Home

Verordening (EU) nr. 536/2014 van het Europees Parlement en de Raad van 16 april 2014 betreffende klinische proeven met geneesmiddelen voor menselijk gebruik en tot intrekking van Richtlijn 2001/20/EG (Voor de EER relevante tekst)Voor de EER relevante tekst

Verordening (EU) nr. 536/2014 van het Europees Parlement en de Raad van 16 april 2014 betreffende klinische proeven met geneesmiddelen voor menselijk gebruik en tot intrekking van Richtlijn 2001/20/EG (Voor de EER relevante tekst)Voor de EER relevante tekst

HOOFDSTUK I ALGEMENE BEPALINGEN

Artikel 1 Toepassingsgebied

Deze verordening is van toepassing op alle klinische proeven die in de Unie worden uitgevoerd.

Zij is niet van toepassing op studies zonder interventie.

Artikel 2 Definities

1.

Voor de toepassing van deze verordening zijn de definities van „geneesmiddel”, „radiofarmaceuticum”, „bijwerking”, „ernstige bijwerking”, „primaire verpakking” en „buitenverpakking”, neergelegd in respectievelijk de punten 2, 6, 11, 12, 23 en 24, van artikel 1, van Richtlijn 2001/83/EG van toepassing.

2.

Voor de toepassing van deze verordening zijn daarnaast ook de volgende definities van toepassing:

    1. „klinische studie” :

    onderzoek bij de mens dat bedoeld is om:

    1. de klinische, farmacologische of andere farmacodynamische effecten van een of meer geneesmiddelen vast te stellen of te bevestigen;

    2. eventuele bijwerkingen van een of meer geneesmiddelen vast te stellen, of

    3. de resorptie, distributie, metabolisering en uitscheiding van een of meer geneesmiddelen te bestuderen;

    teneinde de veiligheid en/of werkzaamheid van die geneesmiddelen vast te stellen;

    2. „klinische proef” :

    een klinische studie die aan een of meer van de volgende voorwaarden voldoet:

    1. de indeling van de proefpersoon bij een bepaalde therapeutische strategie wordt van tevoren bepaald en behoort niet tot de normale klinische praktijk van de betrokken lidstaat;

    2. het besluit om de geneesmiddelen voor onderzoek voor te schrijven, wordt genomen samen met het besluit om de proefpersoon in de klinische studie op te nemen, of

    3. aanvullende diagnostische of monitoringprocedures worden op de proefpersonen toegepast naast de normale klinische praktijk;

    3. „klinische proef met beperkte interventie” :

    een klinische proef die aan alle volgende voorwaarden voldoet:

    1. de geneesmiddelen voor onderzoek, met uitzondering van placebo's, zijn toegelaten;

    2. volgens het protocol van de klinische proef,

      1. worden de geneesmiddelen voor onderzoek overeenkomstig de voorwaarden van de vergunning voor het in de handel brengen gebruikt, of

      2. is het gebruik van geneesmiddelen voor onderzoek op bewijs gebaseerd en wordt het gestaafd door gepubliceerd wetenschappelijk bewijs inzake de veiligheid en werkzaamheid van die geneesmiddelen voor onderzoek in een of meer van de betrokken lidstaten, en

    3. de aanvullende diagnostische of monitoringprocedures leveren, ten opzichte van de normale klinische praktijk in een betrokken lidstaat, niet meer dan een minimaal additioneel risico of een minimale additionele belasting voor de veiligheid van de proefpersonen op;

    4. „studie zonder interventie” :
    een klinische studie die geen klinische proef is;
    5. „geneesmiddel voor onderzoek” :
    een geneesmiddel dat bij een klinische proef wordt onderzocht of als referentie wordt gebruikt, met inbegrip van placebo's;
    6. „normale klinische praktijk” :
    de behandeling die gewoonlijk wordt toegepast om een ziekte of aandoening te behandelen, te voorkomen of te diagnosticeren;
    7. „geneesmiddel voor onderzoek voor geavanceerde therapie” :
    een geneesmiddel voor onderzoek dat een geneesmiddel voor geavanceerde therapie is zoals omschreven in artikel 2, lid 1, van Verordening (EG) nr. 1394/2007 van het Europees Parlement en de Raad(1);
    8. „auxiliair geneesmiddel” :
    een geneesmiddel dat wordt gebruikt voor de behoeften van een klinische proef als beschreven in het protocol, maar niet als geneesmiddel voor onderzoek;
    9. „toegelaten geneesmiddel voor onderzoek” :
    een geneesmiddel dat overeenkomstig Verordening (EG) nr. 726/2004 is toegelaten of overeenkomstig Richtlijn 2001/83/EG in een betrokken lidstaat is toegelaten, ongeacht wijzigingen in de etikettering van het geneesmiddel, en dat als geneesmiddel voor onderzoek wordt gebruikt;
    10. „toegelaten auxiliair geneesmiddel” :
    een geneesmiddel dat overeenkomstig Verordening (EG) nr. 726/2004 is toegelaten of overeenkomstig Richtlijn 2001/83/EG in een betrokken lidstaat is toegelaten, ongeacht wijzigingen in de etikettering van het geneesmiddel, en dat als auxiliair geneesmiddel wordt gebruikt;
    11. „ethische commissie” :
    een onafhankelijk orgaan dat in een lidstaat is gevestigd overeenkomstig het nationaal recht van die betrokken lidstaat en dat de bevoegdheid heeft om oordelen te geven voor de doeleinden van deze verordening, rekening houdend met de opvattingen van leken, met name patiënten en patiëntenorganisaties;
    12. „betrokken lidstaat” :
    de lidstaat waar een aanvraag tot toelating van een klinische proef of voor een substantiële wijziging overeenkomstig de hoofdstukken II en III is ingediend;
    13. „substantiële wijziging” :
    een verandering van een aspect van de klinische proef die na de kennisgeving van het in de artikelen 8, 14, 19, 20 of 23 bedoelde besluit wordt aangebracht en die wezenlijke gevolgen kan hebben voor de veiligheid of de rechten van de proefpersonen of voor de betrouwbaarheid en robuustheid van de in de klinische proef gegenereerde gegevens;
    14. „opdrachtgever” :
    een persoon, bedrijf, instelling of organisatie die de verantwoordelijkheid op zich neemt voor het beginnen, voor het beheer en voor het opzetten van de financiering van de klinische proef;
    15. „onderzoeker” :
    een persoon die verantwoordelijk is voor de uitvoering van een klinische proef op een klinische proeflocatie;
    16. „hoofdonderzoeker” :
    een onderzoeker die verantwoordelijk is voor een team van onderzoekers die belast zijn met de uitvoering van een klinische proef op een klinische proeflocatie;
    17. „proefpersoon” :
    een persoon die deelneemt aan een klinische proef, ongeacht of hij of zij het geneesmiddel voor onderzoek krijgt toegediend, dan wel tot de controlegroep behoort;
    18. „minderjarige” :
    een proefpersoon die volgens het recht van de betrokken lidstaat jonger is dan de leeftijd waarop men wettelijk bevoegd is geïnformeerde toestemming te geven;
    19. „wilsonbekwame proefpersoon” :
    een proefpersoon die om redenen andere dan de leeftijd waarop men wettelijk bekwaam is om geïnformeerde toestemming te geven, volgens het recht van de betrokken lidstaat niet in staat is geïnformeerde toestemming te geven;
    20. „wettelijke vertegenwoordiger” :
    een natuurlijke persoon, rechtspersoon, instantie of orgaan die of dat volgens het recht van de betrokken lidstaat bevoegd is om geïnformeerde toestemming te geven namens een wilsonbekwame of minderjarige proefpersoon;
    21. „geïnformeerde toestemming” :
    de vrije en vrijwillige wilsuiting door een proefpersoon bereid te zijn aan een bepaalde klinische proef deel te nemen, nadat hij naar behoren in kennis is gesteld van alle aspecten van de klinische proef die van belang zijn voor zijn beslissing om deel te nemen of, in geval van minderjarigen en wilsonbekwame proefpersonen, een toestemming of akkoord van hun wettelijke vertegenwoordiger om hen aan de klinische proef te laten deelnemen;
    22. „protocol” :
    een document waarin de doelstellingen, de opzet, de methodologie, de statistische aspecten en de organisatie van een klinische proef worden beschreven. De term „protocol” bestrijkt tevens latere versies van het protocol en wijzigingen daarvan;
    23. „onderzoekersdossier” :
    het geheel van de klinische en niet-klinische gegevens over het geneesmiddel of de geneesmiddelen voor onderzoek die relevant zijn voor de bestudering van het geneesmiddel of de geneesmiddelen voor onderzoek bij mensen;
    24. „vervaardiging” :
    volledige en gedeeltelijke vervaardiging, alsook de verschillende verrichtingen voor de verdeling, verpakking en etikettering (met inbegrip van blindering);
    25. „start van een klinische proef” :
    tenzij anders gedefinieerd in het protocol, de eerste handeling om een potentiële proefpersoon aan te werven voor een specifieke klinische proef;
    26. „eind van een klinische proef” :
    het laatste bezoek van de laatste proefpersoon, of op een later tijdstip als gedefinieerd in het protocol;
    27. „voortijdige beëindiging van een klinische proef” :
    de voortijdige beëindiging van een klinische proef om eender welke reden voordat er aan de in het protocol gespecificeerde voorwaarden is voldaan;
    28. „tijdelijke stopzetting van een klinische proef” :
    een niet in het protocol voorziene onderbreking van de uitvoering van een klinische proef door de opdrachtgever, waarbij de opdrachtgever het voornemen heeft de proef te hervatten;
    29. „schorsing van een klinische proef” :
    onderbreking van de uitvoering van een klinische proef door een lidstaat;
    30. „goede klinische praktijk” :
    een geheel van uitvoerige kwaliteitseisen op ethisch en wetenschappelijk gebied betreffende de opzet, de uitvoering, de monitoring, de controle, de vastlegging, de analyse en de rapportering van klinische proeven, waarmee wordt gewaarborgd dat de rechten, de veiligheid en het welzijn van de proefpersonen worden beschermd en dat de in de klinische proef gegenereerde gegevens betrouwbaar en robuust zijn;
    31. „inspectie” :
    officiële evaluatie door een bevoegde autoriteit van documenten, faciliteiten, dossiers, kwaliteitsborgingsregelingen en alle andere middelen die volgens die bevoegde autoriteit verband houden met de klinische proef en die zich kunnen bevinden op de locatie van de klinische proef, in de gebouwen van de opdrachtgever en/of de organisatie voor contractonderzoek of op een andere locatie die de bevoegde autoriteit relevant acht;
    32. „ongewenst voorval” :
    een schadelijk medisch verschijnsel bij een proefpersoon aan wie een geneesmiddel wordt toegediend, welk verschijnsel niet noodzakelijk een oorzakelijk verband met die behandeling heeft;
    33. „ernstig ongewenst voorval” :
    een schadelijk medisch verschijnsel dat, ongeacht de dosis, opname in een ziekenhuis of verlenging van de opname in een ziekenhuis noodzakelijk maakt, blijvende of significante invaliditeit of arbeidsongeschiktheid veroorzaakt dan wel zich uit in een aangeboren afwijking of misvorming, levensgevaar oplevert of dodelijk is;
    34. „onverwachte ernstige bijwerking” :
    een ernstige bijwerking waarvan de aard, ernst of uitkomst niet overeenkomt met de referentie-informatie over de veiligheid;
    35. „klinisch onderzoeksrapport” :
    een rapport over een klinische proef, gepresenteerd in een gemakkelijk doorzoekbare indeling en opgesteld overeenkomstig bijlage I, deel I, module 5, bij Richtlijn 2001/83/EG en ingediend in een aanvraagdossier voor het verkrijgen van een vergunning voor het op de markt brengen.
3.

Voor de toepassing van deze verordening worden proefpersonen die onder de definities van zowel „minderjarige” als „wilsonbekwame proefpersoon” vallen, geacht wilsonbekwame proefpersonen te zijn.

Artikel 3 Algemeen beginsel

Een klinische proef mag alleen worden uitgevoerd als:

  1. de rechten, de veiligheid, de waardigheid en het welzijn van de proefpersonen zijn beschermd en voorrang hebben op alle andere belangen, en

  2. de proef is opgezet om betrouwbare en robuuste gegevens te genereren.

HOOFDSTUK II TOELATINGSPROCEDURE VOOR EEN KLINISCHE PROEF

Artikel 4 Voorafgaande toelating

Artikel 5 Indiening van een aanvraag

Artikel 6 Beoordelingsrapport — aspecten die onder deel I vallen

Artikel 7 Beoordelingsrapport — aspecten die onder deel II vallen

Artikel 8 Besluit over de klinische proef

Artikel 9 Personen die de aanvraag beoordelen

Artikel 10 Specifieke aandacht voor kwetsbare bevolkingsgroepen

Artikel 11 Indiening en beoordeling van aanvragen die beperkt zijn tot de aspecten die onder deel I of deel II van het beoordelingsrapport vallen

Artikel 12 Intrekking

Artikel 13 Herindiening

Artikel 14 Latere toevoeging van een betrokken lidstaat

HOOFDSTUK III TOELATINGSPROCEDURE VOOR EEN SUBSTANTIËLE WIJZIGING VAN EEN KLINISCHE PROEF

Artikel 15 Algemene beginselen

Artikel 16 Indiening van een aanvraag

Artikel 17 Validering van een aanvraag tot toelating van een substantiële wijziging van een aspect dat onder deel I van het beoordelingsrapport valt

Artikel 18 Beoordeling van een substantiële wijziging van een aspect dat onder deel I van het beoordelingsrapport valt

Artikel 19 Besluit over de substantiële wijziging van een aspect dat onder deel I van het beoordelingsrapport valt

Artikel 20 Validering, beoordeling en besluiten ten aanzien van substantiële wijzigingen van een aspect dat onder deel II van het beoordelingsrapport valt

Artikel 21 Substantiële wijziging van aspecten die onder de delen I en II van het beoordelingsrapport vallen

Artikel 22 Beoordeling van een substantiële wijziging van aspecten die onder de delen I en II van het beoordelingsrapport vallen — Beoordeling van de aspecten die onder deel II van het beoordelingsrapport vallen

Artikel 23 Besluit over de substantiële wijziging van aspecten die onder de delen I en II van het beoordelingsrapport vallen

Artikel 24 Personen die de aanvraag tot substantiële wijziging beoordelen

HOOFDSTUK IV AANVRAAGDOSSIER

Artikel 25 Gegevens die in het aanvraagdossier worden opgenomen

Artikel 26 Taalvoorschriften

Artikel 27 Aanpassing bij gedelegeerde handeling

HOOFDSTUK V BESCHERMING VAN PROEFPERSONEN EN GEÏNFORMEERDE TOESTEMMING

Artikel 28 Algemene voorschriften

Artikel 29 Geïnformeerde toestemming

Artikel 30 Geïnformeerde toestemming bij clusterproeven

Artikel 31 Klinische proeven bij wilsonbekwame proefpersonen

Artikel 32 Klinische proeven op minderjarigen

Artikel 33 Klinische proeven met zwangere of borstvoeding gevende vrouwen

Artikel 34 Aanvullende nationale maatregelen

Artikel 35 Klinische proeven in noodsituaties

HOOFDSTUK VI BEGIN, EIND, TIJDELIJKE STOPZETTING EN VOORTIJDIGE BEËINDIGING VAN EEN KLINISCHE PROEF

Artikel 36 Kennisgeving van het begin van een klinische proef en van het eind van de werving van proefpersonen

Artikel 37 Eind van een klinische proef, tijdelijke stopzetting en voortijdige beëindiging van een klinische proef en indiening van de resultaten

Artikel 38 Tijdelijke stopzetting of voortijdige beëindiging door de opdrachtgever in verband met de veiligheid van de proefpersonen

Artikel 39 Bijwerking van de inhoud van de samenvatting van de resultaten en van de samenvatting voor leken

HOOFDSTUK VII VEILIGHEIDSRAPPORTAGE IN EEN KLINISCHE PROEF

Artikel 40 Elektronische databank voor veiligheidsrapportage

Artikel 41 Melding van ongewenste voorvallen en ernstige ongewenste voorvallen door de onderzoeker aan de opdrachtgever

Artikel 42 Melding van vermoedelijke onverwachte ernstige bijwerkingen door de opdrachtgever aan het Bureau

Artikel 43 Jaarlijkse rapportage door de opdrachtgever aan het Bureau

Artikel 44 Beoordeling door de lidstaten

Artikel 45 Technische aspecten

Artikel 46 Rapportage over auxiliaire geneesmiddelen

HOOFDSTUK VIII UITVOERING VAN EEN KLINISCHE PROEF, TOEZICHT DOOR DE OPDRACHTGEVER, OPLEIDING EN ERVARING, AUXILIAIRE GENEESMIDDELEN

Artikel 47 Naleving van het protocol en goede klinische praktijken

Artikel 48 Monitoring

Artikel 49 Geschiktheid van de personen die bij de uitvoering van de klinische proef betrokken zijn

Artikel 50 Geschiktheid van de klinische proeflocaties

Artikel 51 Traceerbaarheid, bewaring, teruggave en vernietiging van geneesmiddelen voor onderzoek

Artikel 52 Rapportering van ernstige inbreuken

Artikel 53 Andere rapportageverplichtingen die van belang zijn voor de veiligheid van de proefpersonen

Artikel 54 Dringende veiligheidsmaatregelen

Artikel 55 Onderzoekersdossier

Artikel 56 Vastlegging, verwerking, behandeling en opslag van informatie

Artikel 57 Basisdossier van de klinische proef

Artikel 58 Archivering van het basisdossier van de klinische proef

Artikel 59 Auxiliaire geneesmiddelen

HOOFDSTUK IX VERVAARDIGING EN INVOER VAN GENEESMIDDELEN VOOR ONDERZOEK EN AUXILIAIRE GENEESMIDDELEN

Artikel 60 Toepassingsgebied van dit hoofdstuk

Artikel 61 Vergunning voor de vervaardiging en invoer

Artikel 62 Verantwoordelijkheden van de bevoegde persoon

Artikel 63 Vervaardiging en invoer

Artikel 64 Wijziging van toegelaten geneesmiddelen voor onderzoek

Artikel 65 Vervaardiging van auxiliaire geneesmiddelen

HOOFDSTUK X ETIKETTERING

Artikel 66 Niet-toegelaten geneesmiddelen voor onderzoek en niet-toegelaten auxiliaire geneesmiddelen

Artikel 67 Toegelaten geneesmiddelen voor onderzoek en toegelaten auxiliaire geneesmiddelen

Artikel 68 Radiofarmaceutica die als geneesmiddel voor onderzoek of als auxiliaire geneesmiddelen worden gebruikt met het oog op een geneeskundige diagnose

Artikel 69 Taal

Artikel 70 Gedelegeerde handelingen

HOOFDSTUK XI OPDRACHTGEVER EN ONDERZOEKER

Artikel 71 Opdrachtgever

Artikel 72 Gedeeld opdrachtgeven

Artikel 73 Hoofdonderzoeker

Artikel 74 Wettelijke vertegenwoordiger van de opdrachtgever in de Unie

Artikel 75 Aansprakelijkheid

HOOFDSTUK XII SCHADEVERGOEDING

Artikel 76 Schadevergoeding

HOOFDSTUK XIII TOEZICHT DOOR DE LIDSTATEN EN INSPECTIES EN CONTROLES VAN DE UNIE

Artikel 77 Door de lidstaten te nemen corrigerende maatregelen

Artikel 78 Inspecties door een lidstaat

Artikel 79 Controles van de Unie

HOOFDSTUK XIV IT-INFRASTRUCTUUR

Artikel 80 EU-portaal

Artikel 81 EU-databank

Artikel 82 Functionaliteit van het EU-portaal en de EU-databank

HOOFDSTUK XV SAMENWERKING TUSSEN DE LIDSTATEN

Artikel 83 Nationale aanspreekpunten

Artikel 84 Ondersteuning door het Bureau en de Commissie

Artikel 85 Coördinatie- en adviesgroep voor klinische proeven

HOOFDSTUK XVI VERGOEDINGEN

Artikel 86 Algemeen beginsel

Artikel 87 Eén betaling per activiteit per lidstaat

HOOFDSTUK XVII UITVOERINGSHANDELINGEN EN GEDELEGEERDE HANDELINGEN

Artikel 88 Comitéprocedure

Artikel 89 Uitoefening van de bevoegdheidsdelegatie

HOOFDSTUK XVIII DIVERSE BEPALINGEN

Artikel 90 Speciale voorschriften voor speciale groepen geneesmiddelen

Artikel 91 Verband met ander recht van de Unie

Artikel 92 Gratis geneesmiddelen en andere producten en procedures voor onderzoek voor proefpersonen

Artikel 93 Gegevensbescherming

Artikel 94 Sancties

Artikel 95 Burgerlijke en strafrechtelijke aansprakelijkheid

HOOFDSTUK XIX SLOTBEPALINGEN

Artikel 96 Intrekking

Artikel 97 Herziening

Artikel 98 Overgangsbepaling

Artikel 99 Inwerkingtreding

BIJLAGE IAANVRAAGDOSSIER VOOR EEN INITIËLE AANVRAAG

BIJLAGE IIAANVRAAGDOSSIER VOOR SUBSTANTIËLE WIJZIGINGEN

BIJLAGE IIIVEILIGHEIDSRAPPORTAGE

BIJLAGE IVINHOUD VAN DE SAMENVATTING VAN DE RESULTATEN VAN DE KLINISCHE PROEF

BIJLAGE VINHOUD VAN DE SAMENVATTING VAN DE RESULTATEN VAN DE KLINISCHE PROEF VOOR LEKEN

BIJLAGE VIETIKETTERING VAN GENEESMIDDELEN VOOR ONDERZOEK EN AUXILIAIRE GENEESMIDDELEN

BIJLAGE VIICONCORDANTIETABEL