Home

Verordening (EU) nr. 223/2014 van het Europees Parlement en de Raad van 11 maart 2014 betreffende het Fonds voor Europese hulp aan de meest behoeftigen

Verordening (EU) nr. 223/2014 van het Europees Parlement en de Raad van 11 maart 2014 betreffende het Fonds voor Europese hulp aan de meest behoeftigen

TITEL I ALGEMENE BEPALINGEN

Artikel 1 Onderwerp en doel

Deze verordening stelt voor de periode van 1 januari 2014 tot en met 31 december 2020 het Fonds voor Europese hulp aan de meest behoeftigen ("het Fonds") in en bepaalt de doelstellingen van het Fonds, de reikwijdte van de steun, de beschikbare financiële middelen en de toewijzing ervan per lidstaat en stelt regels vast om de doeltreffendheid en de doelmatigheid van het Fonds te waarborgen.

Artikel 2 Definities

De volgende definities zijn van toepassing:

    1)"fundamentele materiële bijstand":
    basisconsumentengoederen met een geringe waarde voor het persoonlijk gebruik door de meest behoeftigen, zoals kleding, schoeisel, toiletartikelen, schoolbenodigdheden en slaapzakken;
    2)"meest behoeftigen":
    natuurlijke personen - individuen, gezinnen, huishoudens of uit dergelijke personen samengestelde groepen - wier behoefte aan hulp is vastgesteld aan de hand van objectieve criteria die door de bevoegde nationale autoriteiten in overleg met de relevante partijen, onder vermijding van belangenconflicten, zijn vastgesteld of die door de partnerorganisaties zijn omschreven en door die bevoegde nationale autoriteiten zijn goedgekeurd en elementen kunnen bevatten waarmee de hulp kan worden afgestemd op de meest behoeftigen in bepaalde geografische gebieden;
    3)"partnerorganisaties":
    publiekrechtelijke instanties en/of organisaties zonder winstoogmerk die rechtstreeks of via andere partnerorganisaties voedselhulp en/of fundamentele materiële bijstand, in voorkomend geval in combinatie met begeleidende maatregelen, verlenen aan de meest behoeftigen of activiteiten ondernemen die rechtstreeks gericht zijn op de sociale inclusie van de meest behoeftigen, en wier concrete acties overeenkomstig artikel 32, lid 3, onder b), zijn geselecteerd door de beheerautoriteit;
    4)"nationale regelingen":
    iedere regeling die, althans gedeeltelijk, dezelfde doelstelling heeft als het Fonds en die op nationaal, regionaal of lokaal niveau ten uitvoer wordt gelegd door publiekrechtelijke instanties of organisaties zonder winstoogmerk;
    5)"operationeel programma voor voedselhulp en/of fundamentele materiële bijstand"(ook "OP I" genoemd):
    een operationeel programma ter ondersteuning van de verlening van voedselhulp en/of fundamentele materiële bijstand aan de meest behoeftigen, in voorkomend geval in combinatie met begeleidende maatregelen, teneinde de sociale uitsluiting van de meest behoeftigen te verlichten;
    6)"operationeel programma voor de sociale inclusie van de meest behoeftigen"(ook "OP II" genoemd):
    een operationeel programma ter ondersteuning van de activiteiten buiten de actieve arbeidsmarktmaatregelen, bestaande uit niet-financiële, niet-materiële bijstand, gericht op de sociale inclusie van de meest behoeftigen;
    7)"concrete actie":
    een door of onder verantwoordelijkheid van de beheerautoriteit van het betrokken operationeel programma gekozen project, contract of actie, bijdragend tot de verwezenlijking van de doelstellingen van het betrokken operationeel programma;
    8)"voltooide concrete actie":
    een concrete actie die fysiek is voltooid of volledig ten uitvoer is gelegd en waarvoor de begunstigden alle betrokken betalingen hebben verricht en de hulp uit het betrokken operationeel programma aan de begunstigden is betaald;
    9)"begunstigde":
    een publiek- of privaatrechtelijke instantie die belast is met het opzetten of met het opzetten en uitvoeren van concrete acties;
    10)"eindontvanger":
    de meest behoeftige(n) die steun als omschreven in artikel 4 van deze verordening ontvangen;
    11)"begeleidende maatregelen":
    activiteiten die een aanvulling vormen op de verlening van voedselhulp en/of fundamentele materiële bijstand en die tot doel hebben sociale uitsluiting tegen te gaan en/of situaties van sociale nood op een krachtigere en duurzamere manier aan te pakken, bijvoorbeeld advisering over een evenwichtig voedingspatroon en budgetbeheer);
    12)"overheidsuitgaven":
    overheidsbijdrage aan de financiering van concrete acties, afkomstig uit de begroting van nationale, regionale of lokale overheden, uit de begroting van de Unie voor het Fonds, uit de begroting van publiekrechtelijke instanties of uit de begroting van verenigingen van overheden of publiekrechtelijke instellingen in de zin van artikel 1, lid 9, van Richtlijn 2004/18/EG van het Europees Parlement en de Raad(1);
    13)"intermediaire instantie":
    elke publiek- of privaatrechtelijke instantie die handelt onder verantwoordelijkheid van een beheer- of certificeringsautoriteit of die namens een dergelijke autoriteit taken verricht ten behoeve van begunstigden die concrete acties uitvoeren;
    14)"boekjaar":
    de periode van 1 juli tot en met 30 juni, behalve voor het eerste boekjaar van de programmeringsperiode, dat de periode van de begindatum voor subsidiabiliteit van de uitgaven tot en met 30 juni 2015 omvat. Het laatste boekjaar loopt van 1 juli 2023 tot en met 30 juni 2024;
    15)"begrotingsjaar":
    het tijdvak van 1 januari tot en met 31 december;
    16)"onregelmatigheid":
    elke inbreuk op het Unierecht of op het nationale recht betreffende de toepassing daarvan, als gevolg van een handeling of nalatigheid van een bij de uitvoering van het Fonds betrokken economisch subject waarbij de begroting van de Unie door een onverschuldigde uitgave wordt of zou worden benadeeld;
    17)"economisch subject":
    elke natuurlijke of rechtspersoon of andere instantie die betrokken is bij de uitvoering van de bijstandsmaatregelen van het Fonds, met uitzondering van de lidstaten in de uitoefening van hun prerogatieven van openbaar gezag;
    18)"systemische onregelmatigheid":
    elke onregelmatigheid, al dan niet herhaaldelijk optredend, die zich met grote waarschijnlijkheid zal voordoen bij soortgelijke concrete acties, en die voortvloeit uit een ernstige tekortkoming in het doeltreffende functioneren van het beheer- en controlesysteem, daaronder begrepen het niet-vaststellen van passende procedures overeenkomstig deze verordening;
    19)"ernstige tekortkoming in het doeltreffende functioneren van het beheer- en controlesysteem":
    een tekortkoming die aanzienlijke verbeteringen in het systeem vereist, het Fonds blootstelt aan een significant risico van onregelmatigheden en waarvan het bestaan niet verenigbaar is met een zonder voorbehoud afgegeven auditverklaring inzake het functioneren van het beheer- en controlesysteem.

Artikel 3 Doelstellingen

1.

Het Fonds bevordert de sociale samenhang, versterkt de sociale inclusie en draagt daarmee uiteindelijk bij aan de uitbanning van de armoede in de Unie doordat het een bijdrage levert aan de verwezenlijking van de doelstelling van de Europa 2020-strategie om ten minste 20 miljoen minder mensen bloot te stellen aan het risico op armoede en sociale uitsluiting, en vormt een aanvulling op de structuurfondsen. Het Fonds draagt bij tot de verwezenlijking van het specifieke doel van verlichting van de ergste vormen van armoede door het verstrekken van niet-financiële bijstand aan de meest behoeftigen: voedselhulp en/of fundamentele materiële bijstand en sociale-inclusieactiviteiten die gericht zijn op de sociale integratie van de meest behoeftigen.

Dit doel en de resultaten van de uitvoering van het Fonds worden kwalitatief en kwantitatief beoordeeld.

2.

Het Fonds vormt een aanvulling op de duurzame nationale beleidsmaatregelen op het gebied van armoedebestrijding en sociale inclusie, die de verantwoordelijkheid van de lidstaten blijven.

Artikel 4 Reikwijdte van de steunverlening

1.

Het Fonds ondersteunt nationale regelingen op grond waarvan voedselhulp en/of fundamentele materiële bijstand via door de lidstaten geselecteerde partnerorganisaties worden verdeeld onder de meest behoeftigen.

Om de voedselverstrekking aan de meest behoeftigen te verhogen en te diversifiëren en om voedselverspilling te verminderen en te voorkomen, kan het Fonds activiteiten ondersteunen in verband met de inzameling, het vervoer, de opslag en de distributie van levensmiddelenschenkingen.

Het Fonds kan tevens begeleidende maatregelen ondersteunen die de verstrekking van voedselhulp en/of fundamentele materiële bijstand aanvullen.

2.

Het Fonds ondersteunt activiteiten die bijdragen tot de sociale inclusie van de meest behoeftigen.

3.

Het Fonds bevordert op Unieniveau het wederzijds leren, netwerkvorming en de verspreiding van goede praktijken op het gebied van niet-financiële bijstand aan de meest behoeftigen.

Artikel 5 Beginselen

TITEL II MIDDELEN EN PROGRAMMERING

Artikel 6 Totale middelen

Artikel 6 bis Aanvullende middelen in reactie op de met de COVID-19-uitbraak verband houdende crisis

Artikel 7 Operationele programma's

Artikel 8 Vaststelling van de operationele programma's

Artikel 9 Wijziging van de operationele programma's

Artikel 10 Uitwisseling van goede praktijken

TITEL III TOEZICHT EN EVALUATIE, INFORMATIE EN COMMUNICATIE

Artikel 11 Comité van toezicht voor een OP II

Artikel 12 Taken van het comité van toezicht voor OP II

Artikel 13 Verslagen over de uitvoering en indicatoren

Artikel 14 Evaluatievergaderingen

Artikel 15 Algemene bepalingen inzake evaluatie

Artikel 16 Ex-ante-evaluatie

Artikel 17 Evaluatie tijdens de programmeringsperiode

Artikel 18 Ex-postevaluatie

Artikel 19 Informatie en communicatie

TITEL IV FINANCIËLE STEUN VAN HET FONDS

Artikel 20 Medefinanciering

Artikel 21 Verhoging van betalingen voor lidstaten met tijdelijke begrotingsproblemen

Artikel 22 Subsidiabiliteitsperiode

Artikel 23 Subsidiabiliteit van concrete acties

Artikel 24 Vormen van steun

Artikel 25 Vormen van subsidies

Artikel 26 Subsidiabiliteit van de uitgaven

Artikel 26 bis Subsidiabiliteit van de uitgaven voor in het kader van OP I ondersteunde concrete acties tijdens de opschorting ervan als gevolg van de Covid‐19-uitbraak

Artikel 26 ter Subsidiabiliteit van de uitgaven voor in het kader van OP II of technische bijstand ondersteunde concrete acties tijdens de opschorting ervan als gevolg van de Covid‐19-uitbraak

Artikel 26 quater Subsidiabiliteit van de uitgaven voor in het kader van OP II of technische bijstand ondersteunde concrete acties die als gevolg van de Covid‐19-uitbraak niet volledig zijn uitgevoerd

Artikel 27 Technische bijstand

TITEL V BEHEER EN CONTROLE

Artikel 28 Algemene beginselen van beheer- en controlesystemen

Artikel 29 Verantwoordelijkheden in het kader van gedeeld beheer

Artikel 30 Verantwoordelijkheden van de lidstaten

Artikel 31 Aanwijzing van autoriteiten

Artikel 32 Functies van de beheerautoriteit

Artikel 33 Functies van de certificeringsautoriteit

Artikel 34 Functies van de auditautoriteit

Artikel 35 Procedure voor de aanwijzing van de beheerautoriteit en de certificeringsautoriteit

Artikel 36 Bevoegdheden en verantwoordelijkheden van de Commissie

Artikel 37 Samenwerking met auditautoriteiten

TITEL VI FINANCIEEL BEHEER, ONDERZOEK EN GOEDKEURING VAN REKENINGEN, FINANCIËLE CORRECTIES EN VRIJMAKINGEN

HOOFDSTUK 1 Financieel beheer

Artikel 38 Vastleggingen

Artikel 39 Betalingen door de Commissie

Artikel 40 Tussentijdse betalingen en betaling van het eindsaldo door de Commissie

Artikel 41 Betalingsaanvragen

Artikel 42 Betalingen aan begunstigden

Artikel 43 Gebruik van de euro

Artikel 44 Betaling en goedkeuring van voorfinanciering

Artikel 45 Termijn voor de indiening van aanvragen voor tussentijdse betaling en voor de betaling ervan

Artikel 46 Schorsing van betalingstermijn

Artikel 47 Opschorting van betalingen

HOOFDSTUK 2 Voorbereiding, onderzoek en goedkeuring van de rekeningen en afsluiting van de operationele programma's

Artikel 48 Indiening van informatie

Artikel 49 Voorbereiding van de rekeningen

Artikel 50 Onderzoek en goedkeuring van de rekeningen

Artikel 51 Beschikbaarheid van documenten

Artikel 52 Indiening van afsluitingsdocumenten en betaling van het eindsaldo

HOOFDSTUK 3 Financiële correcties en terugvorderingen

Artikel 53 Financiële correcties door de lidstaten

Artikel 54 Financiële correcties door de Commissie

Artikel 55 Criteria voor financiële correcties door de Commissie

Artikel 56 Procedure voor financiële correcties door de Commissie

Artikel 57 Terugbetaling

Artikel 58 Evenredige controle van operationele programma's

HOOFDSTUK 4 Vrijmaking

Artikel 59 Vrijmaking

Artikel 60 Uitzonderingen op de vrijmaking

Artikel 61 Procedure

TITEL VII DELEGATIE VAN BEVOEGDHEDEN, UITVOERINGS- EN SLOTBEPALINGEN

Artikel 62 Uitoefening van de bevoegdheidsdelegatie

Artikel 63 Comitéprocedure

Artikel 63 bis Toepasselijkheid

Artikel 64 Inwerkingtreding

BIJLAGE I

BIJLAGE II

BIJLAGE III

BIJLAGE IV