Deze verordening bevat de volgende bepalingen tot aanvulling van Verordening (EU) nr. 1303/2013:
-
de bepalingen tot aanvulling van het tweede deel van die verordening die van toepassing is op het EFRO, het ESF, het Cohesiefonds, het Elfpo en het EFMZV (hierna de „ESI Fondsen” genoemd) met betrekking tot het volgende:
-
criteria voor het bepalen van de hoogte van de volgens het prestatiekader toe te passen financiële correctie;
-
regels betreffende financiële instrumenten, met betrekking tot het volgende:
-
aanvullende specifieke bepalingen voor de aankoop van grond en voor het combineren van technische ondersteuning met financiële instrumenten;
-
aanvullende specifieke bepalingen voor de rol, de verplichtingen en de verantwoordelijkheid van de instanties die financiële instrumenten ten uitvoer leggen, de daarmee verband houdende selectiecriteria en producten die door financiële instrumenten kunnen worden geleverd;
-
bepalingen betreffende het beheer en de controle van bepaalde financiële instrumenten, met inbegrip van controles die door management- en auditautoriteiten worden uitgevoerd, voorschriften voor de bewaring van bewijsstukken, elementen die aan de hand van bewijsstukken aangetoond moeten worden, alsmede regelingen voor beheer, controle en audit,
-
bepalingen voor de intrekking van verrichte betalingen aan financiële instrumenten en de daaruit voortvloeiende aanpassingen betreffende betalingsaanvragen;
-
specifieke bepalingen betreffende de invoering van een systeem om de jaartranches van de rentesubsidies en de subsidies voor garantievergoedingen te kapitaliseren;
-
specifieke bepalingen waarin de criteria uiteen worden gezet voor het vaststellen van de beheerskosten en -vergoedingen op basis van prestaties en de toepasselijke drempels alsmede bepalingen voor de vergoeding van gekapitaliseerde beheerskosten en -vergoedingen voor instrumenten op basis van effecten en microkrediet;
-
-
de methode voor het berekenen van verdisconteerde netto-inkomsten van concrete acties die na voltooiing netto-inkomsten genereren;
-
het vaste percentage voor indirecte kosten en de daarmee verband houdende methoden die op andere beleidsterreinen van de Unie van toepassing zijn;
-
-
de bepalingen tot aanvulling van het derde deel van die verordening, dat van toepassing is op het EFRO en het Cohesiefonds met betrekking tot de methode die moet worden gebruikt bij het uitvoeren van de kwaliteitsbeoordeling van grote projecten;
-
de bepalingen tot aanvulling van het vierde deel van die verordening, dat van toepassing is op het EFRO, het ESF, het Cohesiefonds en het EFMZV met betrekking tot het volgende:
-
nadere bepalingen over de informatie met betrekking tot de gegevens die in geautomatiseerde vorm moeten worden geregistreerd en opgeslagen binnen het door de managementautoriteit ontwikkelde monitoringssysteem;
-
nadere minimumeisen voor het audittraject met betrekking tot de boekhouding die moet worden bijgehouden en de bewijsstukken die op het niveau van de certificeringsautoriteit, de managementautoriteit, de bemiddelende instanties en begunstigden moeten worden bewaard;
-
de reikwijdte en de inhoud van audits van concrete acties en controles van de jaarrekeningen en de methode voor de selectie van de steekproef van de concrete acties;
-
nadere bepalingen voor het gebruik van gegevens die tijdens door ambtenaren of gemachtigde vertegenwoordigers van de Commissie uitgevoerde audits zijn verkregen;
-
nadere bepalingen betreffende de criteria voor het vaststellen van ernstige tekortkomingen in de werking van beheers- en controlesystemen, met inbegrip van de belangrijkste vormen van dergelijke tekortkomingen, de criteria voor het vaststellen van de hoogte van de toe te passen financiële correctie en de criteria voor het toepassen van vaste percentages of geëxtrapoleerde financiële correcties.
-