Home

Uitvoeringsverordening (EU) n r. 314/2012 van de Commissie van 12 april 2012 tot wijziging van Verordening (EG) nr. 555/2008 en (EG) nr. 436/2009 inzake de begeleidende documenten voor het vervoer van wijnbouwproducten en de bij te houden registers in de wijnsector

Uitvoeringsverordening (EU) n r. 314/2012 van de Commissie van 12 april 2012 tot wijziging van Verordening (EG) nr. 555/2008 en (EG) nr. 436/2009 inzake de begeleidende documenten voor het vervoer van wijnbouwproducten en de bij te houden registers in de wijnsector

DE EUROPESE COMMISSIE,

Gezien het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie,

Gezien Verordening (EG) nr. 1234/2007 van de Raad van 22 oktober 2007 houdende een gemeenschappelijke ordening van de landbouwmarkten en specifieke bepalingen voor een aantal landbouwproducten („integrale-GMO-verordening”)(1), en met name artikel 121, eerste alinea, onder k) en m), artikel 185 bis, artikel 185 quater, lid 3, en artikel 192, lid 2, juncto artikel 4,

Overwegende hetgeen volgt:

  1. In titel V en met name in artikel 82 van Verordening (EG) nr. 555/2008 van de Commissie van 27 juni 2008 tot vaststelling van de uitvoeringsbepalingen voor Verordening (EG) nr. 479/2008 van de Raad houdende een gemeenschappelijke ordening van de wijnmarkt, wat betreft de steunprogramma’s, de handel met derde landen, het productiepotentieel en de controles in de wijnsector(2) is bepaald dat, wanneer een lidstaat verscheidene instanties aanwijst die bevoegd zijn voor de controle op de naleving van de wijnbouwregelgeving, hij zorgt voor de coördinatie van de werkzaamheden van deze instanties. Deze maatregel maakt het niet mogelijk volledig te voorzien in de behoefte aan coördinatie tussen de verschillende controle-instanties in het kader van de overbrenging van accijnsplichtige wijnbouwproducten wegens het overeenkomstig Richtlijn 2008/118/EG van de Raad van 16 december 2008 houdende een algemene regeling inzake accijns(3) gevestigde gebruik van documenten in de wijnsector. Met name moet worden vastgesteld welke maatregelen de lidstaten moeten nemen om de voor de controle op de naleving van de wijnbouwregelgeving bevoegde instanties toegang te verlenen tot de gegevens inzake de overeenkomstig Richtlijn 2008/118/EG en Verordening (EG) nr. 684/2009 van de Commissie van 24 juli 2009 tot uitvoering van Verordening 2008/118/EG van de Raad wat betreft de geautomatiseerde procedures voor de overbrenging van accijnsgoederen onder schorsing van accijns(4) verrichte overbrenging van accijnsproducten. Er moet vooral rekening worden gehouden met het EMCS-systeem (Excise Movement and Control System) dat is opgezet bij Beschikking nr. 1152/2003/EG van het Europees Parlement en de Raad van 16 juni 2003 betreffende geautomatiseerde verwerking van gegevens inzake het verkeer van en de controle op accijnsgoederen(5).

  2. Bijgevolg moet Verordening (EG) nr. 555/2008 worden gewijzigd door te voorzien in een geleidelijke toepassing van de nieuwe bepalingen, rekening houdend met de termijnen die de overheidsinstanties van de lidstaten nodig hebben om de maatregelen met betrekking tot de coördinatie van de controles en de toegang tot gegevens ten uitvoer te leggen.

  3. In titel III en met name in de artikelen 21 tot en met 31 van Verordening (EG) nr. 436/2009 van de Commissie van 26 mei 2009 houdende uitvoeringsbepalingen van Verordening (EG) nr. 479/2008 van de Raad met betrekking tot het wijnbouwkadaster, de verplichte opgaven en de samenstelling van gegevens voor het volgen van de markt, de begeleidende documenten voor het vervoer van producten en de bij te houden registers in de wijnsector(6) zijn de aard van ontvankelijke begeleidende documenten voor het vervoer van wijnbouwproducten, de regels die op nationaal niveau en op het niveau van de Unie op het gebruik van die documenten alsook op de uitvoer en voorwaarden voor de waarmerking van de certificaten van oorsprong voor de wijnen met een beschermde oorsprongsbenaming (BOB) of een beschermde geografische aanduiding (BGA) van toepassing zijn, vastgesteld. Die bepalingen zijn thans ten dele achterhaald of houden geen rekening met alle sinds de inwerkingtreding van Verordening (EG) nr. 436/2009 aangebrachte wijzigingen van de wetgeving van de Unie met betrekking tot die kwesties. Dit geldt met name voor het gebruik sinds 1 januari 2011 van het overeenkomstig Verordening (EG) nr. 684/2009 vastgestelde, in artikel 21, lid 1, van Richtlijn 2008/118/EG bedoelde elektronische administratief document voor de wijziging van de formaliteiten die van toepassing zijn op de controle van producten die het grondgebied van de Unie verlaten naar aanleiding van het veralgemeende gebruik van elektronische procedures door de douaneautoriteiten van de Unie en voor wijzigingen naar aanleiding van de hervormingen in de wijnsector sinds 1 januari 2009 van de regels die van toepassing zijn op BOB, BGA en aanduidingen van het oogstjaar of van het wijndruivenras. Bijgevolg moeten de desbetreffende artikelen worden gewijzigd en bepaalde achterhaalde definities worden geschrapt.

  4. De in deze context aangebrachte wijzigingen moeten het mogelijk maken de krachtens Verordening (EG) nr. 436/2009 erkende begeleidende documenten voor wijnbouwproducten te gebruiken als bevestiging van de oorsprong van wijnen met een BOB of BGA of van certificatie van het oogstjaar of het wijndruivenras, ook wanneer die door de afzender zijn opgemaakt. In dat opzicht is het passend vast te stellen onder welke voorwaarden de begeleidende documenten als authentiek worden beschouwd.

  5. Sinds de vaststelling van Verordening (EG) nr. 436/2009 zijn de formaliteiten met betrekking tot producten die het douanegebied van de Unie verlaten, gewijzigd. Deze worden vervuld volgens de nieuwe, bij Verordening (EEG) nr. 2454/93 van de Commissie van 2 juli 1993 houdende vaststelling van enkele bepalingen ter uitvoering van Verordening (EEG) nr. 2913/92 van de Raad tot vaststelling van het communautair douanewetboek(7), vastgestelde voorwaarden. Daarom moeten, overeenkomstig die nieuwe voorwaarden, procedureregels worden vastgesteld die van toepassing zijn op de uitvoer en op wijnbouwproducten die het douanegebied van de Unie daadwerkelijk verlaten, door met name de verplichtingen van de afzender of diens gemachtigde nader te omschrijven.

  6. Wat het vervoer van niet-verpakte wijnbouwproducten betreft, moeten de in artikel 29 van Verordening (EG) nr. 436/2009 bedoelde eisen worden vereenvoudigd, rekening houdend met de invoering door de lidstaten van informatiesystemen die geautomatiseerde informatie-uitwisseling mogelijk maken.

  7. Er zijn geen gedetailleerde voorschriften vastgesteld om tijdens het vervoer op het douanegrondgebied van de Unie de oorsprong te controleren van wijnbouwproducten die zijn aangegeven als van oorsprong uit een derde land of uit de Unie, naargelang van het geval, en die aanvankelijk worden verzonden naar een in artikel 5, leden 2 en 3, van Richtlijn 2008/118/EG bedoeld derde land of grondgebied. Bepaald moet worden welke gegevens het begeleidende document moet bevatten om controle van de oorsprong mogelijk te maken.

  8. Duidelijkheidshalve en ter vermindering van de administratieve lasten, moet de exacte inhoud van bepaalde verplichtingen uit hoofde van Verordening (EG) nr. 436/2009 bovendien worden vastgesteld of nader worden omschreven en moeten de procedures met betrekking tot de vereiste verklaringen in door de marktdeelnemers aan de autoriteiten en bevoegde instanties van de lidstaten en, in voorkomend geval, van het derde land, over te leggen begeleidende documenten en bewijsstukken en documenten worden vereenvoudigd, met name wat betreft de bevestiging van de oorsprong van wijnen met een BOB of een BGA en certificaties van met een aanduiding van het oogstjaar of van het wijndruivenras of de wijndruivenrassen in de handel gebrachte wijn en wijnbouwproducten en met het oog op meer transparantie en traceerbaarheid moet rekening worden houden met de verwijzingen van die aanduidingen in het „e-Bacchusregister”, dat overeenkomstig artikel 18 van Verordening (EG) nr. 607/2009 van de Commissie van 14 juli 2009 tot vaststelling van uitvoeringsbepalingen voor Verordening (EG) nr. 479/2008 van de Raad wat betreft beschermde oorsprongsbenamingen en geografische aanduidingen, traditionele aanduidingen, etikettering en presentatie van bepaalde wijnbouwproducten(8) door de Commissie is aangelegd en wordt bijgehouden.

  9. Aangezien sulfieten worden toegevoegd tijdens verschillende stadia van de productie en de behandeling van de wijn en het uiteindelijke gehalte niet overeenstemt met de opgegeven hoeveelheid sulfieten is het met het oog op de vermindering van de administratieve lasten passend de verplichting van artikel 41 van Verordening (EG) nr. 436/2009 om in de registers de toevoeging van sulfiet te vermelden, te schrappen.

  10. In het belang van een doeltreffend administratief beheer en rekening houdend met de ervaring die is opgedaan met het gebruik van de door de Commissie opgezette informatiesystemen moeten ook de mededelingen en de wijze van beheer en van beschikbaarstelling door de Commissie van bepaalde informatie worden vereenvoudigd op grond van Verordening (EG) nr. 436/2009.

  11. Bijgevolg moet Verordening (EG) nr. 436/2009 worden gewijzigd door te voorzien in de uitgestelde toepassing van sommige bepalingen, rekening houdend met de termijnen die de lidstaten nodig hebben voor de tenuitvoerlegging van de maatregelen met betrekking tot het gebruik van aan met de bepalingen van deze verordening strokende begeleidende documenten en verklaringen.

  12. De in deze verordening vervatte maatregelen zijn in overeenstemming met het advies van het Beheerscomité voor de gemeenschappelijke ordening van de landbouwmarkten,

HEEFT DE VOLGENDE VERORDENING VASTGESTELD:

Artikel 1 Wijziging van Verordening (EG) nr. 555/2008

Aan titel V, hoofdstuk V, van Verordening (EG) nr. 555/2008 wordt het volgende artikel 95 bis toegevoegd:

Voor de controles van vervoer dat is verricht onder dekking van de in artikel 24, lid 1, onder a) i), van Verordening (EG) nr. 436/2009 van de Commissie(*) bedoelde begeleidende documenten nemen de lidstaten uiterlijk op 1 maart 2014 de nodige maatregelen om de krachtens artikel 82, lid 1, van de onderhavige verordening aangewezen bevoegde instanties toegang te geven tot de gegevens in het in artikel 21 van Richtlijn 2008/118/EG van de Raad(**) bedoelde geautomatiseerde systeem en met betrekking tot de overbrenging van wijnbouwproducten die worden overgebracht in het kader van de in hoofdstuk IV van die richtlijn bedoelde regeling.

Voor de controles van vervoer dat is verricht onder dekking van de in artikel 24, lid 1, onder a), ii) en iii), van Verordening (EG) nr. 436/2009 van de Commissie bedoelde begeleidende documenten nemen de lidstaten uiterlijk op 1 maart 2014 de nodige maatregelen om de krachtens artikel 82, lid 1, van de onderhavige verordening aangewezen bevoegde instanties toegang te geven tot de gegevens in de informatiesystemen die zijn opgezet voor de controle van andere dan in de eerste alinea van dit artikel bedoelde overbrenging van wijnbouwproducten.

De overeenkomstig de eerste en de tweede alinea verkregen gegevens mogen, voor de toepassing van de onderhavige verordening, uitsluitend worden gebruikt voor in de wijnbouwregelgeving vastgestelde specifieke controles.

Artikel 2 Wijziging van Verordening (EG) nr. 436/2009

Verordening (EG) nr. 436/2009 wordt als volgt gewijzigd:

  1. Artikel 21 wordt vervangen door:

    1.

    In deze titel worden de uitvoeringsbepalingen van artikel 185 quater van Verordening (EG) nr. 1234/2007 vastgesteld voor de in deel XII van bijlage I bij de genoemde verordening bedoelde wijnbouwproducten (hierna de „wijnbouwproducten” genoemd).

    2.

    In deze titel worden de voorwaarden vastgesteld voor:

    1. het opstellen en gebruiken van begeleidende documenten voor het vervoer van wijnbouwproducten, hierna „begeleidend document” genoemd;

    2. het opstellen van de bevestiging van de oorsprong voor wijnen en gedeeltelijk gegiste druivenmost met een beschermde oorsprongsbenaming (BOB) of beschermde geografische aanduiding (BGA) en van de certificatie van met een aanduiding van het oogstjaar of het druivenras of de druivenrassen in de handel gebrachte wijn en wijnbouwproducten zonder BOB of BGA;

    3. het bijhouden van registers door personen die beroepshalve producten van de wijnsector in hun bezit hebben.”.

  2. In artikel 22 worden de punten d), e) en f) geschrapt.

  3. De artikelen 23 en 24 worden vervangen door:

    Iedere natuurlijke of rechtspersoon, elke groepering van personen, met woonplaats of hoofdzetel in het douanegebied van de Unie, die vervoer van een wijnbouwproduct verricht of laat verrichten, zorgt ervoor dat dit vervoer wordt verricht onder dekking van een begeleidend document.

    Het begeleidend document wordt voor slechts één transport gebruikt.

    Het begeleidend document moet gedurende het hele vervoer op elk verzoek aan de bevoegde autoriteiten en instanties kunnen worden overgelegd.

    1.

    De volgende documenten worden erkend als begeleidend document, onder de in het onderhavige artikel en in bijlage VI vastgestelde voorwaarden:

    1. voor binnen een lidstaat of tussen lidstaten verzonden wijnbouwproducten, onverminderd punt b):

      1. een van de in artikel 21, lid 6, of artikel 26, lid 1, onder a), van Richtlijn 2008/118/EG van de Raad(*) bedoelde documenten, voor de accijnsproducten die onder schorsing van accijns op het grondgebied van de Unie worden vervoerd;

      2. het in artikel 34, lid 1, van Richtlijn 2008/118/EG bedoelde vereenvoudigde geleidedocument dat wordt opgesteld en gebruikt overeenkomstig Verordening (EEG) nr. 3649/92 van de Commissie(**), voor op het grondgebied van de Unie vervoerde accijnsproducten, na de uitslag tot verbruik in de lidstaat waar het vervoer is begonnen;

      3. een van de volgende documenten die zijn opgesteld volgens de door de lidstaat van verzending vastgestelde voorwaarden, voor niet-accijnsplichtige producten en voor door kleine producenten verzonden accijnsproducten, overeenkomstig artikel 40 van Richtlijn 2008/118/EG:

        • wanneer de lidstaat een informatiesysteem gebruikt, een gedrukte versie van het daarmee opgestelde elektronische document of elk ander handelsdocument waarop, op duidelijk identificeerbare wijze, de door het genoemde systeem toegewezen specifieke administratieve referentiecode („OWB-code”) is vermeld;

        • wanneer de lidstaat geen informatiesysteem gebruikt, een administratief document of een handelsdocument dat de door de bevoegde instantie of de afzender toegewezen OWB-code bevat;

    2. voor naar een derde land of naar een in artikel 5, leden 2 en 3, van Richtlijn 2008/118/EG omschreven gebied verzonden wijnbouwproducten, een van de onder a), punten i) of iii), van dit lid bedoelde documenten.

    2.

    De in lid 1, onder a), bedoelde begeleidende documenten bevatten de in deel C van bijlage VI bedoelde gegevens of geven de bevoegde instanties toegang tot die gegevens.

    Wanneer die documenten een door het in artikel 21, lid 2, van Richtlijn 2008/118/EG bedoelde geautomatiseerde systeem of door een door de lidstaat van verzending opgezet informatiesysteem toegewezen administratieve referentiecode bevatten, worden de in deel C van bijlage VI van de onderhavige verordening bedoelde gegevens in het gebruikte systeem opgenomen.

    3.

    De in lid 1, onder b), bedoelde begeleidende documenten bevatten de in deel C van bijlage VI bedoelde gegevens.

    4.

    De in lid 1, onder a) iii), bedoelde begeleidende documenten bevatten in het hoofd het logo van de Unie, de vermelding „Europese Unie”, de naam van de lidstaat van verzending, en een teken of logo ter identificatie van de lidstaat van verzending.

    De in lid 1, onder a) i) en ii), bedoelde begeleidende documenten mogen de in de eerste alinea bedoelde elementen bevatten.

    5.

    In afwijking van lid 1 kunnen de lidstaten, andere begeleidende documenten, met inbegrip van documenten die voortkomen uit een geautomatiseerde procedure waarin is voorzien als vereenvoudigde procedure, erkennen voor zover de overbrenging van wijnbouwproducten uitsluitend op hun grondgebied verloopt.

  4. Artikel 26 wordt vervangen door:

    De begeleidende documenten worden onder de volgende voorwaarden als authentiek beschouwd:

    1. bij gebruik van een van de in artikel 21, lid 6, van Richtlijn 2008/118/EG en in artikel 24, lid 1, onder a), iii), eerste streepje, van de onderhavige verordening bedoelde documenten, wanneer het corresponderende elektronische administratief document volgens de toepasselijke regels is opgesteld;

    2. bij gebruik van het in artikel 26, lid 1, onder a), van Richtlijn 2008/118/EG bedoelde document, wanneer de afzender voldoet aan de bepalingen van dat lid 1;

    3. bij gebruik van een document dat is voortgekomen uit een door de lidstaat van verzending ingevoerd informatiesysteem, voor het opstellen van het in artikel 24, lid 1, onder a) ii), van de onderhavige verordening bedoelde document, of dat voortkomt uit een in artikel 24, lid 5, bedoelde geautomatiseerde procedure waarin is voorzien als vereenvoudigde procedure, wanneer het elektronische document volgens de toepasselijke regels is opgesteld;

    4. in andere gevallen, wanneer het originele begeleidend document en een kopie daarvan vóór het vervoer worden gevalideerd:

      1. door de datum, de handtekening van de verantwoordelijke persoon bij de bevoegde instantie en haar stempel, of

      2. door de datum, de handtekening van de afzender en het aanbrengen door deze van, naargelang van het geval:

        • een speciaal stempel overeenkomstig het model in bijlage VIII;

        • een door de bevoegde autoriteiten voorgeschreven zegel, of

        • een stempel van een door de bevoegde autoriteiten goedgekeurd stempelapparaat.

    Het in de eerste alinea, onder d) ii), bedoelde speciaal stempel of voorgeschreven zegel kan op de formulieren worden voorgedrukt wanneer deze door een daartoe gemachtigde drukkerij worden gedrukt.”.

  5. Artikel 27 wordt als volgt gewijzigd:

    1. lid 1 wordt geschrapt;

    2. lid 2 wordt vervangen door:

      „2.

      Wanneer wijnbouwproducten onder dekking van een van de in artikel 24, lid 1, onder a) i), bedoelde documenten in omloop worden gebracht, vormt het in artikel 25 van Richtlijn 2008/118/EG bedoelde bericht van uitvoer, dat door het douanekantoor van uitvoer is opgesteld overeenkomstig de in artikel 796 sexies van Verordening (EEG) nr. 2454/93 van de Commissie(*) beschreven bewijzen, het bewijs dat de producten het douanegebied van de Unie hebben verlaten.

      Wanneer de wijnbouwproducten onder dekking van het in artikel 24, lid 1, onder a), iii), bedoelde document in omloop worden gebracht, wordt het bewijs dat de producten het douanegebied van de Unie hebben verlaten, opgesteld overeenkomstig artikel 796 sexies van Verordening (EEG) nr. 2454/93. In dat geval noteert de afzender of diens gemachtigde op het begeleidend document de referentie van het in artikel 796 bis van Verordening (EEG) nr. 2454/93 bedoelde uitvoergeleidedocument, hierna „EAD”, dat door het douanekantoor van uitvoer is afgegeven met gebruikmaking van een van de in bijlage IX bij de onderhavige verordening opgenomen vermeldingen.

    3. lid 4 wordt geschrapt.

  6. Artikel 28 wordt geschrapt.

  7. De artikelen 29, 30 en 31 worden vervangen door:

    1. Bij vervoer van niet-verpakte wijnbouwproducten en wanneer geen gebruik wordt gemaakt van het geautomatiseerde systeem of een in artikel 24, lid 2, tweede alinea, bedoeld informatiesysteem, of wanneer dat systeem geen mogelijkheid biedt om de bevoegde autoriteit in kennis te stellen van de plaats van lossing, legt de afzender, uiterlijk op het ogenblik van het vertrek van het vervoermiddel, een kopie van het begeleidend document over aan de voor de plaats van lading territoriaal bevoegde autoriteit, die de voor de plaats van lossing territoriaal bevoegde autoriteit ervan in kennis stelt.

    De eerste alinea is van toepassing op de volgende wijnbouwproducten:

    1. producten van oorsprong uit de Unie, in een hoeveelheid van meer dan zestig liter:

      1. wijn die bestemd is om te worden verwerkt tot wijn met een BOB of BGA of wijn met een aanduiding van het wijndruivenras of de wijndruivenrasssen of het oogstjaar, of bestemd is om te worden verpakt om als zodanig in de handel te worden gebracht;

      2. gedeeltelijk gegiste druivenmost;

      3. al dan niet gerectificeerde geconcentreerde druivenmost;

      4. verse druivenmost waarvan de gisting door toevoeging van alcohol is gestuit;

      5. druivensap;

      6. geconcentreerd druivensap;

    2. producten die niet van oorsprong uit de Unie zijn, in een hoeveelheid van meer dan zestig liter:

      1. verse druiven, met uitzondering van tafeldruiven;

      2. druivenmost;

      3. geconcentreerde druivenmost;

      4. gedeeltelijk gegiste druivenmost;

      5. al dan niet gerectificeerde geconcentreerde druivenmost;

      6. verse druivenmost waarvan de gisting door toevoeging van alcohol is gestuit;

      7. druivensap;

      8. geconcentreerd druivensap;

      9. likeurwijn voor de bereiding van andere producten dan producten van GN-code 2204;

    3. producten, van om het even welke oorsprong, ongeacht de vervoerde hoeveelheid, onverminderd de in artikel 25 bedoelde vrijstellingen:

      1. wijnmoer;

      2. druivendraf, bestemd voor een distilleerderij of voor een andere vorm van industriële verwerking;

      3. piquette;

      4. distillatiewijn;

      5. wijn van druiven van rassen die voor de administratieve eenheid waar deze druiven zijn geoogst, niet als wijndruivenrassen zijn opgenomen in de overeenkomstig artikel 120 bis van Verordening (EG) nr. 1234/2007 door de lidstaten vastgestelde indeling;

      6. producten die niet voor rechtstreekse menselijke consumptie mogen worden aangeboden of geleverd.

    In afwijking van de eerste alinea kunnen de lidstaten verschillende termijnen vaststellen, voor zover de overbrenging van wijnbouwproducten uitsluitend op hun grondgebied verloopt.

    1.

    Bij elk vervoer binnen het douanegebied van de Unie van in het vrije verkeer gebrachte wijnbouwproducten uit een derde land bevat het begeleidend document de volgende gegevens of geeft het de bevoegde instanties toegang tot de volgende gegevens:

    1. het nummer van het overeenkomstig artikel 43 van Verordening (EG) nr. 555/2008 opgestelde document VI 1 of de referenties van een volgens de in artikel 45 van die verordening vastgestelde voorwaarden door de bevoegde autoriteiten van het land van oorsprong goedgekeurd en in het kader van de bilaterale betrekkingen van de Unie met het land van oorsprong erkend gelijkwaardig document dat voor het vervoer is gebruikt;

    2. de naam en de vestigingsplaats van de instantie van het derde land die dat document heeft opgemaakt of toestemming heeft verleend voor de opstelling van dat document door een producent;

    3. de datum waarop dat document is opgesteld.

    2.

    Voor elk vervoer binnen het douanegebied van de Unie van wijnbouwproducten van oorsprong uit de Unie, die aanvankelijk naar een derde land of naar een in artikel 5, leden 2 en 3, van Richtlijn 2008/118/EG omschreven gebied worden verzonden, bevat het begeleidend document:

    1. de verwijzing naar het in artikel 24, lid 1, onder b), van de onderhavige verordening bedoelde, bij de eerste verzending opgemaakte, begeleidend document, of

    2. de verwijzingen naar andere door de invoerder bij het in het vrije verkeer brengen in de Unie overgelegde en door de bevoegde instantie bevredigend geachte stukken ten bewijze van de oorsprong van het product.

    3.

    Bij gebruik van het in artikel 21, lid 2, van Richtlijn 2008/118/EG bedoelde geautomatiseerde systeem of van een door de lidstaat van verzending opgezet informatiesysteem, worden de in de leden 1 en 2, van het onderhavige artikel bedoelde gegevens opgenomen in het gebruikte systeem.

    1.

    Het begeleidend document geldt als bevestiging van de oorsprong voor wijnen met een BOB of een BGA en van de certificatie van het oogstjaar of het gebruikte druivenras of de gebruikte druivenrassen, onder de in de leden 2 tot en met 6 vastgestelde voorwaarden.

    2.

    Wanneer het wijnbouwproducten betreft die binnen een lidstaat of tussen lidstaten worden verzonden, bevat het begeleidend document de in deel A van bijlage IX bis vastgestelde relevante gegevens of geeft het de bevoegde instanties daar toegang toe. Daartoe wordt een van de in deel B van bijlage IX bis opgenomen vermeldingen gebruikt.

    Bij gebruik van het in artikel 21, lid 2, van Richtlijn 2008/118/EG bedoelde geautomatiseerde systeem of van een door de lidstaat van verzending opgezet informatiesysteem, worden de in de eerste alinea bedoelde gegevens opgenomen in het gebruikte systeem.

    3.

    Wanneer het wijnbouwproducten betreft die worden uitgevoerd naar een derde land bevat het begeleidend document de in deel A van bijlage IX bis vastgestelde relevante gegevens. Daartoe wordt een van de in deel B van bijlage IX bis opgenomen vermeldingen gebruikt. Dat document moet op elk verzoek als bevestiging of certificatie aan de bevoegde autoriteiten en instanties van de lidstaten of van het derde land van bestemming kunnen worden overgelegd.

    4.

    Wanneer het wijnbouwproducten betreft die worden ingevoerd uit een derde land, verwijst het begeleidend document naar de bevestiging die of het certificaat dat in het land van oorsprong is opgesteld. Die bevestiging of dat certificaat moet gedurende de gehele overbrenging op elk verzoek aan de bevoegde autoriteiten en instanties van de lidstaten kunnen worden overgelegd.

    5.

    Wanneer de lidstaten hebben bepaald dat voor op hun grondgebied geproduceerde wijnbouwproducten verplicht een bevestiging van de oorsprong voor wijnen met een BOB of een BGA moet worden opgesteld door een daartoe aangewezen controleorgaan, bevat het begeleidend document een verwijzing naar de bevestiging, de naam en, in voorkomend geval, het elektronische adres van het controleorgaan. Die gegevens volgen op de overeenkomstig lid 2 of lid 3 gebruikte vermelding.

    6.

    De afzender bevestigt de juistheid van de krachtens de leden 2 tot en met 5 vereiste aanduidingen, op basis van zijn registers of op basis van de gegevens in de begeleidende documenten die voor het vorige vervoer van het product in kwestie zijn gebruikt.”.

  8. Artikel 39, lid 1, wordt als volgt gewijzigd:

    1. punt d) wordt vervangen door:

      1. elke wijn van een wijndruivenras zonder BOB of BGA en de voor verwerking tot of verpakking als dergelijke wijn bestemde producten, met de verwijzing van hun indeling overeenkomstig artikel 120 bis van Verordening (EG) nr. 1234/2007;”;

    2. het volgende punt e) wordt toegevoegd:

      1. elke wijn zonder BOB of BGA en de voor verwerking tot of verpakking als dergelijke wijn bestemde producten, met een aanduiding van het oogstjaar.”.

  9. Artikel 41, lid 1, onder u), wordt geschrapt.

  10. Aan artikel 49 wordt het volgende lid 4 toegevoegd:

    „4.

    De lidstaten delen de Commissie, vóór 1 januari 2013, de voorwaarden mee die zij stellen aan de opstelling van het in artikel 24, lid 1, onder b), bedoelde begeleidend document.”.

  11. Aan artikel 50 wordt het volgende lid 5 toegevoegd:

    „5.

    De mededeling en de terbeschikkingstelling van informatie door de Commissie aan autoriteiten, instanties en personen waarvoor de onderhavige verordening geldt en, in voorkomend geval, aan het publiek, gebeuren via door de Commissie ingestelde informatiesystemen.

    De praktische regelingen voor de toegang tot de informatiesystemen zijn opgenomen in bijlage IX ter.”.

  12. Bijlage VI wordt gewijzigd overeenkomstig bijlage I bij de onderhavige verordening.

  13. Bijlage VII wordt geschrapt.

  14. De bijlagen VIII en IX worden vervangen door de tekst in bijlage II bij de onderhavige verordening.

  15. De nieuwe bijlagen IX bis en IX ter waarvan de tekst in bijlage III bij de onderhavige verordening is opgenomen, worden ingevoegd.

Artikel 3 Inwerkingtreding

Deze verordening treedt in werking op de derde dag na die van de bekendmaking ervan in het Publicatieblad van de Europese Unie.

Artikel 24, lid 1, onder b), en artikel 31, van Verordening (EG) nr. 436/2009, zoals gewijzigd bij artikel 2 van de onderhavige verordening, zijn evenwel van toepassing met ingang van 1 januari 2013.

Het gebruik van begeleidende documenten die vóór de inwerkingtreding van deze verordening zijn opgesteld volgens de door de lidstaten vastgestelde voorwaarden is toegestaan tot 1 augustus 2013.

Deze verordening is verbindend in al haar onderdelen en is rechtstreeks toepasselijk in elke lidstaat.

BIJLAGE I

BIJLAGE II

„BIJLAGE VIII

BIJLAGE IX

BIJLAGE III

„BIJLAGE IX bis

BIJLAGE IX ter