Richtlijn 2003/87/EG wordt als volgt gewijzigd:
-
Het volgende artikel wordt ingevoegd:
1.In afwijking van artikel 12, lid 2 bis, artikel 14, lid 3, en artikel 16, beschouwen de lidstaten de in die bepalingen vastgestelde voorschriften als voldaan en ondernemen zij geen actie tegen vliegtuigexploitanten wat betreft:
-
alle emissies van vluchten naar of van luchtvaartterreinen gelegen in landen buiten de Europese Economische Ruimte (EER) in elk kalenderjaar met ingang van 1 januari 2013 tot en met 31 december 2016;
-
alle emissies van vluchten tussen een luchtvaartterrein dat gelegen is in een ultraperifere regio in de zin van artikel 349 van het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie, en een luchtvaartterrein dat gelegen is in een andere regio van de EER in elk kalenderjaar met ingang van 1 januari 2013 tot en met 31 december 2016;
-
de inlevering van emissierechten voor geverifieerde emissies voor 2013 van vluchten tussen luchtvaartterreinen gelegen in EER-staten, die uiterlijk op 30 april 2015 in plaats van uiterlijk op 30 april 2014 plaatsvindt, en geverifieerde emissies voor 2013 van die vluchten, die uiterlijk op 31 maart 2015 in plaats van uiterlijk op 31 maart 2014 worden gerapporteerd.
Voor de toepassing van de artikelen 11 bis, 12 en 14, moeten de geverifieerde emissies van vluchten andere dan deze bedoeld in de eerste alinea worden beschouwd als geverifieerde emissies van de vliegtuigexploitant.
2.In afwijking van artikel 3 sexies, lid 5, en artikel 3 septies, worden aan vliegtuigexploitanten voor wie de afwijkingen gelden waarin in lid 1, onder a) en b), van dit artikel wordt voorzien, een aantal kosteloze emissierechten toegewezen dat is gereduceerd in verhouding tot de reductie van de verplichting om emissierechten in te leveren zoals voorzien in die punten.
In afwijking van artikel 3 septies, lid 8, worden emissierechten die niet zijn toegewezen ten gevolge van de toepassing van de eerste alinea van dit lid geannuleerd.
Wat de activiteiten in de periode vanaf 1 januari 2013 tot en met 31 december 2016 betreft, publiceren de lidstaten uiterlijk op 1 september 2014 het aantal kosteloze luchtvaartemissierechten, dat zij aan elke vliegtuigexploitant hebben toegewezen.
3.In afwijking van artikel 3 quinquies veilen de lidstaten een aantal luchtvaartemissierechten dat gereduceerd is in verhouding tot de reductie van het totale aantal toegewezen emissierechten.
4.In afwijking van artikel 3 quinquies, lid 3, wordt het aantal emissierechten dat elke lidstaat elk jaar veilt voor de periode van 1 januari 2013 tot en met 31 december 2016 gereduceerd, zodat het overeenstemt met het aandeel van de toegewezen emissierechten voor vluchten die niet vallen onder de afwijking bepaald in lid 1, onder a) en b), van dit artikel.
5.In afwijking van artikel 3 octies wordt van vliegtuigexploitanten niet verlangd dat zij bewakingsplannen inleveren waarin maatregelen worden vermeld om emissies te bewaken en te rapporteren met betrekking tot vluchten die vallen onder de afwijkingen bepaald in lid 1, onder a) en b), van dit artikel.
6.In afwijking van de artikelen 3 octies, 12, 15 en 18 bis, worden de emissies van een vliegtuigexploitant met totale jaarlijkse emissies van minder dan 25 000 ton CO2 beschouwd als geverifieerde emissies indien deze werden vastgesteld met gebruikmaking van het instrument voor kleine emittenten dat door Verordening (EU) nr. 606/2010 van de Commissie(*) is goedgekeurd en door Eurocontrol werd voorzien van gegevens uit zijn ETS-ondersteuningsfaciliteit. De lidstaten mogen voor niet-commerciële vliegtuigexploitanten vereenvoudigde procedures toepassen op voorwaarde dat dergelijke procedures niet minder nauwkeurig zijn dan het instrument voor kleine emittenten.
7.Voor de toepassing van dit artikel worden vluchten tussen luchtvaartterreinen die gelegen zijn in EER-staten en in landen die in 2013 zijn toegetreden tot de Unie beschouwd als vluchten tussen in EER-staten gelegen luchtvaartterreinen.
8.De Commissie stelt het Europees Parlement regelmatig, en ten minste eenmaal per jaar, op de hoogte van de voortgang in de onderhandelingen met de Internationale Burgerluchtvaartorganisatie (International Civil Aviation Organization — ICAO), alsmede van haar inspanningen om de internationale aanvaarding van marktgebaseerde regelingen in derde landen te bevorderen. Na de ICAO-vergadering van 2016 brengt de Commissie aan het Europees Parlement en de Raad verslag uit over de maatregelen met het oog op de tenuitvoerlegging van een internationale overeenkomst over een wereldwijde marktgebaseerde maatregel vanaf 2020, die de broeikasgasemissie van de luchtvaart op non-discriminatoire wijze zal verminderen, alsmede over informatie met betrekking tot het gebruik van opbrengsten, die door de lidstaten overeenkomstig artikel 17 van Verordening (EU) nr. 525/2013 wordt verstrekt.
In dat verslag, overweegt de Commissie en neemt zij, indien nodig, voorstellen op voorstellen als reactie op die ontwikkelingen met betrekking tot de vraag wat het geschikte toepassingsgebied is voor emissies van activiteit naar of van luchtvaartterreinen gelegen in landen buiten de EER vanaf 1 januari 2017. In dat verslag overweegt de Commissie eveneens oplossingen voor andere problemen die kunnen ontstaan bij de toepassing van de leden 1 tot en met 4 van dit artikel, terwijl voor alle vluchten op dezelfde route voor alle vliegtuigexploitanten een gelijke behandeling gewaarborgd blijft.
-
-
In de kolom „Activiteiten” van de in bijlage I opgenomen tabel wordt onder het kopje „Luchtvaart” het volgende punt toegevoegd na punt j):
-
met ingang van 1 januari 2013 tot en met 31 december 2020, vluchten die zonder dit punt onder deze activiteit zouden vallen, en die worden uitgevoerd door een niet-commerciële vliegtuigexploitant die vluchten uitvoert met een totale emissie van minder dan 1 000 ton per jaar.”.
-