Home

Verordening (EU) nr. 1369/2013 van de Raad van 13 december 2013 betreffende steun van de Unie aan de bijstandprogramma's voor de ontmanteling van nucleaire installaties in Litouwen en houdende intrekking van Verordening (EG) nr. 1990/2006

Verordening (EU) nr. 1369/2013 van de Raad van 13 december 2013 betreffende steun van de Unie aan de bijstandprogramma's voor de ontmanteling van nucleaire installaties in Litouwen en houdende intrekking van Verordening (EG) nr. 1990/2006

Artikel 1 Onderwerp

In deze verordening wordt een programma vastgesteld waarin regels worden bepaald voor de tenuitvoerlegging van de financiële steun van de Unie voor maatregelen met betrekking tot de ontmanteling van eenheden 1 en 2 van de kerncentrale van Ignalina in Litouwen (hierna „het Ignalina-programma” genoemd).

Artikel 2 Doelstellingen

1.

De algemene doelstelling van het Ignalina-programma is de betrokken lidstaat bijstand te verlenen om te komen tot een onomkeerbare toestand in het ontmantelingsproces van de eenheden 1 en 2 van de kerncentrale van Ignalina in overeenstemming met het ontmantelingsplan, onder handhaving van het hoogste veiligheidsniveau.

2.

Binnen de financieringsperiode zijn de belangrijkste specifieke doelstellingen van het Ignalina-programma als volgt:

  1. verwijdering van splijtstof uit de reactorkern van eenheid 2 en uit de splijtstofopslagbassins van eenheid 1 en eenheid 2 met opslag in de droge-opslaginstallatie voor verbruikte splijtstof, te meten aan de hand van het aantal verwijderde splijtstofpakketten;

  2. veilig beheer van de reactoreenheden, te meten aan de hand van het aantal geregistreerde incidenten;

  3. ontmanteling van de turbinezaal en andere bijgebouwen en veilig beheer van het ontmantelingsafval in overeenstemming met een uitvoerig plan voor afvalbeheer, te meten aan de hand van het aantal en het type ontmantelde hulpsystemen, de hoeveelheid en het type veilig geconditioneerd afval.

3.

Het Ignalina-programma kan ook maatregelen omvatten om tijdens het ontmantelen een hoog veiligheidsniveau in de eenheden van de kerncentrale te handhaven, onder meer betreffende bijstand voor het personeel van de kerncentrale.

Artikel 3 Begroting

1.

De financiële middelen voor de uitvoering van het Ignalina-programma over de periode 2014 tot en met 2020 bedragen 450 818 000 EUR in lopende prijzen. Deze verordening laat financiële vastleggingen in het kader van komende meerjarige financiële kaders onverlet.

2.

Uiterlijk eind 2017 zal de Commissie de prestaties van het Ignalina-programma beoordelen en de voortgang ervan vergelijken met de in artikel 7 bedoelde mijlpalen en streefdatums in het kader van de in artikel 9 bedoelde tussentijdse evaluatie. Het is mogelijk dat de omvang van de aan het Ignalina-programma toegewezen kredieten op grond van de resultaten van deze beoordeling wordt herzien, evenals de programmeringsperiode en de verdeling ervan over de programma's voor Ignalina, Kozloduy en Bohunice als omschreven in Verordening (Euratom) nr. 1368/2013 van de Raad(1), om rekening te houden met de voortgang bij de tenuitvoerlegging van de programma's en om te waarborgen dat bij de programmering van de middelen wordt uitgegaan van de feitelijke betalingsbehoeften en opnamecapaciteit.

3.

De financiële toewijzing voor het Ignalina-programma kan ook uitgaven omvatten in verband met voorbereidende werkzaamheden, monitoring, controle, audit en evaluatie, die vereist zijn voor het beheer van het programma en het verwezenlijken van de doelstellingen; met name uitgaven in verband met studies, vergaderingen van deskundigen, informatie en communicatie, waaronder communicatie over de beleidsprioriteiten van de Unie voor zover deze betrekking hebben op de algemene doelstellingen van deze verordening, uitgaven in verband met IT-netwerken die bedoeld zijn voor de verwerking en uitwisseling van informatie, samen met alle andere kosten voor technische en administratieve bijstand die door de Commissie worden opgelopen voor het beheer van het Ignalina-programma.

De financiële middelen voor het Ignalina-programma kunnen ook de uitgaven voor technische en administratieve bijstand dekken die nodig zijn voor de overgang tussen het programma en de maatregelen die zijn vastgesteld in het kader van Verordening (EG) nr. 1990/2006.

Artikel 4 Vvoorwaarden ex ante

 Vvoorwaarden ex ante
1.

Uiterlijk 1 januari 2014 dient Litouwen de passende maatregelen te hebben genomen om te voldoen aan de volgende voorwaarden ex ante:

  1. naleving van het acquis van het Euratomverdrag op het vlak van nucleaire veiligheid; met name de omzetting in nationale wetgeving van Richtlijn 2009/71/Euratom en Richtlijn 2011/70/Euratom;

  2. vaststelling, in een nationaal kader, van een financieringsplan waarin alle kosten en beoogde bronnen van financiële middelen ten behoeve van de veilige voltooiing van de in deze verordening bedoelde ontmanteling van de kernreactoreenheden staan vermeld, onder meer voor het beheer van verbruikte splijtstof en radioactief afval;

  3. voorlegging aan de Commissie van een herzien, uitvoerig ontmantelingsplan, waarin de ontmanteling is opgedeeld in ontmantelingswerkzaamheden, waaronder een tijdpad en de desbetreffende, op basis van een internationaal erkende criteria van kostenraming voor ontmanteling uitgewerkte kostenstructuur.

2.

Litouwen verstrekt de Commissie uiterlijk op het ogenblik van de vastlegging in de begroting van 2014 de noodzakelijke informatie over de voltooiing van de in lid 1 genoemde ex-antevoorwaarden.

3.

De Commissie beoordeelt de in lid 2 bedoelde informatie wanneer zij het in artikel 6, lid 1, bedoelde jaarlijkse werkprogramma voor 2014 opstelt. Wanneer de Commissie op grond van artikel 258 VWEU een met redenen omkleed advies uitbrengt wegens het niet nakomen van de voorwaarde ex ante van lid 1, onder a), of het onvoldoende nakomen van de voorwaarden ex ante van lid 1, onder b) of c), dient het besluit tot gehele of gedeeltelijke opschorting van de financiële bijstand van de Unie te worden genomen in overeenstemming met de in artikel 11, lid 2, bedoelde onderzoeksprocedure. Met dat besluit wordt vervolgens rekening gehouden bij de vaststelling van het jaarlijks werkprogramma voor 2014. Het bedrag van de opgeschorte bijstand wordt vastgesteld volgens criteria die zijn neergelegd in de in artikel 7 bedoelde uitvoeringshandelingen.

Artikel 5 Uitvoeringsvormen

1.

Het Ignalina-programma wordt uitgevoerd in een of meer van de vormen waarin is voorzien door Verordening (EU, Euratom) nr. 966/2012 van het Europees Parlement en de Raad(2), met name in de vorm van subsidies en aanbestedingen.

2.

De Commissie kan de uitvoering van de financiële bijstand van de Unie in het kader van het Ignalina-programma toevertrouwen aan de instanties als bedoeld in artikel 58, lid 1, onder c), van Verordening (EU, Euratom) nr. 966/2012.

Artikel 6 Jaarlijkse werkprogramma's

Artikel 7 Gedetailleerde uitvoeringsprocedures

Artikel 8 Bescherming van de financiële belangen van de Unie

Artikel 9 Tussentijdse evaluatie

Artikel 10 Eindevaluatie

Artikel 11 Comité

Artikel 12 Overgangsbepalingen

Artikel 13 Intrekking

Artikel 14 Inwerkingtreding