Home

Verordening (EU) nr. 702/2014 van de Commissie van 25 juni 2014 waarbij bepaalde categorieën steun in de landbouw- en de bosbouwsector en in plattelandsgebieden op grond van de artikelen 107 en 108 van het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie met de interne markt verenigbaar worden verklaard

Verordening (EU) nr. 702/2014 van de Commissie van 25 juni 2014 waarbij bepaalde categorieën steun in de landbouw- en de bosbouwsector en in plattelandsgebieden op grond van de artikelen 107 en 108 van het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie met de interne markt verenigbaar worden verklaard

HOOFDSTUK I GEMEENSCHAPPELIJKE BEPALINGEN

Artikel 1 Toepassingsgebied

1.

Deze verordening is van toepassing op de volgende categorieën steun:

  1. steun ten behoeve van kleine, middelgrote en micro-ondernemingen (kmo's):

    1. die actief zijn in de landbouwsector, met name de primaire landbouwproductie, de verwerking van landbouwproducten en de afzet van landbouwproducten, met uitzondering van de artikelen 14, 15, 16, 18 en 23 en de artikelen 25 tot en met 28, die alleen van toepassing zijn op kmo's die in de primaire landbouwproductie actief zijn;

    2. voor activiteiten die buiten het toepassingsgebied van artikel 42 van het Verdrag vallen, voor zover dergelijke steun overeenkomstig Verordening (EU) nr. 1305/2013 wordt toegekend en hetzij uit het Europees Landbouwfonds voor Plattelandsontwikkeling (Elfpo) wordt gecofinancierd, hetzij in de vorm van aanvullende nationale financiering bij dergelijke gecofinancierde maatregelen wordt toegekend;

  2. steun voor investeringen voor de instandhouding van cultureel en natuurlijk erfgoed op landbouwbedrijven;

  3. steun voor het herstel van de schade als gevolg van natuurrampen in de landbouwsector;

  4. steun voor onderzoek en ontwikkeling in de landbouw- en de bosbouwsector;

  5. steun voor de bosbouw.

2.

Indien de lidstaten dat passend vinden, kunnen zij ervoor kiezen om steun als bedoeld in lid 1, onder (a), lid 1, onder (d), en lid 1, onder (e), van dit artikel te verlenen volgens de voorwaarden van en in overeenstemming met Verordening (EU) nr. 651/2014.

3.

Deze verordening is niet van toepassing op steun voor:

  1. de bosbouwsector die niet uit het Elfpo wordt gecofinancierd of in de vorm van aanvullende nationale financiering bij dergelijke gecofinancierde maatregelen wordt toegekend, met uitzondering van de artikelen 31, 38, 39 en 43;

  2. kmo's, voor activiteiten die buiten het toepassingsgebied van artikel 42 van het Verdrag vallen, als die steun niet uit het Elfpo wordt gecofinancierd of in de vorm van aanvullende nationale financiering bij dergelijke gecofinancierde maatregelen wordt toegekend.

4.

Deze verordening is niet van toepassing op:

  1. steunregelingen op grond van de artikelen 17, 32 en 33, artikel 34, lid 5, onder (a) tot en met (c), en de artikelen 35, 40, 41 en 44 van deze verordening indien het gemiddelde jaarlijkse budget aan staatssteun meer dan 150 miljoen EUR bedraagt, vanaf zes maanden na de inwerkingtreding ervan. De Commissie kan, nadat zij een beoordeling heeft gemaakt van het door de betrokken lidstaat binnen 20 werkdagen na de inwerkingtreding van de regeling bij de Commissie aangemelde evaluatieontwerp, besluiten dat deze verordening voor een langere periode op deze steunregelingen van toepassing blijft;

  2. aanpassingen van de in lid 4, onder (a), van dit artikel bedoelde regelingen, met uitzondering van wijzigingen die geen invloed kunnen hebben op de verenigbaarheid van de steunregeling krachtens deze verordening of die de inhoud van het goedgekeurde evaluatieontwerp niet aanzienlijk kunnen veranderen;

  3. steun voor activiteiten die verband houden met de uitvoer naar derde landen of lidstaten, namelijk rechtstreeks aan uitgevoerde hoeveelheden gekoppelde steun, steun voor de oprichting en exploitatie van een distributienet of steun voor andere lopende kosten in verband met exportactiviteiten;

  4. steun die afhangt van het gebruik van binnenlandse producten in plaats van ingevoerde producten.

5.

Met uitzondering van artikel 30 is deze verordening niet van toepassing op:

  1. steunregelingen die niet uitdrukkelijk voorzien in uitsluiting van betaling van individuele steun aan ondernemingen ten aanzien waarvan er een bevel tot terugvordering uitstaat als gevolg van een eerder besluit van de Commissie waarbij door dezelfde lidstaat toegekende steun onrechtmatig en onverenigbaar met de interne markt is verklaard;

  2. ad-hocsteun aan een onder a) bedoelde onderneming.

6.

Deze verordening is niet van toepassing op steun voor ondernemingen in moeilijkheden, met uitzondering van:

  1. steun voor het herstel van door natuurrampen veroorzaakte schade overeenkomstig artikel 30, steun voor de kosten van de uitroeiing van dierziekten overeenkomstig artikel 26, lid 8, en steun voor het afvoeren en vernietigen van gestorven dieren overeenkomstig artikel 27, lid 1, onder (c), (d) en (e);

  2. steun voor de volgende gebeurtenissen, op voorwaarde dat de onderneming een onderneming in moeilijkheden is geworden ten gevolge van verliezen of schade als gevolg van de gebeurtenis in kwestie:

    1. steun ter compensatie van verliezen als gevolg van ongunstige weersomstandigheden die met een natuurramp kunnen worden gelijkgesteld overeenkomstig artikel 25;

    2. steun voor de kosten van de uitroeiing van plantenplagen en voor het herstel van schade als gevolg van dierziekten en plantenplagen overeenkomstig artikel 26, leden 8 en 9;

    3. steun voor het herstel van schade aan bossen als gevolg van branden, natuurrampen, ongunstige weersomstandigheden die met een natuurramp kunnen worden gelijkgesteld, andere ongunstige weersomstandigheden, plantenplagen, rampzalige gebeurtenissen en aan de klimaatverandering gerelateerde gebeurtenissen in overeenstemming met artikel 34, lid 5, onder (d);

  3. steun voor ondernemingen die op 31 december 2019 niet in moeilijkheden verkeerden, maar in moeilijkheden kwamen in de periode van 1 januari 2020 tot en met 30 juni 2021.

7.

Deze verordening is niet van toepassing op steun die, op zich, door de daaraan verbonden voorwaarden of de toegepaste financieringswijze tot een daaraan onlosmakelijk verbonden schending van het Unierecht leidt, met name:

  1. steun waarbij aan de steunverlening de verplichting voor de begunstigde verbonden is om zijn hoofdkantoor in de betrokken lidstaat te hebben of om voornamelijk in die lidstaat te zijn gevestigd;

  2. steun waarbij aan de steunverlening de verplichting voor de begunstigde is verbonden om binnenlands geproduceerde goederen of binnenlandse diensten te gebruiken;

  3. steun die beperkingen stelt aan de mogelijkheden voor de begunstigden om de resultaten van onderzoek, ontwikkeling en innovatie in andere lidstaten te exploiteren.

Artikel 2 Definities

Voor de toepassing van deze verordening wordt verstaan onder:

(1) „steun” of „steunmaatregel” :
elke maatregel die aan alle criteria van artikel 107, lid 1, van het Verdrag voldoet;
(2) „kmo's” of „kleine, middelgrote en micro-ondernemingen” :
bedrijven die voldoen aan de criteria van bijlage I;
(3) „landbouwsector” :
alle ondernemingen die actief zijn in de primaire landbouwproductie, de verwerking en de afzet van landbouwproducten;
(4) „landbouwproduct” :
de in bijlage I bij het Verdrag vermelde producten, met uitzondering van de visserij- en aquacultuurproducten die zijn vermeld in bijlage I bij Verordening (EU) nr. 1379/2013 van het Europees Parlement en de Raad(1);
(5) „primaire landbouwproductie” :
de productie van in bijlage I bij het Verdrag vermelde producten van de bodem en van de veehouderij die geen verdere bewerking hebben ondergaan die de aard van deze producten wijzigt;
(6) „verwerking van landbouwproducten” :
elke bewerking van een landbouwproduct die een product oplevert dat nog steeds een landbouwproduct is, met uitzondering van activiteiten op het landbouwbedrijf die nodig zijn om een dierlijk of plantaardig product klaar te maken voor de eerste verkoop;
(7) „afzet van landbouwproducten” :
het in voorraad hebben of uitstallen met het oog op het verkopen, te koop aanbieden, leveren of op enige andere wijze verhandelen, met uitzondering van de eerste verkoop door een primaire producent aan wederverkopers of verwerkingsbedrijven en alle activiteiten waarmee een product voor een dergelijke eerste verkoop wordt voorbereid; verkoop door een primaire producent aan eindverbruikers wordt als afzet van landbouwproducten beschouwd indien die verkoop plaatsvindt in speciaal daarvoor bestemde afzonderlijke ruimten;
(8) „landbouwbedrijf” :
een eenheid die grond, gebouwen en voorzieningen omvat die voor de primaire landbouwproductie worden gebruikt;
(9) „natuurrampen” :
aardbevingen, lawines, grondverschuivingen en overstromingen, tornado's, orkanen, vulkaanuitbarstingen en natuurbranden van natuurlijke oorsprong;
(10) „steunregeling” :
elk besluit op grond waarvan aan ondernemingen die in het besluit op algemene en abstracte wijze zijn omschreven, individuele steun kan worden toegekend zonder dat hiervoor nog uitvoeringsmaatregelen vereist zijn, alsmede elk besluit op grond waarvan steun die niet aan een specifiek project is gebonden, voor onbepaalde tijd en voor een onbepaald bedrag aan één of meer ondernemingen kan worden toegekend;
(11) „evaluatieontwerp” :
een document dat ten minste de volgende elementen bevat: de doelstellingen van de te evalueren steunregeling; de evaluatievragen; de resultaatindicatoren; de bij het uitvoeren van de evaluatie te hanteren methodiek; de vereisten inzake gegevensverzameling; het voor de evaluatie geplande tijdschema, met onder meer de datum voor het indienen van het eindevaluatierapport; de beschrijving van de onafhankelijke instantie die de evaluatie uitvoert of de criteria die voor de selectie van die instantie zullen worden gebruikt, en de wijze waarop die evaluatie zal worden bekendgemaakt;
(12) „individuele steun” :
  1. ad-hocsteun, en

  2. steun die op grond van een steunregeling aan individuele begunstigden wordt toegekend;

(13) „ad-hocsteun” :
steun die niet op grond van een steunregeling wordt toegekend;
(14) „onderneming in moeilijkheden” :

een onderneming ten aanzien waarvan zich ten minste één van de volgende omstandigheden voordoet:

  1. in het geval van een vennootschap met beperkte aansprakelijkheid (niet zijnde een kmo die minder dan drie jaar bestaat): wanneer meer dan de helft van haar geplaatste aandelenkapitaal door de opgebouwde verliezen is verdwenen. Dit is het geval wanneer het in mindering brengen van de opgebouwde verliezen op de reserves (en alle andere elementen die doorgaans worden beschouwd als een onderdeel van het eigen vermogen van de onderneming), een negatief totaalbedrag oplevert dat groter is dan de helft van het geplaatste aandelenkapitaal. Voor de toepassing van deze bepaling worden met „vennootschap met beperkte aansprakelijkheid” met name de rechtsvormen van ondernemingen bedoeld die zijn vermeld in bijlage I bij Richtlijn 2013/34/EU van het Europees Parlement en de Raad(2), en omvat „aandelenkapitaal” ook het eventuele agio;

  2. in het geval van een onderneming waarin ten minste een aantal van de vennoten onbeperkt aansprakelijk is voor de schulden van de onderneming (niet zijnde een kmo die minder dan drie jaar bestaat): wanneer meer dan de helft van het eigen vermogen, zoals in de jaarrekening van de vennootschap wordt vermeld, door de opgebouwde verliezen is verdwenen. Voor de toepassing van deze bepaling worden met „een onderneming waarin ten minste een aantal van de vennoten onbeperkt aansprakelijk is voor de schulden van de onderneming” met name de in bijlage II bij Richtlijn 2013/34/EU bedoelde rechtsvormen van ondernemingen bedoeld;

  3. wanneer tegen de onderneming een collectieve insolventieprocedure loopt of de onderneming volgens het nationale recht aan de criteria voldoet om, op verzoek van haar schuldeisers, aan een collectieve insolventieprocedure te worden onderworpen;

  4. wanneer de onderneming reddingssteun heeft ontvangen en de lening nog niet heeft terugbetaald of de garantie nog niet heeft beëindigd, dan wel herstructureringssteun heeft ontvangen en nog steeds in een herstructureringsplan zit;

  5. in het geval van een onderneming die geen kmo is: wanneer de afgelopen twee jaar:

    1. de verhouding tussen het vreemd vermogen en het eigen vermogen van de onderneming, volgens de boekhouding van de onderneming, meer dan 7,5 bedroeg, en

    2. de op basis van de EBITDA bepaalde rentedekkingsgraad van de onderneming lager lag dan 1,0;

(15) „gestorven dieren” :
dieren die op een landbouwbedrijf of bedrijfslocatie of tijdens transport zijn gedood door euthanasie met of zonder definitieve diagnose of die daar zijn gestorven, met inbegrip van doodgeboren en ongeboren dieren, maar niet voor menselijke consumptie zijn geslacht;
(16) „ongunstige weersomstandigheden die met een natuurramp kunnen worden gelijkgesteld” :

ongunstige weersomstandigheden zoals vorst, storm, hagel, ijs, hevige of aanhoudende regen of ernstige droogte die leiden tot een verlies van meer dan 30 % van de gemiddelde productie berekend op basis van:

  1. de productie in de voorafgaande drie jaren, of

  2. de gemiddelde productie van drie van de voorafgaande vijf jaren, de hoogste en de laagste productie niet meegerekend;

(17) „andere ongunstige weersomstandigheden” :
ongunstige weersomstandigheden die niet voldoen aan de voorwaarden van artikel 2, punt 16, van deze verordening;
(18) „plantenplaag” :
schadelijke organismen als omschreven in artikel 2, lid 1, onder (e), van Richtlijn 2000/29/EG van de Raad(3);
(19) „rampzalige gebeurtenis” :
een door menselijke activiteit veroorzaakte onvoorziene gebeurtenis van biotische of abiotische aard die tot belangrijke verstoringen van de bosstructuren leidt, en uiteindelijk belangrijke economische schade aan de bosbouwsector veroorzaakt;
(20) „brutosubsidie-equivalent” :
het bedrag van de steun indien die in de vorm van een subsidie aan de begunstigde was toegekend, vóór aftrek van belastingen of andere heffingen;
(21) „materiële activa” :
activa bestaande uit gronden, gebouwen en installaties, machines en uitrusting;
(22) „immateriële activa” :
fysiek of financieel niet-tastbare activa, zoals octrooien, licenties, knowhow of andere intellectuele-eigendomsrechten;
(23) „boslandbouwsystemen” :
systemen voor grondgebruik waarbij de teelt van bomen wordt gecombineerd met landbouw op dezelfde grond;
(24) „terugbetaalbaar voorschot” :
een lening voor een project die in één of meer tranches wordt betaald en waarbij de voorwaarden voor terugbetaling afhangen van de uitkomst van het project;
(25) „start van de werkzaamheden in het kader van het project of de activiteit” :
afhankelijk van wat als eerste plaatsvindt, hetzij de start van de activiteiten of de bouwwerkzaamheden met betrekking tot de investering, hetzij de eerste juridisch bindende toezegging om uitrusting te bestellen of een beroep op diensten te doen, hetzij een andere toezegging die het project of de activiteit onomkeerbaar maakt; de aankoop van gronden en voorbereidende werkzaamheden zoals het verkrijgen van vergunningen en de uitvoering van haalbaarheidsstudies worden niet als start van de werkzaamheden of activiteiten beschouwd;
(26) „grote ondernemingen” :
ondernemingen die niet aan de aan de in bijlage I vastgestelde criteria voldoen;
(27) „fiscale vervolgregeling” :
een regeling in de vorm van belastingvoordelen die een gewijzigde versie is van een reeds bestaande regeling in de vorm van belastingvoordelen en die deze vervangt;
(28) „steunintensiteit” :
het brutosteunbedrag, uitgedrukt als een percentage van de in aanmerking komende kosten, vóór aftrek van belastingen of andere heffingen;
(29) „datum van de toekenning van de steun” :
de datum waarop de wettelijke aanspraak om steun te ontvangen, krachtens de nationale wettelijke regeling aan de begunstigde wordt verleend;
(30) „Unienorm” :
verplichte, in de wetgeving van de Unie vastgestelde norm die het niveau aangeeft dat de individuele ondernemingen moeten halen, met name wat milieu, hygiëne en dierenwelzijn betreft; op Unieniveau vastgestelde normen of doelstellingen die bindend zijn voor de lidstaten, maar niet voor individuele ondernemingen, worden evenwel niet als Unienormen beschouwd;
(31) „plattelandsontwikkelingsprogramma” :
programma voor plattelandsontwikkeling als bedoeld in artikel 6, lid 1, van Verordening (EU) nr. 1305/2013;
(32) „niet-productieve investering” :
investering die niet leidt tot een aanzienlijke stijging van de waarde of de rentabiliteit van het bedrijf;
(33) „investeringen om aan een Unienorm te voldoen” :
investeringen die worden gedaan om na het verstrijken van de in de wetgeving van de Unie vastgestelde overgangsperiode aan een Unienorm te voldoen;
(34) „jonge landbouwer” :
persoon die op de datum van indiening van de steunaanvraag niet ouder is dan 40 jaar, over adequate vakbekwaamheid en deskundigheid beschikt en zich voor het eerst op een landbouwbedrijf vestigt als bedrijfshoofd van dat bedrijf;
(35) „ultraperifere gebieden” :
de in artikel 349, eerste alinea, van het Verdrag genoemde gebieden;
(36) „kleinere eilanden in de Egeïsche Zee” :
de kleinere eilanden als bedoeld in artikel 1, lid 2, van Verordening (EU) nr. 229/2013 van het Europees Parlement en de Raad(4) ;
(37) „minder ontwikkelde regio's” :
regio's waarvan het bruto binnenlands product (bbp) per inwoner minder dan 75 % van het gemiddelde bbp van de EU-27 bedraagt;
(38) „EU- 25” :
de 25 lidstaten van de Unie die in mei 2005 lidstaat van de Unie waren;
(39) „EU- 27” :
de 27 lidstaten van de Unie die in januari 2007 lidstaat van de Unie waren;
(40) „kapitaalwerken” :
werkzaamheden die door de landbouwer zelf of door de werknemers van de landbouwer worden uitgevoerd en activa creëren;
(41) „biobrandstoffen op basis van voedingsgewassen” :
biobrandstoffen die zijn geproduceerd uit granen en andere zetmeelrijke gewassen, suikers en oliegewassen als omschreven in het voorstel van de Commissie voor een richtlijn van het Europees Parlement en de Raad tot wijziging van Richtlijn 98/70/EG betreffende de kwaliteit van benzine en van dieselbrandstof en tot wijziging van Richtlijn 2009/28/EG ter bevordering van het gebruik van energie uit hernieuwbare bronnen(5);
(42) „actieve landbouwer” :
een actieve landbouwer in de zin van artikel 9 van Verordening (EU) nr. 1307/2013 van het Europees Parlement en de Raad(6);
(43) „producentengroepering en -organisatie” :

een groepering of organisatie die is opgericht om:

  1. de productie en de output van de producenten die van die groeperingen of organisaties lid zijn, aan te passen aan de markteisen, of

  2. goederen gezamenlijk op de markt te brengen, met inbegrip van de voorbereiding voor de verkoop, de centralisatie van de verkoop en de levering aan bulkkopers, of

  3. gemeenschappelijke regels vast te stellen voor de verstrekking van informatie over de productie, en vooral over de oogst en de beschikbaarheid van producten, of

  4. andere activiteiten die door producentengroeperingen of -organisaties kunnen worden verricht, uit te voeren, zoals de ontwikkeling van bedrijfsvoerings- en marketingvaardigheden en de organisatie en vergemakkelijking van innovatieprocessen;

(44) „vaste kosten die voortvloeien uit de deelname aan kwaliteitsregelingen” :
de kosten die worden gemaakt om tot een kwaliteitsregeling waarvoor steun wordt verleend, toe te treden en de jaarlijkse bijdrage voor deelname aan die kwaliteitsregeling, inclusief, in voorkomend geval, de kosten van de controles die nodig zijn om te verifiëren of het productdossier wordt nageleefd;
(45) „advies” :
de volledige advisering in het kader van een en hetzelfde contract;
(46) „lid van een landbouwhuishouden” :
een natuurlijke of rechtspersoon dan wel een groep natuurlijke of rechtspersonen, ongeacht de rechtspositie van de groep en haar leden volgens het nationale recht, uitgezonderd werknemers in de landbouw;
(47) „kosten van TSE- en BSE-tests (TSE = overdraagbare spongiforme encefalopathie; BSE = boviene spongiforme encefalopathie)” :
alle kosten, met inbegrip van die van testkits en van het nemen, vervoeren, testen, opslaan en vernietigen van monsters, die noodzakelijk zijn voor bemonstering en laboratoriumonderzoek overeenkomstig hoofdstuk C van bijlage X bij Verordening (EG) nr. 999/2001 van het Europees Parlement en de Raad(7);
(48) „stamboek” :

elk boek, register, kaartsysteem of elke informatiedrager:

  1. bijgehouden door een organisatie of vereniging van veefokkers die officieel is erkend in de lidstaat waarin deze organisatie of vereniging van fokkers is opgericht, en

  2. waarin raszuivere dieren van een bepaald ras met vermelding van hun voorgeslacht worden ingeschreven of geregistreerd;

(49) „beschermd dier” :
elk dier dat bij wetgeving van de Unie of nationale wetgeving beschermd is;
(50) „organisatie voor onderzoek en kennisverspreiding” :
een entiteit (zoals universiteiten of onderzoeksinstellingen, agentschappen voor technologieoverdracht, innovatie-intermediairs, entiteiten voor fysieke of virtuele onderzoeksgerichte samenwerking), ongeacht haar rechtsvorm (publiek- of privaatrechtelijke organisatie) of financieringswijze, die zich in hoofdzaak bezighoudt met het onafhankelijk verrichten van fundamenteel onderzoek, industrieel onderzoek of experimentele ontwikkeling, of met het breed verspreiden van de resultaten van die activiteiten door middel van onderwijs, publicaties of kennisoverdracht. Wanneer dit soort entiteit ook economische activiteiten uitoefent, moet met betrekking tot de financiering van, de kosten van en de inkomsten uit die economische activiteiten een gescheiden boekhouding worden gevoerd. Ondernemingen die invloed op dit soort entiteit kunnen uitoefenen in hun hoedanigheid van bijvoorbeeld aandeelhouders of leden, mogen geen preferente toegang tot de onderzoekscapaciteit van deze entiteit of tot de door haar verkregen onderzoeksresultaten genieten;
(51) „arm's length” :
de voorwaarden van de transactie tussen de contractpartijen wijken niet af van die welke zouden worden overeengekomen tussen onafhankelijke ondernemingen en behelzen geen enkele vorm van heimelijke verstandhouding. Iedere transactie die voortvloeit uit een open, transparante en onvoorwaardelijke procedure wordt geacht te voldoen aan het arm's length-beginsel;
(52) „snelgroeiende bomen” :
bos met korte omlooptijd waarvoor de minimumperiode voordat de bomen mogen worden geveld, minstens 8 jaar bedraagt en de maximumperiode voordat de bomen mogen worden geveld, ten hoogste 20 jaar bedraagt;
(53) „bomen voor hakhout met korte omlooptijd” :
door de lidstaten te bepalen boomsoorten van GN-code 06 02 9041, bestaande uit meerjarige houtgewassen waarvan de wortelstokken of stronken na de oogst in de grond blijven en die in het daaropvolgende seizoen nieuwe scheuten vormen en waarvan de maximale omlooptijd door de lidstaten wordt vastgesteld;
(54) „transactiekosten” :
extra kosten die verband houden met het nakomen van een verbintenis, maar niet rechtstreeks kunnen worden toegeschreven aan de uitvoering van die verbintenis, noch vervat zijn in de kosten of gederfde inkomsten die rechtstreeks worden gecompenseerd en die op basis van standaardkosten berekend kunnen worden;
(55) „andere grondbeheerder” :
een onderneming die grond beheert, maar geen onderneming is die actief is in de landbouwsector;
(56) „verwerking van landbouwproducten tot niet-landbouwproducten” :
elke bewerking van een landbouwproduct die een product oplevert dat niet wordt vermeld in bijlage I bij het Verdrag;
(57) „a-gebieden” :
gebieden die voor de periode van 1 juli 2014 tot en met 31 december 2020 op een goedgekeurde regionalesteunkaart zijn aangewezen met het oog op de toepassing van artikel 107, lid 3, onder (a), van het Verdrag;
(58) „c-gebieden” :
gebieden die voor de periode van 1 juli 2014 tot en met 31 december 2020 op een goedgekeurde regionalesteunkaart zijn aangewezen met het oog op de toepassing van artikel 107, lid 3, onder (c), van het Verdrag;
(59) „dunbevolkte gebieden” :
gebieden die door de Commissie als dusdanig zijn erkend in de individuele besluiten betreffende regionalesteunkaarten voor de periode van 1 juli 2014 tot en met 31 december 2020;
(60) „NUTS 3-regio” :
een regio die is afgebakend op niveau 3 van de gemeenschappelijke nomenclatuur van territoriale eenheden voor de statistiek overeenkomstig Verordening (EG) nr. 1059/2003 van het Europees Parlement en de Raad(8);
(61) „niet vooraf vastliggende c-gebieden” :
gebieden die een lidstaat naar eigen inzicht als c-gebied aanwijst, op voorwaarde dat de lidstaat aantoont dat die gebieden voldoen aan bepaalde sociaaleconomische criteria en dat zij voor de periode van 1 juli 2014 tot en met 31 december 2020 op een goedgekeurde regionalesteunkaart zijn aangewezen met het oog op de toepassing van artikel 107, lid 3, onder (c), van het Verdrag;
(62) „voormalige a-gebieden” :
gebieden die voor de periode van 1 januari 2011 tot en met 30 juni 2014 op een goedgekeurde regionalesteunkaart als a-gebied zijn aangewezen;
(63) „levensmiddelen” :
levensmiddelen die geen landbouwproducten zijn en die zijn vermeld in bijlage I bij Verordening (EU) nr. 1151/2012 van het Europees Parlement en de Raad(9).

Artikel 3 Vrijstellingsvoorwaarden

Steunregelingen, in het kader van steunregelingen toegekende individuele steun en ad-hocsteun zijn verenigbaar met de interne markt in de zin van artikel 107, lid 2 of lid 3, van het Verdrag en zijn vrijgesteld van de aanmeldingsverplichting van artikel 108, lid 3, van het Verdrag mits die steun voldoet aan alle in hoofdstuk I van deze verordening vastgestelde voorwaarden en aan de in hoofdstuk III van deze verordening vastgestelde voorwaarden voor de betrokken steuncategorie.

Artikel 4 Aanmeldingsdrempels

1.

Deze verordening geldt niet voor individuele steun waarvan het brutosubsidie-equivalent de volgende drempels overschrijdt:

  1. steun voor met de primaire landbouwproductie verband houdende investeringen in materiële activa of immateriële activa op landbouwbedrijven, als bedoeld in artikel 14: 500 000 EUR per onderneming per investeringsproject;

  2. steun voor investeringen in verband met de verplaatsing van een landbouwbedrijfsgebouw die resulteert in modernisering van de voorzieningen of verhoging van de productiecapaciteit, als bedoeld in artikel 16, lid 4: 500 000 EUR per onderneming per investeringsproject;

  3. steun voor investeringen in verband met de verwerking van landbouwproducten en de afzet van landbouwproducten, als bedoeld in artikel 17: 7,5 miljoen EUR per onderneming per investeringsproject;

  4. steun voor investeringen voor de instandhouding van cultureel en natuurlijk erfgoed op landbouwbedrijven, als bedoeld in artikel 29: 500 000 EUR per onderneming per investeringsproject;

  5. steun voor onderzoek en ontwikkeling in de landbouw- en de bosbouwsector, als bedoeld in artikel 31: 7,5 miljoen EUR per project;

  6. steun voor bebossing en de aanleg van beboste gronden, als bedoeld in artikel 32: 7,5 miljoen EUR per aanlegproject;

  7. steun voor boslandbouwsystemen, als bedoeld in artikel 33: 7,5 miljoen EUR per project voor de aanleg van boslandbouwsystemen;

  8. steun voor investeringen ter verbetering van de veerkracht en de milieuwaarde van bosecosystemen, als bedoeld in artikel 35: 7,5 miljoen EUR per investeringsproject;

  9. steun voor infrastructuurinvesteringen voor de ontwikkeling, modernisering of aanpassing van de bosbouwsector, als bedoeld in artikel 40: 7,5 miljoen EUR per investeringsproject;

  10. steun voor investeringen in bosbouwtechnologieën en in de verwerking, mobilisering en afzet van bosbouwproducten, als bedoeld in artikel 41: 7,5 miljoen EUR per investeringsproject;

  11. steun voor investeringen voor de verwerking van landbouwproducten tot niet-landbouwproducten of de katoenproductie, als bedoeld in artikel 44: 7,5 miljoen EUR per investeringsproject.

2.

De in lid 1 bedoelde drempels mogen niet door kunstmatige opsplitsing van de steunregelingen of steunprojecten worden omzeild.

Artikel 5 Transparantie van steun

Artikel 6 Stimulerend effect

Artikel 7 Steunintensiteit en in aanmerking komende kosten

Artikel 8 Cumulering

Artikel 9 Publicatie en informatie

Artikel 10 Voorkomen van dubbele publicatie

HOOFDSTUK II PROCEDUREVOORSCHRIFTEN

Artikel 11 Intrekking van het voordeel van de groepsvrijstelling

Artikel 12 Verslaglegging

Artikel 13 Monitoring

HOOFDSTUK III CATEGORIEËN STEUN

AFDELING 1 Steun voor kmo's die actief zijn in de primaire landbouwproductie, de verwerking van landbouwproducten en de afzet van landbouwproducten

Artikel 14 Steun voor met de primaire landbouwproductie verband houdende investeringen in materiële activa of immateriële activa op landbouwbedrijven

Artikel 15 Steun voor ruilverkaveling van landbouwgrond

Artikel 16 Steun voor investeringen in verband met de verplaatsing van landbouwbedrijfsgebouwen

Artikel 17 Steun voor investeringen in verband met de verwerking van landbouwproducten en de afzet van landbouwproducten

Artikel 18 Aanloopsteun voor jonge landbouwers en voor de ontwikkeling van kleine landbouwbedrijven

Artikel 19 Aanloopsteun voor producentengroeperingen en -organisaties in de landbouwsector

Artikel 20 Steun voor de deelname van producenten van landbouwproducten aan een kwaliteitsregeling

Artikel 21 Steun voor acties inzake kennisoverdracht en voorlichting

Artikel 22 Steun voor adviesdiensten

Artikel 23 Steun voor bedrijfsvervangingsdiensten in de landbouw

Artikel 24 Steun voor afzetbevorderingsmaatregelen voor landbouwproducten

Artikel 25 Steun ter vergoeding van schade als gevolg van ongunstige weersomstandigheden die met een natuurramp kunnen worden gelijkgesteld

Artikel 26 Steun voor de kosten van de preventie, bestrijding en uitroeiing van dierziekten en plantenplagen en steun voor het herstel van schade als gevolg van dierziekten en plantenplagen

Artikel 27 Steun voor de sector dierlijke productie en steun voor gestorven dieren

Artikel 28 Steun als bijdrage aan verzekeringspremies

AFDELING 2 Steun voor investeringen voor de instandhouding van cultureel en natuurlijk erfgoed op landbouwbedrijven

Artikel 29 Steun voor investeringen voor de instandhouding van cultureel en natuurlijk erfgoed op landbouwbedrijven

AFDELING 3 Steun voor het herstel van schade als gevolg van natuurrampen in de landbouwsector

Artikel 30 Steun voor het herstel van schade als gevolg van natuurrampen in de landbouwsector

AFDELING 4 Steun voor onderzoek en ontwikkeling in de landbouw- en de bosbouwsector

Artikel 31 Steun voor onderzoek en ontwikkeling in de landbouw- en de bosbouwsector

AFDELING 5 Steun voor de bosbouw

Artikel 32 Steun voor bebossing en de aanleg van beboste gronden

Artikel 33 Steun voor boslandbouwsystemen

Artikel 34 Steun voor de preventie en het herstel van schade aan bossen als gevolg van bosbranden, natuurrampen, ongunstige weersomstandigheden die met een natuurramp kunnen worden gelijkgesteld, andere ongunstige weersomstandigheden, plantenplagen en rampzalige gebeurtenissen

Artikel 35 Steun voor investeringen ter verbetering van de veerkracht en de milieuwaarde van bosecosystemen

Artikel 36 Steun voor het opvangen van nadelen in verband met Natura 2000-bosgebieden

Artikel 37 Steun voor bosmilieuklimaatdiensten en bosinstandhouding

Artikel 38 Steun voor acties inzake kennisoverdracht en voorlichting in de bosbouwsector

Artikel 39 Steun voor adviesdiensten in de bosbouwsector

Artikel 40 Steun voor infrastructuurinvesteringen voor de ontwikkeling, modernisering of aanpassing van de bosbouwsector

Artikel 41 Steun voor investeringen in bosbouwtechnologieën en in de verwerking, mobilisering en afzet van bosbouwproducten

Artikel 42 Steun voor de instandhouding van genetische hulpbronnen in de bosbouw

Artikel 43 Steun voor ruilverkaveling van bosbouwgrond

AFDELING 6 Steun voor kmo's in plattelandsgebieden die uit het Elfpo wordt gecofinancierd of in de vorm van aanvullende nationale financiering bij dergelijke gecofinancierde maatregelen wordt verleend

Artikel 44 Steun voor investeringen in verband met de verwerking van landbouwproducten tot niet-landbouwproducten of de katoenproductie

Artikel 45 Aanloopsteun voor niet-landbouwactiviteiten in plattelandsgebieden

Artikel 46 Steun voor adviesdiensten voor kmo's in plattelandsgebieden

Artikel 47 Steun voor acties inzake kennisoverdracht en voorlichting voor kmo's in plattelandsgebieden

Artikel 48 Steun voor actieve landbouwers die tot een kwaliteitsregeling voor katoen of levensmiddelen toetreden

Artikel 49 Steun voor voorlichtings- en afzetbevorderingsactiviteiten voor katoen en levensmiddelen die onder een kwaliteitsregeling vallen

HOOFDSTUK IV OVERGANGS- EN SLOTBEPALINGEN

Artikel 50 Intrekking

Artikel 51 Overgangsbepalingen

Artikel 52 Inwerkingtreding en toepasselijkheid

BIJLAGE IDEFINITIE VAN KLEINE, MIDDELGROTE EN MICRO-ONDERNEMINGEN

BIJLAGE IIGEGEVENS BETREFFENDE KRACHTENS DEZE VERORDENING VRIJGESTELDE STAATSSTEUNals bedoeld in artikel 9, lid 1(Voor de EER relevante tekst(22))

BIJLAGE IIIBepalingen inzake de bekendmaking van de in artikel 9, lid 2, bedoelde informatie