherming van het grondwater, wanneer de werkzame stof wordt gebruikt in qua bodemgesteldheid en/of klimatologische omstandigheden kwetsbare gebieden. De toelatingsvoorwaarden moeten indien nodig risicobeperkende maatregelen omvatten.

De betrokken lidstaten verzoeken om aanvullende studies ter bevestiging van de risicobeoordeling voor grondwater. Zij moeten ervoor zorgen dat dergelijke studies uiterlijk op 31 oktober 2011 aan de Commissie worden verstrekt.

275

Tebufenpyrad

CAS-nr.: 119168-77-3

CIPAC-nr.: 725

N-(4-tert-butylbenzyl)-4-chloor-3-ethyl-1-methylpyrazool-5-carboxamide

≥ 980 g/kg

1 november 2009

►M213 31 oktober 2022

DEEL A

Mag alleen worden toegelaten voor gebruik als acaricide en insecticide.

DEEL B

Bij het beoordelen van aanvragen voor toelating van gewasbeschermingsmiddelen die tebufenpyrad bevatten in andere formuleringen dan in water oplosbare zakken, moeten de lidstaten bijzondere aandacht besteden aan de criteria in artikel 4, lid 3, van Verordening (EG) nr. 1107/2009 en ervoor zorgen dat de benodigde informatie en gegevens worden verstrekt voordat de toelating wordt verleend.

Voor de toepassing van de in artikel 29, lid 6, van Verordening (EG) nr. 1107/2009 bedoelde uniforme beginselen moet rekening worden gehouden met de conclusies van het evaluatieverslag over tebufenpyrad dat op 2 december 2008 door het Permanent Comité voor de voedselketen en de diergezondheid is goedgekeurd, en met name met de aanhangsels I en II.

Bij deze algemene beoordeling moeten de lidstaten bijzondere aandacht besteden aan:

— de veiligheid van de toedieners en de werknemers en ervoor zorgen dat de gebruiksvoorwaarden de toepassing van geschikte persoonlijke beschermingsmiddelen voorschrijven;

— de bescherming van in het water levende organismen en ervoor zorgen dat de toelatingsvoorwaarden indien nodig risicobeperkende maatregelen omvatten, zoals bufferzones;

— de bescherming van insectenetende vogels en ervoor zorgen dat de toelatingsvoorwaarden indien nodig risicobeperkende maatregelen omvatten.

De betrokken lidstaten moeten ervoor zorgen dat de kennisgever de volgende informatie bij de Commissie indient:

— verdere informatie waaruit blijkt dat er geen relevante onzuiverheden aanwezig zijn;

— informatie voor de verdere beoordeling van het risico voor insectenetende vogels.

Zij moeten ervoor zorgen dat dergelijke studies uiterlijk op 31 oktober 2011 aan de Commissie worden verstrekt.

276

Chloormequat

CAS-nr.: 7003-89-6 (chloormequat)

CAS-nr.: 999-81-5 (chloormequatchloride)

CIPAC-nr.: 143 (chloormequat)

CIPAC-nr.: 143.302 (chloormequatchloride)

2-chloorethyltrimethyl-ammonium (chloormequat)

2-chloorethyltrimethyl-ammoniumchloride

(chloormequatchloride)

≥ 636 g/kg

Onzuiverheden

1,2-dichloorethaan: max. 0,1 g/kg (droog chloormequatchloridegehalte).

chlooretheen (vinylchloride): max. 0,0005 g/kg (droog chloormequatchloridegehalte).

1 december 2009

►M213 30 november 2021

DEEL A

Mag alleen worden toegelaten voor gebruik als groeiregulator op granen en niet-eetbare gewassen.

DEEL B

Bij het beoordelen van aanvragen voor toelating van gewasbeschermingsmiddelen die chloormequat bevatten voor andere toepassingen dan voor rogge en triticale, met name wat de blootstelling van de consumenten betreft, moeten de lidstaten bijzondere aandacht besteden aan de criteria in artikel 4, lid 3, van Verordening (EG) nr. 1107/2009 en ervoor zorgen dat de vereiste informatie en gegevens worden verstrekt voordat de toelating wordt verleend.

Voor de toepassing van de in artikel 29, lid 6, van Verordening (EG) nr. 1107/2009 bedoelde uniforme beginselen moet rekening worden gehouden met de conclusies van het evaluatieverslag over chloormequat dat op 23 januari 2009 door het Permanent Comité voor de voedselketen en de diergezondheid is goedgekeurd, en met name met de aanhangsels I en II.

Bij deze algemene evaluatie moeten de lidstaten bijzondere aandacht besteden aan:

— de veiligheid van de toedieners, waarbij ervoor moet worden gezorgd dat in de gebruiksvoorwaarden de toepassing van geschikte persoonlijke beschermingsmiddelen wordt voorgeschreven;

— de bescherming van vogels en zoogdieren.

De toelatingsvoorwaarden moeten, indien nodig, risicobeperkende maatregelen omvatten.

De betrokken lidstaten moeten verzoeken om overlegging van nadere informatie over het gedrag en de lotgevallen (uit te voeren adsorptiestudies bij 20 °C, herberekening van de voorspelde concentraties in grondwater, oppervlaktewater en sediment), de monitoringmethoden voor de bepaling van de stof in dierlijke producten en water, en het risico voor waterorganismen, vogels en zoogdieren. Zij moeten ervoor zorgen dat de kennisgever op wiens verzoek chloormequat in deze bijlage is opgenomen, deze informatie uiterlijk op 30 november 2011 bij de Commissie indient.

▼M288 —————

▼B

278

Propaquizafop

CAS-nr.: 111479-05-1

CIPAC-nr.: 173

2-isopropylideenamino-oxyethyl-(R)-2-[4-(6-chloorchinoxaline-2-yloxy)fenoxy]propionaat

≥ 920 g/kg

tolueen: maximaal gehalte 5 g/kg

1 december 2009

►M213 30 november 2021

DEEL A

Mag alleen worden toegelaten voor gebruik als herbicide.

DEEL B

Voor de toepassing van de in artikel 29, lid 6, van Verordening (EG) nr. 1107/2009 bedoelde uniforme beginselen moet rekening worden gehouden met de conclusies van het evaluatieverslag over propaquizafop dat op 23 januari 2009 door het Permanent Comité voor de voedselketen en de diergezondheid is goedgekeurd, en met name met de aanhangsels I en II.

Bij deze algemene beoordeling moeten de lidstaten bijzondere aandacht besteden aan:

— de specificatie van het technische materiaal zoals commercieel vervaardigd, die bevestigd en met passende analytische gegevens onderbouwd moet worden. Het in de toxiciteitsdossiers gebruikte testmateriaal moet worden vergeleken met deze specificatie van het technische materiaal en aan de hand daarvan worden gecontroleerd;

— de veiligheid van de toedieners, waarbij ervoor moet worden gezorgd dat in de gebruiksvoorwaarden de toepassing van geschikte persoonlijke beschermingsmiddelen wordt voorgeschreven;

— de bescherming van in het water levende organismen en niet tot de doelsoorten behorende planten, waarbij ervoor moet worden gezorgd dat de toelatingsvoorwaarden, indien nodig, risicobeperkende maatregelen omvatten, zoals bufferzones;

— de bescherming van niet tot de doelsoorten behorende geleedpotigen, waarbij ervoor moet worden gezorgd dat de toelatingsvoorwaarden, indien nodig, risicobeperkende maatregelen omvatten.

De betrokken lidstaten moeten ervoor zorgen dat de kennisgever de volgende informatie bij de Commissie indient:

— nadere informatie over de relevante onzuiverheid Ro 41-5259;

— informatie voor de verdere beoordeling van het risico voor in het water levende organismen en niet tot de doelsoorten behorende geleedpotigen.

Zij moeten ervoor zorgen dat deze informatie uiterlijk op 30 november 2011 aan de Commissie wordt verstrekt.

▼M213

279

Quizalofop-P

Quizalofop-P-tefuryl

CAS-nr.: 119738-06-6

CIPAC-nr.: 641.226

(RS)-tetrahydrofurfuryl-(R)-2-[4-(6-chloorchinoxaline-2-yloxy)fenoxy]propionaat

≥ 795 g/kg

1 december 2009

►M238 30 november 2021

DEEL A

Mag alleen worden toegelaten voor gebruik als herbicide.

DEEL B

Voor de toepassing van de in artikel 29, lid 6, van Verordening (EG) nr. 1107/2009 bedoelde uniforme beginselen moet rekening worden gehouden met de conclusies van het evaluatieverslag over quizalofop-P dat op 23 januari 2009 door het Permanent Comité voor de voedselketen en de diergezondheid is goedgekeurd, en met name met de aanhangsels I en II.

Bij deze algemene beoordeling moeten de lidstaten bijzondere aandacht besteden aan:

— de specificatie van het technische materiaal zoals commercieel vervaardigd, die bevestigd en met passende analytische gegevens onderbouwd moet worden. Het in de toxiciteitsdossiers gebruikte testmateriaal moet worden vergeleken met deze specificatie van het technische materiaal en aan de hand daarvan worden gecontroleerd;

— de veiligheid van de toedieners en de werknemers en ervoor zorgen dat de gebruiksvoorwaarden de toepassing van geschikte persoonlijke beschermingsmiddelen voorschrijven;

— de bescherming van niet tot de doelsoorten behorende planten, waarbij ervoor moet worden gezorgd dat de toelatingsvoorwaarden, indien nodig, risicobeperkende maatregelen omvatten, zoals bufferzones.

De toelatingsvoorwaarden moeten, indien nodig, risicobeperkende maatregelen omvatten.

De betrokken lidstaten moeten ervoor zorgen dat de kennisgever bij de Commissie nadere informatie over het risico voor niet tot de doelsoorten behorende geleedpotigen indient.

Zij moeten ervoor zorgen dat de kennisgever deze informatie uiterlijk op 30 november 2011 aan de Commissie verstrekt.

Quizalofop-P-ethyl

CAS-nr.: 100646-51-3

CIPAC-nr.: 641.202

ethyl-(R)-2-[4-(6-chloorchinoxaline-2-yloxy)fenoxy]propionaat

≥ 950 g/kg

1 december 2009

30 november 2021

▼B

280

Teflubenzuron

CAS-nr.: 83121-18-0

CIPAC-nr.: 450

1-(3,5-dichloor-2,4-difluorfenyl)-3-(2,6-difluorbenzoyl)ureum

≥ 970 g/kg

1 december 2009

30 november 2019

DEEL A

Mag alleen worden toegelaten voor gebruik als insecticide in kassen (op artificieel substraat of in gesloten substraatteeltsysteem).

DEEL B

Bij het beoordelen van aanvragen voor toelating van gewasbeschermingsmiddelen die teflubenzuron bevatten voor andere toepassingen dan voor tomaten in kassen, moeten de lidstaten bijzondere aandacht besteden aan de criteria in artikel 4, lid 3, van Verordening (EG) nr. 1107/2009 en ervoor zorgen dat de vereiste informatie en gegevens worden verstrekt voordat de toelating wordt verleend.

Voor de toepassing van de in artikel 29, lid 6, van Verordening (EG) nr. 1107/2009 bedoelde uniforme beginselen moet rekening worden gehouden met de conclusies van het evaluatieverslag over teflubenzuron dat op 23 januari 2009 door het Permanent Comité voor de voedselketen en de diergezondheid is goedgekeurd, en met name met de aanhangsels I en II.

Bij deze algemene beoordeling moeten de lidstaten bijzondere aandacht besteden aan:

— de veiligheid van de toedieners en werknemers, waarbij ervoor moet worden gezorgd dat de gebruiksvoorwaarden, indien nodig, de toepassing van geschikte persoonlijke beschermingsmiddelen voorschrijven;

— de bescherming van in het water levende organismen. Bij toediening in kassen moet het vrijkomen van de stof zoveel mogelijk worden beperkt en moet in elk geval worden vermeden dat de stof in significante niveaus in wateroppervlakken in de nabijheid terechtkomt;

— de bescherming van bijen, waarvan de toegang tot de kassen moet worden voorkomen;

— de bescherming van in de kassen uitgezette bestuiverkoloniën;

— de veilige verwijdering van condenswater, afvoerwater en substraat ter voorkoming van risico's voor niet tot de doelsoorten behorende organismen en de verontreiniging van oppervlakte- en grondwater.

De toelatingsvoorwaarden moeten, indien nodig, risicobeperkende maatregelen omvatten.

281

Zèta-cypermethrin

CAS-nr.: 52315-07-8

CIPAC-nr.: 733

mengsel van de stereo-isomeren (S)-α-cyaan-3-fenoxybenzyl- (1RS,3RS;1RS,3SR)-3-(2,2-dichloorvinyl)-2,2 dimethylcyclopropaan-carboxylaat waarbij de verhouding tussen het isomerenpaar (S);(1RS,3RS) en het isomerenpaar (S);(1RS,3SR) in het bereik 45-55 respectievelijk 55-45 ligt

≥ 850 g/kg

Onzuiverheden:

tolueen: max. 2 g/kg

teer: max. 12,5 g/kg

1 december 2009

►M342 1 december 2020

DEEL A

Mag alleen worden toegelaten voor gebruik als insecticide.

DEEL B

Bij het beoordelen van aanvragen voor toelating van gewasbeschermingsmiddelen die zèta-cypermethrin bevatten voor andere toepassingen dan voor granen, met name wat betreft de blootstelling van de consumenten aan 3-fenoxybenzaldehyd, een afbraakproduct dat bij de verwerking kan worden gevormd, moeten de lidstaten bijzondere aandacht besteden aan de criteria in artikel 4, lid 3, van Verordening (EG) nr. 1107/2009 en ervoor zorgen dat de vereiste informatie en gegevens worden verstrekt voordat de toelating wordt verleend.

Voor de toepassing van de in artikel 29, lid 6, van Verordening (EG) nr. 1107/2009 bedoelde uniforme beginselen moet rekening worden gehouden met de conclusies van het evaluatieverslag over zèta-cypermethrin dat op 23 januari 2009 door het Permanent Comité voor de voedselketen en de diergezondheid is goedgekeurd, en met name met de aanhangsels I en II.

Bij deze algemene beoordeling moeten de lidstaten bijzondere aandacht besteden aan:

— de veiligheid van de toedieners, waarbij er zo nodig voor moet worden gezorgd dat de gebruiksvoorwaarden de toepassing van geschikte persoonlijke beschermingsmiddelen voorschrijven;

— de bescherming van vogels, in het water levende organismen, bijen, niet tot de doelsoorten behorende geleedpotigen en niet tot de doelsoorten behorende, in de grond levende macro-organismen.

De toelatingsvoorwaarden moeten, indien nodig, risicobeperkende maatregelen omvatten.

De betrokken lidstaten moeten verzoeken om overlegging van nadere informatie over het gedrag en de lotgevallen (aerobe afbraak in de bodem) en het langetermijnrisico voor vogels, in het water levende organismen en niet tot de doelsoorten behorende geleedpotigen. Zij moeten ervoor zorgen dat de kennisgever op wiens verzoek zèta-cypermethrin in deze bijlage is opgenomen, deze informatie uiterlijk op 30 november 2011 bij de Commissie indient.

282

Chloorsulfuron

CAS-nr.: 64902-72-3

CIPAC-nr.: 391

1-(2-chloorfenylsulfonyl)-3-(4-methoxy-6-methyl-1,3,5-triazine-2-yl)ureum

≥ 950 g/kg

Onzuiverheden:

2-chloorbenzeensulfonamide (IN-A4097) niet meer dan 5 g/kg en

4-methoxy-6-methyl-1,3,5-triazine-2-amine (IN-A4098) niet meer dan 6 g/kg

1 januari 2010

31 december 2019

DEEL A

Mag alleen worden toegelaten voor gebruik als herbicide.

DEEL B

Voor de toepassing van de in artikel 29, lid 6, van Verordening (EG) nr. 1107/2009 bedoelde uniforme beginselen moet rekening worden gehouden met de conclusies van het evaluatieverslag over chloorsulfuron dat op 26 februari 2009 door het Permanent Comité voor de voedselketen en de diergezondheid is goedgekeurd, en met name met de aanhangsels I en II.

Bij de algemene evaluatie moeten de lidstaten bijzondere aandacht besteden aan:

— de bescherming van in het water levende organismen en niet tot de doelsoorten behorende planten; ten aanzien van deze risico’s moeten zo nodig risicobeperkende maatregelen, zoals bufferzones, worden toegepast;

— de bescherming van het grondwater, wanneer de werkzame stof wordt gebruikt in qua bodemgesteldheid en/of klimatologische omstandigheden kwetsbare gebieden.

De betrokken lidstaten moeten:

— ervoor zorgen dat de kennisgever vóór 1 januari 2010 verdere studies over de specificatie bij de Commissie indient.

Als chloorsulfuron wordt ingedeeld als kankerverwekkend van categorie 2 overeenkomstig Verordening (EG) nr. 1272/2008 moeten de betrokken lidstaten voorschrijven dat nadere informatie over de relevantie van de metabolieten IN-A4097, IN-A4098, IN-JJ998, IN-B5528 en IN-V7160 ten aanzien van kanker wordt ingediend en ervoor zorgen dat de kennisgever die informatie aan de Commissie verstrekt binnen zes maanden na de kennisgeving van het indelingsbesluit betreffende die stof.

283

Cyromazine

CAS-nr.: 66215-27-8

CIPAC-nr.: 420

N-cyclopropyl-1,3,5-triazine-2,4,6-triamine

≥ 950 g/kg

1 januari 2010

31 december 2019

DEEL A

Mag alleen worden toegelaten voor gebruik als insecticide in kassen.

DEEL B

Bij het beoordelen van aanvragen voor toelating van gewasbeschermingsmiddelen die cyromazine bevatten voor andere toepassingen dan voor tomaten, met name wat de blootstelling van de consumenten betreft, moeten de lidstaten bijzondere aandacht besteden aan de criteria in artikel 4, lid 3, van Verordening (EG) nr. 1107/2009 en ervoor zorgen dat de vereiste informatie en gegevens worden verstrekt voordat de toelating wordt verleend

Voor de toepassing van de in artikel 29, lid 6, van Verordening (EG) nr. 1107/2009 bedoelde uniforme beginselen moet rekening worden gehouden met de conclusies van het evaluatieverslag over cyromazine dat op 26 februari 2009 door het Permanent Comité voor de voedselketen en de diergezondheid is goedgekeurd, en met name met de aanhangsels I en II.

Bij de algemene evaluatie moeten de lidstaten bijzondere aandacht besteden aan:

— de bescherming van het grondwater, wanneer de werkzame stof wordt gebruikt in qua bodemgesteldheid en/of klimatologische omstandigheden kwetsbare gebieden;

— de bescherming van in het water levende organismen;

— de bescherming van bestuivers.

De toelatingsvoorwaarden moeten, indien nodig, risicobeperkende maatregelen omvatten.

De betrokken lidstaten moeten voorschrijven dat nadere informatie wordt verstrekt over de lotgevallen en het gedrag van de bodemmetaboliet NOA 435343 en over het risico voor in het water levende organismen. Zij moeten ervoor zorgen dat de kennisgever op wiens verzoek cyromazine in deze bijlage is opgenomen, deze informatie uiterlijk op 31 december 2011 bij de Commissie indient.

284

Dimethachloor

CAS-nr.: 50563-36-5

CIPAC-nr.: 688

2-chloor-N-(2-methoxyethyl)aceet-2′,6′-xylidide

≥ 950 g/kg

Onzuiverheid 2,6-dimethylaniline: niet meer dan 0,5 g/kg

1 januari 2010

►M213 31 december 2021

DEEL A

De stof mag alleen worden toegelaten voor gebruik als herbicide, waarbij slechts elke drie jaar op hetzelfde perceel max. 1,0 kg/ha mag worden toegepast.

DEEL B

Voor de toepassing van de in artikel 29, lid 6, van Verordening (EG) nr. 1107/2009 bedoelde uniforme beginselen moet rekening worden gehouden met de conclusies van het evaluatieverslag over dimethachloor dat op 26 februari 2009 door het Permanent Comité voor de voedselketen en de diergezondheid is goedgekeurd, en met name met de aanhangsels I en II.

Bij de algemene evaluatie moeten de lidstaten bijzondere aandacht besteden aan:

— de veiligheid van de toedieners, waarbij ervoor moet worden gezorgd dat in de gebruiksvoorwaarden de toepassing van geschikte persoonlijke beschermingsmiddelen wordt voorgeschreven;

— de bescherming van in het water levende organismen en niet tot de doelsoorten behorende planten; ten aanzien van deze risico’s moeten zo nodig risicobeperkende maatregelen, zoals bufferzones, worden toegepast;

— de bescherming van het grondwater, wanneer de werkzame stof wordt gebruikt in qua bodemgesteldheid en/of klimatologische omstandigheden kwetsbare gebieden.

De toelatingsvoorwaarden moeten risicobeperkende maatregelen omvatten en er moeten zo nodig monitoringprogramma's worden opgezet om mogelijke grondwaterverontreiniging met de metabolieten CGA 50266, CGA 354742, CGA 102935 en SYN 528702 in kwetsbare gebieden te controleren.

De betrokken lidstaten moeten:

— ervoor zorgen dat de kennisgever vóór 1 januari 2010 verdere studies over de specificatie bij de Commissie indient.

Als dimethachloor wordt ingedeeld als kankerverwekkend van categorie 2 overeenkomstig Verordening (EG) nr. 1272/2008 moeten de betrokken lidstaten voorschrijven dat nadere informatie over de relevantie van de metabolieten CGA 50266, CGA 354742, CGA 102935 en SYN 528702 ten aanzien van kanker wordt ingediend en ervoor zorgen dat de kennisgever die informatie aan de Commissie verstrekt binnen zes maanden na de kennisgeving van het indelingsbesluit betreffende die stof.

285

Etofenprox

CAS-nr.: 80844-07-1

CIPAC-nr.: 471

2-(4-ethoxyfenyl)-2-methylpropyl-3-fenoxybenzylether

≥ 980 g/kg

1 januari 2010

►M213 31 december 2021

DEEL A

Mag alleen worden toegelaten voor gebruik als insecticide.

DEEL B

Voor de toepassing van de in artikel 29, lid 6, van Verordening (EG) nr. 1107/2009 bedoelde uniforme beginselen moet rekening worden gehouden met de conclusies van het evaluatieverslag over etofenprox dat op 26 februari 2009 door het Permanent Comité voor de voedselketen en de diergezondheid is goedgekeurd, en met name met de aanhangsels I en II.

Bij de algemene evaluatie moeten de lidstaten bijzondere aandacht besteden aan:

— de veiligheid van de toedieners en de werknemers en ervoor zorgen dat de gebruiksvoorwaarden de toepassing van geschikte persoonlijke beschermingsmiddelen voorschrijven;

— de bescherming van in het water levende organismen; ten aanzien van deze risico’s moeten zo nodig risicobeperkende maatregelen, zoals bufferzones, worden toegepast;

— de bescherming van bijen en niet tot de doelsoorten behorende geleedpotigen; ten aanzien van deze risico’s moeten zo nodig risicobeperkende maatregelen, zoals bufferzones, worden toegepast.

De betrokken lidstaten moeten ervoor zorgen dat:

— de kennisgever aan de Commissie nadere informatie verstrekt over het risico voor in het water levende organismen, inclusief het risico voor sedimentbewoners en biomagnificatie;

— verdere studies worden verstrekt naar de mogelijkheid van hormoonontregeling bij in het water levende organismen (studie naar de volledige levenscyclus van vissen).

Zij moeten ervoor zorgen dat de kennisgever deze studies uiterlijk op 31 december 2011 aan de Commissie verstrekt.

286

Lufenuron

CAS-nr.: 103055-07-8

CIPAC-nr.: 704

(RS)-1-[2,5-dichloor-4-(1,1,2,3,3,3-hexafluor-propoxy)fenyl]-3-(2,6-difluorbenzoyl)ureum

≥ 970 g/kg

1 januari 2010

31 december 2019

DEEL A

Mag alleen worden toegelaten als insecticide voor indoortoepassingen of gebruik in outdoor-aasstations.

DEEL B

Voor de toepassing van de in artikel 29, lid 6, van Verordening (EG) nr. 1107/2009 bedoelde uniforme beginselen moet rekening worden gehouden met de conclusies van het evaluatieverslag over lufenuron dat op 26 februari 2009 door het Permanent Comité voor de voedselketen en de diergezondheid is goedgekeurd, en met name met de aanhangsels I en II.

Bij de algemene evaluatie moeten de lidstaten bijzondere aandacht besteden aan:

— de hoge persistentie in het milieu en het hoge risico van bioaccumulatie en ervoor zorgen dat het gebruik van lufenuron geen schadelijke effecten op de lange termijn voor niet tot de doelsoorten behorende organismen heeft;

— de bescherming van vogels, zoogdieren, niet tot de doelsoorten behorende bodemorganismen, bijen, niet tot de doelsoorten behorende geleedpotigen, oppervlaktewateren en in het water levende organismen in kwetsbare situaties.

De betrokken lidstaten moeten:

— ervoor zorgen dat de kennisgever vóór 1 januari 2010 verdere studies over de specificatie bij de Commissie indient.

287

Penconazool

CAS-nr.: 66246-88-6

CIPAC-nr.: 446

(RS)-1-[2-(2,4-dichloor-fenyl)pentyl]-1H-1,2,4-triazool

≥ 950 g/kg

1 januari 2010

►M213 31 december 2021

DEEL A

Mag alleen worden toegelaten voor gebruik als fungicide.

DEEL B

Voor de toepassing van de in artikel 29, lid 6, van Verordening (EG) nr. 1107/2009 bedoelde uniforme beginselen moet rekening worden gehouden met de conclusies van het evaluatieverslag over penconazool dat op 26 februari 2009 door het Permanent Comité voor de voedselketen en de diergezondheid is goedgekeurd, en met name met de aanhangsels I en II.

Bij de algemene evaluatie moeten de lidstaten bijzondere aandacht besteden aan:

— de bescherming van het grondwater, wanneer de werkzame stof wordt gebruikt in qua bodemgesteldheid en/of klimatologische omstandigheden kwetsbare gebieden.

De toelatingsvoorwaarden moeten, indien nodig, risicobeperkende maatregelen omvatten.

De betrokken lidstaten moeten voorschrijven dat nadere informatie wordt verstrekt over de lotgevallen en het gedrag van de bodemmetaboliet CGA179944 in zure bodems. Zij moeten ervoor zorgen dat de kennisgever op wiens verzoek penconazool in deze bijlage is opgenomen, deze informatie uiterlijk op 31 december 2011 bij de Commissie indient.

288

Triallaat

CAS-nr.: 2303-17-5

CIPAC-nr.: 97

S-2,3,3-trichloorallyldiisopropyl

(thiocarbamaat)

≥ 940 g/kg

NDIPA (nitroso-diisopropylamine)

maximaal 0,02 mg/kg

1 januari 2010

►M213 31 december 2021

DEEL A

Mag alleen worden toegelaten voor gebruik als herbicide.

DEEL B

Voor de toepassing van de in artikel 29, lid 6, van Verordening (EG) nr. 1107/2009 bedoelde uniforme beginselen moet rekening worden gehouden met de conclusies van het evaluatieverslag over triallaat dat op 26 februari 2009 door het Permanent Comité voor de voedselketen en de diergezondheid is goedgekeurd, en met name met de aanhangsels I en II.

Bij de algemene evaluatie moeten de lidstaten bijzondere aandacht besteden aan:

— de veiligheid van de toedieners, waarbij ervoor moet worden gezorgd dat in de gebruiksvoorwaarden de toepassing van geschikte persoonlijke beschermingsmiddelen wordt voorgeschreven;

— de blootstelling van de consumenten via het voedsel aan residuen van triallaat in behandelde gewassen alsook in volg- en wisselbouwgewassen en in producten van dierlijke oorsprong;

— de bescherming van in het water levende organismen en niet tot de doelsoorten behorende planten, waarbij ervoor moet worden gezorgd dat de toelatingsvoorwaarden, indien nodig, risicobeperkende maatregelen omvatten, zoals bufferzones;

— de mogelijke verontreiniging van het grondwater met afbraakproducten TCPSA, wanneer de werkzame stof wordt gebruikt in qua bodemgesteldheid en/of klimatologische omstandigheden kwetsbare gebieden. De toelatingsvoorwaarden moeten, indien nodig, risicobeperkende maatregelen omvatten.

De betrokken lidstaten moeten ervoor zorgen dat de kennisgever de volgende informatie bij de Commissie indient:

— nadere informatie ter beoordeling van het primaire plantmetabolisme;

— nadere informatie over de lotgevallen en het gedrag van de bodemmetaboliet diisopropylamine;

— nadere informatie over de mogelijkheid van biomagnificatie in watervoedselketens;

— informatie voor de verdere beoordeling van het risico voor visetende zoogdieren en het langetermijnrisico voor regenwormen.

Zij moeten ervoor zorgen dat de kennisgever deze informatie uiterlijk op 31 december 2011 aan de Commissie verstrekt.

289

Triflusulfuron

CAS-nr.: 126535-15-7

CIPAC-nr.: 731

2-[4-dimethylamino-6-(2,2,2-trifluorethoxy)-1,3,5-triazine-2-ylcarbamoylsulfamoyl]-m-toluylzuur

►M29 ≥ 960 g/kg

1 januari 2010

►M341 31 december 2021

►M29

DEEL A

De stof mag alleen worden toegestaan voor gebruik als herbicide.

DEEL B

Voor de toepassing van de in artikel 29, lid 6, van Verordening (EG) nr. 1107/2009 bedoelde uniforme beginselen moet rekening worden gehouden met de conclusies van het evaluatieverslag over triflusulfuron dat op 26 februari 2009 door het Permanent Comité voor de voedselketen en de diergezondheid is goedgekeurd, en met name met de aanhangsels I en II.

Bij de algemene evaluatie moeten de lidstaten bijzondere aandacht besteden aan:

— de blootstelling van de consumenten via het voedsel aan residuen van de metabolieten IN-M7222 en IN-E7710 in volg- en wisselbouwgewassen en in producten van dierlijke oorsprong;

— de bescherming van in het water levende organismen en waterplanten tegen het risico dat uitgaat van triflusulfuron en de metaboliet IN-66036, waarbij ervoor moet worden gezorgd dat de toelatingsvoorwaarden, indien nodig, risicobeperkende maatregelen omvatten, zoals bufferzones;

— de mogelijke verontreiniging van het grondwater met de afbraakproducten IN-M7222 en IN-W6725, wanneer de werkzame stof wordt gebruikt in qua bodemgesteldheid en/of klimatologische omstandigheden kwetsbare gebieden. De toelatingsvoorwaarden moeten, indien nodig, risicobeperkende maatregelen omvatten.

Als triflusulfuron wordt ingedeeld als kankerverwekkend van categorie 2 overeenkomstig Verordening (EG) nr. 1272/2008 moeten de betrokken lidstaten voorschrijven dat nadere informatie over de relevantie van de metabolieten IN-M7222, IN-D8526 en IN-E7710 ten aanzien van kanker wordt ingediend. Zij moeten ervoor zorgen dat de kennisgever die informatie aan de Commissie verstrekt binnen zes maanden na de kennisgeving van het indelingsbesluit betreffende die stof.

290

Difenacum

CAS-nr.: 56073-07-5

CIPAC-nr.: 514

3-[(1RS,3RS;1RS,3SR)-3-bifenyl-4-yl-1,2,3,4-tetrahydro-1-naftyl]-4-hydroxycumarine

≥ 905 g/kg

1 januari 2010

30 december 2019

DEEL A

Mag alleen worden toegelaten voor gebruik als rodenticide in de vorm van kant-en-klaar aas, geplaatst in speciaal gebouwde, veilige en niet te openen lokdozen.

De nominale concentratie van de werkzame stof in de producten mag niet meer bedragen dan 50 mg/kg.

Toelatingen moeten worden beperkt tot professionele gebruikers.

DEEL B

Voor de toepassing van de in artikel 29, lid 6, van Verordening (EG) nr. 1107/2009 bedoelde uniforme beginselen moet rekening worden gehouden met de conclusies van het evaluatieverslag over difenacum dat op 26 februari 2009 door het Permanent Comité voor de voedselketen en de diergezondheid is goedgekeurd, en met name met de aanhangsels I en II. Bij deze algemene evaluatie moeten de lidstaten bijzondere aandacht besteden aan de bescherming van vogels en niet tot de doelsoorten behorende zoogdieren tegen primaire en doorvergiftiging. Indien nodig moeten risicobeperkende maatregelen worden toegepast.

De betrokken lidstaten moeten ervoor zorgen dat de kennisgever bij de Commissie nadere informatie indient over de methoden voor de bepaling van residuen van difenacum in lichaamsvloeistoffen.

Zij moeten ervoor zorgen dat de kennisgever deze informatie uiterlijk op 30 november 2011 aan de Commissie verstrekt.

De betrokken lidstaten moeten ervoor zorgen dat de kennisgever bij de Commissie nadere informatie indient over de specificatie van de werkzame stof zoals vervaardigd.

Zij moeten ervoor zorgen dat de kennisgever deze informatie uiterlijk op 31 december 2009 aan de Commissie verstrekt.

▼M48 —————

▼B

292

Zwavel

CAS-nr.: 7704-34-9

CIPAC-nr.: 18

zwavel

≥ 990 g/kg

1 januari 2010

►M341 31 december 2021

DEEL A

Mag alleen worden toegelaten voor gebruik als fungicide en acaricide.

DEEL B

Voor de toepassing van de in artikel 29, lid 6, van Verordening (EG) nr. 1107/2009 bedoelde uniforme beginselen moet rekening worden gehouden met de conclusies van het evaluatieverslag over zwavel dat op 12 maart 2009 door het Permanent Comité voor de voedselketen en de diergezondheid is goedgekeurd, en met name met de aanhangsels I en II.

Bij deze algemene evaluatie moeten de lidstaten bijzondere aandacht besteden aan:

— de bescherming van vogels, zoogdieren, in het water levende organismen en niet tot de doelsoorten behorende geleedpotigen. De toelatingsvoorwaarden moeten, indien nodig, risicobeperkende maatregelen omvatten.

De betrokken lidstaten moeten ervoor zorgen dat de kennisgever bij de Commissie nadere informatie indient ter bevestiging van het risico voor vogels, zoogdieren, in het sediment levende organismen en niet tot de doelsoorten behorende geleedpotigen. Zij moeten ervoor zorgen dat de kennisgever op wiens verzoek zwavel in deze bijlage is opgenomen, deze informatie uiterlijk op 30 juni 2011 bij de Commissie indient.

293

Tetraconazool

CAS-nr.: 112281-77-3

CIPAC-nr.: 726

(RS)-2-(2,4-dichloorfenyl)-3-(1H-1,2,4-triazool-1-yl)-propyl-1,1,2,2-tetrafluorethylether

≥ 950 g/kg (racemisch mengsel)

Onzuiverheid tolueen: niet meer dan 13 g/kg

1 januari 2010

►M213 31 december 2021

DEEL A

Mag alleen worden toegestaan voor gebruik als fungicide.

DEEL B

Voor de toepassing van de in artikel 29, lid 6, van Verordening (EG) nr. 1107/2009 bedoelde uniforme beginselen moet rekening worden gehouden met de conclusies van het evaluatieverslag over tetraconazool dat op 26 februari 2009 door het Permanent Comité voor de voedselketen en de diergezondheid is goedgekeurd, en met name met de aanhangsels I en II.

Bij de algemene evaluatie moeten de lidstaten bijzondere aandacht besteden aan:

— de bescherming van in het water levende organismen en niet tot de doelsoorten behorende planten; ten aanzien van deze risico’s moeten zo nodig risicobeperkende maatregelen, zoals bufferzones, worden toegepast;

— de bescherming van het grondwater, wanneer de werkzame stof wordt gebruikt in qua bodemgesteldheid en/of klimatologische omstandigheden kwetsbare gebieden.

De betrokken lidstaten moeten de volgende informatie verlangen:

— nadere informatie over een verfijnde evaluatie van de risico’s voor de consumenten;

— nadere informatie over de specificatie betreffende ecotoxicologie;

— nadere informatie over de lotgevallen en het gedrag van potentiële metabolieten in alle relevante compartimenten;

— nadere informatie over de verfijnde evaluatie van de risico’s van dergelijke metabolieten voor vogels, zoogdieren, in het water levende organismen en niet tot de doelsoorten behorende geleedpotigen;

— nadere informatie over de mogelijke hormoonontregelende effecten op vogels, zoogdieren en vissen.

Zij moeten ervoor zorgen dat de kennisgever deze informatie uiterlijk op 31 december 2011 aan de Commissie verstrekt.

294

Paraffineoliën

CAS-nr.: 64742-46-7

CAS-nr.: 72623-86-0

CAS-nr.: 97862-82-3

CIPAC-nr.: niet toegewezen

paraffineolie

Europese Farmacopee 6.0

1 januari 2010

►M341 31 december 2021

DEEL A

Mag alleen worden toegelaten voor gebruik als insecticide en acaracide.

DEEL B

Voor de toepassing van de in artikel 29, lid 6, van Verordening (EG) nr. 1107/2009 bedoelde uniforme beginselen moet rekening worden gehouden met de conclusies van het evaluatieverslag over de paraffineoliën CAS-nr. 64742-46-7, CAS-nr. 72623-86-0 en CAS-nr. 97862-82-3, en met name met de aanhangsels I en II.

De gebruiksvoorwaarden moeten, indien nodig, risicobeperkende maatregelen omvatten.

De betrokken lidstaten moeten de volgende informatie verlangen:

— indiening van de specificatie van het technisch materiaal dat in de handel wordt gebracht om te controleren of aan de zuiverheidscriteria van de Europese Farmacopee 6.0. is voldaan.

Zij zorgen ervoor dat de kennisgever dergelijke informatie ter bevestiging van de risicobeoordeling aan de Commissie verstrekt uiterlijk op 30 juni 2010.

295

Paraffineoliën

CAS-nr.: 8042-47-5

CIPAC-nr.: niet toegewezen

paraffineolie

Europese Farmacopee 6.0

van 1 januari 2010

van ►M346 31 december 2021

DEEL A

Mag alleen worden toegelaten voor gebruik als insecticide en acaricide.

DEEL B

Voor de toepassing van de in artikel 29, lid 6, van Verordening (EG) nr. 1107/2009 bedoelde uniforme beginselen moet rekening worden gehouden met de conclusies van het evaluatieverslag over paraffineolie CAS-nr. 8042-47-5, en met name met de aanhangsels I en II van dit verslag

De gebruiksvoorwaarden moeten, indien nodig, risicobeperkende maatregelen omvatten.

De betrokken lidstaten moeten de volgende informatie verlangen:

— indiening van de specificatie van het technisch materiaal dat in de handel wordt gebracht om te controleren of aan de zuiverheidscriteria van de Europese Farmacopee 6.0 is voldaan.

Zij zorgen ervoor dat de kennisgever dergelijke informatie ter bevestiging van de risicobeoordeling aan de Commissie verstrekt uiterlijk op 30 juni 2010.

296

Cyflufenamid

CAS-nr.: 180409-60-3

CIPAC-nr.: 759

(Z)-N-[α-(cyclopropylmethoxyimino)- 2,3-difluor-6-(trifluormethyl)benzyl]-2-fenylaceetamide

≥ 980 g/kg

1 april 2010

►M236 31 maart 2023

DEEL A

Mag alleen worden toegelaten voor gebruik als fungicide.

DEEL B

Voor de toepassing van de in artikel 29, lid 6, van Verordening (EG) nr. 1107/2009 bedoelde uniforme beginselen moet rekening worden gehouden met de conclusies van het evaluatieverslag over cyflufenamid dat op 2 oktober 2009 door het Permanent Comité voor de voedselketen en de diergezondheid is goedgekeurd, en met name met de aanhangsels I en II.

Bij deze algemene beoordeling moeten de lidstaten bijzondere aandacht besteden aan de bescherming van het grondwater wanneer de werkzame stof wordt gebruikt in qua bodem en/of klimaat kwetsbare regio’s.

De toelatingsvoorwaarden moeten, indien nodig, risicobeperkende maatregelen omvatten.

297

Fluopicolide

CAS-nr.

239110-15-7

CIPAC-nr.: 787

2,6-dichloor-N-[3-chloor-5-(trifluormethyl)-2-pyridylmethyl]benzamide

≥ 970 g/kg

De onzuiverheid tolueen mag niet meer bedragen dan 3 g/kg in het technische materiaal

1 juni 2010

►M236 31 mei 2023

DEEL A

Mag alleen worden toegelaten voor gebruik als fungicide.

DEEL B

Voor de toepassing van de in artikel 29, lid 6, van Verordening (EG) nr. 1107/2009 bedoelde uniforme beginselen moet rekening worden gehouden met de conclusies van het evaluatieverslag over fluopicolide (en met name met de aanhangsels I en II), dat op 27 november 2009 door het Permanent Comité voor de voedselketen en de diergezondheid is goedgekeurd.

Bij deze algemene evaluatie moeten de lidstaten bijzondere aandacht besteden aan:

— de bescherming van in het water levende organismen;

— de bescherming van het grondwater, wanneer de werkzame stof wordt toegepast in qua bodemgesteldheid en/of klimatologische omstandigheden kwetsbare gebieden;

— het risico voor de bedieners tijdens de toepassing;

— de mogelijke verspreiding door de lucht over een lange afstand.

De toelatingsvoorwaarden moeten risicobeperkende maatregelen omvatten en er moeten zo nodig monitoringprogramma's worden opgezet om mogelijke accumulatie en blootstelling in kwetsbare gebieden te controleren.

De betrokken lidstaten moeten ervoor zorgen dat de kennisgever uiterlijk op 30 april 2012 nadere informatie over de relevantie van de metaboliet M15 voor grondwater aan de Commissie verstrekt.

298

Heptamaloxyloglucan

CAS-nr.

870721-81-6

CIPAC-nr.

niet beschikbaar

volledige IUPAC-naam in voetnoot (1)

Xyl p: xylopyranosyl

Glc p: glucopyranosyl

Fuc p: fucopyranosyl

Gal p: galactopyranosyl

Glc-ol: glucitol

≥ 780 g/kg

De onzuiverheid patuline mag niet meer bedragen dan 50 μg/kg in het technische materiaal.

1 juni 2010

►M236 31 mei 2021

DEEL A

Mag alleen worden toegelaten voor gebruik als groeiregulator voor planten.

DEEL B

Voor de toepassing van de in artikel 29, lid 6, van Verordening (EG) nr. 1107/2009 bedoelde uniforme beginselen moet rekening worden gehouden met de conclusies van het evaluatieverslag over heptamaloxyloglucan (en met name met de aanhangsels I en II), dat op 27 november 2009 door het Permanent Comité voor de voedselketen en de diergezondheid is goedgekeurd.

299

2-Fenylfenol (met inbegrip van de zouten daarvan, zoals het natriumzout)

CAS-nr.: 90-43-7

CIPAC-nr.: 246

bifenyl-2-ol

≥ 998 g/kg

1 januari 2010

►M213 31 december 2021

DEEL A

Mag alleen worden toegelaten als na de oogst toe te passen fungicide voor gebruik binnenshuis.

DEEL B

Voor de toepassing van de in artikel 29, lid 6, van Verordening (EG) nr. 1107/2009 bedoelde uniforme beginselen moet rekening worden gehouden met de conclusies van het evaluatieverslag over 2-fenylfenol, met name de aanhangsels I en II, dat op 27 november 2009 door het Permanent Comité voor de voedselketen en de diergezondheid is goedgekeurd en dat op 28 oktober 2010 door het Permanent Comité voor de voedselketen en de diergezondheid is gewijzigd.

Bij de algemene evaluatie moeten de lidstaten:

— bijzondere aandacht besteden aan de bescherming van de toedieners en de werknemers en ervoor zorgen dat de gebruiksvoorwaarden het gebruik van geschikte persoonlijke beschermingsmiddelen voorschrijven;

— passende afvalwaterbeheerspraktijken opzetten voor de behandeling van het na de toepassing overblijvende afvalwater, inclusief het reinigingswater van de besproeiings- en andere toepassingssystemen. De lidstaten die toestaan dat het afvalwater in de riolering wordt geloosd, moeten ervoor zorgen dat een plaatselijke risicobeoordeling wordt uitgevoerd.

De betrokken lidstaten moeten ervoor zorgen dat de kennisgever de volgende informatie bij de Commissie indient:

— nadere informatie over het risico van depigmentatie van de huid voor werknemers en consumenten als gevolg van de eventuele blootstelling aan de metaboliet 2-fenylhydrochinon (PHQ) op de schil van citrusvruchten;

— nadere informatie om te bevestigen dat de bij residuproeven toegepaste analysemethode de residuen van 2-fenylfenol, PHQ en conjugaten daarvan correct kwantificeert.

Zij moeten ervoor zorgen dat de kennisgever dergelijke informatie uiterlijk op 31 december 2011 aan de Commissie verstrekt.

Verder moeten de betrokken lidstaten ervoor zorgen dat de kennisgever nadere informatie aan de Commissie verstrekt ter bevestiging van de residugehalten die voorkomen als gevolg van het gebruik van andere toepassingstechnieken dan die in gesloten besproeiingsruimten.

Zij moeten ervoor zorgen dat de kennisgever deze informatie uiterlijk op 31 december 2012 aan de Commissie verstrekt.

300

Malathion

CAS-nr.: 121-75-5

CIPAC-nr.: 12

diëthyl(dimethoxyfosfinothioylthio)succinaat

of

S-(1,2-bis(ethoxycarbonyl)-ethyl)-O,O-dimethyl dithiofosfaat

racemaat

≥ 950 g/kg

Onzuiverheden:

isomalathion: niet meer dan 2 g/kg

1 mei 2010

►M236 30 april 2022

►M277 DEEL A

Mag alleen worden toegelaten voor gebruik als insecticide in kassen met een permanente structuur. Toelatingen moeten worden beperkt tot professionele gebruikers.

DEEL B

Voor de toepassing van de in artikel 29, lid 6, van Verordening (EG) nr. 1107/2009 bedoelde uniforme beginselen moet rekening worden gehouden met de conclusies van het evaluatieverslag over malathion (en met name met de aanhangsels I en II) dat door het Permanent Comité voor planten, dieren, levensmiddelen en diervoeders is afgerond.

Bij deze algemene beoordeling moeten de lidstaten bijzondere aandacht besteden aan:

a) lozingen afkomstig van kassen, zoals condenswater, afvoerwater, grond of kunstmatig substraat, ter voorkoming van risico's voor in het water levende organismen;

b) de bescherming van in de kassen uitgezette bestuiverkoloniën;

c) de bescherming van de toedieners en werknemers, waarbij ervoor moet worden gezorgd dat de gebruiksvoorwaarden indien nodig de toepassing van geschikte persoonlijke beschermingsmiddelen voorschrijven;

d) de bescherming van de consument in het geval van verwerkte producten.

De lidstaten dragen er zorg voor dat op malathion gebaseerde formuleringen vergezeld gaan van de nodige aanwijzingen om bij opslag en vervoer de vorming te vermijden van isomalathion in hoeveelheden die de toegestane maximumgrenzen overschrijden.

De toelatingsvoorwaarden moeten risicobeperkende maatregelen omvatten en voorzien in toereikende etikettering van gewasbeschermingsmiddelen.

301

Penoxsulam

CAS-nr.: 219714-96-2

CIPAC-nr.: 758

3-(2,2-difluorethoxy)-N-(5,8-dimethoxy[1,2,4]triazool[1,5-c]pyrimidine-2-yl)-α,α,α-trifluortolueen-2-sulfonamide

> 980 g/kg

De onzuiverheid

Bis-CHYMP

2-chloor-4-[2-(2-chloor-5-methoxy-4-pyrimidinyl)hydrazino]-5-methoxypyrimidine mag de grenswaarde van 0,1 g/kg in het technische materiaal niet overschrijden

1 augustus 2010

►M241 31 juli 2023

DEEL A

Mag alleen worden toegelaten voor gebruik als herbicide.

DEEL B

Voor de toepassing van de in artikel 29, lid 6, van Verordening (EG) nr. 1107/2009 bedoelde uniforme beginselen moet rekening worden gehouden met de conclusies van het evaluatieverslag over penoxsulam (en met name met de aanhangsels I en II), dat op 22 januari 2010 door het Permanent Comité voor de voedselketen en de diergezondheid is goedgekeurd.

Bij deze algemene evaluatie moeten de lidstaten bijzondere aandacht schenken aan:

— de bescherming van in het water levende organismen;

— de blootstelling van de consument via de voeding aan residuen van de metaboliet BSCTA in wisselgewassen;

— de bescherming van het grondwater, wanneer de werkzame stof wordt gebruikt in qua bodemgesteldheid en/of klimatologische omstandigheden kwetsbare gebieden.

De toelatingsvoorwaarden moeten, indien nodig, risicobeperkende maatregelen omvatten.

De betrokken lidstaten moeten ervoor zorgen dat de kennisgever bij de Commissie nadere informatie indient over de maatregelen om het risico voor hogere waterplanten die naast het veld groeien, tegen te gaan. Zij zorgen ervoor dat de kennisgever deze informatie uiterlijk 31 juli 2012 aan de Commissie verstrekt.

De als rapporteur aangewezen lidstaat licht de Commissie overeenkomstig artikel 38 van Verordening (EG) nr. 1107/2009 in over de specificatie van het technische materiaal als commercieel vervaardigd.

302

Proquinazid

CAS-nr.: 189278-12-4

CIPAC-nr.: 764

6-jood-2-propoxy-3-propylchinazoline-4(3H)-on

> 950 g/kg

1 augustus 2010

►M241 31 juli 2022

DEEL A

Mag alleen worden toegelaten voor gebruik als fungicide.

DEEL B

Voor de toepassing van de in artikel 29, lid 6, van Verordening (EG) nr. 1107/2009 bedoelde uniforme beginselen moet rekening worden gehouden met de conclusies van het evaluatieverslag over proquinazid (en met name met de aanhangsels I en II), dat op 22 januari 2010 door het Permanent Comité voor de voedselketen en de diergezondheid is goedgekeurd.

Bij de algemene evaluatie moeten de lidstaten bijzondere aandacht schenken aan:

— het langetermijnrisico voor vogels die zich met aardwormen voeden, bij gebruik op wijnstokken;

— het risico voor in het water levende organismen;

— de blootstelling van de consument via de voeding aan proquinazidresiduen in producten van dierlijke oorsprong en in wisselgewassen;

— de veiligheid van de toedieners.

De toelatingsvoorwaarden moeten, indien nodig, risicobeperkende maatregelen omvatten.

De als rapporteur aangewezen lidstaat licht de Commissie overeenkomstig artikel 38 van Verordening (EG) nr. 1107/2009 in over de specificatie van het technische materiaal als commercieel vervaardigd.

303

Spirodiclofen

CAS-nr.: 148477-71-8

CIPAC-nr.: 737

3-(2,4-dichloorfenyl)-2-oxo-1-oxaspiro[4.5]dec-3-een-4-yl-2,2-dimethylbutyraat

> 965 g/kg

De volgende onzuiverheden mogen een bepaalde hoeveelheid in het technische materiaal niet overschrijden:

3-(2,4-dichloor-fenyl)-4-hydroxy-1-oxaspiro[4.5]dec-3-een-2-on (BAJ-2740 enol): ≤ 6 g/kg

N,N-dimethyl-acetamide: ≤ 4 g/kg

1 augustus 2010

31 juli 2020

DEEL A

Mag alleen worden toegelaten voor gebruik als acaricide of insecticide.

DEEL B

Voor de toepassing van de in artikel 29, lid 6, van Verordening (EG) nr. 1107/2009 bedoelde uniforme beginselen moet rekening worden gehouden met de conclusies van het evaluatieverslag over spirodiclofen (en met name met de aanhangsels I en II), dat op 22 januari 2010 door het Permanent Comité voor de voedselketen en de diergezondheid is goedgekeurd.

Bij de algemene evaluatie moeten de lidstaten bijzondere aandacht schenken aan:

— het langetermijnrisico voor in het water levende organismen;

— de veiligheid van de toedieners;

— het risico voor bijenbroedsels.

De toelatingsvoorwaarden moeten, indien nodig, risicobeperkende maatregelen omvatten.

304

Metalaxyl

CAS-nr.: 57837-19-1

CIPAC-nr.: 365

methyl-N-(methoxyacetyl)-N-(2,6-xylyl)-DL-alaninaat

950 g/kg

De verontreiniging 2,6-dimethylaniline werd uit toxicologisch oogpunt als problematisch beschouwd en hiervoor wordt een maximumgehalte van 1 g/kg vastgesteld.

1 juli 2010

►M241 30 juni 2023

DEEL A

Mag alleen worden toegelaten voor gebruik als fungicide.

DEEL B

Voor de toepassing van de in artikel 29, lid 6, van Verordening (EG) nr. 1107/2009 bedoelde uniforme beginselen moet rekening worden gehouden met de conclusies van het evaluatieverslag over metalaxyl dat op 12 maart 2010 door het Permanent Comité voor de voedselketen en de diergezondheid is afgerond, en met name met de aanhangsels I en II.

De lidstaten moeten bijzondere aandacht besteden aan de mogelijke verontreiniging van het grondwater door de werkzame stof of de afbraakproducten CGA 62826 en CGA 108906, wanneer de werkzame stof wordt gebruikt in qua bodemgesteldheid en/of klimatologische omstandigheden kwetsbare gebieden. Indien nodig moeten risicobeperkende maatregelen worden toegepast.

305

Flonicamid (IKI-220)

CAS-nr.: 158062-67-0

CIPAC-nr.: 763

N-cyaanmethyl-4-(trifluormethyl)nicotinamide

≥ 960 g/kg

De onzuiverheid tolueen mag niet meer bedragen dan 3 g/kg in het technische materiaal.

1 september 2010

►M241 31 augustus 2023

DEEL A

Mag alleen worden toegelaten voor gebruik als insecticide.

DEEL B

Voor de toepassing van de in artikel 29, lid 6, van Verordening (EG) nr. 1107/2009 bedoelde uniforme beginselen moet rekening worden gehouden met de conclusies van het evaluatieverslag over flonicamid (en met name met de aanhangsels I en II), dat op 22 januari 2010 door het Permanent Comité voor de voedselketen en de diergezondheid is goedgekeurd.

Bij deze algemene evaluatie moeten de lidstaten bijzondere aandacht schenken aan:

— het risico voor bedieners en terugkerende werknemers;

— het risico voor bijen.

De toelatingsvoorwaarden moeten, indien nodig, risicobeperkende maatregelen omvatten.

De lidstaten lichten de Commissie overeenkomstig artikel 38 van Verordening (EG) nr. 1107/2009 in over de specificatie van het technische materiaal als commercieel vervaardigd.

306

Triflumizool

CAS-nr.: 99387-89-0

CIPAC-nr.: 730

(E)-4-chloor-α,α,α-trifluor-N-(1-imidazool-1-yl-2-propoxyethylideen)-o-toluïdine

≥ 980 g/kg

Onzuiverheden:

tolueen: niet meer dan 1 g/kg

1 juli 2010

30 juni 2020

DEEL A

De stof mag alleen worden toegestaan voor gebruik als fungicide in broeikassen op kunstmatige substraten.

DEEL B

Voor de toepassing van de in artikel 29, lid 6, van Verordening (EG) nr. 1107/2009 bedoelde uniforme beginselen moet rekening worden gehouden met de conclusies van het evaluatieverslag over triflumizool dat op 12 maart 2010 door het Permanent Comité voor de voedselketen en de diergezondheid is goedgekeurd, en met name met de aanhangsels I en II.

Bij deze algemene evaluatie moeten de lidstaten bijzondere aandacht besteden aan:

— de veiligheid van de toedieners en de werknemers: de gebruiksvoorwaarden moeten het gebruik van geschikte persoonlijke beschermingsmiddelen voorschrijven.

— de gevolgen voor in het water levende organismen, en ervoor zorgen dat de toelatingsvoorwaarden waar nodig ook risicobeperkende maatregelen omvatten.

307

Sulfurylfluoride

CAS-nr.: 002699-79-8

CIPAC-nr.: 757

sulfurylfluoride

> 994 g/kg

1 november 2010

►M248 31 oktober 2023

►M202

DEEL A

De stof mag alleen worden toegelaten voor gebruik als insecticide/nematicide (fumigatiemiddel), toegepast door professionele gebruikers in hermetisch afsluitbare structuren, voor zover:

a) die structuren leeg zijn, of

b) indien er levensmiddelen of diervoeders in de gefumigeerde faciliteit aanwezig zijn, exploitanten van levensmiddelenbedrijven en gebruikers waarborgen dat enkel de levensmiddelen of diervoeders die aan de bij Verordening (EG) nr. 396/2005 van het Europees Parlement en de Raad (19) vastgestelde bestaande maximumgehalten aan residuen van sulfurylfluoride en fluoride-ion voldoen, in de voedsel- en voederketen terechtkomen; daartoe moeten exploitanten van levensmiddelenbedrijven en gebruikers maatregelen nemen die gelijkwaardig zijn aan de in artikel 5 van Verordening (EG) nr. 852/2004 van het Europees Parlement en de Raad (20) vastgestelde HACCP-beginselen, en die maatregelen volledig uitvoeren; gebruikers moeten met name het kritische controlepunt identificeren waarop controle essentieel is om te voorkomen dat de maximumresidugehalten worden overschreden, alsmede efficiënte bewakingsprocedures vaststellen en toepassen op dat kritische controlepunt.

DEEL B

Voor de toepassing van de in artikel 29, lid 6, van Verordening (EG) nr. 1107/2009 bedoelde uniforme beginselen moet rekening worden gehouden met de conclusies van het evaluatieverslag over sulfurylfluoride dat op 7 december 2016 door het Permanent Comité voor planten, dieren, levensmiddelen en diervoeders is afgerond, en met name met de aanhangsels I en II van dat verslag.

Bij deze algemene evaluatie moeten de lidstaten bijzondere aandacht schenken aan:

— het risico dat wordt gevormd door anorganisch fluoride via verontreinigde producten, zoals meel en zemelen die tijdens de fumigatie in de maalderijmachines zijn achtergebleven, of graan dat in silo's in de maalderij is opgeslagen. Er moeten maatregelen worden genomen om ervoor te zorgen dat enkel producten die aan de bestaande MRL's voldoen, in de voedsel- en voederketen terechtkomen;

— het risico voor de bedieners en het risico voor de werknemers, zoals bij het opnieuw betreden van een gefumigeerde structuur na verluchting. Er zijn maatregelen vereist om ervoor te zorgen dat zij zelfstandig werkende ademhalingsapparatuur of andere geschikte persoonlijke beschermingsmiddelen dragen;

— het risico voor omstanders door de instelling van een passend uitsluitingsgebied rond de gefumigeerde structuur.

De toelatingsvoorwaarden moeten, indien nodig, risicobeperkende maatregelen omvatten.

De kennisgever moet met ingang van 30 juni 2017 om de vijf jaar monitoringgegevens over de troposferische concentraties van sulfurylfluoride bij de Commissie, de lidstaten en de EFSA indienen. De aantoonbaarheidsgrens voor de analyse moet ten minste 0,5 ppt (overeenkomend met 2,1 ng sulfurylfluoride/m3 troposferische lucht) bedragen.

308

FEN 560 (ook fenegriek of fenegriekzaadpoeder genoemd)

CAS-nr.

Geen

CIPAC-nr.

Geen

De werkzame stof wordt bereid uit het zaadpoeder van Trigonella foenum-graecum L. (fenegriek).

niet van toepassing

100 % fenegriekzaadpoeder zonder toevoegingen en geen extractie; het zaad is van levensmiddelenkwaliteit

1 november 2010

►M296 31 oktober 2020

DEEL A

De stof mag alleen worden toegelaten als elicitor van het zelfverdedigingsmechanisme van het gewas.

DEEL B

Voor de toepassing van de in artikel 29, lid 6, van Verordening (EG) nr. 1107/2009 bedoelde uniforme beginselen moet rekening worden gehouden met de conclusies van het evaluatieverslag over FEN 560 (fenegriekzaadpoeder), en met name met de aanhangsels I en II, dat op 11 mei 2010 door het Permanent Comité voor de voedselketen en de diergezondheid is goedgekeurd.

Bij deze algemene beoordeling moeten de lidstaten bijzondere aandacht besteden aan de veiligheid van bedieners, werknemers en omstanders.

De toelatingsvoorwaarden moeten, indien nodig, risicobeperkende maatregelen omvatten.

309

Haloxyfop-P

CAS-nr.: Zuur: 95977-29-0

Ester: 72619-32-0

CIPAC-nr.: Zuur: 526

Ester: 526.201

zuur: (R)-2-[4-(3-chloor-5-trifluormethyl-2-pyridyloxy)fenoxy] propionzuur

ester: methyl-(R)-2-{4-[3-chloor-5-(trifluormethyl)-2-pyridyloxy]fenoxy}propionaat

≥ 940 g/kg

(haloxyfop-P-methylester)

1 januari 2011

►M342 31 december 2020

►M168

DEEL A

Mag alleen worden toegelaten voor gebruik als herbicide in een dosering van maximaal 0,052 kg werkzame stof per hectare per toepassing, waarbij slechts één toepassing elke drie jaar is toegelaten.

DEEL B

Voor de toepassing van de in artikel 29, lid 6, van Verordening (EG) nr. 1107/2009 bedoelde uniforme beginselen moet rekening worden gehouden met de conclusies van het evaluatieverslag over haloxyfop-P dat op 28 oktober 2010 door het Permanent Comité voor de voedselketen en de diergezondheid is afgerond, en met name met de aanhangsels I en II.

Bij deze algemene beoordeling moeten de lidstaten bijzondere aandacht besteden aan:

— de bescherming van het grondwater tegen de relevante bodemmetaboliet DE-535 pyridinone, wanneer de werkzame stof wordt gebruikt in qua bodemgesteldheid en/of klimatologische omstandigheden kwetsbare gebieden;

— de veiligheid van de toedieners, waarbij ervoor moet worden gezorgd dat in de gebruiksvoorwaarden het gebruik van geschikte persoonlijke beschermingsmiddelen wordt voorgeschreven;

— de bescherming van in het water levende organismen. De toelatingsvoorwaarden moeten indien nodig risicobeperkende maatregelen omvatten (bv. toereikende bufferzones);

— de veiligheid van de consument wat de aanwezigheid van de metaboliet DE 535 pyridinol in het grondwater betreft.

310

Napropamide

CAS-nr.: 15299-99-7

(RS)-N,N-diëthyl-2-(1-naftyloxy)propionamide

≥ 930 g/kg

(racemisch mengsel)

Relevante onzuiverheid:

tolueen: niet meer dan 1,4 g/kg

1 januari 2011

►M254 31 december 2023

DEEL A

Mag alleen worden toegestaan voor gebruik als herbicide.

DEEL B

Voor de toepassing van de in artikel 29, lid 6, van Verordening (EG) nr. 1107/2009 bedoelde uniforme beginselen moet rekening worden gehouden met de conclusies van het evaluatieverslag over napropamide dat op 28 oktober 2010 door het Permanent Comité voor de voedselketen en de diergezondheid is goedgekeurd, en met name met de aanhangsels I en II.

Bij deze algemene evaluatie moeten de lidstaten bijzondere aandacht besteden aan:

— de veiligheid van de toediener: de gebruiksvoorwaarden moeten zo nodig het gebruik van geschikte persoonlijke beschermingsmiddelen voorschrijven;

— de bescherming van in het water levende organismen: de toelatingsvoorwaarden moeten, indien nodig, risicobeperkende maatregelen omvatten (bijv. toereikende bufferzones);

— de veiligheid van de consument wat betreft het voorkomen in grondwater van de metaboliet 2-(1-naftyloxy)propionzuur, hierna „NOPA” genoemd.

De betrokken lidstaten moeten ervoor zorgen dat de aanvrager uiterlijk 31 december 2012 bij de Commissie informatie indient ter bevestiging van de beoordeling van de blootstelling van het oppervlaktewater wat de fotolysemetabolieten en de metaboliet NOPA betreft, en informatie voor de risicobeoordeling van waterplanten.

311

Quinmerac

CAS-nr.: 90717-03-6

CIPAC-nr.: 563

7-chloor-3-methylchinoline-8- carbonzuur

≥ 980 g/kg

1 mei 2011

►M343 31 juli 2024

DEEL A

Mag alleen worden toegelaten voor gebruik als herbicide.

DEEL B

Voor de toepassing van de in artikel 29, lid 6, van Verordening (EG) nr. 1107/2009 bedoelde uniforme beginselen moet rekening worden gehouden met de conclusies van het evaluatieverslag over quinmerac dat op 28 oktober 2010 door het Permanent Comité voor de voedselketen en de diergezondheid is goedgekeurd, en met name met de aanhangsels I en II.

Bij deze algemene evaluatie moeten de lidstaten bijzondere aandacht besteden aan:

— de bescherming van het grondwater, wanneer de werkzame stof wordt toegepast in qua bodemgesteldheid en/of klimatologische omstandigheden kwetsbare gebieden;

— de blootstelling van de consument via de voeding aan quinmeracresiduen (en de metabolieten ervan) in opeenvolgende wisselgewassen;

— het risico voor in het water levende organismen en het langetermijnrisico voor regenwormen.

De gebruiksvoorwaarden moeten, indien nodig, risicobeperkende maatregelen omvatten.

De betrokken lidstaten moeten verzoeken om overlegging van informatie over:

— het potentieel van het plantmetabolisme om tot een opening van de chinolinering te leiden;

— residuen in wisselgewassen en over het langetermijnrisico voor regenwormen als gevolg van de metaboliet BH 518-5.

Zij moeten ervoor zorgen dat de aanvrager ter bevestiging dergelijke gegevens en informatie uiterlijk op 30 april 2013 aan de Commissie verstrekt.

312

Metosulam

CAS-nr.: 139528-85-1

CIPAC-nr.: 707

2′,6′-dichloor-5,7-dimethoxy- 3′-methyl[1,2,4]triazool

[1,5-a]pyrimidine-2-sulfonanilide

≥ 980 g/kg

1 mei 2011

30 april 2021

DEEL A

Mag alleen worden toegelaten voor gebruik als herbicide.

DEEL B

Voor de toepassing van de in artikel 29, lid 6, van Verordening (EG) nr. 1107/2009 bedoelde uniforme beginselen moet rekening worden gehouden met de conclusies van het evaluatieverslag over metosulam, met name de aanhangsels I en II, dat op 28 oktober 2010 door het Permanent Comité voor de voedselketen en de diergezondheid is goedgekeurd.

Bij deze algemene evaluatie moeten de lidstaten bijzondere aandacht besteden aan:

— de bescherming van het grondwater, wanneer de werkzame stof wordt toegepast in qua bodemgesteldheid en/of klimatologische omstandigheden kwetsbare gebieden;

— het risico voor in het water levende organismen;

— het risico voor niet tot de doelsoorten behorende planten die naast het veld groeien.

De gebruiksvoorwaarden moeten, indien nodig, risicobeperkende maatregelen omvatten.

De betrokken lidstaten moeten ervoor zorgen dat de aanvrager uiterlijk 30 oktober 2011 bij de Commissie nadere informatie indient over de specificatie van de werkzame stof zoals vervaardigd.

De betrokken lidstaten moeten ervoor zorgen dat de kennisgever uiterlijk 30 april 2013 de volgende informatie bij de Commissie indient:

— mogelijke pH-afhankelijkheid van bodemadsorptie, uitspoeling naar het grondwater en blootstelling van het oppervlaktewater aan de metabolieten M01 en M02;

— mogelijke genotoxiciteit van een onzuiverheid.

313

Pyridaben

CAS-nr.: 96489-71-3

CIPAC-nr.: 583

2-tert-butyl-5-(4-tert-butylbenzylthio)-4-chloorpyrididazine-3(2H)-on

> 980 g/kg

1 mei 2011

►M270 30 april 2023

DEEL A

Mag alleen worden toegelaten voor gebruik als insecticide en acaricide.

DEEL B

Voor de toepassing van de in artikel 29, lid 6, van Verordening (EG) nr. 1107/2009 bedoelde uniforme beginselen moet rekening worden gehouden met de conclusies van het evaluatieverslag over pyridaben dat op 28 oktober 2010 door het Permanent Comité voor de voedselketen en de diergezondheid is goedgekeurd, en met name met de aanhangsels I en II.

Bij deze algemene evaluatie moeten de lidstaten bijzondere aandacht besteden aan:

— de veiligheid van de toedieners en ervoor zorgen dat de gebruiksvoorwaarden indien nodig de toepassing van geschikte persoonlijke beschermingsmiddelen voorschrijven,

— het risico voor in het water levende organismen en zoogdieren,

— het risico voor niet tot de doelsoorten behorende geleedpotigen, met inbegrip van honingbijen.

De toelatingsvoorwaarden moeten risicobeperkende maatregelen omvatten en er moeten zo nodig monitoringprogramma's worden opgezet om de daadwerkelijke blootstelling van honingbijen aan pyridaben in gebieden die extensief door deze bijen voor het fourageren of door bijenhouders worden gebruikt zo nodig te verifiëren.

De betrokken lidstaten moeten verzoeken om overlegging van bevestigende informatie over:

— de risico's voor het watercompartiment als gevolg van de blootstelling aan de door fotolyse in water ontstane metabolieten W-1 en B-3,

— het mogelijke langetermijnrisico voor zoogdieren,

— de beoordeling van in vetstoffen oplosbare residuen.

Zij moeten ervoor zorgen dat de aanvrager deze bevestigende ze informatie uiterlijk 30 april 2013 aan de Commissie verstrekt.

314

Zinkfosfide

CAS-nr.: 1314-84-7

CIPAC-nr.: 69

trizinkdifosfide

≥ 800 g/kg

1 mei 2011

►M343 31 juli 2024

DEEL A

Mag alleen worden toegelaten voor gebruik als rodenticide in de vorm van gebruiksklaar aas, geplaatst in aasstations of op specifieke locaties.

DEEL B

Voor de toepassing van de in artikel 29, lid 6, van Verordening (EG) nr. 1107/2009 bedoelde uniforme beginselen moet rekening worden gehouden met de conclusies van het evaluatieverslag over zinkfosfide dat op 28 oktober 2010 door het Permanent Comité voor de voedselketen en de diergezondheid is goedgekeurd, en met name met de aanhangsels I en II.

Bij deze algemene evaluatie moeten de lidstaten bijzondere aandacht besteden aan:

— de bescherming van niet tot de doelsoorten behorende organismen. Indien nodig moeten risicobeperkende maatregelen worden genomen om met name te vermijden dat aas wordt verspreid wanneer maar een deel ervan is geconsumeerd.

315

Fenbuconazool

CAS-nr.: 114369-43-6

CIPAC-nr.: 694

(R,S)-4-(4-chloorfenyl)-2-fenyl-2-(1H-1,2,4-triazool-1-ylmethyl)butyronitril

≥ 965 g/kg

1 mei 2011

30 april 2021

DEEL A

Mag alleen worden toegelaten voor gebruik als fungicide.

DEEL B

Voor de toepassing van de in artikel 29, lid 6, van Verordening (EG) nr. 1107/2009 bedoelde uniforme beginselen moet rekening worden gehouden met de conclusies van het evaluatieverslag over fenbuconazool dat op 28 oktober 2010 door het Permanent Comité voor de voedselketen en de diergezondheid is goedgekeurd, en met name met de aanhangsels I en II.

Bij deze algemene evaluatie moeten de lidstaten bijzondere aandacht besteden aan:

— de veiligheid van de toedieners en ervoor zorgen dat de gebruiksvoorwaarden indien nodig de toepassing van geschikte persoonlijke beschermingsmiddelen voorschrijven;

— de blootstelling van consumenten via de voeding aan residuen van metabolieten van triazoolderivaten;

— het risico voor in het water levende organismen en zoogdieren.

De gebruiksvoorwaarden moeten, indien nodig, risicobeperkende maatregelen omvatten.

De betrokken lidstaten moeten eisen dat ter bevestiging gegevens over residuen van metabolieten van triazoolderivaten in primaire gewassen, wisselgewassen en producten van dierlijke oorsprong worden verstrekt.

Zij moeten ervoor zorgen dat dergelijke studies uiterlijk op 30 april 2013 aan de Commissie worden verstrekt.

De betrokken lidstaten moeten ervoor zorgen dat de aanvrager bij de Commissie nadere informatie over de potentiële hormoonontregelende eigenschappen van fenbuconazool indient binnen twee jaar na de goedkeuring van de OESO-richtsnoeren voor hormoonontregelingstests of, bij wijze van alternatief, van op het niveau van de Unie overeengekomen testrichtsnoeren.

316

Cycloxydim

CAS-nr.: 101205-02-1

CIPAC-nr.: 510

(5RS)-2-[(EZ)-1-(ethoxyimino)butyl]-3-hydroxy-5-[(3RS)-thiaan-3-yl]cyclohex-2-een-1-on

≥ 940 g/kg

1 juni 2011

►M274 31 mei 2023

DEEL A

Mag alleen worden toegelaten voor gebruik als herbicide.

DEEL B

Voor de toepassing van de in artikel 29, lid 6, van Verordening (EG) nr. 1107/2009 bedoelde uniforme beginselen moet rekening worden gehouden met de conclusies van het evaluatieverslag over cycloxydim, inzonderheid de aanhangsels I en II, dat op 23 november 2010 door het Permanent Comité voor de voedselketen en de diergezondheid is goedgekeurd.

Bij deze algehele evaluatie besteden de lidstaten bijzondere aandacht aan het risico voor niet tot de doelsoorten behorende planten.

De gebruiksvoorwaarden moeten, indien nodig, risicobeperkende maatregelen omvatten.

De betrokken lidstaten verzoeken om indiening van nadere informatie over methoden voor de analyse van residuen van cycloxydim in plantaardige en dierlijke producten.

Zij zorgen ervoor dat de kennisgever deze analysemethoden uiterlijk 31 mei 2013 bij de Commissie indient.

317

6-Benzyladenine

CAS-nr.: 1214-39-7

CIPAC-nr.: 829

N6-benzyladenine

≥ 973 g/kg

1 juni 2011

►M343 31 augustus 2024

DEEL A

Mag alleen worden toegelaten voor gebruik als groeiregulator voor planten.

DEEL B

Voor de toepassing van de in artikel 29, lid 6, van Verordening (EG) nr. 1107/2009 bedoelde uniforme beginselen moet rekening worden gehouden met de conclusies van het evaluatieverslag over 6-benzyladenine dat op 23 november 2010 door het Permanent Comité voor de voedselketen en de diergezondheid is goedgekeurd, en met name met de aanhangsels I en II.

Bij deze algemene beoordeling moeten de lidstaten bijzondere aandacht besteden aan de bescherming van waterorganismen. Indien nodig moeten risicobeperkende maatregelen, zoals bufferzones, worden toegepast.

318

Bromuconazool

CAS-nr.: 116255-48-2

CIPAC-nr.: 680

1-[(2RS,4RS;2RS,4SR)-4-broom-2-(2,4-dichloorfenyl)tetrahydrofurfuryl]-1H-1,2,4-triazool

≥ 960 g/kg

1 februari 2011

►M254 31 januari 2024

DEEL A

Mag alleen worden toegelaten voor gebruik als fungicide.

DEEL B

Voor de toepassing van de in artikel 29, lid 6, van Verordening (EG) nr. 1107/2009 bedoelde uniforme beginselen moet rekening worden gehouden met de conclusies van het evaluatieverslag over bromuconazool dat op 23 november 2010 door het Permanent Comité voor de voedselketen en de diergezondheid is goedgekeurd, en met name met de aanhangsels I en II.

Bij deze algemene evaluatie moeten de lidstaten bijzondere aandacht besteden aan:

— de veiligheid van de toediener en ervoor zorgen dat de gebruiksvoorwaarden indien nodig de toepassing van geschikte persoonlijke beschermingsmiddelen voorschrijven;

— de bescherming van in het water levende organismen. De toelatingsvoorwaarden moeten, indien nodig, risicobeperkende maatregelen omvatten (bv. toereikende bufferzones).

De betrokken lidstaten moeten ervoor zorgen dat de aanvrager de volgende informatie bij de Commissie indient:

— nadere informatie over residuen van metabolieten van triazoolderivaten in primaire gewassen, wisselgewassen en producten van dierlijke oorsprong;

— informatie voor de verdere beoordeling van het langetermijnrisico voor herbivore zoogdieren.

Zij moeten ervoor zorgen dat de aanvrager op wiens verzoek bromuconazool in deze bijlage is opgenomen, deze informatie uiterlijk op 31 januari 2013 aan de Commissie verstrekt.

De betrokken lidstaten moeten ervoor zorgen dat de aanvrager bij de Commissie nadere informatie over de potentiële hormoonontregelende eigenschappen van bromuconazool indient binnen twee jaar na de goedkeuring van de OESO-richtsnoeren voor hormoonontregelingstests of, bij wijze van alternatief, van op het niveau van de Unie overeengekomen testrichtsnoeren.

319

Myclobutanil

CAS-nr.: 88671-89-0

CIPAC-nr.: 442

(RS)-2-(4-chloorfenyl)-2-(1H-1,2,4-triazool-1-ylmethyl)hexaannitril

≥ 925 g/kg

De verontreiniging 1-methyl-2-pyrrolidon mag in het technisch materiaal de 1 g/kg niet overschrijden

1 juni 2011

31 mei 2021

DEEL A

Mag alleen worden toegelaten voor gebruik als fungicide.

DEEL B

Voor de toepassing van de in artikel 29, lid 6, van Verordening (EG) nr. 1107/2009 bedoelde uniforme beginselen moet rekening worden gehouden met de conclusies van het evaluatieverslag over myclobutanil dat op 23 november 2010 door het Permanent Comité voor de voedselketen en de diergezondheid is goedgekeurd, en met name met de aanhangsels I en II.

Bij deze algemene beoordeling moeten de lidstaten bijzondere aandacht besteden aan de veiligheid van de toedieners en ervoor zorgen dat de gebruiksvoorwaarden indien nodig de toepassing van geschikte persoonlijke beschermingsmiddelen voorschrijven.

De gebruiksvoorwaarden moeten, indien nodig, risicobeperkende maatregelen omvatten.

Daarom dienen de betrokken lidstaten de aanvrager te verzoeken bevestigende informatie te verstrekken over de residuen van myclobutanil en de metabolieten ervan in opeenvolgende groeiseizoenen, en informatie waaruit blijkt dat de beschikbare residugegevens betrekking hebben op alle onderdelen van de residudefinitie.

Zij moeten ervoor zorgen dat de aanvrager deze bevestigende informatie uiterlijk 31 januari 2013 aan de Commissie verstrekt.

320

Buprofezin

CAS-nr.: 953030-84-7

CIPAC-nr.: 681

(Z)-2-tert-butylimino-3-isopropyl-5-fenyl-1,3,5-thiadiazinaan-4-on

≥ 985 g/kg

1 februari 2011

►M254 31 januari 2023

►M204

DEEL A

Mag alleen worden toegelaten voor toepassingen als insecticide en acaricide op niet-eetbare gewassen.

DEEL B

Voor de toepassing van de in artikel 29, lid 6, van Verordening (EG) nr. 1107/2009 bedoelde uniforme beginselen moet rekening worden gehouden met de conclusies van het evaluatieverslag over buprofezine dat door het Permanent Comité voor planten, dieren, levensmiddelen en diervoeders is afgerond, en met name met de aanhangsels I en II van dat verslag.

Bij deze algemene beoordeling moeten de lidstaten bijzondere aandacht schenken aan:

— de veiligheid van de toedieners en werknemers, waarbij ervoor moet worden gezorgd dat de gebruiksvoorwaarden indien nodig het gebruik van geschikte persoonlijke beschermingsmiddelen voorschrijven;

— de toepassing van een passende wachttijd voor wisselgewassen in kassen;

— het risico voor in het water levende organismen, waarbij ervoor moet worden gezorgd dat zo nodig passende risicobeperkende maatregelen worden genomen.

De toelatingsvoorwaarden moeten, indien nodig, risicobeperkende maatregelen omvatten.

321

Triflumuron

CAS-nr.: 64628-44-0

CIPAC-nr.: 548

1-(2-chloorbenzoyl)-3-[4-trifluormethoxyfenyl]ureum

≥ 955 g/kg

Onzuiverheden:

N,N′-bis-[4-(trifluormethoxy)fenyl]ureum: niet meer dan 1 g/kg

— 4-trifluor-methoxyaniline: niet meer dan 5 g/kg

1 april 2011

31 maart 2021

DEEL A

Mag alleen worden toegelaten voor gebruik als insecticide.

DEEL B

Voor de toepassing van de in artikel 29, lid 6, van Verordening (EG) nr. 1107/2009 bedoelde uniforme beginselen moet rekening worden gehouden met de conclusies van het evaluatieverslag over triflumuron, dat op 28 januari 2011 door het Permanent Comité voor de voedselketen en de diergezondheid is goedgekeurd, en met name met de aanhangsels I en II.

Bij deze algemene evaluatie moeten de lidstaten bijzondere aandacht besteden aan:

— de bescherming van het aquatisch milieu;

— de bescherming van honingbijen.

De toelatingsvoorwaarden moeten, indien nodig, risicobeperkende maatregelen omvatten.

Daarom moeten de betrokken lidstaten de aanvrager verzoeken ter bevestiging informatie aan de Commissie te verstrekken over het langetermijnrisico voor vogels, het risico voor ongewervelde waterdieren en het risico voor de ontwikkeling van bijenbroedsels.

Zij zorgen ervoor dat de aanvrager deze informatie uiterlijk op 31 maart 2013 bij de Commissie indient.

322

Hymexazool

CAS-nr.: 10004-44-1

CIPAC-nr.: 528

5-methylisoxazool-3-ol (of 5-methyl-1,2-oxazool-3-ol)

≥ 985 g/kg

1 juni 2011

►M274 31 mei 2023

DEEL A

Mag alleen worden toegelaten voor gebruik als fungicide bij het pelleteren van suikerbietenzaad in professionele zaadbehandelingsinstallaties.

DEEL B

Voor de toepassing van de in artikel 29, lid 6, van Verordening (EG) nr. 1107/2009 bedoelde uniforme beginselen moet rekening worden gehouden met de conclusies van het evaluatieverslag over hymexazol, inzonderheid de aanhangsels I en II, dat op 23 november 2010 door het Permanent Comité voor de voedselketen en de diergezondheid is goedgekeurd.

Bij deze algemene evaluatie besteden de lidstaten bijzondere aandacht aan:

— de veiligheid van de toedieners en de werknemers. De toelatingsvoorwaarden moeten, indien nodig, beschermingsmaatregelen omvatten;

— het risico voor zaadetende vogels en zoogdieren.

De gebruiksvoorwaarden moeten, indien nodig, risicobeperkende maatregelen omvatten.

De betrokken lidstaten verzoeken om indiening van nadere informatie over de aard van residuen in wortel- en knolgewassen en over het risico voor zaadetende vogels en zoogdieren.

Zij zorgen ervoor dat de aanvrager deze informatie uiterlijk 31 mei 2013 bij de Commissie indient.

323

Dodine

CAS-nr.: 2439-10-3

CIPAC-nr.: 101

1-dodecylguanidiniumacetaat

≥ 950 g/kg

1 juni 2011

►M343 31 augustus 2024

DEEL A

Mag alleen worden toegelaten voor gebruik als fungicide.

DEEL B

Voor de toepassing van de in artikel 29, lid 6, van Verordening (EG) nr. 1107/2009 bedoelde uniforme beginselen moet rekening worden gehouden met de conclusies van het evaluatieverslag over dodine dat op 23 november 2010 door het Permanent Comité voor de voedselketen en de diergezondheid is goedgekeurd, en met name met de aanhangsels I en II.

Bij deze algemene evaluatie moeten de lidstaten bijzondere aandacht besteden aan:

— het potentiële langetermijnrisico voor vogels en zoogdieren;

— het risico voor in het water levende organismen, waarbij ervoor moet worden gezorgd dat de gebruiksvoorwaarden passende risicobeperkende maatregelen voorschrijven;

— het risico voor niet tot de doelsoorten behorende planten die naast het veld groeien, waarbij ervoor moet worden gezorgd dat de gebruiksvoorwaarden passende risicobeperkende maatregelen voorschrijven;

— de monitoring van de residugehalten in pitvruchten.

De betrokken lidstaten moeten verzoeken om overlegging van informatie ter bevestiging van de resultaten van:

— de beoordeling van het langetermijnrisico voor vogels en zoogdieren;

— de beoordeling van de risico's in natuurlijke oppervlaktewatersystemen waar belangrijke metabolieten kunnen zijn gevormd.

Zij zorgen ervoor dat de aanvrager deze informatie uiterlijk 31 mei 2013 bij de Commissie indient.

324

Diethofencarb

CAS-nr.: 87130-20-9

CIPAC-nr.: 513

isopropyl-3,4-diëthoxycarbanilaat

≥ 970 g/kg

Onzuiverheden:

tolueen: niet meer dan 1 g/kg

1 juni 2011

31 mei 2021

DEEL A

De stof mag alleen worden toegestaan voor gebruik als fungicide.

DEEL B

Voor de toepassing van de in artikel 29, lid 6, van Verordening (EG) nr. 1107/2009 bedoelde uniforme beginselen moet rekening worden gehouden met de conclusies van het evaluatieverslag over diethofencarb (en met name met de aanhangsels I en II), dat op 28 januari 2011 door het Permanent Comité voor de voedselketen en de diergezondheid is goedgekeurd.

Bij deze algehele evaluatie besteden de lidstaten bijzondere aandacht aan het risico voor in het water levende organismen en niet tot de doelsoorten behorende geleedpotigen en zorgen zij ervoor dat de gebruiksvoorwaarden passende risicobeperkende maatregelen omvatten.

De betrokken lidstaten moeten om overlegging van informatie verzoeken ter bevestiging van de resultaten van:

— de mogelijke opname van het metaboliet 6-NO2-DFC in vervolggewassen;

— de risicobeoordeling voor niet tot de doelsoorten behorende geleedpotigen.

Zij zorgen ervoor dat de aanvrager deze informatie uiterlijk 31 mei 2013 bij de Commissie indient.

325

Etridiazool

CAS-nr.: 2593-15-9

CIPAC-nr.: 518

ethyl-3-trichloormethyl-1,2,4-thiadiazool-5ylether

≥ 970 g/kg

1 juni 2011

31 mei 2021

DEEL A

Mag alleen worden toegelaten voor gebruik als fungicide in niet-bodemgebonden systemen in kassen.

DEEL B

Bij het beoordelen van aanvragen voor toelating van gewasbeschermingsmiddelen die etridiazool bevatten voor ander gebruik dan op siergewassen in kassen, moeten de lidstaten speciale aandacht besteden aan de criteria in artikel 4, lid 3, van Verordening (EG) nr. 1107/2009 en erop toezien dat de vereiste informatie wordt verstrekt voordat de toelating wordt verleend.

Voor de toepassing de in artikel 29, lid 6, van Verordening (EG) nr. 1107/2009 bedoelde uniforme beginselen moet rekening worden gehouden met de conclusies van het evaluatieverslag over etridiazool (en met name met de aanhangsels I en II), dat op 28 januari 2011 door het Permanent Comité voor de voedselketen en de diergezondheid is goedgekeurd.

Bij deze algemene evaluatie moeten de lidstaten:

— bijzondere aandacht aan het risico voor de toedieners en werknemers schenken en ervoor zorgen dat de gebruiksvoorschriften het gebruik van adequate persoonlijke beschermingsmiddelen voorschrijven;

— ervoor zorgen dat passende afvalbeheermethoden worden gebruikt voor het afvalwater van de irrigatie van niet-bodemgebonden teeltsystemen; lidstaten die toestaan dat het afvalwater in de riolering of in natuurlijke wateren wordt geloosd, zorgen ervoor dat een passende risicobeoordeling wordt uitgevoerd;

— bijzondere aandacht aan het risico voor in het water levende organismen schenken en ervoor zorgen dat de gebruiksvoorschriften het gebruik van adequate persoonlijke beschermingsmiddelen voorschrijven.

De betrokken lidstaten moeten om overlegging verzoeken van bevestigende informatie over:

1. de specificatie van het technische materiaal, zoals commercieel vervaardigd, met passende analytische gegevens;

2. de relevantie van de onzuiverheden;

3. de gelijkwaardigheid tussen de specificaties van het technische materiaal, zoals commercieel vervaardigd, en die van het in de ecotoxiciteitsdossiers gebruikte testmateriaal;

4. de relevantie van de plantmetabolieten 5-hydroxy-ethoxyetridiazoolzuur en 3-hydroxymethyletridiazool;

5. de indirecte blootstelling van grondwater- en bodemorganismen aan etridiazool en aan de bodemmetabolieten dichloor-etridiazool en etridiazoolzuur;

6. het vervoer van etridiazoolzuur op lange en korte afstand door de atmosfeer.

Zij moeten ervoor zorgen dat de aanvrager de in de punten 1, 2 en 3 bedoelde informatie uiterlijk op 30 november 2011 en de in de punten 4, 5 en 6 bedoelde informatie uiterlijk op 31 mei 2013 aan de Commissie verstrekt.

326

Indolylboterzuur

CAS-nr.: 133-32-4

CIPAC-nr.: 830

4-(1H-indool-3-yl)boterzuur

≥ 994 g/kg

1 juni 2011

►M274 31 mei 2023

DEEL A

Alleen gebruik van de stof als groeiregulator in siergewassen mag worden toegestaan.

DEEL B

Voor de toepassing van de in artikel 29, lid 6, van Verordening (EG) nr. 1107/2009 bedoelde uniforme beginselen moet rekening worden gehouden met de conclusies van het evaluatieverslag over indolylboterzuur (en met name met de aanhangsels I en II), dat op 28 januari 2011 door het Permanent Comité voor de voedselketen en de diergezondheid is goedgekeurd.

Bij deze algemene beoordeling moeten de lidstaten bijzondere aandacht besteden aan de veiligheid van de toedieners en werknemers. De toelatingsvoorwaarden moeten de toepassing van geschikte persoonlijke beschermingsmiddelen en risicobeperkende maatregelen ter vermindering van de blootstelling voorschrijven.

De betrokken lidstaten moeten verzoeken om indiening van nadere bevestigende informatie over:

— het ontbreken van mogelijke clastogeniteit van indolylboterzuur;

— de dampdruk van indolylboterzuur en in verband daarmee een onderzoek naar de inhalatietoxiciteit;

— de natuurlijke achtergrondconcentratie van indolylboterzuur in de bodem.

Zij zorgen ervoor dat de aanvrager deze informatie uiterlijk 31 mei 2013 bij de Commissie indient.

327

Oryzalin

CAS-nr.: 19044-88-3

CIPAC-nr.: 537

3,5-dinitro-N4,N4-dipropylsulfanilamide

≥ 960 g/kg

N-nitrosodipropamine:

≤ 0,1 mg/kg

Tolueen: ≤ 4 g/kg

1 juni 2011

31 mei 2021

DEEL A

Mag alleen worden toegelaten voor gebruik als herbicide.

DEEL B

Voor de toepassing van de in artikel 29, lid 6, van Verordening (EG) nr. 1107/2009 bedoelde uniforme beginselen moet rekening worden gehouden met de conclusies van het evaluatieverslag over oryzalin (en met name met de aanhangsels I en II), dat op 28 januari 2011 door het Permanent Comité voor de voedselketen en de diergezondheid is goedgekeurd.

Bij deze algemene evaluatie moeten de lidstaten bijzondere aandacht besteden aan:

— de veiligheid van de toedieners, waarbij ervoor moet worden gezorgd dat de gebruiksvoorwaarden de toepassing van geschikte persoonlijke beschermingsmiddelen omvatten;

— de bescherming van in het water levende organismen en niet tot de doelsoorten behorende planten;

— de bescherming van het grondwater, wanneer de werkzame stof wordt gebruikt in qua bodemgesteldheid en/of klimatologische omstandigheden kwetsbare gebieden;

— het risico voor herbivore vogels en zoogdieren;

— het risico voor bijen in het bloeiseizoen.

De toelatingsvoorwaarden moeten, indien nodig, risicobeperkende maatregelen omvatten.

De betrokken lidstaten moeten bewakingsprogramma's uitvoeren om zo nodig mogelijke grondwaterverontreiniging door de metabolieten OR13 (4) en OR15 (5) in kwetsbare gebieden te controleren. De betrokken lidstaten moeten om overlegging van informatie verzoeken ter bevestiging van de resultaten van:

1) de specificatie van het technische materiaal, zoals commercieel vervaardigd, door passende analytische gegevens, waaronder informatie over de relevantie van de onzuiverheden, die om redenen van vertrouwelijkheid onzuiverheden 2, 6, 7, 9, 10, 11 en 12 worden genoemd;

2) de relevantie van het in de toxiciteitsdossiers gebruikte testmateriaal met het oog op de specificatie van het technische materiaal;

3) de risicobeoordeling voor in het water levende organismen;

4) de relevantie van de metabolieten OR13 en OR15 en de bijbehorende grondwaterrisicobeoordeling, voor zover oryzalin uit hoofde van Verordening (EG) nr. 1272/2008 van het Europees Parlement en de Raad (PB L 353 van 31.12.2008, blz. 1.) als „verdacht van het veroorzaken van kanker”.

De betrokken lidstaten moeten ervoor zorgen dat de aanvrager de gegevens en informatie zoals aangegeven in de punten 1 en 2 uiterlijk op 30 november 2011 en de in punt 3 aangegeven informatie uiterlijk op 31 mei 2013 bij de Commissie indient. De in punt 4 bedoelde informatie moet binnen zes maanden na de kennisgeving van het besluit over de indeling van oryzalin worden ingediend.

328

Tau-fluvalinaat

CAS-nr.: 102851- 06-9

CIPAC-nr.: 786

(RS)-α-cyaan-3-fenoxybenzyl-N-(2-chloor-α,α α-trifluor-p-tolyl)-D-valinaat

(isomeerverhouding 1:1)

≥ 920 g/kg

(1:1 verhouding van R-α-cyaan- en S-α- cyaan-isomeer)

Onzuiverheden:

tolueen: niet meer dan 5 g/kg

1 juni 2011

►M343 31 augustus 2024

DEEL A

Mag alleen worden toegelaten voor gebruik als insecticide en acaricide.

DEEL B

Voor de toepassing van de in artikel 29, lid 6, van Verordening (EG) nr. 1107/2009 bedoelde uniforme beginselen moet rekening worden gehouden met de conclusies van het evaluatieverslag over tau-fluvalinaat (en met name met de aanhangsels I en II), dat op 28 januari 2011 door het Permanent Comité voor de voedselketen en de diergezondheid is goedgekeurd.

Bij deze algemene evaluatie moeten de lidstaten bijzondere aandacht besteden aan:

— het risico voor in het water levende organismen, waarbij ervoor moet worden gezorgd dat de gebruiksvoorwaarden de toepassing van passende risicobeperkende maatregelen voorschrijven;

— het risico voor niet tot de doelsoorten behorende geleedpotigen, waarbij ervoor moet worden gezorgd dat de gebruiksvoorwaarden de toepassing van passende risicobeperkende maatregelen voorschrijven;

— het in de toxiciteitsdossiers gebruikte testmateriaal, dat moet worden vergeleken met de specificatie van het commercieel vervaardigde technische materiaal en aan de hand daarvan moet worden gecontroleerd.

De betrokken lidstaten moeten verzoeken om overlegging van informatie ter bevestiging van de resultaten van:

— de beoordeling van het risico van bioaccumulatie/biomagnificatie in het watermilieu;

— het risico voor niet tot de doelsoorten behorende geleedpotigen.

De lidstaten moeten ervoor zorgen dat de aanvrager deze informatie uiterlijk op 31 mei 2013 bij de Commissie indient.

De betrokken lidstaten moeten ervoor zorgen dat de aanvrager twee jaar na de goedkeuring van specifieke richtsnoeren informatie verstrekt ter bevestiging van:

— het mogelijke effect op het milieu van de potentiële enantioselectieve degradatie in milieumatrices.

▼M27

329

Clethodim

CAS-nr. 99129-21-2

CIPAC-nr. 508

(5RS)-2-{(1EZ)-1-[(2E)-3-chloorallyloxyimino]propyl}-5-[(2RS)-2-(ethylthio)propyl]-3-hydroxycyclohex-2-een-1-on

≥ 930 g/kg

Onzuiverheden:

tolueen: max. 4 g/kg

1 juni 2011

►M274 31 mei 2023

DEEL A

De stof mag alleen worden toegelaten voor gebruik als herbicide.

DEEL B

Voor de toepassing van de in artikel 29, lid 6, van Verordening (EG) nr. 1107/2009 bedoelde uniforme beginselen moet rekening worden gehouden met de conclusies van het evaluatieverslag over clethodim (met name met de aanhangsels I en II), dat op 9 december 2011 door het Permanent Comité voor de voedselketen en de diergezondheid is afgerond.

Bij deze algemene beoordeling moeten de lidstaten bijzondere aandacht besteden aan de bescherming van in het water levende organismen, vogels en zoogdieren en moeten zij ervoor zorgen dat de gebruiksvoorwaarden de toepassing van passende risicobeperkende maatregelen omvatten.

De betrokken lidstaten moeten verzoeken om overlegging van informatie op grond van de meest recente wetenschappelijke kennis ter bevestiging van de resultaten van:

— de beoordelingen van de blootstelling van de bodem en het grondwater;

— de residudefinitie voor de risicobeoordeling.

De betrokken lidstaten zorgen ervoor dat de aanvrager deze informatie uiterlijk 31 mei 2013 bij de Commissie indient.

▼B

330

Bupirimaat

CAS-nr.: 41483-43-6

CIPAC-nr.: 261

5-butyl-2-ethylamino-6-methylpyrimidine-4-yl dimethylsulfamaat

≥ 945 g/kg

Onzuiverheden:

ethirimol: max. 2 g/kg

tolueen: max. 3 g/kg

1 juni 2011

►M343 31 augustus 2024

DEEL A

De stof mag alleen worden toegestaan voor gebruik als fungicide.

DEEL B

Voor de toepassing van de in artikel 29, lid 6, van Verordening (EG) nr. 1107/2009 bedoelde uniforme beginselen moet rekening worden gehouden met de conclusies van het evaluatieverslag over bupirimaat (en met name met de aanhangsels I en II), dat op 28 januari 2011 door het Permanent Comité voor de voedselketen en de diergezondheid is goedgekeurd.

Bij deze algemene evaluatie moeten de lidstaten bijzondere aandacht besteden aan:

— de bescherming van in het water levende organismen. De toelatingsvoorwaarden moeten, indien nodig, risicobeperkende maatregelen omvatten,

— de bescherming van het grondwater, wanneer de werkzame stof wordt gebruikt in qua bodemgesteldheid en/of klimatologische omstandigheden kwetsbare gebieden. De toelatingsvoorwaarden moeten, indien nodig, risicobeperkende maatregelen omvatten,

— het risico in het veld voor niet tot de doelsoorten behorende geleedpotigen.

De betrokken lidstaten moeten om overlegging van informatie verzoeken ter bevestiging van de resultaten van:

1) de specificatie van het technische materiaal zoals commercieel vervaardigd met passende analytische gegevens; waaronder informatie over de relevantie van de onzuiverheden,

2) de gelijkwaardigheid tussen de specificaties van het technische materiaal, zoals commercieel vervaardigd, en die van het in de toxiciteitsdossiers gebruikte testmateriaal,

3) de kinetische parameters, de bodemaantasting en de adsorptie- en desorptieparameter voor de belangrijke bodemmetaboliet DE-B (6).

De betrokken lidstaten moeten ervoor zorgen dat de aanvrager de in de punten 1 en 2 bedoelde gegevens en informatie uiterlijk op 30 november 2011 en de in punt 3 aangegeven informatie uiterlijk op 31 mei 2013 bij de Commissie indient.

▼M112 —————

▼B

332

Fenoxycarb

CAS-nr.: 79127-80-3

CIPAC-nr.: 425

ethyl-2-(4-fenoxyfenoxy)ethyl-carbamaat

≥ 970 g/kg

Onzuiverheden:

tolueen: max. 1 g/kg

1 juni 2011

31 mei 2021

DEEL A

Mag alleen worden toegelaten voor gebruik als insecticide.

DEEL B

Voor de toepassing van de in artikel 29, lid 6, van Verordening (EG) nr. 1107/2009 bedoelde uniforme beginselen moet rekening worden gehouden met de conclusies van het evaluatieverslag over fenoxycarb dat op 28 januari 2011 door het Permanent Comité voor de voedselketen en de diergezondheid is goedgekeurd, en met name met de aanhangsels I en II.

Bij deze algemene evaluatie moeten de lidstaten bijzondere aandacht schenken aan:

— de bescherming van in het water levende organismen. De toelatingsvoorwaarden moeten, indien nodig, risicobeperkende maatregelen omvatten.

— het risico voor bijen en geleedpotigen die niet tot de doelsoorten behoren. De toelatingsvoorwaarden moeten, indien nodig, risicobeperkende maatregelen omvatten.

De betrokken lidstaten moeten om informatie verzoeken ter bevestiging van de risicobeoordeling voor geleedpotigen die niet tot de doelsoorten behoren, en voor bijenbroedsels.

De betrokken lidstaten moeten ervoor zorgen dat de aanvrager deze informatie uiterlijk 31 mei 2013 bij de Commissie indient.

333

1-Decanol

CAS-nr.: 112-30-1

CIPAC-nr.: 831

decaan-1-ol

≥ 960 g/kg

1 juni 2011

►M343 31 augustus 2024

DEEL A

Mag alleen worden toegelaten voor gebruik als groeiregulator voor planten.

DEEL B

Voor de toepassing van de in artikel 29, lid 6, van Verordening (EG) nr. 1107/2009 bedoelde uniforme beginselen moet rekening worden gehouden met de conclusies van het evaluatieverslag over 1-decanol dat op 28 januari 2011 door het Permanent Comité voor de voedselketen en de diergezondheid is goedgekeurd, en met name met de aanhangsels I en II.

Bij deze algemene evaluatie moeten de lidstaten bijzondere aandacht besteden aan:

— het risico van residuen voor de consument bij gebruik op voor voeding of vervoedering bestemde gewassen;

— het risico voor de toedieners, en ervoor zorgen dat de gebruiksvoorwaarden indien nodig de toepassing van geschikte persoonlijke beschermingsmiddelen voorschrijven;

— de bescherming van het grondwater, wanneer de werkzame stof wordt toegepast in qua bodemgesteldheid en/of klimatologische omstandigheden kwetsbare gebieden;

— het risico voor in het water levende organismen;

— het risico voor niet tot de doelsoorten behorende geleedpotigen en bijen die aan de werkzame stof kunnen worden blootgesteld bij het bezoeken van bloeiend onkruid in het gewas op het ogenblik van de toediening.

Indien nodig moeten risicobeperkende maatregelen worden toegepast.

De betrokken lidstaten moeten daarom verzoeken om indiening van bevestigende informatie over het risico voor in het water levende organismen en informatie ter bevestiging van de beoordeling van de blootstelling van grondwater, oppervlaktewater en sediment.

De betrokken lidstaten moeten ervoor zorgen dat de aanvrager deze informatie uiterlijk op 31 mei 2013 bij de Commissie indient.

334

Isoxaben

CAS-nr.: 82558-50-7

CIPAC-nr.: 701

N-[3-(1-ethyl-1-methylpropyl)-1,2- oxazool-5-yl]-2,6-dimethoxybenzamide

≥ 910 g/kg

tolueen: ≤ 3 g/kg

1 juni 2011

►M343 31 augustus 2024

DEEL A

Mag alleen worden toegelaten voor gebruik als herbicide.

DEEL B

Voor de toepassing van de in artikel 29, lid 6, van Verordening (EG) nr. 1107/2009 bedoelde uniforme beginselen moet rekening worden gehouden met de conclusies van het evaluatieverslag over isoxaben dat op 28 januari 2011 door het Permanent Comité voor de voedselketen en de diergezondheid is goedgekeurd, en met name met de aanhangsels I en II.

Bij deze algemene beoordeling moeten de lidstaten bijzondere aandacht besteden aan het risico voor in het water levende organismen, het risico voor niet tot de doelsoorten behorende landplanten en de mogelijke uitspoeling van metabolieten naar het grondwater.

De gebruiksvoorwaarden moeten, indien nodig, risicobeperkende maatregelen omvatten.

De betrokken lidstaten moeten verzoeken om overlegging van bevestigende informatie over:

a) de specificatie van het technische materiaal zoals commercieel vervaardigd;

b) de relevantie van de onzuiverheden;

c) de residuen in wisselgewassen;

d) het mogelijke risico voor in het water levende organismen.

De betrokken lidstaten moeten ervoor zorgen dat de aanvrager de in de punten a) en b) vermelde informatie uiterlijk op 30 november 2011 en de in de punten c) en d) vermelde informatie uiterlijk op 31 mei 2013 bij de Commissie indient.

335

Fluometuron

CAS-nr.: 2164-17-2

CIPAC-nr.: 159

1,1-dimethyl-3-(α,α,α-trifluor-m-tolyl)ureum

≥ 940 g/kg

1 juni 2011

►M343 31 augustus 2024

DEEL A

Mag alleen worden toegelaten voor gebruik als herbicide op katoen.

DEEL B

Voor de toepassing van de in artikel 29, lid 6, van Verordening (EG) nr. 1107/2009 bedoelde uniforme beginselen moet rekening worden gehouden met de conclusies van het evaluatieverslag over fluometuron(en met name met de aanhangsels I en II), dat op 11 maart 2011 door het Permanent Comité voor de voedselketen en de diergezondheid is goedgekeurd.

Bij deze algemene evaluatie moeten de lidstaten:

— bijzondere aandacht besteden aan de bescherming van de toedieners en werknemers en ervoor zorgen dat de gebruiksvoorwaarden het gebruik van adequate persoonlijke beschermingsmiddelen voorschrijven;

— bijzondere aandacht besteden aan de bescherming van het grondwater, wanneer de werkzame stof wordt gebruikt in qua bodemgesteldheid en/of klimaat kwetsbare gebieden; ervoor zorgen dat de toelatingsvoorwaarden risicobeperkende maatregelen omvatten, alsook de verplichting om bewakingsprogramma's uit te voeren om zo nodig mogelijke grondwaterverontreiniging door fluometuron en de bodemmetabolieten desmethyl-fluometuron en trifluormethylaniline in kwetsbare gebieden te controleren;

— bijzondere aandacht besteden aan het risico voor andere, niet tot de doelsoorten behorende bodemmacro-organismen dan aardwormen en niet tot de doelsoorten behorende planten, en ervoor zorgen dat de toelatingsvoorwaarden zo nodig risicobeperkende maatregelen omvatten.

De betrokken lidstaten moeten ervoor zorgen dat de aanvragers verdere bevestigende informatie bij de Commissie indienen met betrekking tot:

— de toxicologische eigenschappen van de plantmetaboliet trifluorazijnzuur;

— de analytische methoden voor de monitoring van fluometuron in de lucht;

— de analytische methoden voor de monitoring van de bodemmetaboliet trifluormethylaniline in de bodem en in het water;

— de relevantie van de bodemmetabolieten desmethyl-fluometuron en trifluormethylaniline voor het grondwater, indien fluometuron krachtens Verordening (EG) nr. 1272/2008 wordt ingedeeld als „verdacht van het veroorzaken van kanker”.

De lidstaten moeten ervoor zorgen dat de aanvragers de onder a), b) en c) bedoelde informatie uiterlijk op 31 maart 2013 en de onder d) bedoelde informatie binnen zes maanden na de kennisgeving van het besluit over de indeling van fluometuron bij de Commissie indienen.

336

Carbetamide

CAS-nr.: 16118-49-3

CIPAC-nr.: 95

(R)-1-(ethylcarbamoyl)ethyl-carbanilaat

950 g/kg

1 juni 2011

31 mei 2021

DEEL A

Mag alleen worden toegelaten voor gebruik als herbicide.

DEEL B

Voor de toepassing van de in artikel 29, lid 6, van Verordening (EG) nr. 1107/2009 bedoelde uniforme beginselen moet rekening worden gehouden met de conclusies van het evaluatieverslag over carbetamide (en met name met de aanhangsels I en II), dat op 11 maart 2011 door het Permanent Comité voor de voedselketen en de diergezondheid is goedgekeurd.

Bij deze algemene evaluatie moeten de lidstaten bijzondere aandacht besteden aan:

a) de bescherming van het grondwater, wanneer de werkzame stof wordt gebruikt in qua bodemgesteldheid en/of klimatologische omstandigheden kwetsbare gebieden;

b) het risico voor niet tot de doelsoorten behorende planten;

c) het risico voor in het water levende organismen.

De gebruiksvoorwaarden moeten, indien nodig, risicobeperkende maatregelen omvatten.

337

Carboxin

CAS-nr.: 5234-68-4

CIPAC-nr.: 273

5,6-dihydro-2-methyl-1,4-oxathiine-3-carboxanilide

≥ 970 g/kg

1 juni 2011

►M296 31 mei 2021

DEEL A

Mag alleen worden toegelaten voor gebruik als fungicide voor zaadbehandeling.

De lidstaten moeten ervoor zorgen dat in de toelatingen wordt bepaald dat zaadcoating alleen in professionele zaadverwerkingsinstallaties mag plaatsvinden en dat deze installaties de beste beschikbare technieken moeten toepassen zodat kan worden uitgesloten dat er tijdens opslag, vervoer en toepassing stofwolken vrijkomen.

DEEL B

Voor de toepassing van de in artikel 29, lid 6, van Verordening (EG) nr. 1107/2009 bedoelde uniforme beginselen moet rekening worden gehouden met de conclusies van het evaluatieverslag over carboxin (en met name met de aanhangsels I en II), dat op 11 maart 2011 door het Permanent Comité voor de voedselketen en de diergezondheid is goedgekeurd.

Bij deze algemene evaluatie moeten de lidstaten bijzondere aandacht besteden aan:

— het risico voor de toedieners;

— de bescherming van het grondwater, wanneer de werkzame stof wordt gebruikt in qua bodemgesteldheid en/of klimatologische omstandigheden kwetsbare gebieden;

— het risico voor vogels en zoogdieren;

De gebruiksvoorwaarden moeten, indien nodig, risicobeperkende maatregelen omvatten.

De betrokken lidstaten moeten verzoeken om overlegging van bevestigende informatie over:

a) de specificatie van het technische materiaal zoals commercieel vervaardigd, met inbegrip van passende analytische gegevens;

b) de relevantie van de verontreinigingen;

c) vergelijking en verificatie van het in de zoogdiertoxiciteits en ecotoxiciteitsdossiers gebruikte testmateriaal met de specificatie van het technische materiaal;

d) analysemethoden voor de monitoring van de metaboliet M6 (7) in bodem, grondwater en oppervlaktewater en voor de monitoring van de metaboliet M9 (8) in grondwater;

e) aanvullende waarden betreffende de tijd die nodig is voor de dissipatie van 50 % in de bodem voor de bodemmetabolieten P/V-54 (9) en P/V-55 (10);

f) het metabolisme in wisselgewassen;

g) het langetermijnrisico voor zaadetende vogels, zaadetende zoogdieren en herbivore zoogdieren;

h) de relevantie voor het grondwater van de bodemmetabolieten P/V-54 (11), P/V-55 (12) en M9 (13) indien carboxin krachtens Verordening (EG) nr. 1272/2008 wordt ingedeeld als „verdacht van het veroorzaken van kanker”.

De betrokken lidstaten moeten ervoor zorgen dat de aanvrager bij de Commissie de onder a), b) en c) vermelde informatie uiterlijk op 30 november 2011, de onder d), e) en f) vermelde informatie uiterlijk op 31 mei 2013 en de onder h) vermelde informatie zes maanden na de kennisgeving van het besluit betreffende de indeling van carboxin indient.

338

Cyproconazool

CAS-nr.: 94361-06-5

CIPAC-nr.: 600

(2RS,3RS;2RS,3SR)-2-(4-chloorfenyl)-3-cyclopropyl-1-(1H-1,2,4-triazool-1-yl)butaan-2-ol

≥ 940 g/kg

1 juni 2011

31 mei 2021

DEEL A

Mag alleen worden toegelaten voor gebruik als fungicide.

DEEL B

Voor de toepassing van de in artikel 29, lid 6, van Verordening (EG) nr. 1107/2009 bedoelde uniforme beginselen moet rekening worden gehouden met de conclusies van het evaluatieverslag over cyproconazool (en met name met de aanhangsels I en II), dat op 11 maart 2011 door het Permanent Comité voor de voedselketen en de diergezondheid is goedgekeurd.

Bij deze algemene evaluatie moeten de lidstaten bijzondere aandacht besteden aan:

— de blootstelling van consumenten via de voeding aan residuen van metabolieten van triazoolderivaten;

— het risico voor in het water levende organismen.

De gebruiksvoorwaarden moeten, indien nodig, risicobeperkende maatregelen omvatten.

De betrokken lidstaten moeten eisen dat bevestigende informatie wordt verstrekt over:

a) de toxicologische relevantie van de onzuiverheden in de technische specificatie;

b) analytische methoden voor de monitoring van cyproconazool in de bodem en in lichaamsvloeistoffen en weefsels;

c) residuen van metabolieten van triazoolderivaten in primaire gewassen, wisselgewassen en producten van dierlijke oorsprong;

d) het langetermijnrisico voor herbivore zoogdieren;

e) het potentiële milieueffect van de preferentiële afbraak en/of omzetting van het mengsel van isomeren.

De betrokken lidstaten moeten ervoor zorgen dat de aanvrager de onder a) bedoelde informatie uiterlijk op 30 november 2011, de onder b), c) en d) bedoelde informatie uiterlijk op 31 mei 2013 en de onder e) bedoelde informatie binnen twee jaar na de vaststelling van specifieke richtsnoeren bij de Commissie indient.

339

Dazomet

CAS-nr.: 533-74-4

CIPAC-nr.: 146

3,5-dimethyl-1,3,5-thiadiazinaan-2-thion

of

tetrahydro-3,5-dimethyl-1,3,5-thiadiazine-2-thion

≥ 950 g/kg

1 juni 2011

►M274 31 mei 2023

DEEL A

Mag alleen worden toegelaten voor gebruik als nematicide, fungicide, herbicide en insecticide. Mag alleen worden toegepast als bodemfumigatiemiddel. Gebruik moet worden beperkt tot één toepassing elke drie jaar.

DEEL B

Voor de toepassing van de in artikel 29, lid 6, van Verordening (EG) nr. 1107/2009 bedoelde uniforme beginselen moet rekening worden gehouden met de conclusies van het evaluatieverslag over dazomet (en met name met de aanhangsels I en II), dat op 11 maart 2011 door het Permanent Comité voor de voedselketen en de diergezondheid is goedgekeurd.

Bij deze algemene evaluatie moeten de lidstaten bijzondere aandacht besteden aan:

— het risico voor toedieners, werknemers en omstanders;

— de bescherming van het grondwater, wanneer de werkzame stof wordt gebruikt in qua bodemgesteldheid en/of klimatologische omstandigheden kwetsbare gebieden;

— het risico voor in het water levende organismen.

De gebruiksvoorwaarden moeten, indien nodig, risicobeperkende maatregelen omvatten.

De betrokken lidstaten moeten verzoeken om overlegging van bevestigende informatie over:

a) de mogelijke verontreiniging van het grondwater met methylisothiocyanaat;

b) de beoordeling van de mogelijkheid tot transport van methylisothiocyanaat over lange afstanden door de lucht en aanverwante milieurisico's,

c) het acute risico voor insectenetende vogels;

d) het langetermijnrisico voor vogels en zoogdieren.

De betrokken lidstaten moeten ervoor zorgen dat de aanvrager de onder a), b), c) en d) vermelde informatie uiterlijk 31 mei 2013 bij de Commissie indient.

340

Metaldehyde

CAS-nr.: 108-62-3 (tetrameer)

9002-91-9 (homopolymeer)

CIPAC-nr.: 62

r-2,c-4,c-6,c-8-tetramethyl-1,3,5,7- tetroxocaan

≥ 985 g/kg

aceetaldehyde max. 1,5 g/kg

1 juni 2011

►M274 31 mei 2023

DEEL A

Mag alleen worden toegelaten voor gebruik als molluscicide.

DEEL B

Voor de toepassing van de in artikel 29, lid 6, van Verordening (EG) nr. 1107/2009 bedoelde uniforme beginselen moet rekening worden gehouden met de conclusies van het evaluatieverslag over metaldehyde (en met name met de aanhangsels I en II), dat op 11 maart 2011 door het Permanent Comité voor de voedselketen en de diergezondheid is goedgekeurd.

Bij deze algemene evaluatie moeten de lidstaten bijzondere aandacht besteden aan:

— het risico voor de toedieners en werknemers;

— de situatie inzake de blootstelling van de consumenten via de voeding met het oog op toekomstige herzieningen van de maximumresidugehalten;

— het acute risico en langetermijnrisico voor vogels en zoogdieren.

De lidstaten moeten erop toezien dat gewasbeschermingsmiddelen die deze werkzame stof bevatten, alleen worden toegelaten als zij een doeltreffend hondenwerend middel bevatten.

De gebruiksvoorwaarden moeten, indien nodig, risicobeperkende maatregelen omvatten.

341

Sintofen

CAS-nr.: 130561-48-7

CIPAC-nr.: 717

1-(4-chloorfenyl)-1,4-dihydro-5-(2-methoxyethoxy)-4-oxocinnoline-3-carbonzuur

≥ 980 g/kg

Verontreinigingen:

2-methoxyethanol, niet meer dan 0,25 g/kg

N,N-dimethylformamide, niet meer dan 1,5 g/kg

1 juni 2011

►M343 31 augustus 2024

DEEL A

De stof mag alleen worden toegestaan voor gebruik als plantengroeiregulator op tarwe voor de productie van hybride zaad, niet bestemd voor menselijke productie.

DEEL B

Voor de toepassing van de in artikel 29, lid 6, van Verordening (EG) nr. 1107/2009 bedoelde uniforme beginselen moet rekening worden gehouden met de conclusies van het evaluatieverslag over sintofen (en met name met de aanhangsels I en II), dat op 11 maart 2011 door het Permanent Comité voor de voedselketen en de diergezondheid is goedgekeurd.

Bij deze algemene evaluatie moeten de lidstaten bijzondere aandacht besteden aan het risico voor de toedieners en werknemers en ervoor zorgen dat de gebruiksvoorwaarden de toepassing van passende risicobeperkende maatregelen omvatten. Zij moeten erop toezien dat met sintofen behandelde tarwe niet in de voedsel- en de voederketen terechtkomt.

De betrokken lidstaten moeten verzoeken om overlegging van bevestigende informatie over:

1) de specificatie van het technische materiaal, zoals commercieel vervaardigd, gestaafd met passende analytische gegevens;

2) de relevantie van de aanwezige verontreinigingen in de technische specificaties, met uitzondering van de verontreinigingen 2- methoxyethanol en N,N-dimethylformamide;

3) de relevantie van het in de toxiciteits- en ecotoxiciteitsdossiers gebruikte testmateriaal met het oog op de specificatie van het technische materiaal;

4) het metabolische profiel van sintofen in wisselgewassen.

De betrokken lidstaten moeten ervoor zorgen dat de aanvrager de informatie, vastgesteld in de punten 1, 2 en 3 uiterlijk op 1 december 2011 en de in punt 4 vastgestelde informatie uiterlijk op 31 mei 2013 bij de Commissie indient.

342

Fenazaquin

CAS-nr.: 120928-09-8

CIPAC-nr.: 693

4-tert-butylfenethyl chinazoline-4-ylether

≥ 975 g/kg

1 juni 2011

►M274 31 mei 2023

►M256 DEEL A

Mag alleen worden toegelaten voor gebruik als acaricide in kassen.

DEEL B

Voor de toepassing van de in artikel 29, lid 6, van Verordening (EG) nr. 1107/2009 bedoelde uniforme beginselen moet rekening worden gehouden met de conclusies van het evaluatieverslag over fenazaquin (en met name met de aanhangsels I en II), dat op 11 maart 2011 door het Permanent Comité voor de voedselketen en de diergezondheid is goedgekeurd, alsook met de conclusies van het addendum bij het evaluatieverslag over fenazaquin (en met name met de aanhangsels I en II), dat op 22 maart 2018 door het Permanent Comité voor planten, dieren, levensmiddelen en diervoeders is goedgekeurd.

Bij deze algemene beoordeling moeten de lidstaten bijzondere aandacht besteden aan:

a) de bescherming van in het water levende organismen;

b) de bescherming van de toedieners, waarbij er ook voor wordt gezorgd dat de gebruiksvoorwaarden de toepassing van geschikte persoonlijke beschermingsmiddelen omvatten;

c) de bescherming van bijen;

d) indien de stof in kassen wordt gebruikt, het risico voor bijen en hommels die voor bestuiving worden vrijgelaten;

e) het risico voor de consument, met name als gevolg van de bij de verwerking geproduceerde residuen;

f) de gebruiksvoorwaarden met het oog op het voorkomen van blootstelling aan residuen van fenazaquin wat gewassen voor menselijke en dierlijke consumptie betreft.

De gebruiksvoorwaarden moeten, indien nodig, risicobeperkende maatregelen omvatten.

343

Azadirachtin

CAS-nr.: 11141-17-6 als azadirachtin A

CIPAC-nr.: 627 als azadirachtin A

azadirachtin A:

dimethyl-(2aR,3S,4S,4aR,5S,7aS,8S, 10R,10aS,10bR)-10-acetoxy-3,5-dihydroxy-4- [(1aR,2S,3aS,6aS,7S,7aS)-6a-hydroxy-7a-methyl-3a,6a,7,7a-tetrahydro-2,7-methanofuro[2,3-b]oxireno[e]oxepine-1a(2H)-yl]-4-methyl-8-{[(2E)-2-methylbut-2-enoyl]oxy}octahydro- 1H-nafto[1,8a-c:4,5-b′c′]difuran-5,10a(8H)-dicarboxylaat

uitgedrukt als azadirachtin A:

≥ 111 g/kg

De som van de aflatoxinen B 1, B 2, G 1, G 2 mag niet meer bedragen dan 300 μg/kg van het azadirachtin A-gehalte.

1 juni 2011

►M343 31 augustus 2024

DEEL A

►M339 Voor de toepassing van de in artikel 29, lid 6, van Verordening (EG) nr. 1107/2009 bedoelde uniforme beginselen moet rekening worden gehouden met de conclusies van het evaluatieverslag over azadirachtin (en met name met de aanhangsels I en II), dat op 11 maart 2011 door het Permanent Comité voor de voedselketen en de diergezondheid is goedgekeurd, alsook met de conclusies van het addendum bij het evaluatieverslag over azadirachtin (en met name met de aanhangsels I en II), dat op 17 juli 2020 door het Permanent Comité voor planten, dieren, levensmiddelen en diervoeders is goedgekeurd.

Bij deze algemene beoordeling moeten de lidstaten bijzondere aandacht besteden aan:

1) de blootstelling van de consument via de voeding, met het oog op toekomstige herzieningen van de maximumresidugehalten;

2) de bescherming van niet tot de doelsoorten behorende geleedpotigen en in het water levende organismen.

De gebruiksvoorwaarden moeten, indien nodig, risicobeperkende maatregelen omvatten.

DEEL B

Voor de toepassing van de in artikel 29, lid 6, van Verordening (EG) nr. 1107/2009 bedoelde uniforme beginselen moet rekening worden gehouden met de conclusies van het evaluatieverslag over azadirachtin (en met name met de aanhangsels I en II), dat op 11 maart 2011 door het Permanent Comité voor de voedselketen en de diergezondheid is goedgekeurd.

Bij deze algemene evaluatie moeten de lidstaten bijzondere aandacht besteden aan:

— de blootstelling van de consument via de voeding, met het oog op toekomstige herzieningen van de maximumresidugehalten;

— de bescherming van niet tot de doelsoorten behorende geleedpotigen en in het water levende organismen. Indien nodig moeten risicobeperkende maatregelen worden toegepast.

De betrokken lidstaten moeten verzoeken om overlegging van bevestigende informatie over:

— de relatie tussen azadirachtin A en de rest van de werkzame bestanddelen in het neemzaadextract ten aanzien van hoeveelheid, biologische activiteit en persistentie ter bevestiging van de lead-active-compoundaanpak ten aanzien van azadirachtin A en ter bevestiging van de specificatie van het technische materiaal, de residudefinitie en de grondwaterrisicobeoordeling.

De betrokken lidstaten moeten ervoor zorgen dat de aanvrager deze informatie uiterlijk 31 december 2013 bij de Commissie indient.

344

Diclofop

CAS-nr.: 40843-25-2 (moederstof)

CAS-nr.: 257-141-8 (diclofop-methyl)

CIPAC-nr.: 358 (moederstof)

CIPAC-nr.: 358201 (diclofop-methyl)

diclofop

(RS)-2-[4-(2,4-dichloorfenoxy)fenoxy] propionzuur

diclofop-methyl

methyl-(RS)-2-[4-(2,4-dichloorfenoxy)fenoxy] propionaat

≥ 980 g/kg (uitgedrukt als diclofop-methyl)

1 juni 2011

►M274 31 mei 2023

DEEL A

Mag alleen worden toegelaten voor gebruik als herbicide.

DEEL B

Voor de toepassing van de in artikel 29, lid 6, van Verordening (EG) nr. 1107/2009 bedoelde uniforme beginselen moet rekening worden gehouden met de conclusies van het evaluatieverslag over diclofop (en met name met de aanhangsels I en II), dat op 11 maart 2011 door het Permanent Comité voor de voedselketen en de diergezondheid is goedgekeurd.

Bij deze algemene evaluatie moeten de lidstaten:

— bijzondere aandacht besteden aan de veiligheid van de toedieners en de werknemers en als voorwaarde voor toelating het gebruik van geschikte persoonlijke beschermingsmiddelen voorschrijven;

— bijzondere aandacht besteden aan het risico voor in het water levende organismen en niet tot de doelsoorten behorende planten en voorschrijven dat risicobeperkende maatregelen worden toegepast.

De betrokken lidstaten moeten verzoeken om overlegging van bevestigende informatie over:

a) een metabolismestudie over granen;

b) een bijwerking van de risicobeoordeling betreffende het mogelijke milieu-efect van de preferentiële afbraak/omzetting van de isomeren.

De betrokken lidstaten moeten ervoor zorgen dat de aanvrager de onder a) vermelde informatie uiterlijk 31 mei 2013 en de onder b) vermelde informatie uiterlijk twee jaar na de goedkeuring van een specifieke leidraad voor de evaluatie van isomeermengsels bij de Commissie indient.

345

Californische pap

CAS-nr.: 1344-81-6

CIPAC-nr.: 17

calciumpolysulfide

≥ 290 g/kg

1 juni 2011

►M343 31 augustus 2024

DEEL A

De stof mag alleen worden toegestaan voor gebruik als fungicide.

DEEL B

Voor de toepassing van de in artikel 29, lid 6, van Verordening (EG) nr. 1107/2009 bedoelde uniforme beginselen moet rekening worden gehouden met de conclusies van het evaluatieverslag over Californische pap dat op 11 maart 2011 door het Permanent Comité voor de voedselketen en de diergezondheid is goedgekeurd, en met name met de aanhangsels I en II.

Bij deze algemene evaluatie moeten de lidstaten bijzondere aandacht besteden aan:

— de veiligheid van degene die de stof toedient en ervoor zorgen dat de voorwaarden voor de toelating in de toepassing van adequate beschermingsmaatregelen voorzien;

— de bescherming van in het water levende organismen en van geleedpotigen die niet tot de doelsoorten behoren, en ervoor zorgen dat de toelatingsvoorwaarden waar nodig ook risicobeperkende maatregelen omvatten.

346

Aluminiumsulfaat

CAS-nr.: 10043-01-3

CIPAC niet beschikbaar

aluminiumsulfaat

970 g/kg

1 juni 2011

►M343 31 augustus 2024

DEEL A

Mag alleen worden toegelaten voor gebruik binnenshuis als bactericide na de oogst voor sierplanten.

DEEL B

Voor de toepassing van de in artikel 29, lid 6, van Verordening (EG) nr. 1107/2009 bedoelde uniforme beginselen moet rekening worden gehouden met de conclusies van het evaluatieverslag over aluminiumsulfaat (en met name met de aanhangsels I en II), dat op 11 maart 2011 door het Permanent Comité voor de voedselketen en de diergezondheid is goedgekeurd.

De betrokken lidstaten moeten verzoeken om overlegging van bevestigende informatie over de specificatie van het technische materiaal, zoals commercieel vervaardigd, in de vorm van passende analytische gegevens.

De betrokken lidstaten moeten ervoor zorgen dat de aanvrager dergelijke informatie bij de Commissie indient uiterlijk op 1 december 2011.

347

Bromadiolon

CAS-nr.: 28772-56-7

CIPAC-nr.: 371

3-[(1RS,3RS;1RS,3SR)- 3-(4′-broombifenyl-4-yl)-3-hydroxy-1-fenylpropyl]-4-hydroxycumarine

≥ 970 g/kg

1 juni 2011

31 mei 2021

DEEL A

Mag alleen worden toegelaten voor gebruik als rodenticide in de vorm van kant-en-klaar aas dat in de gangen van knaagdieren wordt geplaatst.

De nominale concentratie van de werkzame stof in de gewasbeschermingsmiddelen mag niet meer bedragen dan 50 mg/kg.

Er mogen alleen toelatingen worden verleend door toepassingen door professionele gebruikers.

DEEL B

Voor de toepassing van de in artikel 29, lid 6, van Verordening (EG) nr. 1107/2009 bedoelde uniforme beginselen moet rekening worden gehouden met de conclusies van het evaluatieverslag over bromadiolon (en met name met de aanhangsels I en II), dat op 11 maart 2011 door het Permanent Comité voor de voedselketen en de diergezondheid is goedgekeurd.

Bij deze algemene evaluatie moeten de lidstaten:

— bijzondere aandacht besteden aan het risico voor professionele toedieners en ervoor zorgen dat de gebruiksvoorwaarden het gebruik van geschikte persoonlijke beschermingsmiddelen voorschrijven;

— bijzondere aandacht besteden aan het risico van primaire en doorvergiftiging voor vogels en niet tot de doelsoorten behorende zoogdieren.

De toelatingsvoorwaarden moeten, indien nodig, risicobeperkende maatregelen omvatten.

De betrokken lidstaten moeten verzoeken om overlegging van bevestigende informatie over:

a) de specificatie van het technische materiaal, zoals commercieel vervaardigd, in de vorm van passende analytische gegevens;

b) de relevantie van de verontreinigingen;

c) de bepaling van bromadiolon in water met een bepaalbaarheidsgrens van 0,01 μg/l;

d) de doeltreffendheid van de voorgestelde beperkende maatregelen ter vermindering van het risico voor vogels en niet tot de doelsoorten behorende zoogdieren;

e) de grondwaterblootstellingsbeoordeling ten aanzien van metabolieten.

De betrokken lidstaten moeten ervoor zorgen dat de aanvrager de onder a), b) en c) vermelde informatie uiterlijk op 30 november 2011 en de onder d) en e) vermelde informatie uiterlijk op 31 mei 2013 bij de Commissie indient.

348

Paclobutrazool

CAS-nr.: 76738-62-0

CIPAC-nr.: 445

(2RS,3RS)-1-(4-chloorfenyl)-4,4-dimethyl-2-(1H-1,2,4-triazool-1-yl)pentaan-3-ol

≥ 930 g/kg

1 juni 2011

►M274 31 mei 2023

DEEL A

Mag alleen worden toegelaten voor gebruik als plantengroeiregulator.

DEEL B

Voor de toepassing van de in artikel 29, lid 6, van Verordening (EG) nr. 1107/2009 bedoelde uniforme beginselen moet rekening worden gehouden met de conclusies van het evaluatieverslag over paclobutrazool (en met name met de aanhangsels I en II), dat op 11 maart 2011 door het Permanent Comité voor de voedselketen en de diergezondheid is goedgekeurd.

Bij deze algemene evaluatie moeten de lidstaten bijzondere aandacht besteden aan het risico voor waterplanten en ervoor zorgen dat de gebruiksvoorwaarden zo nodig risicobeperkende maatregelen omvatten.

De betrokken lidstaten moeten verzoeken om overlegging van bevestigende informatie over:

1) de specificatie van het technische materiaal zoals commercieel vervaardigd;

2) de analysemethoden in bodem en water voor de metaboliet NOA457654;

3) de residuen van metabolieten van triazoolderivaten (TDM's) in primaire gewassen, wisselgewassen en producten van dierlijke oorsprong;

4) de potentiële hormoonontregelende eigenschappen van paclobutrazool;

5) de mogelijke schadelijke effecten van afbraakproducten van de verschillende optische structuren van paclobutrazool en zijn metaboliet CGA 149907 op de milieucompartimenten bodem, water en lucht.

De betrokken lidstaten moeten ervoor zorgen dat de aanvrager de informatie in de punten 1) en 2) uiterlijk 30 november 2011, de informatie in punt 3 uiterlijk 31 mei 2013, de informatie in punt 4 binnen twee jaar na de goedkeuring van de OESO-testrichtsnoeren inzake hormoonontregeling en de informatie in punt 5 binnen twee jaar na de goedkeuring van een specifieke leidraad bij de Commissie indient.

349

Pencycuron

CAS-nr.: 66063-05-6

CIPAC-nr.: 402

1-(4-chloorbenzyl)-1-cyclopentyl-3-fenylureum

≥ 980 g/kg

1 juni 2011

►M342 31 mei 2021

DEEL A

De stof mag alleen worden toegestaan voor gebruik als fungicide.

DEEL B

Voor de toepassing van de in artikel 29, lid 6, van Verordening (EG) nr. 1107/2009 bedoelde uniforme beginselen moet rekening worden gehouden met de conclusies van het evaluatieverslag over pencycuron (en met name met de aanhangsels I en II), dat op 11 maart 2011 door het Permanent Comité voor de voedselketen en de diergezondheid is goedgekeurd.

Bij deze algemene evaluatie moeten de lidstaten bijzondere aandacht besteden aan de bescherming van grote allesetende zoogdieren.

De gebruiksvoorwaarden moeten, indien nodig, risicobeperkende maatregelen omvatten.

De betrokken lidstaten moeten verzoeken om overlegging van bevestigende informatie over:

1. de lotgevallen en het gedrag in de bodem van de chloorfenyl- en cyclopentylaandelen van pencycuron;

2. de lotgevallen en het gedrag in natuurlijk oppervlaktewater en sedimentsystemen van de chloorfenyl- en fenylaandelen van pencycuron;

3. het langetermijnrisico voor grote allesetende zoogdieren.

De betrokken lidstaten moeten ervoor zorgen dat de aanvrager de in de punten 1), 2) en 3) vermelde informatie uiterlijk 31 mei 2013 bij de Commissie indient.

350

Tebufenozide

CAS-nr.: 112410-23-8

CIPAC-nr.: 724

N-tert-butyl-N′-(4-ethylbenzoyl)-3,5-dimethylbenzohydrazide

≥ 970 g/kg

Relevante verontreiniging

tert-butylhydrazine < 0,001 g/kg

1 juni 2011

►M343 31 augustus 2024

DEEL A

Mag alleen worden toegelaten voor gebruik als insecticide.

DEEL B

Voor de toepassing van de in artikel 29, lid 6, van Verordening (EG) nr. 1107/2009 bedoelde uniforme beginselen moet rekening worden gehouden met de conclusies van het evaluatieverslag over tebufenozide (en met name met de aanhangsels I en II), dat op 11 maart 2011 door het Permanent Comité voor de voedselketen en de diergezondheid is goedgekeurd.

Bij deze algemene evaluatie moeten de lidstaten:

— bijzondere aandacht besteden aan de veiligheid van de toedieners en de werknemers na terugkeer in de kassen en ervoor zorgen dat de toelatingsvoorwaarden geschikte beschermingsmiddelen voorschrijven;

— bijzondere aandacht besteden aan de bescherming van het grondwater, wanneer de werkzame stof wordt toegepast in gebieden met kwetsbare bodem- en/of klimatologische omstandigheden;

— bijzondere aandacht besteden aan de bescherming van in het water levende organismen en ervoor zorgen dat de gebruiksvoorwaarden passende risicobeperkende maatregelen voorschrijven;

— bijzondere aandacht besteden aan het risico voor niet tot de doelsoorten behorende Lepidoptera-insecten.

De toelatingsvoorwaarden moeten, indien nodig, risicobeperkende maatregelen omvatten.

De betrokken lidstaten moeten om overlegging verzoeken van bevestigende informatie over:

1) de relevantie van de metabolieten RH-6595, RH-2651, M2;

2) de afbraak van tebufenozide in anaerobe bodems en bodems met alkaline pH.

De betrokken lidstaten moeten ervoor zorgen dat de aanvrager de in de punten 1) en 2) vermelde informatie uiterlijk 31 mei 2013 bij de Commissie indient.

351

Dithianon

CAS-nr.: 3347-22-6

CIPAC-nr.: 153

5,10-dihydro-5,10-dioxonafto[2,3-b]-1,4-dithiine-2,3-dicarbonitril

≥ 930 g/kg

1 juni 2011

►M343 31 augustus 2024

DEEL A

De stof mag alleen worden toegestaan voor gebruik als fungicide.

DEEL B

Voor de toepassing van de in artikel 29, lid 6, van Verordening (EG) nr. 1107/2009 bedoelde uniforme beginselen moet rekening worden gehouden met de conclusies van het evaluatieverslag over dithianon (en met name met de aanhangsels I en II), dat op 11 maart 2011 door het Permanent Comité voor de voedselketen en de diergezondheid is goedgekeurd.

Bij deze algemene evaluatie moeten de lidstaten:

— bijzondere aandacht besteden aan de bescherming van in het water levende organismen; de gebruiksvoorwaarden moeten, indien nodig, risicobeperkende maatregelen omvatten;

— bijzondere aandacht besteden aan de veiligheid van de toedieners; de gebruiksvoorwaarden moeten zo nodig het gebruik van geschikte persoonlijke beschermingsmiddelen omvatten;

— bijzondere aandacht besteden aan de langetermijnrisico’s voor vogels; de gebruiksvoorwaarden moeten, indien nodig, risicobeperkende maatregelen omvatten.

De betrokken lidstaten moeten verzoeken om overlegging van bevestigende informatie over:

— de stabiliteit bij opslag en de aard van de residuen in verwerkte producten;

— de beoordeling van de blootstelling van oppervlakte- en grondwater voor ftaalzuur;

— de risicobeoordeling voor in het water levende organismen ten aanzien van ftaalzuur, ftaalaldehyde en 1,2-benzeendimethanol.

De betrokken lidstaten zorgen ervoor dat de aanvrager deze informatie uiterlijk 31 mei 2013 bij de Commissie indient.

352

Hexythiazox

CAS-nr.: 78587-05-0

CIPAC-nr.: 439

(4RS,5RS)-5-(4-chloorfenyl)-N-cyclohexyl-4-methyl-2-oxo-1,3-thiazolidine-3-carboxamide

≥ 976 g/kg

(1:1-mengsel van (4R,5R) en (4S,5S))

1 juni 2011

►M343 31 augustus 2024

DEEL A

Mag alleen worden toegelaten voor gebruik als acaricide.

DEEL B

Voor de toepassing van de in artikel 29, lid 6, van Verordening (EG) nr. 1107/2009 bedoelde uniforme beginselen moet rekening worden gehouden met de conclusies van het evaluatieverslag over hexythiazox (en met name met de aanhangsels I en II), dat op 11 maart 2011 door het Permanent Comité voor de voedselketen en de diergezondheid is goedgekeurd.

Bij deze algemene evaluatie moeten de lidstaten bijzondere aandacht besteden aan:

— de bescherming van in het water levende organismen. De gebruiksvoorwaarden moeten, indien nodig, risicobeperkende maatregelen omvatten;

— de veiligheid van de toedieners en de werknemers. De toelatingsvoorwaarden moeten, indien nodig, beschermingsmaatregelen omvatten.

De betrokken lidstaten moeten verzoeken om overlegging van bevestigende informatie over:

a) de toxicologische relevantie van de metaboliet PT-1-3 (14);

b) het potentiële voorkomen van de metaboliet PT-1-3 in verwerkte producten;

c) de potentiële schadelijke effecten van hexythiazox op bijenbroed;

d) het mogelijke effect van de preferentiële afbraak en/of omzetting van het mengsel van isomeren op de beoordeling van de risico’s voor de werknemers, de beoordeling van de risico’s voor de consumenten en het milieu.

De betrokken lidstaten moeten ervoor zorgen dat de aanvrager de informatie, vastgesteld onder a), b) en c), uiterlijk op 31 mei 2013 en de informatie, vastgesteld onder d), twee jaar na de goedkeuring van specifieke richtsnoeren bij de Commissie indient.

353

Flutriafol

CAS-nr.: 76674-21-0

CIPAC-nr.: 436

(RS)-2,4′-difluor-α-(1H-1,2,4- triazool-1-ylmethyl)benzhydrylalcohol

≥ 920 g/kg

(racemaat)

Relevante verontreinigingen:

dimethylsulfaat: maximumgehalte: 0,1 g/kg

dimethylformamide: maximumgehalte: 1 g/kg

methanol: maximumgehalte: 1 g/kg

1 juni 2011

►M343 31 augustus 2024

DEEL A

De stof mag alleen worden toegestaan voor gebruik als fungicide.

DEEL B

Voor de toepassing van de in artikel 29, lid 6, van Verordening (EG) nr. 1107/2009 bedoelde uniforme beginselen moet rekening worden gehouden met de conclusies van het evaluatieverslag over flutriafol (en met name met de aanhangsels I en II), dat op 11 maart 2011 door het Permanent Comité voor de voedselketen en de diergezondheid is goedgekeurd.

Bij deze algemene evaluatie moeten de lidstaten:

— bijzondere aandacht besteden aan de bescherming van de veiligheid van de werknemers en ervoor zorgen dat de gebruiksvoorwaarden het gebruik van geschikte persoonlijke beschermingsmiddelen voorschrijven;

— bijzondere aandacht besteden aan de bescherming van het grondwater, wanneer de werkzame stof wordt toegepast in qua bodemgesteldheid en/of klimaat kwetsbare gebieden;

— bijzondere aandacht besteden aan het langetermijnrisico voor insectenetende vogels.

De toelatingsvoorwaarden moeten, indien nodig, risicobeperkende maatregelen omvatten.

De betrokken lidstaten moeten ervoor zorgen dat de aanvrager bevestigende informatie bij de Commissie indient met betrekking tot:

a. de relevantie van de aanwezige verontreinigingen in de technische specificaties;

b. de residuen van metabolieten van triazoolderivaten (TDM’s) in primaire gewassen, wisselgewassen en producten van dierlijke oorsprong;

c. het langetermijnrisico voor insectenetende vogels.

De betrokken lidstaten moeten ervoor zorgen dat de aanvrager de informatie, vastgesteld onder a), uiterlijk op 1 december 2011 en de onder b) en c) vastgestelde informatie uiterlijk op 31 mei 2013 bij de Commissie indient.

▼C1

354

Flurochloridone

CAS-nr. 61213-25-0

CIPAC-nr. 430

(3RS,4RS;3RS,4SR)-3-chloor-4-chloormethyl-1-(α,α,α-trifluor-m-tolyl)-2-pyrrolidone

≥ 940 g/kg

Relevante onzuiverheden:

Tolueen: max. 8 g/kg

1 juni 2011

31 mei 2021

DEEL A

De stof mag alleen worden toegelaten voor gebruik als herbicide.

DEEL B

Voor de toepassing van de in artikel 29, lid 6, van Verordening (EG) nr. 1107/2009 bedoelde uniforme beginselen moet rekening worden gehouden met de conclusies van het evaluatieverslag over flurochloridone (met name de aanhangsels I en II), dat op 4 februari 2011 door het Permanent Comité voor de voedselketen en de diergezondheid is afgerond.

Bij deze algemene beoordeling moeten de lidstaten bijzondere aandacht besteden aan:

1. het risico voor niet tot de doelsoorten behorende planten en in het water levende organismen;

2. de bescherming van het grondwater, wanneer de werkzame stof wordt gebruikt in qua bodemgesteldheid en/of klimatologische omstandigheden kwetsbare gebieden.

De toelatingsvoorwaarden moeten zo nodig risicobeperkende maatregelen omvatten.

De betrokken lidstaten moeten ervoor zorgen dat de aanvrager verdere bevestigende informatie bij de Commissie indient met betrekking tot:

1. de relevantie van andere onzuiverheden dan tolueen;

2. de conformiteit van het ecotoxicologisch testmateriaal met de technische specificaties;

3. de relevantie van de grondwatermetaboliet R42819 (15);

4. de potentiële hormoonontregelende eigenschappen van flurochloridone.

De betrokken lidstaten moeten ervoor zorgen dat de aanvrager bij de Commissie de in de punten 1 en 2 vastgestelde informatie uiterlijk op 1 december 2011, de in punt 3 vastgestelde informatie uiterlijk op 31 mei 2013 en de in punt 4 vastgestelde informatie binnen twee jaar na de vaststelling van de OESO-testrichtsnoeren inzake hormoonontregeling indient.

(1)

De evaluatieverslagen bevatten nadere gegevens over de identiteit en de specificatie van de werkzame stoffen.

(2)

Opgeschort bij beschikking van het Gerecht van 19 juli 2007 in zaak T-31/07 R, Du Pont de Nemours (France) SAS e.a./Commissie, Jurisprudentie 2007 bladzijde II-2767.

(3)

PB L 353 van 31.12.2008, blz. 1.

(4)

2-ethyl-7-nitro-1-propyl-1H- benzimidazool-5-sulfonamide.

(5)

2-ethyl-7-nitro- 1H-benzimidazool-5-sulfonamide.

(6)

de-ethyl-bupirimaat.

(7)

2-{[anilino(oxo)acetyl]sulfanyl}ethylacetaat.

(8)

(2RS)-2-hydroxy-2-methyl-N-fenyl-1,4-oxathiaan-3-carboxamide-4-oxide.

(9)

2-methyl-5,6-dihydro-1,4-oxathiine-3-carboxamide 4-oxide.

(10)

2-methyl-5,6-dihydro-1,4-oxathiine-3-carboxamide 4,4-dioxide.

(11)

2-methyl-5,6-dihydro-1,4-oxathiine-3-carboxamide 4-oxide.

(12)

2-methyl-5,6-dihydro-1,4-oxathiine-3-carboxamide 4,4-dioxide.

(13)

(2RS)-2-hydroxy-2-methyl-N-fenyl-1,4-oxathiaan-3-carboxamide 4-oxide.

(14)

(4S,5S)-5-(4-chloorfenyl)-4-methyl-1,3-thiazolidine-2-on en (4R,5R)-5-(4-chloorfenyl)-4-methyl-1,3-thiazolidine-2-on.

►C1(15)

R42819: (4RS)-4-(chloormethyl)-1-[3-(trifluormethyl)fenyl]pyrrolidine-2-on.

►M23(16)

1-[2-[2-chloor-4-(4-chloor-fenoxy)-fenyl]-2-1H-[1,2,4]triazol-yl]-ethanol.

►M31(17)

PB L 300 van 14.11.2009, blz. 1.

(18)

PB L 54 van 26.2.2011, blz. 1.

►M202(19)

Verordening (EG) nr. 396/2005 van het Europees Parlement en de Raad van 23 februari 2005 tot vaststelling van maximumgehalten aan bestrijdingsmiddelenresiduen in of op levensmiddelen en diervoeders van plantaardige en dierlijke oorsprong en houdende wijziging van Richtlijn 91/414/EEG van de Raad (PB L 70 van 16.3.2005, blz. 1).

(20)

Verordening (EG) nr. 852/2004 van het Europees Parlement en de Raad van 29 april 2004 inzake levensmiddelenhygiëne (PB L 139 van 30.4.2004, blz. 1).

▼M1

DEEL B

Uit hoofde van Verordening (EG) nr. 1107/2009 goedgekeurde werkzame stoffen

Voor alle in dit deel vermelde stoffen geldende algemene bepalingen:

Voor de toepassing voor elke stof van de in artikel 29, lid 6, van Verordening (EG) nr. 1107/2009 bedoelde uniforme beginselen moet rekening worden gehouden met de conclusies van het evaluatieverslag over de betrokken stof, en met name met de aanhangsels I en II daarvan.
De lidstaten houden alle evaluatieverslagen (met uitzondering van de vertrouwelijke informatie als bedoeld in artikel 63 van Verordening (EG) nr. 1107/2009) voor raadpleging ter beschikking van alle belangstellende partijen of voor partijen die daarom verzoeken.



Nummer

Benaming, identificatienummers

IUPAC-benaming

Zuiverheid (1)

Datum van goedkeuring

Geldigheidsduur

Specifieke bepalingen

▼M9

1

Bispyribac

CAS-nr.

125401-75-4

CIPAC-nr.

748

2,6-bis(4,6-dimethoxypyrimidine-2-yloxy)benzoëzuur

≥ 930 g/kg (als bispyribac-natrium)

1 augustus 2011

►M286 31 juli 2023

DEEL A

De stof mag alleen worden toegelaten voor gebruik als herbicide in rijst.

DEEL B

Voor de toepassing van de in artikel 29, lid 6, van Verordening (EG) nr. 1107/2009 bedoelde uniforme beginselen moet rekening worden gehouden met de conclusies van het evaluatieverslag over bispyribac (met name de aanhangsels I en II), dat op 17 juni 2011 door het Permanent Comité voor de voedselketen en de diergezondheid is afgerond.

Bij deze algemene beoordeling moeten de lidstaten bijzondere aandacht besteden aan de bescherming van het grondwater, wanneer de werkzame stof wordt toegepast in regio’s met kwetsbare bodem- en/of klimaatomstandigheden.

De toelatingsvoorwaarden moeten indien nodig risicobeperkende maatregelen omvatten.

De betrokken lidstaten moeten verzoeken om indiening van nadere informatie wat betreft de mogelijke verontreiniging van het grondwater door de metabolieten M03 (2), M04 (3) en M10 (4).

Zij moeten ervoor zorgen dat de aanvrager deze informatie uiterlijk op 31 juli 2013 aan de Commissie verstrekt.

▼M7

2

Profoxydim

CAS-nr. 139001-49-3

CIPAC-nr. 621

2-[(1 E/Z)-[(2 R S)-2-(4-chloorfenoxy)propoxyimino] butyl]-3-hydroxy-5-[(3 R S; 3 S R)-tetrahydro-2 H-thiopyran-3-yl] cyclohex-2-enon

≥ 940 g/kg

1 augustus 2011

31 juli 2021

DEEL A

De stof mag alleen worden toegelaten voor gebruik als herbicide.

DEEL B

Voor de toepassing van de in artikel 29, lid 6, van Verordening (EG) nr. 1107/2009 bedoelde uniforme beginselen moet rekening worden gehouden met de conclusies van het evaluatieverslag over profoxydim (met name de aanhangsels I en II), dat op 17 juni 2011 door het Permanent Comité voor de voedselketen en de diergezondheid is afgerond.

Bij deze algemene beoordeling moeten de lidstaten bijzondere aandacht besteden aan:

— de bescherming van het grondwater, wanneer de werkzame stof wordt toegepast in regio's met kwetsbare bodem- en/of klimaatomstandigheden;

— het langetermijnrisico voor niet tot de doelsoorten behorende organismen.

De toelatingsvoorwaarden moeten indien nodig risicobeperkende maatregelen omvatten.

▼M5

3

Azimsulfuron

CAS-nr. 120162-55-2

CIPAC-nr. 584

1-(4,6-dimethoxypyrimidine-2-yl)-3-[1-methyl-4-(2-methyl-2H-tetrazool-5-yl)-pyrazool-5-ylsulfonyl]ureum

≥ 980 g/kg

Maximumgehalte van de onzuiverheid fenol 2 g/kg

1 januari 2012

31 december 2021

DEEL A

De stof mag alleen worden toegelaten voor gebruik als herbicide.

Toepassingen vanuit de lucht kunnen niet worden toegestaan.

DEEL B

Voor de toepassing van de in artikel 29, lid 6, van Verordening (EG) nr. 1107/2009 bedoelde uniforme beginselen moet rekening worden gehouden met de conclusies van het evaluatieverslag over azimsulfuron (met name de aanhangsels I en II), dat op 17 juni 2011 door het Permanent Comité voor de voedselketen en de diergezondheid is afgerond.

Bij deze algemene beoordeling moeten de lidstaten bijzondere aandacht besteden aan:

1. de bescherming van niet tot de doelsoorten behorende planten;

2. de mogelijkheid van de verontreiniging van het grondwater, wanneer de werkzame stof wordt toegepast in kwetsbare scenario's en/of klimaatomstandigheden;

3. de bescherming van in het water levende organismen.

De lidstaten moeten ervoor zorgen dat de toelatingsvoorwaarden zo nodig risicobeperkingsmaatregelen omvatten (bv. bufferzones, in de rijstteelt minimale wachttijden voor het lozen van het water).

De kennisgever moet bevestigende informatie verstrekken over:

a) de risicobeoordeling voor in het water levende organismen;

b) de identificatie van de afbraakproducten bij fotolyse van de stof in water.

De kennisgever moet deze informatie uiterlijk op 31 december 2013 bij de lidstaten, de Commissie en de EFSA indienen.

▼M4

4

Azoxystrobin

CAS-nr. 131860-33-8

CIPAC-nr. 571

methyl-(E)-2-{2-[6-(2-cyaanfenoxy)pyrimidine-4-yloxy]fenyl}-3-methoxyacrylaat

≥ 930 g/kg

Maximumgehalte tolueen 2 g/kg

Maximumgehalte Z-isomeer 25 g/kg

1 januari 2012

►M295 31 december 2024

DEEL A

De stof mag alleen worden toegelaten voor gebruik als fungicide.

DEEL B

Voor de toepassing van de in artikel 29, lid 6, van Verordening (EG) nr. 1107/2009 bedoelde uniforme beginselen moet rekening worden gehouden met de conclusies van het evaluatieverslag over azoxystrobin (met name de aanhangsels I en II), dat op 17 juni 2011 door het Permanent Comité voor de voedselketen en de diergezondheid is afgerond.

Bij deze algemene beoordeling moeten de lidstaten bijzondere aandacht besteden aan:

1. het feit dat de specificatie van het technische materiaal, zoals commercieel vervaardigd, bevestigd en met passende analytische gegevens onderbouwd moet worden. Het in de toxiciteitsdossiers gebruikte testmateriaal moet worden vergeleken met deze specificatie van het technische materiaal en aan de hand daarvan worden gecontroleerd;

2. de mogelijkheid van de verontreiniging van het grondwater, wanneer de werkzame stof wordt toegepast in regio's met kwetsbare bodem- en of klimaatomstandigheden;

3. de bescherming van in het water levende organismen.

De lidstaten moeten ervoor zorgen dat de toelatingsvoorwaarden zo nodig risicobeperkende maatregelen omvatten.

De betrokken lidstaten verzoeken om indiening van bevestigende informatie wat betreft de risicobeoordeling voor het grondwater en in het water levende organismen.

De kennisgever moet deze informatie uiterlijk op 31 december 2013 bij de lidstaten, de Commissie en de EFSA indienen.

▼M6

5

Imazalil

CAS-nr.: 35554-44-0

73790-28-0 (vervangen)

CIPAC-nr.: 335

(RS)-1-(β-allyloxy-2,4-dichloorfenylethyl) imidazool

of

allyl-(RS)-1-(2,4-dichloorfenyl)-2-imidazool-1-ylethylether

≥ 950 g/kg

1 januari 2012

►M295 31 december 2024

DEEL A

De stof mag alleen worden toegelaten voor gebruik als fungicide.

DEEL B

Voor de toepassing van de in artikel 29, lid 6, van Verordening (EG) nr. 1107/2009 bedoelde uniforme beginselen moet rekening worden gehouden met de conclusies van het evaluatieverslag over imazalil (met name de aanhangsels I en II), dat op 17 juni 2011 door het Permanent Comité voor de voedselketen en de diergezondheid is afgerond.

Bij deze algemene beoordeling moeten de lidstaten:

1. bijzondere aandacht besteden aan het feit dat de specificatie van het technische materiaal zoals commercieel vervaardigd moet worden bevestigd en met passende analytische gegevens worden onderbouwd. Het in de toxiciteitsdossiers gebruikte testmateriaal moet worden vergeleken met deze specificatie van het technische materiaal en aan de hand daarvan worden gecontroleerd;

2. bijzondere aandacht besteden aan de situatie inzake de acute blootstelling van de consumenten via de voeding met het oog op toekomstige herzieningen van de maximumresidugehalten;

3. bijzondere aandacht besteden aan de veiligheid van de toedieners en werknemers. De toegelaten gebruiksvoorwaarden moeten de toepassing van geschikte persoonlijke beschermingsmiddelen en risicobeperkende maatregelen ter vermindering van de blootstelling voorschrijven;

4. zorgen voor passende afvalbeheerspraktijken voor de behandeling van de afvaloplossing die na de toepassing overblijft, zoals het reinigingswater van het besproeiingssysteem en de verwijdering van het verwerkingsafval. Preventie van accidentele verliezen van de behandelingsoplossing. De lidstaten die toestaan dat het afvalwater in de riolering wordt geloosd, zorgen ervoor dat een plaatselijke risicobeoordeling wordt uitgevoerd;

5. bijzondere aandacht besteden aan het risico voor in het water levende organismen en bodemmicro-organismen en risico op de lange termijn voor zaadetende vogels en zoogdieren.

De toelatingsvoorwaarden moeten, indien nodig, risicobeperkende maatregelen omvatten.

De kennisgever moet bevestigende informatie indienen wat betreft:

a) het afbraaktraject van imazalil in bodem- en oppervlaktewatersystemen;

b) milieugegevens ter ondersteuning van de beheersmaatregelen die de lidstaten hebben genomen om ervoor te zorgen dat de blootstelling van het grondwater verwaarloosbaar is;

c) een hydrolysestudie naar de aard van de residuen in verwerkte producten.

De kennisgever moet uiterlijk op 31 december 2013 dergelijke informatie indienen bij de lidstaten, de Commissie en de EFSA.

▼M3

6

Prohexadion

CAS-nr. 127277-53-6 (prohexadion-calcium)

CIPAC-nr. 567 (prohexadion)

Nr. 567 020 (prohexadion-calcium)

3,5-dioxo-4-propionylcyclo-hexaancarbonzuur

≥ 890 g/kg

(uitgedrukt als prohexadion-calcium)

1 januari 2012

►M295 31 december 2022

DEEL A

De stof mag alleen worden toegelaten voor gebruik als plantengroeiregulator.

DEEL B

Voor de toepassing van de in artikel 29, lid 6, van Verordening (EG) nr. 1107/2009 bedoelde uniforme beginselen moet rekening worden gehouden met de conclusies van het evaluatieverslag over prohexadion (met name de aanhangsels I en II), dat op 17 juni 2011 door het Permanent Comité voor de voedselketen en de diergezondheid is afgerond.

▼M13

7

Spiroxamine

CAS-nr. 1181134-30-8

CIPAC-nr. 572

8-tert-butyl-1,4-dioxaspiro[4,5]decaan-2-ylmethyl(ethyl)(propyl)amine (ISO)

≥ 940 g/kg

(diastereomeren A en B gecombineerd)

1 januari 2012

►M295 31 december 2023

DEEL A

De stof mag alleen worden toegelaten voor gebruik als fungicide.

DEEL B

Voor de toepassing van de in artikel 29, lid 6, van Verordening (EG) nr. 1107/2009 bedoelde uniforme beginselen moet rekening worden gehouden met de conclusies van het evaluatieverslag over spiroxamine (met name de aanhangsels I en II), dat op 17 juni 2011 door het Permanent Comité voor de voedselketen en de diergezondheid is afgerond.

Bij deze algemene beoordeling moeten de lidstaten bijzondere aandacht besteden aan:

1. het risico voor toedieners en werknemers en ervoor zorgen dat de gebruiksvoorwaarden de toepassing van geschikte persoonlijke beschermingsmiddelen omvatten;

2. de bescherming van het grondwater, wanneer de werkzame stof wordt toegepast in regio's met kwetsbare bodem- en/of klimaatomstandigheden;

3. het risico voor in het water levende organismen.

De toelatingsvoorwaarden moeten zo nodig risicobeperkende maatregelen omvatten.

De kennisgever moet bevestigende informatie verstrekken over:

a) het mogelijke effect op de werknemer, de consument en de milieurisicobeoordeling van de mogelijke stereoselectieve afbraak van elke isomeer in planten, dieren en het milieu;

b) de toxiciteit van de in fruitgewassen gevormde plantmetabolieten en de mogelijke hydrolyse van uit fruitgewassen afkomstige residuen in verwerkte producten;

c) de grondwaterblootstellingsbeoordeling voor metaboliet M03 (7);

d) het risico voor in het water levende organismen.

De kennisgever moet aan de lidstaten, de Commissie en de EFSA uiterlijk twee jaar na de goedkeuring van specifieke richtsnoeren de onder a) vermelde informatie en uiterlijk op 31 december 2013 de onder b), c) en d) vermelde informatie verstrekken.

▼M18

8

Kresoxym-methyl

CAS-nr. 143 390-89-0

CIPAC-nr. 568

methyl- (E)-methoxyimino[a-(o-tolyloxy)-o-tolyl]acetaat

≥ 910 g/kg

Methanol: maximaal 5 g/kg

Methylchloride: maximaal 1 g/kg

Tolueen: maximaal 1 g/kg

1 januari 2012

►M295 31 december 2024

DEEL A

De stof mag alleen worden toegelaten voor gebruik als fungicide.

DEEL B

Voor de toepassing van de in artikel 29, lid 6, van Verordening (EG) nr. 1107/2009 bedoelde uniforme beginselen moet rekening worden gehouden met de conclusies van het evaluatieverslag over kresoxim-methyl (met name de aanhangsels I en II), dat op 17 juni 2011 door het Permanent Comité voor de voedselketen en de diergezondheid is afgerond.

De lidstaten moeten bijzondere aandacht besteden aan de bescherming van het grondwater onder kwetsbare omstandigheden en de toelatingsvoorwaarden moeten zo nodig risicobeperkende maatregelen omvatten.

De aanvrager moet bevestigende informatie verstrekken over:

de beoordeling van het grondwaterblootstellingsrisco en met name:

— over de lysimeterstudie ter staving van de verklaring dat de twee waargenomen niet-geïdentificeerde pieken niet overeenkomen met metabolieten die elk afzonderlijk de drempelwaarde van 0,1 μg/l overschrijden;

— over de terugvinding van metaboliet BF 490-5 ter bevestiging van de afwezigheid daarvan in het lysimeterpercolaat op niveaus van meer dan 0,1 μg/l;

— over de beoordeling van het grondwaterblootstellingsrisico voor de late toepassing op appelen/peren en druiven.

De aanvrager moet deze informatie uiterlijk op 31 december 2013 bij de lidstaten, de Commissie en de EFSA indienen.

▼M8

9

Fluroxypyr

CAS-nr. 69377-81-7

CIPAC-nr. 431

4-amino-3,5-dichloor-6-fluor-2-pyridyloxyazijnzuur

►M225 ≥ 950 g/kg (fluroxypyr-meptyl)

De volgende bij de vervaardiging gevormde onzuiverheid is uit toxicologisch oogpunt van belang en mag niet meer bedragen dan de volgende hoeveelheid in het technische materiaal:

N-methyl-2-pyrrolidon (NMP): < 3 g/kg

1 januari 2012

►M295 31 december 2024

►M225 DEEL A

De stof mag alleen worden toegelaten voor gebruik als herbicide.

DEEL B

Voor de toepassing van de in artikel 29, lid 6, van Verordening (EG) nr. 1107/2009 bedoelde uniforme beginselen moet rekening worden gehouden met de conclusies van het evaluatieverslag over fluroxypyr (met name de aanhangsels I en II) dat op 23 maart 2017 door het Permanent Comité voor planten, dieren, levensmiddelen en diervoeders is afgerond.

Bij de algemene beoordeling moeten de lidstaten bijzondere aandacht besteden aan:

— de potentiële verontreiniging van het grondwater met de metaboliet fluroxypyrpyridinol, wanneer de werkzame stof wordt toegepast in regio's met alkalische of kwetsbare bodem of met kwetsbare klimaatomstandigheden;

— het risico voor in het water levende organismen.

De toelatingsvoorwaarden moeten zo nodig risicobeperkende maatregelen omvatten.

▼M15

10

Tefluthrin

CAS-nr.: 79538-32-2

CIPAC-nr.: 451

2,3,5,6-tetrafluor-4-methylbenzyl-(1RS, 3RS)-3-[(Z)-2-chloor-3,3,3-trifluorprop-1-enyl]-2,2-dimethylcyclopropaancarboxylaat

Tefluthrin is een 1:1-mengsel van de Z-(1R,3R)- en Z-(1S,3S)-enantiomeren.

≥ 920 g/kg

Hexachloorbenzeen: niet meer dan 1 mg/kg

1 januari 2012

►M295 31 december 2024

DEEL A

De stof mag alleen worden toegelaten voor gebruik als insecticide.

De zaadcoating mag alleen plaatsvinden in professionele zaadverwerkingsinstallaties. Deze installaties moeten de beste beschikbare technieken toepassen om het vrijkomen van stofwolken tijdens de opslag, het vervoer en de toepassing uit te sluiten.

DEEL B

Voor de toepassing van de in artikel 29, lid 6, van Verordening (EG) nr. 1107/2009 bedoelde uniforme beginselen moet rekening worden gehouden met de conclusies van het evaluatieverslag over tefluthrin (met name de aanhangsels I en II), dat op 17 juni 2011 door het Permanent Comité voor de voedselketen en de diergezondheid is afgerond.

Bij deze algemene beoordeling moeten de lidstaten bijzondere aandacht besteden aan:

— de veiligheid van de toedieners en de werknemers en in de gebruiksvoorwaarden het gebruik van geschikte persoonlijke beschermingsmiddelen en ademhalingsbeschermingsapparatuur opnemen;

— het risico voor vogels en zoogdieren. Er moeten risicobeperkende maatregelen worden toegepast om te zorgen voor een hoge mate van inwerking in de bodem en om morsen te vermijden;

— en moeten ervoor zorgen dat op het etiket van het behandelde zaad wordt vermeld dat het zaad met tefluthrin is behandeld en de in de toelating vastgestelde risicobeperkende maatregelen worden aangegeven.

De aanvrager moet bevestigende informatie verstrekken over:

1. de specificatie van het technische materiaal, zoals commercieel vervaardigd;

2. een gevalideerde analysemethode voor water;

3. het mogelijke milieueffect van de preferentiële afbraak/omzetting van de isomeren en een schatting van de relatieve toxiciteit en een risicobeoordeling voor de werknemers.

De aanvrager moet bij de Commissie, de lidstaten en de EFSA uiterlijk 30 juni 2012 de in punt 1 vermelde informatie, uiterlijk 31 december 2012 de in punt 2 vermelde informatie en twee jaar na de goedkeuring van een specifieke handleiding voor de evaluatie van het isomerenmengsel de in punt 3 vermelde informatie indienen.

▼M14

11

Oxyfluorfen

CAS-nummer 42874-03-3

CIPAC-nr. 538

2-chloor-α,α,α-trifluor-p-tolyl- (3-ethoxy-4-nitrofenyl)ether

≥ 970 g/kg

Onzuiverheden:

N,N-dimethylnitrosamine: maximaal 50 μg/kg

1 januari 2012

►M295 31 december 2024

►M203

DEEL A

De stof mag alleen worden toegelaten als herbicide voor bandbespuiting dichtbij de grond van de herfst tot het vroege voorjaar in een dosering van maximaal 150 g werkzame stof per hectare per jaar.

DEEL B

Voor de toepassing van de in artikel 29, lid 6, van Verordening (EG) nr. 1107/2009 bedoelde uniforme beginselen moet rekening worden gehouden met de conclusies van het evaluatieverslag over oxyfluorfen dat door het Permanent Comité voor planten, dieren, levensmiddelen en diervoeders is afgerond, en met name met de aanhangsels I en II van dat verslag.

Bij deze algemene beoordeling moeten de lidstaten bijzondere aandacht schenken aan:

— de veiligheid van de toediener en ervoor zorgen dat de gebruiksvoorwaarden indien nodig de toepassing van geschikte persoonlijke beschermingsmiddelen voorschrijven;

— de risico's voor in het water levende organismen, regenwormen etende zoogdieren, bodemmacro-organismen, niet tot de doelsoorten behorende geleedpotigen en niet tot de doelsoorten behorende planten.

De toelatingsvoorwaarden moeten risicobeperkende maatregelen omvatten, zoals bufferzones waar niet mag worden gespoten en driftbeperkende sproeiers, en moeten waarborgen dat gewasbeschermingsmiddelen overeenkomstig worden geëtiketteerd. Deze voorwaarden moeten, indien nodig, verdere risicobeperkende maatregelen omvatten.

▼M10

12

1-naftylaceetamide

CAS-nr.

86-86-2

CIPAC-nr. 282

2-(1-naftyl)aceetamide

≥ 980 g/kg

1 januari 2012

►M295 31 december 2023

DEEL A

De stof mag alleen worden toegelaten voor gebruik als groeiregulator.

DEEL B

Voor de toepassing van de in artikel 29, lid 6, van Verordening (EG) nr. 1107/2009 bedoelde uniforme beginselen moet rekening worden gehouden met de conclusies van het evaluatieverslag over 1-naftylaceetamide (met name de aanhangsels I en II), dat op 17 juni 2011 door het Permanent Comité voor de voedselketen en de diergezondheid is afgerond.

Bij deze algemene beoordeling moeten de lidstaten:

a) bijzondere aandacht besteden aan het risico voor toedieners en werknemers en ervoor zorgen dat de gebruiksvoorwaarden, indien nodig, het gebruik van geschikte persoonlijke beschermingsmiddelen voorschrijven;

b) bijzondere aandacht besteden aan de bescherming van het grondwater, wanneer de werkzame stof wordt toegepast in gebieden met kwetsbare bodem- en/of klimatologische omstandigheden;

c) bijzondere aandacht besteden aan het risico voor in het water levende organismen;

d) bijzondere aandacht besteden aan het risico voor niet tot de doelsoorten behorende planten;

e) bijzondere aandacht besteden aan het risico voor vogels.

De gebruiksvoorwaarden moeten, indien nodig, risicobeperkende maatregelen omvatten.

De aanvrager moet bevestigende informatie indienen wat betreft:

1. het risico voor niet tot de doelsoorten behorende planten;

2. het langetermijnrisico voor vogels.

De aanvrager moet uiterlijk op 31 december 2013 dergelijke informatie indienen bij de Commissie, de lidstaten en de EFSA.

▼M11

13

1-naftylazijnzuur

CAS-nr.

86-87-3

CIPAC-nr. 313

1-naftylazijnzuur

≥ 980 g/kg

1 januari 2012

►M295 31 december 2023

DEEL A

De stof mag alleen worden toegelaten voor gebruik als groeiregulator.

DEEL B

Voor de toepassing van de in artikel 29, lid 6, van Verordening (EG) nr. 1107/2009 bedoelde uniforme beginselen moet rekening worden gehouden met de conclusies van het evaluatieverslag over 1-naftylazijnzuur (met name de aanhangsels I en II), dat op 17 juni 2011 door het Permanent Comité voor de voedselketen en de diergezondheid is afgerond.

Bij deze algemene beoordeling moeten de lidstaten:

a) bijzondere aandacht besteden aan het risico voor toedieners en werknemers en ervoor zorgen dat de gebruiksvoorwaarden, indien nodig, het gebruik van geschikte persoonlijke beschermingsmiddelen voorschrijven;

b) bijzondere aandacht besteden aan de blootstelling van de consument via de voeding, met het oog op latere herzieningen van de maximumresidugehalten;

c) bijzondere aandacht besteden aan de bescherming van het grondwater, wanneer de werkzame stof wordt toegepast in gebieden met kwetsbare bodem- en/of klimatologische omstandigheden;

d) bijzondere aandacht besteden aan het risico voor in het water levende organismen;

e) bijzondere aandacht besteden aan het risico voor vogels.

De gebruiksvoorwaarden moeten, indien nodig, risicobeperkende maatregelen omvatten.

De aanvrager moet bevestigende informatie indienen wat betreft:

1. de weg waarlangs en de snelheid waarmee afbraak plaatsvindt in de bodem, met inbegrip van de beoordeling van de mogelijke fotolyse;

2. het langetermijnrisico voor vogels.

De aanvrager moet uiterlijk op 31 december 2013 dergelijke informatie indienen bij de Commissie, de lidstaten en de EFSA.

▼M16

14

Fluquinconazool

CAS-nummer 136426-54-5

CIPAC-nr. 474

3-(2,4-dichloorfenyl)-6-fluor-2-(1H-1,2,4-triazool-1-yl)chuinazoline-4(3H)-on

≥ 955 g/kg

1 januari 2012

31 december 2021

DEEL A

De stof mag alleen worden toegelaten als fungicide.

DEEL B

Voor de toepassing van de in artikel 29, lid 6, van Verordening (EG) nr. 1107/2009 bedoelde uniforme beginselen moet rekening worden gehouden met de conclusies van het evaluatieverslag over fluquinconazool (en met name met de aanhangsels I en II), dat op 17 juni 2011 door het Permanent Comité voor de voedselketen en de diergezondheid is afgerond.

Bij deze algemene beoordeling moeten de lidstaten:

a) bijzondere aandacht besteden aan het risico voor toedieners en werknemers en ervoor zorgen dat de gebruiksvoorwaarden, indien nodig, het gebruik van geschikte persoonlijke beschermingsmiddelen voorschrijven;

b) bijzondere aandacht besteden aan de blootstelling van de consument via de voeding aan de residuen van metabolieten van triazoolderivaten (TDM's);

c) bijzondere aandacht besteden aan de bescherming van vogels en zoogdieren.

De gebruiksvoorwaarden moeten, indien nodig, risicobeperkende maatregelen omvatten.

De aanvrager moet bevestigende informatie indienen wat betreft:

1. residuen van metabolieten van triazoolderivaten (TDM's) in primaire gewassen, wisselgewassen en producten van dierlijke oorsprong;

2. de bijdrage van de eventuele residuen van de dionmetaboliet in wisselgewassen aan de totale blootstelling van de consument;

3. het acute risico voor insectenetende zoogdieren;

4. het langetermijnrisico voor insectenetende en plantenetende vogels en zoogdieren;

5. het risico voor zich met regenwormen voedende zoogdieren;

6. de mogelijkheid van hormoonontregeling bij in het water levende organismen (studie naar de volledige levenscyclus van vissen).

De aanvrager moet uiterlijk op 31 december 2013 dergelijke informatie indienen bij de Commissie, de lidstaten en de EFSA.

▼M12

15

Fluazifop-P

CAS-nr. 83066-88-0 (fluazifop-P)

CIPAC-nr. 467 (fluazifop-P)

(R)-2-{4-[5-(trifluormethyl)-2-pyridyloxy]fenoxy} propionzuur (fluazifop-P)

≥ 900 g/kg in fluazifop-P-butyl

De volgende onzuiverheid 2-chloor-5-(trifluormethyl)pyridine mag niet hoger zijn dan 1,5 g/kg in het materiaal zoals vervaardigd

1 januari 2012

►M295 31 december 2023

►M53

DEEL A

Mag alleen worden toegelaten voor gebruik als herbicide.

DEEL B

Voor de toepassing van de in artikel 29, lid 6, van Verordening (EG) nr. 1107/2009 bedoelde uniforme beginselen moet rekening worden gehouden met de conclusies van het evaluatieverslag over fluazifop-P, dat op 1 februari 2013 door het Permanent Comité voor de voedselketen en de diergezondheid is goedgekeurd, en met name met de bijlagen I en II.

Bij deze algemene beoordeling moeten de lidstaten:

— bijzondere aandacht besteden aan de veiligheid van de consument wat betreft het voorkomen in grondwater van de metabolietverbinding x (5);

— bijzondere aandacht besteden aan het risico voor toedieners en ervoor zorgen dat de gebruiksvoorwaarden het gebruik van geschikte persoonlijke beschermingsmiddelen voorschrijven;

— bijzondere aandacht besteden aan de bescherming van oppervlaktewater en grondwater in kwetsbare gebieden;

— bijzondere aandacht besteden aan niet tot de doelsoorten behorende planten.

De gebruiksvoorwaarden moeten, indien nodig, risicobeperkende maatregelen omvatten.

De aanvrager moet bevestigende informatie indienen wat betreft:

1. de specificatie van het technische materiaal zoals commercieel vervaardigd, waaronder informatie over de relevantie van de onzuiverheid R154719;

2. de gelijkwaardigheid tussen de specificaties van het technische materiaal zoals commercieel vervaardigd, en die van het in de toxiciteitsonderzoeken gebruikte testmateriaal;

3. het potentiële langetermijnrisico voor herbivore zoogdieren;

4. het uitendelijke lot en gedrag in het milieu van de metabolietverbindingen X (5) en IV (6);

5. het potentiële risico van de metabolietverbinding IV (6) voor vissen en ongewervelde waterdieren.

De aanvrager moet uiterlijk op 30 juni 2012 de in de punten 1 en 2 bedoelde informatie en uiterlijk op 31 december 2013 de in de punten 3, 4 en 5 bedoelde informatie indienen bij de Commissie, de lidstaten en de EFSA.

▼M19

16

Terbutylazine

CAS-nr. 5915-41-3

CIPAC-nr. 234

N2-tert-butyl-6-chloor-N4-ethyl-1,3,5-triazine-2,4-diamine

≥ 950 g/kg

Onzuiverheden:

propazine: maximaal 10 g/kg

atrazine: maximaal 1 g/kg

simazine: maximaal 30 g/kg

1 januari 2012

►M295 31 december 2024

DEEL A

De stof mag alleen worden toegelaten voor gebruik als herbicide.

DEEL B

Voor de toepassing van de in artikel 29, lid 6, van Verordening (EG) nr. 1107/2009 genoemde uniforme beginselen moet rekening worden gehouden met de conclusies van het evaluatieverslag over terbutylazine (met name de aanhangsels I en II), dat op 17 juni 2011 door het Permanent Comité voor de voedselketen en de diergezondheid is afgerond.

Bij deze algemene beoordeling moeten de lidstaten bijzondere aandacht besteden aan:

a) de bescherming van het grondwater, wanneer de werkzame stof wordt gebruikt in qua bodemgesteldheid en/of klimatologische omstandigheden kwetsbare gebieden;

b) het risico voor zoogdieren en aardwormen.

De gebruiksvoorwaarden moeten, indien nodig, risicobeperkende maatregelen omvatten, alsook de verplichting om bewakingsprogramma's uit te voeren om mogelijke grondwaterverontreinigingen in kwetsbare gebieden te onderzoeken.

De aanvrager moet bevestigende informatie indienen wat betreft:

1. de specificatie van het technische materiaal zoals commercieel vervaardigd, met toereikende analytische gegevens, waaronder informatie over de relevantie van de onzuiverheden;

2. de gelijkwaardigheid tussen de specificaties van het technische materiaal zoals commercieel vervaardigd, en die van het in de toxiciteitsonderzoeken gebruikte testmateriaal;

3. de beoordeling van de blootstelling van het grondwater aan de ongeïdentificeerde metabolieten LM1, LM2, LM3, LM4, LM5 en LM6;

4. de relevantie van de metabolieten MT1 (N-tert-butyl-6-chloor-1,3,5-triazine-2,4-diamine), MT 13 (4-(tert-butylamino)-6-(ethylamino)-1,3,5-triazine-2-ol of 6-hydroxy -N2-ethyl-N4- tert-butyl-1,3,5-triazine-2,4-diamine), MT14 (4-amino-6-(tert-butylamino)-1,3,5-triazine-2-ol of N-tert-butyl-6-hydroxy-1,3,5-triazine-2,4-diamine), en van de ongeïdentificeerde metabolieten LM1, LM2, LM3, LM4, LM5 en LM6 ten aanzien van kanker, indien terbutylazine krachtens Verordening (EG) nr. 1272/2008 wordt ingedeeld als „verdacht van het veroorzaken van kanker”.

De aanvrager moet uiterlijk op 30 juni 2012 de in de punten 1 en 2 bedoelde informatie, uiterlijk op 30 juni 2013 de in punt 3 bedoelde informatie en binnen zes maanden na de kennisgeving van het indelingsbesluit betreffende die stof de in punt 4 bedoelde informatie indienen bij de Commissie, de lidstaten en de EFSA.

▼M17

17

Triazoxide

CAS-nr.: 72459-58-6

CIPAC-nr.: 729

7-chloor-3-imidazool-1-yl-1,2,4-benzotriazine1-oxide

≥ 970 g/kg

Onzuiverheden:

tolueen: niet meer dan 3 g/kg

1 oktober 2011

30 september 2021

DEEL A

De stof mag alleen worden toegelaten voor gebruik als fungicide voor zaadbehandeling.

DEEL B

Voor de toepassing van de in artikel 29, lid 6, van Verordening (EG) nr. 1107/2009 bedoelde uniforme beginselen moet rekening worden gehouden met de conclusies van het evaluatieverslag over triazoxide (met name de aanhangsels I en II) dat op 17 juni 2011 door het Permanent Comité voor de voedselketen en de diergezondheid is afgerond.

Bij deze algemene beoordeling moeten de lidstaten:

a) bijzondere aandacht besteden aan de bescherming van de toedieners en werknemers en ervoor zorgen dat de gebruiksvoorwaarden zo nodig het gebruik van geschikte persoonlijke beschermingsmiddelen voorschrijven;

b) bijzondere aandacht besteden aan het risico voor graanetende vogels en ervoor zorgen dat de toelatingsvoorwaarden risicobeperkende maatregelen omvatten.

De aanvrager moet bij de Commissie, de lidstaten en de EFSA uiterlijk 30 september 2013 bevestigende informatie over het langetermijnrisico voor graanetende zoogdieren indienen.

▼M21

18

8-hydroxyquinoline

CAS-nr.

148-24-3 (8-hydroxyquinoline)

CIPAC-nr. 677

8-hydroxyquinoline

8-quinolinol

≥ 990 g/kg

1 januari 2012

31 december 2021

DEEL A

Mag alleen worden toegelaten voor gebruik als fungicide en bactericide in broeikassen.

DEEL B

Voor de toepassing van de in artikel 29, lid 6, van Verordening (EG) nr. 1107/2009 bedoelde uniforme beginselen moet rekening worden gehouden met de conclusies van het evaluatieverslag over 8-hydroxyquinoline (met name de aanhangsels I en II), dat op 15 juli 2011 door het Permanent Comité voor de voedselketen en de diergezondheid is afgerond.

Bij deze algemene beoordeling moeten de lidstaten bijzondere aandacht besteden aan de veiligheid van de toedieners en ervoor zorgen dat de gebruiksvoorwaarden indien nodig de toepassing van geschikte persoonlijke beschermingsmiddelen omvatten.

De aanvrager moet bevestigende informatie verstrekken over 8-hydroxyquinoline en de zouten daarvan met betrekking tot:

1) de methode voor luchtanalyse;

2) een nieuwe opslagstabiliteit betreffende de houdbaarheid van monsters van zowel de metabolismestudie als de residuproeven onder toezicht.

De aanvrager moet deze informatie uiterlijk op 31 december 2013 indienen bij de Commissie, de lidstaten en de EFSA.

▼M20

19

Acrinathrin

CAS-nr. 101007-06-1

CIPAC-nr. 678

(S)-α-cyano-3-phenoxybenzyl (Z)-(1R,3S)-2,2-dimethyl-3-[2-(2,2,2-trifluoro-1-trifluoromethylethoxycarbonyl)vinyl]cyclopropanecarboxylaat of

(S)-α-cyano-3-phenoxybenzyl (Z)-(1R,3S)-2,2-dimethyl-3-[2-(2,2,2-trifluoro-1-trifluoromethylethoxycarbonyl)vinyl]cyclopropanecarboxylaat

≥ 970 g/kg

Onzuiverheden:

1,3-dicyclohexylurea: niet meer dan 2 g/kg

1 januari 2012

►M295 31 december 2023

DEEL A

Mag alleen worden toegelaten voor gebruik als insecticide en acaracide in doseringen van maximaal 22,5 g/ha per toepassing.

DEEL B

Voor de toepassing van de in artikel 29, lid 6, van Verordening (EG) nr. 1107/2009 bedoelde uniforme beginselen moet rekening worden gehouden met de conclusies van het evaluatieverslag over arcinathrin (met name de aanhangsels I en II) dat op 15 juli 2011 door het Permanent Comité voor de voedselketen en de diergezondheid is afgerond.

Bij deze algemene beoordeling moeten de lidstaten:

a) bijzondere aandacht besteden aan de bescherming van de toedieners en werknemers en ervoor zorgen dat de gebruiksvoorwaarden zo nodig het gebruik van geschikte persoonlijke beschermingsmiddelen voorschrijven;

b) bijzondere aandacht besteden aan het risico voor in het water levende organismen, met name vissen, en ervoor zorgen dat de toelatingsvoorwaarden zo nodig risicobeperkende maatregelen omvatten;

c) bijzondere aandacht besteden aan het risico voor niet tot de doelsoorten behorende geleedpotigen, met inbegrip van bijen, en ervoor zorgen dat de toelatingsvoorwaarden risicobeperkende maatregelen omvatten.

De aanvrager moet bevestigende informatie indienen wat betreft:

1. het potentieel risico voor het grondwater van de metaboliet 3-PBAld (12);

2. het chronische risico voor vissen;

3. de risicobeoordeling voor niet tot de doelsoorten behorende geleedpotigen;

4. het mogelijke effect op de werknemer, de consument en de milieurisicobeoordeling van de mogelijke stereoselectieve afbraak van elke isomeer in planten, dieren en het milieu.

De aanvrager moet de informatie, vastgesteld in de punten 1, 2 en 3 uiterlijk op 31 december 2013 en de informatie, vastgesteld in punt 4 twee jaar na de goedkeuring van specifieke richtsnoeren indienen bij de Commissie, de lidstaten en de autoriteit.

▼M25

20

Prochloraz

CAS-nr. 67747-09-5

CIPAC-nr. 407

N-propyl-N-[2-(2,4,6-trichloorfenoxy)ethyl]imidazool-1-carboxamide

≥ 970 g/kg

Onzuiverheden:

Som van dioxinen en furanen (WHO-PCDD/T TEQ) (13): niet meer dan 0,01 mg/kg

1 januari 2012

►M295 31 december 2023

DEEL A

De stof mag alleen worden toegelaten voor gebruik als fungicide. In het geval van toepassingen buitenshuis, mag de dosering niet meer bedragen dan 450 g/ha per toediening.

DEEL B

Voor de toepassing van de in artikel 29, lid 6, van Verordening (EG) nr. 1107/2009 bedoelde uniforme beginselen moet rekening worden gehouden met de conclusies van het evaluatieverslag over prochloraz (met name de aanhangsels I en II) dat op 27 september 2011 door het Permanent Comité voor de voedselketen en de diergezondheid is afgerond.

Bij deze algemene beoordeling moeten de lidstaten:

a) bijzondere aandacht besteden aan de bescherming van de toedieners en werknemers en ervoor zorgen dat de gebruiksvoorwaarden zo nodig het gebruik van geschikte persoonlijke beschermingsmiddelen voorschrijven;

b) bijzondere aandacht besteden aan het risico voor in het water levende organismen en ervoor zorgen dat de toelatingsvoorwaarden zo nodig risicobeperkende maatregelen omvatten;

c) bijzondere aandacht besteden aan het langetermijnrisico voor zoogdieren en ervoor zorgen dat de toelatingsvoorwaarden zo nodig risicobeperkende maatregelen omvatten.

De aanvragers moeten bevestigende informatie indienen wat betreft:

1. vergelijking en verificatie van het in de zoogdiertoxiciteits- en ecotoxiciteitsdossiers gebruikte testmateriaal met de specificatie van het technische materiaal;

2. de milieurisicobeoordeling voor de metaalcomplexen van prochloraz;

3. de potentiële hormoonontregelende eigenschappen van prochloraz voor vogels.

De kennisgever moet de informatie, vastgesteld in de punten 1 en 2 uiterlijk op 31 december 2013 en de informatie, vastgesteld in punt 3 binnen twee jaar na de goedkeuring van de desbetreffende testrichtsnoeren van de OESO betreffende hormoonontregeling indienen bij de Commissie, de lidstaten en de EFSA.

▼M72 —————

▼M30

22

Metam

CAS-nr. 144-54-7

CIPAC-nr. 20

Methyldithiocarba-minezuur

≥ 965 g/kg

Uitgedrukt als metam-natrium op basis van de droge stof

≥ 990 g/kg

Uitgedrukt als metam-kalium op basis van de droge stof

Relevante onzuiverheden:

methylisothiocyanaat (MITC)

— maximaal 12 g/kg droge stof (metam-natrium);

— maximaal 0,42 g/kg droge stof (metam-kalium)

N,N’-dimethylthioüreum (DMTU)

— maximaal 23 g/kg droge stof (metam-natrium)

— maximaal 6 g/kg droge stof (metam-kalium)

1 juli 2012

30 juni 2022

DEEL A

De stof mag alleen worden toegelaten voor gebruik als nematicide, fungicide, herbicide en insecticide voor toepassing als bodemfumigatiemiddel vóór de aanplant; het gebruik moet worden beperkt tot één toepassing elke drie jaar op hetzelfde perceel.

De toepassing mag worden toegestaan op het open veld door bodeminjectie of druppelbevloeiing, en in kassen alleen door druppelbevloeiing. Voor druppelbevloeiing moet het gebruik van gasdicht kunststoffolie worden voorgeschreven.

De maximale toedieningsdosis moet 153 kg/ha bedragen (hetgeen overeenkomt met 86,3 kg/ha MITC) bij toepassingen in het open veld.

Toelatingen moeten worden beperkt tot professionele gebruikers.

DEEL B

Voor de toepassing van de in artikel 29, lid 6, van Verordening (EG) nr. 1107/2009 bedoelde uniforme beginselen moet rekening worden gehouden met de conclusies van het evaluatieverslag over metam dat op 9 maart 2012 door het Permanent Comité voor de voedselketen en de diergezondheid is goedgekeurd, en met name met de aanhangsels I en II.

Bij deze algemene beoordeling moeten de lidstaten:

a) bijzondere aandacht besteden aan de bescherming van de toedieners en ervoor zorgen dat de gebruiksvoorwaarden risicobeperkende maatregelen omvatten, zoals het gebruik van geschikte persoonlijke beschermingsmiddelen en een beperking van de dagelijkse werktijd;

b) bijzondere aandacht besteden aan de bescherming van de werknemers en ervoor zorgen dat de gebruiksvoorwaarden risicobeperkende maatregelen omvatten, zoals het gebruik van geschikte persoonlijke beschermingsmiddelen, een wachttijd en een beperking van de dagelijkse werktijd;

c) bijzondere aandacht besteden aan de bescherming van omstanders en omwonenden en ervoor zorgen dat de gebruiksvoorwaarden risicobeperkende maatregelen omvatten, zoals een adequate bufferzone gedurende en tot en met 24 uur na de toepassing van de rand van het toepassingsgebied tot bewoonde en door het algemene publiek gebruikte percelen, waarbij het gebruik van waarschuwingstekens en bodemmarkering verplicht is;

d) bijzondere aandacht besteden aan de bescherming van het grondwater, wanneer de werkzame stof wordt toegepast in qua bodemgesteldheid en/of klimaat kwetsbare gebieden en ervoor zorgen dat de gebruiksvoorwaarden risicobeperkende maatregelen omvatten, zoals een adequate bufferzone;

e) bijzondere aandacht besteden aan het risico voor niet tot de doelsoorten behorende organismen en ervoor zorgen dat de gebruiksvoorwaarden zo nodig risicobeperkende maatregelen omvatten;

De aanvrager moet bevestigende informatie indienen over methylisothiocyanaat wat betreft:

1. de beoordeling van de mogelijkheid tot transport over lange afstanden door de lucht en aanverwante milieurisico’s;

2. de mogelijke verontreiniging van het grondwater.

De aanvrager moet deze informatie uiterlijk op 31 mei 2014 indienen bij de Commissie, de lidstaten en de EFSA.

▼M33

23

Bifenthrin

CAS-nr.:

82657-04-3

CIPAC-nr.: 415

2-methylbifenyl-3-ylmethyl (1RS,3RS)-3-[(Z)-2-chloor-3,3,3-trifluorprop-1-enyl]-2,2-dimethylcyclopropaancarboxylaat

of

2-methylbifenyl-3-ylmethyl (1RS)-cis-3-[(Z)-2-chloor-3,3,3-trifluorprop-1-enyl]-2,2-dimethylcyclopropaancarboxylaat

≥ 930 g/kg

Onzuiverheden:

Tolueen: niet meer dan 5 g/kg

1 augustus 2012

►M296 31 juli 2019

►M250 DEEL A

De stof mag alleen worden toegelaten voor gebruik als insecticide in kassen met een permanente structuur.

DEEL B

Voor de toepassing van de in artikel 29, lid 6, van Verordening (EG) nr. 1107/2009 bedoelde uniforme beginselen moet rekening worden gehouden met de conclusies van het evaluatieverslag over bifenthrin dat door het Permanent Comité voor planten, dieren, levensmiddelen en diervoeders is afgerond, en met name met de aanhangsels I en II van dat verslag.

Bij deze algemene beoordeling moeten de lidstaten bijzondere aandacht besteden aan:

a) lozingen afkomstig van kassen, zoals condenswater, afvoerwater, grond of kunstmatig substraat, ter voorkoming van risico's voor in het water levende en andere niet tot de doelsoorten behorende organismen;

b) de bescherming van in de kassen uitgezette bestuiverkoloniën;

c) de bescherming van de toedieners en werknemers, waarbij ervoor moet worden gezorgd dat de gebruiksvoorwaarden indien nodig de toepassing van geschikte persoonlijke beschermingsmiddelen voorschrijven.

De toelatingsvoorwaarden moeten risicobeperkende maatregelen omvatten en voorzien in toereikende etikettering van gewasbeschermingsmiddelen.

▼M34

24

Fluxapyroxad

CAS-nr.: 907204-31-3

CIPAC-nr.: 828

3-(difluormethyl)-1-methyl-N-(3′,4′,5′-trifluorbifenyl-2-yl)pyrazool-4-carboxamide

≥ 950 g/kg

De onzuiverheid tolueen mag niet meer bedragen dan 1 g/kg in het technische materiaal.

1 januari 2013

►M343 31 mei 2025

Voor de toepassing van de in artikel 29, lid 6, van Verordening (EG) nr. 1107/2009 bedoelde uniforme beginselen, moet rekening worden gehouden met de conclusies van het evaluatieverslag over fluxapyroxad (met name de aanhangsels I en II), dat op 1 juni 2012 door het Permanent Comité voor de voedselketen en de diergezondheid is afgerond.

Bij deze algemene beoordeling moeten de lidstaten bijzondere aandacht aan de risico's voor het grondwater besteden wanneer de werkzame stof wordt gebruikt in qua bodem en/of klimaat kwetsbare regio's.

De gebruiksvoorwaarden moeten, indien nodig, risicobeperkende maatregelen omvatten.

De hier vermelde zuiverheid is gebaseerd op de productie in een proefopstelling. De aangewezen lidstaat-rapporteur licht de Commissie overeenkomstig artikel 38 van Verordening (EG) nr. 1107/2009 in over de specificatie van het technische materiaal als commercieel vervaardigd.

▼M35

25

Fenpyrazamine

CAS-nr.: 473798-59-3

CIPAC-nr.: 832

S-allyl 5-amino-2,3-dihydro-2-isopropyl-3-oxo-4-(o-tolyl)pyrazool-1-carbothioaat

≥ 940 g/kg

1 januari 2013

31 december 2022

Voor de toepassing van de in artikel 29, lid 6, van Verordening (EG) nr. 1107/2009 bedoelde uniforme beginselen, moet rekening worden gehouden met de conclusies van het evaluatieverslag over fenpyrazamine (met name de aanhangsels I en II), dat op 1 juni 2012 door het Permanent Comité voor de voedselketen en de diergezondheid is afgerond.

De hier vermelde zuiverheid is gebaseerd op de productie in een proefopstelling. De aangewezen lidstaat-rapporteur licht de Commissie overeenkomstig artikel 38 van Verordening (EG) nr. 1107/2009 in over de specificatie van het technische materiaal als commercieel vervaardigd.

▼M40

26

Adoxophyes orana granulovirus

Kweekverzameling: nr. DSM BV-0001

CIPAC-nr.: 782

Niet van toepassing

Geen relevante verontreinigingen

1 februari 2013

►M343 31 januari 2024

Voor de toepassing van de in artikel 29, lid 6, van Verordening (EG) nr. 1107/2009 bedoelde uniforme beginselen moet rekening worden gehouden met de conclusies van het evaluatieverslag over Adoxophyes orana granulovirus (en met name met de aanhangsels I en II), dat op 13 juli 2012 door het Permanent Comité voor de voedselketen en de diergezondheid is goedgekeurd.

▼M41

27

Isopyrazam

CAS-nr.: 881685-58-1

syn-isomeer: 683777-13-1/anti-isomeer: 683777-14-2)

CIPAC-nr. 963

Een mengsel van: 3-(difluormethyl)-1-methyl-N-[(1RS,4SR,9RS)-1,2,3,4-tetrahydro-9-isopropyl-1,4-methanonaftaleen-5-yl]pyrazool-4-carboxamide

(syn-isomeer — 50:50-mengsel van twee enantiomeren)

en

3-(difluormethyl)-1-methyl-N-[(1RS,4SR,9RS)-1,2,3,4-tetrahydro-9-isopropyl-1,4-methanonaftaleen-5-yl]pyrazool-4-carboxamide

(anti-isomeer — 50:50-mengsel van twee enantiomeren)

In een verhouding van 78:15 % tot 100:0 % syn ten opzichte van anti.

≥ 920 g/kg

In een verhouding van 78:15 % tot 100:0 % syn- ten opzichte van anti-isomeer.

1 april 2013

31 maart 2023

Voor de toepassing van de in artikel 29, lid 6, van Verordening (EG) nr. 1107/2009 bedoelde uniforme beginselen moet rekening worden gehouden met de conclusies van het evaluatieverslag over isopyrazam dat op 28 september 2012 door het Permanent Comité voor de voedselketen en de diergezondheid is goedgekeurd, en met name met de aanhangsels I en II.
Bij deze algemene beoordeling moeten de lidstaten bijzondere aandacht besteden aan:
a) het risico voor in het water levende organismen;
b) het risico voor regenwormen als de stof wordt toegepast in het kader van praktijken met weinig of geen grondbewerking;
c) de bescherming van het grondwater, wanneer de werkzame stof wordt gebruikt in qua bodemgesteldheid en/of klimatologische omstandigheden kwetsbare gebieden.
De gebruiksvoorwaarden moeten risicobeperkende maatregelen omvatten, zoals de uitsluiting van praktijken met weinig of geen grondbewerking, en de verplichting tot uitvoering van monitoringprogramma’s ter controle van de potentiële grondwaterverontreiniging in kwetsbare gebieden, indien nodig.
De aanvrager moet bevestigende informatie verstrekken wat betreft de relevantie van de metabolieten CSCD 459488 en CSCD 459489 voor grondwater. ►M145
De aanvrager moet deze informatie uiterlijk op 31 juli 2017 indienen bij de Commissie, de lidstaten en de EFSA.

▼M42

28

Fosfaan

CAS-nr. 2

CIPAC-nr. 127

Fosfaan

≥ 994 g/kg

De relevante onzuiverheid arsaan mag niet meer bedragen dan 0,023 g/kg in het technische materiaal.

1 april 2013

31 maart 2023

Toelatingen moeten worden beperkt tot professionele gebruikers.

Voor de toepassing van de in artikel 29, lid 6, van Verordening (EG) nr. 1107/2009 bedoelde uniforme beginselen moet rekening worden gehouden met de conclusies van het evaluatieverslag over fosfaan (en met name met de aanhangsels I en II), dat op 28 september 2012 door het Permanent Comité voor de voedselketen en de diergezondheid is goedgekeurd.

Bij deze algemene beoordeling moeten de lidstaten bijzondere aandacht besteden aan:

— de bescherming van de toedieners in en rond de behandelde ruimten tijdens de behandeling alsook tijdens en na de ventilatie;

— de bescherming van de werknemers in en rond de behandelde ruimten tijdens de behandeling alsook tijdens en na de ventilatie;

— de bescherming van de omstanders rond de behandelde ruimten tijdens de behandeling alsook tijdens en na de ventilatie.

De gebruiksvoorwaarden moeten risicobeperkende maatregelen omvatten, zoals permanente monitoring van de fosfaanconcentratie door automatische apparaten, het gebruik van persoonlijke beschermingsmiddelen en, zo nodig, de instelling van een gebied rond het behandelde gebouw waartoe omstanders geen toegang hebben.

▼M45

29

Trichoderma asperellum (stam T34)

CECT-nummer: 20417

Niet van toepassing

1 × 1010 cfu/g

1 juni 2013

31 mei 2023

Voor de toepassing van de in artikel 29, lid 6, van Verordening (EG) nr. 1107/2009 bedoelde uniforme beginselen moet rekening worden gehouden met de conclusies van het evaluatieverslag over Trichoderma asperellum (stam T34) (met name de aanhangsels I en II) dat op 20 november 2012 door het Permanent Comité voor de voedselketen en de diergezondheid is afgerond.

Bij deze algehele evaluatie moeten de lidstaten bijzondere aandacht besteden aan de bescherming van gebruikers en werknemers, waarbij zij er rekening mee moeten houden dat Trichoderma asperellum (stam T34) als een mogelijke sensibilisator moet worden beschouwd.

De gebruiksvoorwaarden moeten, indien nodig, risicobeperkende maatregelen omvatten.

▼M44

30

Courgettegeelmozaïekvirus — zwakke stam

ATCC volgnummer: PV-593

Niet van toepassing

≥ 0,05 mg/l

1 juni 2013

31 mei 2023

Voor de toepassing van de in artikel 29, lid 6, van Verordening (EG) nr. 1107/2009 bedoelde uniforme beginselen moet rekening worden gehouden met de conclusies van het evaluatieverslag over courgettegeelmozaïekvirus — zwakke stam (met name de aanhangsels I en II), dat op 20 november 2012 door het Permanent Comité voor de voedselketen en de diergezondheid is afgerond.

Bij deze algehele evaluatie besteden de lidstaten bijzondere aandacht aan het risico voor niet tot de doelsoorten behorende planten, indien de gewassen zijn gecoïnfecteerd met een ander virus dat kan worden overgedragen door bladluizen.

De gebruiksvoorwaarden moeten, indien nodig, risicobeperkende maatregelen omvatten.

▼M47

31

Cyflumetofen

CAS-nr. 400882-07-7

CIPAC-nr. 721

2-methoxyethyl (RS)-2-(4-tert-butylfenyl)-2-cyaan-3-oxo-3-(α,α,α-trifluor-o-tolyl)propionaat

≥ 975 g/kg (racemisch)

1 juni 2013

31 mei 2023

►M304 Gewasbeschermingsmiddelen die cyflumetofen bevatten, mogen alleen worden toegelaten voor toepassingen waarbij het gehalte van de metaboliet B3 in het grondwater naar verwachting lager zal zijn dan 0,1 μg/l.

Voor de toepassing van de in artikel 29, lid 6, van Verordening (EG) nr. 1107/2009 bedoelde uniforme beginselen, moet rekening worden gehouden met de conclusies van het evaluatieverslag over cyflumetofen (met name de aanhangsels I en II), dat op 20 november 2012 door het Permanent Comité voor de voedselketen en de diergezondheid is afgerond.

Bij deze algemene beoordeling moeten de lidstaten bijzondere aandacht besteden aan:

— de bescherming van toedieners en werknemers;

— de bescherming van het grondwater, met name voor de metaboliet B3, wanneer de werkzame stof wordt gebruikt in qua bodemgesteldheid en/of klimatologische omstandigheden kwetsbare gebieden;

— de bescherming van het drinkwater;

— het risico voor in het water levende organismen.

De gebruiksvoorwaarden moeten indien nodig risicobeperkende maatregelen omvatten.

▼M46

32

Trichoderma atroviride stam I-1237

CNCM-nummer: I-1237

Niet van toepassing

image

CFU/g (

image

sporen/g)

1 juni 2013

31 mei 2023

Voor de toepassing van de in artikel 29, lid 6, van Verordening (EG) nr. 1107/2009 bedoelde uniforme beginselen moet rekening worden gehouden met de conclusies van het evaluatieverslag over Trichoderma atroviride stam I-1237 (en met name met de aanhangsels I en II), dat op 20 november 2012 door het Permanent Comité voor de voedselketen en de diergezondheid is goedgekeurd.

Bij deze algemene beoordeling moeten de lidstaten bijzondere aandacht besteden aan de bescherming van de toedieners en werknemers, gelet op het feit dat Trichoderma atroviride stam I-1237 als een potentieel sensibiliserende stof moet worden beschouwd.

De gebruiksvoorwaarden moeten indien nodig risicobeperkende maatregelen omvatten.

▼M52

33

Ametoctradin

CAS-nr.: 865318-97-4

CIPAC-nr.: 818

5-ethyl-6-octyl [1,2,4]triazolo[1,5-a] pyrimidine-7-amine

≥ 980 g/kg

►C2 De onzuiverheden amitrool en o-xyleen zijn toxicologisch relevant en mogen in het technische materiaal respectievelijk 50 mg/kg en 2 g/kg niet overschrijden.

1 augustus 2013

31 juli 2023

Voor de toepassing van de in artikel 29, lid 6, van Verordening (EG) nr. 1107/2009 bedoelde uniforme beginselen moet rekening worden gehouden met de conclusies van het evaluatieverslag over ametoctradin (met name de aanhangsels I en II), dat op 1 februari 2013 door het Permanent Comité voor de voedselketen en de diergezondheid is afgerond.

Bij deze algemene beoordeling moeten de lidstaten bijzondere aandacht besteden aan het lekken van metaboliet M650F04 (14) in grondwater in kwetsbare omstandigheden.

De gebruiksvoorwaarden moeten indien nodig risicobeperkende maatregelen omvatten.

▼M50

34

Mandipropamid

CAS-nr.: 374726-62-2

CIPAC-nr.: 783

(RS)-2-(4-chloorfenyl)-N-[3-methoxy-4-(prop-2-ynyloxy)fenethyl]-2-(prop-2-ynyloxy)aceetamide

≥ 930 g/kg

De onzuiverheid N-{2-[4-(2-chloorallyloxy)-3-methoxyfenyl]ethyl}-2-(4-chloorfenyl)-2-(prop-2-ynyloxy)aceetamide is toxicologisch relevant en mag in het technische materiaal 0,1 g/kg niet overschrijden.

1 augustus 2013

31 juli 2023

Voor de toepassing van de in artikel 29, lid 6, van Verordening (EG) nr. 1107/2009 bedoelde uniforme beginselen moet rekening worden gehouden met de conclusies van het evaluatieverslag over mandipropamid (met name met de aanhangsels I en II), dat op 1 februari 2013 door het Permanent Comité voor de voedselketen en de diergezondheid is afgerond.

De gebruiksvoorwaarden moeten indien nodig risicobeperkende maatregelen omvatten.

De aanvrager moet bevestigende informatie verstrekken over de mogelijke preferentiële enantiomere transformatie of racemisatie van mandipropamid aan het bodemoppervlak als gevolg van bodemfotolyse.

De aanvrager moet die informatie uiterlijk op 31 juli 2015 indienen bij de Commissie, de lidstaten en de EFSA.

▼M56

35

Halosulfuron-methyl

CAS-nr. 100785-20-1

CIPAC Nr. 785.201

methyl 3-chloro-5-(4,6-dimethoxy-pyrimidin-2-ylcarbamoyl-sulfamoyl)-1-methylpyrazole-4-carboxylate

≥ 980 g/kg

1 oktober 2013

30 september 2023

Voor de toepassing van de in artikel 29, lid 6, van Verordening (EG) nr. 1107/2009 bedoelde uniforme beginselen, moet rekening worden gehouden met de conclusies van het evaluatieverslag over halosulfuron-methyl (en met name met de aanhangsels I en II), dat op 15 maart 2013 door het Permanent Comité voor de voedselketen en de diergezondheid is voltooid.

Bij deze algemene beoordeling moeten de lidstaten bijzondere aandacht besteden aan:

— het risico van lekkage naar het grondwater van de metaboliet „halosulfuron rearrangement (HSR)” (15) in kwetsbare omstandigheden. Op basis van de beschikbare informatie over halosulfuron wordt deze metaboliet toxicologisch relevant geacht;

— het risico voor niet tot de doelsoorten behorende landplanten.

De gebruiksvoorwaarden moeten indien nodig risicobeperkende maatregelen omvatten.

De aanvrager moet bevestigende informatie indienen wat betreft:

a) informatie over de gelijkwaardigheid tussen de specificaties van het technische materiaal, zoals commercieel vervaardigd, en die van het in het toxicologisch en ecotoxicologisch onderzoek gebruikte testmateriaal;

b) informatie over de toxicologische relevantie van de onzuiverheden die aanwezig zijn in de technische specificatie, zoals commercieel vervaardigd;

c) gegevens om de mogelijke genotoxische eigenschappen van chloorsulfonamidezuur (16) te kunnen vaststellen.

De aanvrager moet die informatie uiterlijk op 30 september 2015 indienen bij de Commissie, de lidstaten en de EFSA.

▼M58

36

Bacillus firmus I-1582

Collectienummer: CNCMI-1582

Niet van toepassing

Minimale concentratie: 7,1 × 1010 CFU/g

1 oktober 2013

30 september 2023

Voor de toepassing van de in artikel 29, lid 6, van Verordening (EG) nr. 1107/2009 bedoelde uniforme beginselen moet rekening worden gehouden met de conclusies van het evaluatieverslag over Bacillus firmus I-1582, met name met de aanhangsels I en II, dat op 15 maart 2013 door het Permanent Comité voor de voedselketen en de diergezondheid is goedgekeurd.

Bij deze algemene beoordeling moeten de lidstaten bijzondere aandacht besteden aan de bescherming van de toedieners en werknemers, gelet op het feit dat Bacillus firmus I-1582 als een potentieel sensibiliserende stof moet worden beschouwd.

De gebruiksvoorwaarden moeten indien nodig risicobeperkende maatregelen omvatten.

▼M62

37

Candida oleophila stam O

Collectienummer: MUCL40654

Niet van toepassing

nominaal gehalte: 3 × 1010 CFU/g gedroogd product

Bereik: 6 × 109 – 1 × 1011 CFU/g gedroogd product

1 oktober 2013

►M343 31 december 2024

Voor de toepassing van de in artikel 29, lid 6, van Verordening (EG) nr. 1107/2009 bedoelde uniforme beginselen moet rekening worden gehouden met de conclusies van het evaluatieverslag over Candida oleophila stam O dat op 15 maart 2013 door het Permanent Comité voor de voedselketen en de diergezondheid is goedgekeurd, en met name met de aanhangsels I en II.

▼M60

38

Helicoverpa armigera kernpolyedervirus

DSMZ-nummer: BV-0003

Niet van toepassing

Minimumconcentratie: 1,44 × 1013 OL/l (occlusielichamen/l)

1 juni 2013

31 mei 2023

Voor de toepassing van de in artikel 29, lid 6, van Verordening (EG) nr. 1107/2009 bedoelde uniforme beginselen moet rekening worden gehouden met de conclusies van het evaluatieverslag over Helicoverpa armigera kernpolyedervirus dat op 15 maart 2013 door het Permanent Comité voor de voedselketen en de diergezondheid is goedgekeurd, en met name met de aanhangsels I en II.

▼M64

39

Paecilomyces fumosoroseus stam FE 9901

Collectie: USDA-ARS Collection of Entomopathogenic Fungal Cultures, U.S. Plant, Soil, and Nutrition laboratory, New York. Volgnummer: ARSEF 4490

Niet van toepassing

minimaal 1,0 × 109 kve/g

maximaal 3,0 × 109 kve/g

1 oktober 2013

►M343 31 december 2024

Voor de toepassing van de in artikel 29, lid 6, van Verordening (EG) nr. 1107/2009 bedoelde uniforme beginselen moet rekening worden gehouden met de conclusies van het evaluatieverslag over Paecilomyces fumosoroseus stam FE 9901 (en met name met de aanhangsels I en II), dat op 15 maart 2013 door het Permanent Comité voor de voedselketen en de diergezondheid is voltooid.

Bij deze algemene beoordeling moeten de lidstaten bijzondere aandacht besteden aan de bescherming van gebruikers en werknemers, waarbij zij er rekening mee moeten houden dat Paecilomyces fumosoroseus stam FE 9901 als een mogelijke sensibilisator moet worden beschouwd.

De gebruiksvoorwaarden moeten indien nodig risicobeperkende maatregelen omvatten.

▼M61

40

Kaliumfosfonaten (geen ISO-naam)

CAS-nr.

13977-65-6 voor kaliumwaterstoffosfonaat

13492-26-7 voor dikaliumfosfonaat

Mengsel: geen

CIPAC-nr.: 756 (voor kaliumfosfonaten)

Kaliumwaterstoffosfonaat

Dikaliumfosfonaat

31,6 tot 32,6 % fosfonaationen (som van waterstoffosfonaat- en fosfonaationen)

17,8 tot 20,0 % kalium

≥ 990 g/kg droge stof

1 oktober 2013

►M343 31 januari 2026

Voor de toepassing van de in artikel 29, lid 6, van Verordening (EG) nr. 1107/2009 bedoelde uniforme beginselen moet rekening worden gehouden met de conclusies van het evaluatieverslag over kaliumfosfonaten (en met name met de aanhangsels I en II), dat op 15 maart 2013 door het Permanent Comité voor de voedselketen en de diergezondheid is goedgekeurd.

Bij deze algemene beoordeling moeten de lidstaten bijzondere aandacht besteden aan:

— het risico voor vogels en zoogdieren,

— het risico voor eutrofiëring van oppervlaktewater, indien de stof wordt gebruikt in regio’s of in omstandigheden waar een snelle oxidatie van de werkzame stof in het oppervlaktewater wordt bevorderd.

De gebruiksvoorwaarden moeten indien nodig risicobeperkende maatregelen omvatten.

De aanvrager moet bevestigende informatie indienen wat het langetermijnrisico voor insectenetende vogels betreft.

De aanvrager moet die informatie uiterlijk op 30 september 2015 indienen bij de Commissie, de lidstaten en de EFSA.

▼M63

41

Spiromesifen

CAS-nr. 283594-90-1

CIPAC-nr. 747

3-mesityl-2-oxo-1-oxaspiro[4.4]non-3-een-4-yl 3,3- dimethylbutyraat

≥ 965 g/kg (racemisch)

De onzuiverheid N,N-dimethylaceetamide is toxicologisch relevant en mag niet meer dan 4 g/kg bedragen in het technische materiaal.

1 oktober 2013

30 september 2023

Voor de toepassing van de in artikel 29, lid 6, van Verordening (EG) nr. 1107/2009 bedoelde uniforme beginselen moet rekening worden gehouden met de conclusies van het evaluatieverslag over spiromesifen (met name de aanhangsels I en II), dat op 15 maart 2013 door het Permanent Comité voor de voedselketen en de diergezondheid is goedgekeurd.

Bij deze algemene beoordeling moeten de lidstaten bijzondere aandacht besteden aan:

— het risico op lange termijn voor in het water levende ongewervelde organismen,

— het risico voor bestuivende vliesvleugeligen en geleedpotigen die geen doelsoorten zijn, indien de blootstelling niet verwaarloosbaar is,

— de bescherming van de werknemers en toedieners.

De gebruiksvoorwaarden moeten indien nodig risicobeperkende maatregelen omvatten.

De aanvrager dient bevestigende informatie te verstrekken over de herberekening van de voorspelde concentratie in het grondwater (PECGW) met een FOCUS GW-scenario dat is aangepast aan de ondersteunde toepassingen en waarbij een Q10-waarde van 2,58 wordt gebruikt.

De aanvrager moet die informatie uiterlijk op 30 september 2015 indienen bij de Commissie, de lidstaten en de EFSA.

▼M59

42

Spodoptera littoralis kernpolyedervirus

DSMZ-nummer: BV-0005

Niet van toepassing

Maximumconcentratie: 1 × 1012 OL/l (occlusielichamen/l)

1 juni 2013

31 mei 2023

Voor de toepassing van de in artikel 29, lid 6, van Verordening (EG) nr. 1107/2009 bedoelde uniforme beginselen moet rekening worden gehouden met de conclusies van het evaluatieverslag over Spodoptera littoralis kernpolyedervirus dat op 15 maart 2013 door het Permanent Comité voor de voedselketen en de diergezondheid is goedgekeurd, en met name met de aanhangsels I en II.

▼M54

43

Bixafen

CAS-nr.: 581809-46-3

CIPAC-nr.: 819

N-(3’,4’-dichloor-5-fluorbifenyl-2-yl)-3-(difluormethyl)-1-methylpyrazool-4-carboxamide

≥ 950 g/kg

1 oktober 2013

►M343 31 mei 2025

Voor de toepassing van de in artikel 29, lid 6, van Verordening (EG) nr. 1107/2009 bedoelde uniforme beginselen moet rekening worden gehouden met de conclusies van het evaluatieverslag over bixafen (en met name met de aanhangsels I en II), dat op 15 maart 2013 door het Permanent Comité voor de voedselketen en de diergezondheid is goedgekeurd.

Bij deze algemene beoordeling moeten de lidstaten bijzondere aandacht besteden aan:

a) de residuen van bixafen en van de metabolieten daarvan in wisselbouwgewassen;

b) de bescherming van het grondwater, wanneer de werkzame stof wordt gebruikt in qua bodemgesteldheid en/of klimatologische omstandigheden kwetsbare gebieden;

c) het risico voor in het water levende organismen;

d) het risico voor in de bodem en de sedimenten levende organismen.

De gebruiksvoorwaarden moeten indien nodig risicobeperkende maatregelen omvatten.

▼M55

44

Maltodextrine

CAS-nr. 9050-36-6

CIPAC-nr. 801

Niet toegekend

≥ 910 g/kg

1 oktober 2013

30 september 2023

Voor de toepassing van de in artikel 29, lid 6, van Verordening (EG) nr. 1107/2009 bedoelde uniforme beginselen moet rekening worden gehouden met de conclusies van het evaluatieverslag over maltodextrine (en met name met de aanhangsels I en II), dat op 15 maart 2013 door het Permanent Comité voor de voedselketen en de diergezondheid is voltooid.

Bij deze algemene beoordeling moeten de lidstaten bijzondere aandacht besteden aan:

a) de mogelijk toegenomen groei van schimmels en de mogelijke aanwezigheid van mycotoxinen op het oppervlak van behandeld fruit;

b) het mogelijke risico voor honingbijen en niet tot de doelsoorten behorende geleedpotigen.

De gebruiksvoorwaarden moeten, indien nodig, risicobeperkende maatregelen omvatten.

▼M68

45

Eugenol CAS-nr. 97-53-0

CIPAC-nr. 967

4-allyl-2-methoxyfenol

≥ 990 g/kg

Relevante onzuiverheid: methyleugenol ten hoogste 0,1 % van het technische materiaal

1 december 2013

30 november 2023

Voor de toepassing van de in artikel 29, lid 6, van Verordening (EG) nr. 1107/2009 bedoelde uniforme beginselen moet rekening worden gehouden met de conclusies van het evaluatieverslag over eugenol (en met name met de aanhangsels I en II), dat op 17 mei 2013 door het Permanent Comité voor de voedselketen en de diergezondheid is goedgekeurd.

Bij deze algemene beoordeling moeten de lidstaten bijzondere aandacht besteden aan:

— de bescherming van de toedieners, werknemers, omstanders en omwonenden, waarbij ervoor moet worden gezorgd dat de gebruiksvoorwaarden indien nodig de toepassing van geschikte persoonlijke beschermingsmiddelen voorschrijven;

— de bescherming van het grondwater, wanneer de werkzame stof wordt gebruikt in qua bodemgesteldheid en/of klimatologische omstandigheden kwetsbare gebieden;

— het risico voor in het water levende organismen;

— het risico voor insectenetende vogels.

De gebruiksvoorwaarden moeten indien nodig risicobeperkende maatregelen omvatten.

De aanvrager moet bevestigende informatie indienen wat betreft:

a) de stabiliteit bij opslag (twee jaar) bij omgevingstemperatuur van het geformuleerde product;

b) gegevens waarin blootstelling aan eugenol en methyleugenol door de natuurlijke achtergrondconcentratie wordt vergeleken met blootstelling door het gebruik van eugenol als gewasbeschermingsmiddel. Deze gegevens hebben betrekking op blootstelling van de mens alsmede op blootstelling van vogels en in het water levende organismen;

c) de beoordeling van de blootstelling van grondwater voor potentiële metabolieten van eugenol, met name voor methyleugenol.

De aanvrager moet die informatie uiterlijk op 30 november 2015 indienen bij de Commissie, de lidstaten en de EFSA.

▼M70

46

Geraniol CAS-nr.: 106-24-1

CIPAC-nr.: 968

(E)-3,7-dimethyl-2,6-octadieen-1-ol

≥ 980 g/kg

1 december 2013

30 november 2023

Voor de toepassing van de in artikel 29, lid 6, van Verordening (EG) nr. 1107/2009 bedoelde uniforme beginselen moet rekening worden gehouden met de conclusies van het evaluatieverslag over geraniol, inzonderheid de aanhangsels I en II, dat op 17 mei 2013 door het Permanent Comité voor de voedselketen en de diergezondheid is goedgekeurd.

Bij deze algemene beoordeling moeten de lidstaten bijzondere aandacht besteden aan:

— de bescherming van de toedieners, werknemers, omstanders en bewoners, waarbij ervoor moet worden gezorgd dat de gebruiksvoorwaarden indien nodig de toepassing van geschikte persoonlijke beschermingsmiddelen voorschrijven;

— de bescherming van het grondwater, wanneer de werkzame stof wordt gebruikt in qua bodemgesteldheid en/of klimatologische omstandigheden kwetsbare gebieden;

— het risico voor in het water levende organismen;

— het risico voor vogels en zoogdieren.

De gebruiksvoorwaarden moeten indien nodig risicobeperkende maatregelen omvatten.

De aanvrager moet bevestigende informatie indienen wat betreft:

a) gegevens waarbij de blootstelling aan natuurlijke achtergrondniveaus van geraniol wordt vergeleken met de blootstelling door het gebruik van geraniol als gewasbeschermingsmiddel. Die gegevens moeten betrekking hebben op blootstelling van de mens, alsook van vogels, zoogdieren en in het water levende organismen;

b) de blootstelling van het grondwater.

De aanvrager moet die informatie uiterlijk op 30 november 2015 indienen bij de Commissie, de lidstaten en de EFSA.

▼M69

47

Thymol

CAS-nr.:

89-83-8

CIPAC-nr.:

969

5-methyl-2-propaan-2-ylfenol

≥ 990 g/kg

1 december 2013

30 november 2023

Voor de toepassing van de in artikel 29, lid 6, van Verordening (EG) nr. 1107/2009 bedoelde uniforme beginselen moet rekening worden gehouden met de conclusies van het evaluatieverslag over thymol, met name de aanhangsels I en II, dat op 17 mei 2013 door het Permanent Comité voor de voedselketen en de diergezondheid is goedgekeurd.

Bij deze algemene beoordeling moeten de lidstaten bijzondere aandacht besteden aan:

— de bescherming van de toedieners, werknemers, omstanders en bewoners, waarbij ervoor moet worden gezorgd dat de gebruiksvoorwaarden indien nodig de toepassing van geschikte persoonlijke beschermingsmiddelen voorschrijven;

— de bescherming van het grondwater, wanneer de werkzame stof wordt gebruikt in qua bodemgesteldheid en/of klimatologische omstandigheden kwetsbare gebieden;

— het risico voor in het water levende organismen;

— het risico voor vogels en zoogdieren.

De gebruiksvoorwaarden moeten indien nodig risicobeperkende maatregelen omvatten.

De aanvrager moet bevestigende informatie indienen wat betreft:

a) gegevens waarbij de blootstelling aan natuurlijke achtergrondniveaus van thymol wordt vergeleken met de blootstelling door het gebruik van thymol als gewasbeschermingsmiddel. Die gegevens moeten betrekking hebben op blootstelling van de mens, alsook van vogels, zoogdieren en in het water levende organismen;

b) langetermijn- en voortplantingstoxiciteit, in de vorm van een volledig verslag (in het Engels) over de gecombineerde test van de toxiciteit bij herhaalde orale toediening en van de voortplantingstoxiciteit van thymol;

c) de blootstelling van het grondwater.

De aanvrager moet die informatie uiterlijk op 30 november 2015 indienen bij de Commissie, de lidstaten en de EFSA.

▼M77

48

Sedaxaan

CAS-nr. 874967-67-6

(trans-isomeer: 599197-38-3/cis-isomeer: 599194-51-1)

CIPAC-nr. 833

mengsel van 2 cis-isomeren 2′-[(1RS,2RS)-1,1′-bicycloprop-2-yl]-3-(difluoromethyl)-1-methylpyrazool-4-carboxanilide en 2 trans-isomeren 2′-[(1RS,2SR)-1,1′-bicycloprop-2-yl]-3-(difluoromethyl)-1-methylpyrazool-4-carboxanilide

≥ 960 g/kg sedaxaan

(820-890 g/kg voor de 2 trans-isomeren 50:50 mengsel van enantiomeren en 100-150 g/kg voor de 2 cis-isomeren 50:50 mengsel van enantiomeren)

1 februari 2014

►M343 31 mei 2025

DEEL A

Mag alleen worden gebruikt voor de behandeling van zaad.

DEEL B

Voor de toepassing van de in artikel 29, lid 6, van Verordening (EG) nr. 1107/2009 bedoelde uniforme beginselen moet rekening worden gehouden met de conclusies van het evaluatieverslag over sedaxaan (met name de aanhangsels I en II) dat op 16 juli 2013 door het Permanent Comité voor de voedselketen en de diergezondheid is afgerond.

Bij deze algemene beoordeling moeten de lidstaten vooral aandacht schenken aan:

a) de bescherming van het grondwater, wanneer de stof wordt gebruikt in qua bodemgesteldheid en/of klimatologische omstandigheden kwetsbare gebieden;

b) het langetermijnrisico voor vogels en zoogdieren.

De toelatingsvoorwaarden moeten zo nodig risicobeperkende maatregelen omvatten.

De betrokken lidstaten moeten zo nodig bewakingsprogramma’s uitvoeren om mogelijke grondwaterverontreiniging door de metaboliet CSCD465008 in kwetsbare gebieden te controleren.

De betrokken lidstaten moeten om bevestigende informatie over de relevantie van de metaboliet CSCD465008 verzoeken, evenals om de bijbehorende grondwaterrisicobeoordeling, als sedaxaan uit hoofde van Verordening (EG) nr. 1272/2008 wordt ingedeeld als „verdacht van het veroorzaken van kanker”.

De kennisgever moet de relevante informatie bij de Commissie, de lidstaten en de EFSA indienen binnen zes maanden vanaf de datum van toepassing van de verordening waarbij sedaxaan wordt ingedeeld.

▼M79

49

Emamectine

CAS-nr.

emamectine: 119791-41-2

(voorheen 137335-79-6) en 123997-28-4

emamectinebenzoaat: 155569-91-8

(voorheen 137512-74-4 en 179607-18-2)

Emamectine-B1a-benzoaat: 138511-97-4

Emamectine-B1b-benzoaat: 138511-98-5

CIPAC-nr.

emamectine: 791

emamectinebenzoaat: 791.412

Emamectine B1a:

(10E,14E,16E)-(1R,4S,5′S,6S,6′R,8R,12S,13S,20R,21R,24S)-6′-[(S)-sec-butyl]-21,24-dihydroxy-5′,11,13,22-tetramethyl-2-oxo-(3,7,19-trioxatetracyclo[15.6.1.14,8.020,24]pentacosa-10,14,16,22-tetraene)-6-spiro-2′-(5′,6′-dihydro-2′H-pyran)-12-yl 2,6-dideoxy-3-O-methyl-4-O-(2,4,6-trideoxy-3-O-methyl-4-methylamino-α-L-lyxo-hexapyranosyl)-α-L-arabino-hexapyranoside

Emamectine B1b:

(10E,14E,16E)-(1R,4S,5′S,6S,6′R,8R,12S,13S,20R,21R,24S)-21,24-dihydroxy-6′-isopropyl-5′,11,13,22-tetramethyl-2-oxo-(3,7,19-trioxatetracyclo[15.6.1.14,8.020,24]pentacosa-10,14,16,22-tetraene)-6-spiro-2′-(5′,6′-dihydro-2′H-pyran)-12-yl 2,6-dideoxy-3-O-methyl-4-O-(2,4,6-trideoxy-3-O-methyl-4-methylamino-α-L-lyxo-hexapyranosyl)-α-L-arabino-hexapyranoside

Emamectine-B1a-benzoaat:

(10E,14E,16E)-(1R,4S,5′S,6S,6′R,8R,12S,13S,20R,21R,24S)-6′-[(S)-sec-butyl]-21,24-dihydroxy-5′,11,13,22-tetramethyl-2-oxo-(3,7,19-trioxatetracyclo[15.6.1.14,8.020,24]pentacosa-10,14,16,22-tetraene)-6-spiro-2′-(5′,6′-dihydro-2′H-pyran)-12-yl 2,6-dideoxy-3-O-methyl-4-O-(2,4,6-trideoxy-3-O-methyl-4-methylamino-α-L-lyxo-hexapyranosyl)-α-L-arabino-hexapyranoside-benzoaat

Emamectine-B1b-benzoaat:

(10E,14E,16E)-(1R,4S,5′S,6S,6′R,8R,12S,13S,20R,21R,24S)-21,24-dihydroxy-6′-isopropyl-5′,11,13,22-tetramethyl-2-oxo-(3,7,19-trioxatetracyclo[15.6.1.14,8.020,24]pentacosa-10,14,16,22-tetraene)-6-spiro-2′-(5′,6′-dihydro-2′H-pyran)-12-yl 2,6-dideoxy-3-O-methyl-4-O-(2,4,6-trideoxy-3-O-methyl-4-methylamino-α-L-lyxo-hexapyranosyl)-α-L-arabino-hexapyranoside-benzoaat

≥ 950 g/kg

als emamectinebenzoaat, watervrij

(een mengsel van minstens 920 g/kg emamectine-B1a-benzoaat en hoogstens 50 g/kg emamectine-B1b-benzoaat)

1 mei 2014

►M343 30 november 2024

Voor de toepassing van de in artikel 29, lid 6, van Verordening (EG) nr. 1107/2009 bedoelde uniforme beginselen moet rekening worden gehouden met de conclusies van het evaluatieverslag over emamectine (met name de aanhangsels I en II) dat op 16 juli 2013 door het Permanent Comité voor de voedselketen en de diergezondheid is goedgekeurd.

Bij deze algemene beoordeling moeten de lidstaten vooral aandacht schenken aan:

— het risico voor ongewervelde niet-doelsoorten;

— de bescherming van de werknemers en gebruikers.

De gebruiksvoorwaarden moeten zo nodig risicobeperkende maatregelen omvatten.

De aanvrager moet bevestigende informatie indienen over het risico van enantioselectieve metabolisering of degradatie.

Twee jaar na de goedkeuring van de desbetreffende leidraad voor de evaluatie van isomerenmengsels moet de aanvrager de relevante informatie bij de Commissie, de lidstaten en de EFSA indienen.

▼M80

50

Pseudomonas sp. stam DSMZ 13134

Collectienummer: DSMZ 13134

Niet van toepassing.

Minimumconcentratie: 3 × 1014 cfu/kg

1 februari 2014

►M343 31 januari 2025

Voor de toepassing van de in artikel 29, lid 6, van Verordening (EG) nr. 1107/2009 bedoelde uniforme beginselen moet rekening worden gehouden met de conclusies van het evaluatieverslag over Pseudomonas sp. stam DSMZ 13134 (met name de aanhangsels I en II) dat op 16 juli 2013 door het Permanent Comité voor de voedselketen en de diergezondheid is afgerond.

Bij deze algemene beoordeling moeten de lidstaten bijzondere aandacht schenken aan de bescherming van gebruikers en werknemers, waarbij rekening moet worden gehouden met het feit dat Pseudomonas sp. stam DSMZ 13134 als een mogelijke sensibilisator moet worden beschouwd.

De gebruiksvoorwaarden moeten zo nodig risicobeperkende maatregelen omvatten.

De aanvrager moet informatie verstrekken ter bevestiging van de afwezigheid van een acuut intratracheaal en intraperitoneaal toxiciteits-, infectiviteits- en pathogeniteitspotentieel.

De aanvrager moet die informatie uiterlijk 31 januari 2016 bij de Commissie, de lidstaten en de EFSA indienen.

▼M76

51

Fluopyram

CAS-nr.: 658066-35-4

CIPAC-nr.: 807

N-{2-[3-chloor-5-(trifluormethyl)-2-pyridyl]ethyl}-α,α,α-trifluor-o-toluamide

≥ 960 g/kg

1 februari 2014

31 januari 2024

Voor de toepassing van de in artikel 29, lid 6, van Verordening (EG) nr. 1107/2009 bedoelde uniforme beginselen moet rekening worden gehouden met de conclusies van het evaluatieverslag over fluopyram dat op 16 juli 2013 door het Permanent Comité voor de voedselketen en de diergezondheid is goedgekeurd, en met name met de aanhangsels I en II.

Bij deze algemene beoordeling moeten de lidstaten bijzondere aandacht besteden aan het risico voor vogels en in het water levende organismen.

De gebruiksvoorwaarden moeten indien nodig risicobeperkende maatregelen omvatten.

De aanvrager moet bevestigende informatie indienen wat betreft:

1. het langetermijnrisico voor insectenetende vogels,

2. de mogelijke hormoonontregelende effecten voor gewervelde dieren die niet tot de doelsoorten behoren en geen zoogdieren zijn.

De aanvrager moet de in punt 1 vastgestelde informatie uiterlijk op 1 februari 2016 en de in punt 2 vastgestelde informatie binnen twee jaar na de goedkeuring van de desbetreffende testrichtsnoeren van de OESO inzake hormoonontregeling indienen bij de Commissie, de lidstaten en de EFSA.

▼M78

52

Aureobasidium pullulans (stammen DSM 14940 en DSM 14941)

Collectienummer: Deutsche Sammlung von Mikroorganismen und Zellkulturen (DSMZ) met de volgnummers DSM 14940 en DSM 14941

Niet van toepassing

Minimaal 5,0 × 109 CFU/g voor elke stam;

Maximaal 5,0 × 1010 CFU/g voor elke stam

1 februari 2014

►M343 31 januari 2025

Voor de toepassing van de in artikel 29, lid 6, van Verordening (EG) nr. 1107/2009 bedoelde uniforme beginselen moet rekening worden gehouden met de conclusies van het evaluatieverslag over Aureobasidium pullulans (stammen DSM 14940 en DSM 14941) (met name de aanhangsels I en II) dat op 16 juli 2013 door het Permanent Comité voor de voedselketen en de diergezondheid is afgerond.

Bij deze algemene beoordeling moeten de lidstaten bijzondere aandacht schenken aan de bescherming van gebruikers en werknemers, waarbij rekening moet worden gehouden met het feit dat Aureobasidium pullulans (stammen DSM 14940 en DSM 14941) als een mogelijke sensibilisator moet worden beschouwd.

De gebruiksvoorwaarden moeten zo nodig risicobeperkende maatregelen omvatten.

▼M82

53

Pyriofenon:

CAS-nr. 688046-61-9

CIPAC-nr. 827

(5-chloor-2-methoxy-4-methyl-3-pyridyl)(4,5,6-trimethoxy-o-tolyl)methanon

≥ 965 g/kg

1 februari 2014

►M343 31 januari 2025

Voor de toepassing van de in artikel 29, lid 6, van Verordening (EG) nr. 1107/2009 bedoelde uniforme beginselen moet rekening worden gehouden met de conclusies van het evaluatieverslag over pyriofenon (met name de aanhangsels I en II) dat op 16 juli 2013 door het Permanent Comité voor de voedselketen en de diergezondheid is afgerond.

De gebruiksvoorwaarden moeten zo nodig risicobeperkende maatregelen omvatten.

De aanvrager moet bevestigende informatie indienen over:

a) de identiteit van twee onzuiverheden ter ondersteuning van de voorlopige specificatie;

b) de toxicologische relevantie van de onzuiverheden in de voorgestelde technische specificatie, behalve voor de onzuiverheid waarvoor in een acuut oraal onderzoek en een Ames-test is voorzien.

De aanvrager moet die informatie uiterlijk 31 januari 2016 bij de Commissie, de lidstaten en de EFSA indienen.

▼M81

54

Dinatriumfosfonaat

CAS-nr. 13708-85-5

CIPAC-nr. 808

dinatriumfosfonaat

281-337 g/kg (TK)

≥ 917 g/kg (TC)

1 februari 2014

►M343 31 januari 2026

Voor de toepassing van de in artikel 29, lid 6, van Verordening (EG) nr. 1107/2009 bedoelde uniforme beginselen moet rekening worden gehouden met de conclusies van het evaluatieverslag over dinatriumfosfonaat (met name de aanhangsels I en II) dat op 16 juli 2013 door het Permanent Comité voor de voedselketen en de diergezondheid is afgerond.

Bij deze algemene evaluatie moeten de lidstaten bijzondere aandacht schenken aan het risico van eutrofiëring van oppervlaktewater.

De gebruiksvoorwaarden moeten zo nodig risicobeperkende maatregelen omvatten.

De aanvrager moet bevestigende informatie indienen over:

a) het chronische risico voor vissen;

b) het langetermijnrisico voor aardwormen en macro-organismen in de bodem.

De aanvrager moet die informatie uiterlijk 31 januari 2016 bij de Commissie, de lidstaten en de EFSA indienen.

▼M83

55

Penflufen

CAS-nr. 494793-67-8

CIPAC-nr. 826

2’-[(RS)-1,3-dimethylbutyl]-5-fluor-1,3-dimethylpyrazool-4-carboxanilide

≥ 950 g/kg

1/1-verhouding van R- en S-enantiomeren

1 februari 2014

►M343 31 mei 2025

►M249 DEEL A

De stof mag alleen worden toegelaten om zaden of ander teeltmateriaal voor of tijdens het zaaien of planten te behandelen; het gebruik moet worden beperkt tot één toepassing elke drie jaar op hetzelfde perceel.

DEEL B

Voor de toepassing van de in artikel 29, lid 6, van Verordening (EG) nr. 1107/2009 bedoelde uniforme beginselen moet rekening worden gehouden met de conclusies van het evaluatieverslag over penflufen (en met name met de aanhangsels I en II), dat op 15 maart 2013 door het Permanent Comité voor de voedselketen en de diergezondheid is goedgekeurd, alsook met de conclusies van het addendum bij het evaluatieverslag over penflufen (en met name met de aanhangsels I en II), dat op 13 december 2017 door het Permanent Comité voor planten, dieren, levensmiddelen en diervoeders is goedgekeurd.

Bij deze algemene beoordeling moeten de lidstaten bijzondere aandacht besteden aan:

a) de bescherming van de toedieners;

b) het langetermijnrisico voor vogels;

c) de bescherming van het grondwater, wanneer de stof wordt gebruikt in qua bodemgesteldheid en/of klimatologische omstandigheden kwetsbare gebieden;

d) de residuen in oppervlaktewater dat als drinkwater wordt gebruikt, in of uit gebieden waar producten die penflufen bevatten, worden gebruikt.

De gebruiksvoorwaarden moeten indien nodig risicobeperkende maatregelen omvatten.

Indien penflufen op grond van Verordening (EG) nr. 1272/2008 van het Europees Parlement en de Raad (18) als „kankerverwekkende stof categorie 2” wordt ingedeeld, moet de aanvrager bevestigende informatie indienen wat de relevantie van de metaboliet M01 (penflufen-3-hydroxy-butyl) voor grondwater betreft. Die informatie moet binnen zes maanden na de kennisgeving van het indelingsbesluit betreffende die stof bij de Commissie, de lidstaten en de EFSA worden ingediend.

▼M88

56

Sinaasappelolie

CAS-nr. 8028-48-6 (sinaasappelextract)

5989-27-5 (D-limoneen)

CIPAC-nr. 902

(R)-4-isopropenyl-1-methylcyclohexeen of p-mentha-1,8-dieen

≥ 945 g/kg (D-limoneen)

De werkzame stof moet voldoen aan de specificaties van de Europese Farmacopee 5.0 (Aurantii dulcis aetheroleum) en ISO 3140:2011(E)

1 mei 2014

►M343 31 juli 2024

Voor de toepassing van de in artikel 29, lid 6, van Verordening (EG) nr. 1107/2009 bedoelde uniforme beginselen moet rekening worden gehouden met de conclusies van het evaluatieverslag over sinaasappelolie (met name de aanhangsels I en II) dat op 3 oktober 2013 door het Permanent Comité voor de voedselketen en de diergezondheid is afgerond.

Bij deze algemene beoordeling moeten de lidstaten vooral aandacht schenken aan:

a) de bescherming van de toedieners en werknemers;

b) het risico voor vogels en zoogdieren.

De gebruiksvoorwaarden moeten zo nodig risicobeperkende maatregelen omvatten.

De aanvrager moet bevestigende informatie indienen over de lotgevallen van metabolieten van sinaasappelolie, over de afbraakroute en -snelheid in de bodem en over de validatie van de bij de ecotoxicologische risicobeoordeling gebruikte eindpunten.

De aanvrager moet die informatie uiterlijk op 30 april 2016 bij de Commissie, de lidstaten en de EFSA indienen.

▼M94

57

Penthiopyrad

CAS-nr.: 183675-82-3

CIPAC-nr. 824

(RS)-N-[2-(1,3-dimethylbutyl)-3-thiënyl]-1-methyl-3-(trifluormethyl)pyrazool-4-carboxamide

≥ 980 g/kg

(50: 50 racemisch mengsel)

1 mei 2014

►M343 31 mei 2025

Voor de toepassing van de in artikel 29, lid 6, van Verordening (EG) nr. 1107/2009 bedoelde uniforme beginselen moet rekening worden gehouden met de conclusies van het evaluatieverslag over penthiopyrad dat op 3 oktober 2013 door het Permanent Comité voor de voedselketen en de diergezondheid is goedgekeurd, en met name met de aanhangsels I en II.

Bij deze algemene beoordeling moeten de lidstaten vooral aandacht schenken aan:

a) de bescherming van de toedieners en werknemers;

b) het risico voor in het water en de bodem levende organismen;

c) de bescherming van het grondwater, wanneer de werkzame stof wordt gebruikt in qua bodemgesteldheid en/of klimatologische omstandigheden kwetsbare gebieden;

d) het gehalte aan residuen in wisselgewassen na opeenvolgende toepassing van de werkzame stof gedurende meerdere jaren.

De gebruiksvoorwaarden moeten zo nodig risicobeperkende maatregelen omvatten.

De aanvrager moet bevestigende informatie indienen wat betreft:

1. de non-relevantie van de metaboliet M11 (3-methyl-1-{3-[(1-methyl-3-trifluormethyl-1H-pyrazool-4-carbonyl)amino]thiofeen-2-yl}pentaanzuur) voor grondwater met uitzondering van bewijs met betrekking tot het risico van carcinogeniteit, dat afhankelijk is van de indeling van de uitgangsstof en hieronder apart gespecificeerd onder punt 3;

2. het toxicologische profiel en de referentiewaarden van de metaboliet PAM;

3. de relevantie van de metabolieten M11 (3-methyl-1-{3-[(1-methyl-3-trifluormethyl-1H-pyrazool-4-carbonyl)amino]thiofeen-2-yl}pentaanzuur), DM-PCA (3-trifluormethyl-1H-pyrazool-4- carbonzuur), PAM (1-methyl-3-trifluormethyl-1H-pyrazool-4-carboxamide) en PCA (1-methyl-3-trifluormethyl-1H-pyrazool-4-carbonzuur) en het risico dat zij het grondwater besmetten, indien penthiopyrad wordt ingedeeld overeenkomstig Verordening (EG) nr. 1272/2008 als kankerverwekkende stof van categorie 2.

De aanvrager moet de in de punten 1 en 2 vastgestelde relevante informatie uiterlijk op 30 april 2016 en de in punt 3 vastgestelde informatie binnen zes maanden na de kennisgeving van het indelingsbesluit betreffende penthiopyrad indienen bij de Commissie, de lidstaten en de EFSA.

▼M90

58

Benalaxyl-M

CAS-nr. 98243-83-5

CIPAC-nr. 766

Methyl N-(fenylacetyl)-N-(2,6-xylyl)-D-alaninaat

≥ 950 g/kg

1 mei 2014

►M343 30 april 2025

Voor de toepassing van de in artikel 29, lid 6, van Verordening (EG) nr. 1107/2009 bedoelde uniforme beginselen moet rekening worden gehouden met de conclusies van het evaluatieverslag over benalaxyl-M (en met name met de aanhangsels I en II), dat op 3 oktober 2013 door het Permanent Comité voor de voedselketen en de diergezondheid is goedgekeurd.

Bij deze algemene beoordeling moeten de lidstaten bijzondere aandacht besteden aan:

— de bescherming van werknemers bij terugkeer;

— het risico voor het grondwater van de metabolieten BM-M2 (N-(malonyl)-N-(2,6-xylyl)-DL-alanine) en BM-M3 (N-(malonyl)-N-(2,6-xylyl)-D-alanine), wanneer de stof wordt toegepast in gebieden met kwetsbare bodem- en/of klimaatomstandigheden.

De gebruiksvoorwaarden moeten, indien nodig, risicobeperkende maatregelen omvatten.

▼M95

59

Tembotrion

CAS-nr. 335104-84-2

CIPAC-nr. 790

2-{2-chloor-4-mesyl-3-[(2,2,2-trifluorethoxy)methyl]benzoyl}cyclohexaan-1,3-dion

≥ 945 g/kg

De volgende relevante onzuiverheden mogen in het technische materiaal een bepaalde drempelwaarde niet overschrijden:

tolueen: ≤ 10 g/kg

HCN: ≤ 1 g/kg

1 mei 2014

►M343 31 juli 2024

Voor de toepassing van de in artikel 29, lid 6, van Verordening (EG) nr. 1107/2009 bedoelde uniforme beginselen moet rekening worden gehouden met de conclusies van het evaluatieverslag over tembotrion (en met name met de aanhangsels I en II), dat op 3 oktober 2013 door het Permanent Comité voor de voedselketen en de diergezondheid is goedgekeurd.

Bij deze algemene beoordeling moeten de lidstaten bijzondere aandacht besteden aan:

a) de bescherming van de toedieners en werknemers;

b) het risico voor in het water levende organismen.

De gebruiksvoorwaarden moeten, indien nodig, risicobeperkende maatregelen omvatten.

▼M92

60

Spirotetramat

CAS-nr.: 203313-25-1

CIPAC-nr. 795

cis-4-(ethoxycarbonyloxy)-8-methoxy-3-(2,5-xylyl)-1-azaspiro[4.5]dec-3-een-2-on

≥ 970 g/kg

1 mei 2014

►M343 31 juli 2024

Voor de toepassing van de in artikel 29, lid 6, van Verordening (EG) nr. 1107/2009 bedoelde uniforme beginselen moet rekening worden gehouden met de conclusies van het evaluatieverslag over spirotetramat (en met name met de aanhangsels I en II), dat op 3 oktober 2013 door het Permanent Comité voor de voedselketen en de diergezondheid is goedgekeurd.

Bij deze algehele evaluatie besteden de lidstaten bijzondere aandacht aan het risico voor insectenetende vogels.

De gebruiksvoorwaarden moeten zo nodig risicobeperkende maatregelen omvatten.

De aanvrager moet bevestigende informatie in betreffende mogelijke hormoonontregelende effecten in vogels en vissen verstrekken aan de Commissie, de lidstaten en de EFSA binnen twee jaar na de goedkeuring van de OESO-richtsnoeren voor hormoonontregelingstests of, bij wijze van alternatief, van op het niveau van de Unie overeengekomen testrichtsnoeren.

▼M91

61

Pyroxsulam

CAS-nr.: 422556-08-9

CIPAC-nr.: 793

N-(5,7-dimethoxy[1,2,4]triazolo[1,5-a]pyrimidine-2-yl)-2-methoxy-4-(trifluormethyl)pyridine-3-sulfonamide

≥ 965 g/kg

1 mei 2014

►M343 30 april 2025

Voor de toepassing van de in artikel 29, lid 6, van Verordening (EG) nr. 1107/2009 bedoelde uniforme beginselen moet rekening worden gehouden met de conclusies van het evaluatieverslag over pyroxsulam dat op 3 oktober 2013 door het Permanent Comité voor de voedselketen en de diergezondheid is goedgekeurd, en met name met de aanhangsels I en II.

Bij deze algemene beoordeling moeten de lidstaten vooral aandacht schenken aan:

a) het risico voor het grondwater, wanneer de werkzame stof wordt gebruikt in qua bodemgesteldheid of klimatologische omstandigheden kwetsbare gebieden;

b) het risico voor in het water levende organismen.

De gebruiksvoorwaarden moeten zo nodig risicobeperkende maatregelen omvatten.

De aanvrager moet bevestigende informatie indienen wat betreft:

1. de toxicologische relevantie van onzuiverheid nummer 3 (als bedoeld in het evaluatieverslag);

2. de acute toxiciteit van de metaboliet PSA;

3. de toxicologische relevantie van de metaboliet 6-Cl-7-OH-XDE-742.

De aanvrager moet die informatie uiterlijk op 30 april 2016 indienen bij de Commissie, de lidstaten en de EFSA.

▼M97

62

Chlorantraniliprole

CAS-nr. 500008-45-7

CIPAC-nr. 794

3-broom-4’-chloor-1-(3-chloor-2-pyridyl)-2’-methyl-6’-(methylcarbamoyl) pyrazool-5-carboxanilide

≥ 950 g/kg

De volgende relevante onzuiverheden mogen in het technische materiaal een bepaalde drempelwaarde niet overschrijden:

acetonitril: ≤ 3 g/kg

3-picoline: ≤ 3 g/kg

methaansulfonzuur: ≤ 2 g/kg

1 mei 2014

►M343 31 december 2024

Voor de toepassing van de in artikel 29, lid 6, van Verordening (EG) nr. 1107/2009 bedoelde uniforme beginselen moet rekening worden gehouden met de conclusies van het evaluatieverslag over chlorantraniliprole, en met name met de aanhangsels I en II daarvan, dat op 3 oktober 2013 door het Permanent Comité voor de voedselketen en de diergezondheid is goedgekeurd.

Bij deze algehele evaluatie moeten de lidstaten bijzondere aandacht schenken aan het risico voor waterorganismen en bodemmacro-organismen.

De gebruiksvoorwaarden moeten zo nodig risicobeperkende maatregelen omvatten.

De aanvrager moet bevestigende informatie indienen wat betreft:

1. het risico voor het grondwater van de werkzame stof en de metabolieten IN-EQW78 (2-[3-broom-1-(3-chloorpyridine-2-yl)-1H-pyrazool-5-yl]-6-chloor-3,8-dimethylchinazoline-4(3H)-on), IN-ECD73 (2,6-dichloor-4-methyl-11H-pyrido[2,1-b]chinazoline-11-on), IN-F6L99 (3-broom-N-methyl-1H-pyrazool-5-carboxamide), IN-GAZ70 (2-[3-broom-1-(3-chloorpyridine-2-yl)-1H-pyrazool-5-yl]-6-chloor-8-methylchinazoline-4(1H)-on) en IN-F9N04 (3-broom-N-(2-carbamoyl-4-chloor-6-methylfenyl)-1-(3-chloorpyridine-2-yl)-1H-pyrazool-5-carboxamide);

2. het risico voor waterorganismen van de fotolysemetabolieten IN-LBA22 (2-{[(4Z)-2-broom-4H-pyrazool[1,5-d]pyrido[3,2-b][1,4]oxazine-4-ylideen] amino}-5-chloor-N,3-dimethylbenzamide), IN-LBA23 (2-[3-broom-1-(3-hydroxypyridine-2-yl)-1H-pyrazool-5-yl]-6-chloor-3,8-dimethylchinazoline-4(3H)-on) en IN-LBA24 (2-(3-broom-1H-pyrazool-5-yl)-6-chloor-3,8-dimethylchinazoline-4(3H)-on).

De aanvrager moet die informatie uiterlijk op 30 april 2016 bij de Commissie, de lidstaten en de EFSA indienen.

▼M96

63

Natriumzilver-thiosulfaat

CAS-nr.: niet toegewezen

CIPAC-nr.: 762

Niet van toepassing.

≥ 10,0 g Ag/kg

uitgedrukt als zilver (Ag)

1 mei 2014

►M343 31 juli 2024

DEEL A

Mag alleen binnenshuis voor niet-eetbare gewassen worden gebruikt.

DEEL B

Voor de toepassing van de in artikel 29, lid 6, van Verordening (EG) nr. 1107/2009 bedoelde uniforme beginselen moet rekening worden gehouden met de conclusies van het evaluatieverslag over natriumzilverthiosulfaat (met name de aanhangsels I en II) dat op 3 oktober 2013 door het Permanent Comité voor de voedselketen en de diergezondheid is afgerond.

Bij deze algemene beoordeling moeten de lidstaten bijzondere aandacht schenken aan:

a) de bescherming van gebruikers en werknemers;

b) de beperking van het eventuele vrijkomen van zilverionen bij de verwijdering van gebruikte oplossingen;

c) het risico voor op het land levende gewervelde dieren en ongewervelde dieren in de bodem als gevolg van het gebruik van zuiveringsslib in de landbouw.

De gebruiksvoorwaarden moeten zo nodig risicobeperkende maatregelen omvatten.

▼M101

64

Pyridalyl

CAS-nr.: 179101-81-6

CIPAC-nr.: 792

2,6-dichloor-4-(3,3-dichloorallyloxy)fenyl 3-[5-(trifluormethyl)-2-pyridyloxy]propylether

≥ 910 g/kg

1 juli 2014

►M343 30 juni 2025

DEEL A

Alleen voor toepassingen in kassen met een permanente structuur mag toestemming worden verleend.

DEEL B

Voor de toepassing van de in artikel 29, lid 6, van Verordening (EG) nr. 1107/2009 bedoelde uniforme beginselen, moet rekening worden gehouden met de conclusies van het evaluatieverslag over pyridalyl, en met name met de aanhangsels I en II daarvan, dat op 13 december 2013 door het Permanent Comité voor de voedselketen en de diergezondheid is afgerond.

Bij deze algemene beoordeling moeten de lidstaten bijzondere aandacht schenken aan:

a) het risico voor terugkerende werknemers;

b) het risico voor het grondwater, wanneer de stof wordt gebruikt in qua bodemgesteldheid en/of klimatologische omstandigheden kwetsbare gebieden;

c) het risico voor vogels, zoogdieren en in het water levende organismen.

De toelatingsvoorwaarden moeten, indien nodig, risicobeperkende maatregelen omvatten.

De aanvrager moet bevestigende informatie indienen wat betreft:

1. de toxicologische en ecotoxicologische informatie ter beoordeling van de relevantie van de onzuiverheden 4, 13, 16, 22 en 23;

2. de relevantie van de metaboliet HTFP en de grondwaterrisicobeoordeling met betrekking tot die metaboliet voor alle toepassingen op gewassen in kassen;

3. het risico voor ongewervelde waterdieren.

De aanvrager moet de relevante informatie met betrekking tot punt 1 uiterlijk op 31 december 2014 bij de Commissie, de lidstaten en de EFSA indienen en de informatie met betrekking tot de punten 2 en 3 uiterlijk op 30 juni 2016.

De aanvrager moet bij de Commissie, de lidstaten en de EFSA uiterlijk op 30 juni 2016 een monitoringprogramma indienen ter beoordeling van de mogelijke verontreiniging van het grondwater in kwetsbare gebieden door de metaboliet HTFP. De resultaten van dat monitoringprogramma moeten uiterlijk op 30 juni 2018 in de vorm van een monitoringverslag bij de lidstaat-rapporteur, de Commissie en de EFSA worden ingediend.

▼M105

65

S-abscisinezuur

CAS-nr.

21293-29-8

CIPAC-nr.

Niet toegewezen

(2Z,4E)-5-[(1S)-1-hydroxy-2,6,6-trimethyl-4-oxocyclohex-2-en-1-yl]-3-methylpenta-2,4-dieenzuur

of

(7E,9Z)-(6S)-6-hydroxy-3-oxo-11-apo-ε-caroteen-11-zuur

960 g/kg

1 juli 2014

►M343 30 september 2024

Voor de toepassing van de in artikel 29, lid 6, van Verordening (EG) nr. 1107/2009 bedoelde uniforme beginselen moet rekening worden gehouden met de conclusies van het evaluatieverslag over S-abscisinezuur, en met name met de aanhangsels I en II, dat op 13 december 2013 door het Permanent Comité voor de voedselketen en de diergezondheid is goedgekeurd.

Bij deze algemene beoordeling moeten de lidstaten bijzondere aandacht schenken aan de bescherming van in het water levende organismen.

De gebruiksvoorwaarden moeten, indien nodig, risicobeperkende maatregelen omvatten.

▼M104

66

L-ascorbinezuur

CAS-nr.: 50-81-7

CIPAC-nr.: 774

(5R)-5-[(1S)-1,2-dihydroxyethyl]-3,4-dihydroxyfuran-2(5H)-on

≥ 990 g/kg

Voor de volgende stoffen zijn de relevante onzuiverheden niet meer dan:

methanol: ≤ 3 g/kg

zware metalen: ≤ 10 mg/kg (uitgedrukt als Pb)

dinsdag 1 juli 2014

►M343 30 september 2024

Voor de toepassing van de in artikel 29, lid 6, van Verordening (EG) nr. 1107/2009 bedoelde uniforme beginselen moet rekening worden gehouden met de conclusies van het evaluatieverslag over L-ascorbinezuur (en met name met de aanhangsels I en II), dat op 13 december 2013 door het Permanent Comité voor de voedselketen en de diergezondheid is goedgekeurd.

Bij deze algemene beoordeling moeten de lidstaten bijzondere aandacht besteden aan:

a) het risico voor in het water en de bodem levende organismen;

b) de bescherming van het grondwater, wanneer de werkzame stof wordt gebruikt in qua bodemgesteldheid en/of klimatologische omstandigheden kwetsbare gebieden.

De gebruiksvoorwaarden moeten zo nodig risicobeperkende maatregelen omvatten.

De aanvrager moet bevestigende informatie indienen wat betreft:

1) de natuurlijke achtergrondconcentratie van L-ascorbinezuur in het milieu ter bevestiging van een laag chronisch risico voor vissen en een laag risico voor ongewervelde waterdieren, algen, regenwormen en micro-organismen in de bodem;

2) het risico op een verontreiniging van het grondwater.

De aanvrager moet de relevante informatie uiterlijk op 30 april 2016 bij de Commissie, de lidstaten en de EFSA indienen."

▼M99

67

Spinetoram

CAS-nr. 935545-74-7

CIPAC-nr. 802

XDE-175-J (hoofdbestanddeel)

(2R,3aR,5aR,5bS,9S,13S,14R,16aS, 16bR)-2-(6-deoxy-3-O-ethyl-2,4-di-O-methyl-α-L-mannopyranosyloxy)-13-[(2R,5S,6R)-5-(dimethylamino)tetra-hydro-6-methylpyran-2-yloxy]-9-ethyl-2,3,3a,4,5,5a,5b,6,9,10,11,12,13,14,16a,16b-hexadecahydro-14-methyl-1H-as-indaceen[3,2-d]oxacyclododecin-7,15-dion

XDE-175-L (tweede bestanddeel)

(2S,3aR,5aS,5bS,9S,13S,14R,16aS,16bS)-2-(6-deoxy-3-O-ethyl-2,4-di-O-methyl-α-L-mannopyranosyloxy)-13-[(2R,5S,6R)-5-(dimethylamino)tetra-hydro-6-methylpyran-2-yloxy]-9-ethyl-2,3,3a,5a,5b,6,9,10,11,12,13,14,16a,16b-tetradecahydro-4,14-dimethyl-1H-as-indaceen[3,2-d]oxacyclododecin-7,15-dion

≥ 830 g/kg

50-90 % XDE-175-J,

en

50-10 % XDE-175-L

Tolerantiegrenzen (g/kg):

XDE-175-J = 581-810

XDE-175-L = 83-270

1 juli 2014

►M343 30 september 2024

Voor de toepassing van de in artikel 29, lid 6, van Verordening (EG) nr. 1107/2009 bedoelde uniforme beginselen, moet rekening worden gehouden met de conclusies van het evaluatieverslag over spinetoram, en met name met de aanhangsels I en II daarvan, dat op 13 december 2013 door het Permanent Comité voor de voedselketen en de diergezondheid is afgerond.

Bij deze algemene beoordeling moeten de lidstaten bijzondere aandacht schenken aan:

a) het risico voor in het water en de bodem levende organismen;

b) het risico voor geleedpotigen in het veld die niet tot de doelsoorten behoren;

c) het risico voor bijen tijdens de toepassing („overspray”) en daarna.

De gebruiksvoorwaarden moeten zo nodig risicobeperkende maatregelen omvatten.

De aanvrager moet bevestigende informatie indienen wat betreft de equivalentie tussen de stereochemie van metabolieten die zijn geïdentificeerd in het metabolisme- en bodemafbraakonderzoek en in het voor de toxiciteit- en ecotoxiciteitstudies gebruikte testmateriaal.

De aanvrager moet die informatie ►C3 uiterlijk zes maanden na de goedkeuring van de desbetreffende leidraad voor de beoordeling van isomeren indienen bij de Commissie, de lidstaten en de EFSA.

▼M108

68

1,4-dimethylnaftaleen

CAS-nr. 571-58-4

CIPAC-nr. 822

1,4-dimethylnaftaleen

≥ 980 g/kg

1 juli 2014

►M343 30 juni 2025

Voor de toepassing van de in artikel 29, lid 6, van Verordening (EG) nr. 1107/2009 bedoelde uniforme beginselen moet rekening worden gehouden met de conclusies van het evaluatieverslag over 1,4-dimethylnaftaleen (met name de aanhangsels I en II), dat op 13 december 2013 door het Permanent Comité voor de voedselketen en de diergezondheid is afgerond.

Bij deze algemene beoordeling moeten de lidstaten bijzondere aandacht besteden aan:

a) de bescherming van toedieners en werknemers bij de herbetreding en de inspectie van de opslagplaats;

b) het risico voor in het water levende organismen en visetende zoogdieren wanneer de werkzame stof zonder verdere behandeling vanuit opslagplaatsen vrijkomt in de lucht en het oppervlaktewater.

De gebruiksvoorwaarden moeten zo nodig risicobeperkende maatregelen omvatten.

De aanvrager moet bevestigende informatie verstrekken over de residudefinitie voor de werkzame stof.

De aanvrager moet de desbetreffende informatie uiterlijk op 30 juni 2016 indienen bij de Commissie, de lidstaten en de EFSA.

▼M109

69

Amisulbrom

CAS-nr. 348635-87-0

CIPAC-nr. 789

3-(3-broom-6-fluor-2-methylindool-1-ylsulfonyl)-N,N-dimethyl-1H-1,2,4-triazool-1-sulfonamide

≥ 985 g/kg

De volgende relevante onzuiverheid mag in het technische materiaal een bepaalde drempelwaarde niet overschrijden:

3-broom-6-fluor-2-methyl-1-(1H-1,2,4-triazool-3-ylsulfonyl)-1H-indool: ≤ 2 g/kg

1 juli 2014

►M343 30 september 2024

Voor de toepassing van de in artikel 29, lid 6, van Verordening (EG) nr. 1107/2009 bedoelde uniforme beginselen moet rekening worden gehouden met de conclusies van het evaluatieverslag over amisulbrom, en met name met de aanhangsels I en II daarvan, dat op 13 december 2013 door het Permanent Comité voor de voedselketen en de diergezondheid is afgerond.

Bij deze algemene beoordeling moeten de lidstaten bijzondere aandacht besteden aan het risico voor in het water en de grond levende organismen.

De gebruiksvoorwaarden moeten zo nodig risicobeperkende maatregelen omvatten.

De aanvrager dient de volgende bevestigende informatie in:

1. de fotodegradatie in het bodemmetabolisme van amisulbrom is, wat de metabolieten 3-broom-6-fluor-2-methyl-1-(1H-1,2,4-triazool-3-ylsulfonyl)-1H-indool en 1-(dimethylsulfamoyl)-1H-1,2,4-triazool-3-sulfonzuur betreft, niet significant voor de verontreiniging van het grondwater;

2. de kans dat amisulbrom (uitsluitend in FOCUS-afvoerscenario’s) en de metabolieten 1-(dimethylsulfamoyl)-1H-1,2,4-triazool-3-sulfonzuur, 1H-1,2,4-triazool-3-sulfonzuur, 1H-1,2,4-triazool, N,N-dimethyl-1H-1,2,4-triazool-3-sulfonamide, 2-aceetamido-4-fluorbenzoëzuur, 2-aceetamido-4-fluorhydroxybenzoëzuur en 2,2′-oxybis(6-fluor-2-methyl-1,2-dihydro-3H-indool-3-on) het oppervlaktewater verontreinigen of in het water levende organismen door afvoerwater blootstellen, is gering;

3. wanneer het resultaat van de beoordeling onder de punten 1 en 2 aantoont dat de fotodegradatie op de bodem aanzienlijk is of dat er een grote kans bestaat op verontreiniging of blootstelling, aanvullende analysemethoden voor de vaststelling van alle verbindingen van de residudefinitie voor toezicht in oppervlaktewater;

4. het risico van secundaire vergiftiging voor vogels en zoogdieren door 3-broom-6-fluor-2-methyl-1-(1H-1,2,4-triazool-3-ylsulfonyl)-1H-indool;

5. de kans op hormoonontregelende effecten voor vogels en vissen door amisulbrom en de metaboliet 3-broom-6-fluor-2-methyl-1-(1H-1,2,4-triazool-3-ylsulfonyl)-1H-indool daarvan.

De aanvrager moet de in de punten 1 tot en met 4 vastgestelde informatie uiterlijk op 30 juni 2016 en de in punt 5 vastgestelde informatie binnen twee jaar na de goedkeuring van de desbetreffende testrichtsnoeren van de OESO inzake hormoonontregeling indienen bij de Commissie, de lidstaten en de EFSA.

▼M102

70

Valifenalaat

CAS-nr.: 283159-90-0

CIPAC-nr.: 857

Methyl N-(isopropoxycarbonyl)-L-valyl-(3RS)-3-(4-chloorfenyl)-β-alaninaat

≥ 980 g/kg

1 juli 2014

►M343 30 september 2024

Voor de toepassing van de in artikel 29, lid 6, van Verordening (EG) nr. 1107/2009 bedoelde uniforme beginselen, moet rekening worden gehouden met de conclusies van het evaluatieverslag over valifenalaat (met name de aanhangsels I en II), dat op 13 december 2013 door het Permanent Comité voor de voedselketen en de diergezondheid is afgerond.

Bij deze algemene beoordeling moeten de lidstaten bijzondere aandacht besteden aan het risico voor in het water levende organismen.

De gebruiksvoorwaarden moeten indien nodig risicobeperkende maatregelen omvatten.

De aanvrager moet bevestigende informatie indienen wat betreft het risico op besmetting van het grondwater door metaboliet S5.

De kennisgever moet de relevante informatie uiterlijk op 30 juni 2016 indienen bij de Commissie, de lidstaten en de EFSA.

▼M103

71

Thiencarbazon

CAS-nr. 317815-83-1

CIPAC-nr. 797

Methyl 4-[(4,5-dihydro-3-methoxy-4-methyl-5-oxo-1H-1,2,4-triazol-1-yl)carbonylsulfamoyl]-5-methylthiophene-3-carboxylate

≥ 950 g/kg

1 juli 2014

►M343 30 september 2024

Voor de toepassing van de in artikel 29, lid 6, van Verordening (EG) nr. 1107/2009 bedoelde uniforme beginselen moet rekening worden gehouden met de conclusies van het evaluatieverslag over thiencarbazon dat op 13 december 2013 door het Permanent Comité voor de voedselketen en de diergezondheid is goedgekeurd, en met name de aanhangsels I en II.

Bij deze algemene beoordeling moeten de lidstaten vooral aandacht schenken aan:

a) het risico voor het grondwater, wanneer de werkzame stof wordt gebruikt in qua bodemgesteldheid of klimatologische omstandigheden kwetsbare gebieden;

b) het risico voor in het water levende organismen.

De gebruiksvoorwaarden moeten zo nodig risicobeperkende maatregelen omvatten.

De aanvrager moet bevestigende informatie indienen wat betreft het potentieel van thiencarbazon voor verspreiding door de lucht over langere afstanden en de gerelateerde milieueffecten.

De bevestigende informatie moet bestaan uit de resultaten van een monitoringprogramma ter beoordeling van het potentieel van thiencarbazon voor verspreiding door de lucht over langere afstanden en de gerelateerde milieueffecten. De aanvrager moet het monitoringprogramma ten laatste op 30 juni 2016 en de resultaten ervan in de vorm van een monitoringverslag ten laatste op 30 juni 2018 bij de Commissie, de lidstaten en de EFSA indienen.

▼M114

72

Acequinocyl CAS-nr. 57960-19-7 CIPAC-nr. 760

3-dodecyl-1,4-dihydro-1,4-dioxo-2-naftylacetaat

≥ 960 g/kg

1 september 2014

►M343 30 november 2024

Voor de toepassing van de in artikel 29, lid 6, van Verordening (EG) nr. 1107/2009 bedoelde uniforme beginselen moet rekening worden gehouden met de conclusies van het evaluatieverslag over acequinocyl dat op 20 maart 2014 door het Permanent Comité voor de voedselketen en de diergezondheid is afgerond, en met name met de aanhangsels I en II van dat verslag.

Bij deze algemene beoordeling moeten de lidstaten bijzondere aandacht schenken aan:

— de bescherming van werknemers en toedieners;

— het risico voor vogels, zoogdieren en in het water levende organismen.

De gebruiksvoorwaarden moeten zo nodig risicobeperkende maatregelen omvatten.

De aanvrager moet bevestigende informatie indienen wat betreft:

a) een analysemethode voor residuen in lichaamsvloeistoffen en -weefsels;

b) de aanvaardbaarheid van het langetermijnrisico voor kleine zaadetende vogels en voor kleine planten- en vruchtenetende zoogdieren, wat het gebruik op appel- en perenboomgaarden betreft;

c) de aanvaardbaarheid van het langetermijnrisico voor kleine omnivore en kleine plantenetende zoogdieren, wat de outdoortoepassing op siergewassen betreft.

De aanvrager moet die informatie uiterlijk op 31 augustus 2016 bij de Commissie, de lidstaten en de Autoriteit indienen.

▼M117

73

Ipconazool

CAS-nr.:

125225-28-7 (mengsel van diastereo-isomeren)

115850-69-6 (ipconazool cc, cis-isomeer)

115937-89-8 (ipconazool ct, trans-isomeer)

CIPAC-nr.: 798

(1RS,2SR,5RS;1RS,2SR,5SR)-2-(4-chloorbenzyl)-5-isopropyl-1-(1H-1,2,4-triazool-1-ylmethyl) cyclopentanol

≥ 955 g/kg

Ipconazool cc: 875-930 g/kg

Ipconazool ct: 65-95 g/kg

1 september 2014

►M343 30 november 2024

Voor de toepassing van de in artikel 29, lid 6, van Verordening (EG) nr. 1107/2009 bedoelde uniforme beginselen moet rekening worden gehouden met de conclusies van het evaluatieverslag over ipconazool dat op 20 maart 2014 door het Permanent Comité voor de voedselketen en de diergezondheid is afgerond, en met name met de aanhangsels I en II van dat verslag.

Bij deze algemene beoordeling moeten de lidstaten bijzondere aandacht schenken aan:

1. het risico voor zaadetende vogels;

2. de bescherming van werknemers en toedieners;

3. het risico voor vissen.

De gebruiksvoorwaarden moeten zo nodig risicobeperkende maatregelen omvatten.

De aanvrager moet bevestigende informatie indienen wat betreft:

a) de aanvaardbaarheid van het langetermijnrisico voor zaadetende vogels;

b) de aanvaardbaarheid van het risico voor bodemmacro-organismen;

c) het risico van enantioselectieve metabolisering of afbraak;

d) de potentiële hormoonontregelende eigenschappen van ipconazool voor vogels en vissen.

De aanvrager moet de onder a) en b) bedoelde informatie uiterlijk op 31 augustus 2016, de onder c) bedoelde informatie binnen twee jaar na de vaststelling van de desbetreffende richtsnoeren voor de evaluatie van mengsels van isomeren, en de onder d) bedoelde informatie binnen twee jaar na de vaststelling van de OESO-testrichtsnoeren voor hormoonontregeling, dan wel op EU-niveau overeengekomen testrichtsnoeren, bij de Commissie, de lidstaten en de Autoriteit indienen.

▼M119

74

Flubendiamide

CAS-nr.: 272451-65-7

CIPAC-nr.: 788

3-jood-N'-(2-mesyl-1,1-dimethylethyl)-N-{4-[1,2,2,2-tetrafluor-1-(trifluormethyl)ethyl]-o-tolyl}ftaalamide

≥ 960 g/kg

1 september 2014

►M343 30 november 2024

Voor de toepassing van de in artikel 29, lid 6, van Verordening (EG) nr. 1107/2009 bedoelde uniforme beginselen moet rekening worden gehouden met de conclusies van het evaluatieverslag over flubendiamide (en met name met de aanhangsels I en II) dat op 20 maart 2014 door het Permanent Comité voor de voedselketen en de diergezondheid is goedgekeurd.

Bij deze algemene beoordeling moeten de lidstaten bijzondere aandacht schenken aan:

a) het risico voor ongewervelde waterdieren;

b) de mogelijke aanwezigheid van residuen in wisselgewassen.

De gebruiksvoorwaarden moeten, indien nodig, risicobeperkende maatregelen omvatten.

▼M111

75

Bacillus pumilus QST 2808

USDA Agricultural Research Service (NRRL) Patent culture collection in Peoria, Illinois, Verenigde Staten, referentienummer B-30087

Niet van toepassing

≥ 1 × 1012 CFU/kg

1 september 2014

►M343 31 augustus 2025

Voor de toepassing van de in artikel 29, lid 6, van Verordening (EG) nr. 1107/2009 bedoelde uniforme beginselen moet rekening worden gehouden met de conclusies van het evaluatieverslag over Bacillus pumilus QST 2808, en met name met de aanhangsels I en II, dat op 20 maart 2014 door het Permanent Comité voor de voedselketen en de diergezondheid is goedgekeurd.

Bij deze algemene beoordeling moeten de lidstaten bijzondere aandacht besteden aan de bescherming van de toedieners en werknemers, gelet op het feit dat Bacillus pumilus QST 2808 als een potentieel sensibiliserende stof moet worden beschouwd.

De gebruiksvoorwaarden moeten, indien nodig, risicobeperkende maatregelen omvatten.

De aanvrager moet bevestigende informatie indienen wat betreft:

a) de identificatie van de door Bacillus pumilus QST 2808 geproduceerde aminosuiker;

b) analysegegevens betreffende het aminosuikergehalte in de productiepartijen.

De kennisgever moet die informatie uiterlijk op 31 augustus 2016 bij de Commissie, de lidstaten en de EFSA indienen.

▼M123

76

Metobromuron

CAS-nr.: 3060-89-7

CIPAC-nr.: 168

3-(4-broomfenyl)-1-methoxy-1-methylureum

≥ 978 g/kg

1 januari 2015

31 december 2024

Voor de toepassing van de in artikel 29, lid 6, van Verordening (EG) nr. 1107/2009 bedoelde uniforme beginselen moet rekening worden gehouden met de conclusies van het evaluatieverslag over metobromuron dat op 11 juli 2014 door het Permanent Comité voor planten, dieren, levensmiddelen en diervoeders is afgerond, en met name met de aanhangsels I en II van dat verslag.

Bij deze algemene beoordeling moeten de lidstaten bijzondere aandacht schenken aan:

a) de bescherming van werknemers en toedieners;

b) het risico voor vogels, zoogdieren, in het water levende organismen en landplanten die niet tot de doelsoorten behoren.

De gebruiksvoorwaarden moeten, indien nodig, risicobeperkende maatregelen omvatten.

De aanvrager moet bevestigende informatie indienen wat betreft:

a) de toxicologische beoordeling van de metabolieten CGA 18236, CGA 18237, CGA 18238 en 4-broomaniline;

b) de aanvaardbaarheid van het langetermijnrisico voor vogels en zoogdieren.

De aanvrager moet die informatie uiterlijk op 31 december 2016 bij de Commissie, de lidstaten en de Autoriteit indienen.

▼M124

77

Aminopyralide

CAS-nr.: 150114-71-9

CIPAC-nr.: 771

4-amino-3,6-dichloorpyridine-2-carbonzuur

≥ 920 g/kg

De volgende relevante onzuiverheid mag niet meer bedragen dan een bepaalde drempel:

picloram ≤ 40 g/kg

1 januari 2015

31 december 2024

Voor de toepassing van de in artikel 29, lid 6, van Verordening (EG) nr. 1107/2009 bedoelde uniforme beginselen moet rekening worden gehouden met de conclusies van het evaluatieverslag over aminopyralide dat op 11 juli 2014 door het Permanent Comité voor planten, dieren, levensmiddelen en diervoeders is afgerond, en met name met de aanhangsels I en II van dat verslag.

Bij deze algemene beoordeling moeten de lidstaten bijzondere aandacht schenken aan:

a) het risico voor het grondwater, wanneer de werkzame stof wordt gebruikt in qua bodemgesteldheid of klimatologische omstandigheden kwetsbare gebieden;

b) het risico voor in het water levende macrofyten en landplanten die niet tot de doelsoorten behoren;

c) het chronische risico voor vissen.

De gebruiksvoorwaarden moeten, indien nodig, risicobeperkende maatregelen omvatten.

▼M129

78

Metaflumizon

CAS-nr.: 139968-49-3

CIPAC-nr.: 779

(EZ)-2′-[2-(4-cyaanfenyl)-1-(α,α,α-trifluor-m-tolyl)ethylideen]-4-(trifluormethoxy) carbanilohydrazide

≥ 945 g/kg

(90-100 % E-isomeer

10-0 % Z-isomeer)

De volgende relevante onzuiverheden mogen niet meer bedragen dan een bepaalde drempel:

hydrazine ≤ 1 mg/kg

4-(trifluormethoxy)fenylisocyanaat ≤ 100 mg/kg

tolueen ≤ 2 g/kg

1 januari 2015

31 december 2024

Voor de toepassing van de in artikel 29, lid 6, van Verordening (EG) nr. 1107/2009 bedoelde uniforme beginselen moet rekening worden gehouden met de conclusies van het evaluatieverslag over metaflumizon dat op 11 juli 2014 door het Permanent Comité voor planten, dieren, levensmiddelen en diervoeders is afgerond, en met name met de aanhangsels I en II van dat verslag.

Bij deze algemene beoordeling moeten de lidstaten bijzondere aandacht schenken aan:

a) het risico voor vissen en sedimentorganismen;

b) het risico voor slakken- en regenwormenetende vogels.

De gebruiksvoorwaarden moeten, indien nodig, risicobeperkende maatregelen omvatten.

De aanvrager moet bevestigende informatie indienen wat betreft:

1. de gelijkwaardigheid van het voor de toxicologische en ecotoxicologische studies gebruikte materiaal met de voorgestelde technische specificatie;

2. informatie over de kans op bioaccumulatie van metaflumizon in in het water levende organismen en biomagnificatie in watervoedselketens.

De aanvrager moet de informatie betreffende punt 1 uiterlijk op 30 juni 2015 en de informatie betreffende punt 2 uiterlijk op 31 december 2016 bij de Commissie, de lidstaten en de EFSA indienen.

▼M126

79

Streptomyces lydicus stam WYEC 108

Collectienummer: American Type Culture Collection (USDA) ATCC 55445

Niet van toepassing.

Minimumconcentratie: 5,0 × 108 kve/g

1 januari 2015

►M343 31 december 2025

Voor de toepassing van de in artikel 29, lid 6, van Verordening (EG) nr. 1107/2009 bedoelde uniforme beginselen moet rekening worden gehouden met de conclusies van het evaluatieverslag over Streptomyces lydicus stam WYEC 108 (met name de aanhangsels I en II) dat op 11 juli 2014 door het Permanent Comité voor planten, dieren, levensmiddelen en diervoeders is afgerond.

Bij deze algemene beoordeling moeten de lidstaten bijzondere aandacht schenken aan:

a) het risico voor in het water levende organismen;

b) het risico voor in de bodem levende organismen.

De gebruiksvoorwaarden moeten, indien nodig, risicobeperkende maatregelen omvatten.

▼M131

80

Meptyldinocap

CAS-nr.: 6119-92-2

CIPAC-nr.: 811

Mengsel van 75-100 % (RS)-2-(1-methylheptyl)-4,6-dinitrofenylcrotonaat en 25 – 0 % (RS)-2-(1-methylheptyl)-4,6-dinitrofenylisocrotonaat

≥ 900 g/kg (mengsel van trans- en cis-isomeren met een gedefinieerde reeks mogelijke verhoudingen van 25:1 tot 20:1)

Relevante onzuiverheid:

2,6-dinitro-4-[(4RS)-octaan-4- yl]fenyl (2E/Z)-but-2-enoaat

maximumgehalte: 0,4 g/kg

1 april 2015

31 maart 2015

Voor de toepassing van de in artikel 29, lid 6, van Verordening (EG) nr. 1107/2009 bedoelde uniforme beginselen moet rekening worden gehouden met de conclusies van het evaluatieverslag over meptyldinocap dat op 16 mei 2014 door het Permanent Comité voor de voedselketen en de diergezondheid is afgerond, en met name met de aanhangsels I en II van dat verslag.

Bij deze algemene beoordeling moeten de lidstaten bijzondere aandacht schenken aan:

a) het risico voor de toedieners,

b) het risico voor ongewervelde waterdieren.

De gebruiksvoorwaarden moeten, indien nodig, risicobeperkende maatregelen omvatten.

De aanvrager moet bevestigende informatie indienen wat betreft:

a) de beoordeling van de blootstelling van grondwater voor metabolieten (3RS)-3-(2-hydroxy-3,5-dinitro-fenyl)-butaanzuur (X103317) en (2RS)-2-(2-hydroxy-3,5-dinitro-fenyl)-propionzuur (X12335709);

b) het mogelijke effect van de preferentiële afbraak en/of omzetting van het mengsel van isomeren op de beoordeling van de risico's voor de werknemers, de beoordeling van de risico's voor de consumenten en het milieu.

De aanvrager moet de informatie, vastgesteld onder a) uiterlijk op 31 maart 2017 en de informatie, vastgesteld onder b) twee jaar na de goedkeuring van specifieke richtsnoeren indienen bij de Commissie, de lidstaten en de EFSA.

▼M133

81

Chromafenozide

CAS-nr.: 143807-66-3

CIPAC-nr.: 775

N′-tert-butyl-5-methyl-N′-(3,5-xyloyl)chroman-6-carbohydrazide

≥ 935 g/kg

De volgende relevante onzuiverheid mag in het technische materiaal een bepaalde drempelwaarde niet overschrijden:

Butylacetaat (n-butylacetaat, CAS-nr. 123-86-4): ≤ 8 g/kg

1 april 2015

31 maart 2025

Voor de toepassing van de in artikel 29, lid 6, van Verordening (EG) nr. 1107/2009 bedoelde uniforme beginselen moet rekening worden gehouden met de conclusies van het evaluatieverslag over chromafenozide dat op 10 oktober 2014 door het Permanent Comité voor planten, dieren, levensmiddelen en diervoeders is afgerond, en met name met de aanhangsels I en II van dat verslag.

Bij deze algemene beoordeling moeten de lidstaten bijzondere aandacht schenken aan:

a) het risico voor het grondwater, wanneer de stof wordt gebruikt in qua bodemgesteldheid of klimatologische omstandigheden kwetsbare gebieden;

b) het risico voor niet tot de doelsoorten behorende schubvleugeligen op niet-beteeld areaal;

c) het risico voor in het sediment levende organismen.

De gebruiksvoorwaarden moeten, indien nodig, risicobeperkende maatregelen omvatten.

De aanvrager moet bevestigende informatie indienen wat betreft:

1. de niet-significantie van het verschil tussen het in ecotoxicologische tests gebruikte materiaal en de overeengekomen specificatie van het technische materiaal voor de risicobeoordeling;

2. de beoordeling van het door metaboliet M-010 gevormde risico voor in het sediment levende organismen;

3. het gevaar voor uitspoeling van de metabolieten M-006 en M-023 naar het grondwater.

De aanvrager moet de informatie betreffende punt 1) uiterlijk op 30 september 2015 en de informatie betreffende de punten 2) en 3) uiterlijk op 31 maart 2017 bij de Commissie, de lidstaten en de EFSA indienen.

▼M132

82

Gamma-cyhalothrin

CAS-nr.: 76703-62-3

CIPAC-nr.: 768

(S)-α-cyaan-3-fenoxybenzyl (1R,3R)-3-[(Z)-2-chloor-3,3,3-trifluorpropenyl]-2,2-dimethylcyclopropaan-carboxylaat of

(S)-α-cyaan-3-fenoxybenzyl (1R,3R)-3-[(Z)-2-chloor-3,3,3-trifluorpropenyl]-2,2-dimethylcyclopropaan-carboxylaat

≥ 980 g/kg

1 april 2015

31 maart 2025

Voor de toepassing van de in artikel 29, lid 6, van Verordening (EG) nr. 1107/2009 bedoelde uniforme beginselen moet rekening worden gehouden met de conclusies van het evaluatieverslag over gamma-cyhalothrin dat op 10 oktober 2014 door het Permanent Comité voor planten, dieren, levensmiddelen en diervoeders is afgerond, en met name met de aanhangsels I en II van dat verslag.

Bij deze algemene beoordeling moeten de lidstaten bijzondere aandacht schenken aan:

a) de veiligheid van gebruikers en werknemers,

b) het risico voor in het water levende organismen.

De gebruiksvoorwaarden moeten, indien nodig, risicobeperkende maatregelen omvatten.

De aanvrager moet bevestigende informatie indienen wat betreft:

1. analytische methoden voor de monitoring van residuen in lichaamsvloeistoffen, weefsels en milieumatrices;

2. de toxiciteit van de metabolieten CPCA PBA en PBA(OH);

3. het langetermijnrisico voor in het wild levende zoogdieren;

4. de mogelijkheid van biomagnificatie in land- en watervoedselketens.

De aanvrager moet die informatie uiterlijk op 31 maart 2017 indienen bij de Commissie, de lidstaten en de EFSA.

▼M130

83

Bacillus amyloliquefaciens subsp. plantarum stam D747

Volgnummer in de Agricultural Research Culture Collection (NRRL), Peoria, Illinois, VS: B-50405

Depotnummer in het Internationaal Organisme voor Octrooidepot, Tokio, Japan: FERM BP-8234.

Niet van toepassing.

Minimumconcentratie: 2,0 × 1011 kve/g

1 april 2015

31 maart 2025

Voor de toepassing van de in artikel 29, lid 6, van Verordening (EG) nr. 1107/2009 bedoelde uniforme beginselen moet rekening worden gehouden met de conclusies van het evaluatieverslag over Bacillus amyloliquefaciens subsp. plantarum stam D747 (met name de aanhangsels I en II) dat op 10 oktober 2014 door het Permanent Comité voor planten, dieren, levensmiddelen en diervoeders is afgerond.

Bij deze algehele evaluatie moeten de lidstaten bijzondere aandacht besteden aan de bescherming van gebruikers en werknemers, waarbij zij er rekening mee moeten houden dat Bacillus amyloliquefaciens subsp. plantarum stam D747 als een mogelijke sensibilisator moet worden beschouwd. De gebruiksvoorwaarden moeten, indien nodig, risicobeperkende maatregelen omvatten.

De producent moet een strikte handhaving van de omgevingsomstandigheden en een analyse van de kwaliteitscontrole tijdens het productieproces waarborgen.

▼M154

84

Terpenoïdenmengsel QRD 460

CIPAC-nr. 982

Terpenoïdenmengsel QRD 460 is een mengsel van drie componenten:

— α-terpineen: 1-isopropyl-4-methylcyclohexa-1,3-dieen;

p-cymeen: 1-isopropyl-4-methylbenzeen;

d-limoneen: (R)-4-isopropenyl-1-methylcyclohexeen.

De nominale concentratie van elke component van de werkzame stof zoals die wordt geproduceerd, moet als volgt zijn:

— α-terpineen: 59,7 %;

p-cymeen: 22,4 %;

d-limoneen: 17,9 %.

Elke component moet de volgende minimale zuiverheid hebben:

— α-terpineen: 89 %;

p-cymeen: 97 %;

d-limoneen: 93 %.

10 augustus 2015

10 augustus 2025

Voor de toepassing van de uniforme beginselen zoals bedoeld in artikel 29, lid 6, van Verordening (EG) nr. 1107/2009 moet rekening worden gehouden met de conclusies van het evaluatieverslag over terpenoïdenmengsel QRD 460, en met name met de aanhangsels I en II daarvan.

Bij deze algemene beoordeling moeten de lidstaten bijzondere aandacht besteden aan:

a) de stabiliteit van opgeslagen formuleringen;

b) de bescherming van de exploitanten en werknemers, waarbij ervoor moet worden gezorgd dat de gebruiksvoorwaarden indien nodig de toepassing van geschikte persoonlijke beschermingsmiddelen voorschrijven;

c) de bescherming van het grondwater, wanneer de stof wordt gebruikt in qua bodemgesteldheid en/of klimatologische omstandigheden kwetsbare gebieden;

d) de bescherming van oppervlaktewater en in het water levende organismen;

e) de bescherming van bijen en niet tot de doelsoorten behorende geleedpotigen.

De gebruiksvoorwaarden moeten, indien nodig, risicobeperkende maatregelen omvatten.

De aanvrager moet bevestigende informatie indienen wat betreft:

1. de technische specificatie van de werkzame stof zoals die wordt geproduceerd (vijf analysen van steekproefsets van het mengsel moeten worden verstrekt), ondersteund door aanvaardbare en gevalideerde analysemethoden. Er moet worden bevestigd dat er zich geen relevante onzuiverheden in het technische materiaal bevinden;

2. de gelijkwaardigheid van het voor de toxicologische en ecotoxicologische studies gebruikte materiaal met de bevestigde technische specificatie.

De aanvrager moet die informatie uiterlijk op 10 februari 2016 bij de Commissie, de lidstaten en de EFSA indienen.

▼M155

85

Fenhexamide

CAS-nr.: 126833-17-8

CIPAC-nr.: 603

N-(2,3-dichloor-4-hydroxyfenyl)-1-methylcyclohexaan-1-carboxamide

≥ 975 g/kg

De volgende relevante onzuiverheid mag in het technische materiaal een bepaalde drempelwaarde niet overschrijden:

— tolueen: max. 1 g/kg;

— 4-amino-2,3-dichloorfenol: max. 3 g/kg

1 januari 2016

31 december 2030

Voor de toepassing van de uniforme beginselen zoals bedoeld in artikel 29, lid 6, van Verordening (EG) nr. 1107/2009 moet rekening worden gehouden met de conclusies van het evaluatieverslag over fenhexamide, en met name met de aanhangsels I en II daarvan.

Bij deze algemene evaluatie moeten de lidstaten bijzondere aandacht besteden aan:

— de bescherming van toedieners tijdens handmatige toediening op veldgewassen;

— de bescherming van werknemers bij het opnieuw betreden van kassen met bewerkte kasgewassen;

— het risico voor in het water levende organismen;

— het langetermijnrisico van veldtoepassing voor zoogdieren.

De gebruiksvoorwaarden moeten, indien nodig, risicobeperkende maatregelen omvatten.

▼M151

86

Halauxifen-methyl

CAS-nr.: 943831-98-9

CIPAC-nr.: 970.201 (halauxifen-methyl) 970 (halauxifen)

methyl 4-amino-3-chloor-6-(4-chloor-2-fluor-3-methoxyfenyl)pyridine-2-carboxylaat

≥ 930 g/kg

5 augustus 2015

5 augustus 2025

Voor de toepassing van de in artikel 29, lid 6, van Verordening (EG) nr. 1107/2009 bedoelde uniforme beginselen moet rekening worden gehouden met de conclusies van het evaluatieverslag over halauxifen-methyl, en met name met de aanhangsels I en II daarvan.

Bij deze algemene beoordeling moeten de lidstaten bijzondere aandacht besteden aan:

— het risico voor waterplanten en niet tot de doelsoorten behorende landplanten.

De gebruiksvoorwaarden moeten, indien nodig, risicobeperkende maatregelen omvatten.

De aanvrager moet bevestigende informatie indienen:

— betreffende de technische specificatie van de werkzame stof zoals die wordt geproduceerd (op basis van productie op commerciële schaal). De relevantie van onzuiverheden in het technische materiaal moet worden bevestigd;

— of de steekproefsets betreffende de toxiciteit aan de technische specificatie voldoen.

De aanvrager moet die informatie uiterlijk op 5 februari 2016 bij de Commissie, de lidstaten en de EFSA indienen.

▼M148

87

Pyridaat

CAS-nr.: 55512-33-9

CIPAC-nr.: 447

O-6-chloor-3-fenylpyridazine-4-yl-S-octylthiocarbonaat

≥ 900 g/kg

1 januari 2016

31 december 2030

Voor de toepassing van de in artikel 29, lid 6, van Verordening (EG) nr. 1107/2009 bedoelde uniforme beginselen moet rekening worden gehouden met de conclusies van het evaluatieverslag over pyridaat, en met name met de aanhangsels I en II daarvan.

Bij deze algemene beoordeling moeten de lidstaten bijzondere aandacht besteden aan het risico voor in het water levende organismen, landplanten die niet tot de doelsoorten behoren, en herbivore zoogdieren.

De gebruiksvoorwaarden moeten, indien nodig, risicobeperkende maatregelen omvatten.

▼M156

88

Sulfoxaflor

CAS-nr.: 946578-00-3

CIPAC-nr.: 820

[methyl(oxo){1-[6-(trifluormethyl)-3-pyridyl]ethyl}-λ6-sulfanylideen]cyaanamide

≥ 950 g/kg

18 augustus 2015

18 augustus 2025

Voor de toepassing van de in artikel 29, lid 6, van Verordening (EG) nr. 1107/2009 bedoelde uniforme beginselen moet rekening worden gehouden met de conclusies van het evaluatieverslag over sulfoxaflor, en met name met de aanhangsels I en II daarvan.

Bij deze algemene beoordeling moeten de lidstaten bijzondere aandacht besteden aan:

a) het risico voor bijen en andere geleedpotigen die niet tot de doelsoorten behoren;

b) indien de stof in kassen wordt gebruikt, het risico voor bijen en hommels die voor bestuiving worden vrijgelaten.

De gebruiksvoorwaarden moeten, indien nodig, risicobeperkende maatregelen omvatten.

De aanvrager moet bevestigende informatie indienen wat betreft:

a) het risico voor honingbijen via de verschillende manieren van blootstelling, met name nectar, pollen, guttatievloeistof en stof;

b) het risico voor honingbijen die foerageren op nectar of pollen in volggewassen en bloeiend onkruid;

c) het risico voor andere bestuivers dan honingbijen;

d) het risico voor bijenbroedsels.

De aanvrager moet die informatie uiterlijk op 18 augustus 2017 bij de Commissie, de lidstaten en de EFSA indienen.

▼M150

89

Sulfosulfuron

CAS-nr.: 141776-32-1

CIPAC-nr.: 601

1-(4,6-dimethoxypyrimidine-2-yl)-3-(2-ethaansulfonyl-imidazo[1,2-a]pyridine)-3-ylsulfonyl]ureum

≥ 980 g/kg

De volgende relevante onzuiverheid mag in het technische materiaal een bepaalde drempelwaarde niet overschrijden:

fenol: < 2 g/kg

1 januari 2016

31 december 2030

Voor de toepassing van de in artikel 29, lid 6, van Verordening (EG) nr. 1107/2009 bedoelde uniforme beginselen moet rekening worden gehouden met de conclusies van het evaluatieverslag over sulfosulfuron, en met name met de aanhangsels I en II daarvan.

Bij deze algemene beoordeling moeten de lidstaten bijzondere aandacht besteden aan:

— de bescherming van het grondwater, wanneer de stof wordt gebruikt in qua bodemgesteldheid en/of klimatologische omstandigheden kwetsbare gebieden;

— het risico voor niet tot de doelsoorten behorende bodemmacro-organismen m.u.v. regenwormen, niet tot de doelsoorten behorende landplanten, en in het water levende organismen.

▼M159

90

Florasulam

CAS-nr. 145701-23-1

CIPAC-nr. 616

2′,6′,8-trifluor-5-methoxy-[1,2,4]-triazool[1,5-c]pyrimidine-2-sulfonanilide

≥ 970 g/kg

Onzuiverheid: 2,6-DFA, niet meer dan 2 g/kg

1 januari 2016

31 december 2030

Voor de toepassing van de in artikel 29, lid 6, van Verordening (EG) nr. 1107/2009 bedoelde uniforme beginselen moet rekening worden gehouden met de conclusies van het evaluatieverslag over florasulam, en met name met de aanhangsels I en II daarvan.

Bij deze algemene beoordeling moeten de lidstaten bijzondere aandacht besteden aan het risico voor in het water levende organismen en landplanten die niet tot de doelsoorten behoren.

De gebruiksvoorwaarden moeten, indien nodig, risicobeperkende maatregelen omvatten.

▼M164

91

Flupyradifuron

CAS-nr. 951659-40-8

CIPAC-nr. 987

4-[(6-chloor-3-pyridylmethyl)(2,2-difluorethyl) amino]furan-2(5H)-on

≥ 960 g/kg

9 december 2015

9 december 2025

Voor de toepassing van de in artikel 29, lid 6, van Verordening (EG) nr. 1107/2009 bedoelde uniforme beginselen moet rekening worden gehouden met de conclusies van het evaluatieverslag over flupyradifuron, en met name met de aanhangsels I en II daarvan.

Bij deze algemene beoordeling moeten de lidstaten bijzondere aandacht besteden aan:

— de bescherming van werknemers en toedieners;

— het risico voor niet tot de doelsoorten behorende geleedpotigen, ongewervelde waterdieren en kleine plantenetende zoogdieren;

— de bescherming van het grondwater, wanneer de stof wordt gebruikt in qua bodemgesteldheid en/of klimatologische omstandigheden kwetsbare gebieden;

— residuen in dierlijke matrices en wisselgewassen.

De gebruiksvoorwaarden moeten, indien nodig, risicobeperkende maatregelen omvatten.

De aanvrager moet bevestigende informatie indienen:

1. betreffende de technische specificatie van de werkzame stof zoals vervaardigd (op basis van productie op commerciële schaal), met inbegrip van de relevantie van sommige afzonderlijke onzuiverheden;

2. waarin wordt vermeld of de steekproefsets betreffende de toxiciteit aan de bevestigde technische specificatie voldoen;

3. betreffende het effect van waterbehandelingsprocessen op de aard van de in het oppervlaktewater en het grondwater aanwezige residuen, wanneer aan oppervlaktewater of grondwater drinkwater wordt onttrokken.

De aanvrager dient bij de Commissie, de lidstaten en de EFSA de in de punten 1 en 2 gevraagde informatie ten laatste op 9 juni 2016 in en de in punt 3 gevraagde informatie binnen twee jaar na de vaststelling van richtsnoeren voor de evaluatie van het effect van waterbehandelingsprocessen op de aard van de in het oppervlaktewater en het grondwater aanwezige residuen.

▼M167

92

Rescalure

CAS-nr.: 67601-06-3

CIPAC-nr.:

Niet beschikbaar

(3S,6R)-(3S,6S)-6-isopropenyl-3-methyldec-9-en-1-yl acetaat

≥ 750 g/kg

De verhouding (3S,6R)-(3S,6S) ligt tussen 55/45 en 45/55. De zuiverheidsmarge voor iedere isomeer is 337,5 g/kg tot 412,5 g/kg.

18 december 2015

18 december 2025

Voor de toepassing van de in artikel 29, lid 6, van Verordening (EG) nr. 1107/2009 bedoelde uniforme beginselen moet rekening worden gehouden met de conclusies van het evaluatieverslag over rescalure, en met name met de aanhangsels I en II daarvan.

▼M165

93

Mandestrobine

CAS-nr.: 173662-97-0

CIPAC-nr.: Niet beschikbaar

(RS)-2-methoxy-N-methyl-2-[α-(2,5-xylyloxy)-o-tolyl]aceetamide

≥ 940 g/kg (op basis van het gewicht van de droge stof)

Xylenen (ortho, meta, para), ethylbenzeen max. 5 g/kg (TK)

9 december 2015

9 december 2025

Voor de toepassing van de in artikel 29, lid 6, van Verordening (EG) nr. 1107/2009 bedoelde uniforme beginselen moet rekening worden gehouden met de conclusies van het evaluatieverslag over mandestrobine, en met name met de aanhangsels I en II daarvan.

Bij deze algemene beoordeling moeten de lidstaten bijzondere aandacht besteden aan:

— het risico voor in het water levende organismen;

— de bescherming van het grondwater, wanneer de stof wordt gebruikt in qua bodemgesteldheid en/of klimatologische omstandigheden kwetsbare gebieden.

De gebruiksvoorwaarden moeten, indien nodig, risicobeperkende maatregelen omvatten.

De aanvrager moet bevestigende informatie indienen:

1. betreffende de technische specificatie van de werkzame stof zoals vervaardigd (op basis van productie op commerciële schaal), met inbegrip van de relevantie van sommige afzonderlijke onzuiverheden;

2. waarin wordt vermeld of de steekproefsets betreffende de toxiciteit aan de bevestigde technische specificatie voldoen;

De aanvrager dient die informatie bij de Commissie, de lidstaten en de EFSA ten laatste op 9 juni 2016 in.

▼M161

94

2,4-D

CAS-nr.: 94-75-7

CIPAC-nr.: 1

(2,4-dichloorfenoxy)azijnzuur

≥ 960 g/kg

Onzuiverheden:

Vrije fenolen (uitgedrukt als 2,4-DCP): niet meer dan 3 g/kg.

Som van dioxinen en furanen (WHO-TCDD TEQ) (13): niet meer dan 0,01 mg/kg.

1 januari 2016

31 december 2030

Voor de toepassing van de in artikel 29, lid 6, van Verordening (EG) nr. 1107/2009 bedoelde uniforme beginselen moet rekening worden gehouden met de conclusies van het evaluatieverslag over 2,4-D, en met name met de aanhangsels I en II daarvan.

Bij deze algemene beoordeling moeten de lidstaten bijzondere aandacht besteden aan het risico voor in het water levende organismen, landdieren en consumenten ingeval van gebruik boven 750 g/ha.

De gebruiksvoorwaarden moeten, indien nodig, risicobeperkende maatregelen omvatten.

De aanvrager dient bij de Commissie, de lidstaten en de EFSA de volgende informatie in:

1) bevestigende informatie in de vorm van de indiening van de volledige resultaten van het bestaande uitgebreide onderzoek over een generatie;

2) bevestigende informatie in de vorm van de indiening van het onderzoek naar metamorfose bij amfibieën (OECD (2009) test nr. 231) om de eventuele endocriene eigenschappen van de stof na te gaan.

De in punt 1 vermelde informatie wordt ten laatste op 4 juni 2016 en de in punt 2 vermelde informatie ten laatste op 4 december 2017 ingediend.

▼M173

95

Pyraflufen-ethyl

CAS-nr.: 129630-19-9

CIPAC-nr. 605.202

ethyl-2-chloor-5-(4-chloor-5-difluormethoxy-1-methylpyrazool-3-yl)-4-fluorfenoxyacetaat

≥ 956 g/kg

1 april 2016

31 maart 2031

Voor de toepassing van de in artikel 29, lid 6, van Verordening (EG) nr. 1107/2009 bedoelde uniforme beginselen wordt rekening gehouden met de conclusies van het evaluatieverslag over pyraflufen-ethyl, en met name met de aanhangsels I en II daarvan.

Bij deze algemene beoordeling besteden de lidstaten bijzondere aandacht aan:

— de bescherming van in het water levende organismen;

— de bescherming van niet tot de doelsoorten behorende landplanten.

De gebruiksvoorwaarden omvatten, indien nodig, risicobeperkende maatregelen.

▼M171

96

Iprovalicarb

CAS-nr.: 140923-17-7

CIPAC-nr. 620

isopropyl [(1S)-2-methyl-1-{[(1RS)-1-p-tolylethyl]carbamoyl}propyl]carbamaat

≥ 950 g/kg

Onzuiverheden:

tolueen: niet meer dan 3 g/kg

1 april 2016

31 maart 2031

Voor de toepassing van de in artikel 29, lid 6, van Verordening (EG) nr. 1107/2009 bedoelde uniforme beginselen wordt rekening gehouden met de conclusies van het evaluatieverslag over iprovalicarb, en met name met de aanhangsels I en II daarvan.

Bij deze algemene beoordeling besteden de lidstaten bijzondere aandacht aan:

— de bescherming van het grondwater tegen de relevante bodemmetaboliet PMPA (17), wanneer de werkzame stof wordt gebruikt in gebieden met klei-arme bodemtypen;

— de veiligheid van toepassers en werknemers;

— de bescherming van in het water levende organismen in geval van geformuleerde producten die andere werkzame stoffen bevatten.

De gebruiksvoorwaarden omvatten, indien nodig, risicobeperkende maatregelen.

De aanvrager dient bij de Commissie, de lidstaten en de EFSA bevestigende informatie in wat betreft de mogelijk genotoxische werking van de bodemmetaboliet PMPA. Deze informatie wordt uiterlijk op 30 september 2016 ingediend.

▼M174

97

Pinoxaden

CAS-nr.: 243973-20-8

CIPAC-nr.: 776

8-(2,6-diëthyl-p-tolyl)-1,2,4,5-tetrahydro-7-oxo-7H-pyrazolo[1,2-d][1,4,5]oxadiazepine-9-yl 2,2-dimethylpropionaat

≥ 970 g/kg

Tolueen maximumgehalte 1 g/kg

1 juli 2016

30 juni 2026

Voor de toepassing van de in artikel 29, lid 6, van Verordening (EG) nr. 1107/2009 bedoelde uniforme beginselen moet rekening worden gehouden met de conclusies van het evaluatieverslag over pinoxaden dat op 29 januari 2016 door het Permanent Comité voor planten, dieren, levensmiddelen en diervoeders is afgerond, en met name met de aanhangsels I en II van dat verslag.

Bij deze algemene beoordeling moeten de lidstaten bijzondere aandacht besteden aan de bescherming van het grondwater, wanneer de stof wordt toegepast in regio's met kwetsbare bodem- en/of klimaatomstandigheden.

De betrokken lidstaten moeten bewakingsprogramma's uitvoeren om zo nodig mogelijke grondwaterverontreiniging door de metaboliet M2 in kwetsbare gebieden te controleren.

De aanvrager moet bevestigende informatie indienen met betrekking tot:

a) een gevalideerde methode voor de analyse van de metabolieten M11, M52, M54, M55 en M56 in grondwater;

b) de relevantie van de metabolieten M3, M11, M52, M54, M55 en M56 en de bijbehorende grondwaterrisicobeoordeling, als pinoxaden uit hoofde van Verordening (EG) nr. 1272/2008 als H361d wordt ingedeeld (wordt ervan verdacht het ongeboren kind te schaden).

De aanvrager moet de onder a) vastgestelde informatie uiterlijk op 30 juni 2018 en de in onder b) vastgestelde informatie binnen zes maanden na de kennisgeving van het indelingsbesluit betreffende pinoxaden uit hoofde van Verordening (EG) nr. 1272/2008 indienen bij de Commissie, de lidstaten en de EFSA.

▼M175

98

Acibenzolar-S-methyl

CAS-nr.: 135158-54-2

CIPAC-nr.: 597

S-methyl- benzo[1,2,3]thiadiazool-7-carbothioaat

970 g/kg

tolueen: max. 5 g/kg

1 april 2016

31 maart 2031

Voor de toepassing van de in artikel 29, lid 6, van Verordening (EG) nr. 1107/2009 bedoelde uniforme beginselen wordt rekening gehouden met de conclusies van het evaluatieverslag over acibenzolar-S-methyl, en met name met de aanhangsels I en II daarvan.

Bij deze algemene beoordeling moeten de lidstaten bijzondere aandacht besteden aan:

a) het risico voor de consument via de voeding;

b) de bescherming van gebruikers en werknemers;

c) het risico voor in het water levende organismen.

De gebruiksvoorwaarden moeten, indien nodig, risicobeperkende maatregelen omvatten.

De aanvrager moet de Commissie, de lidstaten en de EFSA uiterlijk op 1 juni 2017 voorzien van bevestigende informatie over de relevantie en de reproduceerbaarheid van de met blootstelling aan acibenzolar-S-methyl verband houdende, waargenomen morfometrische veranderingen in de hersenen van foetussen en uitsluitsel geven over de vraag of deze veranderingen het gevolg kunnen zijn van endrocriene werking. De te verstrekken informatie moet een systematisch onderzoek omvatten van de beschikbare bewijsstukken, beoordeeld aan de hand van de beschikbare richtsnoeren (bv. de richtsnoeren van de EFSA over methoden voor systematische evaluatie, 2010).

▼M189

99

Cyantraniliprole

CAS-nr.:

736994-63-1

CIPAC-nr.: niet toegewezen.

3-broom-1-(3-chloor-2-pyridyl) -4′-cyano-2′-methyl-6′-(methylcarbamoyl)pyrazool-5-carboxanilide

≥ 940 g/kg

IN-Q6S09 max. 1 mg/kg

IN-RYA13 max. 20 mg/kg

Methaansulfonzuur max. 2 g/kg

Acetonitril max. 2 g/kg

Heptaan max. 7 g/kg

3-picoline max. 3 g/kg

14 september 2016

14 september 2026

Voor de toepassing van de in artikel 29, lid 6, van Verordening (EG) nr. 1107/2009 bedoelde uniforme beginselen wordt rekening gehouden met de conclusies van het evaluatieverslag over cyantraniliprole, en met name met de aanhangsels I en II daarvan.

Bij deze algemene beoordeling moeten de lidstaten bijzondere aandacht besteden aan:

a) het risico voor de toedieners;

b) het risico voor in het water levende organismen, bijen en andere niet tot de doelsoorten behorende geleedpotigen;

c) indien de stof in serres wordt gebruikt, het risico voor bijen en hommels die voor bestuiving worden vrijgelaten;

d) de bescherming van het grondwater, wanneer de stof wordt gebruikt in qua bodemgesteldheid en/of klimatologische omstandigheden kwetsbare gebieden.

De gebruiksvoorwaarden moeten, indien nodig, risicobeperkende maatregelen omvatten.

De aanvrager dient bij de Commissie, de lidstaten en de EFSA bevestigende informatie in over het effect van waterzuiveringsprocessen op de aard van de in het oppervlakte- en grondwater aanwezige residuen, wanneer drinkwater aan oppervlakte- of grondwater wordt onttrokken binnen twee jaar na de vaststelling van richtsnoeren voor de evaluatie van het effect van waterzuiveringsprocessen op de aard van de in het oppervlakte- en grondwater aanwezige residuen.

▼M192

100

Isofetamid

CAS-nr.: 875915-78-9

CIPAC-nr.: 972

N-[1,1-dimethyl-2-(4-isopropoxy-o-tolyl)-2-oxoethyl]-3-methylthiofeen-2-carboxamide

≥ 950 g/kg

15 september 2016

15 september 2026

Voor de toepassing van de in artikel 29, lid 6, van Verordening (EG) nr. 1107/2009 bedoelde uniforme beginselen wordt rekening gehouden met de conclusies van het evaluatieverslag over isofetamid, en met name met de aanhangsels I en II daarvan.

Bij deze algemene beoordeling besteden de lidstaten bijzondere aandacht aan het risico voor gebruikers, werknemers en in het water levende organismen, met name vissen.

De gebruiksvoorwaarden omvatten, indien nodig, risicobeperkende maatregelen.

De aanvrager dient bij de Commissie, de lidstaten en de EFSA bevestigende informatie in:

1. betreffende de technische specificatie van de werkzame stof zoals vervaardigd (op basis van productie op commerciële schaal), met inbegrip van de relevantie van onzuiverheden;

2. waarin wordt vermeld of de steekproefsets wat betreft toxiciteit en ecotoxiciteit, aan de bevestigde technische specificatie voldoen;

3. betreffende het effect van chlorering in waterbehandelingsprocessen op de aard van de residuen, inclusief het potentieel voor de vorming van chloorresiduen die kunnen ontstaan uit in het oppervlaktewater aanwezige residuen, wanneer aan oppervlaktewater drinkwater wordt onttrokken.

De aanvrager dient de in punten 1 en 2 verzochte informatie uiterlijk op 15 maart 2017 in en de in punt 3 verzochte informatie binnen twee jaar na de vaststelling van richtsnoeren voor de evaluatie van het effect van waterbehandelingsprocessen op de aard van de in het oppervlaktewater en het grondwater aanwezige residuen.

▼M194

101

Bacillus amyloliquefaciens stam MBI 600.

Volgnummer in de National Collection of Industrial, Marine and Food Bacteria Ltd (NCIMB), Schotland: NCIMB 12376

Volgnummer in de American Type Culture Collection (ATCC): SD-1414

Niet van toepassing

Minimumconcentratie:

5,0 × 1014 CFU/kg

16 september 2016

16 september 2026

Voor de toepassing van de in artikel 29, lid 6, van Verordening (EG) nr. 1107/2009 bedoelde uniforme beginselen wordt rekening gehouden met de conclusies van het evaluatieverslag over Bacillus amyloliquefaciens stam MBI 600, en met name met de aanhangsels I en II daarvan.

Bij deze algemene beoordeling moeten de lidstaten bijzondere aandacht besteden aan:

b) de specificatie van het technische materiaal zoals commercieel vervaardigd, waaronder een volledige karakterisering van de onzuiverheden en metabolieten;

b) de bescherming van gebruikers en werknemers, waarbij zij er rekening mee moeten houden dat Bacillus amyloliquefaciens stam MBI 600 als een potentieel sensibiliserende stof moet worden beschouwd.

De gebruiksvoorwaarden moeten, indien nodig, risicobeperkende maatregelen omvatten.

Tijdens het productieproces moet de producent de beheersing van de omgevingsomstandigheden en het kwaliteitscontroleproces door middel van analyses strikt waarborgen.

▼M193

102

Ethofumesaat

CAS-nr.: 26225-79-6

CIPAC-nr.: 233

(RS)-2-ethoxy-2,3-dihydro-3,3-dimethylbenzofuran-5-ylmethaansulfonaat

≥ 970 g/kg

De volgende onzuiverheden zijn uit toxicologisch oogpunt van belang en mogen in het technische materiaal de volgende niveaus niet overschrijden:

— EMS; ethylmethaansulfonaat: maximaal 0,1 mg/kg

— iBMS; isobutylmethaansulfonaat: maximaal 0,1 mg/kg

1 november 2016

31 oktober 2031

Voor de toepassing van de in artikel 29, lid 6, van Verordening (EG) nr. 1107/2009 bedoelde uniforme beginselen wordt rekening gehouden met de conclusies van het verslag over de verlenging voor ethofumesaat, en met name met de aanhangsels I en II daarvan.

Bij deze algemene beoordeling moeten de lidstaten bijzondere aandacht besteden aan:

— het risico voor in het water levende organismen.

De gebruiksvoorwaarden omvatten, indien nodig, risicobeperkende maatregelen.

▼M190

103

Picolinafen

CAS-nr.: 137641-05-5

CIPAC-nr.: 639

4′-fluor-6-(α,α,α-trifluor-m-tolyloxy)pyridine-2-carboxanilide

≥ 980 g/kg

1 november 2016

30 juni 2031

Voor de toepassing van de in artikel 29, lid 6, van Verordening (EG) nr. 1107/2009 bedoelde uniforme beginselen moet rekening worden gehouden met de conclusies van het evaluatieverslag over picolinafen, en met name met de aanhangsels I en II daarvan.

Bij deze algemene beoordeling moeten de lidstaten bijzondere aandacht besteden aan:

— de onzuiverheden in de technische werkzame stof;

— de bescherming van zoogdieren, vooral van grote herbivoren;

— de bescherming van niet tot de doelsoorten behorende landplanten;

— de bescherming van het grondwater, wanneer de stof wordt gebruikt in qua bodemgesteldheid en/of klimatologische omstandigheden kwetsbare gebieden;

— de bescherming van in het water levende organismen, vooral van algen.

De gebruiksvoorwaarden moeten, indien nodig, risicobeperkende maatregelen omvatten.

▼M191

104

Thifensulfuron-methyl

CAS-nr.: 79277-27-3

CIPAC-nr.: 452

Methyl 3-(4-methoxy-6-methyl-1,3,5-triazine-2-ylcarbamoyl-sulfamoyl)thiofeen-2-carboxylaat

≥ 960 g/kg

1 november 2016

31 oktober 2031

Voor de toepassing van de in artikel 29, lid 6, van Verordening (EG) nr. 1107/2009 bedoelde uniforme beginselen wordt rekening gehouden met de conclusies van het evaluatieverslag over thifensulfuron-methyl, en met name met de aanhangsels I en II daarvan.

Bij deze algemene beoordeling moeten de lidstaten bijzondere aandacht besteden aan:

— de bescherming van het grondwater;

— de bescherming van niet tot de doelsoorten behorende planten en in het water levende organismen.

De gebruiksvoorwaarden moeten risicobeperkende maatregelen omvatten, alsook de verplichting om toezicht te houden op het grondwater, indien van toepassing.

De aanvrager moet bij de Commissie, de lidstaten en de EFSA bevestigende informatie indienen met betrekking tot:

1. de niet-genotoxiciteit van het metaboliet IN-A4098 en het derivaat IN-B5528 daarvan, en de metabolieten IN-A5546 en IN-W8268;

2. mechanistische gegevens die uitsluiten dat de stof via het hormoonstelsel invloed heeft op de ontwikkeling van borstkliergezwellen;

3. het risico van thifensulfuron-methyl en de metaboliet IN-D8858 voor in het water levende organismen en het risico van de metabolieten IN-JZ789 en 2-zuur-3-triureet voor bodemorganismen;

4. de relevantie van de metabolieten IN-A4098, IN-L9223 en IN-JZ789 indien thifensulfuron-methyl overeenkomstig Verordening (EG) nr. 1272/2008 wordt ingedeeld als voor de voortplanting giftige stof van categorie 2, en het risico van deze metabolieten voor het grondwater.

De aanvrager moet deze informatie binnen de volgende termijnen indienen: de onder punt 1 gevraagde informatie uiterlijk op 31 maart 2017, de onder de punten 2 en 3 gevraagde informatie uiterlijk op 30 juni 2017 en de onder punt 4 gevraagde informatie binnen zes maanden na de kennisgeving van het besluit over de indeling van thifensulfuron-methyl.

▼M198

105

Thiabendazool

2-(thiazool-4-yl)benzimidazool

≥ 985 g/kg

1 april 2017

31 maart 2032

Voor de toepassing van de in artikel 29, lid 6, van Verordening (EG) nr. 1107/2009 bedoelde uniforme beginselen moet rekening worden gehouden met de conclusies van het evaluatieverslag over thiabendazool, en met name met de aanhangsels I en II daarvan.

Bij deze algemene beoordeling moeten de lidstaten bijzondere aandacht besteden aan:

— de bescherming van toedieners en consumenten;

— de bescherming van het grondwater;

— de controle van afvalwater afkomstig van toepassing na de oogst.

De gebruiksvoorwaarden omvatten, indien nodig, risicobeperkende maatregelen.

De aanvrager moet uiterlijk op 31 maart 2019 bij de Commissie, de lidstaten en de EFSA bevestigende informatie indienen betreffende tests van niveau 2 die momenteel zijn vermeld in het conceptueel kader van de OESO voor onderzoek naar de mogelijke hormonaal gemedieerde effecten van thiabendazool.

CAS-nr. 148-79-8

CIPAC-nr.: 323

▼M200

106

Oxathiapiproline

CAS-nr.:

1003318-67-9

CIPAC-nr.: 985

1-(4-{4-[(5RS)-5-(2,6-difluorfenil)-4,5-dihydro-1,2-oxazool-3-yl]-1,3-thiazool-2-yl}-1-piperidyl)-2-[5-methyl-3-(trifluormethyl)-1H-pyrazool-1-yl]ethanon

≥ 950 g/kg

3 maart 2017

3 maart 2027

Voor de toepassing van de in artikel 29, lid 6, van Verordening (EG) nr. 1107/2009 bedoelde uniforme beginselen moet rekening worden gehouden met de conclusies van het evaluatieverslag over oxathiapiproline, en met name met de aanhangsels I en II daarvan.

De gebruiksvoorwaarden moeten, indien nodig, risicobeperkende maatregelen omvatten.

De aanvrager moet bij de Commissie, de lidstaten en de EFSA bevestigende informatie indienen:

1. betreffende de technische specificatie van de werkzame stof zoals vervaardigd (op basis van productie op commerciële schaal), met inbegrip van de relevantie van onzuiverheden;

2. waarin wordt vermeld of de steekproefsets wat betreft toxiciteit en ecotoxiciteit aan de bevestigde technische specificatie voldoen.

De aanvrager moet de in de punten 1 en 2 gevraagde informatie uiterlijk op 3 september 2017 indienen.

▼M207

107

Iodosulfuron

CAS-nr.: 185119-76-0 (moederstof)

CAS-nr.: 144550-36-7 (iodosulfuron-methyl-natrium)

CIPAC-nr.: 634 (moederstof)

CIPAC-nr.: 634.501 (iodosulfuron-methyl-natrium)

4-jood-2-[4-methoxy-6-methyl-1,3,5-triazine-2-yl)carbamoylsulfamoyl]benzoëzuur

(iodosulfuron)

natrium ({[5-iodo-2-(methoxycarbonyl)fenyl]sulfonyl}carbamoyl)(4-methoxy-6-methyl-1,3,5-triazine-2-yl)azanide

(iodosulfuron-methyl-natrium)

≥ 910 g/kg (uitgedrukt als iodosulfuron-methyl-natrium)

1 april 2017

31 maart 2032

Voor de toepassing van de in artikel 29, lid 6, van Verordening (EG) nr. 1107/2009 bedoelde uniforme beginselen wordt rekening gehouden met de conclusies van het evaluatieverslag over iodosulfuron, en met name met de aanhangsels I en II daarvan.

Bij deze algemene beoordeling besteden de lidstaten bijzondere aandacht aan:

— het risico voor de consument,

— het risico voor niet tot de doelsoorten behorende landplanten,

— het risico voor waterplanten.

De gebruiksvoorwaarden omvatten, indien nodig, risicobeperkende maatregelen.

De aanvrager dient bij de Commissie, de lidstaten en de EFSA bevestigende informatie in met betrekking tot:

1. de mogelijk genotoxische werking van de metaboliet triazineamine (IN-A4098), teneinde te bevestigen dat deze metaboliet niet genotoxisch is en niet relevant voor de risicobeoordeling;

2. het effect van waterbehandelingsprocessen op de aard van de residuen in het drinkwater.

De aanvrager dient de onder 1) verzochte informatie in tegen 1 oktober 2017 en de onder 2) verzochte informatie binnen twee jaar na de vaststelling van richtsnoeren voor de evaluatie van het effect van waterbehandelingsprocessen op de aard van de in het oppervlaktewater en het grondwater aanwezige residuen.

▼M218

108

Flazasulfuron

CAS-nr.: 104040-78-0

CIPAC-nr.: 595

1-(4,6-dimethoxypyrimidine-2-yl)-3-(3-trifluormethyl-2-pyridylsulfonyl)ureum

≥ 960 g/kg

1 augustus 2017

31 juli 2032

Voor de toepassing van de in artikel 29, lid 6, van Verordening (EG) nr. 1107/2009 bedoelde uniforme beginselen moet rekening worden gehouden met de conclusies van het verslag over de verlenging voor flazasulfuron, en met name met de aanhangsels I en II daarvan.

Bij deze algemene beoordeling moeten de lidstaten bijzondere aandacht besteden aan:

— de bescherming van waterplanten;

— de bescherming van niet tot de doelsoorten behorende landplanten;

— de bescherming van het grondwater, wanneer de stof wordt gebruikt in qua bodemgesteldheid en/of klimatologische omstandigheden kwetsbare gebieden.

De gebruiksvoorwaarden omvatten, indien nodig, risicobeperkende maatregelen.

De aanvrager dient bij de Commissie, de lidstaten en de EFSA bevestigende informatie in betreffende het effect van waterbehandelingsprocessen op de aard van de in het drinkwater aanwezige residuen uiterlijk twee jaar na de bekendmaking door de Commissie van richtsnoeren voor de evaluatie van het effect van waterbehandelingsprocessen op de aard van de in het oppervlaktewater en het grondwater aanwezige residuen.

▼M223

109

Beauveria bassiana stam NPP111B005

Volgnummer in de CNCM (Collection nationale de culture de micro-organismes) van het Institut Pasteur, Parijs, Frankrijk: I-2961

Niet van toepassing

Max. beauvericinegehalte: 24 μg/l

7 juni 2017

7 juni 2027

Voor de toepassing van de in artikel 29, lid 6, van Verordening (EG) nr. 1107/2009 bedoelde uniforme beginselen moet rekening worden gehouden met de conclusies van het evaluatieverslag over Beauveria bassiana stam NPP111B005, en met name met de aanhangsels I en II daarvan.

Bij deze algemene beoordeling moeten de lidstaten bijzondere aandacht besteden aan:

— de bescherming van gebruikers en werknemers, waarbij zij er rekening mee moeten houden dat Beauveria bassiana stam NPP111B005 net als alle andere micro-organismen als een mogelijke sensibilisator moet worden beschouwd, en met bijzondere aandacht voor blootstelling via inademing;

— het maximumniveau van de metaboliet beauvericine in het geformuleerde product.

De producent moet een strikte handhaving van de omgevingsomstandigheden en een analyse van de kwaliteitscontrole tijdens het productieproces waarborgen.

De gebruiksvoorwaarden moeten, indien nodig, risicobeperkende maatregelen omvatten.

▼M220

110

Beauveria bassiana stam 147

Volgnummer in de CNCM (Collection nationale de cultures de micro-organismes) van het Institut Pasteur, Parijs, Frankrijk: I-2960

Niet van toepassing

Max. beauvericinegehalte: 24 μg/l

6 juni 2017

6 juni 2027

Voor de toepassing van de in artikel 29, lid 6, van Verordening (EG) nr. 1107/2009 bedoelde uniforme beginselen moet rekening worden gehouden met de conclusies van het evaluatieverslag over Beauveria bassiana stam 147, en met name met de aanhangsels I en II daarvan.

Bij deze algemene beoordeling moeten de lidstaten bijzondere aandacht besteden aan:

— de bescherming van gebruikers en werknemers, waarbij zij er rekening mee moeten houden dat Beauveria bassiana stam 147 net als alle andere micro-organismen als een mogelijke sensibilisator moet worden beschouwd, en met bijzondere aandacht voor blootstelling via inademing;

— het maximumniveau van de metaboliet beauvericine in het geformuleerde product.

De producent moet een strikte handhaving van de omgevingsomstandigheden en een analyse van de kwaliteitscontrole tijdens het productieproces waarborgen.

De gebruiksvoorwaarden moeten, indien nodig, risicobeperkende maatregelen omvatten.

▼M216

111

Mesosulfuron (moederstof)

Mesosulfuronmethyl (variant)

CAS-nr.: 208465-21-8

(mesosulfuronmethyl)

CIPAC-nr.: 663

(mesosulfuron)

CIPAC-nr.: 663.201

(mesosulfuronmethyl)

Mesosulfuronmethyl:

methyl-2-[(4,6-dimethoxypyrimidine-2-ylcarbamoyl)sulfamoyl]-α-(methaansulfonamido)-p-toluaat

Mesosulfuron:

2-[(4,6-dimethoxypyrimidine-2-ylcarbamoyl)sulfamoyl]-α-(methaansulfonamido)-p-toluylzuur

≥ 930 g/kg

(uitgedrukt als mesosulfuronmethyl)

1 juli 2017

30 juni 2032

Voor de toepassing van de in artikel 29, lid 6, van Verordening (EG) nr. 1107/2009 bedoelde uniforme beginselen moet rekening worden gehouden met de conclusies van het verslag over de verlenging voor mesosulfuron, en met name met de aanhangsels I en II daarvan.

Bij deze algemene beoordeling moeten de lidstaten bijzondere aandacht besteden aan:

— de bescherming van in het water levende organismen en niet tot de doelsoorten behorende landplanten;

— de bescherming van het grondwater.

De gebruiksvoorwaarden moeten, indien nodig, risicobeperkende maatregelen omvatten.

De aanvrager dient bij de Commissie, de lidstaten en de EFSA bevestigende informatie in betreffende het effect van waterbehandelingsprocessen op de aard van de in het drinkwater aanwezige residuen uiterlijk twee jaar na de bekendmaking door de Commissie van richtsnoeren voor de evaluatie van het effect van waterbehandelingsprocessen op de aard van de in het oppervlaktewater en het grondwater aanwezige residuen.

▼M214

112

Mesotrione

CAS-nr.: 104206-82-8

CIPAC-nr.: 625

Mesotrione

2-(4-mesyl-2-nitrobenzoyl) cyclohexaan-1,3-dion

≥ 920 g/kg

R287431 max. 2 mg/kg

R287432 max. 2 g/kg

1,2-dichloorethaan max. 1 g/kg

1 juni 2017

31 mei 2032

Voor de toepassing van de in artikel 29, lid 6, van Verordening (EG) nr. 1107/2009 bedoelde uniforme beginselen wordt rekening gehouden met de conclusies van het verslag over de verlenging voor mesotrione, en met name met de aanhangsels I en II daarvan.

Bij deze algemene beoordeling besteden de lidstaten bijzondere aandacht aan:

— de bescherming van de toedieners;

— de bescherming van het grondwater in kwetsbare gebieden;

— de bescherming van zoogdieren, waterplanten en niet tot de doelsoorten behorende planten.

De gebruiksvoorwaarden omvatten, indien nodig, risicobeperkende maatregelen.

De aanvrager moet bevestigende informatie indienen met betrekking tot:

1. het genotoxisch profiel van de metaboliet AMBA;

2. de mogelijk hormoonontregelende werking van de werkzame stof in specifieke tests van niveau 2 en 3, die momenteel zijn vermeld in het conceptueel kader van de OESO (OESO 2012) en geanalyseerd in het wetenschappelijk advies van de EFSA inzake de risicobeoordeling van hormoonontregelaars;

3. het effect van waterbehandelingsprocessen op de aard van de in het oppervlaktewater en het grondwater aanwezige residuen, wanneer aan oppervlaktewater of grondwater drinkwater wordt onttrokken.

De aanvrager dient bij de Commissie, de lidstaten en de EFSA de onder 1) verzochte relevante informatie in tegen 1 juli 2017 en de onder 2) verzochte relevante informatie tegen 31 december 2017. De aanvrager dient bij de Commissie, de lidstaten en de EFSA de onder 3) verzochte bevestigende informatie in binnen twee jaar na de bekendmaking door de Commissie van richtsnoeren voor de evaluatie van het effect van waterbehandelingsprocessen op de aard van de in het oppervlaktewater en het grondwater aanwezige residuen.

▼M215

113

Cyhalofop-butyl

CAS-nr.: 122008-85-9

CIPAC-nr.: 596

butyl-(R)-2-[4(4-cyaan-2-fluorfenoxy) fenoxy]propionaat

950 g/kg

1 juli 2017

30 juni 2032

Voor de toepassing van de in artikel 29, lid 6, van Verordening (EG) nr. 1107/2009 bedoelde uniforme beginselen wordt rekening gehouden met de conclusies van het evaluatieverslag over cyhalofop-butyl, en met name met de aanhangsels I en II daarvan.

Bij deze algemene beoordeling besteden de lidstaten bijzondere aandacht aan:

— de bescherming van de toedieners,

— de technische specificatie,

— de bescherming van niet tot de doelsoorten behorende landplanten.

De gebruiksvoorwaarden omvatten, indien nodig, risicobeperkende maatregelen.

▼M228

114

Propoxycarbazon (moederstof)

Propoxycarbazonnatrium (variant)

CAS-nr.: 145026-81-9 (propoxycarbazon)

CAS-nr.: 181274-15-7 (propoxycarbazonnatrium)

CIPAC nr. 655 (propoxycarbazon)

CIPAC nr. 655.011 (propoxycarbazonnatrium)

Propoxycarbazon:

methyl-2-[(4,5-dihydro-4-methyl-5-oxo-3-propoxy-1H-1,2,4-triazool-1-carboxamido)sulfonyl]benzoaat

Propoxycarbazonnatrium:

natrium{[2- (methoxycarbonyl)fenyl]sulfonyl}(4,5-dihydro-4-methyl-5-oxo-3-propoxy-1H-1,2,4-triazool-1-yl)carbonyl]azanide

≥ 950 g/kg

(uitgedrukt in propoxycarbazonnatrium)

1 september 2017

31 augustus 2032

Voor de toepassing van de in artikel 29, lid 6, van Verordening (EG) nr. 1107/2009 bedoelde uniforme beginselen moet rekening worden gehouden met de conclusies van het verslag over de verlenging voor propoxycarbazon, en met name met de aanhangsels I en II daarvan.

Bij deze algemene beoordeling besteden de lidstaten bijzondere aandacht aan:

— de bescherming van in het water levende organismen, met name waterplanten en niet tot de doelsoorten behorende landplanten;

— de bescherming van het grondwater, wanneer de stof wordt gebruikt in qua bodemgesteldheid en/of klimatologische omstandigheden kwetsbare gebieden.

De gebruiksvoorwaarden moeten, indien nodig, risicobeperkende maatregelen omvatten.

De aanvrager dient bij de Commissie, de lidstaten en de EFSA bevestigende informatie in betreffende het effect van waterbehandelingsprocessen op de aard van de in het drinkwater aanwezige residuen uiterlijk twee jaar na de bekendmaking door de Commissie van richtsnoeren voor de evaluatie van het effect van waterbehandelingsprocessen op de aard van de in het oppervlaktewater en het grondwater aanwezige residuen.

▼M226

115

Benzoëzuur

CAS-nr.: 65-85-0

CIPAC-nr.: 622

Benzoëzuur

≥ 990 g/kg

1 september 2017

31 augustus 2032

Voor de toepassing van de in artikel 29, lid 6, van Verordening (EG) nr. 1107/2009 bedoelde uniforme beginselen moet rekening worden gehouden met de conclusies van het verslag over de verlenging voor benzoëzuur, en met name met de aanhangsels I en II daarvan.

Bij deze algemene beoordeling moeten de lidstaten bijzondere aandacht besteden aan de bescherming van de toedieners, waarbij zij ervoor zorgen dat de gebruiksvoorwaarden het gebruik van geschikte persoonlijke beschermingsmiddelen voorschrijven.

De gebruiksvoorwaarden moeten, indien nodig, risicobeperkende maatregelen omvatten.

▼M232

116

2,4-DB

CAS-nr.: 94-82-6

CIPAC-nr.: 83

4-(2,4-dichloorfenoxy)boterzuur

≥ 940 g/kg

Onzuiverheden:

vrije fenolen (uitgedrukt als 2,4-dichloorfenol (2,4-DCP)): max. 15 g/kg;

dibenzo-p-dioxinen en polychloordibenzofuranen (toxische equivalenten (TEQ) van TCDD): max. 0,01 mg/kg.

1 november 2017

31 oktober 2032

Voor de toepassing van de in artikel 29, lid 6, van Verordening (EG) nr. 1107/2009 bedoelde uniforme beginselen moet rekening worden gehouden met de conclusies van het evaluatieverslag over 2,4-DB, en met name met de aanhangsels I en II daarvan.

Bij deze algemene beoordeling moeten de lidstaten bijzondere aandacht besteden aan:

— de bescherming van gebruikers en werknemers;

— de bescherming van de consumenten tegen producten van dierlijke oorsprong;

— de bescherming van wilde zoogdieren;

— de bescherming van niet tot de doelsoorten behorende bodemorganismen;

— de bescherming van in het water levende organismen;

— de bescherming van niet tot de doelsoorten behorende landplanten.

De gebruiksvoorwaarden moeten, indien nodig, risicobeperkende maatregelen omvatten.

▼M234

117

Maleïnehydrazide

CAS-nr.: 123-33-1

CIPAC-nr.: 310

6-hydroxy-2H-pyridazine-3-on

≥ 979 g/kg

Tot 1 november 2018 mag de onzuiverheid hydrazine in het technische materiaal niet meer dan 1 mg/kg bedragen.

Vanaf 1 november 2018 mag de onzuiverheid hydrazine in het technische materiaal niet meer dan 0,028 mg/kg bedragen.

1 november 2017

31 oktober 2032

Voor de toepassing van de in artikel 29, lid 6, van Verordening (EG) nr. 1107/2009 bedoelde uniforme beginselen moet rekening worden gehouden met de conclusies van het verslag over de verlenging voor maleïnehydrazide, en met name met de aanhangsels I en II daarvan.

Bij deze algemene beoordeling moeten de lidstaten bijzondere aandacht besteden aan:

— de bescherming van de consument;

— de veiligheid van de toedieners en de werknemers; de gebruiksvoorwaarden moeten het gebruik van passende persoonlijke beschermingsmiddelen omvatten.

Indien nodig waarborgen de lidstaten dat het etiket van de behandelde gewassen de volgende informatie bevat: de vermelding dat de gewassen met maleïnehydrazide zijn behandeld en de begeleidende instructies om blootstelling van de veestapel te voorkomen.

De gebruiksvoorwaarden moeten, indien nodig, risicobeperkende maatregelen omvatten.

▼M244

118

Glyfosaat

CAS-nr.: 1071-83-6

CIPAC-nr. 284

N-(fosfonomethyl)glycine

≥ 950 g/kg

Onzuiverheden:

Formaldehyde, minder dan 1 g/kg

N-nitrosoglyfosaat, minder dan 1 mg/kg

16 december 2017

15 december 2022

De stof mag alleen worden toegelaten voor gebruik als herbicide.

Voor de toepassing van de in artikel 29, lid 6, van Verordening (EG) nr. 1107/2009 bedoelde uniforme beginselen moet rekening worden gehouden met de conclusies van het evaluatieverslag over glyfosaat, en met name met de aanhangsels I en II daarvan.

Bij deze algemene beoordeling moeten de lidstaten bijzondere aandacht besteden aan:

— de bescherming van het grondwater in kwetsbare gebieden, met name bij niet voor gewassen bestemde toepassingen;

— de bescherming van toedieners en niet-professionele gebruikers;

— het risico voor gewervelde landdieren en niet tot de doelsoorten behorende landplanten;

— het risico, via trofische interacties, voor de diversiteit en abondantie van niet tot de doelsoorten behorende terrestrische geleedpotigen en gewervelde dieren;

— toepassing van goede landbouwpraktijken bij gebruik vóór de oogst.

De gebruiksvoorwaarden moeten, indien nodig, risicobeperkende maatregelen omvatten.

De lidstaten moeten ervoor zorgen dat het gebruik van gewasbeschermingsmiddelen die glyfosaat bevatten tot een minimum wordt beperkt in de specifieke in artikel 12, onder a), van Richtlijn 2009/128/EG vermelde gebieden.

De lidstaten zorgen ervoor dat de specificaties van het technische materiaal, zoals commercieel vervaardigd, gelijkwaardig zijn met die van het in het toxicologisch onderzoek gebruikte testmateriaal.

De lidstaten zorgen ervoor dat gewasbeschermingsmiddelen die glyfosaat bevatten niet de formuleringshulpstof POE-tallowamine (CAS-nr. 61791-26-2) bevatten.

▼M247

119

Acetamiprid

CAS-nr.: 135410-20-7

CIPAC-nr.: 649

(E)-N1-[(6-chloor-3-pyridyl)methyl]-N2-cyaan-N1-methylacetamidine

≥ 990 g/kg

1 maart 2018

28 februari 2033

Voor de toepassing van de in artikel 29, lid 6, van Verordening (EG) nr. 1107/2009 bedoelde uniforme beginselen moet rekening worden gehouden met de conclusies van het verslag over de verlenging voor acetamiprid, en met name met de aanhangsels I en II daarvan.

Bij hun algemene beoordeling moeten de lidstaten bijzondere aandacht besteden aan:

— het risico voor in het water levende organismen, bijen en andere niet tot de doelsoorten behorende geleedpotigen;

— het risico voor vogels en zoogdieren;

— het risico voor de consument;

— het risico voor de toedieners.

De gebruiksvoorwaarden moeten, indien nodig, risicobeperkende maatregelen omvatten.

▼M253

120

Bentazon

CAS-nr.: 25057-89-0

CIPAC-nr.: 366

3-isopropyl-(1H)-2,1,3-benzothiadiazine-4-(3H)-on-2,2-dioxide

≥ 960 g/kg

1,2-dichloorethaan < 3 mg/kg

1 juni 2018

31 mei 2025

Voor de toepassing van de in artikel 29, lid 6, van Verordening (EG) nr. 1107/2009 bedoelde uniforme beginselen moet rekening worden gehouden met de conclusies van het evaluatieverslag over bentazon, en met name met de aanhangsels I en II daarvan.

Bij hun algemene beoordeling moeten de lidstaten bijzondere aandacht besteden aan:

— de technische specificatie;

— de bescherming van toedieners en werknemers;

— het risico voor vogels en zoogdieren;

— de bescherming van grondwater, met name maar niet alleen in beschermde drinkwatergebieden, en zij moeten zorgvuldig nadenken over het moment van toediening en de bodem- en/of klimaatomstandigheden.

De gebruiksvoorwaarden moeten, indien nodig, risicobeperkende maatregelen omvatten.

De aanvrager moet uiterlijk op 1 februari 2019 bij de Commissie, de lidstaten en de EFSA bevestigende informatie indienen betreffende tests van niveau 2/3 die momenteel zijn vermeld in het conceptueel kader van de OESO voor onderzoek naar de mogelijke hormonaal gemedieerde effecten van bentazon.

▼M259

121

Silthiofam

CAS-nr.: 175217-20-6

CIPAC-nr.: 635

N-allyl-4,5-dimethyl-2-(trimethylsilyl)thiofeen-3-carboxamide

≥ 980 g/kg

1 juli 2018

30 juni 2033

Voor de toepassing van de in artikel 29, lid 6, van Verordening (EG) nr. 1107/2009 bedoelde uniforme beginselen moet rekening worden gehouden met de conclusies van het verslag over de verlenging voor silthiofam, en met name met de aanhangsels I en II daarvan.

Bij hun algemene beoordeling moeten de lidstaten bijzondere aandacht besteden aan:

— de bescherming van de toedieners;

— de bescherming van het grondwater in kwetsbare gebieden;

— de bescherming van vogels, zoogdieren en regenwormen.

De gebruiksvoorwaarden moeten, indien nodig, risicobeperkende maatregelen omvatten.

De aanvrager dient bij de Commissie, de lidstaten en de EFSA bevestigende informatie in met betrekking tot:

1. het effect van waterbehandelingsprocessen op de aard van de in het oppervlaktewater en het grondwater aanwezige residuen, wanneer aan oppervlaktewater of grondwater drinkwater wordt onttrokken;

2. de relevantie van de metabolieten M2 en M6, rekening houdend met elke eventuele indeling voor silthiofam overeenkomstig Verordening (EG) nr. 1272/2008, met name als voor de voortplanting giftige stof van categorie 2.

De aanvrager dient de in punt 1 vermelde informatie in binnen twee jaar nadat de Commissie een document met richtsnoeren voor de evaluatie van het effect van waterbehandelingsprocessen op de aard van de in het oppervlaktewater en het grondwater aanwezige residuen publiceert, en dient de in punt 2 verlangde inlichtingen in binnen een jaar na de bekendmaking op de website van het Europees Agentschap voor chemische stoffen (ECHA) van het overeenkomstig artikel 37, lid 4, van Verordening (EG) nr. 1272/2008 door het Comité risicobeoordeling van het ECHA uitgebrachte advies met betrekking tot silthiofam.

▼M255

122

Forchlorfenuron

CAS-nr.: 68157-60-8

CIPAC-nr.: 633

1-(2-chloor-4-pyridinyl)-3-fenylureum

≥ 978 g/kg

1 juni 2018

31 mei 2033

Voor de toepassing van de in artikel 29, lid 6, van Verordening (EG) nr. 1107/2009 bedoelde uniforme beginselen moet rekening worden gehouden met de conclusies van het verslag over de verlenging voor forchlorfenuron, en met name met de aanhangsels I en II daarvan.

Bij deze algemene beoordeling moeten de lidstaten bijzondere aandacht besteden aan:

— het risico voor de consument wat het potentiële risico van metabolieten in fruitgewassen met eetbare schil betreft.

De gebruiksvoorwaarden moeten indien nodig risicobeperkende maatregelen omvatten.

▼M258

123

Zoxamide

CAS-nr.: 156052-68-5

CIPAC-nr.: 640

(RS)-3,5-dichloor-N-(3-chloor-1-ethyl-1-methyl-2-oxopropyl)-p-toluamide

≥ 953 g/kg

1 juli 2018

30 juni 2033

Voor de toepassing van de in artikel 29, lid 6, van Verordening (EG) nr. 1107/2009 bedoelde uniforme beginselen moet rekening worden gehouden met de conclusies van het verslag over de verlenging voor zoxamide, en met name met de aanhangsels I en II daarvan.

Bij deze algemene beoordeling moeten de lidstaten bijzondere aandacht besteden aan:

— de bescherming van het grondwater tegen metaboliet RH-141455;

— de bescherming van bijen, in het water levende organismen en regenwormen.

De gebruiksvoorwaarden moeten, indien nodig, risicobeperkende maatregelen omvatten.

De aanvrager moet uiterlijk twee jaar na de bekendmaking door de Commissie van richtsnoeren voor de evaluatie van het effect van waterbehandelingsprocessen op de aard van de in het oppervlaktewater en het grondwater aanwezige residuen bevestigende informatie betreffende het effect van waterbehandelingsprocessen op de aard van de in het drinkwater aanwezige residuen bij de Commissie, de lidstaten en de EFSA indienen.

▼M267

124

Trifloxystrobin

CAS-nr.: 141517-21-7

CIPAC-nr.: 617

methyl-(E)-methoxyimino-{(E)-α-[1-(α,α,α-trifluor-m-tolyl)ethylideenaminooxy]-o-tolyl}acetaat

≥ 975 g/kg

AE 1344136 (max. 4 g/kg)

1 augustus 2018

31 juli 2033

Voor de toepassing van de in artikel 29, lid 6, van Verordening (EG) nr. 1107/2009 bedoelde uniforme beginselen moet rekening worden gehouden met de conclusies van het verslag over de verlenging voor trifloxystrobin, en met name met de aanhangsels I en II daarvan.

Bij deze algemene beoordeling moeten de lidstaten bijzondere aandacht besteden aan:

— de bescherming van het grondwater, wanneer de stof wordt gebruikt in qua bodemgesteldheid en/of klimatologische omstandigheden kwetsbare gebieden;

— de bescherming van aquatische organismen, bijen en visetende vogels en zoogdieren.

De gebruiksvoorwaarden moeten, indien nodig, risicobeperkende maatregelen omvatten.

De aanvrager dient bij de Commissie, de lidstaten en de EFSA bevestigende informatie in met betrekking tot:

1. de relevantie van metabolieten die in het grondwater aanwezig kunnen zijn, rekening houdend met elke eventuele indeling voor trifloxystrobin overeenkomstig Verordening (EG) nr. 1272/2008, met name als giftig voor de voortplanting van categorie 2;

2. betreffende het effect van waterbehandelingsprocessen op de aard van de in het oppervlaktewater en het grondwater aanwezige residuen, wanneer aan oppervlaktewater of grondwater drinkwater wordt onttrokken.

De aanvrager dient de in punt 1 vermelde informatie in binnen een jaar na de bekendmaking op de website van het Europees Agentschap voor chemische stoffen (ECHA) van het overeenkomstig artikel 37, lid 4, van Verordening (EG) nr. 1272/2008 door het Comité risicobeoordeling van het ECHA uitgebrachte advies met betrekking tot trifloxystrobin.

De aanvrager dient de in punt 2 bedoelde informatie in binnen twee jaar nadat de Commissie een document met richtsnoeren voor de evaluatie van het effect van waterbehandelingsprocessen op de aard van de in het oppervlaktewater en het grondwater aanwezige residuen publiceert.

▼M268

125

Carfentrazone-ethyl

CAS-nr.: 128639-02-1

CIPAC-nr.: 587.202

Ethyl-(RS)-2-chloor-3-[2-chloor-5-(4-difluormethyl-4,5-dihydro-3-methyl-5-oxo-1H-1,2,4-triazool-1-yl)-4-fluorfenyl]propionaat

≥ 910 g/kg

1 augustus 2018

31 juli 2033

Voor de toepassing van de in artikel 29, lid 6, van Verordening (EG) nr. 1107/2009 bedoelde uniforme beginselen wordt rekening gehouden met de conclusies van het evaluatieverslag over carfentrazone-ethyl, en met name met de aanhangsels I en II daarvan.

Bij hun algemene beoordeling moeten de lidstaten bijzondere aandacht besteden aan:

— de bescherming van het grondwater, wanneer de stof wordt gebruikt in qua bodemgesteldheid en/of klimatologische omstandigheden kwetsbare gebieden;

— de bescherming van niet tot de doelsoorten behorende bodemorganismen;

— de bescherming van in het water levende organismen;

— de bescherming van niet tot de doelsoorten behorende hogere landplanten.

De gebruiksvoorwaarden moeten, indien nodig, risicobeperkende maatregelen omvatten.

De aanvrager dient bij de Commissie, de lidstaten en de EFSA bevestigende informatie in met betrekking tot:

1. de relevantie van metabolieten die in het grondwater aanwezig kunnen zijn, rekening houdend met elke eventuele indeling voor carfentrazone-ethyl overeenkomstig Verordening (EG) nr. 1272/2008 van het Europees Parlement en de Raad (19), met name kankerverwekkend van categorie 2;

2. het effect van waterbehandelingsprocessen op de aard van de residuen in het drinkwater.

De aanvrager dient de in punt 1 vermelde informatie in binnen een jaar na de bekendmaking op de website van het Europees Agentschap voor chemische stoffen (ECHA) van het overeenkomstig artikel 37, lid 4, van Verordening (EG) nr. 1272/2008 door het Comité risicobeoordeling van het ECHA uitgebrachte advies met betrekking tot carfentrazone-ethyl.

De aanvrager dient de in punt 2 bedoelde informatie in binnen twee jaar nadat de Commissie een document met richtsnoeren voor de evaluatie van het effect van waterbehandelingsprocessen op de aard van de in het oppervlaktewater en het grondwater aanwezige residuen publiceert.

▼M273

126

Fenpicoxamid

CAS-nr.: 517875-34-2

CIPAC-nr.: 991

(3S,6S,7R,8R)-8-benzyl-3-{3-[(isobutyryloxy)methoxy]-4-methoxypyridine-2-carboxamido}-6-methyl-4,9-dioxo-1,5-dioxonan-7-yl isobutyraat

≥ 750 g/kg

11 oktober 2018

11 oktober 2028

Voor de toepassing van de in artikel 29, lid 6, van Verordening (EG) nr. 1107/2009 bedoelde uniforme beginselen wordt rekening gehouden met de conclusies van het evaluatieverslag over fenpicoxamid, en met name met de aanhangsels I en II daarvan.

Bij deze algemene beoordeling moeten de lidstaten bijzondere aandacht besteden aan:

— de gevolgen van verwerking op de beoordeling van het risico voor de consument,

— het risico voor in het water levende organismen.

De gebruiksvoorwaarden moeten, indien nodig, risicobeperkende maatregelen omvatten.

De aanvrager moet bevestigende informatie indienen over:

1. de technische specificatie van de werkzame stof zoals die wordt geproduceerd (op basis van productie op commerciële schaal) en of de steekproefsets betreffende de toxiciteit aan de technische specificatie voldoen;

2. het effect van waterbehandelingsprocessen op de aard van de residuen in het drinkwater;

3. het hormoonontregelende vermogen van fenpicoxamid, wat de werking van de schildklier betreft, waarbij met name mechanistische gegevens moeten worden verstrekt om overeenkomstig bijlage II, punten 3.6.5 en 3.8.2, bij Verordening (EG) nr. 1107/2009, zoals gewijzigd bij Verordening (EU) 2018/605 van de Commissie (20) te verduidelijken of de effecten die in de in het kader van de goedkeuring ingediende studies zijn waargenomen, al dan niet verband houden met de schildklierhormoonontregelende werking.

De aanvrager dient de in punt 1 bedoelde informatie tegen 11 oktober 2019 de in punt 2 bedoelde informatie binnen twee jaar nadat de Commissie een document met richtsnoeren voor de evaluatie van het effect van waterbehandelingsprocessen op de aard van de in het oppervlaktewater en het grondwater aanwezige residuen publiceert, en de in punt 3 bedoelde informatie tegen 10 november 2020 in bij de Commissie, de lidstaten en de EFSA.

▼M272

127

Pethoxamide

CAS-nr.: 106700-29-2

CIPAC-nr.: 665

2-chloor-N-(2-ethoxyethyl)-N-(2-methyl-1-fenylprop-1-enyl)acetamide

≥ 940 g/kg

Onzuiverheden:

tolueen: max. 3 g/kg.

1 december 2018

30 november 2033

DEEL A

Het gebruik moet worden beperkt tot één toepassing om de twee jaar op hetzelfde veld met een maximale dosis van 1 200 g werkzame stof per hectare.

DEEL B

Voor de toepassing van de in artikel 29, lid 6, van Verordening (EG) nr. 1107/2009 bedoelde uniforme beginselen moet rekening worden gehouden met de conclusies van het verslag over de verlenging voor pethoxamide, en met name met de aanhangsels I en II daarvan.

Bij hun algemene beoordeling moeten de lidstaten bijzondere aandacht besteden aan:

— het risico op grondwatermetabolieten wanneer pethoxamide wordt gebruikt in qua bodemgesteldheid en/of klimatologische omstandigheden kwetsbare gebieden;

— het risico voor in het water levende organismen en regenwormen;

— het risico voor consumenten vanwege residuen in de volggewassen of in geval van misoogst.

De gebruiksvoorwaarden moeten, indien nodig, risicobeperkende maatregelen omvatten.

De aanvrager dient bij de Commissie, de lidstaten en de EFSA bevestigende informatie in met betrekking tot:

1. de relevantie van de metabolieten die in het grondwater aanwezig kunnen zijn, rekening houdend met elke eventuele indeling voor pethoxamide overeenkomstig Verordening (EG) nr. 1272/2008 van het Europees Parlement en de Raad (19), met name kankerverwekkend van categorie 2;

2. het effect van waterbehandelingsprocessen op de aard van de residuen in het drinkwater;

3. het hormoonontregelend vermogen van pethoxamide met betrekking tot de werking van de schildklier, waarbij op zijn minst op basis van mechanistische gegevens wordt verduidelijkt of er een hormoonontregelend werkingsmechanisme is ten aanzien van de schildklier.

De aanvrager dient de in punt 1 vereiste informatie in binnen één jaar na de bekendmaking van het overeenkomstig artikel 37, lid 4, van Verordening (EG) nr. 1272/2008 door het Comité risicobeoordeling van het Europees Agentschap voor chemische stoffen (ECHA) uitgebrachte advies met betrekking tot pethoxamide en de vereiste informatie.

De aanvrager dient de in punt 2 vereiste informatie in binnen twee jaar nadat de Commissie een document met richtsnoeren voor de evaluatie van het effect van waterbehandelingsprocessen op de aard van de in het oppervlaktewater en het grondwater aanwezige residuen publiceert.

De aanvrager dient de in punt 3 vereiste informatie uiterlijk op 10 november 2020 in overeenkomstig Verordening (EU) 2018/605 van de Commissie (20) tot wijziging van bijlage II bij Verordening (EG) nr. 1107/2009 met betrekking tot de vaststelling van wetenschappelijke criteria voor de vaststelling van hormoonontregelende eigenschappen en de gezamenlijke richtsnoeren van de EFSA en het ECHA voor de identificatie van hormoonontregelende stoffen.

▼M283

128

Tribenuron (moederstof)

CAS-nr. 106040-48-6

CIPAC-nr. 546

2-[[(4-methoxy-6-methyl-1,3,5-triazine-2-yl)-methylcarbamoyl]sulfamoyl]benzoëzuur

≥ 960 g/kg (uitgedrukt als tribenuron-methyl)

1 februari 2019

30 januari 2034

Voor de toepassing van de in artikel 29, lid 6, van Verordening (EG) nr. 1107/2009 bedoelde uniforme beginselen moet rekening worden gehouden met de conclusies van het verslag over de verlenging voor tribenuron, en met name met de aanhangsels I en II daarvan.

Bij deze algemene beoordeling moeten de lidstaten bijzondere aandacht besteden aan:

— de bescherming van de consumenten, in het bijzonder voor residuen in dierlijke producten;

— de bescherming van het grondwater;

— de bescherming van in het water levende organismen en van niet tot de doelsoorten behorende landplanten.

De gebruiksvoorwaarden moeten, indien nodig, risicobeperkende maatregelen omvatten.

▼M285

129

Metschnikowia fructicola stam NRRL Y-27328

Volgnummer in de Agricultural Research Service Culture Collection bij het National center for agricultural utilisation research in Peoria, Illinois, Verenigde Staten

Niet van toepassing

Minimumconcentratie:

1 × 1010 kve/g

27 december 2018

27 december 2028

Voor de toepassing van de in artikel 29, lid 6, van Verordening (EG) nr. 1107/2009 bedoelde uniforme beginselen moet rekening worden gehouden met de conclusies van het evaluatieverslag over Metschnikowia fructicola stam NRRL Y-27328, en met name met de aanhangsels I en II daarvan.

Bij deze algemene beoordeling moeten de lidstaten bijzondere aandacht besteden aan:

— de bescherming van gebruikers en werknemers, waarbij zij er rekening mee moeten houden dat Metschnikowia fructicola stam NRRL Y-27328 als een potentieel sensibiliserende stof moet worden beschouwd.

De producent moet een strikte handhaving van de omgevingsomstandigheden en een analyse van de kwaliteitscontrole tijdens het productieproces waarborgen.

De gebruiksvoorwaarden moeten, indien nodig, risicobeperkende maatregelen omvatten.

▼M289

130

Beauveria bassiana stam IMI389521

Volgnummer in de CABI Genetic Resource Collection: IMI389521

Niet van toepassing.

Max. beauvericinegehalte: 0,09 mg/kg

19 februari 2019

19 februari 2029

Voor de toepassing van de in artikel 29, lid 6, van Verordening (EG) nr. 1107/2009 bedoelde uniforme beginselen moet rekening worden gehouden met de conclusies van het evaluatieverslag voor Beauveria bassiana stam IMI389521, en met name met de aanhangsels I en II daarvan.

Bij deze algemene beoordeling moeten de lidstaten bijzondere aandacht besteden aan:

— de stabiliteit bij opslag van de formulering(en) die B. bassiana stam IMI389521 bevat(ten), waaronder het gehalte aan de metaboliet beauvericine na opslag;

— het gehalte aan de metaboliet beauvericine die onder de aanvraagvoorwaarden wordt gevormd;

— het risico dat wordt gevormd door beauvericine bij besmette insecten in het opgeslagen graan. Er moeten maatregelen worden genomen om ervoor te zorgen dat dergelijke producten niet in de voedsel- en voederketen terechtkomen, rekening houdend met het natuurlijke achtergrondniveau van beauvericine bij granen;

— de bescherming van gebruikers en werknemers, waarbij zij er rekening mee moeten houden dat B. bassiana stam IMI389521 net als alle andere micro-organismen als een potentieel sensibiliserende stof moet worden beschouwd.

Er moet een strikte handhaving van de omgevingsomstandigheden en een analyse van de kwaliteitscontrole tijdens het productieproces worden gewaarborgd om te zorgen voor de naleving van de grenswaarden inzake microbiologische besmetting als bedoeld in werkdocument SANCO/12116/2012 (21).

De gebruiksvoorwaarden moeten waar nodig risicobeperkende maatregelen omvatten.

▼M290

131

Beauveria bassiana stam PPRI 5339

Volgnummer in de Agricultural Research Culture Collection (NRRL) van de Internationaal Depositaris: NRRL 50757

Niet van toepassing.

Max. beauvericine-gehalte: 0,5 mg/kg

20 februari 2019

20 februari 2029

Voor de toepassing van de in artikel 29, lid 6, van Verordening (EG) nr. 1107/2009 bedoelde uniforme beginselen moet rekening worden gehouden met de conclusies van het evaluatieverslag voor Beauveria bassiana stam PPRI 5339, en met name met de aanhangsels I en II daarvan.

Bij deze algemene beoordeling moeten de lidstaten bijzondere aandacht besteden aan:

— het gehalte aan de metaboliet beauvericine aan de hand van een houdbaarheidsstudie na opslag van de formulering(en) die B. bassiana stam PPRI 5339 bevat(ten);

— het effect op bestuivers die in kassen worden geplaatst na blootstelling aan een formulering die verschilt/formuleringen die verschillen van de representatieve formulering waarop deze goedkeuring is gebaseerd;

— de bescherming van gebruikers en werknemers, waarbij zij er rekening mee moeten houden dat B. bassiana stam PPRI 5339 net als alle andere micro-organismen als een potentieel sensibiliserende stof moet worden beschouwd.

Er moet een strikte handhaving van de omgevingsomstandigheden en een analyse van de kwaliteitscontrole tijdens het productieproces worden gewaarborgd om te zorgen voor de naleving van de grenswaarden inzake microbiologische besmetting als bedoeld in werkdocument SANCO/12116/2012 (21).

De gebruiksvoorwaarden moeten waar nodig risicobeperkende maatregelen omvatten.

▼M297

132

Mefentrifluconazool

CAS-nr.: 1417782-03-6

CIPAC-nr.: Niet toegekend

(2RS)-2-[4-(4-chloorfenoxy)-2-(trifluormethyl)fenyl]-1-(1H-1,2,4-triazool-1-yl)propaan-2-ol

≥ 970 g/kg

De onzuiverheid N,N-dimethylformamide mag niet meer bedragen dan 0,5 g/kg in het technische materiaal.

De onzuiverheid tolueen mag niet meer bedragen dan 1 g/kg in het technische materiaal.

De onzuiverheid 1,2,4-(1H)-triazool mag niet meer bedragen dan 1 g/kg in het technische materiaal.

20 maart 2019

20 maart 2029

Voor de toepassing van de in artikel 29, lid 6, van Verordening (EG) nr. 1107/2009 bedoelde uniforme beginselen moet rekening worden gehouden met de conclusies van het evaluatieverslag over mefentrifluconazool, en met name met de aanhangsels I en II daarvan.

Bij deze algemene beoordeling moeten de lidstaten bijzondere aandacht besteden aan:

— de bescherming van de toedieners, waarbij er voor wordt gezorgd dat de gebruiksvoorwaarden het gebruik van geschikte persoonlijke beschermingsmiddelen omvatten;

— de bescherming van in het water levende organismen.

De gebruiksvoorwaarden moeten waar nodig risicobeperkende maatregelen omvatten, zoals bufferzones en/of vegetatiestroken.

De aanvrager moet bij de Commissie, de lidstaten en de EFSA bevestigende informatie indienen met betrekking tot:

1. de technische specificatie van de werkzame stof zoals die wordt geproduceerd (op basis van productie op commerciële schaal) en de mate waarin de steekproefsets betreffende de toxiciteit aan de bevestigde technische specificatie voldoen;

2. het effect van waterbehandelingsprocessen op de aard van de in het oppervlaktewater en het grondwater aanwezige residuen, wanneer aan oppervlaktewater of grondwater drinkwater wordt onttrokken.

De aanvrager dient de in punt 1 gevraagde informatie uiterlijk op 20 maart 2020, en de in punt 2 bedoelde informatie binnen twee jaar na de bekendmaking door de Commissie van richtsnoeren over de evaluatie van het effect van waterbehandelingsprocessen op de aard van de in het oppervlakte- en grondwater aanwezige residuen.

▼M299

133

Flutianil

CAS-nr. [958647-10-4]

CIPAC-nr. 835

(Z)-[3-(2-methoxyfenyl)-1,3-thiazolidine-2-ylideen](α,α,α,4-tetrafluor-m-tolylthio)acetonitril

≥ 985 g/kg

14 april 2019

14 april 2029

Voor de toepassing van de in artikel 29, lid 6, van Verordening (EG) nr. 1107/2009 bedoelde uniforme beginselen moet rekening worden gehouden met de conclusies van het evaluatieverslag over flutianil, en met name met de aanhangsels I en II daarvan.

Bij deze algemene beoordeling moeten de lidstaten bijzondere aandacht besteden aan:

— de bescherming van toedieners en werknemers;

— het risico voor in het water levende organismen;

— het risico voor het grondwater van metabolieten wanneer de stof wordt gebruikt in qua bodemgesteldheid of klimatologische omstandigheden kwetsbare gebieden.

De gebruiksvoorwaarden moeten, indien nodig, risicobeperkende maatregelen omvatten.

De aanvrager dient bij de Commissie, de lidstaten en de EFSA bevestigende informatie in met betrekking tot:

1. de technische specificatie van de werkzame stof zoals die wordt geproduceerd (op basis van productie op commerciële schaal) en de mate waarin de steekproefsets betreffende de toxiciteit aan de bevestigde technische specificatie voldoen;

2. het effect van waterbehandelingsprocessen op de aard van de in het oppervlaktewater en het grondwater aanwezige residuen, wanneer aan oppervlaktewater of grondwater drinkwater wordt onttrokken;

3. een geactualiseerde beoordeling van de ingediende informatie en, in voorkomend geval, aanvullende gegevens ter bevestiging dat flutianil geen hormoonontregelende stof is overeenkomstig bijlage II, punten 3.6.5 en 3.8.2, bij Verordening (EG) nr. 1107/2009, mede met toepassing van de richtsnoeren van het Europees Agentschap voor chemische stoffen en de EFSA voor de identificatie van hormoonontregelende stoffen (22).

De aanvrager dient de volgende informatie in:

— de in punt 1 bedoelde informatie, uiterlijk op 14 april 2020;

— de in punt 2 bedoelde informatie, uiterlijk binnen twee jaar na de bekendmaking door de Commissie van richtsnoeren over de evaluatie van het effect van waterbehandelingsprocessen op de aard van de in het oppervlakte- en grondwater aanwezige residuen, en

— de in punt 3 bedoelde informatie, uiterlijk op 14 april 2021.

▼M305

134

Isoxaflutool

CAS-nr. 141112-29-0

CIPAC-nr. 575

(5-cyclopropyl-1,2-oxazol-4-yl)(α,α,α-trifluoro-2-mesyl-p-tolyl)methanon

≥ 972 g/kg

1 augustus 2019

31 juli 2034

Voor de toepassing van de in artikel 29, lid 6, van Verordening (EG) nr. 1107/2009 bedoelde uniforme beginselen moet rekening worden gehouden met de conclusies van het verslag over de verlenging voor isoxaflutool, en met name met de aanhangsels I en II van dat verslag.

Bij deze algemene beoordeling moeten de lidstaten bijzondere aandacht schenken aan:

— de bescherming van het grondwater, wanneer de stof wordt gebruikt in qua bodemgesteldheid en/of klimatologische omstandigheden kwetsbare gebieden;

— de bescherming van in het water levende organismen, in het wild levende zoogdieren en niet tot de doelsoorten behorende landplanten.

De gebruiksvoorwaarden moeten zo nodig risicobeperkende maatregelen omvatten.

De aanvrager moet bij de Commissie, de lidstaten en de EFSA bevestigende informatie indienen over het effect van waterbehandelingsprocessen op de aard van in het oppervlakte- en grondwater aanwezige residuen, wanneer drinkwater aan oppervlakte- of grondwater wordt onttrokken. De aanvrager moet deze informatie uiterlijk twee jaar na de datum waarop de Commissie richtsnoeren over de evaluatie van het effect van waterbehandelingsprocessen op de aard van in het oppervlakte- en grondwater aanwezige residuen heeft gepubliceerd, indienen.

Uiterlijk 10 mei 2021 moet de aanvrager ook voor een geactualiseerde beoordeling zorgen om te bevestigen dat isoxaflutool geen hormoonontregelaar is in de zin van de punten 3.6.5 en 3.8.2 van bijlage II bij Verordening (EG) nr. 1107/2009, zoals gewijzigd bij Verordening (EU) 2018/605 van de Commissie en in overeenstemming met de richtsnoeren voor de identificatie van hormoonontregelende stoffen (23).

▼M327

135

carvon

2244-16-8 (d-carvon = S-carvon = (+)-carvon)

carvon: 602

d-carvon: niet toegekend

(S)-5-isopropenyl-2-methylcyclohex-2-een-1-on

of

(S)-p-mentha-6,8-dien-2-on

923 g/kg d-carvon

1 augustus 2019

31 juli 2034

Voor de toepassing van de in artikel 29, lid 6, van Verordening (EG) nr. 1107/2009 bedoelde uniforme beginselen moet rekening worden gehouden met de conclusies van het verslag over de verlenging voor carvon, en met name met de aanhangsels I en II van dat verslag.

Bij deze algemene beoordeling moeten de lidstaten bijzondere aandacht schenken aan:

— de bescherming van de gebruikers, waarbij het zaak is dat de gebruiksvoorwaarden voorzien in het gebruik van geschikte persoonlijke beschermingsmiddelen.

De gebruiksvoorwaarden moeten zo nodig risicobeperkende maatregelen omvatten. Er moet met name in voldoende tijd worden voorzien tussen het gebruik van gewasbeschermingsmiddelen die carvon bevatten, en de opslag in opslagruimten.

De aanvrager moet bij de Commissie, de lidstaten en de EFSA bevestigende informatie indienen over:

— het effect van waterbehandelingsprocessen op de aard van de in het oppervlakte- en grondwater aanwezige residuen, wanneer aan oppervlaktewater drinkwater wordt onttrokken.

De aanvrager moet die informatie uiterlijk twee jaar na de datum waarop de Commissie richtsnoeren over de evaluatie van het effect van waterbehandelingsprocessen op de aard van in het oppervlakte- en grondwater aanwezige residuen heeft gepubliceerd, indienen.

▼M307

136

1-methylcyclopropeen

CAS-nr. 3100-04-7

CIPAC-nr. 767

1-methylcyclopropeen

≥ 980 g/kg (technisch concentraat)

De volgende onzuiverheden zijn in toxicologisch opzicht van belang en mogen in het technische materiaal (technisch concentraat) de volgende niveaus niet overschrijden:

— 1-chloor-2-methylpropeen: maximaal 0,2 g/kg;

— 3-chloor-2-methylpropeen: maximaal 0,2 g/kg.

Voor in situ gegenereerd 1-methylcyclopropeen zijn heptaan en methylcyclohexaan toxicologisch relevante onzuiverheden. Deze onzuiverheden moeten onder 10 % blijven.

1 augustus 2019

31 juli 2034

Alleen het gebruik van de stof als groeiregulator voor opslag na de oogst in een afgesloten entrepot mag worden toegestaan.

Voor de toepassing van de in artikel 29, lid 6, van Verordening (EG) nr. 1107/2009 bedoelde uniforme beginselen moet rekening worden gehouden met de conclusies van het verslag over de verlenging van de goedkeuring van 1-methylcyclopropeen, en met name met de aanhangsels I en II van dat verslag.

▼M311

137

Dimethenamid-p

CAS-nr. 163515-14-8

CIPAC-nr. 638

S-2-chloor-N-(2,4-dimethyl-3-thiënyl)-N-(2-methoxy-1-methylethyl)acetamide

≥ 930 g/kg

De volgende onzuiverheid is in toxicologisch opzicht van belang en mag in het technische materiaal het volgende niveau niet overschrijden:

1,1,1,2-tetrachloorethaan (TCE): ≤ 1,0 g/kg

1 september 2019

31 augustus 2034

Voor de toepassing van de in artikel 29, lid 6, van Verordening (EG) nr. 1107/2009 bedoelde uniforme beginselen moet rekening worden gehouden met de conclusies van het verslag over de verlenging van de goedkeuring van dimethenamid-p, en met name met de aanhangsels I en II van dat verslag.

Bij deze algemene beoordeling moeten de lidstaten bijzondere aandacht besteden aan:

— de bescherming van de toedieners en werknemers, waarbij ervoor moet worden gezorgd dat de gebruiksvoorwaarden voorzien in het gebruik van geschikte persoonlijke beschermingsmiddelen;

— de bescherming van grondwater, met name wat betreft de metabolieten van dimethenamid-p;

— de bescherming van in het water levende organismen en kleine plantenetende zoogdieren.

De gebruiksvoorwaarden moeten waar nodig risicobeperkende maatregelen omvatten.

De aanvrager moet bij de Commissie, de lidstaten en de EFSA bevestigende informatie indienen over het effect van waterbehandelingsprocessen op de aard van in het oppervlaktewater en grondwater aanwezige residuen, wanneer drinkwater aan oppervlakte- of grondwater wordt onttrokken.

De aanvrager moet de gevraagde informatie indienen binnen twee jaar na de bekendmaking door de Commissie van richtsnoeren over de evaluatie van het effect van waterbehandelingsprocessen op de aard van de in het oppervlakte- en grondwater aanwezige residuen.

▼M310

138

Tolclofos-methyl

CAS-nr. 57018-04-9

CIPAC-nr. 479

O-2,6-dichloor-p-tolylO,O-dimethylfosforthioaat

O-2,6-dichloor-4-methylfenylO,O-dimethylfosforthioaat

≥ 960 g/kg

De volgende onzuiverheid is in toxicologisch opzicht van belang en mag in het technische materiaal het volgende niveau niet overschrijden:

methanol max. 1 g/kg

1 september 2019

31 augustus 2034

Uitsluitend voor gebruik op sierplanten en aardappelen.

Voor de toepassing van de in artikel 29, lid 6, van Verordening (EG) nr. 1107/2009 bedoelde uniforme beginselen moet rekening worden gehouden met de conclusies van het verslag over de verlenging van de goedkeuring van tolclofos-methyl, en met name met de aanhangsels I en II van dat verslag.

Bij deze algemene beoordeling moeten de lidstaten bijzondere aandacht besteden aan:

— het risico voor in het water levende organismen en zoogdieren;

— het risico voor consumenten, met name het potentiële risico van metaboliet DM-TM-CH2OH in aardappelen;

— het risico voor toedieners, werknemers en omstanders.

De gebruiksvoorwaarden moeten waar nodig risicobeperkende maatregelen omvatten.

▼M312

139

Florpyrauxifenbenzyl

CAS-nr.: 1390661-72-9

CIPAC-nr.: 990.227

benzyl 4-amino-3-chloor-6-(4-chloor-2-fluor-3-methoxyfenyl)fluoropyridine-2-carboxylaat

≥ 920 g/kg

De onzuiverheid tolueen mag niet meer bedragen dan 3 g/kg in het technische materiaal.

24 juli 2019

24 juli 2029

Voor de toepassing van de in artikel 29, lid 6, van Verordening (EG) nr. 1107/2009 bedoelde uniforme beginselen wordt rekening gehouden met de conclusies van het evaluatieverslag van 22 maart 2019, en met name met de aanhangsels I en II daarvan.

Bij deze algemene beoordeling moeten de lidstaten bijzondere aandacht schenken aan:

— de bescherming van water- en landplanten die niet tot de doelsoorten behoren.

De gebruiksvoorwaarden moeten waar nodig risicobeperkende maatregelen omvatten, zoals bufferzones en/of driftreductiedoppen.

Uiterlijk op 24 juli 2021 dient de aanvrager bij de Commissie, de lidstaten en de EFSA een geactualiseerde beoordeling van de ingediende informatie in en, in voorkomend geval, aanvullende gegevens ter bevestiging van de afwezigheid van endocriene activiteit overeenkomstig bijlage II, de punten 3.6.5 en 3.8.2 bij Verordening (EG) nr. 1107/2009, zoals gewijzigd bij Verordening (EU) 2018/605 van de Commissie.

▼M324

140

Metalaxyl‐M

methyl-N-(methoxyacetyl)-N-(2,6-xylyl)-D-alaninaat

≥ 920 g/kg

1 juni 2020

31 mei 2035

Indien gebruikt voor zaadbehandeling, mag alleen de behandeling worden toegestaan van zaden bedoeld om in kassen te worden gezaaid.

CAS-nr.: 70630‐17‐0 (R)

CIPAC-nr.: 580

De volgende onzuiverheden zijn uit toxicologisch oogpunt van belang en mogen in het technische materiaal de volgende niveaus niet overschrijden:

2,6-dimethylfenylamine:

maximumgehalte: 0,5 g/kg

4-methoxy-5-methyl-5H-[1,2]oxathiol-2,2-dioxide:

maximumgehalte: 1 g/kg

2-[(2,6-dimethylfenyl)-(2-methoxyacetyl)-amino]-propionzuur 1‐methoxycarbonyl-ethylester:

maximumgehalte: 0,18 g/kg

Voor de toepassing van de in artikel 29, lid 6, van Verordening (EG) nr. 1107/2009 bedoelde uniforme beginselen moet rekening worden gehouden met de conclusies van het evaluatieverslag over metalaxyl‐M, en met name met de aanhangsels I en II van dat verslag.

Bij deze algemene beoordeling moeten de lidstaten bijzondere aandacht besteden aan:

— de specificatie van het technische materiaal zoals commercieel vervaardigd;

— de bescherming van de toedieners en de werknemers, waarbij moet worden gewaarborgd dat de gebruiksvoorwaarden indien nodig het gebruik van geschikte persoonlijke beschermingsmiddelen voorschrijven;

— de bescherming van het grondwater, wanneer de stof wordt gebruikt in qua bodemgesteldheid en/of klimatologische omstandigheden kwetsbare gebieden;

— de bescherming van niet tot de doelsoorten behorende geleedpotigen, vogels en zoogdieren.

De gebruiksvoorwaarden moeten indien nodig risicobeperkende maatregelen omvatten.

De aanvrager dient uiterlijk op 26 mei 2022 bij de Commissie, de lidstaten en de EFSA een geactualiseerde beoordeling van de ingediende informatie in en, in voorkomend geval, aanvullende gegevens ter bevestiging van de afwezigheid van endocriene activiteit overeenkomstig bijlage II, punten 3.6.5 en 3.8.2, bij Verordening (EG) nr. 1107/2009, zoals gewijzigd bij Verordening (EU) 2018/605.

▼M323

141

Foramsulfuron

CAS-nr.: 173159-57-4

CIPAC-nr.: 659

1-(4,6-dimethoxypyrimidine-2-yl)-3-[2-(dimethylcarbamoyl)-5-formamidofenylsulfonyl]ureum

≥ 973 g/kg

1 juni 2020

31 mei 2035

Voor de toepassing van de in artikel 29, lid 6, van Verordening (EG) nr. 1107/2009 bedoelde uniforme beginselen moet rekening worden gehouden met de conclusies van het verslag over de verlenging voor foramsulfuron, en met name met de aanhangsels I en II van dat verslag.

Bij deze algemene beoordeling moeten de lidstaten bijzondere aandacht besteden aan:

— het risico voor consumenten en exploitanten,

— het risico voor in het water levende organismen en niet tot de doelsoorten behorende planten.

De gebruiksvoorwaarden moeten indien nodig risicobeperkende maatregelen omvatten.

De aanvrager moet bevestigende informatie indienen over het effect van waterbehandelingsprocessen op de aard van de in het oppervlaktewater en het grondwater aanwezige residuen, wanneer aan oppervlaktewater of grondwater drinkwater wordt onttrokken, binnen twee jaar na de vaststelling van richtsnoeren over de evaluatie van het effect van waterbehandelingsprocessen op de aard van de in het oppervlakte- en grondwater aanwezige residuen.

▼M330

142

Pyriproxyfen.

2-((1-(4-Fenoxyfenoxy)propaan-2-yl)oxy)pyridine.

CIPAC-nr.: 715.

CAS-nr.: 95737-68-1.

EG-nummer (Einecs of Elincs): 429-800-1

4-fenoxyfenyl-(RS)-2(2-pyridyloxy)propylether

≥ 970 g/kg Max. onzuiverheid: tolueen

5 g/kg

1 augustus 2020

31 juli 2035

Voor de toepassing van de in artikel 29, lid 6, van Verordening (EG) nr. 1107/2009 bedoelde uniforme beginselen moet rekening worden gehouden met de conclusies van het verslag over de verlenging voor pyriproxyfen, en met name met de aanhangsels I en II van dat verslag.

Bij deze algemene beoordeling moeten de lidstaten bijzondere aandacht besteden aan:

— de blootstelling van consumenten aan residuen van pyriproxyfen via de voeding,

— de bescherming van in het sediment levende en in het water levende organismen,

— de bescherming van bijen.

Wat de bescherming van in het sediment levende en in het water levende organismen betreft, nemen de lidstaten voor gebruik buitenshuis van de pyriproxyfen bevattende gewasbeschermingsmiddelen in de specifieke voorwaarden passende risicobeperkende maatregelen op, bv. bufferzones waar niet mag worden gespoten en beperking van spuitdrift, om het risico voor in het sediment levende en in het water levende organismen laag te houden.

Wat de bescherming van bijen betreft, nemen de lidstaten voor gebruik buitenshuis van pyriproxyfen bevattende gewasbeschermingsmiddelen in de specifieke voorwaarden een beperking van de toepassing op tot perioden buiten de bloeitijd van voor bijen aanlokkelijke gewassen, en passende risicobeperkende maatregelen, bv. bufferzones waar niet mag worden gespoten en beperking van spuitdrift, om het risico voor bijen en bijenlarven laag te houden.

De aanvrager moet bij de Commissie, de lidstaten en de EFSA bevestigende informatie indienen over het effect van waterbehandelingsprocessen op de aard van in het oppervlakte- en grondwater aanwezige residuen, wanneer drinkwater aan oppervlaktewater wordt onttrokken.

De aanvrager moet de gevraagde bevestigende informatie indienen binnen twee jaar na de bekendmaking door de Commissie van richtsnoeren over de evaluatie van het effect van waterbehandelingsprocessen op de aard van de in het oppervlakte- en grondwater aanwezige residuen.

▼M345

143

Kiezelgoer (diatomeeënaarde)

CAS-nr.: 61790-53-2

CIPAC-nr. 647

Er bestaat geen IUPAC-naam voor kiezelgoer

Andere synoniemen:

Diatomeeënaarde

Diatomiet

1 000 g/kg

Minimumgehalte aan amorf kiezelzuur van 800 g/kg

De volgende onzuiverheid is in toxicologisch opzicht van belang en mag in het technische materiaal het volgende niveau niet overschrijden:

Kristallijn silica met deeltjesgrootte minder dan 10 μm — maximaal 1 g/kg

1 februari 2021

31 januari 2036

Voor de toepassing van de in artikel 29, lid 6, van Verordening (EG) nr. 1107/2009 bedoelde uniforme beginselen moet rekening worden gehouden met de conclusies van het verslag over de verlenging voor kiezelgoer (diatomeeënaarde), en met name met de aanhangsels I en II daarvan.

De lidstaten moeten bijzondere aandacht besteden aan de bescherming van de gebruikers, waarbij ervoor moet worden gezorgd dat de gebruiksvoorwaarden het gebruik van geschikte persoonlijke beschermingsmiddelen voorschrijven, met name ademhalingsbeschermingsmiddelen, en, indien nodig, andere risicobeperkende maatregelen.

Alleen gebruik binnenshuis is toegestaan. Om vast te stellen of de voorgestelde uitbreidingen van het gebruik voldoen aan de vereisten van artikel 29, lid 1, van Verordening (EG) nr. 1107/2009 en van de in Verordening (EU) nr. 546/2011 vastgestelde uniforme beginselen, beoordelen de lidstaten de eventuele uitbreiding van het gebruikspatroon buiten het gebruik in gesloten opslagomgevingen. De gebruiksvoorwaarden moeten waar nodig risicobeperkende maatregelen omvatten.

▼M350

144

Knoflookextract Markeringscomponenten: diallylsulfide (DAS1), diallyldisulfide (DAS2), diallyltrisulfide (DAS3), diallyltetrasulfide (DAS4)

Knoflookextract

1 000 g/kg

1 maart 2021

29 februari 2036

Voor de toepassing van de in artikel 29, lid 6, van Verordening (EG) nr. 1107/2009 bedoelde uniforme beginselen moet rekening worden gehouden met de conclusies van het verslag over de verlenging voor knoflookextract, en met name met de aanhangsels I en II daarvan.

Op basis van de voorgestelde en ondersteunde toepassingen (zoals vermeld in aanhangsel II) is vastgesteld dat de volgende kwesties bijzondere en kortetermijnaandacht van alle lidstaten vereisen in het kader van te verlenen, te wijzigen of in te trekken vergunningen naargelang het geval:

— het risico voor in het water levende organismen.

CAS-nr. 8000-78-0;

8008-99-9

Cipac-nr. 916

(1)

Het evaluatieverslag bevat nadere gegevens over de identiteit en de specificatie van de werkzame stof.

►M9(2)

2-hydroxy-4,6-dimethoxypyrimidine.

(3)

2,4-dihydroxy-6-methoxypyrimidine.

(4)

Natrium-2-hydroxy-6-(4-hydroxy-6-methoxypyrimidine-2-yl)oxybenzoaat.

►M53(5)

5-(trifluormethyl)-2(1H)-pyridinon.

(6)

4-{[5-(trifluormethyl)-2-pyridinyl]oxy}fenol.

►M13(7)

M03: [(8-tert-butyl-1,4-dioxaspiro[4,5]dec-2-yl)methyl]ethyl(propyl)amineoxide.

►M14(8)

5-[2-chloor-4-(trifluoromethyl)fenoxy]-2-[(methoxymethyl)amino]fenol.

(9)

3-chloor-4-[3-(ethenyloxy)-4-hydroxyfenoxy]benzoëzuur.

(10)

2-chloor-1-(3-methoxy-4-nitrofenoxy)-4-(trifluoromethyl)benzeen.

(11)

4-(3-ethoxy-4-hydroxyfenoxy)benzoëzuur.

►M20(12)

3-fenoxybenzaldehyde.

►M25(13)

Dioxine (som van de polychloordibenzo-para-dioxinen (PCDD’s) en de polychloordibenzofuranen (PCDF’s), uitgedrukt als door de WHO (Wereldgezondheidsorganisatie) vastgestelde toxische equivalenten (TEQ), waarbij gebruik wordt gemaakt van de toxische-equivalentiefactoren van de WHO (WHO-TEF’s)).

►M52(14)

7-amino-5-ethyl[1,2,4]triazolo[1,5-a]pyrimidine-6-carbonzuur.

►M56(15)

3-chloor-5-[(4,6-dimethoxy-2-pyrimidinyl)amino]-1-methyl-1H-pyrazool-4-carbonzuur.

(16)

3-chloor-1-methyl-5-sulfamoyl-1H-pyrazool-4-carbonzuur.

►M171(17)

p-methyl-fenethylamine.

►M249(18)

PB L 353 van 31.12.2008, blz. 1.

►M268(19)

Verordening (EG) nr. 1272/2008 van het Europees Parlement en de Raad van 16 december 2008 betreffende de indeling, etikettering en verpakking van stoffen en mengsels tot wijziging en intrekking van de Richtlijnen 67/548/EEG en 1999/45/EG en tot wijziging van Verordening (EG) nr. 1907/2006 (PB L 353 van 31.12.2008, blz. 1).

►M273(20)

Verordening (EU) 2018/605 van de Commissie van 19 april 2018 tot wijziging van bijlage II bij Verordening (EG) nr. 1107/2009 met betrekking tot de vaststelling van wetenschappelijke criteria voor de vaststelling van hormoonontregelende eigenschappen (PB L 101 van 20.4.2018, blz. 33).

►M289(21)

Https://ec.europa.eu/food/sites/food/files/plant/docs/pesticides_ppp_app-proc_guide_phys-chem-ana_microbial-contaminant-limits.pdf

►M299(22)

Guidance for the identification of endocrine disruptors in the context of Regulations (EU) No 528/2012 and (EC) No 1107/2009. EFSA Journal 2018;16(6):5311; ECHA-18-G-01-EN.

►M305(23)

Guidance for the identification of endocrine disruptors in the context of Regulations (EU) No 528/2012 and (EC) No 1107/2009 https://efsa.onlinelibrarv.wilev.eom/doi/epdt710.2903/i.efsa.2018.5311

▼M110

DEEL C

Basisstoffen

Algemene bepalingen voor alle stoffen in dit deel: de Commissie houdt alle evaluatieverslagen (met uitzondering van de vertrouwelijke informatie als bedoeld in artikel 63 van Verordening (EG) nr. 1107/2009) voor raadpleging ter beschikking van alle belangstellende partijen die daarom verzoeken.



Nummer

Benaming,

identificatienummers

IUPAC-benaming

Zuiverheid (1)

Datum van goedkeuring

Specifieke bepalingen

1

Equisetum arvense L.

CAS-nr.: niet toegewezen

CIPAC-nr.: niet toegewezen

Niet van toepassing

Europese Farmacopee

1 juli 2014

Equisetum arvense L. mag worden gebruikt overeenkomstig de specifieke voorwaarden in de conclusies van het evaluatieverslag over Equisetum arvense L. (SANCO/12386/2013), met name de aanhangsels I en II, dat op 20 maart 2014 door het Permanent Comité voor de voedselketen en de diergezondheid is goedgekeurd.

▼M116

2

Chitosanhydrochloride

CAS-nr.: 9012-76-4

Niet van toepassing

Europese Farmacopee

Maximumgehalte aan zware metalen: 40 ppm

1 juli 2014

Chitosanhydrochloride moet voldoen aan Verordening (EG) nr. 1069/2009 en Verordening (EU) nr. 142/2011.

Chitosanhydrochloride mag worden gebruikt overeenkomstig de specifieke voorwaarden in de conclusies van het evaluatieverslag over chitosanhydrochloride (SANCO/12388/2013), met name de aanhangsels I en II, dat op 20 maart 2014 door het Permanent Comité voor de voedselketen en de diergezondheid is goedgekeurd.

▼M125

3

Sacharose

CAS-nr.: 57-50-1

α-D-glucopyranosyl-(1→2)-β-D-fructofuranoside of β-D-fructofuranosyl-(2→1)-α-D-glucopyranoside

Levensmiddelen-kwaliteit

1 januari 2015

Goedkeuring geldt alleen voor gebruik van de basisstof als elicitor van het natuurlijke zelfverdedigingsmechanisme van het gewas.

Sacharose mag worden gebruikt overeenkomstig de specifieke voorwaarden in de conclusies van het evaluatieverslag over sacharose (SANCO/11406/2014), met name de aanhangsels I en II, dat op 11 juli 2014 door het Permanent Comité voor planten, dieren, levensmiddelen en diervoeders is goedgekeurd.

▼M144

4

Calciumhydroxide

CAS-nr.: 1305-62-0

Calciumhydroxide

920 g/kg

Levensmiddelenkwaliteit

De volgende onzuiverheden zijn uit toxicologisch oogpunt van belang en mogen de onderstaande niveaus niet overschrijden (uitgedrukt in mg/kg droge stof):

barium 300 mg/kg,

fluoride 50 mg/kg,

arseen 3 mg/kg,

lood 2 mg/kg.

1 juli 2015

Calciumhydroxide mag worden gebruikt overeenkomstig de specifieke voorwaarden in de conclusies van het evaluatieverslag over calciumhydroxide (SANCO/10148/2015), met name de aanhangsels I en II, dat op 20 maart 2015 door het Permanent Comité voor planten, dieren, levensmiddelen en diervoeders is goedgekeurd.

▼M147

5

Azijn

CAS-nr.: 90132-02-8

Niet beschikbaar

Levensmiddelenkwaliteit met ten hoogste 10 % azijnzuur

1 juli 2015

►M291 Azijn mag worden gebruikt overeenkomstig de specifieke voorwaarden in de conclusies van het evaluatieverslag over azijn (SANCO/12896/2014), met name de aanhangsels I en II.

▼M149

6

Lecithinen

CAS-nr.: 8002-43-5

CIPAC-nr.: niet toegewezen

Einecs-nr.:

232-307-2

Niet toegekend

Zoals beschreven in de bijlage bij Verordening (EU) nr. 231/2012.

1 juli 2015

Goedkeuring geldt alleen voor gebruik van de basisstof als fungicide.

Lecithinen mogen worden gebruikt overeenkomstig de specifieke voorwaarden in de conclusies van het evaluatieverslag over lecithinen (SANCO/12798/2014), met name de aanhangsels I en II.

▼M146

7

Salix spp cortex

CAS-nr.: niet toegewezen

CIPAC-nr.: niet toegewezen

Niet van toepassing

Europese Farmacopee

1 juli 2015

Salix cortex mag worden gebruikt overeenkomstig de specifieke voorwaarden in de conclusies van het evaluatieverslag over Salix spp cortex (SANCO/12173/2014), met name de aanhangsels I en II.

▼M157

8

Fructose

CAS-nr. 57-48-7

β-D-fructofuranose

Levensmiddelenkwaliteit

1 oktober 2015

Goedkeuring geldt alleen voor gebruik van de basisstof als elicitor van het natuurlijke zelfverdedigingsmechanisme van het gewas.

Fructose mag worden gebruikt overeenkomstig de specifieke voorwaarden in de conclusies van het evaluatieverslag over fructose (SANCO/12680/2014), met name de aanhangsels I en II.

▼M163

9

Natriumwaterstofcarbonaat

CAS-nr. 144-55-8

Natriumwaterstofcarbonaat

Levensmiddelenkwaliteit

8 december 2015

Natriumwaterstofcarbonaat mag worden gebruikt overeenkomstig de specifieke voorwaarden in de conclusies van het evaluatieverslag over natriumwaterstofcarbonaat (SANTE/10667/2015), met name de aanhangsels I en II.

▼M178

10

Wei

CAS-nr. 92129-90-3

Niet beschikbaar

CODEX STAN 289-1995 (2)

2 mei 2016

Wei mag worden gebruikt overeenkomstig de specifieke voorwaarden in de conclusies van het evaluatieverslag over wei (SANCO/12354/2015), met name de aanhangsels I en II.

▼M176

11

Diammoniumfosfaat

CAS-nr.: 7783-28-0

Diammoniumhydrogeenorthofosfaat

Oenologische kwaliteit

29 april 2016

Diammoniumfosfaat mag worden gebruikt overeenkomstig de specifieke voorwaarden in de conclusies van het evaluatieverslag over diammoniumfosfaat (SANTE/12351/2015), met name de aanhangsels I en II.

▼M195

12

Zonnebloemolie

CAS-nr.: 8001-21-6

Zonnebloemolie

Levensmiddelenkwaliteit

2 december 2016

Zonnebloemolie mag worden gebruikt overeenkomstig de specifieke voorwaarden in de conclusies van het evaluatieverslag over zonnebloemolie (SANTE/10875/2016), met name de aanhangsels I en II.

▼M211

13

Met klei gemengde houtskool

CAS-nr.: 7440-44-0 231-153-3 (Einecs) (actieve koolstof)

CAS-nr.: 1333-86-4 215-609-9 (Einecs) (roetzwart)

CAS-nr.: 1302-78-9 215-108-5 (Einecs) (bentoniet)

Niet beschikbaar

Houtskool: bij Verordening (EU) nr. 231/2012 vereiste zuiverheid (3)

Bentoniet: bij Verordening (EU) nr. 1060/2013 vereiste zuiverheid (4)

31 maart 2017

Met klei gemengde houtskool mag worden gebruikt overeenkomstig de specifieke voorwaarden in de conclusies van het evaluatieverslag over met klei gemengde houtskool (SANTE/11267/2016), met name de aanhangsels I en II.

▼M210

14

Urtica spp.

CAS-nr.: 84012-40-8 (Urtica dioica extract)

CAS-nr.: 90131-83-2 (Urtica urens extract)

Urtica spp.

Europese Farmacopee

30 maart 2017

Urtica spp. mag worden gebruikt overeenkomstig de specifieke voorwaarden in de conclusies van het evaluatieverslag over Urtica spp. (SANTE/11809/2016), met name de aanhangsels I en II.

▼M209

15

Waterstofperoxide

CAS-nr.: 7722-84-1

Waterstofperoxide

Oplossing in water (< 5 %).

Het waterstofperoxide dat voor de productie van de oplossing wordt gebruikt, moet een zuiverheid hebben die overeenstemt met de FAO/JECFA-specificaties.

29 maart 2017

Waterstofperoxide mag worden gebruikt overeenkomstig de specifieke voorwaarden in de conclusies van het evaluatieverslag over waterstofperoxide (SANTE/11900/2016), met name de aanhangsels I en II.

▼M237

16

Natriumchloride

CAS-nr.: 7647-14-5

Natriumchloride

970 g/kg

Levensmiddelenkwaliteit

28 september 2017

Goedkeuring geldt alleen voor gebruik van de basisstof als fungicide en insecticide.

Natriumchloride mag worden gebruikt overeenkomstig de specifieke voorwaarden in de conclusies van het evaluatieverslag over natriumchloride (SANTE/10383/2017), met name de aanhangsels I en II.

▼M242

17

Bier

CAS-nr.: 8029-31-0

Niet van toepassing

Levensmiddelenkwaliteit

5 december 2017

Bier mag worden gebruikt overeenkomstig de specifieke voorwaarden in de conclusies van het evaluatieverslag over bier (SANTE/11038/2017), en met name de aanhangsels I en II.

▼M240

18

Mosterdzaadpoeder

Niet van toepassing

Levensmiddelenkwaliteit

4 december 2017

Mosterdzaadpoeder mag worden gebruikt overeenkomstig de specifieke voorwaarden in de conclusies van het evaluatieverslag over mosterdzaadpoeder (SANTE/11309/2017), en met name de aanhangsels I en II.

▼M257

19

Talk E 553b

CAS-nr.: 14807-96-6

Magnesiumwaterstofmetasilicaat

silicaatmineraal

Levensmiddelenkwaliteit overeenkomstig Verordening (EU) nr. 231/2012 van de Commissie (3).

< 0,1 % respirabel kristallijn silica

28 mei 2018

Talk E 553b mag worden gebruikt overeenkomstig de specifieke voorwaarden in de conclusies van het evaluatieverslag over talk E 553b (SANTE/11639/2017), met name de aanhangsels I en II.

▼M276

20

Uienolie

CAS-nr.: 8002-72-0

Niet van toepassing

Levensmiddelenkwaliteit

17 oktober 2018

Uienolie mag worden gebruikt overeenkomstig de specifieke voorwaarden in de conclusies van het evaluatieverslag over uienolie (SANTE/10615/2018), met name de aanhangsels I en II.

▼M325

21

L-cysteïne (E 920)

CAS-nr.: 52-89-1

Einecs-nr.: 200-157-7

(L-cysteïnehydrochloride)

CAS-nr.: 7048-04-6

Einecs-nr.: 615-117-8

(L-cysteïnehydrochloride-monohydraat)

L-cysteïnehydrochloride (1:1)

Min. 98,0 % L-cysteïnehydrochloride (van de watervrije stof)

Levensmiddelenkwaliteit overeenkomstig Verordening (EU) nr. 231/2012 van de Commissie.

max. 1,5 mg/kg As

max. 5 mg/kg Pb

2.6.2020

L‐cysteïne (E 920) wordt als mengsel met matrix (bloem, levensmiddelenkwaliteit) gebruikt bij een concentratie van maximaal 8 % (van L‐cysteïnehydrochloride, op watervrije basis) overeenkomstig de specifieke voorwaarden in de conclusies van het evaluatieverslag over L‐cysteïne (SANTE/11056/2019), en met name de aanhangsels I en II.

▼M332

22

Koemelk

CAS-nr.: 8049-98-7

Niet beschikbaar.

Niet van toepassing

30.7.2020

Koemelk moet voldoen aan Verordening (EG) nr. 1069/2009 en Verordening (EU) nr. 142/2011 van de Commissie.

Koemelk mag worden gebruikt overeenkomstig de specifieke voorwaarden in de conclusies van het evaluatieverslag over koemelk (SANTE/12816/2019), met name de aanhangsels I en II.

▼M349

23

Extract van uienbollen (Allium cepa L.)

CAS-nr.: niet toegewezen

CIPAC-nr.: niet toegewezen

Niet van toepassing

De voor de bereiding van de extracten gebruikte uienbollen moeten van levensmiddelenkwaliteit zijn en voldoen aan de eisen van de monografieën van de WHO voor geselecteerde geneeskrachtige planten (deel 1, Genève, 1999) betreffende Bulbus Allii Cepae.

17.2.2021

Extract van uienbollen (Allium cepa L.) mag worden gebruikt overeenkomstig de specifieke voorwaarden in de conclusies van het evaluatieverslag over extract van uienbollen (Allium cepa L.) (SANTE/10842/2020 Rev2), met name de aanhangsels I en II.

(1)

Het evaluatieverslag bevat nadere gegevens over de identiteit, de specificatie en de wijze van gebruik van de basisstof.

►M178(2)

Online beschikbaar op: http://www.fao.org/fao-who-codexalimentarius/standards/list-of-standards/en/

►M211(3)

Verordening (EU) nr. 231/2012 van de Commissie van 9 maart 2012 tot vaststelling van de specificaties van de in de bijlagen II en III bij Verordening (EG) nr. 1333/2008 van het Europees Parlement en de Raad opgenomen levensmiddelenadditieven (PB L 83 van 22.3.2012, blz. 1).

(4)

Uitvoeringsverordening (EU) nr. 1060/2013 van de Commissie van 29 oktober 2013 tot verlening van een vergunning voor bentoniet als toevoegingsmiddel voor diervoeding voor alle diersoorten (PB L 289 van 31.10.2013, blz. 33).

▼M136

DEEL D

Werkzame stoffen met een laag risico

Algemene bepalingen voor alle stoffen in dit deel: de Commissie houdt alle evaluatieverslagen (met uitzondering van de vertrouwelijke informatie als bedoeld in artikel 63 van Verordening (EG) nr. 1107/2009) voor raadpleging ter beschikking van alle belangstellende partijen die daarom verzoeken.



Benaming, identificatienummers

IUPAC-benaming

Zuiverheid (1)

Datum van goedkeuring

Geldigheidsduur

Specifieke bepalingen

1

Isaria fumosorosea stam Apopka 97

Gedeponeerd bij de American Type Culture Collection (ATCC) onder de naam Paecilomyces fumosoroseus Apopka ATCC 20874

Niet van toepassing

Minimumconcentratie: 1,0 × 108 kve/ml

Maximumconcentratie: 2,5 × 109 kve/ml

1 januari 2016

31 december 2030

Voor de toepassing van de in artikel 29, lid 6, van Verordening (EG) nr. 1107/2009 bedoelde uniforme beginselen moet rekening worden gehouden met de conclusies van het evaluatieverslag over Isaria fumosorosea stam Apopka 97 (met name de aanhangsels I en II) dat op 12 december 2014 door het Permanent Comité voor planten, dieren, levensmiddelen en diervoeders is afgerond.

Bij deze algemene beoordeling moeten de lidstaten bijzondere aandacht besteden aan de bescherming van gebruikers en werknemers, waarbij zij er rekening mee moeten houden dat Isaria fumosorosea stam Apopka 97 als een mogelijk sensibiliserende stof moet worden beschouwd.

Tijdens het productieproces moet de producent de beheersing van de omgevingsomstandigheden en het kwaliteitscontroleproces door middel van analyses strikt waarborgen.

▼M142

2

COS-OGA

CAS-nr.: niet toegewezen

CIPAC-nr. 979

Lineair copolymeer van α(1-4)-D-galactopyranosyluronzuren en methylveresterde galactopyranosyluronzuren (9 tot 20 residuen) met lineair copolymeer β(1-4)-gekoppelde 2-amino-2-deoxy-D-glucopyranose en 2-aceetamido-2-deoxy-D-glucopyranose (5 tot 10 residuen).

≥ 915 g/kg

— OGA/COS-verhouding tussen 1 en 1,6;

— polymerisatiegraad van COS tussen 5 en 10;

— polymerisatiegraad van OGA tussen 9 en 20;

— graad van methylering van OGA < 10 %;

— graad van acetylering van COS < 50 %.

22 april 2015

22 april 2030

Voor de toepassing van de in artikel 29, lid 6, van Verordening (EG) nr. 1107/2009 bedoelde uniforme beginselen moet rekening worden gehouden met de conclusies van het evaluatieverslag over COS-OGA, en met name met de aanhangsels I en II daarvan.

▼M143

3

Cerevisaan (geen ISO-naam)

CAS-nr.: niet toegewezen

CIPAC-nr. 980

Niet van toepassing

≥ 924 g/kg

23 april 2015

23 april 2030

Voor de toepassing van de in artikel 29, lid 6, van Verordening (EG) nr. 1107/2009 bedoelde uniforme beginselen moet rekening worden gehouden met de conclusies van het evaluatieverslag over cerevisaan, en met name met de aanhangsels I en II daarvan.

▼M153

4

Pepinomozaïekvirus, stam CH2, isolaat 1906

GenBank-volgnummer JN835466

CIPAC-nr.: niet toegewezen

Niet van toepassing

Minimumconcentratie: 5 × 105 kopieën van het virale genoom per μl

7 augustus 2015

7 augustus 2030

Enkel het gebruik in kassen mag worden toegestaan.

Voor de toepassing van de in artikel 29, lid 6, van Verordening (EG) nr. 1107/2009 bedoelde uniforme beginselen moet rekening worden gehouden met de conclusies van het evaluatieverslag over pepinomozaïekvirus, stam CH2, isolaat 1906, en met name met de aanhangsels I en II daarvan.

Bij deze algemene beoordeling moeten de lidstaten bijzondere aandacht besteden aan de bescherming van gebruikers en werknemers, waarbij zij er rekening mee moeten houden dat pepinomozaïekvirus, stam CH2, isolaat 1906, als een mogelijk sensibiliserende stof moet worden beschouwd. De gebruiksvoorwaarden moeten, indien nodig, risicobeperkende maatregelen omvatten.

Tijdens het productieproces moet de producent de beheersing van de omgevingsomstandigheden en het kwaliteitscontroleproces door middel van analyses strikt waarborgen.

▼M152

5

IJzerfosfaat

CAS-nr.: 10045-86-0

CIPAC-nr.: 629

IJzerfosfaat

IJzerfosfaat 703 g/kg overeenkomend met 260 g/kg ijzer en 144 g/kg fosfor

1 januari 2016

31 december 2030

Voor de toepassing van de in artikel 29, lid 6, van Verordening (EG) nr. 1107/2009 bedoelde uniforme beginselen moet rekening worden gehouden met de conclusies van het evaluatieverslag over ijzerfosfaat, en met name met de aanhangsels I en II daarvan.

▼M186

6

Saccharomyces cerevisiae stam LAS02

Volgnummer in de „Collection Nationale de Cultures de Microorganismes” (CNCM) van het Institut Pasteur CNCM I-3936

Niet van toepassing

Minimumconcentratie: 1 × 1013 CFU/kg

6 juli 2016

6 juli 2031

Voor de toepassing van de in artikel 29, lid 6, van Verordening (EG) nr. 1107/2009 bedoelde uniforme beginselen wordt rekening gehouden met de conclusies van het evaluatieverslag over Saccharomyces cerevisiae stam LAS02, en met name met de aanhangsels I en II daarvan.

Bij deze algehele evaluatie moeten de lidstaten bijzondere aandacht besteden aan de bescherming van gebruikers en werknemers, waarbij zij er rekening mee moeten houden dat Saccharomyces cerevisiae stam LAS02 als een potentieel sensibiliserende stof moet worden beschouwd. De gebruiksvoorwaarden moeten, indien nodig, risicobeperkende maatregelen omvatten.

Tijdens het productieproces moet de producent de beheersing van de omgevingsomstandigheden en het kwaliteitscontroleproces door middel van analyses strikt waarborgen.

▼M185

7

Trichoderma atroviride stam SC1

Volgnummer CBS 122089 in de collectie van het Centraalbureau voor Schimmelcultures (CBS) in Utrecht, Nederland

CIPAC-nr.: 988

Niet van toepassing

Minimale concentratie van 1 × 1010 CFU/g

6 juli 2016

6 juli 2031

Voor de toepassing van de in artikel 29, lid 6, van Verordening (EG) nr. 1107/2009 bedoelde uniforme beginselen wordt rekening gehouden met de conclusies van het evaluatieverslag over Trichoderma atroviride stam SC1, en met name met de aanhangsels I en II daarvan.

Bij deze algemene beoordeling moeten de lidstaten bijzondere aandacht besteden aan de bescherming van gebruikers en werknemers, gelet op het feit dat micro-organismen als potentieel sensibiliserende stoffen worden beschouwd. De gebruiksvoorwaarden moeten, indien nodig, risicobeperkende maatregelen omvatten.

Tijdens het productieproces moet de producent de beheersing van de omgevingsomstandigheden en het kwaliteitscontroleproces door middel van analyses strikt waarborgen.

▼M208

8

Zwak pepinomozaïekvirusisolaat VC1

Referentienummer DSM 26973 in de Deutsche Sammlung von Mikroorganismen und Zellkulturen (DSMZ)

Niet van toepassing

Nicotine < 0,1 mg/l

29 maart 2017

29 maart 2032

Enkel het gebruik in kassen mag worden toegestaan.

Voor de toepassing van de in artikel 29, lid 6, van Verordening (EG) nr. 1107/2009 bedoelde uniforme beginselen moet rekening worden gehouden met de conclusies van het evaluatieverslag over zwak pepinomozaïekvirusisolaat VC1, en met name met de aanhangsels I en II daarvan.

Bij deze algehele evaluatie moeten de lidstaten bijzondere aandacht besteden aan de bescherming van gebruikers en werknemers, waarbij zij er rekening mee moeten houden dat zwak pepinomozaïekvirusisolaat VC1 net als alle andere micro-organismen als een mogelijke sensibilisator moet worden beschouwd. De gebruiksvoorwaarden moeten, indien nodig, risicobeperkende maatregelen omvatten.

De producent moet een strikte handhaving van de omgevingsomstandigheden en een analyse van de kwaliteitscontrole tijdens het productieproces waarborgen.

▼M206

9

Zwak pepinomozaïekvirusisolaat VX1

Referentienummer DSM 26974 in de Deutsche Sammlung von Mikroorganismen und Zellkulturen (DSMZ)

Niet van toepassing

Nicotine < 0,1 mg/l

29 maart 2017

29 maart 2032

Enkel het gebruik in kassen mag worden toegestaan.

Voor de toepassing van de in artikel 29, lid 6, van Verordening (EG) nr. 1107/2009 bedoelde uniforme beginselen moet rekening worden gehouden met de conclusies van het evaluatieverslag over zwak pepinomozaïekvirusisolaat VX1, en met name met de aanhangsels I en II daarvan.

Bij deze algehele evaluatie moeten de lidstaten bijzondere aandacht besteden aan de bescherming van gebruikers en werknemers, waarbij zij er rekening mee moeten houden dat zwak pepinomozaïekvirusisolaat VX1 net als alle andere micro-organismen als een mogelijke sensibilisator moet worden beschouwd. De gebruiksvoorwaarden moeten, indien nodig, risicobeperkende maatregelen omvatten.

De producent moet een strikte handhaving van de omgevingsomstandigheden en een analyse van de kwaliteitscontrole tijdens het productieproces waarborgen.

▼M219

10

Bacillus amyloliquefaciens stam FZB24

Volgnummer in de kweekverzameling van de „Deutsche Sammlung von Mikroorganismen” (DSM), Duitsland: 10271

Volgnummer in de Agricultural Research Service Culture Collection (NRRL), Verenigde Staten van Amerika: B-50304

Niet van toepassing

Minimumconcentratie:

2 × 1014 CFU/kg

1 juni 2017

1 juni 2032

Voor de toepassing van de in artikel 29, lid 6, van Verordening (EG) nr. 1107/2009 bedoelde uniforme beginselen moet rekening worden gehouden met de conclusies van het evaluatieverslag over Bacillus amyloliquefaciens stam FZB24, en met name met de aanhangsels I en II daarvan.

Bij deze algemene beoordeling moeten de lidstaten bijzondere aandacht besteden aan:

— de specificatie van het technische materiaal zoals commercieel vervaardigd, waaronder een volledige karakterisering van de onzuiverheden en metabolieten;

— de bescherming van gebruikers en werknemers, waarbij zij er rekening moeten mee houden dat micro-organismen als potentieel sensibiliserende stoffen worden beschouwd.

De producent moet een strikte handhaving van de omgevingsomstandigheden en een analyse van de kwaliteitscontrole tijdens het productieproces waarborgen.

De gebruiksvoorwaarden moeten, indien nodig, risicobeperkende maatregelen omvatten.

▼M222

11

Coniothyrium minitans stam CON/M/91-08

Volgnummer in de kweekverzameling van de „Deutsche Sammlung von Mikroorganismen” (DSM), Duitsland: DSM 9660

CIPAC-nr.: 614

Niet van toepassing

►C4 Minimuminhoud aan levensvatbare sporen:

1,17 × 1012 CFU/kg

1 augustus 2017

31 juli 2032

Voor de toepassing van de in artikel 29, lid 6, van Verordening (EG) nr. 1107/2009 bedoelde uniforme beginselen wordt rekening gehouden met de conclusies van het verslag over de verlenging voor Coniothyrium minitans stam CON/M/91-08, en met name met de aanhangsels I en II daarvan.

Bij deze algemene beoordeling moeten de lidstaten bijzondere aandacht besteden aan:

— de bescherming van gebruikers en werknemers, waarbij zij er rekening moeten mee houden dat micro-organismen als potentieel sensibiliserende stoffen worden beschouwd.

De producent moet een strikte handhaving van de omgevingsomstandigheden en een analyse van de kwaliteitscontrole tijdens het productieproces waarborgen.

De gebruiksvoorwaarden moeten, indien nodig, risicobeperkende maatregelen omvatten.

▼M246

12

Laminarin

CAS-nr.: 9008-22-4

CIPAC-nr.: 671

(1→3)-β-D-glucan

(volgens gezamenlijke IUPAC-IUB-commissie voor biochemische nomenclatuur)

≥ 860 g/kg droge stof (TC)

1 maart 2018

28 februari 2033

Voor de toepassing van de in artikel 29, lid 6, van Verordening (EG) nr. 1107/2009 bedoelde uniforme beginselen moet rekening worden gehouden met de conclusies van het verslag over de verlenging voor laminarin, en met name met de aanhangsels I en II daarvan.

De gebruiksvoorwaarden moeten, indien nodig, risicobeperkende maatregelen omvatten.

▼M275

13

Pasteuria nishizawae Pn1

Kweekverzameling: ATCC Safe Deposit (SD-5833)

CIPAC-nr.:

Niet toegekend

Niet van toepassing

Minimumconcentratie 1 × 1011 sporen/g

14 oktober 2018

14 oktober 2033

Voor de toepassing van de in artikel 29, lid 6, van Verordening (EG) nr. 1107/2009 bedoelde uniforme beginselen moet rekening worden gehouden met de conclusies van het evaluatieverslag over Pasteuria nishizawae Pn1, en met name met de aanhangsels I en II daarvan.

Bij deze algemene beoordeling moeten de lidstaten bijzondere aandacht besteden aan de bescherming van de toedieners en werknemers, gelet op het feit dat Pasteuria nishizawae Pn1 als een potentieel sensibiliserende stof moet worden beschouwd. De gebruiksvoorwaarden moeten, indien nodig, risicobeperkende maatregelen omvatten.

Tijdens het productieproces moet de producent de beheersing van de omgevingsomstandigheden en het kwaliteitscontroleproces door middel van analyses strikt waarborgen.

▼M269

14

Ampelomyces quisqualis stam AQ10

Niet van toepassing

Minimuminhoud aan levensvatbare sporen:

3,0 × 1012 kve/kg

1 augustus 2018

1 augustus 2033

Voor de toepassing van de in artikel 29, lid 6, van Verordening (EG) nr. 1107/2009 bedoelde uniforme beginselen moet rekening worden gehouden met de conclusies van het verslag over de verlenging voor Ampelomyces quisqualis stam AQ10, en met name met de aanhangsels I en II daarvan.

Bij deze algemene beoordeling moeten de lidstaten bijzondere aandacht besteden aan de bescherming van de toedieners en werknemers, rekening houdend met het feit dat micro-organismen sowieso als potentieel sensibiliserende stoffen worden beschouwd en ervoor zorgend dat geschikte persoonlijke beschermingsmiddelen als een gebruiksvoorwaarde worden opgenomen.

De producent moet een strikte handhaving van de omgevingsomstandigheden en een analyse van de kwaliteitscontrole tijdens het productieproces waarborgen.

De gebruiksvoorwaarden moeten, indien nodig, risicobeperkende maatregelen omvatten.

▼M292

15

Clonostachys rosea stam J1446

Volgnummer in de kweekverzameling van de Deutsche Sammlung von Mikroorganismen und Zellkulturen (DSMZ): DSM 9212

Niet van toepassing.

Niet van toepassing.

Gliotoxinegehalte: max. 50 μg/kg in technisch zuivere MCPA.

1 april 2019

31 maart 2034

Voor de toepassing van de in artikel 29, lid 6, van Verordening (EG) nr. 1107/2009 bedoelde uniforme beginselen moet rekening worden gehouden met de conclusies van het verslag over de verlenging voor Clonostachysrosea stam J1446, en met name met de aanhangsels I en II daarvan.

Bij deze algemene beoordeling moeten de lidstaten bijzondere aandacht besteden aan:

— de specificatie van het commercieel vervaardigde technische materiaal in gewasbeschermingsmiddelen, waaronder een volledige karakterisering van zorgwekkende potentiële metabolieten;

— de bescherming van gebruikers en werknemers, waarbij zij rekening moeten houden met het feit dat micro-organismen als potentieel sensibiliserende stoffen worden beschouwd en ervoor moeten zorgen dat geschikte persoonlijke beschermingsmiddelen als een gebruiksvoorwaarde worden opgenomen;

— de studies of gegevens uit onlangs beschikbaar gestelde wetenschappelijke literatuur in verband met de antifungale gevoeligheid van Clonostachys rosea stam J1446.

De producent moet een strikte handhaving van de omgevingsomstandigheden en een analyse van de kwaliteitscontrole tijdens het productieproces waarborgen om te zorgen voor de naleving van de grenswaarden inzake microbiële besmetting als bedoeld in het werkdocument SANCO/12116/2012 (2).

De gebruiksvoorwaarden moeten waar nodig risicobeperkende maatregelen omvatten.

▼M300

16

ABE-IT 56 (bestanddelen van het lysaat van Saccharomyces cerevisiae stam DDSF623)

Niet van toepassing

1 000 g/kg (werkzame stof)

20 mei 2019

20 mei 2034

Voor de toepassing van de in artikel 29, lid 6, van Verordening (EG) nr. 1107/2009 bedoelde uniforme beginselen moet rekening worden gehouden met de conclusies van het evaluatieverslag over ABE-IT 56 (bestanddelen van het lysaat van Saccharomyces cerevisiae stam DDSF623), en met name met de aanhangsels I en II daarvan.

▼M314

17

Bacillus subtilis stam IAB/BS03

Volgnummer in de Spaanse typekweekverzameling (CECT), Spanje: CECT 7254

Volgnummer in de Duitse typekweekverzameling (DSMZ), Duitsland: DSM 24682

Niet van toepassing

Minimumconcentratie:

1 × 1013 kve/kg

Maximumconcentratie:

5 × 1013 kve/kg

20 oktober 2019

20 oktober 2034

Voor de toepassing van de in artikel 29, lid 6, van Verordening (EG) nr. 1107/2009 bedoelde uniforme beginselen moet rekening worden gehouden met de conclusies van het evaluatieverslag over Bacillus subtilis stam IAB/BS03, en met name met de aanhangsels I en II daarvan.

Bij deze algemene beoordeling moeten de lidstaten bijzondere aandacht besteden aan:

a) de specificatie van het commercieel vervaardigde technische materiaal dat in gewasbeschermingsmiddelen wordt gebruikt, waaronder een volledige karakterisering van relevante secundaire metabolieten;

b) de bescherming van de toedieners en werknemers, waarbij zij rekening houden met het feit dat micro-organismen sowieso als potentieel sensibiliserende stoffen worden beschouwd en ervoor moeten zorgen dat geschikte persoonlijke beschermingsmiddelen als een gebruiksvoorwaarde worden opgenomen.

De producent moet een strikte handhaving van de omgevingsomstandigheden en een analyse van de kwaliteitscontrole tijdens het productieproces waarborgen, om te zorgen voor de naleving van de grenswaarden inzake microbiologische besmetting als bedoeld in de discussienota inzake microbiële verontreinigingsgrenswaarden voor microbiële ongediertebestrijdingsmiddelen van de OESO, vervat in werkdocument SANCO/12116/2012 (2).

De gebruiksvoorwaarden moeten, indien nodig, risicobeperkende maatregelen omvatten.

▼M316

18

Verticillium albo-atrum stam WCS850 (kweekverzamelingnummer CBS 276.92)

Niet van toepassing

Minimumconcentratie:

0,7 × 107 kve/ml gedestilleerd water

Maximumconcentratie:

1,5 × 107 kve/ml gedestilleerd water

Geen relevante verontreinigingen

1 november 2019

31 oktober 2034

Voor de toepassing van de in artikel 29, lid 6, van Verordening (EG) nr. 1107/2009 bedoelde uniforme beginselen moet rekening worden gehouden met de conclusies van het verslag over de verlenging voor Verticillium albo-atrum stam WCS850, en met name met de aanhangsels I en II daarvan.

Bij deze algehele evaluatie moeten de lidstaten bijzondere aandacht besteden aan de bescherming van gebruikers en werknemers, waarbij zij er rekening mee moeten houden dat Verticillium albo-atrum stam WCS850 als een mogelijke sensibilisator moet worden beschouwd

De producent moet een strikte handhaving van de omgevingsomstandigheden en een analyse van de kwaliteitscontrole tijdens het productieproces waarborgen, om te zorgen voor de naleving van de grenswaarden inzake microbiologische besmetting als bedoeld in de discussienota inzake microbiële verontreinigingsgrenswaarden voor microbiële ongediertebestrijdingsmiddelen van de OESO, vervat in werkdocument SANCO/12116/2012 van de Commissie (2).

▼M326

19

Lavandulylsenecioaat

CAS-nr.: 23960-07-8

CIPAC-nr.: n.v.t.

(RS)-5-methyl-2-(prop-1-een-2-yl)hex-4-een-1-yl-3-methylbut-2-enoaat

≥ 894 g/kg

3 juni 2020

3 juni 2035

Voor de toepassing van de in artikel 29, lid 6, van Verordening (EG) nr. 1107/2009 bedoelde uniforme beginselen moet rekening worden gehouden met de conclusies van het evaluatieverslag over lavandulylsenecioaat, en met name met de aanhangsels I en II van dat verslag.

Om vast te stellen of de voorgestelde uitbreidingen van het gebruik voldoen aan de vereisten van artikel 29, lid 1, van Verordening (EG) nr. 1107/2009 en van de in Verordening (EU) nr. 546/2011 van de Commissie vastgestelde uniforme beginselen, beoordelen de lidstaten de eventuele uitbreiding van het gebruikspatroon buiten de passieve afgifteapparaten (3).

▼M333

20

IJzer(III)pyrofosfaat

CAS-nr.: 10058-44-3

CIPAC-nr.: —

IJzer(3+)difosfaat

≥ 802 g/kg

De volgende onzuiverheden zijn uit toxicologisch en milieuoogpunt van belang en mogen in het technische materiaal de volgende niveaus niet overschrijden:

— lood: 3 mg/kg

— kwik: 0,1 mg/kg

— cadmium: 1 mg/kg

3.8.2020

3.8.2035

Voor de toepassing van de in artikel 29, lid 6, van Verordening (EG) nr. 1107/2009 bedoelde uniforme beginselen moet rekening worden gehouden met de conclusies van het evaluatieverslag over ijzer(III)pyrofosfaat, en met name met de aanhangsels I en II van dat verslag.

▼M331

21

Phlebiopsis gigantea stam VRA 1835

Niet van toepassing

Geen relevante onzuiverheden

1 september 2020

31 augustus 2035

Voor de toepassing van de in artikel 29, lid 6, van Verordening (EG) nr. 1107/2009 bedoelde uniforme beginselen wordt rekening gehouden met de conclusies van het verslag over de verlenging voor Phlebiopsis gigantea stam VRA 1835, en met name met de aanhangsels I en II daarvan.

De lidstaten moeten bijzondere aandacht besteden aan de bescherming van toedieners en werknemers.

De producenten moeten een strikte handhaving van de omgevingsomstandigheden en een analyse van de kwaliteitscontrole tijdens het productieproces waarborgen, zoals bepaald in werkdocument SANCO/12116/2012 betreffende de grenswaarden inzake microbiologische besmetting.

22

Phlebiopsis gigantea stam VRA 1984

Niet van toepassing

Geen relevante onzuiverheden

1 september 2020

31 augustus 2035

Voor de toepassing van de in artikel 29, lid 6, van Verordening (EG) nr. 1107/2009 bedoelde uniforme beginselen wordt rekening gehouden met de conclusies van het verslag over de verlenging voor Phlebiopsis gigantea stam VRA 1984, en met name met de aanhangsels I en II daarvan.

De lidstaten moeten bijzondere aandacht besteden aan de bescherming van toedieners en werknemers.

De producenten moeten een strikte handhaving van de omgevingsomstandigheden en een analyse van de kwaliteitscontrole tijdens het productieproces waarborgen, zoals bepaald in werkdocument SANCO/12116/2012 betreffende de grenswaarden inzake microbiologische besmetting.

23

Phlebiopsis gigantea stam FOC PG 410.3

Niet van toepassing

Geen relevante onzuiverheden

1 september 2020

31 augustus 2035

Voor de toepassing van de in artikel 29, lid 6, van Verordening (EG) nr. 1107/2009 bedoelde uniforme beginselen wordt rekening gehouden met de conclusies van het verslag over de verlenging voor Phlebiopsis gigantea stam FOC PG 410.3, en met name met de aanhangsels I en II daarvan.

De lidstaten moeten bijzondere aandacht besteden aan de bescherming van toedieners en werknemers.

De producenten moeten een strikte handhaving van de omgevingsomstandigheden en een analyse van de kwaliteitscontrole tijdens het productieproces waarborgen, zoals bepaald in werkdocument SANCO/12116/2012 betreffende de grenswaarden inzake microbiologische besmetting.

▼M336

24

Natriumwaterstofcarbonaat

CAS-nr.: 144-55-8

Natriumwaterstofcarbonaat

≥ 990 g/kg

Arseen ≤ 3 mg/kg

Lood ≤ 2 mg/kg

Kwik ≤ 1 mg/kg

1 oktober 2020

1 oktober 2035

Voor de toepassing van de in artikel 29, lid 6, van Verordening (EG) nr. 1107/2009 bedoelde uniforme beginselen moet rekening worden gehouden met de conclusies van het evaluatieverslag over natriumwaterstofcarbonaat, en met name met de aanhangsels I en II daarvan.

▼M351

25

Akanthomyces muscarius stam Ve6 (voorheen Lecanicillium muscarium stam Ve6) (4)

Niet van toepassing

Geen relevante onzuiverheden

1 maart 2021

29 februari 2036

Voor de toepassing van de in artikel 29, lid 6, van Verordening (EG) nr. 1107/2009 bedoelde uniforme beginselen wordt rekening gehouden met de conclusies van het verslag over de verlenging voor Akanthomyces muscarius stam Ve6 (voorheen Lecanicillium muscarium stam Ve6) en met name met de aanhangsels I en II daarvan.

De lidstaten moeten bijzondere aandacht besteden aan de bescherming van de toedieners en werknemers, rekening houdend met het feit dat micro-organismen sowieso als potentieel sensibiliserende stoffen worden beschouwd, en moeten ervoor zorgen dat geschikte persoonlijke beschermingsmiddelen als een gebruiksvoorwaarde worden opgenomen.

De producenten moeten een strikte handhaving van de omgevingsomstandigheden en een analyse van de kwaliteitscontrole tijdens het productieproces waarborgen, zoals bepaald in werkdocument SANCO/12116/2012 betreffende de grenswaarden inzake microbiologische besmetting (2).

▼M352

26

Bloedmeel

90989-74-5

909

Niet van toepassing

100 % bloedmeel hemoglobinegehalte: ten minste 80 %

1 april 2021

31 maart 2036

Voor de toepassing van de in artikel 29, lid 6, van Verordening (EG) nr. 1107/2009 bedoelde uniforme beginselen moet rekening worden gehouden met de conclusies van het verslag over de verlenging voor bloedmeel, en met name met de aanhangsels I en II daarvan.

De lidstaten besteden bijzondere aandacht aan:

— de bescherming van vissen en ongewervelde waterdieren bij gebruik van minder gerichte spuittechnieken, en

— het feit dat gewasbeschermingsmiddelen die bloedmeel bevatten vóór gebruik geroerd moeten worden, om het middel te bewateren.

▼M353

27

24-epibrassinolide

CAS-nr.: 78821-43-9

Cipac-nr.: Niet van toepassing

(3aS,5R,6S,7aR,7bS,9aS,10R,12aS,12bS)-10-((2S,3R,4R,5R)-3,4-dihydroxy-5,6-dimethylheptaan-2-yl)-5,6-dihydroxy-7a,9a-dimethylhexadecahydro-3Hbenzo[c]indeno[5,4-e]oxepin-3-on

≥ 900 g/kg

31 maart 2021

31 maart 2036

Voor de toepassing van de in artikel 29, lid 6, van Verordening (EG) nr. 1107/2009 bedoelde uniforme beginselen wordt rekening gehouden met de conclusies van het evaluatieverslag van 4 december 2020, en met name met de aanhangsels I en II daarvan.

(1)

Het evaluatieverslag bevat nadere gegevens over de identiteit en de specificatie van de werkzame stof.

►M292(2)

https://ec.europa.eu/food/sites/food/files/plant/docs/pesticides_ppp_app-proc_guide_phys-chem-ana_microbial-contaminant-limits.pdf

►M326(3)

Verordening (EU) nr. 546/2011 van de Commissie van 10 juni 2011 tot uitvoering van Verordening (EG) nr. 1107/2009 van het Europees Parlement en de Raad wat uniforme beginselen voor de evaluatie en de toelating van gewasbeschermingsmiddelen betreft (PB L 155 van 11.6.2011, blz. 127).

►M351(4)

De betrokken werkzame stof werd aanvankelijk goedgekeurd als Verticillium lecanii, maar later werd de naam om wetenschappelijke redenen gewijzigd in Lecanicillium muscarium stam Ve6, die later opnieuw werd gewijzigd in de naam waaronder de goedkeuring werd verlengd, te weten Akanthomyces muscarius stam Ve6.

▼M166

DEEL E

werkzame stoffen die in aanmerking komen om te worden vervangen



Benaming, identificatienummers

IUPAC-benaming

Zuiverheid (1)

Datum van goedkeuring

Geldigheidsduur

Specifieke bepalingen

1

Flumetraline

CAS-nr.: 62924-70-3

CIPAC-nr.: 971

N-(2-chloor-6-fluorbenzyl)-N-ethyl-α,α,α-trifluor-2,6-dinitro-p-toluïdine

980 g/kg

De onzuiverheid nitrosamine (berekend als nitroso-dimethylamine) mag niet meer bedragen dan 0,001 g/kg in het technische materiaal.

11 december 2015

11 december 2022

Voor de toepassing van de in artikel 29, lid 6, van Verordening (EG) nr. 1107/2009 bedoelde uniforme beginselen moet rekening worden gehouden met de conclusies van het evaluatieverslag over flumetraline, en met name met de aanhangsels I en II daarvan.

Bij deze algemene beoordeling moeten de lidstaten bijzondere aandacht besteden aan:

a) de bescherming van de exploitanten en werknemers, waarbij ervoor moet worden gezorgd dat de gebruiksvoorwaarden indien nodig de toepassing van geschikte persoonlijke beschermingsmiddelen voorschrijven;

b) de bescherming van het grondwater, wanneer de stof wordt gebruikt in qua bodemgesteldheid en/of klimatologische omstandigheden kwetsbare gebieden;

c) het risico voor herbivore zoogdieren;

d) het risico voor in het water levende organismen.

De gebruiksvoorwaarden moeten, indien nodig, risicobeperkende maatregelen omvatten.

De aanvrager moet bevestigende informatie indienen:

1. betreffende de technische specificatie van de werkzame stof zoals die wordt geproduceerd (op basis van productie op commerciële schaal);

2. waarin wordt vermeld of de steekproefsets betreffende de toxiciteit aan de technische specificatie voldoen.

De aanvrager moet uiterlijk op 11 juni 2016 de in de punten 1 en 2 bedoelde informatie indienen bij de Commissie, de lidstaten en de EFSA.

▼M162

2

Esfenvaleraat

CAS-nr.: 66230-04-4

CIPAC-nr.: 481

(αS)-α-cyaan-3-fenoxybenzyl-(2S)-2-(4-chloorfenyl)-3-methylbutyraat

830 g/kg

De onzuiverheid tolueen mag niet meer bedragen dan 10 g/kg in het technische materiaal.

1 januari 2016

31 december 2022

Voor de toepassing van de in artikel 29, lid 6, van Verordening (EG) nr. 1107/2009 bedoelde uniforme beginselen moet rekening worden gehouden met de conclusies van het evaluatieverslag over esfenvaleraat, en met name met de aanhangsels I en II daarvan.

Bij deze algemene beoordeling moeten de lidstaten bijzondere aandacht besteden aan:

— het risico dat esfenvaleraat en het 2SαR-isomeer van fenvaleraat voor waterorganismen vormen, inclusief het risico van bioaccumulatie via de voedselketen;

— het risico voor honingbijen en geleedpotigen die niet tot de doelsoorten behoren;

— de bescherming van het grondwater, wanneer de werkzame stof wordt gebruikt in qua bodemgesteldheid en/of klimatologische omstandigheden kwetsbare gebieden.

De gebruiksvoorwaarden moeten, indien nodig, risicobeperkende maatregelen omvatten.

▼M169

3

Metsulfuron-methyl

CAS-nr.: 74223-64-6

CIPAC-nr. 441.201

methyl-2-(4-methoxy-6-methyl-1,3,5,-triazine-2-ylcarbamoylsulfamoyl)benzoaat

967 g/kg

1 april 2016

31 maart 2023

Voor de toepassing van de in artikel 29, lid 6, van Verordening (EG) nr. 1107/2009 bedoelde uniforme beginselen wordt rekening gehouden met de conclusies van het evaluatieverslag over metsulfuron-methyl, en met name met de aanhangsels I en II daarvan.

Bij deze algemene beoordeling besteden de lidstaten bijzondere aandacht aan:

— de bescherming van de consument,

— de bescherming van het grondwater,

— de bescherming van niet tot de doelsoorten behorende landplanten.

De gebruiksvoorwaarden omvatten, indien nodig, risicobeperkende maatregelen.

De aanvrager dient uiterlijk op 30 september 2016 bij de Commissie, de lidstaten en de EFSA informatie over de mogelijk genotoxische werking van de metaboliet triazineamine (IN-A408) in die bevestigt dat deze metaboliet niet genotoxisch en niet relevant is voor risicobeoordeling.

▼M172

4

Benzovindiflupyr

CAS-nr.: 1072957-71-1

CIPAC-nr.: niet beschikbaar

N-[(1RS,4SR)-9-(dichloromethyleen)-1,2,3,4-tetrahydro-1,4-methanonafthaleen-5-yl]-3-(difluoromethyl)-1-methylpyrazool-4-carboxamide

960 g/kg (50/50) racemaat

2.3.2016

2.3.2023

Voor de toepassing van de in artikel 29, lid 6, van Verordening (EG) nr. 1107/2009 bedoelde uniforme beginselen wordt rekening gehouden met de conclusies van het evaluatieverslag over benzovindiflupyr, en met name met de aanhangsels I en II daarvan.

Bij deze algemene beoordeling besteden de lidstaten bijzondere aandacht aan het risico voor in het water levende organismen.

De gebruiksvoorwaarden omvatten, indien nodig, risicobeperkende maatregelen.

De aanvrager dient bevestigende informatie in:

1. betreffende de technische specificatie van de werkzame stof zoals vervaardigd (op basis van productie op commerciële schaal), met inbegrip van de relevantie van onzuiverheden;

2. waarin wordt vermeld of de steekproefsets wat betreft toxiciteit en ecotoxiciteit aan de bevestigde technische specificatie voldoen;

3. betreffende het effect van waterbehandelingsprocessen op de aard van de in het oppervlaktewater en het grondwater aanwezige residuen, wanneer aan oppervlaktewater of grondwater drinkwater wordt onttrokken.

De aanvrager dient de bij de Commissie, de lidstaten en de EFSA de onder 1) en 2) verzochte informatie ten laatste op 2 september 2016 in en de onder 3) verzochte informatie binnen twee jaar na de vaststelling van richtsnoeren voor de evaluatie van het effect van waterbehandelingsprocessen op de aard van de in het oppervlaktewater en het grondwater aanwezige residuen.

▼M170

5

Lambda-cyhalothrin

CAS-nr.: 91465-08-6

CIPAC-nr. 463

Een 1:1-mengsel van:

(R)-α-cyaan-3-fenoxybenzyl (1S,3S)-3-[(Z)-2-chloor-3,3,3-trifluorpropenyl]-2,2-dimethylcyclopropaancarboxylaat en (S)-α-cyaan-3-fenoxybenzyl (1R,3R)-3-[(Z)-2-chloor-3,3,3-trifluorpropenyl]-2,2-dimethylcyclopropaancarboxylaat of van (R)-α-cyaan-3-fenoxybenzyl (1S)-cis-3-[(Z)-2-chloor-3,3,3-trifluorpropenyl]-2,2-dimethylcyclopropaancarboxylaat en (S)-α-cyaan-3-fenoxybenzyl (1R)-cis-3-[(Z)-2-chloor-3,3,3-trifluorpropenyl]-2,2-dimethylcyclopropaancarboxylaat

900 g/kg

1 april 2016

31 maart 2023

Voor de toepassing van de in artikel 29, lid 6, van Verordening (EG) nr. 1107/2009 bedoelde uniforme beginselen wordt rekening gehouden met de conclusies van het evaluatieverslag over lambda-cyhalothrin, en met name met de aanhangsels I en II daarvan.

Bij deze algemene evaluatie besteden de lidstaten bijzondere aandacht aan:

a) de bescherming van toepassers, werknemers en omstanders;

b) de metabolieten die gevormd kunnen zijn in verwerkte producten;

c) het risico voor in het water levende organismen, zoogdieren en niet tot de doelsoorten behorende geleedpotigen.

De gebruiksvoorwaarden omvatten, indien nodig, risicobeperkende maatregelen.

De aanvragers dienen bevestigende informatie in wat betreft:

1) een systematische evaluatie aan de hand van de beschikbare richtsnoeren (bv. de EFSA GD on Systematic Review methodology, 2010) ter beoordeling van het beschikbare bewijsmateriaal over mogelijke effecten op sperma bij blootstelling aan lambda-cyhalothrin;

2) toxicologische informatie ter beoordeling van het toxicologische profiel van de metabolieten V (PBA) en XXIII (PBA(OH)).

De aanvragers dienen die informatie uiterlijk op 1 april 2018 in bij de Commissie, de lidstaten en de EFSA.

▼M205

6

Prosulfuron

CAS-nr.: 94125-34-5

CIPAC-nr.: 579

1-(4-methoxy-6-methyl-triazine-2-yl)-3-[2-(3,3,3-trifluorpropyl)-fenylsulfonyl]-ureum

950 g/kg

De onzuiverheid 2-(3,3,3-trifluorpropyl)-benzeensulfonamide mag in het technische materiaal niet meer dan 10 g/kg bedragen

1 mei 2017

►M343 31 juli 2024

DEEL A

Het gebruik moet worden beperkt tot één toepassing om de drie jaar op hetzelfde veld met een maximale dosis van 20 g werkzame stof per hectare.

DEEL B

Voor de toepassing van de in artikel 29, lid 6, van Verordening (EG) nr. 1107/2009 bedoelde uniforme beginselen moet rekening worden gehouden met de conclusies van het evaluatieverslag over prosulfuron, en met name met de aanhangsels I en II daarvan.

Bij deze algemene beoordeling moeten de lidstaten bijzondere aandacht besteden aan:

— de bescherming van het grondwater, wanneer de stof wordt gebruikt in qua bodemgesteldheid en/of klimatologische omstandigheden kwetsbare gebieden;

— het risico voor niet tot de doelsoorten behorende land- en waterplanten.

De gebruiksvoorwaarden moeten, indien nodig, risicobeperkende maatregelen omvatten.

De aanvrager moet bevestigende informatie indienen over de mogelijk genotoxische werking van de metaboliet triazineamine (CGA150829) teneinde te bevestigen dat deze metaboliet niet genotoxisch is en niet relevant is voor de risicobeoordeling.

De aanvrager moet die informatie uiterlijk op 31 oktober 2017 bij de Commissie, de lidstaten en de EFSA indienen.

▼M227

7

Pendimethalin

CAS-nr.: 40487-42-1

CIPAC-nr. 357

N-(1-ethylpropyl)-2,6-dinitro-3,4-xylideen

900 g/kg

1,2-dichloorethaan

≤ 1 g/kg

Totaal N-nitrosoverbindingen: max. 100 ppm, waarvan N-nitrosopendimethalin: < 45 ppm.

1 september 2017

►M343 30 november 2024

Voor de toepassing van de in artikel 29, lid 6, van Verordening (EG) nr. 1107/2009 bedoelde uniforme beginselen moet rekening worden gehouden met de conclusies van het evaluatieverslag over pendimethalin, en met name met de aanhangsels I en II daarvan.

Bij hun algemene beoordeling moeten de lidstaten bijzondere aandacht besteden aan:

— de specificatie van het technische materiaal zoals commercieel vervaardigd, die bevestigd en met passende analytische gegevens onderbouwd moet worden. Het in de toxiciteitsdossiers gebruikte testmateriaal moet worden vergeleken met de specificatie van het technische materiaal en aan de hand daarvan worden gecontroleerd;

— de bescherming van de toedieners;

— de bescherming van vogels, zoogdieren en in het water levende organismen.

De gebruiksvoorwaarden moeten, indien nodig, risicobeperkende maatregelen omvatten.

Er moeten met name persoonlijke beschermingsmiddelen, zoals handschoenen, beschermende kleding en stevig schoeisel, worden gebruikt om ervoor te zorgen dat het AOEL niet wordt overschreden voor de toediener.

De aanvrager moet bij de Commissie, de lidstaten en de EFSA bevestigende informatie indienen met betrekking tot:

1. het bioaccumulatiepotentieel, met name een betrouwbare BCF-waarde voor blauwkeelzonnebaars (Lepomis macrochirus);

2. het effect van waterbehandelingsprocessen op de aard van de in het oppervlaktewater en het grondwater aanwezige residuen, wanneer aan oppervlaktewater of grondwater drinkwater wordt onttrokken.

De aanvrager moet de in punt 1 verzochte bevestigende informatie uiterlijk op 31 december 2018 indienen. De aanvrager moet de in punt 2 verzochte bevestigende informatie indienen binnen twee jaar nadat de Commissie richtsnoeren publiceert voor de evaluatie van het effect van waterbehandelingsprocessen op de aard van de in het oppervlaktewater en het grondwater aanwezige residuen.

▼M239

8

Imazamox

CAS-nr.: 114311-32-9

CIPAC-nr.: 619

2-[(RS)-4-isopropyl-4-methyl-5-oxo-2-imidazoline-2-yl]-5-(methoxymethyl)nicotinezuur

≥ 950 g/kg

De onzuiverheid cyanide-ion (CN) mag in het technische materiaal niet meer dan 5 mg/kg bedragen.

1 november 2017

►M343 31 januari 2025

Voor de toepassing van de in artikel 29, lid 6, van Verordening (EG) nr. 1107/2009 bedoelde uniforme beginselen moet rekening worden gehouden met de conclusies van het verslag over de verlenging voor imazamox, en met name met de aanhangsels I en II daarvan.

Bij deze algemene beoordeling moeten de lidstaten bijzondere aandacht besteden aan:

— de bescherming van de consument;

— de bescherming van waterplanten en niet tot de doelsoorten behorende landplanten;

— de bescherming van het grondwater, wanneer de stof wordt gebruikt in qua bodemgesteldheid en/of klimatologische omstandigheden kwetsbare gebieden.

De toelatingsvoorwaarden moeten risicobeperkende maatregelen omvatten en er moeten zo nodig monitoringprogramma's worden opgezet om mogelijke grondwaterverontreiniging met imazamox en de metabolieten CL 312622 en CL 354825 in kwetsbare gebieden te controleren.

▼M260

9

Propyzamide

CAS-nr.: 23950-58-5

CIPAC-nr.: 315

3,5-dichloor-N-(1,1-dimethylprop-2-ynyl)benzamide

920 g/kg

1 juli 2018

30 juni 2025

Voor de toepassing van de in artikel 29, lid 6, van Verordening (EG) nr. 1107/2009 bedoelde uniforme beginselen moet rekening worden gehouden met de conclusies van het evaluatieverslag over propyzamide, en met name met de aanhangsels I en II daarvan.

Bij hun algemene beoordeling moeten de lidstaten bijzondere aandacht besteden aan:

— de bescherming van de toedieners;

— de bescherming van het grondwater in kwetsbare gebieden;

— de bescherming van vogels, zoogdieren, niet tot de doelsoorten behorende planten, de bodem en in het water levende organismen.

De gebruiksvoorwaarden moeten, indien nodig, risicobeperkende maatregelen omvatten.

Er moeten met name persoonlijke beschermingsmiddelen, zoals handschoenen, beschermende kleding en stevig schoeisel, worden gebruikt om te voorkomen dat het AOEL wordt overschreden voor de toediener.

De aanvrager dient bij de Commissie, de lidstaten en de EFSA bevestigende informatie in met betrekking tot:

1. de voltooiing van de beoordeling van het toxicologische profiel van de metabolieten waarvan is geconstateerd dat zij in belangrijke concentraties voorkomen in primaire en wisselgewassen;

2. de afbraak in de bodem van de belangrijke metaboliet RH-24580;

3. het effect van waterbehandelingsprocessen op de aard van de in het oppervlaktewater en het grondwater aanwezige residuen, wanneer aan oppervlaktewater of grondwater drinkwater wordt onttrokken.

De aanvrager dient de in punt 1 vermelde informatie uiterlijk op 31 oktober 2018 in, en de in punt 2 vermelde informatie uiterlijk op 30 april 2019. De aanvrager dient de in punt 3 bedoelde bevestigende informatie in binnen twee jaar nadat de Commissie een document met richtsnoeren voor de evaluatie van het effect van waterbehandelingsprocessen op de aard van de in het oppervlaktewater en het grondwater aanwezige residuen publiceert.

▼M288

10

Koperverbindingen:

1 januari 2019

31 december 2025

Slechts gebruik dat aanleiding geeft tot een totale toepassing over een periode van 7 jaar van maximum 28 kg koper per hectare wordt toegelaten.

Voor de toepassing van de in artikel 29, lid 6, van Verordening (EG) nr. 1107/2009 van het Europees Parlement en de Raad bedoelde uniforme beginselen moet rekening worden gehouden met de conclusies van het evaluatieverslag over koperverbindingen, en met name met de aanhangsels I en II daarvan.

Bij hun algemene beoordeling moeten de lidstaten bijzondere aandacht besteden aan:

— de veiligheid van de toedieners, werknemers en omstanders, waarbij ervoor moet worden gezorgd dat de gebruiksvoorwaarden indien nodig de toepassing van geschikte persoonlijke beschermingsmiddelen en andere risicobeperkende maatregelen voorschrijven;

— de bescherming van in het water levende en niet tot de doelsoorten behorende organismen. Ten aanzien van deze risico's moeten zo nodig risicobeperkende maatregelen, zoals bufferzones, worden toegepast;

— de hoeveelheid toegediende werkzame stof, waarbij ervoor moet worden gezorgd dat de toegelaten hoeveelheden, wat dosering en aantal toedieningen betreft, de minimumhoeveelheid waarmee het gewenste effect kan worden bereikt niet overschrijden en geen onaanvaardbare effecten voor het milieu veroorzaken, rekening houdend met de achtergrondniveaus van koper op de plaats van toediening en, indien die informatie beschikbaar is, de kopertoevoer uit andere bronnen. De lidstaten kunnen met name besluiten om voor koper een maximale dosering van 4 kg/ha vast te stellen.

Koperhydroxide CAS-nr. 20427-59-2 CIPAC-nr. 44.305

Koper(II)hydroxide

≥ 573 g/kg

Koperoxychloride CAS-nr. 1332-65-6 of 1332-40-7 CIPAC-nr. 44.602

Dikoperchloridetrihydroxide

≥ 550 g/kg

Koperoxide CAS-nr. 1317-39-1 CIPAC-nr. 44.603

Koperoxide

≥ 820 g/kg

Bordeauxse pap CAS-nr. 8011-63-0 CIPAC-nr. 44.604

Niet toegekend

≥ 245 g/kg

Tribasisch kopersulfaat CAS-nr. 12527-76-3 CIPAC-nr. 44.306

Niet toegekend

≥ 490 g/kg

De volgende onzuiverheden mogen de volgende niveaus niet overschrijden:

Arseen max. 0,1 mg/g Cu

Cadmium max. 0,1 mg/g Cu

Lood max. 0,3 mg/g Cu

Nikkel max. 1 mg/g Cu

Kobalt max. 3 mg/kg

Kwik max. 5 mg/kg

Chroom max. 100 mg/kg

Antimoon max. 7 mg/kg

▼M293

11

Methoxyfenozide

CAS-nr. 161050-58-4

CIPAC-nr. 656

N-tert-Butyl-N′-(3-methoxy-o-toluoyl)-3,5-xylohydrazide

≥ 970 g/kg

De volgende onzuiverheden mogen niet meer bedragen dan de volgende hoeveelheden in het technische materiaal:

Tert-butylhydrazine < 0,001 g/kg

RH-116267 < 2 g/kg

1 april 2019

31 maart 2026

Mag alleen worden toegelaten voor gebruik in kassen.

Voor de toepassing van de in artikel 29, lid 6, van Verordening (EG) nr. 1107/2009 bedoelde uniforme beginselen moet rekening worden gehouden met de conclusies van het evaluatieverslag over methoxyfenozide, en met name met de aanhangsels I en II van dat verslag.

Bij hun algemene beoordeling moeten de lidstaten bijzondere aandacht schenken aan:

— de bescherming van het grondwater, wanneer de stof wordt gebruikt in qua bodemgesteldheid en/of klimatologische omstandigheden kwetsbare gebieden;

— het risico op accumulatie in de bodem;

— de bescherming van niet tot de doelsoorten behorende geleedpotigen en in sedimenten en water levende organismen;

De gebruiksvoorwaarden moeten, indien nodig, risicobeperkende maatregelen omvatten.

De aanvrager moet bij de Commissie, de lidstaten en de EFSA bevestigende informatie indienen met betrekking tot:

1. een vergelijkende in-vitrometabolismestudie over methoxyfenozide; uiterlijk 1 april 2020;

2. het effect van waterbehandelingsprocessen op de aard van de in het oppervlakte- en grondwater aanwezige residuen, wanneer drinkwater aan oppervlakte- of grondwater wordt onttrokken; uiterlijk twee jaar na de vaststelling van richtsnoeren over de evaluatie van het effect van waterbehandelingsprocessen op de aard van de in het oppervlakte- en grondwater aanwezige residuen.

Uiterlijk tegen 1 februari 2021 moet de aanvrager ook voor een geactualiseerde beoordeling van de ingediende informatie zorgen en, in voorkomend geval, voor nadere informatie ter bevestiging van de afwezigheid van endocriene activiteit van de schildklier overeenkomstig de punten 3.6.5 en 3.8.2 van bijlage II bij Verordening (EG) nr. 1107/2009, zoals gewijzigd bij Verordening (EU) 2018/605 van de Commissie (2).

▼M317

12

Alfa-cypermethrin

CAS-nr. 67375-30-8

CIPAC-nr. 454

Racemaat bevattende:

(R)-α-cyaan-3-fenoxybenzyl-(1S,3S)-3-(2,2-dichloorvinyl)-2,2-dimethylcyclopropaancarboxylaat en (S)-α-cyaan-3-fenoxybenzyl-(1R,3R)-3-(2,2-dichloorvinyl)-2,2-dimethylcyclopropaancarboxylaat

of

(R)-α-cyaan-3-fenoxybenzyl-(1S)-cis-3-(2,2-dichloorvinyl)-2,2-dimethylcyclopropaancarboxylaat

en (S)-α-cyaan-3-fenoxybenzyl-(1R)-cis-3-(2,2-dichloorvinyl)-2,2-dimethylcyclopropaancarboxylaat

≥ 980 g/kg

De bij de vervaardiging gevormde onzuiverheid hexaan wordt uit toxicologisch oogpunt als problematisch beschouwd en mag niet meer bedragen dan 1 g/kg in het technische materiaal.

1 november 2019

31 oktober 2026

Voor de toepassing van de in artikel 9, lid 6, van Verordening (EG) nr. 1107/2009 bedoelde uniforme beginselen moet rekening worden gehouden met de conclusies van het verslag over de verlenging voor alfa-cypermethrin, en met name met de aanhangsels I en II daarvan. Bij deze algemene beoordeling moeten de lidstaten bijzondere aandacht besteden aan:

— de bescherming van de toedieners, waarbij ervoor moet worden gezorgd dat de gebruiksvoorwaarden het gebruik van geschikte persoonlijke beschermingsmiddelen voorschrijven;

— de beoordeling van de risico’s voor de consument;

— de bescherming van in het water levende organismen, bijen en niet tot de doelsoorten behorende geleedpotigen.

De gebruiksvoorwaarden moeten waar nodig risicobeperkende maatregelen omvatten.

De aanvrager moet bij de Commissie, de lidstaten en de EFSA bevestigende informatie indienen met betrekking tot:

1. het toxicologische profiel van de metabolieten die het 3-fenoxybenzoylmoiety bevatten;

2. de potentiële relatieve toxiciteit van de individuele cypermethrin-isomeren, met name het enantiomeer (1Scis, αR);

3. het effect van waterbehandelingsprocessen op de aard van de in het oppervlaktewater en het grondwater aanwezige residuen, wanneer aan oppervlaktewater of grondwater drinkwater wordt onttrokken;

4. de punten 3.6.5 en 3.8.2 van bijlage II bij Verordening (EG) nr. 1107/2009, zoals gewijzigd bij Verordening (EU) 2018/605 van de Commissie.

De aanvrager dient de in punt 1 bedoelde informatie uiterlijk op 30 oktober 2020 in; de in punt 2 bedoelde informatie dient hij in binnen twee jaar na de datum van bekendmaking door de Commissie van richtsnoeren voor de evaluatie van mengsels van isomeren; en de in punt 3 bedoelde informatie dient hij in uiterlijk twee jaar na de bekendmaking door de Commissie van richtsnoeren over de evaluatie van het effect van waterbehandelingsprocessen op de aard van de in het oppervlakte- en grondwater aanwezige residuen.

Wat de punten 3.6.5 en 3.8.2 van bijlage II bij Verordening (EG) nr. 1107/2009, als gewijzigd bij Verordening (EU) 2018/605 van de Commissie betreft, wordt een bijgewerkte beoordeling van de reeds ingediende informatie en, in voorkomend geval, nadere informatie ter bevestiging van de afwezigheid van androgene endocriene activiteit uiterlijk op 30 oktober 2021 ingediend.

▼M347

13

Etoxazool

CAS-nr.: 153233-91-1

CIPAC-nr. 623

(RS)-5-tert-butyl-2-[2-(2,6-difluorfenyl)-4,5-dihydro1,3-oxazool-4-yl]fenetool

≥ 948 g/kg

1 februari 2021

31 januari 2028

Alleen gebruik op siergewassen in permanente kassen is toegestaan.

Voor de toepassing van de in artikel 29, lid 6, van Verordening (EG) nr. 1107/2009 bedoelde uniforme beginselen moet rekening worden gehouden met de conclusies van het verslag over de verlenging voor etoxazool, en met name met de aanhangsels I en II daarvan.

Bij deze algemene beoordeling moeten de lidstaten bijzondere aandacht schenken aan:

— de mogelijke opname van persistente bodemmetabolieten in wisselgewassen;

— de bescherming van de gebruikers, waarbij ervoor moet worden gezorgd dat de gebruiksvoorwaarden het gebruik van geschikte persoonlijke beschermingsmiddelen voorschrijven.

De aanvrager dient bij de Commissie, de lidstaten en de EFSA uiterlijk op 5 januari 2023 bevestigende informatie in met betrekking tot de punten 3.6.5 en 3.8.2 van bijlage II bij Verordening (EG) nr. 1107/2009, met inbegrip van een bijgewerkte beoordeling van de reeds ingediende informatie en, in voorkomend geval, nadere informatie.

(1)

Het evaluatieverslag bevat nadere gegevens over de identiteit en de specificatie van de werkzame stof.

►M293(2)

Verordening (EU) 2018/605 van de Commissie van 19 april 2018 tot wijziging van bijlage II bij Verordening (EG) nr. 1107/2009 met betrekking tot de vaststelling van wetenschappelijke criteria voor de vaststelling van hormoonontregelende eigenschappen (PB L 101 van 20.4.2018, blz. 33).