De directe of indirecte verkoop, levering, overdracht of uitvoer van wapens en alle soorten aanverwant materieel, waaronder wapens en munitie, militaire voertuigen en militaire uitrusting, paramilitaire uitrusting en onderdelen daarvoor, aan of ten behoeve van de personen en entiteiten die door de Veiligheidsraad van de Verenigde Naties of het krachtens punt 19 van Resolutie 2140 (2014) ingestelde comité zijn aangewezen en de personen die namens hen of op hun aanwijzing handelen in Jemen, door onderdanen van de lidstaten of vanaf het grondgebied van de lidstaten of met gebruikmaking van onder hun vlag varende schepen of tot hun nationale luchtvaartmaatschappij behorende vliegtuigen, zijn verboden.
Besluit 2014/932/GBVB van de Raad van 18 december 2014 betreffende beperkende maatregelen in verband met de situatie in Jemen
Besluit 2014/932/GBVB van de Raad van 18 december 2014 betreffende beperkende maatregelen in verband met de situatie in Jemen
DE RAAD VAN DE EUROPESE UNIE,
Gezien het Verdrag betreffende de Europese Unie, en met name artikel 29,
Overwegende hetgeen volgt:
De Veiligheidsraad van de Verenigde Naties heeft op 26 februari 2014 Resolutie 2140 (2014) aangenomen, onder verwijzing naar VN-Resoluties 2014 (2011), 2051 (2012) en de presidentiële verklaring van de Veiligheidsraad van 15 februari 2013, en waarbij werd herhaald dat de Veiligheidsraad van de Verenigde Naties sterk hecht aan de eenheid, soevereiniteit, onafhankelijkheid en territoriale integriteit van Jemen.
Resolutie 2140 (2014) van de Veiligheidsraad van de Verenigde Naties (UNSCR) bepaalt dat reisbeperkingen moeten worden toegepast op de door het Comité dat is opgericht krachtens punt 19 van UNSCR 2140 (2014) („het Comité”) aan te wijzen personen en dat tegoeden en vermogensbestanddelen van de door het Comité aan te wijzen personen of entiteiten moeten worden bevroren.
Het Comité heeft op 7 november 2014 drie personen aangewezen overeenkomstig de criteria van punt 17 van UNSCR 2140 (2014).
Om bepaalde maatregelen uit te voeren is een optreden van de Unie nodig,
HEEFT HET VOLGENDE BESLUIT VASTGESTELD:
Artikel 1
De lijst van de in dit lid bedoelde personen en entiteiten staat in de bijlage bij dit besluit.
Er wordt een verbod ingesteld op:
-
het direct of indirect verlenen, aan natuurlijke personen of rechtspersonen, entiteiten of lichamen als bedoeld in lid 1, van technische bijstand, opleiding of andere bijstand, waaronder het leveren van gewapende huurlingen, gerelateerd aan militaire activiteiten of aan levering, fabricage, onderhoud of gebruik van wapens en alle soorten aanverwant materieel, met inbegrip van wapens en munitie, militaire voertuigen en uitrusting, paramilitaire uitrusting, en onderdelen daarvoor.
-
het direct of indirect verstrekken, aan natuurlijke personen of rechtspersonen, entiteiten of lichamen als bedoeld in lid 1, van financiering of financiële bijstand gerelateerd aan militaire activiteiten, waaronder met name subsidies, leningen en uitvoerkredietverzekeringen, alsook verzekeringen en herverzekeringen voor de verkoop, levering, overbrenging of uitvoer van wapens en daarmee verband houdend materieel, of voor de verlening van hiermee samenhangende technische of andere bijstand.
Artikel 2
De lidstaten inspecteren op hun grondgebied, met inbegrip van hun zee- en luchthavens, in overleg met hun nationale autoriteiten en in overeenstemming met hun nationale wetgeving en het internationale recht, in het bijzonder het zeerecht en ter zake dienende internationale burgerluchtvaartovereenkomsten, alle vracht naar Jemen, indien zij over informatie beschikken op grond waarvan er een redelijk vermoeden bestaat dat de vracht artikelen bevat waarvan de levering, verkoop, overbrenging of uitvoer krachtens dit besluit verboden is.
De lidstaten confisqueren en verwijderen (onder meer door vernietiging, onbruikbaarmaking, opslag of overdracht naar een andere staat dan de staat van herkomst of bestemming om daar te worden vernietigd) door hen ontdekte artikelen waarvan de levering, verkoop, overbrenging of uitvoer krachtens dit besluit verboden is.
De lidstaten bezorgen het Sanctiecomité onverwijld een eerste schriftelijk verslag over de inspectie als bedoeld in lid 1, waarin met name wordt uiteengezet waarom de inspectie heeft plaatsgevonden, wat het resultaat ervan is en of er al dan niet medewerking is verleend, en of er verboden voorwerpen zijn aangetroffen. Voorts dienen de lidstaten binnen 30 dagen bij het Sanctiecomité een schriftelijk vervolgverslag in met nadere gegevens omtrent de inspectie, de beslaglegging en de vernietiging, alsook omtrent de overdracht, met inbegrip van een beschrijving van de goederen, hun herkomst en beoogde bestemming, indien deze gegevens nog niet in het eerste schriftelijk verslag werden opgenomen.
Artikel 2 bis
De lidstaten nemen de nodige maatregelen om te voorkomen dat personen die door het Comité op de lijst zijn gezet wegens het verrichten of steunen van handelingen die de vrede, de veiligheid of de stabiliteit van Jemen bedreigen, hun grondgebied binnenkomen of over hun grondgebied reizen, waaronder doch niet uitsluitend:
-
handelingen die de succesvolle voltooiing van de politieke transitie, zoals omschreven in de overeenkomst betreffende het initiatief en het uitvoeringsmechanisme van de Samenwerkingsraad van de Golf (GCC), belemmeren of ondergraven;
-
handelingen die op gewelddadige wijze verhinderen dat de resultaten van het eindrapport van de brede conferentie voor nationale dialoog worden uitgevoerd of aanslagen op vitale infrastructuur;
-
de planning, aansturing of uitvoering van handelingen die een schending vormen van de toepasselijke internationale mensenrechten of het internationale humanitaire recht, of een inbreuk op de mensenrechten vormen, in Jemen, of
-
handelingen die het wapenembargo schenden, het verstrekken van humanitaire hulp aan Jemen belemmeren, of de toegang tot en de verdeling van humanitaire hulp in Jemen belemmeren.
De lijst van de in dit lid bedoelde personen is opgenomen in de bijlage bij dit besluit.
Lid 1 verplicht lidstaten niet eigen onderdanen te beletten hun grondgebied binnen te komen.
Lid 1 is niet van toepassing indien binnenkomst of doorreis noodzakelijk is voor het deelnemen aan gerechtelijke procedures.
Lid 1 is niet van toepassing indien een lidstaat per geval vaststelt dat deze binnenkomst of doorreis nodig is om vrede en stabiliteit in Jemen dichterbij te brengen, en de lidstaat vervolgens het Comité binnen 48 uur op de hoogte brengt van deze vaststelling.
Lid 1 is niet van toepassing wanneer het Comité, per geval vaststelt:
-
dat binnenkomst of doorreis noodzakelijk is om humanitaire redenen, religieuze voorschriften daaronder begrepen, of
-
dat een ontheffing een gunstige invloed zal hebben op de vrede en nationale verzoening in Jemen.
In de gevallen waarin een lidstaat krachtens de leden 3, 4, of 5, machtiging verleent tot binnenkomst of doorreis op zijn grondgebied van de in de bijlage vermelde personen, geldt deze machtiging alleen voor het doel waarvoor zij is verleend en alleen voor de bij de machtiging betrokken personen.
Artikel 2 ter
Alle tegoeden en economische middelen die eigendom zijn, in het bezit zijn of onder zeggenschap staan van personen of entiteiten die door het Comité op de lijst zijn gezet wegens het verrichten of steunen van handelingen die de vrede, de veiligheid of de stabiliteit van Jemen bedreigen, waaronder doch niet uitsluitend:
-
handelingen die de succesvolle voltooiing van de politieke transitie, zoals omschreven in de overeenkomst betreffende het initiatief en het uitvoeringsmechanisme van de Samenwerkingsraad van de Golf (GCC), belemmeren of ondergraven;
-
handelingen die op gewelddadige wijze verhinderen dat de resultaten van het eindrapport van de brede conferentie voor nationale dialoog worden uitgevoerd of aanslagen op vitale infrastructuur;
-
planning, aansturing of uitvoering van handelingen die een schending vormen van de toepasselijke internationale mensenrechten of het internationale humanitaire recht, of een inbreuk op de mensenrechten vormen, in Jemen, of
-
handelingen die het wapenembargo schenden, het verstrekken van humanitaire hulp aan Jemen belemmeren, of de toegang tot en de verdeling van humanitaire hulp in Jemen belemmeren;
of van personen of entiteiten die namens hen of onder hun leiding optreden, of van entiteiten die eigendom zijn van of onder hun zeggenschap staan, worden bevroren.
De lijst van de in dit lid bedoelde personen en entiteiten is opgenomen in de bijlage bij dit besluit.
Er worden geen tegoeden of economische middelen rechtstreeks of onrechtstreeks ter beschikking gesteld aan of ten behoeve van de op de lijsten in de bijlage bij dit besluit vermelde personen of entiteiten.
Lidstaten mogen ontheffingen van de in de leden 1 en 2 genoemde maatregelen toestaan voor tegoeden en economische middelen die:
-
noodzakelijk zijn ter dekking van basisuitgaven, zoals betalingen voor levensmiddelen, huur of hypotheeklasten, geneesmiddelen of medische behandelingen, belastingen, verzekeringspremies of nutsvoorzieningen;
-
uitsluitend bestemd zijn voor de betaling van redelijke honoraria of de vergoeding van gemaakte kosten in verband met de verlening van juridische diensten;
-
uitsluitend bestemd zijn voor de betaling van honoraria of kosten voor het loutere houden of beheren van bevroren tegoeden of economische middelen.
De uitzondering wordt toegestaan nadat de betrokken lidstaat het Comité kennis heeft gegeven van zijn voornemen om, naargelang het geval, de toegang tot de tegoeden of economische middelen toe te staan, en het Comité niet binnen vijf werkdagen na die kennisgeving een negatief besluit heeft genomen.
Lidstaten mogen ook ontheffingen van de in de leden 1 en 2 genoemde maatregelen toestaan voor tegoeden of economische middelen die:
-
noodzakelijk zijn ter dekking van uitzonderlijke uitgaven, mits de betrokken lidstaat het Comité in kennis heeft gesteld van deze vaststelling en het Comité deze vaststelling heeft goedgekeurd, of
-
het voorwerp zijn van een rechterlijk, administratief of arbitraal retentierecht of vonnis, in welk geval de tegoeden en economische middelen kunnen worden gebruikt om het retentierecht uit te oefenen of het vonnis ten uitvoer te leggen, mits het retentierecht of het vonnis dateert van vóór de datum waarop de persoon of entiteit in de bijlage was opgenomen, het retentierecht of het vonnis niet ten goede komt aan een in artikel 1 bedoelde persoon of entiteit; en de betrokken lidstaat het Comité ervan in kennis heeft gesteld.
Lid 1 belet niet dat een aangewezen persoon of entiteit betalingen doet die verschuldigd zijn wegens een contract dat is gesloten voordat de persoon of entiteit op de lijst werd geplaatst, mits de betrokken lidstaat heeft vastgesteld dat de betaling niet rechtstreeks of onrechtstreeks wordt ontvangen door een in lid 1, bedoelde persoon of entiteit en de betaling geschiedt nadat de betrokken lidstaat het Comité kennis heeft gegeven van het voornemen de betaling te verrichten of te ontvangen, dan wel te dien einde, in voorkomend geval, toestemming te verlenen tot het vrijgeven van de bevroren tegoeden, andere financiële activa of economische middelen, tien werkdagen voordat de toestemming wordt verleend.
Lid 2 is niet van toepassing op de bijboeking op bevroren rekeningen van:
-
rente of andere inkomsten op die rekeningen, of
-
betalingen die verschuldigd zijn krachtens contracten, overeenkomsten of verplichtingen die zijn gesloten of die zijn ontstaan vóór de datum waarop beperkende maatregelen van dit besluit op deze rekeningen van toepassing werd;
met dien verstande dat met betrekking tot de voormelde rente, andere inkomsten en betalingen lid 1 van toepassing blijft.