Home

Besluit 2014/145/GBVB van de Raad van 17 maart 2014 betreffende beperkende maatregelen met betrekking tot acties die de territoriale integriteit, soevereiniteit en onafhankelijkheid van Oekraïne ondermijnen of bedreigen

Besluit 2014/145/GBVB van de Raad van 17 maart 2014 betreffende beperkende maatregelen met betrekking tot acties die de territoriale integriteit, soevereiniteit en onafhankelijkheid van Oekraïne ondermijnen of bedreigen

Artikel 1

1.

De lidstaten nemen de nodige maatregelen om binnenkomst op of doorreis via hun grondgebied te beletten van:

  1. natuurlijke personen die verantwoordelijk zijn voor, steun verlenen aan of uitvoering geven aan, acties of beleidsmaatregelen die de territoriale integriteit, soevereiniteit en onafhankelijkheid van Oekraïne, of de stabiliteit of veiligheid van Oekraïne ondermijnen of bedreigen, of die de werkzaamheden van internationale organisaties in Oekraïne belemmeren;

  2. natuurlijke personen die materiële of financiële steun verlenen aan of profijt trekken van Russische besluitvormers die verantwoordelijk zijn voor de annexatie van de Krim of de destabilisatie van Oekraïne;

  3. natuurlijke personen die transacties verrichten met de separatistische groeperingen in de regio Donbas van Oekraïne;

  4. natuurlijke personen die materiële of financiële steun verlenen aan of profijt trekken van de regering van de Russische Federatie, die verantwoordelijk is voor de annexatie van de Krim en de destabilisatie van Oekraïne; of

  5. vooraanstaande zakenlieden die actief zijn in Rusland en hun naaste familieleden of andere natuurlijke personen die profijt trekken van hen, of zakenlieden die betrokken zijn bij economische sectoren die een aanzienlijke bron van inkomsten vormen voor de regering van de Russische Federatie, die verantwoordelijk is voor de annexatie van de Krim en de destabilisatie van Oekraïne; of

  6. natuurlijke personen:

    1. die inbreuken op de verbodsbepalingen tegen het omzeilen van de bepalingen van dit besluit, of van de Besluiten 2014/386/GBVB(1), 2014/512/GBVB(2) of (GBVB) 2022/266 van de Raad(3), of van de Verordeningen (EU) nr. 269/2014(4), (EU) nr. 692/2014(5), (EU) nr. 833/2014(6) of (EU) 2022/263(7) van de Raad, vergemakkelijken, of

    2. die deze bepalingen anderszins gevoelig frustreren; of

  7. natuurlijke personen die voordeel halen uit de verplichte overdracht van eigendom van of zeggenschap over in Rusland gevestigde entiteiten die voorheen eigendom waren van of onder zeggenschap stonden van in de Unie gevestigde entiteiten, indien deze overdracht plaatsvindt door de regering van de Russische Federatie door middel van wet- of regelgeving, andere wetgevingsinstrumenten of andere handelingen van een Russische overheidsinstantie, en natuurlijke personen die zijn benoemd in de bestuursorganen van dergelijke entiteiten in Rusland zonder de toestemming van de entiteiten van de Unie die voorheen eigenaar waren van of zeggenschap hadden over die entiteiten.

en met hen verbonden natuurlijke personen of met de uit hoofde van artikel 2, lid 1, onder i), vermelde personen, zoals vermeld in de bijlage.

2.

Lid 1 houdt niet in dat de lidstaten verplicht zijn de binnenkomst op hun grondgebied van hun eigen onderdanen te weigeren.

3.

Lid 1 laat de gevallen onverlet waarin lidstaten uit hoofde van het internationale recht gebonden zijn, en wel:

  1. als gastland van een internationale intergouvernementele organisatie;

  2. als gastland van een internationale conferentie die is bijeengeroepen door, of plaatsvindt onder auspiciën van de Verenigde Naties;

  3. krachtens een multilaterale overeenkomst die voorrechten en immuniteiten verleent; of

  4. krachtens het Concordaat (Verdrag van Lateranen) van 1929 dat werd gesloten tussen de Heilige Stoel (Vaticaanstad) en Italië.

4.

Lid 3 wordt ook geacht van toepassing te zijn op gevallen waarin een lidstaat optreedt als gastland van de Organisatie voor Veiligheid en Samenwerking in Europa (OVSE).

5.

De Raad wordt naar behoren geïnformeerd in elk van de gevallen waarin een lidstaat krachtens lid 3 of lid 4 een vrijstelling verleent.

6.

De lidstaten kunnen vrijstellingen van de krachtens lid 1 opgelegde maatregelen verlenen voor reizen die plaatsvinden op grond van dringende humanitaire noden, of om intergouvernementele vergaderingen en door de Europese Unie geïnitieerde vergaderingen of vergaderingen waarvoor de Unie als gastheer optreedt, of vergaderingen waarvoor een lidstaat als fungerend voorzitter van de OVSE als gastheer optreedt, bij te wonen waar een politieke dialoog wordt gevoerd waarbij de beleidsdoelstellingen van de beperkende maatregelen, zoals de steun voor territoriale integriteit, soevereiniteit en onafhankelijkheid van Oekraïne, rechtstreeks worden bevorderd.

6 bis.

De lidstaten kunnen vrijstellingen van de krachtens lid 1 opgelegde maatregelen verlenen indien binnenkomst op of doorreis via hun grondgebied noodzakelijk is voor het verloop van een gerechtelijke procedure, met inbegrip van overleverings- en uitleveringsprocedures.

7.

Een lidstaat die de in lid 6 bedoelde vrijstellingen wil verlenen, brengt zulks schriftelijk ter kennis van de Raad. De vrijstelling wordt geacht te zijn toegestaan, tenzij één of meer leden van de Raad binnen twee werkdagen na ontvangst van de kennisgeving van de voorgestelde vrijstelling, schriftelijk bezwaar maken bij de Raad. Indien één of meer leden van de Raad bezwaar maken, kan de Raad, met een gekwalificeerde meerderheid van stemmen, besluiten de voorgestelde vrijstelling te verlenen.

8.

Wanneer een lidstaat op grond van de leden 3, 4, 6, 6 bis en 7, machtiging verleent tot binnenkomst op of doorreis via zijn grondgebied van de in de bijlage vermelde personen, geldt die machtiging alleen voor het doel waarvoor zij is verleend en alleen voor de daarbij betrokken persoon.

Artikel 2

1.

Alle tegoeden en economische middelen die toebehoren aan, eigendom zijn, in het bezit zijn of onder zeggenschap staan van:

  1. natuurlijke personen die verantwoordelijk zijn voor, steun verlenen aan of uitvoering geven aan, acties of beleidsmaatregelen die de territoriale integriteit, soevereiniteit en onafhankelijkheid van Oekraïne, of de stabiliteit of veiligheid van Oekraïne ondermijnen of bedreigen, of die de werkzaamheden van internationale organisaties in Oekraïne belemmeren;

  2. rechtspersonen, entiteiten of lichamen die materiële of financiële steun verlenen aan acties die de territoriale integriteit, soevereiniteit en onafhankelijkheid van Oekraïne ondermijnen of bedreigen;

  3. rechtspersonen, entiteiten of lichamen op de Krim of in Sebastopol waarvan het eigendom in strijd met het Oekraïense recht is overgedragen, of rechtspersonen, entiteiten of lichamen waaraan deze overdracht voordeel heeft opgeleverd;

  4. natuurlijke personen of rechtspersonen, entiteiten of lichamen die materiële of financiële steun verlenen aan of profijt trekken van Russische besluitvormers die verantwoordelijk zijn voor de annexatie van de Krim of de destabilisatie van Oekraïne;

  5. natuurlijke personen of rechtspersonen, entiteiten of lichamen die transacties verrichten met de separatistische groeperingen in de regio Donbas van Oekraïne;

  6. natuurlijke personen, rechtspersonen, entiteiten of lichamen die materiële of financiële steun verlenen aan of profijt trekken van de regering van de Russische Federatie, die verantwoordelijk is voor de annexatie van de Krim en de destabilisatie van Oekraïne; of

  7. vooraanstaande zakenlieden die actief zijn in Rusland en hun naaste familieleden of andere natuurlijke personen die profijt trekken van hen, of zakenlieden, rechtspersonen, entiteiten of lichamen die betrokken zijn bij economische sectoren die een aanzienlijke bron van inkomsten vormen voor de regering van de Russische Federatie, die verantwoordelijk is voor de annexatie van de Krim en de destabilisatie van Oekraïne; of

  8. natuurlijke personen, rechtspersonen, entiteiten of lichamen:

    1. die inbreuken op de verbodsbepalingen tegen het omzeilen van de bepalingen van dit besluit, of van de Besluiten 2014/386/GBVB, 2014/512/GBVB of (GBVB) 2022/266 van de Raad, of van de Verordeningen (EU) nr. 269/2014, (EU) nr. 692/2014, (EU) nr. 833/2014 of (EU) 2022/263 van de Raad, vergemakkelijken, of

    2. die deze bepalingen anderszins gevoelig frustreren, of

  9. rechtspersonen, entiteiten of lichamen die in de Russische IT-sector actief zijn met een vergunning die is uitgereikt door het centrum voor vergunningen, certificering en de bescherming van staatsgeheimen van de federale veiligheidsdienst van de Russische Federatie (Federal Security Service of the Russian Federation — FSB) of een vergunning voor „wapens en militaire uitrusting” afgegeven door het Russische ministerie van Industrie en Handel; of

  10. in Rusland gevestigde entiteiten die voorheen eigendom waren of onder zeggenschap stonden van in de Unie gevestigde entiteiten, waarvan de eigendom of waarover de zeggenschap verplicht is overgedragen door de regering van de Russische Federatie door middel van wet- of regelgeving, andere wetgevingsinstrumenten of andere handelingen van een Russische overheidsinstantie, of natuurlijke personen of rechtspersonen, entiteiten of lichamen die voordeel hebben gehaald uit een dergelijke overdracht, en natuurlijke personen die zijn benoemd in de bestuursorganen van dergelijke entiteiten in Rusland zonder de toestemming van de entiteiten van de Unie die voorheen eigenaar waren van of zeggenschap hadden over die entiteiten;

en natuurlijke of rechtspersonen, entiteiten of lichamen die met hen verbonden zijn, als opgesomd in de bijlage, worden bevroren.

1 bis.

Indien natuurlijke personen op de in de bijlage opgenomen lijst overlijden tijdens de periode waarin de beperkende maatregelen van toepassing zijn, kan de Raad de namen van de overleden personen op die lijst handhaven indien de schrapping ervan een risico zou inhouden dat de doelstellingen van de beperkende maatregelen van de Unie worden ondermijnd omdat het waarschijnlijk is dat de betrokken activa zouden worden gebruikt om de Russische aanvalsoorlog tegen Oekraïne te financieren of voor andere acties die de territoriale integriteit, soevereiniteit en onafhankelijkheid van Oekraïne ondermijnen of bedreigen.

2.

Er worden geen tegoeden of economische middelen rechtstreeks of onrechtstreeks ter beschikking gesteld aan of ten behoeve van de op de lijst in de bijlage geplaatste natuurlijke personen of rechtspersonen, entiteiten of lichamen.

3.

De bevoegde autoriteit van een lidstaat kan, onder voorwaarden die zij passend acht, toestemming geven voor de vrijgave of de beschikbaarstelling van bepaalde bevroren tegoeden of economische middelen, nadat zij heeft vastgesteld dat de betrokken tegoeden of economische middelen:

  1. noodzakelijk zijn voor het dekken van uitgaven voor de basisbehoeften van de in de bijlage genoemde personen en de leden van hun gezin die van hen afhankelijk zijn, zoals betalingen voor voedsel, huur of hypotheeklasten, geneesmiddelen of geneeskundige behandelingen, belastingen, verzekeringspremies of openbare voorzieningen;

  2. uitsluitend bestemd zijn voor de betaling van redelijke honoraria en de vergoeding van kosten in verband met de verlening van juridische diensten;

  3. uitsluitend bestemd zijn voor de betaling van honoraria of kosten voor het loutere houden of beheren van bevroren tegoeden of economische middelen;

  4. noodzakelijk zijn voor de betaling van buitengewone lasten, mits de bevoegde autoriteit, ten minste twee weken voor zij de toestemming geeft, de bevoegde autoriteiten van de andere lidstaten en de Commissie in kennis heeft gesteld van de redenen waarom zij meent dat specifieke toestemming moet worden gegeven, of

  5. moeten worden gestort op of betaald van een rekening die toebehoort aan of aangehouden wordt door een diplomatieke missie, consulaire post of internationale organisatie die bescherming geniet op grond van het internationaal recht, voor zover dergelijke betalingen bestemd zijn voor de officiële doelen van de diplomatieke missie, consulaire post of internationale organisatie.

De betrokken lidstaat stelt de andere lidstaten en de Commissie in kennis van elke toestemming die overeenkomstig dit lid is verleend.

4.

In afwijking van lid 1 kunnen de bevoegde autoriteiten van een lidstaat toestemming geven voor de vrijgave van bepaalde bevroren tegoeden of economische middelen indien aan de volgende voorwaarden is voldaan:

  1. de tegoeden of economische middelen zijn het voorwerp van een scheidsrechterlijke beslissing die is gegeven vóór de datum waarop de persoon, de entiteit of het lichaam bedoeld in lid 1, op de lijst in bijlage is geplaatst, dan wel van een vóór of na die datum in de Unie gegeven rechterlijke of administratieve beslissing, of in de betrokken lidstaat uitvoerbare rechterlijke beslissing;

  2. de tegoeden of economische middelen zullen uitsluitend worden aangewend om te voldoen aan vorderingen die bij een dergelijke beslissing zijn gewaarborgd of geldig zijn verklaard, overeenkomstig de wettelijke en bestuursrechtelijke voorschriften betreffende de rechten van de houders van dergelijke vorderingen;

  3. de beslissing komt niet ten goede aan een op de lijst in de bijlage geplaatste natuurlijke persoon of rechtspersoon, entiteit of lichaam, en

  4. de erkenning van de beslissing is niet in strijd met de openbare orde van de betrokken lidstaat.

De betrokken lidstaat stelt de andere lidstaten en de Commissie in kennis van elke toestemming die overeenkomstig dit lid is verleend.

4 bis.

In afwijking van de leden 1 en 2 kunnen de bevoegde autoriteiten van een lidstaat toestemming verlenen voor de vrijgave van bepaalde bevroren tegoeden of economische middelen, of voor de beschikbaarstelling van bepaalde tegoeden of economische middelen, nadat zij hebben vastgesteld dat een rechterlijke of administratieve instantie van een lidstaat, onder de wettelijke voorwaarden, een besluit heeft genomen om in het algemeen belang een op de lijst in de bijlage geplaatste natuurlijke persoon of rechtspersoon, entiteit of lichaam tegoeden of economische middelen die toebehoren aan, eigendom zijn van of onder zeggenschap staan van die persoon, die entiteit of dat lichaam, te ontnemen, mits de voor die ontneming van tegoeden of economische middelen betaalde vergoeding wordt bevroren.

De betrokken lidstaat stelt de andere lidstaten en de Commissie in kennis van elke uit hoofde van dit lid verleende toestemming.

4 ter.

In afwijking van de leden 1 en 2 kunnen de bevoegde autoriteiten van een lidstaat toestemming verlenen, onder voorwaarden die zij passend achten, voor de vrijgave van bepaalde bevroren tegoeden of economische middelen die toebehoren aan de op grond van artikel 2, lid 1, punt j), in de lijst in de bijlage vermelde natuurlijke personen, rechtspersonen, entiteiten of lichamen of voor de beschikbaarstelling van bepaalde tegoeden of economische middelen aan die natuurlijke personen, rechtspersonen, entiteiten of lichamen, nadat zij hebben vastgesteld dat die tegoeden of economische middelen noodzakelijk zijn voor de verkoop of het gebruik van aandelen in of activa van in Rusland gevestigde rechtspersonen, entiteiten of lichamen die op grond van artikel 2, lid 1, punt j), in de lijst in de bijlage zijn opgenomen, om de betaling mogelijk te maken van de door de partijen overeengekomen vergoeding of van de vergoeding die bij wet is vastgesteld waartoe een rechterlijke of administratieve instantie heeft besloten in het kader van de door de regering van de Russische Federatie opgelegde overdracht van eigendom of zeggenschap. Dit lid is niet van toepassing op bevroren tegoeden of economische middelen die in het bezit zijn van centrale effectenbewaarinstellingen in de zin van Verordening (EU) nr. 909/2014 van het Europees Parlement en de Raad(8).

De betrokken lidstaat stelt de andere lidstaten en de Commissie in kennis van elke uit hoofde van dit lid verleende toestemming.

5.

Lid 1 belet niet dat een op de lijst geplaatste natuurlijke persoon of rechtspersoon, entiteit of lichaam, betalingen doet die verschuldigd zijn uit hoofde van een contract dat is gesloten vóór de datum waarop die natuurlijke persoon of rechtspersoon, entiteit of lichaam op de lijst in de bijlage werd geplaatst, mits de betrokken lidstaat heeft vastgesteld dat de betaling niet rechtstreeks of onrechtstreeks wordt ontvangen door een natuurlijke persoon of rechtspersoon, entiteit of lichaam bedoeld in lid 1.

6.

Lid 2 is niet van toepassing op het overmaken op bevroren rekeningen van:

  1. rente of andere inkomsten op die rekeningen;

  2. betalingen die verschuldigd zijn overeenkomstig contracten, overeenkomsten of verplichtingen die zijn gesloten of ontstaan vóór de datum waarop de in de leden 1 en 2 voorziene maatregelen op deze rekeningen van toepassing werden; of

  3. betalingen die verschuldigd zijn uit hoofde van een gerechtelijke, administratieve of scheidsrechterlijke beslissing die in de Unie is gegeven of in de betrokken lidstaat uitvoerbaar is,

mits deze rente, andere inkomsten en betalingen onderworpen blijven aan de in lid 1 voorziene maatregelen.

7.

In afwijking van lid 2 kunnen de bevoegde autoriteiten van een lidstaat betalingen aan Crimean Sea Ports toestaan voor diensten die worden verleend in de vissershaven van Kertsj en de handelshavens van Jalta en Jevpatorija, en voor diensten die worden verleend door Gosgidrografiya en door de Port-Terminal-afdelingen van Crimean Sea Ports. De betrokken lidstaat stelt de andere lidstaten en de Commissie binnen twee weken na het verlenen van de toestemming in kennis van elke uit hoofde van dit lid verleende toestemming.

8.

In afwijking van de leden 1 en 2 kunnen de bevoegde autoriteiten van een lidstaat, onder voorwaarden die de bevoegde autoriteiten passend achten, toestemming geven voor de vrijgave van bepaalde bevroren tegoeden of economische middelen die toebehoren aan de onder de nummers 53, 54 en 55 onder de rubriek „Entiteiten” van de bijlage vermelde entiteiten, of voor de beschikbaarstelling van bepaalde tegoeden of economische middelen aan die entiteiten, nadat zij hebben vastgesteld dat die tegoeden of economische middelen nodig zijn om uiterlijk op 24 augustus 2022 met die entiteiten gesloten verrichtingen, contracten of andere overeenkomsten, met inbegrip van overeenkomstige bancaire betrekkingen, die vóór 23 februari 2022 met die entiteiten zijn gesloten, te beëindigen.

9.

In afwijking van de leden 1 en 2 kunnen de bevoegde autoriteiten van een lidstaat, onder voorwaarden die de bevoegde autoriteiten passend achten, toestemming verlenen voor de vrijgave van bepaalde bevroren tegoeden of economische middelen die toebehoren aan de onder de nummers 79, 80, 81 en 82 onder de rubriek „Entiteiten” van de bijlage vermelde entiteiten, of voor de beschikbaarstelling van bepaalde tegoeden of economische middelen aan die entiteiten, nadat zij hebben vastgesteld dat die tegoeden of economische middelen nodig zijn om uiterlijk op 9 oktober 2022 met die entiteiten gesloten verrichtingen, contracten of andere overeenkomsten, met inbegrip van overeenkomstige bancaire betrekkingen, die vóór 8 april 2022 met die entiteiten zijn gesloten, te beëindigen.

10.

In afwijking van de leden 1 en 2 kunnen de bevoegde autoriteiten van de lidstaten, onder voorwaarden die zij passend achten, toestemming verlenen voor de vrijgave van bepaalde bevroren tegoeden of economische middelen of de beschikbaarstelling van bepaalde tegoeden of economische middelen aan een in de bijlage vermelde natuurlijke persoon, rechtspersoon, entiteit of lichaam, indien zij hebben vastgesteld dat:

  1. de tegoeden of economische middelen noodzakelijk zijn voor de verkoop en overdracht uiterlijk op 31 mei 2023, of binnen zes maanden na de datum van opneming in de bijlage als dit later is, van eigendomsrechten in een in de Unie gevestigde rechtspersoon of entiteit of een in de Unie gevestigd lichaam, indien die eigendomsrechten direct of indirect eigendom zijn van in de bijlage genoemde natuurlijke personen, rechtspersonen, entiteiten of lichamen; en

  2. de opbrengst van dergelijke verkoop en overdracht bevroren blijft.

11.

De verbodsbepaling in lid 2 geldt niet voor organisaties en agentschappen die op basis van een pijleranalyse door de Unie worden beoordeeld en waarmee de Unie een kaderovereenkomst inzake financieel partnerschap heeft ondertekend op basis waarvan die organisaties en agentschappen optreden als humanitaire partners van de Unie, op voorwaarde dat de in lid 2 bedoelde tegoeden of economische middelen noodzakelijk zijn voor uitsluitend humanitaire doeleinden in Oekraïne.

12.

In gevallen die niet onder lid 11 vallen en in afwijking van de leden 1 en 2 kunnen de bevoegde autoriteiten van een lidstaat onder de algemene of specifieke voorwaarden die zij passend achten, specifieke of algemene toestemmingen verlenen om bepaalde bevroren tegoeden of economische middelen vrij te geven of om bepaalde tegoeden of economische middelen beschikbaar te stellen, op voorwaarde dat die tegoeden of economische middelen noodzakelijk zijn voor uitsluitend humanitaire doeleinden in Oekraïne.

Indien de bevoegde autoriteit binnen vijf werkdagen na ontvangst van een verzoek om toestemming geen negatief besluit heeft genomen, geen verzoek om informatie heeft ingediend of niet heeft laten weten dat ze meer tijd nodig heeft, wordt de toestemming geacht te zijn verleend.

De betrokken lidstaat stelt de andere lidstaten en de Commissie binnen twee weken na het verlenen van de toestemming in kennis van elke uit hoofde van dit lid verleende toestemming.

13.

De leden 1 en 2 zijn niet van toepassing op tegoeden of economische middelen die strikt noodzakelijk zijn voor het verlenen van elektronische-communicatiediensten door telecommunicatie-exploitanten uit de Unie, voor het verlenen van bijbehorende faciliteiten en diensten die noodzakelijk zijn voor de exploitatie, het onderhoud en de beveiliging van dergelijke elektronische-communicatiediensten, in Rusland, in Oekraïne, in de Unie, tussen Rusland en de Unie, en tussen Oekraïne en de Unie, en voor datacentrumdiensten in de Unie.

14.

In afwijking van de leden 1 en 2 kunnen de bevoegde autoriteiten van een lidstaat, onder voorwaarden die zij passend achten, toestemming verlenen voor de vrijgave van bepaalde bevroren tegoeden of economische middelen die toebehoren aan de onder nummer 108 onder de rubriek „Entiteiten” van de bijlage vermelde entiteit, of voor de beschikbaarstelling van bepaalde tegoeden of economische middelen aan die entiteit, nadat zij hebben vastgesteld dat de betrokken tegoeden of economische middelen noodzakelijk zijn om uiterlijk op 22 augustus 2023 verrichtingen, contracten of andere overeenkomsten, met inbegrip van correspondentbankrelaties, die vóór 21 juli 2022 met die entiteit zijn gesloten, te beëindigen.

15.

In afwijking van de leden 1 en 2 kunnen de bevoegde autoriteiten van een lidstaat, onder de voorwaarden die zij passend achten, toestemming geven voor de vrijgave van bepaalde bevroren tegoeden of economische middelen of de beschikbaarstelling van bepaalde tegoeden of economische middelen aan de onder de rubriek „Entiteiten” in de bijlage onder nummer 108 vermelde entiteit, nadat zij hebben vastgesteld dat de tegoeden of economische middelen noodzakelijk zijn voor de voltooiing, uiterlijk op 17 juni 2023, van een lopende verkoop en overdracht van eigendomsrechten waarvan die entiteit direct of indirect eigenaar is in een in de Unie gevestigde rechtspersoon, entiteit of lichaam. Die termijn heeft niet als gevolg dat afstotingen die niet voldoen aan de noodzakelijke vereisten uit hoofde van dit besluit met terugwerkende kracht geldig worden.

16.

In afwijking van de leden 1 en 2 kunnen de bevoegde autoriteiten van een lidstaat, onder voorwaarden die zij passend achten, toestemming verlenen voor de vrijgave van bepaalde bevroren economische middelen, nadat zij hebben vastgesteld dat:

  1. de vrijgave van die economische middelen noodzakelijk is voor de dringende preventie of beperking van de gevolgen van een gebeurtenis die ernstige en aanzienlijke gevolgen voor de gezondheid en veiligheid van de mens of het milieu zou kunnen hebben, en

  2. de uit de vrijgave van die economische middelen voortvloeiende opbrengst bevroren wordt.

De betrokken lidstaat stelt de andere lidstaten en de Commissie binnen twee weken na het verlenen van de toestemming in kennis van elke uit hoofde van dit lid verleende toestemming.

17.

In afwijking van de leden 1 en 2 kunnen de bevoegde autoriteiten van een lidstaat toestemming verlenen, onder voorwaarden die zij passend achten, voor de vrijgave van bepaalde bevroren tegoeden of economische middelen die toebehoren aan de onder de nummers 53, 54, 55, 79, 80, 81, 82, 108, 126, 127, 198, 199, 200, 214, 215 en 270 onder de rubriek Entiteiten van de bijlage vermelde entiteiten, of voor de beschikbaarstelling van bepaalde tegoeden of economische middelen aan die entiteiten, nadat zij hebben vastgesteld dat de betrokken tegoeden of economische middelen noodzakelijk zijn voor de aankoop, de invoer of het vervoer van landbouw- en voedingsproducten, met inbegrip van tarwe en meststoffen.

In afwijking van de leden 1 en 2 kunnen de bevoegde autoriteiten van een lidstaat, onder voorwaarden die zij passend achten, op basis van een specifieke beoordeling per geval, voor iedere relevante transactie afzonderlijk toestemming verlenen voor de vrijgave van bepaalde bevroren tegoeden of economische middelen die toebehoren aan onder de rubriek „Personen” van de bijlage vermelde natuurlijke personen, die vóór hun opneming op de lijst een aanzienlijke rol speelden in de internationale handel in landbouw- en voedingsproducten, of voor de beschikbaarstelling van bepaalde tegoeden of economische middelen aan die personen, nadat zij hebben vastgesteld dat de betrokken tegoeden of middelen noodzakelijk zijn voor de verkoop, levering, overbrenging of uitvoer van landbouw- en voedingsproducten, met inbegrip van tarwe en meststoffen, naar derde landen om de voedselzekerheid te waarborgen.

Wanneer de betrokken lidstaat dergelijke verrichtingen toestaat, handelt hij in nauwe samenwerking met de Commissie. Hij stelt de andere lidstaten in kennis van elke uit hoofde van dit lid verleende toestemming, binnen twee weken na het verlenen van de toestemming

18.

In afwijking van de leden 1 en 2 kunnen de bevoegde autoriteiten van een lidstaat, onder voorwaarden die zij passend achten, toestemming verlenen voor de vrijgave van bepaalde bevroren tegoeden of economische middelen die toebehoren aan de onder nummer 91 van de rubriek „Entiteiten” in de bijlage vermelde entiteit, of voor de beschikbaarstelling van bepaalde tegoeden of economische middelen aan die entiteit, nadat zij hebben vastgesteld dat die tegoeden of economische middelen noodzakelijk zijn voor de voltooiing van transacties, met inbegrip van verkopen, die strikt noodzakelijk zijn voor de liquidatie, uiterlijk op 31 december 2022, van een joint venture of soortgelijke juridische constructie die vóór 16 maart 2022 is gesloten en waarbij een rechtspersoon, entiteit of lichaam als bedoeld in bijlage X bij Besluit 2014/512/GBVB betrokken is. De betrokken lidstaat stelt de andere lidstaten en de Commissie binnen twee weken na het verlenen van de toestemming in kennis van elke uit hoofde van dit lid verleende toestemming.

19.

In afwijking van de leden 1 en 2 kunnen de bevoegde autoriteiten van een lidstaat, onder voorwaarden die zij passend achten, toestemming verlenen voor de vrijgave van bepaalde bevroren tegoeden of economische middelen die toebehoren aan de onder nummer 101 onder de rubriek „Entiteiten” van de bijlage vermelde entiteit, of voor de beschikbaarstelling van bepaalde tegoeden of economische middelen aan die entiteit, nadat zij hebben vastgesteld dat de betrokken tegoeden of economische middelen noodzakelijk zijn om uiterlijk op 7 januari 2023 verrichtingen, contracten of andere overeenkomsten, die vóór 3 juni 2022 met die entiteit zijn gesloten of waarbij die entiteit anderszins betrokken is, te beëindigen. De betrokken lidstaat stelt de andere lidstaten en de Commissie binnen twee weken na het verlenen van de toestemming in kennis van elke uit hoofde van dit lid verleende toestemming.

20.

In afwijking van de leden 1 en 2 kunnen de bevoegde autoriteiten van een lidstaat toestemming geven voor de vrijgave van bepaalde bevroren tegoeden of economische middelen die toebehoren aan de onder de nummers 126 en 127 onder de rubriek „Entiteiten” in de bijlage vermelde entiteiten, of voor de beschikbaarstelling van bepaalde tegoeden of economische middelen aan die entiteiten, op voorwaarden die de bevoegde autoriteiten passend achten en nadat zij hebben vastgesteld dat die tegoeden of economische middelen noodzakelijk zijn voor de beëindiging uiterlijk op 17 juni 2023 van verrichtingen, contracten of andere overeenkomsten, met inbegrip van correspondentbankrelaties, die vóór 16 december 2022 met die entiteiten zijn gesloten. De betrokken lidstaat stelt de andere lidstaten en de Commissie binnen twee weken na de toestemming in kennis van elke op grond van dit lid verleende toestemming.

21.

In afwijking van de leden 1 en 2 kunnen de bevoegde autoriteiten van een lidstaat toestemming verlenen, onder voorwaarden die zij passend achten, voor de vrijgave van bepaalde bevroren tegoeden of economische middelen die toebehoren aan de onder de nummers 198, 199 en 200 onder de rubriek „Entiteiten” van de bijlage vermelde entiteiten, of voor de beschikbaarstelling van bepaalde tegoeden of economische middelen aan die entiteiten, nadat zij hebben vastgesteld dat die tegoeden of economische middelen noodzakelijk zijn voor de beëindiging uiterlijk op 26 augustus 2023 van verrichtingen, contracten of andere overeenkomsten, met inbegrip van correspondentbankrelaties, die vóór 25 februari 2023 met die entiteiten zijn gesloten, of, wat de entiteit betreft die is opgenomen onder nummer 198 onder de rubriek „Entiteiten” in de bijlage, voor verrichtingen met het oog op de uitbetaling van middelen door de Jewish Claims Conference aan begunstigden in de Russische Federatie uiterlijk op 31 december 2024, ongeacht wanneer de verrichtingen, contracten of andere overeenkomsten zijn gesloten. De betrokken lidstaat stelt de andere lidstaten en de Commissie binnen twee weken na het verlenen van de toestemming in kennis van elke op grond van dit lid verleende toestemming.

22.

In afwijking van de leden 1 en 2 kunnen de bevoegde autoriteiten van een lidstaat toestemming verlenen voor de vrijgave van bepaalde bevroren tegoeden of economische middelen die toebehoren aan de onder nummers 82 en 101 onder de rubriek „Entiteiten” in de bijlage vermelde entiteiten, of voor de beschikbaarstelling van bepaalde tegoeden of economische middelen aan die entiteiten, op voorwaarden die de bevoegde autoriteiten passend achten en nadat zij hebben vastgesteld dat:

  1. dergelijke tegoeden of economische middelen noodzakelijk zijn voor de verkoop of de overdracht van effecten door een in de Unie gevestigde entiteit die onder zeggenschap staat of stond van de onder nummer 82 onder de rubriek „Entiteiten” in de bijlage vermelde entiteit;

  2. dergelijke verkoop of overdracht uiterlijk op 31 december 2023 is voltooid, en

  3. dergelijke verkoop of overdracht geschiedt op basis van verrichtingen, contracten of andere overeenkomsten die vóór 3 juni 2022 met de onder nummer 82 of 101 onder de rubriek „Entiteiten” in de bijlage vermelde entiteit zijn gesloten of waarbij die entiteit anderszins betrokken is.

23.

In afwijking van de leden 1 en 2 kunnen de bevoegde autoriteiten van een lidstaat toestemming verlenen voor de vrijgave van bepaalde bevroren tegoeden of economische middelen die toebehoren aan de onder nummer 190 onder de rubriek „Entiteiten” in de bijlage vermelde entiteit, of voor de beschikbaarstelling van bepaalde tegoeden of economische middelen aan die entiteit, op voorwaarden die de bevoegde autoriteiten passend achten en nadat zij hebben vastgesteld dat de betrokken tegoeden of economische middelen noodzakelijk zijn voor de beëindiging uiterlijk op 26 augustus 2023 van verrichtingen, contracten of andere overeenkomsten die vóór 25 februari 2023 met die entiteit zijn gesloten, of waarbij deze anderszins betrokken is.

24.

In afwijking van de leden 1 en 2 kunnen de bevoegde autoriteiten van een lidstaat, onder voorwaarden die zij passend achten, toestemming verlenen voor de vrijgave van bepaalde bevroren tegoeden of economische middelen die toebehoren aan de onder nummer 695 van de rubriek „Personen” in de bijlage vermelde natuurlijke persoon, of voor het ter beschikking stellen van bepaalde tegoeden of economische middelen aan deze natuurlijke persoon of aan een entiteit die eigendom is van deze natuurlijke persoon, nadat zij hebben vastgesteld dat die tegoeden of economische middelen noodzakelijk zijn voor de voltooiing van transacties, met inbegrip van verkopen, die strikt noodzakelijk zijn voor de liquidatie, uiterlijk op 31 augustus 2023, van een joint venture of soortgelijke juridische constructie die vóór 28 februari 2022 met deze natuurlijke persoon of een entiteit die eigendom is van deze natuurlijke persoon, in Rusland is gevestigd.

25.

In afwijking van de leden 1 en 2 kunnen de bevoegde autoriteiten van een lidstaat aan onderdanen of ingezetenen van een lidstaat of een in de Unie gevestigde entiteit toestemming verlenen om uiterlijk op 24 december 2023 een certificaat (depository receipt) met onderliggende Russische effecten die bij de onder nummer 101 van de rubriek „Entiteiten” in de bijlage vermelde entiteit worden aangehouden, om te wisselen, met als doel het onderliggende effect te verkopen alsook het ter beschikking stellen van tegoeden die verband houden met de omwisseling van het certificaat en met de rechtstreekse of onrechtstreekse verkoop van het onderliggende effect aan die entiteit in Rusland, onder de voorwaarden die de bevoegde autoriteiten passen achten en nadat is vastgesteld dat:

  1. het certificaat vóór 3 juni 2022 werd afgegeven;

  2. het desbetreffende verzoek om toestemming uiterlijk op 24 september 2023;

  3. de houder van het certificaat kan aantonen dat een dergelijke omwisseling noodzakelijk is voor de verkoop van het onderliggende effect;

  4. de verkoop van het onderliggende effect in overeenstemming is met het verbod uit hoofde van Besluit 2014/512/GBVB, met inbegrip van de artikelen 1 en 1 quinquies, van dat besluit;

  5. er geen middelen ter beschikking worden gesteld van andere in de bijlage vermelde entiteiten.

26.

In afwijking van de leden 1 en 2 kunnen de bevoegde autoriteiten van een lidstaat, onder voorwaarden die zij passend achten, toestemming verlenen voor de vrijgave van bepaalde bevroren tegoeden of economische middelen die toebehoren aan, eigendom zijn van, in het bezit zijn van of onder zeggenschap staan van een in de bijlage genoemd(e) natuurlijke persoon, rechtspersoon, entiteit of lichaam, of voor het verlenen van diensten aan deze natuurlijke persoon, rechtspersoon of entiteit, of dit lichaam, nadat zij hebben vastgesteld dat dit strikt noodzakelijk is voor het opzetten, certificeren of evalueren van een firewall, waardoor:

  1. de zeggenschap van de/het in de bijlage genoemde natuurlijke persoon, rechtspersoon, entiteit of lichaam over de activa van een naar het recht van een lidstaat erkend(e) of opgericht(e) rechtspersoon, entiteit of lichaam die/dat eigendom is of onder zeggenschap staat van eerstgenoemde, wordt opgeheven, en

  2. wordt gewaarborgd dat geen verdere tegoeden of economische middelen aan de/het op de lijst geplaatste natuurlijke of rechtspersoon, entiteit of lichaam ten goede komen.

27.

De leden 1 en 2 zijn niet van toepassing op tegoeden of economische middelen die nodig zijn voor het verrichten van loodsdiensten die noodzakelijk zijn om redenen van maritieme veiligheid.

28.

In afwijking van de leden 1 en 2 kunnen de bevoegde autoriteiten van een lidstaat toestemming verlenen voor de vrijgave van bepaalde bevroren tegoeden of economische middelen die toebehoren aan de onder nummer 270 onder „Entiteiten” in de bijlage vermelde entiteit, onder voorwaarden die zij passend achten en nadat zij hebben vastgesteld dat:

  1. dergelijke toestemming noodzakelijk is zodat de onder nummer 270 onder „Entiteiten” in de bijlage vermelde entiteit een door haar verschuldigde betaling kan doen aan een entiteit die is gevestigd in de Unie, in een land van de Europese Economische Ruimte, in Zwitserland of in een partnerland als vermeld in bijlage VII bij Besluit 2014/512/GBVB, of aan een onderdaan of ingezetene van een lidstaat, van een land dat lid is van de Europese Economische Ruimte, van Zwitserland of van een partnerland als vermeld in bijlage VII bij Besluit 2014/512/GBVB, en

  2. een dergelijke betaling de vergoeding of uitkering vormt die wordt verstrekt na het intreden van een risico en niet in strijd is met artikel 2, lid 2, van dit besluit.

29.

In afwijking van de leden 1 en 2 kunnen de bevoegde autoriteiten van een lidstaat toestemming verlenen, onder voorwaarden die zij passend achten, voor de vrijgave van bepaalde bevroren tegoeden of economische middelen of de beschikbaarstelling van bepaalde tegoeden of economische middelen aan de in de bijlage onder de nummers 92, 674, 675, 694, 880, 882, 909 en 920 onder „Personen” vermelde personen en de in de bijlage onder de nummers 38 en 39 onder „Entiteit” vermelde entiteiten, nadat zij hebben vastgesteld dat:

  1. de tegoeden of economische middelen noodzakelijk zijn voor de verkoop en overdracht uiterlijk op 30 juni 2024 van eigendomsrechten die direct of indirect eigendom zijn van een van die personen of entiteiten in een in de Unie gevestigde rechtspersoon, entiteit of lichaam, en

  2. de opbrengsten van deze verkoop en overdracht bevroren worden.

30.

In afwijking van de leden 1 en 2 kunnen de bevoegde autoriteiten van een lidstaat toestemming verlenen, onder voorwaarden die zij passend achten, voor de vrijgave van bepaalde bevroren tegoeden of economische middelen die toebehoren aan de onder nummer 333 in de rubriek „Entiteiten” van de bijlage vermelde entiteit, of voor de beschikbaarstelling van bepaalde tegoeden of economische middelen aan die entiteit, nadat zij hebben vastgesteld dat de betrokken tegoeden of economische middelen noodzakelijk zijn om uiterlijk op 19 juni 2024 contracten die vóór 18 december 2023 met die entiteit zijn gesloten, te beëindigen.

Artikel 2 bis

De lidstaten wijzen uiterlijk op 31 oktober 2024 de nationale autoriteiten aan die bevoegd zijn voor het identificeren en opsporen, in voorkomend geval, van de tegoeden en economische middelen die toebehoren aan, eigendom zijn van, in het bezit zijn van of onder zeggenschap staan van in de bijlage vermelde natuurlijke personen, rechtspersonen, entiteiten of lichamen die zich in hun rechtsgebied bevinden, teneinde inbreuken op of omzeiling van de verbodsbepalingen van dit besluit of van Verordening (EU) nr. 269/2014, of pogingen daartoe, te voorkomen of op te sporen.

Artikel 3

1.

De Raad besluit met eenparigheid van stemmen op voorstel van een lidstaat of van de hoge vertegenwoordiger van de Unie voor buitenlandse zaken en veiligheidsbeleid om de lijst in de bijlage vast te stellen en aan te passen.

2.

De Raad stelt de betrokken natuurlijke persoon of rechtspersoon, entiteit of lichaam in kennis van het in lid 1 bedoelde besluit, met inbegrip van de redenen voor plaatsing op de lijst, hetzij rechtstreeks, indien het adres bekend is, hetzij middels de bekendmaking van een kennisgeving, zodat die persoon, entiteit of dat lichaam daarover opmerkingen kan indienen.

3.

Indien er opmerkingen worden ingediend of substantieel nieuw bewijsmateriaal wordt overgelegd, toetst de Raad het in lid 1 bedoelde besluit en brengt hij de betrokken persoon, entiteit of het lichaam daarvan op de hoogte.

Artikel 4

1.

In de bijlage worden de redenen voor opneming van de in artikel 1, lid 1, en artikel 2, lid 1, bedoelde natuurlijke of rechtspersonen, entiteiten of lichamen in de lijst vermeld.

2.

De bijlage bevat ook de informatie, indien beschikbaar, die nodig is voor het identificeren van de betrokken natuurlijke of rechtspersonen, entiteiten of lichamen. Met betrekking tot natuurlijke personen kan die informatie bestaan uit namen, inclusief aliassen, geboortedatum en geboorteplaats, nationaliteit, paspoort- en identiteitskaartnummers, geslacht, adres indien bekend en functie of beroep. Met betrekking tot rechtspersonen, entiteiten of lichamen, kan dergelijke informatie bestaan uit namen, plaats en datum van registerinschrijving, registratienummer en plaats van vestiging.

Artikel 5

Artikel 6

BIJLAGE