Home

Besluit van de Raad van 3 december 2013 tot vaststelling van het specifieke programma tot uitvoering van "Horizon 2020" - het kaderprogramma voor onderzoek en innovatie (2014-2020) en tot intrekking van de Besluiten 2006/971/EG, 2006/972/EG, 2006/973/EG, 2006/974/EG en 2006/975/EG (Voor de EER relevante tekst) (2013/743/EU)

Besluit van de Raad van 3 december 2013 tot vaststelling van het specifieke programma tot uitvoering van "Horizon 2020" - het kaderprogramma voor onderzoek en innovatie (2014-2020) en tot intrekking van de Besluiten 2006/971/EG, 2006/972/EG, 2006/973/EG, 2006/974/EG en 2006/975/EG (Voor de EER relevante tekst) (2013/743/EU)

DE RAAD VAN DE EUROPESE UNIE,

Gezien het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie, en met name artikel 182, lid 4,

Gezien het voorstel van de Europese Commissie,

Na toezending van het ontwerp van wetgevingshandeling aan de nationale parlementen,

Gezien het advies van het Europees Parlement,

Gezien het advies van het Europees Economisch en Sociaal Comité(1),

Gezien het advies van het Comité van de Regio's(2),

Handelend volgens een bijzondere wetgevingsprocedure,

Overwegende hetgeen volgt:

  1. Overeenkomstig artikel 182, lid 3, van het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie (VWEU) moet het bij Verordening (EU) nr. 1291/2013 van het Europees Parlement en de Raad opgerichte kaderprogramma voor onderzoek en innovatie ("Horizon 2020")(3), worden uitgevoerd met een specifiek programma waarin de specifieke doelstellingen, uitvoeringsvoorschriften en de duur ervan zijn vastgesteld en dat in de noodzakelijke middelen voorziet.

  2. De algemene doelstelling van Horizon 2020 moet worden nagestreefd door middel van drie prioriteiten gericht op het bevorderen van excellente wetenschap ("Excellente wetenschap"), het creëren van industrieel leiderschap ("Industrieel leiderschap") en het aangaan van maatschappelijke uitdagingen ("Maatschappelijke uitdagingen"). De algemene doelstelling moet ook worden nagestreefd door middel van de specifieke doelstellingen "Excellentie verspreiden en deelname verbreden" en "Wetenschap met en voor de samenleving". Deze prioriteiten en specifieke doelstellingen moeten worden uitgevoerd door middel van een specifiek programma dat één onderdeel per prioriteit vastlegt, namelijk een onderdeel voor de specifieke doelstelling "Excellentie verspreiden en de deelname verbreden", een onderdeel voor de specifieke doelstelling "Wetenschap met en voor de samenleving" en een onderdeel betreffende de niet-nucleaire eigen acties van het Gemeenschappelijk Centrum voor onderzoek (Joint Research Centre - JRC).

  3. Alle prioriteiten en specifieke doelstellingen van Horizon 2020 moeten een internationale dimensie hebben. De internationale samenwerkingsactiviteiten moeten ten minste op het niveau van het zevende kaderprogramma van de Europese Gemeenschap voor activiteiten op het gebied van onderzoek, technologische ontwikkeling en demonstratie (2007-2013) ("zevende kaderprogramma"), vastgesteld bij Besluit nr. 1982/2006/EG van het Europees Parlement en de Raad(4), gehandhaafd blijven.

  4. Terwijl in Verordening (EU) nr. 1291/2013 de algemene doelstelling van Horizon 2020, de prioriteiten en de grote lijnen van de specifieke doelstellingen en de uit te voeren activiteiten zijn vastgelegd, moeten in het specifieke programma de specifieke doelstellingen en de grote lijnen van de activiteiten voor elk van de onderdelen worden omschreven. De uitvoeringsbepalingen van Verordening (EU) nr. 1291/2013, waaronder begrepen de uitvoeringsbepalingen inzake ethische beginselen, zijn volledig op het specifieke programma van toepassing.

  5. De onderdelen van het specifieke programma moeten onderling complementair zijn en op coherente wijze worden uitgevoerd.

  6. Het is van doorslaggevend belang dat de excellentie van de wetenschapsbasis van de Unie wordt versterkt, verbreed en uitgebreid en dat een zodanig aanbod van onderzoek en talent van wereldklasse verzekerd blijft dat Europa's concurrentiekracht en welzijn voor de lange termijn veilig worden gesteld. De prioriteit "Excellente wetenschap" moet ondersteuning bieden voor de activiteiten van de Europese Onderzoeksraad (European Research Council - ERC) op het gebied van grensverleggend onderzoek, toekomstige en opkomende technologieën, Marie Skłodowska-Curie-acties en Europese onderzoeksinfrastructuren. Die activiteiten moeten het opbouwen van competentie voor de lange termijn ten doel hebben en in die optiek in sterke mate op wetenschap, systemen en onderzoekers van de volgende generatie gericht zijn en opkomend talent uit de hele Unie en uit de geassocieerde landen ondersteuning bieden. De activiteiten van de Unie ter ondersteuning van excellente wetenschap moeten de Europese onderzoeksruimte (EOR) helpen consolideren en het wetenschapssysteem van de Unie wereldwijd competitiever en aantrekkelijker helpen maken.

  7. De inhoud van de onderzoeksacties die uit hoofde van de prioriteit "Excellente wetenschap" worden uitgevoerd, moet worden bepaald op basis van de wetenschappelijke behoeften en mogelijkheden. De onderzoeksagenda moet in nauw overleg met de wetenschappelijke wereld worden vastgesteld. Onderzoek moet worden gefinancierd op basis van excellentie.

  8. De ERC dient de bij Besluit 2007/134/EG(5) opgerichte ERC te vervangen en op te volgen. De ERC dient te functioneren volgens de gevestigde beginselen van wetenschappelijke excellentie, autonomie, efficiëntie en transparantie.

  9. Om het industrieel leiderschap van de Unie in stand te houden en te versterken, is het dringend nodig particuliere investeringen in O&O en innovatie te stimuleren, onderzoek en innovatie met een door het bedrijfsleven gestuurde agenda te propageren en nieuwe technologieën die toekomstige ondernemingen en economische groei zullen ondersteunen, versneld te ontwikkelen. De prioriteit "Industrieel leiderschap" moet investeringen in excellent onderzoek en excellente innovatie in cruciale ontsluitende technologieën en andere industriële technologieën ondersteunen, risicokapitaal toegankelijker maken voor innovatieve ondernemingen en projecten en Uniebrede steun voor innovatie in micro-, kleine en middelgrote ondernemingen (kmo's) verlenen.

  10. Ruimteonderzoek en -innovatie, dat een gedeelde bevoegdheid is van de Unie en de lidstaten, moet in de prioriteit "Industrieel leiderschap" worden geïntegreerd en daarvan een coherent bestanddeel vormen, zodat de wetenschappelijke, economische en maatschappelijke impact ervan zo groot mogelijk is en een efficiënte en kosteneffectieve uitvoering verzekerd is.

  11. Het aangaan van de belangrijkste maatschappelijke uitdagingen die in de Europa 2020-strategie voor slimme, duurzame en inclusieve groei ("Europa 2020-strategie") zijn vastgesteld, vraagt om grote investeringen in onderzoek en innovatie om baanbrekende oplossingen te ontwikkelen en te introduceren die de noodzakelijke schaal en omvang hebben. Die uitdagingen behelzen ook grote economische kansen voor innovatieve ondernemingen en dragen daardoor bij aan het concurrentievermogen van en de werkgelegenheid in de Unie.

  12. De prioriteit "Maatschappelijke uitdagingen" moet onderzoek en innovatie doeltreffender doen inspelen op grote maatschappelijke uitdagingen door activiteiten inzake excellent onderzoek en excellente innovatie te ondersteunen. Bij het uitvoeren van die activiteiten moet de aanpak berusten op de uitdaging die wordt aangegaan, waarbij middelen en kennis uit verschillende terreinen, technologieën en vakgebieden moeten worden gebundeld. Onderzoek in de sociale en geesteswetenschappen is een belangrijk element bij het aangaan van alle uitdagingen. De activiteiten dienen het volledige scala aan onderzoek en innovatie te bestrijken, met inbegrip van innovatiegerelateerde activiteiten zoals proef- en demonstratieprojecten en proefopstellingen, alsook ondersteuning voor overheidsopdrachten, voor normvoorbereidend onderzoek en normstelling en voor het bevorderen van de marktacceptatie van innovaties. De activiteiten dienen in voorkomend geval de bevoegdheden op Unieniveau inzake het sectoraal beleid in kwestie rechtstreeks te ondersteunen. Alle uitdagingen moeten bijdragen tot de overkoepelende doelstelling duurzame ontwikkeling.

  13. Binnen de prioriteit "Maatschappelijke uitdagingen" en de specifieke doelstelling "Leiderschap in ontsluitende en industriële technologieën" dient er een passend evenwicht te zijn tussen kleine en grote projecten.

  14. De specifieke doelstelling "Excellentie verspreiden en de deelname verbreden" moet het potentieel van het in Europa aanwezig talent ten volle benutten en ervoor zorgen dat de voordelen van een door innovatie gedreven economie geoptimaliseerd worden en breed verspreid worden over de gehele Unie overeenkomstig het beginsel excellentie.

  15. De specifieke doelstelling "Wetenschap met en voor de samenleving" moet een effectieve samenwerking tussen wetenschap en de samenleving tot stand brengen, het aanboren van nieuw talent voor de wetenschap bevorderen, en wetenschappelijke excellentie koppelen aan maatschappelijk bewustzijn en maatschappelijke verantwoordelijkheid.

  16. Het JRC dient als geïntegreerd onderdeel van Horizon 2020 onafhankelijke en behoeftegerichte wetenschappelijke en technische ondersteuning te leveren voor het formuleren, ontwikkelen, uitvoeren en monitoren van het Uniebeleid. Voor het uitvoeren van zijn opdracht dient het JRC onderzoek van de hoogste kwaliteit te verrichten. Bij het uitvoeren van de eigen acties die uit zijn taakstelling voortvloeien, dient het JRC bijzondere nadruk te leggen op terreinen die voor de Unie van cruciaal belang zijn: slimme, inclusieve en duurzame groei, en de titels "Veiligheid en burgerschap" en "Europa als Wereldspeler" van het meerjarig financieel kader voor 2014-2020.

  17. Het JRC dient zijn eigen acties op flexibele, efficiënte en transparante wijze uit te voeren, rekening houdend met de relevante behoeften van zijn gebruikers en de behoeften van het Uniebeleid en met inachtneming van de doelstelling van bescherming van de financiële belangen van de Unie. De onderzoeksacties van het JRC moeten zo nodig aan die behoeften en aan de wetenschappelijke en technologische ontwikkelingen worden aangepast en moeten gericht zijn op het tot stand brengen van wetenschappelijke excellentie.

  18. Het JRC moet extra middelen blijven genereren met concurrerende activiteiten, waaronder deelname aan de acties onder contract van Horizon 2020, werk voor derden en, in mindere mate, de exploitatie van intellectuele eigendom.

  19. Het specifieke programma moet een aanvulling vormen op in de lidstaten uitgevoerde activiteiten en andere acties van de Unie die nodig zijn in het kader van de algemene strategische inspanning voor de uitvoering van de Europa-2020-strategie.

  20. Overeenkomstig Besluit 2001/822/EG van de Raad(6) komen rechtspersonen uit de landen en gebieden overzee in aanmerking voor deelname aan Horizon 2020, onverminderd de in laatstgenoemd instrument vastgestelde specifieke voorwaarden.

  21. Om ervoor te zorgen dat de specifieke voorwaarden voor het gebruik van de financieringsfaciliteit de marktvoorwaarden weerspiegelen, moet overeenkomstig artikel 290 VWEU aan de Commissie de bevoegdheid worden overgedragen om handelingen vast te stellen teneinde de specifieke voorwaarden voor het gebruik van de financieringsfaciliteit aan te passen of vast te stellen. Het is bijzonder belangrijk dat de Commissie tijdens haar voorbereidende werkzaamheden passende raadplegingen organiseert, onder meer op deskundigenniveau. De Commissie moet bij de voorbereiding en opstelling van de gedelegeerde handelingen ervoor zorgen dat de desbetreffende documenten tijdig en op gepaste wijze worden toegezonden aan de Raad.

  22. Om eenvormige voorwaarden voor de uitvoering van het specifieke programma te waarborgen, moeten aan de Commissie uitvoeringsbevoegdheden worden toegekend om de werkprogramma's voor de uitvoering van het specifieke programma vast te stellen.

  23. De uitvoeringsbevoegdheden met betrekking tot de werkprogramma's voor de prioriteiten "Excellente wetenschap", "Industrieel leiderschap" en "Maatschappelijke uitdagingen" en voor de specifieke doelstellingen "Excellentie verspreiden en de deelname verbreden" en "Wetenschap met en voor de samenleving" worden uitgeoefend overeenkomstig Verordening (EU) nr. 182/2011 van het Europees Parlement en de Raad(7).

  24. De raad van beheer van het JRC, die is opgericht bij Besluit 96/282/Euratom van de Commissie(8), is geraadpleegd over de wetenschappelijke en technologische inhoud van het specifieke programma, voor zover die betrekking heeft op de niet-nucleaire eigen acties van het JRC.

  25. Ter wille van de rechtszekerheid en de duidelijkheid moeten Beschikking 2006/971/EG van de Raad(9), Beschikking 2006/972/EG van de Raad(10), Beschikking 2006/973/EG van de Raad(11), Beschikking 2006/974/EG van de Raad(12), en Beschikking 2006/975/EG van de Raad(13), worden ingetrokken,

HEEFT HET VOLGENDE BESLUIT VASTGESTELD:

TITEL I ALGEMENE BEPALINGEN

Artikel 1 Onderwerp

Bij dit besluit wordt het specifieke programma tot uitvoering van Verordening (EU) nr. 1291/2013 vastgesteld. Tevens worden bij dit besluit de specifieke doelstellingen met betrekking tot Uniesteun voor de in artikel 1 van die verordening omschreven onderzoeks- en innovatieactiviteiten en de uitvoeringsvoorschriften vastgesteld.

Artikel 2 Vaststelling van het specifieke programma

1.

Het specifieke programma tot uitvoering van "Horizon 2020: het kaderprogramma voor onderzoek en innovatie (2014-2020)" (het "specifieke programma") wordt hierbij vastgesteld voor de periode van 1 januari 2014 tot en met 31 december 2020.

2.

Overeenkomstig artikel 5, leden 2, 3 en 4, van Verordening (EU) nr. 1291/2013, bestaat het specifieke programma uit de volgende onderdelen:

  1. onderdeel I: "Excellente wetenschap";

  2. onderdeel II: "Industrieel leiderschap";

  3. onderdeel III: "Maatschappelijke uitdagingen";

  4. onderdeel IV "Excellentie verspreiden en deelname verbreden"

  5. onderdeel V "Wetenschap met en voor de samenleving"

  6. onderdeel VI: "Niet-nucleaire eigen acties van het Gemeenschappelijk Centrum voor Onderzoek (JRC)".

Artikel 3 Specifieke doelstellingen

1.

Onderdeel I ("Excellente wetenschap") bevordert de excellentie in Europees onderzoek, overeenkomstig de prioriteit "Excellente wetenschap", die in artikel 5, lid 2, onder a), van Verordening (EU) nr. 1291/2013 wordt omschreven, door het nastreven van de volgende specifieke doelstellingen:

  1. versterken van grensverleggend onderzoek door middel van de activiteiten van de Europese Onderzoeksraad (ERC);

  2. versterken van onderzoek in toekomstige en opkomende technologieën ("Future and Emerging Technologies - FET");

  3. versterken van vaardigheden, opleidingen en loopbaanontwikkeling door middel van de Marie Skłodowska-Curie-acties ("Marie Skłodowska-Curie-acties");

  4. versterken van Europese onderzoeksinfrastructuren, waaronder e-infrastructuren ("onderzoeksinfrastructuren").

De grote lijnen van deze activiteiten staan in bijlage I, onderdeel I.

2.

Onderdeel II ("Industrieel leiderschap") versterkt het industrieel leiderschap en vergroot het concurrentievermogen van de industrie overeenkomstig de prioriteit "Industrieel leiderschap", die in artikel 5, lid 2, onder b), van Verordening (EU) nr. 1291/2013 wordt omschreven, door het nastreven van de volgende specifieke doelstellingen:

  1. versterken van het industrieel leiderschap van Europa door middel van onderzoek, technologische ontwikkeling, demonstratie en innovatie met betrekking tot de volgende ontsluitende en industriële technologieën ("leiderschap in ontsluitende en industriële technologieën"):

    1. informatie- en communicatietechnologieën ("ICT"),

    2. nanotechnologieën,

    3. geavanceerde materialen,

    4. biotechnologie,

    5. geavanceerde fabricage- en verwerkingstechnieken,

    6. ruimtevaart;

  2. verbeteren van de toegang tot risicokapitaal voor investeringen in onderzoek en innovatie ("toegang tot risicokapitaal");

  3. meer innovatie in kmo's ("innovatie in kmo's").

De grote lijnen van deze activiteiten staan in bijlage I, onderdeel II.

Er gelden specifieke voorwaarden voor het gebruik van de financieringsfaciliteit in het kader van de specifieke doelstelling in punt b) van de eerste alinea. Die voorwaarden staan in bijlage I, onderdeel II, afdeling 2.

De Commissie is bevoegd overeenkomstig artikel 11 gedelegeerde handelingen vast te stellen betreffende de wijzigingen van het aandeel van de investeringen uit de eigenvermogensfaciliteit van Horizon 2020 in de totale Unie-investeringen in uitbreidings- en groei-investeringen met betrekking tot de in bijlage I, onderdeel II, afdeling 2, bedoelde financiële instrumenten.

3.

Onderdeel III ("Maatschappelijke uitdagingen") draagt bij aan de prioriteit "Maatschappelijke uitdagingen", die in artikel 5, lid 2, onder c), van Verordening (EU) nr. 1291/2013 wordt omschreven, door middel van acties op het gebied van onderzoek, technologische ontwikkeling, demonstratie en innovatie die bijdragen tot de volgende specifieke doelstellingen:

  1. verbeteren van de gezondheid en het welzijn van iedereen gedurende het hele leven ("Gezondheid, demografische veranderingen en welzijn");

  2. een toereikend aanbod van veilige, gezonde en hoogwaardige voeding en andere biogebaseerde producten verzekeren door productieve, duurzame en hulpbronnenefficiënte primaire productiesystemen te ontwikkelen, daaraan gerelateerde ecosysteemdiensten te bevorderen en de biodiversiteit te herstellen, in combinatie met concurrerende en koolstofarme ketens voor toevoer, verwerking en commercialisering ("Voedselzekerheid, duurzame land- en bosbouw, marien en maritiem onderzoek en onderzoek naar binnenwateren, en bio-economie");

  3. de overstap maken naar een betrouwbaar, betaalbaar, algemeen aanvaard, duurzaam en concurrerend energiesysteem dat, in het licht van steeds schaarser wordende hulpbronnen, toenemende energiebehoeften en de klimaatverandering, op het verminderen van de afhankelijkheid van fossiele brandstoffen gericht is ("Veilige, schone en efficiënte energie");

  4. realiseren van een hulpbronnenefficiënt, klimaat- en milieuvriendelijk, veilig en naadloos geïntegreerd Europees vervoersysteem ten behoeve van alle burgers, de economie en de samenleving ("Slim, groen en geïntegreerd vervoer");

  5. tot stand brengen van een hulpbronnenefficiënte, waterzuinige en uit klimaatoogpunt veerkrachtige economie en samenleving, van bescherming en duurzaam beheer van natuurlijke hulpbronnen en ecosystemen, en van duurzame grondstoffenvoorziening en duurzaam grondstoffengebruik, om tegemoet te komen aan de behoeften van een groeiende wereldbevolking binnen de duurzame beperkingen van de natuurlijke hulpbronnen en ecosystemen van de planeet ("Klimaatactie, milieu, efficiënt gebruik van hulpbronnen en grondstoffen");

  6. een beter besef van Europa bijbrengen, oplossingen bieden en steun verlenen aan inclusieve, innovatieve en reflexieve Europese samenlevingen in een context van transformaties zonder weerga en toenemende mondiale onderlinge afhankelijkheden ("Europa in een veranderende wereld - inclusieve, innovatieve en reflexieve samenlevingen");

  7. veilige Europese samenlevingen bevorderen in een context van transformaties zonder weerga en toenemende mondiale onderlinge afhankelijkheden en dreigingen, en de Europese cultuur van vrijheid en recht steviger verankeren ("Veilige samenlevingen - de vrijheid en veiligheid van Europa en zijn burgers beschermen").

De grote lijnen van deze activiteiten staan in bijlage I, onderdeel III.

4.

Onderdeel IV ("Excellentie verspreiden en de deelname verbreden") draagt bij aan de specifieke doelstelling "Excellentie verspreiden en de deelname verbreden", die in artikel 5, lid 3, van Verordening (EU) nr. 1291/2013 wordt omschreven, door ten volle het potentieel te benutten van het in Europa aanwezige talent en ervoor te zorgen dat de voordelen van een door innovatie aangestuurde economie geoptimaliseerd en ruim verspreid worden over de hele Unie in overeenstemming met het beginsel van excellentie.

De grote lijnen van deze activiteiten staan in bijlage I, onderdeel IV.

5.

Onderdeel V ("Wetenschap met en voor de samenleving") draagt bij aan de specifieke doelstelling "Wetenschap met en voor de samenleving", die in artikel 5, lid 3, van Verordening (EU) nr. 1291/2013 wordt omschreven, door een doeltreffende samenwerking tot stand te brengen tussen wetenschap en de samenleving, nieuw talent te rekruteren voor de wetenschap en wetenschappelijke excellentie te koppelen aan maatschappelijk bewustzijn en maatschappelijke verantwoordelijkheid.

De grote lijnen van deze activiteiten staan in bijlage I, onderdeel V.

6.

Onderdeel VI ("Niet-nucleaire eigen acties van het Gemeenschappelijk Centrum voor Onderzoek") draagt bij tot alle in artikel 5, lid 2, van Verordening (EU) nr. 1291/2013 genoemde prioriteiten, met als specifieke doelstelling het verstrekken van klantgerichte wetenschappelijke en technische ondersteuning voor het beleid van de Unie.

De grote lijnen van de activiteiten voor deze specifieke doelstelling staan in bijlage I, onderdeel VI.

7.

Het specifieke programma wordt beoordeeld op basis van de toetsing van resultaten en impact aan prestatie-indicatoren.

Meer details over de prestatie-kernindicatoren staan in bijlage II.

Artikel 4 Begroting

TITEL II UITVOERING

Artikel 5 Werkprogramma's

Artikel 6 Europese Onderzoeksraad

Artikel 7 Wetenschappelijke Raad

Artikel 8 Specifieke uitvoeringsstructuur

TITEL III SLOTBEPALINGEN

Artikel 9 Voortgangscontrole en informatie over de uitvoering

Artikel 10 Comitéprocedure

Artikel 11 Uitoefening van de bevoegdheidsdelegatie

Artikel 12 Intrekking en overgangsbepalingen

Artikel 13 Inwerkingtreding

Artikel 14 Adressaten

BIJLAGE I

BIJLAGE II

BIJLAGE III

BIJLAGE IV

BIJLAGE V