Home

Verordening (EU) n r. 401/2013 van de Raad van 2 mei 2013 betreffende beperkende maatregelen tegen Myanmar/Birma en tot intrekking van Verordening (EG) nr. 194/2008

Verordening (EU) n r. 401/2013 van de Raad van 2 mei 2013 betreffende beperkende maatregelen tegen Myanmar/Birma en tot intrekking van Verordening (EG) nr. 194/2008

Artikel 1

Voor de toepassing van deze verordening wordt verstaan onder:

a) „vordering” :

een vóór, op of na de datum van inwerkingtreding van deze verordening ingediende vordering, ook wanneer deze de vorm van een rechtsvordering heeft, die voortvloeit uit of verband houdt met de uitvoering van een contract of transactie, en met name:

  1. een vordering tot nakoming van een verplichting die voortvloeit uit of verband houdt met een contract of transactie;

  2. een vordering tot verlenging of uitbetaling van een obligatie, financiële garantie of contragarantie, ongeacht de vorm;

  3. een vordering tot schadeloosstelling in verband met een contract of een transactie;

  4. een tegenvordering;

  5. een vordering, ook via een exequatur, waarmee wordt beoogd erkenning of uitvoering van een rechterlijke of arbitrale uitspraak of van een gelijkwaardige beslissing te verkrijgen, ongeacht de plaats van uitspraak;

b) „contract of transactie” :
een verrichting, ongeacht haar vorm en het recht dat erop van toepassing is, die een of meer contracten of soortgelijke verplichtingen tussen al dan niet dezelfde partijen omvat; in dit verband worden onder „contract” tevens begrepen obligaties, garanties of contragaranties, en met name financiële garanties of contragaranties en kredieten, ook indien deze uit juridisch oogpunt op zichzelf staan, alsmede alle uit een dergelijke transactie voortkomende of daarmee verband houdende bepalingen;
c) „bevoegde autoriteiten” :
de op de websites van bijlage II vermelde bevoegde autoriteiten van de lidstaten;
d) „economische middelen” :
activa van enigerlei aard, materieel of immaterieel, roerend of onroerend, die geen tegoeden zijn, maar kunnen worden gebruikt om tegoeden, goederen of diensten te verkrijgen;
e) „bevriezing van economische middelen” :
voorkomen dat economische middelen worden gebruikt om op enigerlei wijze tegoeden, goederen of diensten te verkrijgen, inclusief, maar niet daartoe beperkt, door deze te verkopen, te verhuren of te verhypothekeren;
f) „bevriezing van tegoeden” :
voorkomen van het op enigerlei wijze muteren, overmaken, corrigeren of gebruiken van, toegang verschaffen tot of omgaan met tegoeden met als gevolg wijzigingen van hun omvang, bedrag, locatie, eigenaar, bezit, onderscheidende kenmerken of bestemming of verdere wijzigingen waardoor het gebruik van bedoelde tegoeden, inclusief het beheer van een beleggingsportefeuille, mogelijk zou worden gemaakt;
g) „tegoeden” :

financiële activa en voordelen van enigerlei aard, met inbegrip van, maar niet beperkt tot:

  1. contanten, cheques, geldvorderingen, wissels, postwissels en andere betaalmiddelen;

  2. deposito's bij financiële instellingen of andere entiteiten, saldi op rekeningen, schulden en schuldbewijzen;

  3. in het openbaar en onderhands verhandelde waardepapieren en schuldbewijzen, inclusief aandelen, certificaten van waardepapieren, obligaties, promesses, warrants, schuldbekentenissen en derivatencontracten;

  4. rente, dividenden of andere inkomsten uit of waarde voortkomende uit of gegenereerd door activa;

  5. krediet, recht op compensatie, garanties, uitvoeringsgaranties of andere financiële verplichtingen;

  6. kredietbrieven, cognossementen, koopbrieven; alsmede

  7. bewijsstukken van belangen in fondsen of financiële middelen;

h) „technische bijstand” :
elke technische steun in verband met reparaties, ontwikkeling, vervaardiging, assemblage, beproeving, onderhoud of enige andere technische dienst; technische bijstand kan de vorm aannemen van bijvoorbeeld instructies, advies, opleiding, overdracht van praktische kennis of vaardigheden of adviesdiensten, met inbegrip van mondelinge vormen van bijstand;
i) „tussenhandeldiensten” :
  1. het onderhandelen over of regelen van transacties met het oog op de aankoop, verkoop of levering van goederen en technologieën van een derde land aan een ander derde land, of

  2. de verkoop of aankoop van goederen en technologieën die zich bevinden in derde landen, voor hun overbrenging naar een ander derde land;

j) „invoer” :
elke binnenkomst van goederen in het douanegebied van de Unie of in andere gebieden waarop het Verdrag van toepassing is, onder de voorwaarden van de artikelen 349 en 355 daarvan. Dit omvat plaatsing in een vrije zone of een vrij entrepot, plaatsing onder een schorsingsprocedure en het in het vrije verkeer brengen in de zin van Verordening (EU) nr. 952/2013 van het Europees Parlement en de Raad tot vaststelling van het communautair douanewetboek(1), met uitsluiting van doorvoer en tijdelijke opslag;
k) „uitvoer” :
elk vertrek van goederen uit het douanegebied van de Unie of uit andere gebieden waarop het Verdrag van toepassing is, onder de voorwaarden van de artikelen 349 en 355 daarvan. Dit omvat het vertrek van goederen waarvoor een douaneaangifte vereist is en het vertrek van goederen na de opslag ervan in een vrije zone of na plaatsing onder een schorsingsprocedure in de zin van Verordening (EU) nr. 952/2013, met uitsluiting van doorvoer en tijdelijke opslag;
l) „exporteur” :
elke natuurlijke persoon of rechtspersoon namens welke een douaneaangifte bij uitvoer wordt gedaan, dit is de persoon die op het tijdstip dat de aangifte wordt aanvaard, het contract met de ontvanger in het derde land heeft en die het recht heeft te bepalen dat het product naar een bestemming buiten het douanegebied van de Unie of andere gebieden waarop het Verdrag van toepassing is, wordt verzonden;
m) „grondgebied van de Unie” :
het grondgebied van alle lidstaten waarop het Verdrag van toepassing is, onder de in het Verdrag bepaalde voorwaarden, met inbegrip van hun luchtruim.

HOOFDSTUK 1

Artikel 2

1.

Het is verboden de in bijlage I bedoelde uitrusting die voor binnenlandse repressie zou kunnen worden gebruikt, ongeacht of die uitrusting van oorsprong is uit de Unie, direct of indirect te verkopen, te leveren, over te dragen aan of uit te voeren naar natuurlijke of rechtspersonen, entiteiten of lichamen in of voor gebruik in Myanmar/Birma.

2.

Lid 1 is niet van toepassing op beschermende kleding, waaronder scherfwerende vesten en helmen, die door VN-personeel, personeel van de Europese Unie of haar lidstaten, vertegenwoordigers van de media, medewerkers van humanitaire organisaties en ontwikkelings-werkers en aanverwant personeel louter voor hun eigen bescherming tijdelijk naar Myanmar/Birma wordt uitgevoerd.

Artikel 3

1.

Het is verboden:

  1. direct of indirect technische bijstand gerelateerd aan militaire activiteiten en aan levering, fabricage, onderhoud en gebruik van wapens en alle soorten aanverwant materieel, met inbegrip van wapens en munitie, militaire voertuigen en uitrusting, paramilitaire uitrusting en reserveonderdelen daarvoor te verstrekken aan natuurlijke of rechtspersonen, entiteiten of lichamen in of voor gebruik in Myanmar/Birma;

  2. direct of indirect financiering of financiële bijstand in verband met militaire activiteiten, met inbegrip van subsidies, leningen en exportkredietverzekering, voor de verkoop, de levering, het overbrengen of de uitvoer van wapens en aanverwant materieel te verstrekken aan natuurlijke of rechtspersonen, entiteiten of lichamen in of voor gebruik in Myanmar/Birma.

2.

Het is verboden:

  1. direct of indirect technische bijstand gerelateerd aan de in bijlage I bedoelde uitrusting die voor binnenlandse repressie zou kunnen worden gebruikt te verstrekken aan natuurlijke of rechtspersonen, entiteiten of lichamen in of voor gebruik in Myanmar/Birma;

  2. direct of indirect financiering of financiële bijstand in verband met de in bijlage I bedoelde uitrusting, met inbegrip van subsidies, leningen en exportkrediet-verzekering te verstrekken aan natuurlijke of rechtspersonen, entiteiten of lichamen in of voor gebruik in Myanmar/Birma.

Artikel 3 bis

1.

Het is verboden de in bijlage I bij Verordening (EG) nr. 428/2009(2) vermelde goederen en technologie voor tweeërlei gebruik, al dan niet van oorsprong uit de Unie, direct of indirect te verkopen, te leveren of over te dragen aan of uit te voeren naar natuurlijke personen, rechtspersonen, entiteiten of lichamen in of voor gebruik in Myanmar/Birma, als deze goederen geheel of gedeeltelijk bedoeld zijn of kunnen zijn voor militair gebruik, een militaire eindgebruiker of de grenswachtpolitie.

Wanneer de eindgebruiker het leger van Myanmar/Birma is, worden de betrokken goederen en technologie geacht voor militair gebruik te zijn bestemd.

2.

Wanneer zij besluiten nemen inzake verzoeken om vergunningen in overeenstemming met Verordening (EG) nr. 428/2009, verlenen de bevoegde autoriteiten geen vergunning voor de uitvoer naar een natuurlijke persoon, een rechtspersoon, entiteit of lichaam in Myanmar/Birma of voor gebruik in Myanmar/Birma, indien zij redelijke gronden hebben om aan te nemen dat de eindgebruiker een militaire eindgebruiker zou kunnen zijn of dat de goederen voor militair eindgebruik of voor de grenswachtpolitie bestemd zouden kunnen zijn.

3.

De exporteurs verstrekken de bevoegde autoriteiten alle gegevens die vereist zijn voor de aanvraag van een uitvoervergunning.

4.

Het is verboden:

  1. direct of indirect technische bijstand, tussenhandeldiensten of andere diensten in verband met de in lid 1 bedoelde goederen en technologie en met de levering, de fabricage, het onderhoud en het gebruik daarvan te verlenen aan militaire eindgebruikers, de grenswachtpolitie of voor militair gebruik in Myanmar/Birma;

  2. direct of indirect financiering of financiële bijstand in verband met de in lid 1 bedoelde goederen en technologie, met inbegrip van subsidies, leningen en exportkredietverzekeringen, voor de verkoop, levering, overdracht of uitvoer van deze goederen en technologie, of voor de verlening van daarmee verband houdende technische bijstand, tussenhandeldiensten of andere diensten, te verstrekken aan militaire eindgebruikers, de grenswachtpolitie of voor militair gebruik in Myanmar/Birma.

5.

De verbodsbepalingen van de leden 1 en 4 laten de uitvoering van vóór 27 april 2018 gesloten contracten of aanvullende overeenkomsten die nodig zijn voor de uitvoering daarvan, onverlet.

6.

Lid 1 is niet van toepassing op beschermende kleding, met inbegrip van kogelvrije vesten en militaire helmen, die door personeel van de Verenigde Naties, personeel van de EU of haar lidstaten, vertegenwoordigers van de media, medewerkers van humanitaire en ontwikkelingsorganisaties en daarmee geassocieerd personeel, louter voor persoonlijk gebruik tijdelijk naar Myanmar/Birma wordt uitgevoerd.

Artikel 3 ter

Artikel 3 quater

Artikel 4

Artikel 4 bis

Artikel 4 ter

Artikel 4 quater

Artikel 4 quinquies

Artikel 4 sexies

Artikel 4 septies

Artikel 4 octies

Artikel 4 novies

Artikel 4 decies

HOOFDSTUK 2

Artikel 5

Artikel 6

Artikel 7

Artikel 8

Artikel 9

Artikel 10

Artikel 11

Artikel 12

BIJLAGE I

BIJLAGE II

BIJLAGE III

BIJLAGE IVLijst van natuurlijke personen, rechtspersonen, entiteiten en lichamen als bedoeld in artikel 4 bis