Home

Uitvoeringsverordening (EU) n r. 29/2012 van de Commissie van 13 januari 2012 betreffende de handelsnormen voor olijfolie (codificatie)

Uitvoeringsverordening (EU) n r. 29/2012 van de Commissie van 13 januari 2012 betreffende de handelsnormen voor olijfolie (codificatie)

DE EUROPESE COMMISSIE,

Gezien het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie,

Gezien Verordening (EG) nr. 1234/2007 van de Raad van 22 oktober 2007 houdende een gemeenschappelijke ordening van de landbouwmarkten en specifieke bepalingen voor een aantal landbouwproducten (integrale-GMO-verordening)(1), en met name artikel 113, lid 1, onder a), en artikel 121, eerste alinea, onder a), in combinatie met artikel 4,

Overwegende hetgeen volgt:

  1. Verordening (EG) nr. 1019/2002 van de Commissie van 13 juni 2002 betreffende de handelsnormen voor olijfolie(2) is herhaaldelijk en ingrijpend gewijzigd(3). Ter wille van de duidelijkheid en een rationele ordening van de tekst dient tot codificatie van deze verordening te worden overgegaan.

  2. Olijfolie heeft bepaalde eigenschappen, met name organoleptische en voedingskwaliteiten waardoor het product, mede gelet op de productiekosten, kan worden verkocht in een duurder marktsegment dan de meeste andere plantaardige vetstoffen. Daarom moet voor olijfolie worden voorzien in handelsnormen, die met name specifieke etiketteringsvoorschriften bevatten ter aanvulling van de voorschriften van Richtlijn 2000/13/EG van het Europees Parlement en de Raad van 20 maart 2000 betreffende de onderlinge aanpassing van de wetgeving der lidstaten inzake de etikettering en presentatie van levensmiddelen alsmede inzake de daarvoor gemaakte reclame(4) en met name van de in artikel 2 vermelde principes.

  3. Om de authenticiteit van de verkochte olijfolie te garanderen is het dienstig voor de kleinhandel verpakkingen met een beperkte inhoud en voorzien van een adequate sluiting voor te schrijven. De lidstaten moet echter de mogelijkheid worden gelaten om voor centrale keukens verpakkingen met een grotere inhoud toe te staan.

  4. Behalve de op grond van artikel 118 van Verordening (EG) nr. 1234/2007 verplichte benamingen voor de verschillende categorieën olijfolie, blijkt het ook noodzakelijk aan de consument informatie te verstrekken over de soort olijfolie die hem wordt aangeboden.

  5. Direct verhandelbare, bij de eerste persing verkregen olijfolie kan vanwege de landbouwgebruiken of plaatselijke extractie- of vermengingsmethoden in kwaliteit en smaak aanzienlijk verschillen naar gelang van de geografische oorsprong. Als gevolg hiervan kunnen binnen eenzelfde categorie prijsverschillen ontstaan die de markt verstoren. Binnen de andere categorieën olijfolie voor consumptie bestaan er geen wezenlijke verschillen die verband houden met de oorsprong, en een aanduiding van de oorsprong op de voor de consument bestemde verpakking zou de indruk kunnen wekken dat deze verschillen toch bestaan. Om verstoring van de markt voor olijfolie voor menselijke consumptie te voorkomen, moet bijgevolg uitsluitend voor extra olijfolie en olijfolie van de eerste persing op Unieniveau een bindende regeling voor de aanduiding van de oorsprong worden vastgesteld die aan strikte voorwaarden voldoet. De tot 2009 toegepaste facultatieve regeling bleek niet te volstaan om misleiding van de consument ten aanzien van de echte kenmerken van de oliën van de eerste persing op de genoemde punten te voorkomen. Voorts zijn bij Verordening (EG) nr. 178/2002 van het Europees Parlement en de Raad van 28 januari 2002 tot vaststelling van de algemene beginselen en voorschriften van de levensmiddelenwetgeving, tot oprichting van een Europese Autoriteit voor voedselveiligheid en tot vaststelling van procedures voor voedselveiligheidsaangelegenheden(5) traceerbaarheidsvoorschriften vastgesteld die van toepassing zijn sinds 1 januari 2005. Op basis van de ervaring die marktdeelnemers en bestuursdiensten ter zake hebben opgedaan, werd het mogelijk de vermelding van de oorsprong in de etikettering verplicht te stellen voor extra olijfolie van de eerste persing en olijfolie van de eerste persing.

  6. Bestaande merknamen met geografische verwijzingen mogen verder worden gebruikt, wanneer die namen in het verleden officieel geregistreerd zijn overeenkomstig de Eerste Richtlijn 89/104/EEG van de Raad van 21 december 1988 betreffende de aanpassing van het merkenrecht der lidstaten(6) of overeenkomstig Verordening (EG) nr. 207/2009 van de Raad van 26 februari 2009 inzake het Gemeenschapsmerk(7).

  7. Op grond van Verordening (EG) nr. 510/2006 van de Raad van 20 maart 2006 inzake de bescherming van geografische aanduidingen en oorsprongsbenamingen van landbouwproducten en levensmiddelen(8) kan een regionale oorsprong worden aangegeven door middel van een beschermde oorsprongsbenaming (BOB) of een beschermde geografische aanduiding (BGA). Om verwarring bij de consument en dus verstoring van de markt te voorkomen, moet worden bepaald dat uitsluitend BOB’s of BGA’s mogen worden gebruikt om de regionale oorsprong aan te geven. Voor ingevoerde olijfolie moeten de voorschriften inzake niet-preferentiële oorsprong van Verordening (EEG) nr. 2913/92 van de Raad van 12 oktober 1992 tot vaststelling van het communautaire douanewetboek(9) in acht worden genomen.

  8. Wanneer de oorsprong van bij de eerste persing verkregen olijfolie wordt aangeduid met een verwijzing naar de Unie of naar een lidstaat, moet ermee rekening worden gehouden dat de gebruikte olijven, maar ook de extractiemethoden en -technieken de kwaliteit en de smaak van de olie beïnvloeden. De oorsprongsaanduiding moet dus betrekking hebben op het geografische gebied waarin de olijfolie verkregen wordt, hetgeen meestal het gebied is waar de extractie heeft plaatsgevonden. In bepaalde gevallen wordt de olie echter verkregen uit olijven die in een ander gebied zijn geoogst en deze informatie moet op de verpakkingen of op de etiketten bij deze verpakkingen worden vermeld om te voorkomen dat de consument wordt misleid of dat de markt voor olijfolie wordt verstoord.

  9. In de Unie bestaat een aanzienlijk deel van zowel de extra olijfolie van de eerste persing als de olijfolie van de eerste persing uit mengsels van oliën die van oorsprong zijn uit verschillende lidstaten en derde landen. Voor de vermelding van de oorsprong van die mengsels in de etikettering moeten eenvoudige voorschriften worden vastgesteld.

  10. Overeenkomstig Richtlijn 2000/13/EG mogen de vermeldingen in de etikettering de koper niet misleiden, met name ten aanzien van de kenmerken van de betrokken olijfolie, door aan die olie eigenschappen toe te schrijven die hij niet heeft, of door gewone bij de meeste oliën voorkomende eigenschappen als bijzonder voor te stellen. Voorts moeten ten aanzien van bepaalde facultatieve vermeldingen, die specifiek zijn voor olijfolie en vaak worden gebruikt, geharmoniseerde regels worden vastgesteld zodat die vermeldingen nauwkeurig kunnen worden omschreven en kan worden nagegaan of zij op waarheid berusten. Zo moeten de begrippen „koude persing” of „koude extractie” verwijzen naar een technisch gedefinieerde traditionele productiemethode. De Internationale Olijfolieraad heeft in zijn herziene methode voor de organoleptische beoordeling van olijfolie van de eerste persing, bepaalde begrippen vastgesteld voor de beschrijving van de organoleptische kenmerken met betrekking tot de smaak en/of de geur van extra olijfolie van de eerste persing en olijfolie van de eerste persing. Het gebruik van die begrippen in de etikettering van extra olijfolie van de eerste persing en olijfolie van de eerste persing moet worden voorbehouden voor olie die volgens de desbetreffende analysemethode is beoordeeld. Voor marktdeelnemers die momenteel de voorbehouden begrippen gebruiken, is een overgangsregeling nodig. Door de zuurgraad afzonderlijk te vermelden wordt bij de consument de indruk gewekt dat dit een graadmeter is voor de kwaliteit, hoewel dit criterium alleen in samenhang met de andere eigenschappen van de betrokken olijfolie een indicatie van de kwaliteit is. Omdat bepaalde vermeldingen veelvuldig voorkomen en dit economische gevolgen heeft, moeten voor het gebruik van die vermeldingen objectieve criteria worden vastgesteld om voor olijfolie een transparante markt tot stand te brengen.

  11. In het geval van levensmiddelen die olijfolie bevatten, moet worden voorkomen dat de consument wordt misleid doordat de reputatie van olijfolie op de voorgrond wordt geplaatst zonder dat de werkelijke samenstelling van het product duidelijk wordt vermeld. Bijgevolg moeten in de etikettering van deze producten het percentage olijfolie en een aantal specifieke vermeldingen voor uitsluitend uit een mengsel van plantaardige oliën samengestelde producten duidelijk zijn aangegeven. Voorts moet ook rekening worden gehouden met de in sommige verordeningen vastgestelde specifieke bepalingen voor producten met olijfolie.

  12. De benamingen van de categorieën olijfolie corresponderen met fysisch-chemische en organoleptische eigenschappen die zijn vermeld in bijlage XVI bij Verordening (EG) nr. 1234/2007 en in Verordening (EEG) nr. 2568/91 van de Commissie van 11 juli 1991 inzake de kenmerken van olijfoliën en oliën uit afvallen van olijven en de desbetreffende analysemethoden(10). De overige vermeldingen in de etikettering moeten gebaseerd zijn op objectieve gegevens om het risico van misbruik ten nadele van de consument en concurrentievervalsing op de markt voor de betrokken olijfolie te voorkomen.

  13. De lidstaten moeten, in het kader van de tweede alinea van artikel 113, lid 3, van Verordening (EG) nr. 1234/2007 ingestelde controleregeling, voor elke vermelding op het etiket bepalen welke bewijzen moeten worden overgelegd en welke sancties kunnen worden toegepast. De bewijselementen kunnen vaststaande feiten, resultaten van betrouwbare analysen of registraties, administratieve of boekhoudkundige gegevens zijn, waarbij geen van die mogelijkheden a priori wordt uitgesloten.

  14. Aangezien de voor de etikettering verantwoordelijke bedrijven moeten worden gecontroleerd in de lidstaat waarin zij zijn gevestigd, dient te worden voorzien in een procedure voor administratieve samenwerking tussen de Commissie en de lidstaten waarin de olie op de markt wordt gebracht.

  15. Voor de evaluatie van de bij deze verordening vastgestelde regeling moeten de betrokken lidstaten verslag uitbrengen over de feiten en de ondervonden moeilijkheden.

  16. De in deze verordening vervatte maatregelen zijn in overeenstemming met het advies van het Beheerscomité voor de gemeenschappelijke ordening van de landbouwmarkten,

HEEFT DE VOLGENDE VERORDENING VASTGESTELD:

Artikel 1

1.

Onverminderd Richtlijn 2000/13/EG en Verordening (EG) nr. 510/2006 worden bij deze verordening specifieke handelsnormen voor de kleinhandel vastgesteld voor olijfolie en olie uit afvallen van olijven als bedoeld in punt 1, onder a) en b), punt 3 en punt 6 van bijlage XVI bij Verordening (EG) nr. 1234/2007.

2.

Voor de toepassing van deze verordening wordt onder „kleinhandel” verstaan, de verkoop aan de eindverbruiker van in lid 1 bedoelde olie, aangeboden als dusdanig of verwerkt in levensmiddelen.

Artikel 2

De in artikel 1, lid 1, bedoelde olie wordt aan de eindverbruiker in voorverpakte vorm aangeboden in verpakkingen van maximaal 5 liter. Die verpakkingen zijn voorzien van een niet-herbruikbare sluiting en van een etiket dat voldoet aan de normen van de artikelen 3 tot en met 6.

Voor olie die bestemd is voor consumptie in restaurants, ziekenhuizen, kantines en soortgelijke centrale keukens mogen de lidstaten voor de verpakkingen een maximuminhoud vaststellen van meer dan 5 liter naargelang van de betrokken inrichting.

Artikel 3

De benamingen als bedoeld in artikel 118 van Verordening (EG) nr. 1234/2007 worden beschouwd als de benaming waaronder het product wordt verkocht, in de zin van artikel 3, lid 1, punt 1, van Richtlijn 2000/13/EG.

In de etikettering van de in artikel 1, lid 1, bedoelde olie wordt in duidelijk leesbare en onuitwisbare tekens, behalve de in de eerste alinea van dit artikel bedoelde benaming, maar niet noodzakelijk onmiddellijk daarbij aansluitend, de volgende informatie over de categorie olie vermeld:

  1. voor extra olijfolie verkregen bij de eerste persing:

    „rechtstreeks uit olijven en op mechanische wijze verkregen olijfolie van superieure kwaliteit”;

  2. voor olijfolie verkregen bij de eerste persing:

    „rechtstreeks uit olijven en op mechanische wijze verkregen olijfolie”;

  3. voor olijfolie, samengesteld uit geraffineerde olijfolie en bij de eerste persing verkregen olijfolie:

    „olie die uitsluitend bestaat uit geraffineerde olijfolie en rechtstreeks uit olijven verkregen olie”;

  4. voor olie uit afvallen van olijven:

    • „olie die uitsluitend bestaat uit door behandeling van het restproduct van de extractie van olijfolie verkregen olie en rechtstreeks uit olijven verkregen olie”,

      of

    • „olie die uitsluitend bestaat uit door behandeling van afvallen van olijven verkregen olie en rechtstreeks uit olijven verkregen olie”.

Artikel 4

1.

Voor extra olijfolie van de eerste persing en olijfolie van de eerste persing als omschreven in punt 1, onder a) en onder b), van bijlage XVI bij Verordening (EG) nr. 1234/2007, is een oorsprongsaanduiding in de etikettering verplicht.

Voor de in de punten 3 en 6 van bijlage XVI bij Verordening (EG) nr. 1234/2007 omschreven producten wordt in de etikettering geen oorsprongsaanduiding vermeld.

Voor de toepassing van deze verordening wordt verstaan onder „oorsprongsaanduiding”, de vermelding van een geografisch gebied op de verpakking of in het daarop aangebrachte etiket.

2.

De in lid 1 bedoelde oorsprongsaanduidingen bestaan,

  1. als het gaat om olijfolie die overeenkomstig de leden 4 en 5 van oorsprong is uit één lidstaat of derde land, in een verwijzing naar, naargelang van het geval, de lidstaat, de Unie of het derde land;

  2. als het gaat om mengsels van olijfolie die overeenkomstig de leden 4 en 5 van oorsprong zijn uit meer dan één lidstaat of derde land, in, naargelang van het geval, een van de volgende vermeldingen:

    1. „mengsel van olijfoliën van oorsprong uit de Europese Unie” of een verwijzing naar de Unie,

    2. „mengsel van olijfoliën niet van oorsprong uit de Europese Unie” of een verwijzing naar de oorsprong buiten de Unie,

    3. „mengsel van olijfoliën van oorsprong uit de Europese Unie en niet van oorsprong uit de Unie” of een verwijzing naar de oorsprong binnen de Unie en de oorsprong buiten de Unie; of

  3. in een beschermde oorsprongsbenaming of een beschermde geografische aanduiding als bedoeld in Verordening (EG) nr. 510/2006 overeenkomstig de bepalingen van de betrokken productspecificatie.

3.

Een merknaam of een bedrijfsnaam waarvoor de aanvraag tot inschrijving is ingediend vóór 31 december 1998 overeenkomstig Richtlijn 89/104/EEG of vóór 31 mei 2002 overeenkomstig Verordening (EG) nr. 40/94 van de Raad(11), worden niet beschouwd als een oorsprongsaanduiding waarop deze verordening van toepassing is.

4.

Bij invoer uit een derde land wordt de oorsprongsaanduiding bepaald op grond van de artikelen 22 tot en met 26 van Verordening (EEG) nr. 2913/92.

5.

In de oorsprongsaanduiding waarin naar een lidstaat of naar de Unie wordt verwezen, wordt het geografische gebied vermeld waarin de betrokken olijven zijn geoogst en waar zich de fabriek bevindt waar de extractie plaatsgevonden heeft.

Wanneer de olijven zijn geoogst in een andere lidstaat of een ander derde land dan het land waar de extractie van de olie uit de olijven heeft plaatsgevonden, bevat de oorsprongsaanduiding de volgende vermelding: „(Extra) olijfolie van de eerste persing uit de Unie (of: de naam van de betrokken lidstaat) van in de Unie (of: de naam van de betrokken lidstaat of van het betrokken derde land) geoogste olijven”.

Artikel 5

Artikel 6

Artikel 7

Artikel 8

Artikel 9

Artikel 10

Artikel 11

Artikel 12

BIJLAGE I

BIJLAGE II