Home

Verordening (EU) nr. 691/2011 van het Europees Parlement en de Raad van 6 juli 2011 inzake Europese milieu-economische rekeningen (Voor de EER relevante tekst)

Verordening (EU) nr. 691/2011 van het Europees Parlement en de Raad van 6 juli 2011 inzake Europese milieu-economische rekeningen (Voor de EER relevante tekst)

Artikel 1 Onderwerp

Bij deze verordening wordt een gemeenschappelijk kader vastgesteld voor het verzamelen, samenstellen, indienen en evalueren van Europese milieu-economische rekeningen, met het doel milieu-economische rekeningen op te stellen bij wijze van satellietrekeningen bij het in Verordening (EU) nr. 549/2013 van het Europees Parlement en de Raad(1) vastgestelde Europees systeem van rekeningen 2010 (ESR 2010), door te voorzien in methoden, gemeenschappelijke normen, definities, classificaties en boekhoudregels die voor het samenstellen van milieu-economische rekeningen gebruikt moeten worden.

Deze verordening draagt tevens bij aan het verstrekken van gedegen informatie over de belangrijkste trends, moeilijkheden en drijvende krachten voor milieuverandering en ondersteunt aldus het monitoren en evalueren van de vooruitgang van de Unie bij het verwezenlijken van haar in Unierecht vastgelegde milieudoelstellingen en bij het nakomen van haar internationale milieuverbintenissen.

Artikel 2 Definities

In deze verordening wordt verstaan onder:

    1. „luchtemissie” :
    de fysieke stroom van gasvormige stoffen of deeltjes van de nationale economie (productie- of verbruiksprocessen) naar de atmosfeer (als onderdeel van het milieusysteem);
    2. „milieubelasting” :
    belasting met als belastinggrondslag een fysieke eenheid (of een benadering van een fysieke eenheid) van iets wat een bewezen specifiek negatief effect op het milieu heeft, en dat in het ESR 2010 als belasting wordt aangemerkt;
    3. „materiaalstroomrekeningen voor de gehele economie” (MSR-GE):
    coherente samenstellingen van de materiaalinput in de nationale economieën, de veranderingen van de materiaalvoorraad in de economie en de materiaaloutput naar andere economieën of het milieu;
    4. „milieubeschermingsuitgaven” :
    de economische middelen die door ingezeten eenheden worden besteed aan milieubescherming. Milieubescherming omvat alle maatregelen en activiteiten met als hoofddoel de voorkoming, vermindering en bestrijding van verontreiniging en iedere andere verslechtering van het milieu. Onder deze maatregelen en activiteiten vallen alle maatregelen die worden genomen om het milieu na een verslechtering te herstellen. Onder deze definitie vallen geen activiteiten die weliswaar het milieu ten goede komen, maar die vooral ten doel hebben tegemoet te komen aan de technische behoeften of de interne gezondheids- en veiligheids- en beveiligingsvereisten van een onderneming of andere instelling;
    5. „milieugoederen- en -dienstensector” :
    productieactiviteiten van een nationale economie die milieuproducten (milieugoederen en -diensten) genereren. Milieuproducten zijn producten en diensten die zijn voortgebracht met het oog op de bescherming van het milieu, zoals bedoeld in punt 4, en op het beheer van hulpbronnen. Onder het beheer van hulpbronnen vallen de bescherming, instandhouding en vergroting van de voorraad natuurlijke hulpbronnen en derhalve vrijwaring tegen uitputting van die bronnen;
    6. „fysieke-energiestroomrekeningen” :
    coherente samenstellingen van de fysieke energiestromen in de nationale economieën, de stromen die binnen de economie circuleren en de energie-output naar andere economieën of het milieu;
    7. „bosrekeningen” :
    vermogensrekeningen voor bosbestanden, bestaande uit bebost land en hout op bebost land, en rekeningen voor economische activiteiten voor bosbouw en houtkap;
    8. „milieusubsidies en soortgelijke overdrachten” :
    inkomens- en kapitaaloverdrachten in de zin van het ESR 2010, bedoeld voor het ondersteunen van activiteiten ter bescherming van het milieu en ter instandhouding van natuurlijke hulpbronnen en aanverwante producten;
    9. „ecosysteemrekeningen” :
    een reeks rekeningen die bedoeld zijn om consistente informatie te verstrekken over de omvang en toestand van ecosystemen en over de dienstenstromen van die ecosystemen naar het sociaaleconomisch systeem.

Artikel 3 Modules

1.

De binnen het in artikel 1 bedoelde gemeenschappelijk kader samen te stellen milieu-economische rekeningen worden opgedeeld in de volgende modules:

  1. een module voor luchtemissierekeningen, zoals beschreven in bijlage I;

  2. een module voor milieubelastingen naar economische activiteit, zoals beschreven in bijlage II;

  3. een module voor materiaalstroomrekeningen voor de gehele economie, zoals beschreven in bijlage III;

  4. een module voor uitgavenrekeningen voor milieubescherming, zoals beschreven in bijlage IV;

  5. een module voor rekeningen voor de milieugoederen- en -dienstensector, zoals beschreven in bijlage V;

  6. een module voor fysieke-energiestroomrekeningen, zoals beschreven in bijlage VI;

  7. een module voor bosrekeningen, zoals beschreven in bijlage VII;

  8. een module voor rekeningen voor milieusubsidies en soortgelijke overdrachten, zoals beschreven in bijlage VIII;

  9. een module voor ecosysteemrekeningen, zoals beschreven in bijlage IX.

2.

Elke bijlage moet bevatten:

  1. de doelstellingen waarvoor de rekeningen moeten worden samengesteld;

  2. de dekking van de rekeningen;

  3. de lijst van kenmerken waarvoor gegevens moeten worden verzameld en toegezonden;

  4. het eerste referentiejaar, de frequentie en de indieningstermijnen voor de samenstelling van de rekeningen;

  5. de rapporteringstabellen;

  6. de maximumduur van de in artikel 8 bedoelde overgangsperioden gedurende welke de Commissie afwijkingen kan toestaan.

3.

De Commissie is bevoegd om overeenkomstig artikel 9 gedelegeerde handelingen vast te stellen indien dit nodig is om in te haken op ontwikkelingen op het gebied van milieu, economie en techniek om:

  1. deze verordening aan te vullen door methodologische richtsnoeren te geven;

  2. de bijlagen I tot en met VI te wijzigen wat betreft de in lid 2, punten c), d) en e), bedoelde informatie;

  3. de bijlagen VII, VIII en IX te wijzigen wat betreft de in lid 2, punten c), d) en e), bedoelde informatie, op voorwaarde dat:

    1. de in lid 2, punt c), bedoelde lijst van kenmerken slechts om de drie jaar wordt gewijzigd met maximaal vier kenmerken per bijlage, en

    2. de in lid 2, punt d), bedoelde informatie alleen wordt gewijzigd om het eerste referentiejaar, de frequentie en de indieningstermijnen van eventuele toegevoegde kenmerken vast te stellen.

Wanneer de Commissie haar bevoegdheid op grond van dit lid uitoefent, zorgt zij ervoor dat haar gedelegeerde handelingen de lidstaten en de respondenten geen aanzienlijke extra lasten bezorgen. De Commissie motiveert haar gedelegeerde handelingen naar behoren.

4.

De Commissie is bevoegd overeenkomstig artikel 9 gedelegeerde handelingen vast te stellen met betrekking tot de specificatie van de in bijlage VI, deel 3, bedoelde energieproducten, op basis van de lijsten vastgesteld in de bijlagen bij Verordening (EG) nr. 1099/2008 van het Europees Parlement en de Raad(2).

Zulke gedelegeerde handelingen brengen geen aanzienlijke extra lasten mee voor de lidstaten en de respondenten. Bij de vaststelling en het bijwerken van de in de eerste alinea bedoelde lijsten motiveert de Commissie haar optreden naar behoren en maakt zij in voorkomend geval gebruik van input van ter zake doende deskundigen met betrekking tot een kosten-batenanalyse, met inbegrip van een beoordeling van de lasten voor de respondenten en van de productiekosten.

5.

Teneinde een eenvormige toepassing van bijlage V te waarborgen, stelt de Commissie uiterlijk op 31 december 2015 door middel van uitvoeringshandelingen een indicatief compendium van milieugoederen en -diensten vast en van de economische activiteiten die onder bijlage V moeten vallen, ingedeeld in de volgende categorieën: specifieke milieudiensten, producten uitsluitend bestemd voor milieubescherming of beheer van natuurlijke hulpbronnen (gelieerde producten), aangepaste goederen en milieutechnologieën. Wanneer nodig werkt de Commissie dit compendium bij.

De in de eerste alinea vermelde uitvoeringshandelingen worden volgens de in artikel 11, lid 2, bedoelde onderzoeksprocedure vastgesteld.

Artikel 4 Proef- en haalbaarheidsstudies

1.

De Commissie stelt een programma voor proef- en haalbaarheidsstudies op die op vrijwillige basis door de lidstaten worden uitgevoerd om de rapportering verder te ontwikkelen en de kwaliteit van de gegevens te verbeteren, lange tijdreeksen op te stellen en de methodologie verder te ontwikkelen. Het programma omvat proefstudies waarmee de nieuwe modules voor milieu-economische rekeningen worden getest. Bij het opstellen van het programma besteedt de Commissie bijzondere aandacht aan modules die gegevens opleveren over energiesubsidies, met inbegrip van subsidies voor fossiele brandstoffen, en waarborgt ze dat er op de lidstaten en de respondenten geen extra administratieve of financiële lasten komen te rusten.

2.

De Commissie evalueert de bevindingen van de proefstudies waarbij zij de voordelen van de beschikbaarheid van de gegevens afweegt tegen de kosten van het verzamelen en de administratieve lasten voor de respondenten. Deze bevindingen worden meegewogen in de voorstellen voor het invoeren van nieuwe modules voor milieu-economische rekeningen die de Commissie mag opnemen in het in artikel 10 bedoelde verslag.

3.

Naast het programma voor proef- en haalbaarheidsstudies voert de Commissie (Eurostat) uiterlijk op 27 juni 2026, in samenwerking met de lidstaten, een beoordeling uit van de methodologische mogelijkheden en de haalbaarheid van monetaire waardering, mogelijke rapporteringswaarden voor de ontbrekende waarden, en mogelijke alternatieve meetmethoden voor ecosysteemdienstenrekeningen, rekening houdend met de internationale normen van het systeem van milieu-economische rekeningen — ecosysteemboekhouding (System of Environmental-Economic Accounting — Ecosystem Accounting — SEEA EA). Op basis van de resultaten van die beoordeling en die studies kan de Commissie bij het Europees Parlement en de Raad een wetgevingsvoorstel tot wijziging van deze verordening indienen om de monetair gewaardeerde ecosysteemrekeningen erin op te nemen.

Artikel 5 Gegevensverzameling

1.

Overeenkomstig de bijlagen bij deze verordening verzamelen de lidstaten de nodige gegevens voor de waarneming van de in artikel 3, lid 2, onder c), bedoelde kenmerken.

2.

Uitgaande van het beginsel van de administratieve vereenvoudiging kunnen de lidstaten voor het zich verschaffen van de nodige gegevens gebruikmaken van een combinatie van de hieronder genoemde bronnen:

  1. enquêtes;

  2. statistische schattingsmethoden in gevallen waar bepaalde kenmerken niet zijn waargenomen voor alle eenheden;

  3. administratieve bronnen;

  4. andere toepasselijke informatiebronnen, methoden of innovatieve benaderingen, voor zover hiermee milieu-economische rekeningen kunnen worden gegenereerd die onderling vergelijkbaar zijn en die voldoen aan de toepasselijke specifieke kwaliteitseisen.

Lidstaten die besluiten om de in punt d), vermelde bronnen, methoden of innovatieve benaderingen te gebruiken, informeren de Commissie (Eurostat) zo spoedig mogelijk vóór het einde van het jaar voorafgaand aan de uitvoering van de methode en geven nadere informatie over de kwaliteit van de verkregen gegevens.

3.

De lidstaten informeren de Commissie en verstrekken bijzonderheden over de gehanteerde methoden en bronnen.

Artikel 6 Toezending aan de Commissie (Eurostat)

Artikel 7 Kwaliteitsbeoordeling

Artikel 8 Afwijkingen

Artikel 8 bis Financiering

Artikel 9 Uitoefening van de bevoegdheidsdelegatie

Artikel 9 bis Portaal voor statistische gegevens van milieu-economische rekeningen (dashboard)

Artikel 10 Verslag en toetsing

Artikel 11 Comité

Artikel 12 Inwerkingtreding

BIJLAGE I

BIJLAGE II

BIJLAGE III

BIJLAGE IVMODULE VOOR UITGAVENREKENINGEN VOOR MILIEUBESCHERMING

BIJLAGE VMODULE VOOR REKENINGEN VOOR DE MILIEUGOEDEREN- EN -DIENSTENSECTOR

BIJLAGE VIMODULE VOOR FYSIEKE-ENERGIESTROOMREKENINGEN

BIJLAGE VIIMODULE VOOR BOSREKENINGEN

BIJLAGE VIIIMODULE VOOR REKENINGEN VOOR MILIEUSUBSIDIES EN SOORTGELIJKE OVERDRACHTEN

BIJLAGE IXMODULE VOOR ECOSYSTEEMREKENINGEN