Het Uitvoerend Agentschap onderwijs, audiovisuele media en cultuur (hierna „het Agentschap” genoemd) wordt hierbij opgericht voor de periode van 1 januari 2014 tot en met 31 december 2024; de statuten van het Agentschap vallen onder Verordening (EG) nr. 58/2003.
Uitvoeringsbesluit van de Commissie van 18 december 2013 tot oprichting van het Uitvoerend Agentschap onderwijs, audiovisuele media en cultuur en tot intrekking van Besluit 2009/336/EG (2013/776/EU)
Uitvoeringsbesluit van de Commissie van 18 december 2013 tot oprichting van het Uitvoerend Agentschap onderwijs, audiovisuele media en cultuur en tot intrekking van Besluit 2009/336/EG (2013/776/EU)
Artikel 1 Oprichting en termijn
Artikel 2 Vestiging
Het Agentschap is gevestigd te Brussel.
Artikel 3 Doelstellingen en taken
Het Agentschap wordt belast met de uitvoering van bepaalde delen van de volgende EU-programma’s:
-
Erasmus+;
-
het programma Creatief Europa;
-
het programma „Europa voor de burger”;
-
het Europees vrijwilligerskorps voor humanitaire hulpverlening — EU Aid Volunteers;
-
de projecten op het gebied van onderwijs, audiovisuele media, cultuur, burgerschap en jeugd in het kader van de volgende externe samenwerkingsinstrumenten:
-
Verordening van het Europees Parlement en de Raad betreffende het instrument voor pretoetredingssteun (IPA II)(1);
-
Verordening van het Europees Parlement en de Raad tot vaststelling van een Europees nabuurschapsinstrument(2);
-
Verordening van het Europees Parlement en de Raad tot vaststelling van een financieringsinstrument voor ontwikkelingssamenwerking(3);
-
Verordening van het Europees Parlement en de Raad tot vaststelling van een partnerschapsinstrument voor samenwerking met derde landen(4);
-
Verordening van de Raad inzake de uitvoering van het 11e Europees Ontwikkelingsfonds(5)
-
-
het Europees Solidariteitskorps.
Het Agentschap wordt eveneens belast met het verlenen van diensten aan andere programma's van de Unie die bijdragen aan de doelstellingen van het Europees Solidariteitskorps, zoals bedoeld in artikel 5, lid 3, van de verordening tot vaststelling van het rechtskader van het Europees Solidariteitskorps(6).
De eerste alinea is van toepassing onder voorbehoud van en met ingang van de datum van inwerkingtreding van elk van die programma’s.
Het Agentschap wordt belast met de uitvoering van de erfenis van bepaalde delen van de volgende EU-programma’s:
-
projecten op het gebied van het hoger onderwijs die in aanmerking komen voor financiering uit hoofde van de bepalingen betreffende economische hulp ten gunste van bepaalde landen in Midden- en Oost-Europa (Phare), bedoeld in Verordening (EEG) nr. 3906/89;
-
het programma ter bevordering van de ontwikkeling en de distributie van Europese audiovisuele werken (Media II — Ontwikkeling en distributie) (1996-2000), vastgesteld bij Besluit 95/563/EG;
-
het opleidingsprogramma voor de vakmensen van de Europese audiovisuele programma-industrie (Media II — Opleiding) (1996-2000), goedgekeurd bij Besluit 95/564/EG;
-
de tweede fase van het communautaire actieprogramma op onderwijsgebied „Socrates” (2000-2006), goedgekeurd bij Besluit nr. 253/2000/EG;
-
de tweede fase van het communautaire actieprogramma inzake beroepsopleiding „Leonardo da Vinci” (2000-2006), goedgekeurd bij Besluit 1999/382/EG;
-
het communautaire actieprogramma „Jeugd” (2000-2006), goedgekeurd bij Besluit nr. 1031/2000/EG;
-
het programma „Cultuur 2000” (2000-2006), goedgekeurd bij Besluit nr. 508/2000/EG;
-
de projecten op het gebied van het hoger onderwijs die in aanmerking komen voor financiering uit hoofde van de bepalingen betreffende de verlening van bijstand aan de partnerstaten in Oost-Europa en Centraal-Azië (2000-2006), bedoeld in Verordening (EG, Euratom) nr. 99/2000;
-
de projecten op het gebied van het hoger onderwijs die in aanmerking komen voor financiering uit hoofde van de bepalingen betreffende de steun aan Albanië, Bosnië-Herzegovina, Kroatië, de voormalige Joegoslavische Republiek Macedonië, Montenegro, Servië en Kosovo (Resolutie 1244 van de Veiligheidsraad van de Verenigde Naties) (2000-2006), goedgekeurd bij Verordening (EG) nr. 2666/2000;
-
de projecten op het gebied van het hoger onderwijs die in aanmerking komen voor financiering uit hoofde van de bepalingen betreffende financiële en technische maatregelen ter ondersteuning van de hervorming van de economische en maatschappelijke structuren in het kader van het Europees-mediterrane partnerschap (Meda), goedgekeurd bij Verordening (EG) nr. 2698/2000;
-
de derde fase van het trans-Europees mobiliteitsprogramma voor hoger onderwijs (Tempus III) (2000-2006), goedgekeurd bij Besluit 1999/311/EG;
-
de projecten die in aanmerking komen voor financiering uit hoofde van de bepalingen van de Overeenkomst tussen de Europese Gemeenschap en de Verenigde Staten van Amerika tot vernieuwing van het samenwerkingsprogramma op het gebied van het hoger onderwijs, het beroepsonderwijs en de beroepsopleiding (2001-2005), goedgekeurd bij Besluit 2001/196/EG;
-
de projecten die in aanmerking komen voor financiering uit hoofde van de bepalingen van de Overeenkomst tussen de Europese Gemeenschap en de regering van Canada tot vernieuwing van het samenwerkingsprogramma op het gebied van het hoger onderwijs en de beroepsopleiding (2001-2005), goedgekeurd bij Besluit 2001/197/EG;
-
het programma ter aanmoediging van de ontwikkeling van Europese audiovisuele werken (Media Plus — Ontwikkeling, distributie en promotie) (2001-2006), goedgekeurd bij Besluit 2000/821/EG;
-
het opleidingsprogramma voor vakmensen van de Europese audiovisuele programma-industrie (Media — Opleiding) (2001-2006), goedgekeurd bij Besluit nr. 163/2001/EG;
-
het meerjarenprogramma voor de doeltreffende integratie van informatie- en communicatietechnologie (ICT) in de onderwijs- en beroepsopleidingsstelsels in Europa (eLearning-programma) (2004-2006), goedgekeurd bij Besluit nr. 2318/2003/EG;
-
het communautaire actieprogramma ter bevordering van actief Europees burgerschap („civic participation”) (2004-2006), goedgekeurd bij Besluit 2004/100/EG;
-
het communautaire actieprogramma ter ondersteuning van organisaties die op Europees niveau actief zijn op het terrein van jeugdzaken (2004-2006), goedgekeurd bij Besluit nr. 790/2004/EG;
-
het communautaire actieprogramma ter bevordering van op Europees niveau actieve organisaties en ter ondersteuning van gerichte activiteiten op het gebied van onderwijs en opleiding (2004-2006), goedgekeurd bij Besluit nr. 791/2004/EG;
-
het communautaire actieprogramma ter ondersteuning van organisaties die op Europees niveau op cultuurgebied actief zijn (2004-2006), goedgekeurd bij Besluit nr. 792/2004/EG;
-
het programma voor de verhoging van de kwaliteit van het hoger onderwijs en de bevordering van het intercultureel begrip door middel van samenwerking met derde landen (Erasmus Mundus) (2004-2008), goedgekeurd bij Besluit nr. 2317/2003/EG;
-
de projecten die in aanmerking komen voor financiering uit hoofde van de bepalingen van de Overeenkomst tussen de Europese Gemeenschap en de Verenigde Staten van Amerika tot vernieuwing van het samenwerkingsprogramma op het gebied van het hoger onderwijs, het beroepsonderwijs en de beroepsopleiding (2006-2013), goedgekeurd bij Besluit 2006/910/EG;
-
de projecten die in aanmerking komen voor financiering uit hoofde van de bepalingen van de Overeenkomst tussen de Europese Gemeenschap en de regering van Canada tot vaststelling van een kader voor samenwerking op het gebied van hoger onderwijs, beroepsopleiding en jongeren (2006-2013), goedgekeurd bij Besluit 2006/964/EG;
-
het actieprogramma op het gebied van een leven lang leren (2007-2013), goedgekeurd bij Besluit nr. 1720/2006/EG;
-
het programma „Cultuur” (2007-2013), goedgekeurd bij Besluit nr. 1855/2006/EG;
-
het programma „Europa voor de burger” ter bevordering van een actief Europees burgerschap (2007-2013), goedgekeurd bij Besluit nr. 1904/2006/EG;
-
het programma „Jeugd in actie” (2007-2013), goedgekeurd bij Besluit nr. 1719/2006/EG;
-
het programma ter ondersteuning van de Europese audiovisuele sector (Media 2007) (2007-2013), goedgekeurd bij Besluit nr. 1718/2006/EG;
-
het actieprogramma Erasmus Mundus (II) 2009-2013 voor de verhoging van de kwaliteit van het hoger onderwijs en de bevordering van het intercultureel begrip door middel van samenwerking met derde landen, goedgekeurd bij Besluit nr. 1298/2008/EG;
-
het samenwerkingsprogramma met vakmensen uit derde landen op audiovisueel gebied (Media Mundus) (2011-2013), vastgesteld bij Besluit nr. 1041/2009/EG;
-
de projecten op het gebied van het hoger onderwijs die in aanmerking komen voor financiering uit hoofde van de bepalingen betreffende hulp voor economische samenwerking met de ontwikkelingslanden in Azië, goedgekeurd bij Verordening (EEG) nr. 443/92;
-
de projecten op het gebied van hoger onderwijs en jeugd die in aanmerking komen voor financiering uit hoofde van de bepalingen van het instrument voor pretoetredingssteun (IPA), vastgesteld bij Verordening (EG) nr. 1085/2006;
-
de projecten op het gebied van basis-, secundair en hoger onderwijs en jeugd die in aanmerking komen voor financiering uit hoofde van de bepalingen van het Europees nabuurschaps- en partnerschapsinstrument, ingevoerd bij Verordening (EG) nr. 1638/2006;
-
de projecten op het gebied van het hoger onderwijs die in aanmerking komen voor financiering door het financieringsinstrument voor ontwikkelingssamenwerking, vastgesteld bij Verordening (EG) nr. 1905/2006;
-
de projecten op het gebied van hoger onderwijs en jeugd die in aanmerking komen voor financiering door het financieringsinstrument voor de samenwerking met geïndustrialiseerde landen en andere landen en gebieden met een hoog inkomen, vastgesteld bij Verordening (EG) nr. 1934/2006;
-
de projecten op het gebied van het hoger onderwijs die in aanmerking komen voor financiering door de middelen van het Europees Ontwikkelingsfonds overeenkomstig de Partnerschapsovereenkomst tussen de staten in Afrika, het Caribische gebied en de Stille Oceaan, enerzijds, en de Europese Gemeenschap en haar lidstaten, anderzijds, getekend te Cotonou op 23 juni 2000 (Besluit 2003/159/EG), als gewijzigd bij de te Luxemburg op 25 juni 2005 ondertekende overeenkomst (Besluit 2005/599/EG).
Het Agentschap is verantwoordelijk voor de volgende taken met betrekking tot de uitvoering van de in de leden 1 en 2 vermelde delen van de EU-programma’s:
-
het beheer van alle stadia van de uitvoering van de programma’s en alle fasen in de cyclus van specifieke projecten op basis van de door de Commissie vastgestelde relevante werkprogramma’s, voor zover de Commissie het Agentschap daartoe bevoegdheid heeft verleend in het delegatiebesluit;
-
het vaststellen van de instrumenten tot uitvoering van de begroting, zowel aan de ontvangsten- als aan de uitgavenzijde, en het uitvoeren van alle activiteiten die noodzakelijk zijn voor het beheer van het programma, voor zover de Commissie het Agentschap daartoe bevoegdheid heeft verleend in het delegatiebesluit;
-
het verlenen van steun bij de uitvoering van de programma’s voor zover de Commissie het Agentschap daartoe bevoegdheid heeft verleend in het delegatiebesluit, zoals steun bij verspreidingsactiviteiten, waar van toepassing samen met nationale agentschappen;
-
het opzetten van het informatienetwerk voor onderwijs in Europa (Eurydice) op EU-niveau en de uitvoering van activiteiten ter verbetering van het begrip en de kennis op jeugdgebied op EU-niveau;
-
de uitvoering op EU-niveau van activiteiten ter verbetering van het begrip en de kennis op het gebied van beroepsonderwijs en -opleidingen.
Het Agentschap kan ermee worden belast administratieve en logistieke ondersteuning te bieden aan de organisaties die programma’s uitvoeren, indien daarin wordt voorzien in het delegatiebesluit en binnen de reikwijdte van de daarin vermelde programma’s.
Artikel 4 Termijn van aanstellingen
De leden van het directiecomité worden benoemd voor twee jaar.
De directeur wordt benoemd voor vier jaar.
Artikel 5 Controle en verslag over de uitvoering
Het Agentschap wordt onderworpen aan de controle van de Commissie en brengt regelmatig verslag uit over de voortgang bij de uitvoering van de EU-programma’s of delen daarvan waarmee het is belast, op de wijze en met de frequentie die in het delegatiebesluit zijn vastgesteld.