Home

Gedelegeerde Verordening (EU) nr. 876/2013 van de Commissie van 28 mei 2013 tot aanvulling van Verordening (EU) nr. 648/2012 van het Europees Parlement en de Raad met technische reguleringsnormen betreffende colleges voor centrale tegenpartijen (Voor de EER relevante tekst)

Gedelegeerde Verordening (EU) nr. 876/2013 van de Commissie van 28 mei 2013 tot aanvulling van Verordening (EU) nr. 648/2012 van het Europees Parlement en de Raad met technische reguleringsnormen betreffende colleges voor centrale tegenpartijen (Voor de EER relevante tekst)

Artikel 1 Bepaling van de meest relevante valuta’s

1.

De meest relevante EU-valuta’s worden bepaald op basis van het relatieve aandeel van elke valuta in het over een periode van een jaar berekende gemiddelde van de open posities van de CTP aan het einde van de dag voor alle door de CTP geclearde financiële instrumenten.

2.

De meest relevante EU-valuta’s zijn de drie valuta’s met het overeenkomstig lid 1 berekende grootste relatieve aandeel, op voorwaarde dat elk afzonderlijk aandeel groter is dan 10 %.

3.

Het relatieve aandeel van de valuta’s wordt jaarlijks berekend.

Artikel 2 Operationele organisatie van colleges

1.

Na de kennisgeving dat een aanvraag de bij artikel 17, lid 2, eerste alinea, punt a), van Verordening (EU) nr. 648/2012 vereiste documenten en informatie bevat, legt de voor de CTP bevoegde autoriteit een voorstel voor de in artikel 18, lid 5, van die verordening bedoelde schriftelijke overeenkomst voor aan de overeenkomstig artikel 18, lid 2, van die verordening bepaalde leden van het college. Deze schriftelijke overeenkomst voorziet onder meer in een procedure om ten minste eenmaal per jaar de samenstelling van het college te evalueren. In de overeenkomst is tevens een wijzigingsprocedure vastgelegd, waarbij op initiatief van de voor de CTP bevoegde autoriteit of van andere leden van het college te allen tijde wijzigingen kunnen worden aangebracht, mits het college daarmee instemt volgens de procedure van dit artikel.

2.

Ingeval de in lid 1 bedoelde leden van het college binnen een termijn van 10 kalenderdagen geen opmerkingen maken, gaat de voor de CTP bevoegde autoriteit verder met de goedkeuring van de schriftelijke overeenkomst door het college en met de oprichting van het college overeenkomstig artikel 18, lid 1, van Verordening (EU) nr. 648/2012.

3.

Ingeval de leden van het college opmerkingen maken met betrekking tot het overeenkomstig lid 1 voorgelegde voorstel voor een schriftelijke overeenkomst, doen zij deze opmerkingen, samen met een gedetailleerde toelichting ervan, binnen een termijn van tien kalenderdagen aan de medevoorzitters toekomen. Indien nodig, bereiken de medevoorzitters overeenstemming over een herzien voorstel en werken zij dat uit, en roepen zij een vergadering bijeen om overeenstemming over de definitieve schriftelijke overeenkomst te bereiken en deze overeenkomst goed te keuren, rekening houdend met de in artikel 18, lid 1, van Verordening (EU) nr. 648/2012 bedoelde termijn.

4.

Na goedkeuring van de schriftelijke overeenkomst wordt het college geacht te zijn opgericht.

4 bis.

De bevoegde autoriteiten als bedoeld in artikel 18, lid 2, onder c bis), van Verordening (EU) nr. 648/2012, en de centrale banken van uitgifte als bedoeld in artikel 18, lid 2, punt i), van die verordening die aan het college willen deelnemen, dienen bij de voor de CTP bevoegde autoriteit een met redenen omkleed verzoek in. Binnen twintig kalenderdagen na de ontvangst van het verzoek verstrekt de voor de CTP bevoegde autoriteit aan de verzoekende bevoegde autoriteit of centrale bank een afschrift van de schriftelijke overeenkomst voor toetsing en goedkeuring, of onderbouwt zij schriftelijk waarom het verzoek is afgewezen. De voor de CTP bevoegde autoriteit verstrekt de leden van het college informatie over dergelijke verzoeken en over hun respectieve resultaten.

5.

Alle leden van het college zijn gebonden door de schriftelijke overeenkomst die overeenkomstig de leden 1, 2 en 3 van dit artikel is goedgekeurd.

Artikel 3 Deelneming aan de colleges

1.

Wanneer een college overeenkomstig artikel 18, lid 3, van Verordening (EU) nr. 648/2012 een verzoek om informatie ontvangt van een bevoegde autoriteit van een lidstaat die geen deel uitmaakt van het college, beslissen de medevoorzitters, na raadpleging van het college, welke de meest geschikte manier is om informatie te verstrekken aan de autoriteiten die geen deel uitmaken van het college, en om deze autoriteiten om informatie te verzoeken.

2.

Elk lid van het college wijst één deelnemer aan die de vergaderingen van het college bijwoont en kan één plaatsvervanger aanwijzen, met uitzondering van de medevoorzitters, die extra deelnemers zonder stemrecht kunnen eisen.

3.

Wanneer één van de meest relevante EU-valuta’s door meerdere centrale banken wordt uitgegeven, bepalen de betrokken centrale banken wie de enige vertegenwoordiger zal zijn die aan het college zal deelnemen.

4.

Wanneer een autoriteit op grond van meer dan een van de punten c) tot en met i) van artikel 18, lid 2, van Verordening (EU) nr. 648/2012 het recht heeft om aan het college deel te nemen, mag zij extra deelnemers zonder stemrecht benoemen.

5.

Wanneer er overeenkomstig dit artikel meer dan één deelnemer van een lid van het college is of er meer uit dezelfde lidstaat afkomstige leden van het college zijn dan het aantal stemmen dat die leden van het college overeenkomstig artikel 19, lid 3, van Verordening (EU) nr. 648/2012 mogen uitbrengen, stelt het betrokken lid van het college of de betrokken leden van het college het college ervan in kennis welke deelnemers stemrechten zullen uitoefenen.

6.

In afwijking van de leden 4 en 5 mag de ECB, indien zij lid is van het college, overeenkomstig zowel punt c) als punt h) van artikel 18, lid 2, van Verordening (EU) nr. 648/2012 twee stemgerechtigde leden benoemen.

Artikel 4 Governance van de colleges

1.

De medevoorzitters dragen er zorg voor dat de werkzaamheden van het college de overeenkomstig Verordening (EU) nr. 648/2012 te vervullen taken vergemakkelijken.

2.

Het college stelt de ESMA in kennis van alle taken die het college overeenkomstig lid 1 vervult. De ESMA speelt een coördinerende rol bij het monitoren van de door een college uitgevoerde taken en ziet erop toe dat de doelstellingen van het betrokken college zoveel mogelijk overeenstemmen met die van andere colleges.

3.

De medevoorzitters dragen er ten minste zorg voor dat:

  1. de doelstellingen van elke vergadering of activiteit van het college duidelijk zijn vastgesteld;

  2. de vergaderingen of werkzaamheden van het college doeltreffend blijven en ziet er tegelijkertijd op toe dat alle leden van het college volledig op de hoogte zijn van de voor hen relevante werkzaamheden van het college;

  3. het tijdschema voor de vergaderingen of werkzaamheden van het college zodanig is bepaald dat de resultaten van deze vergaderingen of werkzaamheden behulpzaam zijn voor het toezicht op de CTP;

  4. de CTP en andere essentiële belanghebbenden een duidelijk inzicht hebben in de rol en werking van het college;

  5. de werkzaamheden van het college periodiek worden getoetst en dat wordt ingegrepen indien het college niet doeltreffend functioneert;

  6. de agenda wordt vastgesteld voor een jaarlijkse vergadering van de leden van het college voor de planning van de crisisbeheersing, indien nodig in samenwerking met de CTP.

4.

Om de efficiëntie en doeltreffendheid van het college te waarborgen, treden de medevoorzitters op als centraal contactpunt voor elke aangelegenheid die met de praktische organisatie van het college verband houdt, en houden zij elkaar op de hoogte. De medevoorzitters voeren ten minste de volgende taken uit:

  1. opstellen, bijwerken en laten circuleren van de lijst van contactpersonen van de leden van het college;

  2. opstellen en laten circuleren van zowel de agenda als de documentatie voor de vergaderingen of werkzaamheden van het college;

  3. bespreken van de uitvoering van de jaarlijkse toezichtprioriteiten bedoeld in artikel 24 bis, lid 7, punt b bis), van Verordening (EU) nr. 648/2012;

  4. opstellen van notulen van de vergaderingen en formeel vaststellen van actiepunten;

  5. beheren van de eventuele website van het college;

  6. indien nodig, informatie en gespecialiseerde teams beschikbaar stellen om het college bij te staan bij het vervullen van zijn taken;

  7. op tijdige en passende wijze alle informatie tussen de leden van het college delen.

Voor de toepassing van punt b) laten de medevoorzitters, behalve bij vergaderingen die in noodsituaties worden belegd, ruim vooraf een ontwerpagenda voor elke vergadering van het college circuleren, zodat de leden van het college kunnen bijdragen aan het bepalen van de agenda, met name door extra punten te agenderen.

De agenda wordt door de medevoorzitters afgerond en ruim vóór de vergadering van het college onder de leden van het college verspreid. De medevoorzitters en andere leden van het college verspreiden ruim vóór de vergadering alle informatie die op de vergadering van het college aan bod moet komen.

Voor de toepassing van punt c) verspreidt de voor de CTP bevoegde autoriteit de notulen van vergaderingen onder de leden van het college zodra zij door de medevoorzitters zijn goedgekeurd en zodra zulks na de vergaderingen praktisch doenbaar is, en geeft de leden van het college voldoende tijd om opmerkingen te maken.

5.

De medevoorzitters bepalen de frequentie van de vergaderingen van het college en houden daarbij rekening met de omvang, aard, schaal en complexiteit van de CTP, de systeemimplicaties van de CTP in verschillende rechtsgebieden en voor verschillende valuta’s, de potentiële gevolgen van de activiteiten van de CTP, externe omstandigheden en eventuele verzoeken van leden van het college. Er vindt ten minste eens per jaar een vergadering van het college plaats, alsook, indien zulks door de medevoorzitters noodzakelijk wordt geacht, telkens als uit hoofde van Verordening (EU) nr. 648/2012 een besluit moet worden genomen. De medevoorzitters organiseren periodiek, en ten minste eenmaal per jaar, vergaderingen tussen de leden van het college en de hoogste leiding van de CTP.

De leden van het college kunnen vragen dat de medevoorzitters een vergadering van het college beleggen. De medevoorzitters motiveren omstandig een afwijzing van dit soort verzoek.

6.

In de in artikel 2 bedoelde schriftelijke overeenkomst wordt een quorum van tweederde van de leden voor vergaderingen van het college vastgelegd.

7.

De medevoorzitters streven ernaar dat voor elke vergadering van het college een geldig quorum voor het nemen van besluiten aanwezig is. Ingeval het quorum niet is bereikt, zorgen de medevoorzitters ervoor dat alle te nemen besluiten worden uitgesteld totdat een quorum aanwezig is, rekening houdend met de desbetreffende termijnen die in Verordening (EU) nr. 648/2012 zijn vastgesteld.

8.

Het college kan in een schriftelijke procedure stemmen, indien zulks door de medevoorzitters wordt voorgesteld of op verzoek van een lid van het college.

Artikel 5 Uitwisseling van informatie tussen autoriteiten

1.

Elk lid van een college verstrekt de medevoorzitters tijdig alle benodigde informatie voor de operationele werking van het college en voor de uitvoering van de essentiële werkzaamheden waaraan het betrokken lid deelneemt. De medevoorzitters verstrekken de leden van het college tijdig soortgelijke informatie.

2.

De voor de CTP bevoegde autoriteit verstrekt de leden van het college ten minste de volgende informatie:

  1. significante wijzigingen in de structuur en de eigendom van de groep van de CTP;

  2. significante wijzigingen in de omvang van het kapitaal van de CTP;

  3. wijzigingen in de organisatie, de hoogste leiding, de procedures of de regelingen wanneer deze wijzigingen een significant effect op de governance of het risicobeheer sorteren;

  4. een lijst van clearingleden van de CTP;

  5. bijzonderheden over de bij het toezicht op de CTP betrokken autoriteiten, met inbegrip van eventuele wijzigingen in hun verantwoordelijkheden;

  6. informatie over alle wezenlijke bedreigingen van het vermogen van de CTP om zich naar Verordening (EU) nr. 648/2012 en de desbetreffende gedelegeerde en uitvoeringsverordeningen te voegen;

  7. moeilijkheden die mogelijk significante overloopeffecten hebben;

  8. factoren die op een potentieel hoog besmettingsrisico duiden;

  9. significante ontwikkelingen in de financiële positie van de CTP;

  10. vroegtijdige waarschuwingen van mogelijke liquiditeitsproblemen of aanzienlijke fraude;

  11. wanbetalingen van leden en eventuele follow-upmaatregelen;

  12. sancties en uitzonderlijke toezichtmaatregelen;

  13. verslagen over prestatieproblemen of gebeurde incidenten, met inbegrip van ICT-incidenten en cybergerelateerde incidenten, en genomen corrigerende maatregelen;

  14. periodieke gegevens over de activiteit van de CTP, waarvan de reikwijdte en frequentie moeten worden afgesproken in de in artikel 2 beschreven schriftelijke overeenkomst;

  15. overzicht van belangrijke commerciële voorstellen, nieuwe producten of diensten die zullen worden aangeboden, met inbegrip van eventuele uitbreidingen van activiteiten of diensten die door de CTP moeten worden uitgevoerd overeenkomstig artikel 15 bis van Verordening (EU) nr. 648/2012, en alle informatie over wijzigingen in de bedrijfsactiviteiten van de CTP;

  16. wijzigingen in de risicomodellen en parameters van de CTP, met inbegrip van wijzigingen van de in artikel 49, lid 1 nonies, van Verordening (EU) nr. 648/2012 bedoelde parameters, stresstests en tests achteraf;

  17. in voorkomend geval, wijzigingen in de interoperabiliteitsregelingen van de CTP;

  18. wijzigingen in uitbestedingsregelingen van de CTP voor belangrijke activiteiten in verband met risicobeheer, met inbegrip van wijzigingen in de lijst van kritieke derde dienstverleners van de CTP;

  19. wijzigingen bij de CTP in de deelnamevereisten, modellen voor clearinglidmaatschap en modellen voor de scheiding van rekening;

  20. wijzigingen in de wanbetalingsprocedures van de CTP en verslagen over testen die de CTP, in overeenstemming met artikel 49, lid 2, van Verordening (EU) nr. 648/2012, met betrekking tot haar wanbetalingsprocedures uitvoert;

  21. wijzigingen in de betalings- en afwikkelingsregelingen van de CTP;

  22. alle informatie die relevant is voor ad-hocvergaderingen tussen de ESMA, de voor de CTP bevoegde autoriteit en de CTP en alle relevante informatie die is ontvangen in verband met geplande, lopende of reeds uitgevoerde inspecties ter plaatse;

  23. alle informatie die relevant is voor de uitvoeringsstatus van aanbevelingen of voorwaarden die zijn opgenomen in adviezen van de ESMA of het college of in ESMA-validaties;

  24. alle informatie over het besluit van de bevoegde autoriteit om de input van de ESMA en het college al dan niet te volgen overeenkomstig artikel 17 bis, lid 3, van Verordening (EU) nr. 648/2012;

  25. een presentatie van het jaarlijkse toezichtprogramma van de voor de CTP bevoegde autoriteit en van de uitvoering ervan.

3.

De uitwisseling van informatie tussen de leden van het college weerspiegelt hun verantwoordelijkheden en informatiebehoeften. Om onnodige informatiestromen te vermijden, vindt een evenredige en risicogeoriënteerde informatie-uitwisseling plaats.

4.

De ontwerpbesluiten, verslagen of andere maatregelen van de voor de CTP bevoegde autoriteit als bedoeld in artikel 17, lid 3, artikel 17 ter, lid 2, en artikel 49, lid 1 quinquies, van Verordening (EU) nr. 648/2012 worden binnen een passend tijdsbestek bij het college ingediend om ervoor te zorgen dat de leden van het college deze kunnen inkijken en kunnen bijdragen aan het advies van het college.

5.

De leden van het college wisselen alle informatie uit via de centrale databank waarin artikel 17 quater van Verordening (EU) nr. 648/2012 voorziet.

6.

De leden van het college wisselen vertrouwelijke informatie uit via beveiligde communicatiemiddelen en op voet van gelijkheid.

Artikel 5 bis Bijdrage van het college aan toetsing en evaluatie

Artikel 6 Vrijwillig delen en delegeren van taken

Artikel 7 Inwerkingtreding