Home

Gedelegeerde Verordening (EU) n r. 480/2014 van de Commissie van 3 maart 2014 tot aanvulling van Verordening (EU) nr. 1303/2013 van het Europees Parlement en de Raad houdende gemeenschappelijke bepalingen inzake het Europees Fonds voor regionale ontwikkeling, het Europees Sociaal Fonds, het Cohesiefonds, het Europees Landbouwfonds voor plattelandsontwikkeling en het Europees Fonds voor maritieme zaken en visserij en algemene bepalingen inzake het Europees Fonds voor regionale ontwikkeling, het Europees Sociaal Fonds, het Cohesiefonds en het Europees Fonds voor maritieme zaken en visserij

Gedelegeerde Verordening (EU) n r. 480/2014 van de Commissie van 3 maart 2014 tot aanvulling van Verordening (EU) nr. 1303/2013 van het Europees Parlement en de Raad houdende gemeenschappelijke bepalingen inzake het Europees Fonds voor regionale ontwikkeling, het Europees Sociaal Fonds, het Cohesiefonds, het Europees Landbouwfonds voor plattelandsontwikkeling en het Europees Fonds voor maritieme zaken en visserij en algemene bepalingen inzake het Europees Fonds voor regionale ontwikkeling, het Europees Sociaal Fonds, het Cohesiefonds en het Europees Fonds voor maritieme zaken en visserij

DE EUROPESE COMMISSIE,

Gezien het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie,

Gezien Verordening (EU) nr. 1303/2013 van het Europees Parlement en de Raad van 17 december 2013 houdende gemeenschappelijke bepalingen inzake het Europees Fonds voor regionale ontwikkeling, het Europees Sociaal Fonds, het Cohesiefonds, het Europees Landbouwfonds voor plattelandsontwikkeling en het Europees Fonds voor maritieme zaken en visserij en algemene bepalingen inzake het Europees Fonds voor regionale ontwikkeling, het Europees Sociaal Fonds, het Cohesiefonds en het Europees Fonds voor maritieme zaken en visserij, en tot intrekking van Verordening (EG) nr. 1083/2006 van de Raad(1), en met name artikel 22, lid 7; artikel 37, lid 13; artikel 38, lid 4; artikel 40, lid 4; artikel 41, lid 3; artikel 42, lid 1; artikel 42, lid 6; artikel 61, lid 3; artikel 68, lid 1; artikel 101; artikel 125, lid 8; artikel 125, lid 9; artikel 127, leden 7 en 8; en artikel 144, lid 6,

Overwegende hetgeen volgt:

  1. Verordening (EU) nr. 1303/2013, in het tweede deel, stelt gemeenschappelijke bepalingen op voor het Europees Fonds voor Regionale Ontwikkeling (EFRO), het Europees Sociaal Fonds (ESF), het Cohesiefonds, het Europees Landbouwfonds voor plattelandsontwikkeling (Elfpo) en het Europees Fonds voor maritieme zaken en visserij (EFMZV), die nu opereren onder een gemeenschappelijk kader (de „Europese structuur- en investeringsfondsen” of „ESI-fondsen”). Daarnaast bevat het derde deel van die verordening algemene bepalingen voor het EFRO, het ESF en het Cohesiefonds, maar niet voor het Elfpo en het EFMZV; deel vier van die verordening bevat algemene bepalingen voor het EFRO, het ESF, het Cohesiefonds en het EFMZV, maar niet voor het Elfpo. In deze verordening worden bepalingen voor alle ESI-fondsen vastgesteld, alsmede bepalingen die alleen op de fondsen van toepassing zijn of op de fondsen en het EFMZV.

  2. Het is noodzakelijk om nadere bepalingen vast te stellen over de criteria voor het bepalen van de hoogte van de financiële correctie die de Commissie op grond van het prestatiekader kan toepassen voor elke prioriteit die is opgenomen in de door de ESI-fondsen ondersteunde programma's.

  3. Dergelijke financiële correcties kunnen alleen worden toegepast als aan meerdere voorwaarden tegelijkertijd is voldaan. De hoogte van de financiële correctie moet worden bepaald op basis van vaste percentages in verhouding tot een coëfficiënt, berekend ten opzichte van het niveau van de fysieke voltooiing en financiële absorptie. Externe factoren die bijdragen aan een ernstige tekortkoming waardoor niet voldaan kan worden aan de doelstellingen vastgesteld in het prestatiekader voor 2023, met uitzondering van factoren die financiële correcties uitsluiten, moeten per geval worden bekeken en kunnen een grond zijn voor een lager correctiepercentage dat anders op basis van de coëfficiënt zou zijn toegepast.

  4. In de bepalingen over de criteria voor het vaststellen van de hoogte van de toe te passen financiële correcties volgens het prestatiekader moet een speciale toewijzing voor het Werkgelegenheidsinitiatief voor jongeren afzonderlijk worden behandeld.

  5. Specifieke regels moeten duidelijkheid verschaffen over de bepalingen over de aankoop van grond met ondersteuning door financiële instrumenten.

  6. Een samenhangend kader voor de combinatie van subsidies voor technische ondersteuning en een financieel instrument voor één enkele handeling vereist dat dit alleen is toegestaan in geval van technische voorbereiding op de toekomstige investering ten behoeve van de eindbegunstigde.

  7. Om te waarborgen dat de uitvoering van financiële instrumenten wordt toevertrouwd aan instanties die over voldoende capaciteit beschikken om dat in overeenstemming met de doelstellingen en prioriteiten van de ESI-fondsen en op de meest efficiënte manier, te doen moeten er criteria voor de selectie van dergelijke instanties, evenals voor de rol, de verplichting en de verantwoordelijkheden ervan, worden vastgesteld.

  8. Om te zorgen voor een goed financieel beheer van de financiële instrumenten die garanties bieden, moeten de bijdragen van de programma's worden gebaseerd op een prudente ex ante-risicobeoordeling, rekening houdende met een passend multiplicatoreffect.

  9. Om ervoor te zorgen dat de financiële instrumenten in overeenstemming met de toepasselijke wetgeving worden uitgevoerd, moeten er specifieke voorzieningen worden getroffen met betrekking tot hun beheer en controle, waaronder audits.

  10. Om te zorgen voor een goed financieel beheer van programmabijdragen aan financieringsinstrumenten moet elke intrekking van dergelijke bijdragen op de juiste wijze tot uiting komen in de relevante betalingsaanvragen.

  11. Om te zorgen voor consistente berekening van subsidiabele gekapitaliseerde rentesubsidies en subsidies voor garantievergoedingen moeten er specifieke bepalingen voor hun berekening worden opgesteld.

  12. Om snelle en efficiënte inzet van middelen in de reële economie en goed financieel beheer te bevorderen en tegelijkertijd instanties die financiële instrumenten invoeren te verzekeren van een redelijke vergoeding, moeten er criteria voor het vaststellen van de beheerskosten en -vergoedingen op basis van prestaties en toepasselijke drempels, alsmede bepalingen voor vergoeding van gekapitaliseerde beheerskosten en -vergoedingen voor instrumenten op basis van effecten en microkrediet worden opgezet.

  13. Overeenkomstig het beginsel van goed financieel beheer moeten de door concrete acties gegenereerde inkomsten in aanmerking worden genomen bij de berekening van de publieke bijdrage.

  14. Het is noodzakelijk om de methode te bepalen voor het berekenen van de verdisconteerde netto-inkomsten van de concrete actie, met inachtneming van de toepasselijke referentieperioden voor de sector van de actie, de normaal verwachte rentabiliteit van het type investering, de toepassing van het beginsel dat de vervuiler betaalt en, in voorkomend geval, billijkheidsoverwegingen met betrekking tot de relatieve welvaart van de betrokken lidstaat of de betrokken regio.

  15. De toepasselijke referentieperioden voor sectoren op basis van historische gegevens die zijn verzameld betreffende inkomstengenererende projecten in de programmeringsperiode 2007-2013 dienen te worden vastgesteld.

  16. Het is noodzakelijk te bepalen welke kosten en inkomsten in aanmerking moeten worden genomen bij het berekenen van de verdisconteerde netto-inkomsten, alsmede de voorwaarden voor de bepaling van een restwaarde en de financiële discontovoet.

  17. De als indicatieve maatstaf voorgestelde discontovoet van 4 % moet worden gebaseerd op het huidige langetermijnrendement van een internationale beleggingsportefeuille, zoals berekend als gemiddeld rendement van 3 % van het vermogen, naar boven bijgesteld met 1 %, hetgeen het percentage is waarmee de gemiddelde lange rentes op overheidsobligaties in de Unie zijn gedaald sinds de financiële discontovoet voor de programmeringsperiode 2007-2013 werd ingesteld.

  18. Het beginsel dat de vervuiler betaalt, vereist dat de kosten van milieuvervuiling en preventie worden gedragen door de veroorzakers van vervuiling en dat de heffingsregelingen de volledige kosten, met inbegrip van investeringskosten, omvatten van milieudiensten, de milieukosten van vervuiling, de preventieve maatregelen die zijn genomen en de kosten in verband met de schaarste van de gebruikte hulpbronnen.

  19. Om de administratieve lasten te verminderen, zou het voor begunstigden mogelijk moeten zijn om gebruik te maken van bestaande methoden en overeenkomstige percentages die voor beleidsterreinen van de Unie zijn vastgesteld, teneinde de indirecte kosten te berekenen indien de concrete acties en begunstigden van vergelijkbare aard zijn.

  20. Om ervoor te zorgen dat de uit hoofde van de ESI-fondsen ondersteunde activiteiten, die een vast percentage kunnen gebruiken voor indirecte kosten op andere beleidsterreinen van de Unie, vergelijkbaar zijn met gefinancierde acties op die andere beleidsterreinen, is het noodzakelijk de steunverleningscategorieën en investeringsprioriteiten of -maatregelen waaronder die vallen, te definiëren.

  21. De te gebruiken methode voor het uitvoeren van de kwaliteitstoetsing van grote projecten moet worden vastgesteld. Een onafhankelijke beoordeling door een deskundige is een voorwaarde voor een lidstaat om een groot project bij de Commissie in te dienen aan de hand van de aanmeldingsprocedure van Verordening (EU) nr. 1303/2013.

  22. Als een lidstaat ervoor kiest de aanmeldingsprocedure te gebruiken, moet hij besluiten of het project wordt beoordeeld door onafhankelijke deskundigen die technische bijstand krijgen van de Commissie of, als de Commissie daarmee instemt, door andere onafhankelijke deskundigen.

  23. De bekwaamheid, competentie en onpartijdigheid van onafhankelijke deskundigen die de kwaliteitsbeoordeling van grote projecten uitvoeren, behoren tot de belangrijkste factoren die bepalen of de uitkomst van de beoordeling van goede kwaliteit en betrouwbaar is. Daarom moeten er bepaalde eisen gesteld worden aan onafhankelijke deskundigen om te waarborgen dat hun werk met betrekking tot kwaliteitstoetsing betrouwbaar en van hoge kwaliteit is. Alle onafhankelijke deskundigen moeten aan deze eisen voldoen, ongeacht of hun werk wordt ondersteund door technische bijstand op initiatief van de Commissie of door de lidstaat. Het dient de verantwoordelijkheid van de lidstaat te zijn te controleren of de onafhankelijke deskundigen aan deze eisen voldoen alvorens de Commissie te vragen of die instemt met een selectie van onafhankelijke deskundigen.

  24. Aangezien alleen grote, door de onafhankelijke deskundigen positief beoordeelde projecten voor indiening bij de Commissie met behulp van de aanmeldingsprocedure in aanmerking komen, is het noodzakelijk dat er hiertoe duidelijke criteria worden vastgesteld. Daarnaast is het noodzakelijk de stappen van dit evaluatieproces en de parameters voor kwaliteitsbeoordeling als onderdeel van de toetsing vast te stellen, om ervoor te zorgen dat de kwaliteitsbeoordeling van elk groot project op dezelfde methodologische aanpak is gebaseerd en dat de kwaliteitsbeoordeling is uitgevoerd op een wijze die bijdraagt tot verbetering van de kwaliteit van de grote projecten die zijn onderworpen aan deze toetsing.

  25. Verordening (EU) nr. 1303/2013 vereist van de managementautoriteit dat deze een systeem opzet voor de vastlegging en opslag in geautomatiseerde vorm van de voor toezicht, evaluatie, financieel beheer, verificatie en audit vereiste gegevens over elke concrete actie, met inbegrip van gegevens over individuele deelnemers. Het is daarom noodzakelijk dat er een lijst wordt opgesteld van gegevens die in dat systeem moeten worden geregistreerd en opgeslagen.

  26. Bepaalde gegevens zijn van belang voor specifieke soorten concrete acties of voor slechts enkele van de ESI-fondsen; de toepasselijkheid van gegevensvereisten moet daarom worden gespecificeerd. Verordening (EU) nr. 1303/2013 en Verordening (EU) nr. 1304/2013 van het Europees Parlement en de Raad(2) bevatten specifieke eisen voor de registratie en opslag van gegevens over individuele deelnemers aan door het ESF ondersteunde acties, die in acht moeten worden genomen.

  27. In de lijst met gegevens moet rekening worden gehouden met de rapportagevereisten zoals vastgesteld in Verordening (EU) nr. 1303/2013 en de fondsspecifieke verordeningen om ervoor te zorgen dat de benodigde boekhoudgegevens voor het financiële beheer en toezicht — met inbegrip van de gegevens die nodig zijn om betalingsaanvragen, rekeningen en een verslag over de uitvoering op te stellen — voor elke concrete actie bestaan in een vorm waardoor deze eenvoudig te verzamelen en samen te voegen zijn. Om een effectief financieel beheer van acties te waarborgen en aan de eisen voor publicatie van basisgegevens over concrete acties te voldoen, is het noodzakelijk dat bepaalde gegevens in de lijst in geautomatiseerde vorm worden opgenomen. Er zijn nog meer gegevens nodig voor de doeltreffende planning en uitvoering van controlewerkzaamheden en audits.

  28. De lijst met gegevens die moeten worden geregistreerd en opgeslagen mag niet vooruitlopen op de technische kenmerken of structuur van de geautomatiseerde systemen die door managementautoriteiten zijn ontwikkeld of niet vooraf het formaat van de geregistreerde en opgeslagen gegevens bepalen, tenzij uitdrukkelijk vastgelegd in deze verordening. Evenmin mag de lijst vooruitlopen op de wijze waarop gegevens worden ingevoerd of verzameld binnen het systeem; in sommige gevallen vereisen de gegevens in de lijst dat er meerdere waarden worden ingevoerd. Toch is het noodzakelijk dat er bepaalde regels inzake de aard van deze gegevens worden vastgesteld, om ervoor te zorgen dat de managementautoriteit haar verantwoordelijkheden op het gebied van toezicht, evaluatie, financieel beheer, controles en audits, ook als dit de verwerking van gegevens van individuele deelnemers vereist, kan waarmaken.

  29. Om te zorgen dat uitgaven onder operationele programma's gestuurd en gecontroleerd kunnen worden, is het noodzakelijk dat er criteria worden vastgesteld, waaraan een audittraject moet voldoen om als toereikend te worden beschouwd.

  30. In verband met de auditwerkzaamheden uit hoofde van Verordening (EU) nr. 1303/2013 dient te worden bepaald dat de Commissie en de lidstaten elke vorm van ongeoorloofde openbaarmaking van of toegang tot persoonlijke gegevens moeten voorkomen, en dient te worden gespecificeerd voor welke doeleinden de Commissie en de lidstaten dergelijke gegevens kunnen verwerken.

  31. De auditautoriteit is verantwoordelijk voor de audits van concrete acties. Om ervoor te zorgen dat de reikwijdte en de inhoud van audits op de boekhouding toereikend zijn en dat ze in alle lidstaten volgens dezelfde normen worden uitgevoerd, is het noodzakelijk om de voorwaarden uiteen te zetten waaraan ze moeten voldoen.

  32. Het is noodzakelijk de grondslag voor de steekproeven op de te controleren acties in detail vast te stellen, waaraan de auditautoriteit zich moet houden bij het vastleggen of goedkeuren van de steekproefmethoden, waaronder de bepaling van de steekproefeenheid, bepaalde technische criteria voor de steekproef en waar nodig factoren waar rekening mee moet worden gehouden ingeval van aanvullende steekproeven.

  33. De auditautoriteit moet een controleverslag opstellen met daarin de boekhoudgegevens zoals beschreven in Verordening (EU) nr. 1303/2013. Om ervoor te zorgen dat de reikwijdte en de inhoud van audits op de boekhouding toereikend zijn en dat die in alle lidstaten volgens dezelfde normen worden uitgevoerd, is het noodzakelijk om de voorwaarden uiteen te zetten waaraan ze moeten voldoen.

  34. Om rechtszekerheid en gelijke behandeling van alle lidstaten bij het toepassen van financiële correcties te waarborgen, in overeenstemming met het evenredigheidsbeginsel, is het noodzakelijk om criteria vast te stellen om te bepalen of er ernstige tekortkomingen in de werking van de beheers- en controlesystemen zijn, alsmede om de belangrijkste vormen van tekortkomingen te definiëren en de criteria vast te stellen voor het bepalen van de hoogte van de toe te passen financiële correctie, alsmede de criteria voor het toepassen van vaste percentages of geëxtrapoleerde financiële correcties.

  35. Om snelle toepassing van de in deze Verordening vastgestelde maatregelen mogelijk te maken, dient deze verordening van kracht te worden op de dag volgende op die van de bekendmaking ervan in het Publicatieblad van de Europese Unie,

HEEFT DE VOLGENDE VERORDENING VASTGESTELD:

HOOFDSTUK I ALGEMENE BEPALINGEN

Artikel 1 Onderwerp

Deze verordening bevat de volgende bepalingen tot aanvulling van Verordening (EU) nr. 1303/2013:

  1. de bepalingen tot aanvulling van het tweede deel van die verordening die van toepassing is op het EFRO, het ESF, het Cohesiefonds, het Elfpo en het EFMZV (hierna de „ESI Fondsen” genoemd) met betrekking tot het volgende:

    1. criteria voor het bepalen van de hoogte van de volgens het prestatiekader toe te passen financiële correctie;

    2. regels betreffende financiële instrumenten, met betrekking tot het volgende:

      • aanvullende specifieke bepalingen voor de aankoop van grond en voor het combineren van technische ondersteuning met financiële instrumenten;

      • aanvullende specifieke bepalingen voor de rol, de verplichtingen en de verantwoordelijkheid van de instanties die financiële instrumenten ten uitvoer leggen, de daarmee verband houdende selectiecriteria en producten die door financiële instrumenten kunnen worden geleverd;

      • bepalingen betreffende het beheer en de controle van bepaalde financiële instrumenten, met inbegrip van controles die door management- en auditautoriteiten worden uitgevoerd, voorschriften voor de bewaring van bewijsstukken, elementen die aan de hand van bewijsstukken aangetoond moeten worden, alsmede regelingen voor beheer, controle en audit,

      • bepalingen voor de intrekking van verrichte betalingen aan financiële instrumenten en de daaruit voortvloeiende aanpassingen betreffende betalingsaanvragen;

      • specifieke bepalingen betreffende de invoering van een systeem om de jaartranches van de rentesubsidies en de subsidies voor garantievergoedingen te kapitaliseren;

      • specifieke bepalingen waarin de criteria uiteen worden gezet voor het vaststellen van de beheerskosten en -vergoedingen op basis van prestaties en de toepasselijke drempels alsmede bepalingen voor de vergoeding van gekapitaliseerde beheerskosten en -vergoedingen voor instrumenten op basis van effecten en microkrediet;

    3. de methode voor het berekenen van verdisconteerde netto-inkomsten van concrete acties die na voltooiing netto-inkomsten genereren;

    4. het vaste percentage voor indirecte kosten en de daarmee verband houdende methoden die op andere beleidsterreinen van de Unie van toepassing zijn;

  2. de bepalingen tot aanvulling van het derde deel van die verordening, dat van toepassing is op het EFRO en het Cohesiefonds met betrekking tot de methode die moet worden gebruikt bij het uitvoeren van de kwaliteitsbeoordeling van grote projecten;

  3. de bepalingen tot aanvulling van het vierde deel van die verordening, dat van toepassing is op het EFRO, het ESF, het Cohesiefonds en het EFMZV met betrekking tot het volgende:

    1. nadere bepalingen over de informatie met betrekking tot de gegevens die in geautomatiseerde vorm moeten worden geregistreerd en opgeslagen binnen het door de managementautoriteit ontwikkelde monitoringssysteem;

    2. nadere minimumeisen voor het audittraject met betrekking tot de boekhouding die moet worden bijgehouden en de bewijsstukken die op het niveau van de certificeringsautoriteit, de managementautoriteit, de bemiddelende instanties en begunstigden moeten worden bewaard;

    3. de reikwijdte en de inhoud van audits van concrete acties en controles van de jaarrekeningen en de methode voor de selectie van de steekproef van de concrete acties;

    4. nadere bepalingen voor het gebruik van gegevens die tijdens door ambtenaren of gemachtigde vertegenwoordigers van de Commissie uitgevoerde audits zijn verkregen;

    5. nadere bepalingen betreffende de criteria voor het vaststellen van ernstige tekortkomingen in de werking van beheers- en controlesystemen, met inbegrip van de belangrijkste vormen van dergelijke tekortkomingen, de criteria voor het vaststellen van de hoogte van de toe te passen financiële correctie en de criteria voor het toepassen van vaste percentages of geëxtrapoleerde financiële correcties.

HOOFDSTUK II BEPALINGEN TOT AANVULLING OP HET TWEEDE DEEL VAN VERORDENING (EU) Nr. 1303/2013 DIE VAN TOEPASSING ZIJN OP DE ESI-FONDSEN

AFDELING I De criteria om de hoogte van de toe te passen financiële correctie op grond van het prestatiekader vast te stellen (artikel 22, lid 7, vierde alinea, van Verordening (EU) nr. 1303/2013)

Artikel 2 Vaststelling van de hoogte van de financiële correctie (artikel 22, lid 7, vierde alinea, van Verordening (EU) nr.1303/2013)

Artikel 3 Hoogte van de financiële correctie (artikel 22, lid 7, vierde alinea, van Verordening (EU) nr. 1303/2013)

AFDELING II Financieringsinstrumenten

Artikel 4 Specifieke regels inzake de aankoop van grond (artikel 37, lid 13, van Verordening (EU) nr. 1303/2013)

Artikel 5 Combinatie van technische ondersteuning en financieringsinstrumenten (artikel 37, lid 13, van Verordening (EU) nr. 1303/2013)

Artikel 6 Specifieke bepalingen voor de rol, de verplichtingen en de verantwoordelijkheid van de instanties die de financieringsinstrumenten ten uitvoer leggen (artikel 38, lid 4, derde alinea, van Verordening (EU) nr. 1303/2013)

Artikel 7 Criteria voor de selectie van de met de tenuitvoerlegging van financiële instrumenten belaste instanties (artikel 38, lid 4, derde alinea, van Verordening (EU) nr. 1303/2013)

Artikel 8 Specifieke bepalingen inzake garanties die door middel van financiële instrumenten worden geleverd (artikel 38, lid 4, derde alinea, van Verordening (EU) nr. 1303/2013)

Artikel 9 Beheer en controle van financieringsinstrumenten op nationaal, regionaal, transnationaal of grensoverschrijdend niveau (artikel 40, lid 4, van Verordening (EU) nr. 1303/2013)

Artikel 10 Bepalingen voor de intrekking van betalingen aan financiële instrumenten en de daaruit voortvloeiende aanpassingen betreffende betalingsaanvragen (artikel 41, lid 3, van Verordening (EU) nr. 1303/2013)

Artikel 11 Systeem om de jaartranches van de rentesubsidies en de subsidies voor garantievergoedingen te kapitaliseren (artikel 42, lid 1, derde alinea, van Verordening (EU) nr. 1303/2013)

Artikel 12 Criteria voor het vaststellen van de beheerskosten en -vergoedingen op basis van prestaties (artikel 42, lid 6, van Verordening (EU) nr. 1303/2013)

Artikel 13 Drempels voor beheerskosten en -vergoedingen (artikel 42, leden 5 en 6, van Verordening (EU) nr. 1303/2013)

Artikel 14 Terugbetaling van gekapitaliseerde beheerskosten en -vergoedingen voor instrumenten op basis van effecten en microkrediet (artikel 42, lid 6, van Verordening (EU) nr. 1303/2013)

AFDELING III Methode voor het berekenen van verdisconteerde netto-inkomsten van concrete acties die netto-inkomsten genereren

Artikel 15 Methode voor het berekenen van verdisconteerde netto-inkomsten (artikel 61, lid 3, zevende alinea, van Verordening (EU) nr. 1303/2013)

Artikel 16 Vaststelling van de inkomsten (artikel 61, lid 3, zevende alinea, van Verordening (EU) nr. 1303/2013)

Artikel 17 Vaststelling van de kosten (artikel 61, lid 3, zevende alinea, van Verordening (EU) nr. 1303/2013)

Artikel 18 Restwaarde van de investering (artikel 61, lid 3, zevende alinea, van Verordening (EU) nr. 1303/2013)

Artikel 19 Verdisconteren van kasstromen (artikel 61, lid 3, zevende alinea, van Verordening (EU) nr. 1303/2013)

AFDELING IV Definitie van de vaste percentages voor indirecte kosten en daarmee verband houdende methoden die op andere beleidsterreinen van de Unie van toepassing zijn

Artikel 20 Financiering op basis van vaste percentages voor indirecte kosten op basis van Verordening (EU) nr. 1290/2013 (artikel 68, lid 1, tweede alinea, van Verordening (EU) nr. 1303/2013)

Artikel 21 Forfaitaire financiering voor indirecte kosten op basis van Verordening (EU, Euratom) nr. 966/2012 (artikel 68, lid 1, tweede alinea, van Verordening (EU) nr. 1303/2013)

HOOFDSTUK III BEPALINGEN TOT AANVULLING VAN HET DERDE DEEL VAN VERORDENING (EU) Nr. 1303/2013 DAT VAN TOEPASSING IS OP HET EFRO EN HET COHESIEFONDS MET BETREKKING TOT DE METHODE DIE MOET WORDEN GEBRUIKT VOOR HET UITVOEREN VAN DE KWALITEITSBEOORDELING VAN GROTE PROJECTEN

Artikel 22 Voorschriften betreffende onafhankelijke deskundigen die kwaliteitsbeoordelingen uitvoeren (artikel 101, lid 4, van Verordening (EU) nr. 1303/2013)

Artikel 23 Kwaliteitsbeoordeling van grote projecten (artikel 101, lid 4, van Verordening (EU) nr. 1303/2013)

HOOFDSTUK IV BEPALINGEN TOT AANVULLING VAN HET VIERDE DEEL VAN VERORDENING (EU) Nr. 1303/2013 DAT VAN TOEPASSING IS OP HET EFRO, HET ESF, HET COHESIEFONDS EN HET EFMZV

AFDELING I Gegevens die in geautomatiseerde vorm geregistreerd en opgeslagen moeten worden

Artikel 24 Gegevens die in geautomatiseerde vorm geregistreerd en opgeslagen moeten worden (artikel 125, lid 8, van Verordening (EU) nr. 1303/2013)

AFDELING II Het audittraject en het gebruik van tijdens de audits verzamelde gegevens

Artikel 25 Gedetailleerde minimumeisen voor het audittraject (artikel 125, lid 9, van Verordening (EU) nr. 1303/2013)

Artikel 26 Het gebruik van gegevens die tijdens door ambtenaren of gemachtigde vertegenwoordigers van de Commissie uitgevoerde audits zijn verkregen (artikel 127, lid 8, van Verordening (EU) nr. 1303/2013)

AFDELING III Reikwijdte en inhoud van audits op concrete acties en jaarrekeningen en de methode voor de selectie van de steekproef van activiteiten

Artikel 27 Audits van concrete acties (artikel 127, lid 7, van Verordening (EU) nr. 1303/2013)

Artikel 28 Methode voor de samenstelling van de steekproef op concrete acties (artikel 127, lid 7, van Verordening (EU) nr. 1303/2013)

Artikel 29 Audit van de rekeningen (artikel 127, lid 7, van Verordening (EU) nr. 1303/2013)

AFDELING IV Financiële correcties door de Commissie met betrekking tot systemische tekortkomingen

Artikel 30 Criteria voor het vaststellen van ernstige tekortkomingen in de effectieve werking van het beheers- en controlesysteem (artikel 144, lid 6, van Verordening (EU) nr. 1303/2013)

Artikel 31 Criteria voor het toepassen van forfaitaire percentages of geëxtrapoleerde financiële correcties en criteria voor het vaststellen van de hoogte van de financiële correctie Artikel 144, lid 6, van Verordening (EU) nr. 1303/2013

Artikel 32

BIJLAGE IReferentieperiodes als bedoeld in artikel 15, lid 2

BIJLAGE IICriteria voor kwaliteitsbeoordeling van grote projecten als bedoeld in artikel 23

BIJLAGE IIILijst met in elektronische vorm in het bewakingssysteem te registreren en te bewaren gegevens (als bedoeld in artikel 24)

BIJLAGE IVFundamentele eisen voor beheers- en controlesystemen en de indeling daarvan met betrekking tot de effectieve werking als bedoeld in artikel 30