Home

Verordening (EU) 2015/534 van de Europese Centrale Bank van 17 maart 2015 betreffende rapportage van financiële toezichtinformatie (ECB/2015/13)

Verordening (EU) 2015/534 van de Europese Centrale Bank van 17 maart 2015 betreffende rapportage van financiële toezichtinformatie (ECB/2015/13)

02015R0534 — NL — 21.09.2023 — 004.001


Onderstaande tekst dient louter ter informatie en is juridisch niet bindend. De EU-instellingen zijn niet aansprakelijk voor de inhoud. Alleen de besluiten die zijn gepubliceerd in het Publicatieblad van de Europese Unie (te raadplegen in EUR-Lex) zijn authentiek. Deze officiële versies zijn rechtstreeks toegankelijk via de links in dit document

►B

VERORDENING (EU) 2015/534 VAN DE EUROPESE CENTRALE BANK

van 17 maart 2015

betreffende rapportage van financiële toezichtinformatie (ECB/2015/13)

(PB L 086 van 31.3.2015, blz. 13)

Gewijzigd bij:


Gerectificeerd bij:




▼B

VERORDENING (EU) 2015/534 VAN DE EUROPESE CENTRALE BANK

van 17 maart 2015

betreffende rapportage van financiële toezichtinformatie (ECB/2015/13)



TITEL I

ONDERWERP EN DEFINITIES

▼M1

Artikel 1

Onderwerp en algemene beginselen

1.

Deze Verordening stelt vereisten vast betreffende de rapportage van door de volgende instellingen bij NBA’s in te dienen financiële toezichtinformatie:

a)

belangrijke kredietinstellingen die internationale standaarden voor jaarrekeningen toepassen overeenkomstig Verordening (EG) nr. 1606/2002 voor toezichtrapportage op geconsolideerde basis krachtens artikel 24, lid 2 van Verordening (EU) nr. 575/2013;

b)

belangrijke kredietinstellingen, met uitzondering van de onder punt a) bedoelde, waarop op basis van Richtlijn 86/635/EEG nationale kaders voor financiële verslaglegging op geconsolideerde basis van toepassing zijn;

c)

belangrijke kredietinstellingen op individuele basis en belangrijke bijkantoren;

d)

belangrijke kredietinstellingen met betrekking tot in een niet-deelnemende lidstaat of een derde land gevestigde dochterondernemingen;

e)

minder belangrijke kredietinstellingen die overeenkomstig Verordening (EG) nr. 1606/2002 internationale standaarden voor jaarrekeningen toepassen voor toezichtrapportage op geconsolideerde basis krachtens artikel 24, lid 2 van Verordening (EU) nr. 575/2013;

f)

minder belangrijke kredietinstellingen, met uitzondering van de onder punt e) bedoelde, waarop op basis van Richtlijn 86/635/EEG nationale kaders voor financiële verslaglegging op geconsolideerde basis van toepassing zijn;

g)

minder belangrijke kredietinstellingen op individuele basis en minder belangrijke bijkantoren.

2.
In afwijking van artikel 7 en 14 zijn kredietinstellingen niet verplicht financiële toezichtinformatie op individuele basis te rapporteren overeenkomstig deze Verordening, indien zij een vrijstelling hebben gekregen ten aanzien van de toepassing op individuele basis van prudentiële vereisten overeenkomstig artikel 7 of 10 van Verordening (EU) nr. 575/2013. Indien kredietinstellingen overeenkomstig dit lid geen financiële toezichtinformatie op individuele basis rapporteren, dienen NBA’s bij de ECB de in bijlage III of IV bij ►M3 Uitvoeringsverordening (EU) 2021/451 van de Commissie (1) bedoelde templates in die zij met betrekking tot deze kredietinstellingen verzamelen.

▼M3

3.
Indien bevoegde autoriteiten, waaronder de ECB, van instellingen vergen dat zij op gesubconsolideerde basis voldoen aan de verplichtingen die zijn vastgelegd in de delen twee tot en met acht van Verordening (EU) nr. 575/2013 en in titel VII van Richtlijn 2013/36/EU overeenkomstig artikel 11, lid 6, van Verordening (EU) nr. 575/2013, voldoen die instellingen tevens op gesubconsolideerde basis aan de in deze verordening op geconsolideerde basis vastgelegde vereisten.

▼M1

3 bis.
Indien moederinstellingen overeenkomstig artikel 9, lid 1 van Verordening (EU) nr. 575/2013 een individuele consolidatiemethode toepassen, voldoen die instellingen op individuele basis uitsluitend middels de individuele consolidatiemethode aan de in deze Verordening vastgestelde vereisten.
4.
NBA’s en/of nationale centrale banken mogen de krachtens deze Verordening verzamelde gegevens voor andere taken gebruiken.
5.
Deze Verordening doet geen afbreuk aan de standaarden voor jaarrekeningen die onder toezicht staande entiteiten in hun geconsolideerde jaarrekeningen of jaarrekeningen toepassen en wijzigt de voor toezichtrapportage toegepaste standaarden voor jaarrekeningen niet. Aangezien onder toezicht staande entiteiten verschillende standaarden voor jaarrekeningen toepassen, hoeft alleen informatie ingediend te worden met betrekking tot waarderingsvoorschriften, waaronder methoden voor schatting van kredietrisicoverliezen die gelden krachtens de betrokken standaarden voor jaarrekeningen en die de corresponderende onder toezicht staande entiteiten op individuele of geconsolideerde basis toepassen. In dit kader worden specifieke rapportagetemplates ter beschikking gesteld voor onder toezicht staande entiteiten die nationale kaders voor financiële verslaglegging toepassen op basis van Richtlijn 86/635/EEG. Gegevenspunten in de templates die niet van toepassing zijn op de respectievelijke onder toezicht staande entiteiten moeten niet worden gerapporteerd.
6.
Belangrijke en minder belangrijke bijkantoren mogen middels de kredietinstelling die hen heeft opgericht informatie indienen die zij krachtens deze Verordening bij de betrokken NBA moeten indienen.

▼B

Artikel 2

Definities

Voor de toepassing van deze verordening zijn, tenzij anders bepaald, de definities in Verordening (EU) nr.468/2014 (ECB/2014/17) van toepassing, samen met de volgende definities:

1.

„IAS” en „IFRS” : „International Accounting Standards” en „International Financial Reporting Standards”, zoals vermeld in artikel 2 van Verordening (EG) nr. 1606/2002;

2.

„dochteronderneming” : een dochteronderneming zoals gedefinieerd in artikel 4, lid 1, onder 16), van Verordening (EU) nr. 575/2013 en die een kredietinstelling is in de zin van artikel 4, lid 1, onder 1), van Verordening (EU) nr. 575/2013;

▼M1 —————

▼B

4.

„geconsolideerde basis” : geconsolideerde basis zoals bedoeld in artikel 4, lid 1, onder 48), van Verordening (EU) nr. 575/2013;

5.

„gesubconsolideerde basis” : een gesubconsolideerde basis zoals bedoeld in artikel 4, lid 1, onder 49), van Verordening (EU) nr. 575/2013;

▼M1

6.

„belangrijke kredietinstelling”een kredietinstelling die de hoedanigheid heeft van een belangrijke onder toezicht staande entiteit;

7.

„minder belangrijke kredietinstelling”een kredietinstelling die niet de hoedanigheid heeft van een belangrijke onder toezicht staande entiteit;

8.

„belangrijk bijkantoor”een bijkantoor dat de hoedanigheid heeft van een belangrijke onder toezicht staande entiteit die geen deel uitmaakt van een onder toezicht staande groep en is gevestigd in een deelnemende lidstaat door een kredietinstelling die is gevestigd in een niet-deelnemende lidstaat;

9.

„minder belangrijk bijkantoor”een bijkantoor dat niet de hoedanigheid heeft van een belangrijke onder toezicht staande entiteit en dat geen deel uitmaakt van een onder toezicht staande groep en is gevestigd in een deelnemende lidstaat door een kredietinstelling die is gevestigd in een niet-deelnemende lidstaat.

▼M1

Artikel 3

Wijziging van hoedanigheid van een onder toezicht staande entiteit

1.
Binnen het kader van deze Verordening wordt een onder toezicht staande entiteit ingedeeld als belangrijk en wel twaalf maanden nadat zij van een besluit in kennis werd gesteld zoals bedoeld in artikel 45, lid 1 van Verordening (EU) nr. 468/2014 (ECB/2014/17). Deze entiteit rapporteert informatie overeenkomstig titel II van deze Verordening als een belangrijke onder toezicht staande entiteit op de eerste rapportagereferentiedatum die volgt op haar indeling als belangrijk.
2.
Binnen het kader van deze Verordening wordt een onder toezicht staande entiteit ingedeeld als minder belangrijk nadat deze entiteit in kennis werd gesteld van een besluit zoals bedoeld in artikel 46, lid 1 van Verordening (EU) nr. 468/2014 (ECB/2014/17). Vervolgens begint deze entiteit met de rapportage van informatie overeenkomstig titel III van deze Verordening.

TITEL II

RAPPORTAGE DOOR BELANGRIJKE KREDIETINSTELLINGEN OP GECONSOLIDEERDE BASIS EN OP INDIVIDUELE BASIS EN DOOR BELANGRIJKE BIJKANTOREN OP INDIVIDUELE BASIS

HOOFDSTUK I

Rapportage op geconsolideerde basis

▼M3

Artikel 4

Format en frequentie van rapportage op geconsolideerde basis en rapportagereferentie- en inleverdatums voor belangrijke kredietinstellingen die IFRS voor toezichtrapportage op geconsolideerde basis toepassen krachtens artikel 24, lid 2, van Verordening (EU) nr. 575/2013

Overeenkomstig artikel 430, lid 4, van Verordening (EU) nr. 575/2013 rapporteren belangrijke kredietinstellingen die krachtens artikel 24, lid 2, van Verordening (EU) nr. 575/2013 IFRS toepassen voor toezichtrapportage op geconsolideerde basis uit hoofde van Verordening (EG) nr. 1606/2002, financiële toezichtinformatie op geconsolideerde basis in overeenstemming met artikel 11 van Uitvoeringsverordening (EU) 2021/451.

Artikel 5

Format en frequentie van rapportage op geconsolideerde basis en rapportagereferentie- en inleverdatums voor belangrijke kredietinstellingen die nationale kaders voor financiële verslaglegging op geconsolideerde basis toepassen op basis van Richtlijn 86/635/EEG

Overeenkomstig artikel 430, lid 9, van Verordening (EU) nr. 575/2013 rapporteren belangrijke kredietinstellingen, met uitzondering van de in artikel 4 genoemde kredietinstellingen waarop op geconsolideerde basis nationale kaders voor financiële verslaglegging van toepassing zijn uit hoofde van Richtlijn 86/635/EEG, financiële toezichtinformatie op geconsolideerde basis in overeenstemming met artikel 12 van Uitvoeringsverordening (EU) 2021/451.

▼M1

HOOFDSTUK II

Rapportage op individuele basis

Artikel 6

Format en frequentie van rapportage op individuele basis voor kredietinstellingen die geen deel uitmaken van een belangrijke onder toezicht staande groep en voor belangrijke bijkantoren

1.
Belangrijke kredietinstellingen rapporteren op individuele basis financiële toezichtinformatie aan de betreffende NBA; deze kredietinstellingen maken geen deel uit van een belangrijke onder toezicht staande groep en passen IFRS toe uit hoofde van Verordening (EG) nr. 1606/2002, hetzij omdat ze hun jaarrekeningen opstellen overeenkomstig de daarin vermelde standaarden voor jaarrekeningen, hetzij omdat zij deze standaarden toepassen voor toezichtrapportage krachtens artikel 24, lid 2 van Verordening (EU) nr. 575/2013. Dit geldt ook voor belangrijke bijkantoren.

▼M3

2.
De in lid 1 genoemde financiële toezichtrapportage omvat de in artikel 11 van Uitvoeringsverordening (EU) 2021/451 gespecificeerde informatie, waaronder de in template 40.1 van bijlage III bij die Verordening gespecificeerde informatie; deze financiële toezichtrapportage vindt plaats volgens de in dat artikel aangegeven frequentie.

▼M1

3.
Belangrijke kredietinstellingen, met uitzondering van de in lid 1 bedoelde, rapporteren financiële toezicht informatie aan de betreffende NBA; deze kredietinstellingen maken geen deel uit van een belangrijke onder toezicht staande groep en op deze kredietinstellingen zijn op basis van Richtlijn 86/635/EEG nationale kaders voor financiële verslaglegging van toepassing. Dit geldt ook voor belangrijke bijkantoren.

▼M3

4.

De in lid 3 genoemde financiële toezichtrapportage omvat de in artikel 12 van Uitvoeringsverordening (EU) 2021/451 gespecificeerde informatie, waaronder de in template 40.1 van bijlage IV bij die Verordening gespecificeerde informatie; deze financiële toezichtrapportage vindt plaats volgens de in dat artikel aangegeven frequentie.

▼M1

5.

De in lid 2 en 4 gespecificeerde informatie omvat slechts informatie met betrekking tot:

a)

activa, passiva, aandelenvermogen, baten en lasten die de onder toezicht staande entiteit verantwoordt krachtens de van toepassing zijnde standaarden voor jaarrekeningen;

b)

blootstellingen en activiteiten buiten de balanstelling waarbij de onder toezicht staande entiteit betrokken is;

c)

andere dan de onder a) en b) gespecificeerde transacties die de onder toezicht staande entiteit uitvoert;

d)

waarderingsvoorschriften, waaronder methoden voor schatting van kredietrisicoverliezen, die gelden krachtens de betreffende standaarden voor jaarrekeningen en die de onder toezicht staande entiteit toepast.

6.
NBA’s kunnen de in lid 2 en 4 gespecificeerde bij de ECB in te dienen informatie verzamelen als onderdeel van een breder nationaal rapportagekader dat overeenkomstig de betrokken Unie- of nationale wetgeving ook additionele financiële toezichtinformatie omvat en naast toezichtdoeleinden bijvoorbeeld ook statistische doeleinden dient.
7.
In afwijking van lid 2 en 4 rapporteren belangrijke kredietinstellingen, die geen deel uitmaken van een belangrijke onder toezicht staande groep, de informatie bedoeld in template 17.1, 17.2 en 17.3 in bijlage III en bijlage IV, en in template 40.2 in bijlage III en van bijlage IV bij ►M3 Uitvoeringsverordening (EU) 2021/451 slechts indien zij geconsolideerde financiële jaarrekeningen opstellen.
8.
In afwijking van lid 2 en 4 zijn belangrijke bijkantoren niet gehouden de volgende informatie te rapporteren: informatie bedoeld in template 17.1, 17.2 en 17.3 in bijlage III en bijlage IV, en in template 40.1 en 40.2 in bijlage III en bijlage IV bij ►M3 Uitvoeringsverordening (EU) 2021/451.

Artikel 7

Format en frequentie van rapportage op individuele basis voor kredietinstellingen die deel uitmaken van een belangrijke onder toezicht staande groep

1.
Belangrijke kredietinstellingen rapporteren op individuele basis financiële toezichtinformatie aan de betreffende NBA; deze kredietinstellingen maken deel uit van een belangrijke onder toezicht staande groep en passen IFRS toe uit hoofde van Verordening (EG) nr. 1606/2002, hetzij omdat zij hun jaarrekeningen overeenkomstig de daarin opgenomen standaarden voor jaarrekeningen opstellen, hetzij omdat zij deze toepassen voor toezichtrapportage krachtens artikel 24, lid 2 van Verordening (EU) nr. 575/2013. ►M3 De financiële toezichtrapportage door deze kredietinstellingen vindt plaats volgens de in artikel 11 van Uitvoeringsverordening (EU) 2021/451 aangegeven frequentie en omvat de in bijlage I gespecificeerde gemeenschappelijke minimumgegevens.

▼B

2.
NBA's verschaffen de ECB alle, door de NBA verzamelde additionele templates zoals gespecificeerd in bijlage III bij ►M3 Uitvoeringsverordening (EU) 2021/451. NBA's stellen de ECB vooraf in kennis van een door hen voorgenomen verzending van een dergelijk additioneel template.

▼M1

3.
Belangrijke kredietinstellingen, met uitzondering van de in lid 1 bedoelde, rapporteren financiële toezichtinformatie aan de betreffende NBA; op deze kredietinstellingen zijn nationale kaders voor financiële verslaglegging van toepassing op basis van Richtlijn 86/635/EEG en deze kredietinstellingen maken deel uit van een belangrijke onder toezicht staande groep.

▼M3

4.
De in lid 3 bedoelde financiële toezichtrapportage vindt plaats volgens de in artikel 12 van Uitvoeringsverordening (EU) 2021/451 aangegeven frequentie en omvat de in bijlage I gespecificeerde gemeenschappelijke minimumgegevens.

▼B

5.
NBA's verschaffen de ECB alle, door de NBA verzamelde additionele templates zoals gespecificeerd in bijlage III bij ►M3 Uitvoeringsverordening (EU) 2021/451. NBA's stellen de ECB vooraf in kennis van een door hen voorgenomen verzending van een dergelijk additioneel template.
6.
De in lid 1, 2, 4 en 5 gespecificeerde informatie wordt gerapporteerd zoals omschreven in artikel 6, lid 5, van deze verordening.
7.
NBA's kunnen de in lid 1, 2, 4 en 5 gespecificeerde, aan de ECB te overleggen gegevens verzamelen als onderdeel van een breder nationaal rapportagekader dat, overeenkomstig de betrokken Unie- of nationale wetgeving, ook additionele financiële toezichtinformatie omvat en naast toezichtdoeleinden bijvoorbeeld ook statistische doeleinden dient.

▼M1

Artikel 8

Rapportagereferentie- en inleverdata voor belangrijke kredietinstellingen en belangrijke bijkantoren

1.

De in artikel 6 en 7 gespecificeerde informatie met betrekking tot belangrijke kredietinstellingen en belangrijke bijkantoren heeft de volgende rapportagereferentiedata:

a)

voor kwartaalrapportage, 31 maart, 30 juni, 30 september en 31 december;

b)

voor halfjaarlijkse rapportage, 30 juni en 31 december;

c)

voor jaarlijkse rapportage, 31 december.

2.
Informatie met betrekking tot een periode wordt cumulatief gerapporteerd vanaf de eerste dag van het kalenderjaar tot de rapportagereferentiedatum.
3.
In afwijking van lid 1 en 2 geldt dat NBA’s de rapportagereferentiedata mogen afstemmen op het einde van het boekjaar, indien belangrijke kredietinstellingen hun jaarrekeningen mogen opstellen op basis van een boekjaar dat afwijkt van het kalenderjaar. De aangepaste rapportagereferentiedata zijn drie, zes, negen en twaalf maanden na de start van het boekjaar. Informatie met betrekking tot een periode wordt cumulatief gerapporteerd vanaf de eerste dag van het boekjaar tot de rapportagereferentiedata.

▼M4

4.
NBA’s dienen, zodra zij van belangrijke kredietinstellingen en belangrijke bijkantoren de in de artikelen 6 en 7 gespecificeerde informatie hebben ontvangen en na ervoor te hebben gezorgd dat de informatie zich overeenkomstig artikel 17 in het juiste bestandsformaat bevindt opgenomen, die informatie onverwijld in bij de ECB.
5.
Belangrijke kredietinstellingen en belangrijke bijkantoren rapporteren financiële toezichtinformatie aan NBA’s uiterlijk op de in artikel 3 van Uitvoeringsverordening (EU) 2021/451 genoemde inzenddata of binnen een door de NBA vastgestelde eerdere termijn.

▼M1

HOOFDSTUK III

Rapportage door belangrijke kredietinstellingen met betrekking tot in een niet-deelnemende lidstaat of derde land gevestigde dochterondernemingen

Artikel 9

Format en frequentie van rapportage door belangrijke kredietinstellingen ten aanzien van in een niet-deelnemende lidstaat of een derde land gevestigde dochterondernemingen

1.

Financiële toezichtinformatie met betrekking tot in een niet-deelnemende lidstaat of een derde land gevestigde dochterondernemingen wordt als volgt gerapporteerd:

a)

Belangrijke kredietinstellingen waarborgen dat de in paragraaf 1 van bijlage II bedoelde financiële toezichtinformatie ten aanzien van in een niet-deelnemende lidstaat of een derde land gevestigde dochterondernemingen op individuele basis bij de betreffende NBA wordt ingediend; deze kredietinstellingen, waaronder kredietinstellingen die IFRS toepassen voor toezichtrapportage krachtens artikel 24, lid 2 van Verordening (EU) nr. 575/2013, passen IFRS op geconsolideerde basis toe overeenkomstig Verordening (EG) nr. 1606/2002. ►M3 De financiële toezichtrapportage vindt plaats volgens de in artikel 11 van Uitvoeringsverordening (EU) 2021/451 aangegeven frequentie.

b)

Belangrijke kredietinstellingen, met uitzondering van de onder punt a) bedoelde, waarborgen dat de in paragraaf 2 van bijlage II bedoelde financiële toezichtinformatie ten aanzien van in een niet-deelnemende lidstaat of een derde land gevestigde dochterondernemingen bij de betreffende NBA wordt ingediend op individuele basis; op deze kredietinstellingen zijn nationale kaders voor financiële verslaglegging van toepassing op geconsolideerde basis op basis van Richtlijn 86/635/EEG. ►M3 De financiële toezichtrapportage vindt plaats volgens de in artikel 12 van Uitvoeringsverordening (EU) 2021/451 aangegeven frequentie.

1 bis
Lid 1 is slechts van toepassing op de in een deelnemende lidstaat gevestigde kredietinstelling, en op het hoogste consolidatieniveau, indien meer dan één kredietinstelling binnen een onder toezicht staande groep prudentiële vereisten toepast op geconsolideerde basis.
2.
Financiële informatie met betrekking tot dochterondernemingen die een totale activawaarde hebben van 3 miljard EUR, of minder, wordt niet gerapporteerd, zulks in afwijking van lid 1. In dit kader wordt de totale activawaarde vastgesteld op basis van prudentiële rapportage overeenkomstig toepasselijk recht. Indien de totale activawaarde niet op basis van prudentiële rapportage vastgesteld kan worden, wordt de totale activawaarde vastgesteld op basis van de meest recentelijk gecontroleerde jaarrekeningen, en indien die jaarrekeningen niet beschikbaar zijn, op basis van de in overeenstemming met het toepasselijke nationale jaarrekeningenrecht opgestelde jaarrekeningen.
3.
De informatie wordt overeenkomstig lid 1 gerapporteerd vanaf de eerstvolgende rapportagereferentiedatum voor kwartaalrapportage, indien de totale activawaarde van een dochteronderneming op vier achtereenvolgende rapportagereferentiedata voor kwartaalrapportage hoger is dan 3 miljard EUR. Rapportage overeenkomstig lid 1 is niet vereist vanaf de eerstvolgende rapportagereferentiedatum voor kwartaalrapportage, indien de totale activawaarde van een dochteronderneming op drie achtereenvolgende rapportagereferentiedata voor kwartaalrapportage 3 miljard EUR bedraagt, of minder.

Artikel 10

Rapportagereferentie- en inleverdata voor rapportage door belangrijke kredietinstellingen ten aanzien van in een niet-deelnemende lidstaat of een derde land gevestigde dochterondernemingen

1.
De in artikel 9 gespecificeerde informatie wordt verzameld met dezelfde rapportagereferentiedata als financiële toezichtinformatie met betrekking tot de daaraan gerelateerde rapportage op geconsolideerde basis inzake belangrijke kredietinstellingen. Informatie met betrekking tot een periode wordt cumulatief gerapporteerd vanaf de eerste dag van het voor de rapportage van financiële informatie gebruikte boekjaar tot de rapportagereferentiedatum.

▼M4

2.
NBA’s dienen, na ontvangst van informatie van belangrijke kredietinstellingen betreffende in een niet-deelnemende lidstaat of een derde land gevestigde dochterondernemingen als bedoeld in artikel 9 en na ervoor te hebben gezorgd dat de informatie zich overeenkomstig artikel 17 in het juiste bestandsformaat bevindt, die informatie onverwijld in bij de ECB.
3.
NBA’s bepalen op welke datum kredietinstellingen financiële toezichtinformatie als bedoeld in artikel 9 moeten rapporteren. Die datum mag niet later zijn dan de 25ste werkdag na de in artikel 3 van Uitvoeringsverordening (EU) 2021/451 genoemde relevante inzenddata.

▼M1

TITEL III

RAPPORTAGE DOOR MINDER BELANGRIJKE KREDIETINSTELLINGEN OP GECONSOLIDEERDE BASIS EN OP INDIVIDUELE BASIS EN DOOR MINDER BELANGRIJKE BIJKANTOREN OP INDIVIDUELE BASIS

HOOFDSTUK I

Rapportage op geconsolideerde basis

Artikel 11

Format en frequentie van rapportage op geconsolideerde basis voor minder belangrijke kredietinstellingen

1.
Minder belangrijke kredietinstellingen rapporteren op geconsolideerde basis financiële toezichtinformatie aan de betrokken NBA; deze kredietinstellingen passen IFRS toe uit hoofde van Verordening (EG) nr. 1606/2002 voor toezichtrapportage op geconsolideerde basis krachtens artikel 24, lid 2 van Verordening (EU) nr. 575/2013.

▼M3

2.
De in lid 1 bedoelde financiële toezichtrapportage vindt plaats volgens de in artikel 11 van Uitvoeringsverordening (EU) 2021/451 aangegeven frequentie en omvat de in paragraaf 1 van bijlage I gespecificeerde gemeenschappelijke minimumgegevens.

▼M1

3.
NBA’s dienen door de NBA verzamelde in bijlage III bij ►M3 Uitvoeringsverordening (EU) 2021/451 gespecificeerde additionele templates bij de ECB in. NBA’s stellen de ECB er vooraf van in dat zij voornemens zijn een dergelijk additioneel template te verzenden.
4.
Minder belangrijke kredietinstellingen, met uitzondering van de in lid 1 bedoelde, rapporteren op geconsolideerde basis financiële toezichtinformatie aan de betrokken NBA; op deze kredietinstellingen zijn op basis van Richtlijn 86/635/EEG nationale kaders voor financiële verslaglegging op geconsolideerde basis van toepassing. ►M3 Deze financiële toezichtrapportage vindt plaats volgens de in artikel 12 van Uitvoeringsverordening (EU) 2021/451 aangegeven frequentie en omvat de in paragraaf 2 van bijlage I gespecificeerde gemeenschappelijke minimumgegevens.
5.
NBA’s dienen door de NBA verzamelde in bijlage IV bij ►M3 Uitvoeringsverordening (EU) 2021/451 gespecificeerde additionele templates bij de ECB in. NBA’s stellen de ECB er vooraf van in kennis dat zij voornemens zijn een dergelijk additioneel template te verzenden.
6.
In afwijking van lid 4 en 5 omvat financiële toezichtrapportage de in bijlage III gespecificeerde informatie als gemeenschappelijk minimum in plaats van de in lid 4 van dit artikel bedoelde informatie, zulks betreffende minder belangrijke kredietinstellingen waarvan de totale activawaarde op geconsolideerde basis drie miljard EUR bedraagt, of minder. Binnen dit kader wordt de totale activawaarde van kredietinstellingen op geconsolideerde basis vastgesteld op basis van de prudentiële geconsolideerde rapportage overeenkomstig toepasselijk recht. Indien de totale activawaarde niet op basis van prudentiële geconsolideerde rapportage vastgesteld kan worden, wordt deze vastgesteld op basis van de meest recentelijk gecontroleerde geconsolideerde jaarrekeningen, en indien die jaarrekeningen niet beschikbaar zijn, op basis van de in overeenstemming met het toepasselijke nationale jaarrekeningenrecht opgestelde geconsolideerde jaarrekeningen.
7.
Minder belangrijke kredietinstellingen beginnen de informatierapportage overeenkomstig lid 4 en 5 vanaf de eerstvolgende rapportagereferentiedatum voor kwartaalrapportage, indien de totale activawaarde van een minder belangrijke kredietinstelling op geconsolideerde basis op vier achtereenvolgende rapportagereferentiedata voor kwartaalrapportage hoger is dan 3 miljard EUR. Minder belangrijke kredietinstellingen beginnen de informatierapportage overeenkomstig lid 6, indien de totale activawaarde van een minder belangrijke kredietinstelling op geconsolideerde basis op drie achtereenvolgende rapportagereferentiedata voor kwartaalrapportage 3 miljard EUR bedraagt, of minder.
8.
De in lid 2, 3, 4, 5 en 6 gespecificeerde informatie wordt gerapporteerd zoals bepaald in artikel 6, lid 5 van deze Verordening.
9.
NBA’s kunnen de in lid 2, 3, 4, 5 en 6 gespecificeerde bij de ECB in te dienen informatie verzamelen als onderdeel van een breder rapportagekader dat, overeenkomstig de betrokken Unie- of nationale wetgeving, ook additionele financiële toezichtinformatie omvat en naast toezichtdoeleinden bijvoorbeeld ook statistische doeleinden dient.

Artikel 12

Rapportagereferentie- en inleverdata voor minder belangrijke kredietinstellingen

1.

De in artikel 11 bedoelde door minder belangrijke kredietinstellingen op geconsolideerde basis gerapporteerde informatie heeft de volgende rapportagereferentiedata:

a)

voor kwartaalrapportage, 31 maart, 30 juni, 30 september en 31 december;

b)

voor halfjaarlijkse rapportage, 30 juni en 31 december;

c)

voor jaarlijkse rapportage, 31 december.

2.
Informatie met betrekking tot een periode wordt cumulatief gerapporteerd vanaf de eerste dag van het kalenderjaar tot de rapportagereferentiedatum.
3.
In afwijking van lid 1 en 2 mogen NBA’s de rapportagereferentiedata afstemmen op het einde van het boekjaar, indien NBA’s minder belangrijke kredietinstellingen hebben toegestaan dat zij hun financiële toezichtinformatie op geconsolideerde basis rapporteren op basis van een boekjaar dat afwijkt van het kalenderjaar. De aangepaste rapportagereferentiedata zijn drie, zes, negen en twaalf maanden na de start van het boekjaar. Informatie met betrekking tot een periode wordt cumulatief gerapporteerd en dekt de periode vanaf de eerste dag van het boekjaar tot de rapportagereferentiedatum.

▼M4

4.

NBA’s dienen uiterlijk aan het einde van de 25e werkdag na de in artikel 3 van Uitvoeringsverordening (EU) 2021/451 genoemde inzenddata de in artikel 11 gespecificeerde informatie in bij de ECB met betrekking tot de volgende instellingen:

a)

minder belangrijke kredietinstellingen die in een deelnemende lidstaat zijn gevestigd en op het hoogste consolidatieniveau rapporteren;

b)

minder belangrijke kredietinstellingen die op geconsolideerde basis rapporteren, met uitzondering van de in punt a) bedoelde kredietinstellingen.

▼M1

5.
Opdat NBA’s kunnen voldoen aan deze deadlines, besluiten zij wanneer kredietinstellingen financiële toezichtinformatie moeten rapporteren.

HOOFDSTUK II

Rapportage op individuele basis

Artikel 13

Format en frequentie van rapportage op individuele basis voor minder belangrijke kredietinstellingen die geen deel uitmaken van een onder toezicht staande groep en voor minder belangrijke bijkantoren

1.
Minder belangrijke kredietinstellingen rapporteren op individuele basis financiële toezichtinformatie aan de betrokken NBA; deze kredietinstellingen passen IFRS toe krachtens Verordening (EG) nr. 1606/2002, hetzij omdat ze hun jaarrekeningen opstellen overeenkomstig de daarin vermelde standaarden voor jaarrekeningen, hetzij omdat zij deze toepassen voor toezichtrapportage krachtens artikel 24, lid 2 van Verordening (EU) nr. 575/2013; deze kredietinstellingen maken geen deel uit van een onder toezicht staande groep. Dit geldt ook voor minder belangrijke bijkantoren.

▼M3

2.
De in lid 1 bedoelde financiële toezichtrapportage vindt plaats volgens de in artikel 11 van Uitvoeringsverordening (EU) 2021/451 aangegeven frequentie en omvat de in paragraaf 1 van bijlage I gespecificeerde gemeenschappelijke minimumgegevens.

▼M1

3.
NBA’s dienen door de NBA verzamelde in bijlage III bij ►M3 Uitvoeringsverordening (EU) 2021/451 gespecificeerde additionele templates bij de ECB in. NBA’s stellen de ECB er vooraf van in kennis dat zij voornemens zijn een dergelijk additioneel template te verzenden.
4.
Minder belangrijke kredietinstellingen, met uitzondering van de in lid 1 bedoelde, rapporteren financiële toezichtinformatie aan de betrokken NBA; op deze kredietinstellingen zijn nationale kaders voor financiële verslaglegging van toepassing op basis van Richtlijn 86/635/EEG; die kredietinstellingen maken geen deel uit van een onder toezicht staande groep. Dit geldt ook voor minder belangrijke bijkantoren.

▼M3

5.
De in lid 4 bedoelde financiële toezichtrapportage vindt plaats volgens de in artikel 12 van Uitvoeringsverordening (EU) 2021/451 aangegeven frequentie en omvat de in paragraaf 2 van bijlage I gespecificeerde gemeenschappelijke minimumgegevens.

▼M1

6.
NBA’s dienen door de NBA verzamelde in bijlage IV bij ►M3 Uitvoeringsverordening (EU) 2021/451 gespecificeerde additionele templates bij de ECB in. NBA’s stellen de ECB er vooraf van in kennis dat zij voornemens zijn een dergelijk additioneel template te verzenden.
7.

Op lid 2, 3, 5 en 6 zijn de volgende uitzonderingen van toepassing:

a)

met betrekking tot minder belangrijke kredietinstellingen waarvan de totale activawaarde 3 miljard EUR bedraagt, of minder, omvat financiële toezichtrapportage de in bijlage III gespecificeerde informatie, als een gemeenschappelijk minimum, in plaats van de in lid 2, 3, 5 of 6 gespecificeerde informatie;

b)

een minder belangrijk bijkantoor rapporteert geen financiële toezichtinformatie, indien de totale activawaarde van dat bijkantoor 3 miljard EUR bedraagt, of minder.

8.
Binnen het kader van lid 7 wordt de totale activawaarde van de minder belangrijke kredietinstelling en het minder belangrijke bijkantoor vastgesteld op basis van prudentiële rapportage overeenkomstig toepasselijk recht. Indien de totale activawaarde van een minder belangrijke kredietinstelling niet op basis van prudentiële rapportage vastgesteld kan worden, wordt de totale activawaarde vastgesteld op basis van de meest recentelijk gecontroleerde jaarrekeningen, en indien die jaarrekeningen niet beschikbaar zijn, op basis van de in overeenstemming met het toepasselijke nationale jaarrekeningenrecht opgestelde jaarrekeningen. Indien de totale activawaarde van een minder belangrijk bijkantoor niet op basis van prudentiële rapportage vastgesteld kan worden, wordt de totale activawaarde vastgesteld op basis van de krachtens Verordening (EU) nr. 1071/2013 van de Europese Centrale Bank gerapporteerde statistische gegevens (2).
9.
Minder belangrijke kredietinstellingen en minder belangrijke bijkantoren beginnen de informatierapportage overeenkomstig lid 2, 3, 5 en 6 vanaf de eerstvolgende rapportagereferentiedatum voor kwartaalrapportage, indien de totale activawaarde van een minder belangrijke kredietinstelling, of een minder belangrijk bijkantoor, op vier achtereenvolgende rapportagereferentiedata voor kwartaalrapportage hoger is dan 3 miljard EUR. Minder belangrijke kredietinstellingen en minder belangrijke bijkantoren beginnen de informatierapportage overeenkomstig lid 7, indien de totale activawaarde van een minder belangrijke kredietinstelling, of een minder belangrijk bijkantoor, op drie achtereenvolgende rapportagereferentiedata voor kwartaalrapportage 3 miljard EUR bedraagt, of minder.
10.
De in lid 2, 3, 5, 6 en 7 gespecificeerde informatie wordt gerapporteerd zoals bepaald in artikel 6, lid 5 van deze Verordening.
11.
NBA’s kunnen de in lid 2, 3, 5, 6 en 7 gespecificeerde bij de ECB in te dienen gegevens verzamelen als onderdeel van een breder nationaal rapportagekader dat overeenkomstig de betrokken Unie- of nationale wetgeving additionele financiële toezichtinformatie omvat en naast toezichtdoeleinden bijvoorbeeld ook statistische doeleinden dient.

Artikel 14

Format en frequentie van rapportage op individuele basis voor kredietinstellingen die deel uitmaken van een minder belangrijke onder toezicht staande groep

1.
Minder belangrijke kredietinstellingen rapporteren op individuele basis financiële toezichtinformatie aan de betreffende NBA; deze kredietinstellingen passen IFRS toe uit hoofde van Verordening (EG) nr. 1606/2002, hetzij omdat ze hun jaarrekeningen opstellen overeenkomstig de daarin vermelde standaarden voor jaarrekeningen, hetzij omdat zij deze toepassen voor toezichtrapportage krachtens artikel 24, lid 2 van Verordening (EU) nr. 575/2013; deze kredietinstellingen maken deel uit van een minder belangrijke onder toezicht staande groep.

▼M3

2.

De in lid 1 bedoelde financiële toezichtrapportage vindt plaats volgens de in artikel 11 van Uitvoeringsverordening (EU) 2021/451 aangegeven frequentie en omvat de in bijlage II gespecificeerde gemeenschappelijke minimumgegevens.

▼M1

3.
NBA’s dienen door de NBA verzamelde in bijlage III bij ►M3 Uitvoeringsverordening (EU) 2021/451 gespecificeerde additionele templates bij de ECB in. NBA’s stellen de ECB er vooraf van in kennis dat zij voornemens zijn een dergelijk additioneel template te verzenden.
4.
Minder belangrijke kredietinstellingen, met uitzondering van de in lid 1 bedoelde, rapporteren financiële toezichtinformatie aan de betrokken NBA; op deze kredietinstellingen zijn nationale kaders voor financiële verslaglegging van toepassing op basis van Richtlijn 86/635/EEG; deze kredietinstellingen maken deel uit van een minder belangrijke onder toezicht staande groep.

▼M3

5.
De in lid 4 genoemde financiële toezichtrapportage vindt plaats volgens de in artikel 12 van Uitvoeringsverordening (EU) 2021/451 aangegeven frequentie en omvat de in bijlage II gespecificeerde gemeenschappelijke minimumgegevens.

▼M1

6.
NBA’s dienen bij door de NBA verzamelde in bijlage IV bij ►M3 Uitvoeringsverordening (EU) 2021/451 gespecificeerde additionele templates de ECB in. NBA’s stellen de ECB er vooraf van in kennis dat zij voornemens zijn een dergelijk additioneel template te verzenden.
7.
In afwijking van lid 2, 3, 5 en 6 omvat financiële toezichtrapportage door minder belangrijke kredietinstellingen, waarvan de totale activawaarde 3 miljard EUR bedraagt, of minder, de in bijlage III gespecificeerde informatie. In dit kader wordt de totale activawaarde van de minder belangrijke kredietinstelling vastgesteld op basis van prudentiële rapportage overeenkomstig toepasselijk recht. Indien de totale activawaarde van een minder belangrijke kredietinstelling niet op basis van prudentiële rapportage vastgesteld kan worden, wordt de totale activawaarde vastgesteld op basis van de meest recentelijk gecontroleerde jaarrekeningen, en indien die jaarrekeningen niet beschikbaar zijn, op basis van de in overeenstemming met het toepasselijke nationale jaarrekeningenrecht opgestelde jaarrekeningen.
8.
Minder belangrijke kredietinstellingen beginnen de informatierapportage overeenkomstig lid 2, 3, 5 en 6 vanaf de eerstvolgende rapportagereferentiedatum voor kwartaalrapportage, indien de totale activawaarde van een minder belangrijke kredietinstelling op vier achtereenvolgende rapportagereferentiedata voor kwartaalrapportage hoger is dan 3 miljard EUR. Minder belangrijke kredietinstellingen beginnen de informatierapportage overeenkomstig lid 7, indien de totale activawaarde van een minder belangrijke kredietinstelling op drie achtereenvolgende rapportagereferentiedata voor kwartaalrapportage 3 miljard EUR bedraagt, of minder.
9.
De in lid 2, 3, 5, 6 en 7 gespecificeerde informatie wordt gerapporteerd zoals bepaald in artikel 6, lid 5 van deze Verordening.
10.
NBA’s kunnen de in lid 2, 3, 5, 6 en 7 gespecificeerde bij de ECB in te dienen gegevens verzamelen als onderdeel van een breder nationaal rapportagekader dat overeenkomstig de betrokken Unie- of nationale wetgeving, additionele financiële toezichtinformatie omvat en naast toezichtdoeleinden bijvoorbeeld ook statistische doeleinden dient.

Artikel 15

Rapportagereferentie- en inleverdata voor minder belangrijke kredietinstellingen en minder belangrijke bijkantoren

1.

De in artikel 13 en 14 gespecificeerde informatie met betrekking tot minder belangrijke kredietinstellingen en minder belangrijke bijkantoren heeft de volgende rapportagereferentiedata:

a)

voor kwartaalrapportage, 31 maart, 30 juni, 30 september en 31 december;

b)

voor halfjaarlijkse rapportage, 30 juni en 31 december;

c)

voor jaarlijkse rapportage, 31 december.

2.
Informatie met betrekking tot een periode wordt cumulatief gerapporteerd vanaf de eerste dag van het kalenderjaar tot de rapportagereferentiedatum.
3.
In afwijking van lid 1 en 2 mogen NBA’s de rapportagereferentiedata afstemmen op het einde van het boekjaar, indien NBA’s minder belangrijke kredietinstellingen hebben toegestaan dat deze kredietinstellingen hun financiële toezichtinformatie rapporteren op basis van een boekjaar dat afwijkt van het kalenderjaar. De aangepaste rapportagereferentiedata zijn drie, zes, negen en twaalf maanden na de start van het boekjaar. Informatie met betrekking tot een periode wordt cumulatief gerapporteerd vanaf de eerste dag van het boekjaar tot de rapportagereferentiedatum.

▼M4

4.

NBA’s dienen de in de artikelen 13 en 14 gespecificeerde financiële toezichtinformatie over minder belangrijke kredietinstellingen en minder belangrijke bijkantoren uiterlijk aan het einde van de 25e werkdag na de in artikel 3 van Uitvoeringsverordening (EU) 2021/451 genoemde inzenddata in bij de ECB:

a)

met betrekking tot minder belangrijke kredietinstellingen die geen deel uitmaken van een onder toezicht staande groep en voor minder belangrijke bijkantoren;

b)

met betrekking tot minder belangrijke kredietinstellingen die deel uitmaken van een minder belangrijke onder toezicht staande groep.

▼M1

5.
Opdat NBA’s kunnen voldoen aan deze deadlines, besluiten zij wanneer minder belangrijke kredietinstellingen en minder belangrijke bijkantoren financiële toezichtinformatie moeten rapporteren.

▼B

TITEL IV

GEGEVENSKWALITEIT EN IT-TAAL

▼M4

Artikel 16

Gegevenskwaliteitscontroles

NBA’s monitoren en beoordelen de kwaliteit en betrouwbaarheid van de bij de ECB ingediende informatie. Daartoe voldoen de NBA’s aan de specificaties betreffende gegevenskwaliteitscontroles en kwalitatieve informatie als bedoeld in de artikelen 4 en 5 van Besluit (EU) 2023/1681 van de Europese Centrale Bank (ECB/2023/18) (3).

Artikel 17

IT-taal voor de verzending van gegevens van nationale bevoegde autoriteiten aan de ECB

NBA’s verzenden de in deze verordening gespecificeerde gegevens overeenkomstig de betrokken eXtensible Business Reporting Language-taxonomie met het oog op een uniform technisch gegevensuitwisselingsformaat. Omwille hiervan volgen NBA’s de in artikel 6 van Besluit EU/2023/1681 (ECB/2023/18) uiteengezette specificaties.

▼B

TITEL V

OVERGANGS- EN SLOTBEPALINGEN

▼M1 —————

▼M1

Artikel 19

Overgangsbepalingen

1.
Indien een minder belangrijke onder toezicht staande entiteit voor 1 januari 2018 belangrijk wordt, wordt deze entiteit binnen het kader van deze Verordening ingedeeld als een belangrijke onder toezicht staande entiteit, en wel 18 maanden nadat de entiteit in kennis werd gesteld van een besluit, zoals bedoeld in artikel 45, lid 1 van Verordening (EU) nr. 468/2014 (ECB/2017/17).
2.
Indien de totale activawaarde van een minder belangrijke onder toezicht staande entiteit op individuele of geconsolideerde basis voor 1 januari 2018 hoger is dan drie miljard EUR, rapporteert deze entiteit overeenkomstig de betrokken bepalingen van deze Verordening voor de eerste keer op de rapportagerefentiedatum waarop tussen de drempeloverschrijdingsdatum en deze eerstvolgende rapportagereferentiedatum minstens 18 maanden zijn verstreken.
3.
Indien de totale activawaarde van een in een niet-deelnemende lidstaat of een derde land gevestigde dochteronderneming voor 1 januari 2018 hoger is dan drie miljard EUR, wordt de informatie overeenkomstig artikel 9, lid 1 gerapporteerd op de rapportagerefentiedatum waarop tussen de drempeloverschrijdingsdatum en deze eerstvolgende rapportagereferentiedatum minstens 18 maanden zijn verstreken.

▼B

Artikel 20

Slotbepalingen

Deze verordening treedt in werking op de dag na die van de bekendmaking ervan in het Publicatieblad van de Europese Unie.

Deze verordening is verbindend in al haar onderdelen en is rechtstreeks toepasselijk in de lidstaten op basis van de Verdragen.

▼M3




BIJLAGE I

Vereenvoudigde financiële toezichtrapportage

1.Voor onder toezicht staande entiteiten die IFRS toepassen uit hoofde van Verordening (EG) nr. 1606/2002, alsook voor onder toezicht staande entiteiten die nationale kaders voor jaarrekeningen toepassen op basis van Richtlijn 86/635/EEG die verenigbaar zijn met de IFRS, omvat „Vereenvoudigde financiële toezichtrapportage” de in tabel 1 opgenomen templates van bijlage III bij Uitvoeringsverordening (EU) 2021/451.

2.Voor onder toezicht staande entiteiten die op basis van Richtlijn 86/635/EEG nationale kaders voor jaarrekeningen toepassen die niet in lid 1 zijn opgenomen, omvat „Vereenvoudigde financiële toezichtrapportage” de in tabel 2 opgenomen templates van bijlage IV bij Uitvoeringsverordening (EU) 2021/451.

2bis.In afwijking van paragraaf 2 kan elke NBA besluiten dat de in paragraaf 2 genoemde en in hun lidstaat gevestigde entiteiten het volgende rapporteren:

a)

de in template 9.1 gespecificeerde informatie of de in template 9.1.1 van bijlage IV bij Uitvoeringsverordening (EU) 2021/451 gespecificeerde informatie;

b)

de in template 11.1 gespecificeerde informatie of de in template 11.2 van bijlage IV bij Uitvoeringsverordening (EU) 2021/451 gespecificeerde informatie;

c)

de in template 12.0 gespecificeerde informatie of de in template 12.1 van bijlage IV bij Uitvoeringsverordening (EU) 2021/451 gespecificeerde informatie, en

d)

de in template 16.3 gespecificeerde informatie of de in template 16.4 van bijlage IV bij Uitvoeringsverordening (EU) 2021/451 gespecificeerde informatie.

3.De informatie in de paragrafen 1 en 2 wordt gerapporteerd in overeenstemming met de instructies in bijlage V bij Uitvoeringsverordening (EU) 2021/451.

4.Templates 17.1, 17.2 en 17.3 in tabel 1 en 2 worden slechts verstrekt voor kredietinstellingen die op geconsolideerde basis rapporteren. Template 40.1 in de tabellen 1 en 2 wordt verstrekt voor kredietinstellingen die op geconsolideerde basis rapporteren en voor kredietinstellingen die geen deel uitmaken van een groep en op individuele basis rapporteren.

5.Artikel 5, lid 5, tweede alinea, van Uitvoeringsverordening (EU) 2021/451 wordt toegepast voor de berekening van de in deel 2 van de tabellen 1 en 2 van deze bijlage vermelde drempels.



Tabel 1

Template nummer

NAAM VAN DE TEMPLATE OF VAN DE GROEP TEMPLATES

DEEL 1 [DRIEMAANDELIJKSE FREQUENTIE]

Balans [Overzicht van Financiële Positie]

1.1

Balansbalans: activa

1.2

Balans: passiva

1.3

Balans: eigen vermogen

2

Winst- en verliesrekening

Uitsplitsing van financiële activa naar instrument en naar sector van de tegenpartij

4.1

Uitsplitsing van financiële activa naar instrument en naar sector van de tegenpartij: voor handelsdoeleinden aangehouden financiële activa

4.2.1

Uitsplitsing van financiële activa naar instrument en naar sector van de tegenpartij: verplicht tegen reële waarde gewaardeerde financiële activa voor niet-handelsdoeleinden met verwerking van waardeveranderingen in winst of verlies

4.2.2

Uitsplitsing van financiële activa naar instrument en naar sector van de tegenpartij: financiële activa die als gewaardeerd tegen reële waarde met verwerking van waardeveranderingen in winst of verlies zijn aangewezen

4.3.1

Uitsplitsing van financiële activa naar instrument en naar sector van de tegenpartij: tegen reële waarde gewaardeerde financiële activa met verwerking van waardeveranderingen in de overige onderdelen van het totaalresultaat

4.4.1

Uitsplitsing van financiële activa naar instrument en naar sector van de tegenpartij: financiële activa tegen geamortiseerde kostprijs

4.5

Achtergestelde financiële activa

5.1

Anders dan voor handelsdoeleinden aangehouden leningen en voorschotten, voor handelsdoeleinden aangehouden of voor verkoop aangehouden activa, naar product

6.1

Uitsplitsing van leningen en voorschotten aangehouden voor niet-handelsdoeleinden, voor handelsdoeleinden aangehouden of voor verkoop aangehouden activa aan niet-financiële vennootschappen naar NACE-code

Uitsplitsing van financiële verplichtingen

8.1

Uitsplitsing van financiële verplichtingen naar product en naar sector van de tegenpartij

8.2

Achtergestelde financiële verplichtingen

Toegezegde leningen, financiële garanties en overige toezeggingen

9.1.1

Blootstellingen buiten de balanstelling: toegezegde leningen, financiële garanties en overige toezeggingen

9.2

Toegezegde leningen, financiële garanties en andere ontvangen toezeggingen

10

Derivaten - Afdekkingen voor handelsdoeleinden en economische afdekkingen

Hedge accounting

11.1

Derivaten - Hedge accounting: Uitsplitsing naar soort risico en soort afdekking

Wijzigingen in voorzieningen voor kredietverliezen

12.1

Wijzigingen in voorzieningen voor kredietverliezen

Ontvangen zekerheden en garanties

13.1

Uitsplitsing van zekerheden en garanties naar leningen en voorschotten aangehouden voor niet-handelsdoeleinden

13.2.1

Zekerheden die zijn verkregen door uitwinning gedurende het tijdvak [aangehouden op de rapportagedatum]

13.3.1

Zekerheden die zijn verkregen door uitwinning geaccumuleerd

14

Reëlewaardehiërarchie tegen reële waarde gewaardeerde financiële instrumenten

Uitsplitsing van geselecteerde posten in de winst- en verliesrekening

16.1

Rentebaten en -lasten naar instrument en naar sector van de tegenpartij

16.3

Winsten en verliezen op voor handelsdoeleinden aangehouden financiële activa en verplichtingen en financiële activa aangehouden voor handelsdoeleinden en financiële verplichtingen aangehouden voor handelsdoeleinden naar instrument

Aansluiting tussen de boekhoudkundige reikwijdte van de consolidatie en de reikwijdte van de consolidatie onder de VKV: Balans

17.1

Aansluiting tussen de boekhoudkundige reikwijdte van de consolidatie en de reikwijdte van de consolidatie onder de VKV: Activa

17.2

Aansluiting tussen de boekhoudkundige reikwijdte van de consolidatie en de reikwijdte van de consolidatie onder de VKV: Blootstellingen buiten de balanstelling: toegezegde leningen, financiële garanties en overige gedane toezeggingen

17.3

Aansluiting tussen de boekhoudkundige reikwijdte van de consolidatie en de reikwijdte van de consolidatie onder de VKV: Verplichtingen

Informatie over renderende en niet-renderende blootstellingen

18

Informatie over renderende en niet-renderende blootstellingen

18.1

Instromen en uitstromen van niet-renderende blootstellingen — leningen en voorschotten per sector van de tegenpartij

18.2

Zakelijk onroerendgoedleningen en aanvullende informatie over door onroerend goed gedekte leningen

19

Respijtblootstellingen

DEEL 2 [DRIEMAANDELIJKS MET DREMPEL: DRIEMAANDELIJKSE FREQUENTIE OF GEEN RAPPORTAGE]

Geografische uitsplitsing

20.4

Geografische uitsplitsing van activa naar vestigingsplaats van de tegenpartij

20.5

Geografische uitsplitsing van blootstellingen buiten de balanstelling naar vestigingsplaats van de tegenpartij

20.6

Geografische uitsplitsing van verplichtingen naar vestigingsplaats van de tegenpartij

DEEL 4 [JAARLIJKS]

Groepsstructuur

40.1

Groepsstructuur: „per entiteit”



Tabel 2

Templatenummer

NAAM VAN DE TEMPLATE OF VAN DE GROEP TEMPLATES

DEEL 1 [DRIEMAANDELIJKSE FREQUENTIE]

Balans [Overzicht van Financiële Positie]

1.1

Balansoverzicht: activa

1.2

Balans: passiva

1.3

Balans: aandelen

2

Winst- en verliesrekening

Uitsplitsing van financiële activa naar instrument en naar sector van de tegenpartij

4.1

Uitsplitsing van financiële activa naar instrument en naar sector van de tegenpartij: voor handelsdoeleinden aangehouden financiële activa

4.2.1

Uitsplitsing van financiële activa naar instrument en naar sector van de tegenpartij: verplicht tegen reële waarde gewaardeerde financiële activa voor niet-handelsdoeleinden met verwerking van waardeveranderingen in winst of verlies

4.2.2

Uitsplitsing van financiële activa naar instrument en naar sector van de tegenpartij: financiële activa die als gewaardeerd tegen reële waarde met verwerking van waardeveranderingen in winst of verlies zijn aangewezen

4.3.1

Uitsplitsing van financiële activa naar instrument en naar sector van de tegenpartij: tegen reële waarde gewaardeerde financiële activa met verwerking van waardeveranderingen in de overige onderdelen van het totaalresultaat

4.4.1

Uitsplitsing van financiële activa naar instrument en naar sector van de tegenpartij: financiële activa tegen geamortiseerde kostprijs

4.5

Achtergestelde financiële activa

4.6

Uitsplitsing van financiële activa naar instrument en naar sector van de tegenpartij: financiële activa voor handelsdoeleinden

4.7

Uitsplitsing van financiële activa naar instrument en naar sector van de tegenpartij: tegen reële waarde gewaarde niet-afgeleide financiële activa aangehouden voor niet-handelsdoeleinden en met verwerking van waardeveranderingen in winst of verlies

4.8

Uitsplitsing van financiële activa naar instrument en naar sector van de tegenpartij: tegen reële waarde gewaardeerde niet-afgeleide financiële activa aangehouden voor niet-handelsdoeleinden met verwerking van waardeveranderingen in het eigen vermogen

4.9

Uitsplitsing van financiële activa naar instrument en naar sector van de tegenpartij: niet-afgeleide financiële activa aangehouden voor niet-handelsdoeleinden die op basis van een kostprijsmethode zijn gewaardeerd

4.10

Uitsplitsing van financiële activa naar instrument en naar sector van de tegenpartij: overige niet-afgeleide financiële activa aangehouden voor niet-handelsdoeleinden

5.1

Anders dan voor handelsdoeleinden aangehouden leningen en voorschotten, voor handelsdoeleinden aangehouden of voor verkoop aangehouden activa, naar product

6.1

Uitsplitsing van leningen en voorschotten anders dan voor handelsdoeleinden aangehouden, voor handelsdoeleinden of voor verkoop aangehouden activa aan niet-financiële vennootschappen naar NACE-code

Uitsplitsing van financiële verplichtingen

8.1

Uitsplitsing van financiële verplichtingen naar product en naar sector van de tegenpartij

8.2

Achtergestelde financiële verplichtingen

Toegezegde leningen, financiële garanties en overige toezeggingen

9.1

Blootstellingen buiten de balanstelling onder nationale GAAP: toegezegde leningen, financiële garanties en overige toezeggingen

9.1.1

Blootstellingen buiten de balanstelling: toegezegde leningen, financiële garanties en overige toezeggingen

9.2

Toegezegde leningen, financiële garanties en andere ontvangen toezeggingen

10

Derivaten - Afdekkingen voor handelsdoeleinden en economische afdekkingen

Hedge accounting

11,1

Derivaten - Hedge accounting: Uitsplitsing naar soort risico en soort afdekking

11.2

Derivaten - Hedge accounting op basis van nationale GAAP: Uitsplitsing naar soort risico

Wijzigingen in voorzieningen voor kredietverliezen

12

Wijzigingen in voorzieningen voor kredietverliezen en bijzondere waardevermindering van eigenvermogensinstrumenten onder nationale GAAP

12.1

Wijzigingen in voorzieningen voor kredietverliezen

Ontvangen zekerheden en garanties

13.1

Uitsplitsing van zekerheden en garanties naar leningen en voorschotten anders dan voor handelsdoeleinden aangehouden

13.2.1

Zekerheden die zijn verkregen door uitwinning gedurende het tijdvak [aangehouden op de rapportagedatum]

13.3.1

Zekerheden verkregen door uitwinning geaccumuleerd

14

Reëlewaardehiërarchie tegen reële waarde gewaardeerde financiële instrumenten

Uitsplitsing van geselecteerde posten in de winst- en verliesrekening

16.1

Rentebaten en -lasten naar instrument en naar sector van de tegenpartij

16.3

Winsten en verliezen op voor handelsdoeleinden aangehouden financiële activa en verplichtingen en financiële activa aangehouden voor handelsdoeleinden en financiële verplichtingen aangehouden voor handelsdoeleinden naar instrument

16.4

Winsten en verliezen op voor handelsdoeleindenaangehouden financiële activa en verplichtingen en financiële activa aangehouden voor handelsdoeleinden en financiële verplichtingen voor handelsdoeleinden naar risico

Aansluiting tussen de boekhoudkundige reikwijdte van de consolidatie en de reikwijdte van de consolidatie onder de VKV: Balans

17.1

Aansluiting tussen de boekhoudkundige reikwijdte van de consolidatie en de reikwijdte van de consolidatie onder de VKV: Activa

17.2

Aansluiting tussen de boekhoudkundige reikwijdte van de consolidatie en de reikwijdte van de consolidatie onder de VKV: Blootstellingen buiten de balanstelling: toegezegde leningen, financiële garanties en overige gedane toezeggingen

17.3

Aansluiting tussen de boekhoudkundige reikwijdte van de consolidatie en de reikwijdte van de consolidatie onder de VKV: Passiva

Informatie over renderende en niet-renderende blootstellingen

18

Informatie over renderende en niet-renderende blootstellingen

18.1

Instromen en uitstromen van niet-renderende blootstellingen — leningen en voorschotten per sector van de tegenpartij

18.2

Zakelijk onroerendgoedleningen en aanvullende informatie over door onroerend goed gedekte leningen

19

Respijtblootstellingen

DEEL 2 [DRIEMAANDELIJKS MET DREMPEL: DRIEMAANDELIJKSE FREQUENTIE OF GEEN RAPPORTAGE]

Geografische uitsplitsing

20.4

Geografische uitsplitsing van activa naar vestigingsplaats van de tegenpartij

20.5

Geografische uitsplitsing van blootstellingen buiten de balanstelling naar vestigingsplaats van de tegenpartij

20.6

Geografische uitsplitsing van verplichtingen naar vestigingsplaats van de tegenpartij

DEEL 4 [JAARLIJKS]

Groepsstructuur

40.1

Groepsstructuur: „per entiteit”




BIJLAGE II

Sterk vereenvoudigde financiële toezichtrapportage

1.Voor onder toezicht staande entiteiten die IFRS toepassen uit hoofde van Verordening (EG) nr. 1606/2002, en tevens voor onder toezicht staande entiteiten die nationale kaders voor jaarrekeningen toepassen op basis van Richtlijn 86/635/EEG welke verenigbaar zijn met IFRS, omvat „Sterk vereenvoudigde financiële toezichtrapportage” de in tabel 3 opgesomde templates van bijlage III bij Uitvoeringsverordening (EU) 2021/451.



Tabel 3

Templatenummer

NAAM VAN DE TEMPLATE OF VAN DE GROEP TEMPLATES

DEEL 1 [DRIEMAANDELIJKSE FREQUENTIE]

Balans [Overzicht van Financiële Positie]

1.1

Balans: activa

1.2

Balans: passiva

1.3

Balans: eigen vermogen

2

Winst- en verliesrekening

Uitsplitsing van financiële activa naar instrument en naar sector van de tegenpartij

4.1

Uitsplitsing van financiële activa naar instrument en naar sector van de tegenpartij: voor handelsdoeleindenaangehouden financiële activa

4.2.1

Uitsplitsing van financiële activa naar instrument en naar sector van de tegenpartij: verplicht tegen reële waarde gewaardeerde financiële activa voor niet-handelsdoeleinden met verwerking van waardeveranderingen in winst of verlies

4.2.2

Uitsplitsing van financiële activa naar instrument en naar sector van de tegenpartij: financiële activa die als gewaardeerd tegen reële waarde met verwerking van waardeveranderingen in winst of verlies zijn aangewezen

4.3.1

Uitsplitsing van financiële activa naar instrument en naar sector van de tegenpartij: tegen reële waarde gewaardeerde financiële activa met verwerking van waardeveranderingen in de overige onderdelen van het totaalresultaat

4.4.1

Uitsplitsing van financiële activa naar instrument en naar sector van de tegenpartij: financiële activa tegen geamortiseerde kostprijs

4.5

Achtergestelde financiële activa

5.1

Anders dan voor handelsdoeleinden aangehouden leningen en voorschotten voor handelsdoeleinden of voor verkoop aangehouden activa, naar product

Uitsplitsing van financiële verplichtingen

8.1

Uitsplitsing van financiële verplichtingen naar product en naar sector van de tegenpartij

8.2

Achtergestelde financiële verplichtingen

Toegezegde leningen, financiële garanties en overige toezeggingen

9.1.1

Blootstellingen buiten de balanstelling: toegezegde leningen, financiële garanties en overige toezeggingen

10

Derivaten - Afdekkingen voor handelsdoeleinden en economische afdekkingen

Hedge accounting

11.1

Derivaten - Hedge accounting: Uitsplitsing naar soort risico en soort afdekking

Wijzigingen in voorzieningen voor kredietverliezen

12.1

Wijzigingen in voorzieningen voor kredietverliezen

14

Reëlewaardehiërarchie tegen reële waarde gewaardeerde financiële instrumenten

Informatie over renderende en niet-renderende blootstellingen

18

Informatie over renderende en niet-renderende blootstellingen

18.1

Instromen en uitstromen van niet-renderende blootstellingen — leningen en voorschotten per sector van de tegenpartij

18.2

Zakelijk onroerendgoedleningen en aanvullende informatie over door onroerend goed gedekte leningen

19

Respijtblootstellingen

2.Voor onder toezicht staande entiteiten die op basis van Richtlijn 86/635/EEG nationale kaders voor jaarrekeningen toepassen welke niet in lid 1 zijn opgenomen, omvat „Sterk vereenvoudigde financiële toezichtrapportage” de templates van bijlage IV bij Uitvoeringsverordening (EU) 2021/451 zoals opgenomen in tabel 4.



Tabel 4

Templatenummer

NAAM VAN DE TEMPLATE OF VAN DE GROEP TEMPLATES

DEEL 1 [DRIEMAANDELIJKSE FREQUENTIE]

Balans [Overzicht van Financiële Positie]

1.1

Balans: activa

1.2

Balans: passiva

1.3

Balans: eigen vermogen

2

Winst- en verliesrekening

Uitsplitsing van financiële activa naar instrument en naar sector van de tegenpartij

4.1

Uitsplitsing van financiële activa naar instrument en naar sector van de tegenpartij: voor handelsdoeleinden aangehouden financiële activa

4.2.1

Uitsplitsing van financiële activa naar instrument en naar sector van de tegenpartij: verplicht tegen reële waarde gewaardeerde financiële activa voor niet-handelsdoeleinden met verwerking van waardeveranderingen in winst of verlies

4.2.2

Uitsplitsing van financiële activa naar instrument en naar sector van de tegenpartij: financiële activa die als gewaardeerd tegen reële waarde met verwerking van waardeveranderingen in winst of verlies zijn aangewezen

4.3.1

Uitsplitsing van financiële activa naar instrument en naar sector van de tegenpartij: tegen reële waarde gewaardeerde financiële activa met verwerking van waardeveranderingen in de overige onderdelen van het totaalresultaat

4.4.1

Uitsplitsing van financiële activa naar instrument en naar sector van de tegenpartij: financiële activa tegen geamortiseerde kostprijs

4.5

Achtergestelde financiële activa

4.6

Uitsplitsing van financiële activa naar instrument en naar sector van de tegenpartij: financiële activa voor handelsdoeleinden

4.7

Uitsplitsing van financiële activa naar instrument en naar sector van de tegenpartij: tegen reële waarde gewaardeerde niet-afgeleide financiële activa voor niet-handelsdoeleinden met verwerking van waardeveranderingen in winst of verlies

4.8

Uitsplitsing van financiële activa naar instrument en naar sector van de tegenpartij: tegen reële waarde gewaardeerde niet-afgeleide financiële activa voor niet-handelsdoeleinden met verwerking van waardeveranderingen in het eigen vermogen

4.9

Uitsplitsing van financiële activa naar instrument en naar sector van de tegenpartij: niet-afgeleide financiële activa voor niet-handelsdoeleinden die op basis van een kostprijsmethode zijn gewaardeerd

4.10

Uitsplitsing van financiële activa naar instrument en naar sector van de tegenpartij: overige niet-afgeleide financiële activa voor niet-handelsdoeleinden

5.1

Anders dan voor handelsdoeleinden aangehouden leningen en voorschotten, voor handelsdoeleinden aangehouden of voor verkoop aangehouden activa, naar product

Uitsplitsing van financiële verplichtingen

8.1

Uitsplitsing van financiële verplichtingen naar product en naar sector van de tegenpartij

8.2

Achtergestelde financiële verplichtingen

Toegezegde leningen, financiële garanties en overige toezeggingen

9.1

Blootstellingen buiten de balanstelling onder nationale GAAP: toegezegde leningen, financiële garanties en overige toezeggingen

9.1.1

Blootstellingen buiten de balanstelling: toegezegde leningen, financiële garanties en overige toezeggingen

10

Derivaten - Afdekkingen voor handelsdoeleinden en economische afdekkingen

Hedge accounting

11.1

Derivaten - Hedge accounting: Uitsplitsing naar soort risico en soort afdekking

11.2

Derivaten - Hedge accounting op basis van nationale GAAP: Uitsplitsing naar soort risico

Wijzigingen in waardeverminderingen voorzieningen voor kredietverliezen

12

Wijzigingen in voorzieningen voor kredietverliezen en bijzondere waardevermindering van eigenvermogensinstrumenten onder nationale GAAP

12.1

Wijzigingen in voorzieningen voor kredietverliezen

Informatie over renderende en niet-renderende blootstellingen

18

Informatie over renderende en niet-renderende blootstellingen

18.1

Instromen en uitstromen van niet-renderende blootstellingen — leningen en voorschotten per tegenpartijsector

18.2

Zakelijk onroerendgoedleningen en aanvullende informatie over door onroerend goed gedekte leningen

19

Respijtblootstellingen

3.De informatie in leden 1 en 2 wordt gerapporteerd in overeenstemming met de instructies in bijlage V bij Uitvoeringsverordening (EU) 2021/451.

4.In afwijking van lid 2 kan elke NBA besluiten dat de in paragraaf 2 genoemde en in hun lidstaat gevestigde entiteiten het volgende rapporteren:

a)

de in template 9.1 gespecificeerde informatie of de in template 9.1.1 van bijlage IV bij Uitvoeringsverordening (EU) 2021/451 gespecificeerde informatie;

b)

de in template 11.1 gespecificeerde informatie of de in template 11.2 van bijlage IV bij Uitvoeringsverordening (EU) 2021/451 gespecificeerde informatie;

c)

de in template 12.0 gespecificeerde informatie of de in template 12.1 van bijlage IV bij Uitvoeringsverordening (EU) 2021/451 gespecificeerde informatie.




BIJLAGE III

Gegevenspunten voor financiële toezichtrapportage

1.Voor zowel onder toezicht staande entiteiten die IFRS toepassen uit hoofde van Verordening (EG) nr. 1606/2002, als voor onder toezicht staande entiteiten die op basis van Richtlijn 86/635/EEG nationale kaders voor jaarrekeningen toepassen welke verenigbaar zijn met IFRS, omvat „Gegevens over financiële toezichtrapportage” de in bijlage III bij Uitvoeringsverordening (EU) 2021/451 genoemde gegevens zoals die zijn opgenomen in bijlage IV bij deze verordening.

2.Voor onder toezicht staande entiteiten die op basis van Richtlijn 86/635/EEG nationale kaders voor jaarrekeningen toepassen die niet in lid 1 zijn opgenomen, omvat „Gegevens over financiële toezichtrapportage” de templates van bijlage IV bij Uitvoeringsverordening (EU) 2021/451 zoals die zijn opgenomen Bijlage V bij deze verordening.

3.De informatie in de paragrafen 1 en 2 wordt gerapporteerd in overeenstemming met de instructies in bijlage V bij Uitvoeringsverordening (EU) 2021/451.




BIJLAGE IV

„FINREP-gegevenspunten” onder IFRS of met IFRS verenigbare nationale GAAP

image

1.Balansoverzicht [overzicht van financiële positie]

1.1 Activa

image

1.2 Passiva

image

1.3 Eigen vermogen

image

2.Winst- en verliesrekening

image

5.Uitsplitsing van leningen en voorschotten voor niet-handelsdoeleinden naar product

5.1 Leningen en voorschotten anders dan voor handelsdoeleinden aangehouden, voor handelsdoeleinden of voor verkoop aangehouden activa, naar product

image

8.Uitsplitsing van financiële verplichtingen

8.1 Uitsplitsing van financiële verplichtingen naar product en naar sector van de tegenpartij

image

8.2 Achtergestelde financiële verplichtingen

image

10.Derivaten - Afdekkingen voor handelsdoeleinden en economische afdekkingen

image

11.Hedge accounting

11.1 Derivaten – Hedge accounting: Uitsplitsing naar soort risico en soort afdekking

image

18Informatie over renderende en niet-renderende blootstellingen

18.0 Informatie over renderende en niet-renderende blootstellingen

image

image

18Informatie over renderende en niet-renderende blootstellingen

18.0 Informatie over renderende en niet-renderende blootstellingen

image

image

19.Informatie over respijtblootstellingen

image

19.Informatie over respijtblootstellingen

image




BIJLAGE V

„FINREP-gegevenspunten in het kader van nationale kaders voor financiële verslaglegging”

image

1. Balans [overzicht van financiële positie]

1.1 Activa

image

1.2 Passiva

image

1.3 Eigen vermogen

image

2. Winst- en verliesrekening

image

image

5. Uitsplitsing van leningen en voorschotten voor niet-handelsdoeleinden naar product

5.1 Anders dan voor handelsdoeleinden aagehouden leningen en voorschotten, voor handelsdoeleinden aangehouden of voor verkoop aangehouden activa, naar product

image

8. Uitsplitsing van financiële verplichtingen

8.1 Uitsplitsing van financiële verplichtingen naar product en naar sector van de tegenpartij

image

8.2 Achtergestelde financiële verplichtingen

image

10. Derivaten - Afdekkingen voor handelsdoeleinden en economische afdekkingen

image

11. Hedge accounting

11.2 Derivaten – Hedge accounting: Uitsplitsing naar soort risico en soort afdekking

image

18 Informatie over renderende en niet-renderende blootstellingen

18.0 Informatie over renderende en niet-renderende blootstellingen

image

image

18 Informatie over renderende en niet-renderende blootstellingen

18.0 Informatie over renderende en niet-renderende blootstellingen

image

image

19. Informatie over respijtblootstellingen

image

19. Informatie over respijtblootstellingen

image



►M3 (1) Uitvoeringsverordening (EU) 2021/451 van de Commissie van 17 december 2020 tot vaststelling van technische uitvoeringsnormen voor de toepassing van Verordening (EU) nr. 575/2013 van het Europees Parlement en de Raad betreffende de rapportage aan de toezichthoudende autoriteit door instellingen en tot intrekking van Uitvoeringsverordening (EU) nr. 680/2014 (PB L 97 van 19.3.2021, blz. 1).

(2) Verordening (EU) nr. 1071/2013 van de Europese Centrale Bank van 24 september 2013 met betrekking tot de balans van de sector monetaire financiële instellingen (ECB/2013/33) (PB L 297 van 7.11.2013, blz. 1).

(3) Besluit (EU) 2023/1681 van de Europese Centrale Bank van 17 augustus 2023 betreffende de verstrekking aan de Europese Centrale Bank van toezichtgegevens die door de onder toezicht staande entiteiten aan de nationale bevoegde autoriteiten zijn gerapporteerd (ECB/2023/18) (PB L 216 van 1.9.2023, blz. 105).