Home

Gedelegeerde Verordening (EU) nr. 480/2014 van de Commissie van 3 maart 2014 tot aanvulling van Verordening (EU) nr. 1303/2013 van het Europees Parlement en de Raad houdende gemeenschappelijke bepalingen inzake het Europees Fonds voor regionale ontwikkeling, het Europees Sociaal Fonds, het Cohesiefonds, het Europees Landbouwfonds voor plattelandsontwikkeling en het Europees Fonds voor maritieme zaken en visserij en algemene bepalingen inzake het Europees Fonds voor regionale ontwikkeling, het Europees Sociaal Fonds, het Cohesiefonds en het Europees Fonds voor maritieme zaken en visserij

Gedelegeerde Verordening (EU) nr. 480/2014 van de Commissie van 3 maart 2014 tot aanvulling van Verordening (EU) nr. 1303/2013 van het Europees Parlement en de Raad houdende gemeenschappelijke bepalingen inzake het Europees Fonds voor regionale ontwikkeling, het Europees Sociaal Fonds, het Cohesiefonds, het Europees Landbouwfonds voor plattelandsontwikkeling en het Europees Fonds voor maritieme zaken en visserij en algemene bepalingen inzake het Europees Fonds voor regionale ontwikkeling, het Europees Sociaal Fonds, het Cohesiefonds en het Europees Fonds voor maritieme zaken en visserij

HOOFDSTUK I ALGEMENE BEPALINGEN

Artikel 1 Onderwerp

Deze verordening bevat de volgende bepalingen tot aanvulling van Verordening (EU) nr. 1303/2013:

  1. de bepalingen tot aanvulling van het tweede deel van die verordening die van toepassing is op het EFRO, het ESF, het Cohesiefonds, het Elfpo en het EFMZV (hierna de „ESI Fondsen” genoemd) met betrekking tot het volgende:

    1. criteria voor het bepalen van de hoogte van de volgens het prestatiekader toe te passen financiële correctie;

    2. regels betreffende financiële instrumenten, met betrekking tot het volgende:

      • aanvullende specifieke bepalingen voor de aankoop van grond en voor het combineren van technische ondersteuning met financiële instrumenten;

      • aanvullende specifieke bepalingen voor de rol, de verplichtingen en de verantwoordelijkheid van de instanties die financiële instrumenten ten uitvoer leggen, de daarmee verband houdende selectiecriteria en producten die door financiële instrumenten kunnen worden geleverd;

      • bepalingen betreffende het beheer en de controle van bepaalde financiële instrumenten, met inbegrip van controles die door management- en auditautoriteiten worden uitgevoerd, voorschriften voor de bewaring van bewijsstukken, elementen die aan de hand van bewijsstukken aangetoond moeten worden, alsmede regelingen voor beheer, controle en audit,

      • bepalingen voor de intrekking van verrichte betalingen aan financiële instrumenten en de daaruit voortvloeiende aanpassingen betreffende betalingsaanvragen;

      • specifieke bepalingen betreffende de invoering van een systeem om de jaartranches van de rentesubsidies en de subsidies voor garantievergoedingen te kapitaliseren;

      • specifieke bepalingen waarin de criteria uiteen worden gezet voor het vaststellen van de beheerskosten en -vergoedingen op basis van prestaties en de toepasselijke drempels alsmede bepalingen voor de vergoeding van gekapitaliseerde beheerskosten en -vergoedingen voor instrumenten op basis van effecten en microkrediet;

    3. de methode voor het berekenen van verdisconteerde netto-inkomsten van concrete acties die na voltooiing netto-inkomsten genereren;

    4. het vaste percentage voor indirecte kosten en de daarmee verband houdende methoden die op andere beleidsterreinen van de Unie van toepassing zijn;

  2. de bepalingen tot aanvulling van het derde deel van die verordening, dat van toepassing is op het EFRO en het Cohesiefonds met betrekking tot de methode die moet worden gebruikt bij het uitvoeren van de kwaliteitsbeoordeling van grote projecten;

  3. de bepalingen tot aanvulling van het vierde deel van die verordening, dat van toepassing is op het EFRO, het ESF, het Cohesiefonds en het EFMZV met betrekking tot het volgende:

    1. nadere bepalingen over de informatie met betrekking tot de gegevens die in geautomatiseerde vorm moeten worden geregistreerd en opgeslagen binnen het door de managementautoriteit ontwikkelde monitoringssysteem;

    2. nadere minimumeisen voor het audittraject met betrekking tot de boekhouding die moet worden bijgehouden en de bewijsstukken die op het niveau van de certificeringsautoriteit, de managementautoriteit, de bemiddelende instanties en begunstigden moeten worden bewaard;

    3. de reikwijdte en de inhoud van audits van concrete acties en controles van de jaarrekeningen en de methode voor de selectie van de steekproef van de concrete acties;

    4. nadere bepalingen voor het gebruik van gegevens die tijdens door ambtenaren of gemachtigde vertegenwoordigers van de Commissie uitgevoerde audits zijn verkregen;

    5. nadere bepalingen betreffende de criteria voor het vaststellen van ernstige tekortkomingen in de werking van beheers- en controlesystemen, met inbegrip van de belangrijkste vormen van dergelijke tekortkomingen, de criteria voor het vaststellen van de hoogte van de toe te passen financiële correctie en de criteria voor het toepassen van vaste percentages of geëxtrapoleerde financiële correcties.

HOOFDSTUK II BEPALINGEN TOT AANVULLING OP HET TWEEDE DEEL VAN VERORDENING (EU) Nr. 1303/2013 DIE VAN TOEPASSING ZIJN OP DE ESI-FONDSEN

AFDELING I De criteria om de hoogte van de toe te passen financiële correctie op grond van het prestatiekader vast te stellen (artikel 22, lid 7, vierde alinea, van Verordening (EU) nr. 1303/2013)

Artikel 2 Vaststelling van de hoogte van de financiële correctie (artikel 22, lid 7, vierde alinea, van Verordening (EU) nr.1303/2013)

1.

De hoogte van de door de Commissie op grond van artikel 22, lid 7, van Verordening (EU) nr. 1303/2013 toe te passen financiële correctie is een vast percentage dat wordt bepaald op basis van de verhouding tussen het gemiddelde van de definitief behaalde resultaten voor alle geselecteerde outputindicatoren en belangrijkste uitvoeringsfasen binnen een prestatiekader en het definitief behaalde resultaat van de financiële indicator binnen dat prestatiekader (de „resultaat/absorptiecoëfficiënt”).

2.

De resultaat-/absorptiecoëfficiënt wordt op de volgende manier berekend:

  1. de definitief behaalde waarde voor elke outputindicator en belangrijkste uitvoeringsfase die vanwege een bepaalde prioriteit voor het prestatiekader is geselecteerd, wordt gedeeld door de respectieve streefwaarden om zo het definitief behaalde resultaat in een percentage van het doel uit te drukken;

  2. het gemiddelde van de definitief behaalde resultaten voor alle geselecteerde outputindicatoren en belangrijkste uitvoeringsfasen die vanwege een bepaalde prioriteit voor het prestatiekader zijn geselecteerd, wordt bepaald. In dat kader wordt het definitief behaald resultaat, wanneer dit op meer dan 100 % uitkomt, beschouwd als 100 %;

  3. de definitief behaalde waarde voor de financiële indicator die vanwege een bepaalde prioriteit voor het prestatiekader is geselecteerd, wordt gedeeld door de respectieve streefwaarde om zo het definitief behaalde resultaat in een percentage van het doel uit te drukken. In dat kader wordt het definitief behaald resultaat, wanneer dit op meer dan 100 % uitkomt, beschouwd als 100 %;

  4. het gemiddelde van de definitief behaalde resultaten voor alle outputindicatoren en belangrijkste uitvoeringsfasen die vanwege een bepaalde prioriteit voor het prestatiekader zijn geselecteerd, wordt gedeeld door de definitief behaalde resultaten voor de financiële indicator die vanwege een bepaalde prioriteit voor het prestatiekader is geselecteerd.

3.

Als een prioriteit betrekking heeft op meer dan één ESI-fonds of categorie regio, wordt de resultaat/absorptiecoëfficiënt voor elk ESI-fonds en/of elke categorie regio afzonderlijk berekend.

Artikel 3 Hoogte van de financiële correctie (artikel 22, lid 7, vierde alinea, van Verordening (EU) nr. 1303/2013)

AFDELING II Financieringsinstrumenten

Artikel 4 Specifieke regels inzake de aankoop van grond (artikel 37, lid 13, van Verordening (EU) nr. 1303/2013)

Artikel 5 Combinatie van technische ondersteuning en financieringsinstrumenten (artikel 37, lid 13, van Verordening (EU) nr. 1303/2013)

Artikel 6 Specifieke bepalingen voor de rol, de verplichtingen en de verantwoordelijkheid van de instanties die de financieringsinstrumenten ten uitvoer leggen (artikel 38, lid 4, derde alinea, en artikel 39 bis, lid 7, van Verordening (EU) nr. 1303/2013)

Artikel 7 Criteria voor de selectie van de met de tenuitvoerlegging van financiële instrumenten belaste instanties (artikel 38, lid 4, derde alinea, en artikel 39 bis, lid 7, van Verordening (EU) nr. 1303/2013)

Artikel 8 Specifieke bepalingen inzake garanties die door middel van financiële instrumenten worden geleverd (artikel 38, lid 4, derde alinea, en artikel 39 bis, lid 7, van Verordening (EU) nr. 1303/2013)

Artikel 9 Beheer en controle van financieringsinstrumenten als bedoeld in de punten b) en c) van artikel 38, lid 1, van Verordening (EU) nr. 1303/2013 (artikel 40, lid 4, van Verordening (EU) nr. 1303/2013)

Artikel 10 Bepalingen voor de intrekking van betalingen aan financiële instrumenten en de daaruit voortvloeiende aanpassingen betreffende betalingsaanvragen (artikel 41, lid 3, van Verordening (EU) nr. 1303/2013)

Artikel 11 Systeem om de jaartranches van de rentesubsidies en de subsidies voor garantievergoedingen te kapitaliseren (artikel 42, lid 1, derde alinea, van Verordening (EU) nr. 1303/2013)

Artikel 12 Criteria voor het vaststellen van de beheerskosten en -vergoedingen op basis van prestaties (artikel 42, lid 6, van Verordening (EU) nr. 1303/2013)

Artikel 13 Drempels voor beheerskosten en -vergoedingen (artikel 42, leden 5 en 6, van Verordening (EU) nr. 1303/2013)

Artikel 14 Terugbetaling van gekapitaliseerde beheerskosten en -vergoedingen voor instrumenten op basis van effecten en microkrediet (artikel 42, lid 6, van Verordening (EU) nr. 1303/2013)

AFDELING III Methode voor het berekenen van verdisconteerde netto-inkomsten van concrete acties die netto-inkomsten genereren

Artikel 15 Methode voor het berekenen van verdisconteerde netto-inkomsten (artikel 61, lid 3, zevende alinea, van Verordening (EU) nr. 1303/2013)

Artikel 16 Vaststelling van de inkomsten (artikel 61, lid 3, zevende alinea, van Verordening (EU) nr. 1303/2013)

Artikel 17 Vaststelling van de kosten (artikel 61, lid 3, zevende alinea, van Verordening (EU) nr. 1303/2013)

Artikel 18 Restwaarde van de investering (artikel 61, lid 3, zevende alinea, van Verordening (EU) nr. 1303/2013)

Artikel 19 Verdisconteren van kasstromen (artikel 61, lid 3, zevende alinea, van Verordening (EU) nr. 1303/2013)

AFDELING IV Definitie van de vaste percentages voor indirecte kosten en daarmee verband houdende methoden die op andere beleidsterreinen van de Unie van toepassing zijn

Artikel 20 Financiering op basis van vaste percentages voor indirecte kosten op basis van Verordening (EU) nr. 1290/2013 (artikel 68, tweede alinea, van Verordening (EU) nr. 1303/2013)

Artikel 21 Forfaitaire financiering voor indirecte kosten op basis van Verordening (EU, Euratom) nr. 966/2012 (artikel 68, tweede alinea, van Verordening (EU) nr. 1303/2013)

HOOFDSTUK III BEPALINGEN TOT AANVULLING VAN HET DERDE DEEL VAN VERORDENING (EU) Nr. 1303/2013 DAT VAN TOEPASSING IS OP HET EFRO EN HET COHESIEFONDS MET BETREKKING TOT DE METHODE DIE MOET WORDEN GEBRUIKT VOOR HET UITVOEREN VAN DE KWALITEITSBEOORDELING VAN GROTE PROJECTEN

Artikel 22 Voorschriften betreffende onafhankelijke deskundigen die kwaliteitsbeoordelingen uitvoeren (artikel 101, lid 4, van Verordening (EU) nr. 1303/2013)

Artikel 23 Kwaliteitsbeoordeling van grote projecten (artikel 101, lid 4, van Verordening (EU) nr. 1303/2013)

HOOFDSTUK IV BEPALINGEN TOT AANVULLING VAN HET VIERDE DEEL VAN VERORDENING (EU) Nr. 1303/2013 DAT VAN TOEPASSING IS OP HET EFRO, HET ESF, HET COHESIEFONDS EN HET EFMZV

AFDELING I Gegevens die in geautomatiseerde vorm geregistreerd en opgeslagen moeten worden

Artikel 24 Gegevens die in geautomatiseerde vorm geregistreerd en opgeslagen moeten worden (artikel 125, lid 8, van Verordening (EU) nr. 1303/2013)

AFDELING II Het audittraject en het gebruik van tijdens de audits verzamelde gegevens

Artikel 25 Gedetailleerde minimumeisen voor het audittraject (artikel 125, lid 9, van Verordening (EU) nr. 1303/2013)

Artikel 26 Het gebruik van gegevens die tijdens door ambtenaren of gemachtigde vertegenwoordigers van de Commissie uitgevoerde audits zijn verkregen (artikel 127, lid 8, van Verordening (EU) nr. 1303/2013)

AFDELING III Reikwijdte en inhoud van audits op concrete acties en jaarrekeningen en de methode voor de selectie van de steekproef van activiteiten

Artikel 27 Audits van concrete acties (artikel 127, lid 7, van Verordening (EU) nr. 1303/2013)

Artikel 28 Methode voor de samenstelling van de steekproef op concrete acties (artikel 127, lid 7, van Verordening (EU) nr. 1303/2013)

Artikel 29 Audit van de rekeningen (artikel 127, lid 7, van Verordening (EU) nr. 1303/2013)

AFDELING IV Financiële correcties door de Commissie met betrekking tot systemische tekortkomingen

Artikel 30 Criteria voor het vaststellen van ernstige tekortkomingen in de effectieve werking van het beheers- en controlesysteem (artikel 144, lid 6, van Verordening (EU) nr. 1303/2013)

Artikel 31 Criteria voor het toepassen van forfaitaire percentages of geëxtrapoleerde financiële correcties en criteria voor het vaststellen van de hoogte van de financiële correctie Artikel 144, lid 6, van Verordening (EU) nr. 1303/2013

Artikel 32

BIJLAGE IReferentieperiodes als bedoeld in artikel 15, lid 2

BIJLAGE IICriteria voor kwaliteitsbeoordeling van grote projecten als bedoeld in artikel 23

BIJLAGE IIILijst met in elektronische vorm in het bewakingssysteem te registreren en te bewaren gegevens (als bedoeld in artikel 24)

BIJLAGE IVFundamentele eisen voor beheers- en controlesystemen en de indeling daarvan met betrekking tot de effectieve werking als bedoeld in artikel 30