Home

Besluit nr. 243/2012/EU van het Europees Parlement en de Raad van 14 maart 2012 tot vaststelling van een meerjarenprogramma voor het radiospectrumbeleid (Voor de EER relevante tekst)Voor de EER relevante tekst

Besluit nr. 243/2012/EU van het Europees Parlement en de Raad van 14 maart 2012 tot vaststelling van een meerjarenprogramma voor het radiospectrumbeleid (Voor de EER relevante tekst)Voor de EER relevante tekst

Artikel 1 Doel en toepassingsgebied

1.

Dit besluit stelt een meerjarenprogramma in voor het radiospectrumbeleid ten behoeve van het strategisch plannen en harmoniseren van het spectrumgebruik teneinde de werking van de interne markt te waarborgen op de beleidsterreinen van de Unie die spectrumgebruik met zich meebrengen, zoals de beleidsterreinen elektronische communicatie, onderzoek, technologische ontwikkeling en ruimtevaart, vervoer, energie en audiovisuele aangelegenheden.

Dit besluit heeft geen invloed op de afdoende beschikbaarheid van spectrum voor andere beleidsterreinen van de Unie zoals civiele bescherming en rampenbestrijding en het gemeenschappelijke veiligheids- en defensiebeleid.

2.

Dit besluit doet geen afbreuk aan het bestaande uniale recht, met name de Richtlijnen 1999/5/EG, 2002/20/EG en 2002/21/EG, en onder de voorwaarden van artikel 6 van dit besluit, Beschikking nr. 676/2002/EG, noch aan de maatregelen op nationaal niveau die in overeenstemming zijn met het uniale recht.

3.

Dit besluit doet geen afbreuk aan de maatregelen die volledig in overeenstemming met het uniale recht op nationaal niveau worden genomen ter verwezenlijking van doelstellingen van algemeen belang, in het bijzonder de doelstellingen met betrekking tot regulering van de inhoud en audiovisueel beleid.

Dit besluit doet geen afbreuk aan het recht van de lidstaten om hun radiospectrum in het belang van de openbare orde en veiligheid en voor defensiedoeleinden te organiseren en te gebruiken. Wanneer dit besluit of daaronder vastgestelde maatregelen met betrekking tot de in artikel 6 bedoelde frequentiebanden van invloed zijn op het spectrum dat door een lidstaat uitsluitend en rechtstreeks in het belang van de openbare veiligheid en voor defensiedoeleinden wordt gebruikt, kan de lidstaat voor zover nodig die frequentieband in het belang van de openbare veiligheid en voor defensiedoeleinden blijven gebruiken totdat de systemen die respectievelijk op de datum van de inwerkingtreding van dit besluit of van een op basis ervan genomen maatregel op de band bestaan, zijn uitgefaseerd. Die lidstaat stelt de Commissie naar behoren in kennis van zijn besluit.

Artikel 2 Algemene regelgevende beginselen

1.

De lidstaten werken onderling en met de Commissie op een transparante manier samen om de consequente toepassing van de volgende algemene regelgevende beginselen in de hele Unie te waarborgen:

  1. toepassing van het meest passende en minst bezwarende machtigingssysteem met het oog op een maximale flexibiliteit en efficiency bij het gebruik van spectrum. Zo'n machtigingssysteem wordt gebaseerd op objectieve, transparante, niet-discriminerende en proportionele criteria;

  2. bevordering van de ontwikkeling van de interne markt middels stimulering van de opkomst van toekomstige digitale diensten in de gehele Unie en middels bevordering van daadwerkelijke concurrentie;

  3. bevordering van concurrentie en innovatie, met voorkoming van schadelijke interferentie en met aandacht voor het feit dat de technische kwaliteit van de dienst verzekerd moet worden met als doel de beschikbaarheid van breedbanddiensten te faciliteren en op doeltreffende wijze te reageren op het toegenomen draadloze verkeer van gegevens;

  4. vaststelling van de technische voorwaarden voor het spectrumgebruik, waarbij volledig rekening wordt gehouden met het desbetreffende uniale recht, waaronder betreffende de beperking van de blootstelling van de bevolking aan elektromagnetische velden;

  5. bevordering van de technologie- en dienstenneutraliteit bij de toekenning van spectrumgebruiksrechten, waar mogelijk.

2.

Voor elektronische communicatie gelden naast de algemene regelgevende beginselen, bedoeld in lid 1, de volgende specifieke beginselen, overeenkomstig de artikelen 8 bis, 9, 9 bis en 9 ter van Richtlijn 2002/21/EG en overeenkomstig Beschikking nr. 676/2002/EG:

  1. toepassing van technologie- en dienstenneutraliteit bij spectrumgebruiksrechten voor elektronischecommunicatienetwerken en -diensten en de overdracht of huur van individuele rechten om radiofrequenties te gebruiken;

  2. bevordering van de harmonisatie van het gebruik van radiofrequenties in de hele Unie, in overeenstemming met de noodzaak te zorgen voor een effectief en efficiënt gebruik van die frequenties;

  3. vergemakkelijking van de toeneming van draadloos dataverkeer en breedbanddiensten, vooral door het stimuleren van flexibiliteit en door het bevorderen van innovatie, met inachtneming van de noodzaak schadelijke interferentie te voorkomen en de technische kwaliteit van de diensten te waarborgen.

Artikel 3 Beleidsdoelstellingen

In het licht van de prioriteiten van dit besluit werken de lidstaten en de Commissie samen om de volgende beleidsdoelstellingen te ondersteunen en te verwezenlijken:

  1. bevordering van een efficiënt beheer en gebruik van het spectrum om zo goed mogelijk tegemoet te komen aan de stijgende vraag naar frequenties, die een weerspiegeling vormt van de belangrijke maatschappelijke, culturele en economische waarde van het spectrum;

  2. ernaar streven tijdig voldoende en geschikt spectrum toe te wijzen ter ondersteuning van de beleidsdoelstellingen van de Unie en zo goed mogelijk tegemoetkomen aan de stijgende vraag naar draadloos gegevensverkeer, en daarbij de ontwikkeling van commerciële en publieke diensten mogelijk maken, met inachtneming van zwaarwegende doelstellingen van algemeen belang als culturele verscheidenheid en het pluralisme in de media; daartoe moet alles in het werk worden gesteld om uiterlijk in 2015, aan de hand van de inventaris van het spectrum, opgesteld krachtens artikel 9, ten minste 1 200 MHz van het geschikt spectrum aan te wijzen. Daaronder valt ook het reeds in gebruik zijnde spectrum;

  3. de digitale kloof overbruggen en bijdragen aan de doelstellingen van de Digitale agenda voor Europa door te bevorderen dat alle burgers van de Unie tegen 2020 toegang hebben tot breedband met een snelheid van minstens 30 Mbps en dat de Unie de hoogst mogelijke breedbandsnelheid en -capaciteit heeft;

  4. de Unie in staat stellen het voortouw te nemen op het gebied van draadloze breedbanddiensten voor elektronische communicatie door het vrijmaken van voldoende spectrum in kostenefficiënte banden opdat die diensten wijdverbreid beschikbaar zijn;

  5. mogelijkheden voor zowel de commerciële als de overheidssector veiligstellen door verhoging van de capaciteit van mobiele breedband;

  6. innovatie en investeringen aanmoedigen door meer flexibiliteit in het gebruik van het spectrum, door in de gehele Unie het beginsel van technologie- en dienstenneutraliteit tussen de technische oplossingen waartoe eventueel wordt besloten consequent toe te passen en door middel van adequate voorspelbaarheid van de regelgeving waarin onder meer is voorzien in het regelgevingskader voor elektronische communicatie door geharmoniseerd spectrum vrij te maken voor nieuwe geavanceerde technologieën en door de mogelijkheid te creëren om spectrumgebruiksrechten te verhandelen, en zo mogelijkheden te scheppen voor de ontwikkeling van toekomstige digitale diensten in de gehele Unie;

  7. een gemakkelijke toegang tot het spectrum faciliteren door het benutten van de voordelen van algemene machtigingen voor elektronische communicatie overeenkomstig artikel 5 van Richtlijn 2002/20/EG;

  8. passief delen van infrastructuur aanmoedigen waar zulks evenredig en niet-discriminerend is, zoals beoogd in artikel 12 van Richtlijn 2002/21/EG;

  9. daadwerkelijke concurrentie in stand houden en ontwikkelen, met name op het gebied van elektronischecommunicatiediensten door via maatregelen ex ante of ingrepen ex post trachten te voorkomen dat bepaalde ondernemingen te grote concentraties van rechten om radiofrequenties te gebruiken verwerven waardoor de mededinging ernstig in het gedrang komt;

  10. de versnippering van de interne markt terugdringen en het potentieel ervan volledig benutten teneinde op uniaal niveau de economische groei en schaalvoordelen te bevorderen, en wel door de technische voorwaarden voor het gebruik en de beschikbaarheid van spectrum indien nodig beter te harmoniseren en te coördineren;

  11. schadelijke interferenties of storingen door andere radio- of niet-radioapparatuur vermijden, onder meer door de ontwikkeling van normen die bijdragen aan een efficiënt spectrumgebruik mogelijk te maken, en door de immuniteit van ontvangers voor interferenties te vergroten, met name rekening houdend met de gezamenlijke impact van het toenemend aantal radioapparaten en -toepassingen en de stijgende dichtheid daarvan;

  12. bevordering van de toegankelijkheid van nieuwe consumentenproducten en -technologieën om ervoor te zorgen dat de consument de overgang naar digitale technologie steunt en er efficiënt gebruik wordt gemaakt van het digitale dividend;

  13. beperking van de koolstofvoetafdruk van de Unie door de technische en energetische efficiëntie van draadloze communicatienetwerken en -uitrusting te verbeteren.

Artikel 4 Grotere efficiency en flexibiliteit

1.

De lidstaten moedigen, in samenwerking met de Commissie en indien passend, collectief en gedeeld gebruik van spectrum aan.

De lidstaten stimuleren ook de ontwikkeling van bestaande en nieuwe technologieën, bijvoorbeeld in cognitieve radio, inclusief technologieën die gebruik maken van „witte ruimtes”.

2.

De lidstaten en de Commissie werken samen om de flexibiliteit bij het gebruik van spectrum te vergroten teneinde innovatie en investeringen aan te moedigen door de mogelijkheid te creëren om nieuwe technologieën te gebruiken en spectrumgebruiksrechten over te dragen of te verhuren.

3.

De lidstaten en de Commissie werken, zo nodig overeenkomstig de door de Commissie aan de betrokken normalisatie-instanties verleende normalisatiemandaten, samen bij het bevorderen van de ontwikkeling en harmonisatie van normen voor radioapparatuur en telecommunicatieterminals alsmede voor elektrische en elektronische apparatuur en netwerken. Er wordt ook speciale aandacht besteed aan normen voor apparatuur die door mensen met een handicap moet worden gebruikt.

4.

De lidstaten stimuleren O&O-activiteiten met betrekking tot nieuwe technologieën, zoals cognitieve technologieën en geolocatiedatabanken.

5.

De lidstaten zorgen, waar passend, voor selectiecriteria en -procedures die concurrentie voor de toekenning van spectrumgebruiksrechten, investeringen en het efficiënte gebruik van het spectrum bevorderen als een openbaar goed, en tevens het samengaan van nieuwe en bestaande diensten en apparatuur bevorderen. De lidstaten bevorderen de voortzetting van het efficiënte gebruik van spectrum voor netwerken, apparaten en toepassingen.

6.

Om een reëel gebruik van spectrumgebruiksrechten te waarborgen en om het hamsteren van spectrum te vermijden, kunnen lidstaten overwegen indien nodig passende maatregelen nemen, waaronder boetes, het gebruik van stimuleringspremies of de intrekking van rechten. Dergelijke maatregelen worden op transparante, niet-discriminerende en evenredige wijze vastgesteld en toegepast.

7.

Voor elektronischecommunicatiediensten nemen de lidstaten tegen 1 januari 2013 toewijzings- en machtigingsmaatregelen die geschikt zijn voor de ontwikkeling van breedbanddiensten overeenkomstig Richtlijn 2002/20/EG, met als doel de hoogst mogelijke capaciteit en snelheden voor breedband te bereiken.

8.

Om potentiële versnippering van de interne markt te voorkomen als gevolg van uiteenlopende selectiecriteria en -procedures voor geharmoniseerd spectrum dat aan elektronischecommunicatiediensten is toegewezen en dat op grond van artikel 9 ter van Richtlijn 2002/21/EG in alle lidstaten verhandelbaar is gemaakt, faciliteert de Commissie, in overleg met de lidstaten en overeenkomstig het subsidiariteitsbeginsel, het in kaart brengen en delen van beste praktijken betreffende de machtigingsvoorwaarden en -procedures en moedigt de informatie-uitwisseling voor dergelijk spectrum aan, met als doel de samenhang in de Unie te verbeteren, op basis van het beginsel van technologie- en dienstenneutraliteit.

Artikel 6 Spectrum voor draadloze breedbandcommunicatie

1.

De lidstaten nemen in samenwerking met de Commissie de nodige maatregelen om te verzekeren dat in de Unie afdoende spectrum beschikbaar is voor de beoogde capaciteit en dekking, opdat de Unie de snelste breedbandverbindingen ter wereld heeft teneinde ervoor te zorgen dat draadloze toepassingen en Europees leiderschap in nieuwe diensten daadwerkelijk bijdragen tot economische groei en tot de verwezenlijking van de doelstelling om alle burgers tegen 2020 toegang te verschaffen tot breedband met snelheden van niet minder dan 30 Mbps.

2.

Ter bevordering van de ruimere beschikbaarheid van draadloze breedbanddiensten ten behoeve van burgers en consumenten van de Unie, stellen de lidstaten de onder de Beschikkingen 2008/411/EG (3,4-3,8 GHz), 2008/477/EG (2,5-2,69 GHz) en 2009/766/EG (900-1 800 MHz) vallende banden beschikbaar volgens de eisen en voorwaarden die in deze beschikkingen staan. Afhankelijk van de vraag op de markt voeren de lidstaten het machtigingsproces voor 31 december 2012 uit zonder dat wordt geraakt aan de bestaande inzet van diensten en onder voorwaarden die consumenten een gemakkelijke toegang tot draadloze breedbanddiensten bieden.

3.

De lidstaten bevorderen de voortdurende opwaardering van hun netwerken door aanbieders van elektronische communicatie naar de meest recente en meest efficiënte technologie, zodat ze hun eigen spectrumdividenden kunnen creëren overeenkomstig het beginsel van technologie- en dienstenneutraliteit.

4.

De lidstaten voeren voor 1 januari 2013 het machtigingsproces uit om het gebruik van de 800 MHz-band voor elektronischecommunicatiediensten mogelijk te maken. De Commissie kent tot 31 december 2015 op grond van een terdege gemotiveerd verzoek van de betrokken lidstaat specifieke afwijkingen toe voor lidstaten waar uitzonderlijke nationale of plaatselijke omstandigheden of grensoverschrijdende frequentiecoördinatieproblemen de beschikbaarheid van de band in de weg staan.

Indien bewezen grensoverschrijdende frequentiecoördinatieproblemen tussen een lidstaat en een of meer landen, waaronder kandidaat-lidstaten of toetredende landen, na 31 december 2015 blijven bestaan en die de beschikbaarheid van de 800 MHz-band in de weg staan, kent de Commissie op jaarlijkse basis uitzonderlijke afwijkingen toe totdat de problemen zijn opgelost.

Lidstaten aan wie een afwijking in overeenstemming met de eerste en de tweede alinea is toegekend, zorgen ervoor dat het gebruik van de 800 MHz-band niet belet dat die band in de naburige lidstaten beschikbaar is voor andere elektronischecommunicatiediensten dan omroepdiensten.

Dit lid is ook van toepassing op de spectrumcoördinatieproblemen in de Republiek Cyprus die het gevolg zijn van het feit dat de regering van Cyprus wordt belet op een deel van haar grondgebied effectieve controle te verrichten.

5.

Lidstaten monitoren in samenwerking met de Commissie doorlopend de capaciteitsvereisten voor draadloze breedbanddiensten. Op basis van de uitkomsten van de analyse, bedoeld in artikel 9, lid 4, beoordeelt de Commissie of er bijkomende frequentiebanden moeten worden geharmoniseerd en brengt zij uiterlijk op 1 januari 2015 daarover verslag uit aan het Europees Parlement en de Raad.

De lidstaten kunnen, waar nodig en in overeenstemming met het uniale recht, ervoor zorgen dat de directe kosten die gepaard gaan met migratie of hernieuwde toewijzing van spectrumgebruik op gepaste wijze worden gecompenseerd overeenkomstig het nationale recht.

6.

De lidstaten bevorderen, in samenwerking met de Commissie, de toegang tot breedbanddiensten op de 800 MHz-band in afgelegen en dunbevolkte gebieden, waar dit zinvol is. Hierbij onderzoeken de lidstaten mogelijkheden en nemen zij in voorkomend geval technische en regelgevende maatregelen om ervoor te zorgen dat het vrijmaken van de 800 MHz-band geen nadelige gevolgen heeft voor gebruikers van diensten voor programmaproductie en speciale evenementen (programme making and special events, PMSE).

7.

De Commissie beoordeelt, in samenwerking met de lidstaten, of het gerechtvaardigd en haalbaar is om de toewijzingen van vergunningsvrij spectrum voor draadloze toegangssystemen, met inbegrip van radio local area networks, uit te breiden.

8.

De lidstaten verlenen toelating voor het overdragen of verhuren van spectrumgebruiksrechten voor de volgende geharmoniseerde banden: 790-862 MHz, 880-915 MHz, 925-960 MHz, 1 710-1 785 MHz, 1 805-1 880 MHz, 1 900-1 980 MHz, 2 010-2 025 MHz, 2 110-2 170 MHz, 2,5-2,69 GHz en 3,4-3,8 GHz.

9.

Teneinde te garanderen dat alle burgers toegang hebben tot geavanceerde digitale diensten waaronder breedband, met name in afgelegen en dunbevolkte gebieden, kunnen de lidstaten en de Commissie bekijken of er voldoende spectrum beschikbaar is om breedbandsatellietdiensten aan te bieden die internettoegang mogelijk maken.

10.

In samenwerking met de Commissie bezien de lidstaten of beschikbaarheid en gebruik van pico- en femtocellen kunnen worden uitgebreid. Zij houden ten volle rekening met de mogelijkheden van deze cellulaire basisstations en van gedeeld en vergunningsvrij gebruik van spectrum voor het opzetten van vermaasde draadloze netwerken, die een cruciale rol kunnen spelen bij het overbruggen van de digitale kloof.

Artikel 7 Spectrumbehoeften voor andere beleidsterreinen inzake draadloze communicatie

Artikel 8 Spectrumbehoeften voor andere specifieke beleidsterreinen van de Unie

Artikel 9 Inventaris

Artikel 10 Internationale onderhandelingen

Artikel 11 Samenwerking tussen diverse instanties

Artikel 12 Publieke raadpleging

Artikel 13 Comitéprocedure

Artikel 14 Naleving van beleidsrichtsnoeren en -doelstellingen

Artikel 15 Verslaglegging

Artikel 16 Inwerkingtreding

Artikel 17 Adressaten