Home

Verordening (EU) 2015/735 van de Raad van 7 mei 2015 betreffende beperkende maatregelen in het licht van de situatie in Zuid-Sudan en tot intrekking van Verordening (EU) nr. 748/2014

Verordening (EU) 2015/735 van de Raad van 7 mei 2015 betreffende beperkende maatregelen in het licht van de situatie in Zuid-Sudan en tot intrekking van Verordening (EU) nr. 748/2014

Artikel 1

Voor de toepassing van deze verordening wordt verstaan onder:

a) „tussenhandeldiensten” :
  1. het onderhandelen over of regelen van transacties met het oog op de verwerving, verkoop of levering van goederen en technologie, of van financiële en technische diensten, van een derde land aan een ander derde land, of

  2. het verkopen of aankopen van goederen en technologie, of van financiële en technische diensten, die zich in derde landen bevinden, met het oog op de overbrenging ervan naar een ander derde land;

b) „vordering” :

elke vóór of na de datum van inwerkingtreding van deze verordening ingediende vordering, ook wanneer deze de vorm van een rechtsvordering heeft, die voortvloeit uit of verband houdt met de uitvoering van een contract of transactie, en met name:

  1. elke vordering tot nakoming van een verplichting die voortvloeit uit of verband houdt met een contract of transactie;

  2. elke vordering tot verlenging of uitbetaling van financiële garanties of contragaranties, ongeacht de vorm;

  3. elke vordering tot schadeloosstelling in verband met een contract of een transactie;

  4. elke tegenvordering;

  5. elke vordering, ook via een exequatur, waarmee wordt beoogd erkenning of uitvoering van een rechterlijke of arbitrale uitspraak of van een gelijkwaardige beslissing te verkrijgen, ongeacht de plaats van uitspraak;

c) „contract of transactie” :
elke verrichting, ongeacht de vorm en het recht dat erop van toepassing is, die een of meer contracten of soortgelijke verplichtingen tussen al dan niet dezelfde partijen omvat; in dit verband worden onder „contract” tevens begrepen alle -ook de uit juridisch oogpunt op zichzelf staande- met name financiële garanties of contragaranties en kredieten, alsmede alle uit een dergelijke transactie voortkomende of daarmee verband houdende bepalingen;
d) „bevoegde autoriteiten” :
de bevoegde autoriteiten van de lidstaten als aangegeven op de websites die zijn opgesomd in bijlage III;
e) „economische middelen” :
activa van enigerlei aard, materieel of immaterieel, roerend of onroerend, die geen tegoeden zijn, maar kunnen worden gebruikt om tegoeden, goederen of diensten te verkrijgen;
f) „bevriezing van economische middelen” :
voorkomen dat economische middelen worden gebruikt om op enigerlei wijze tegoeden, goederen of diensten te verkrijgen, inclusief, maar niet daartoe beperkt, door deze te verkopen, te verhuren of te verhypothekeren;
g) „bevriezing van tegoeden” :
voorkoming van mutatie, overmaking, wijziging, gebruik of inzet van of omgang met tegoeden, op welke wijze ook, met als gevolg wijziging van hun omvang, bedrag, locatie, eigenaar, bezit, onderscheidende kenmerken, bestemming of andere wijzigingen waardoor het gebruik van bedoelde tegoeden, inclusief het beheer van een beleggingsportefeuille, mogelijk wordt gemaakt;
h) „tegoeden” :

financiële activa en economische voordelen van enigerlei aard, met inbegrip van, maar niet beperkt tot:

  1. contanten, cheques, geldvorderingen, wissels, postwissels en andere betaalmiddelen;

  2. deposito's bij financiële instellingen of andere entiteiten, saldi op rekeningen, schulden en schuldbewijzen;

  3. in het openbaar en onderhands verhandelde waardepapieren en schuldbewijzen, inclusief aandelen, certificaten van waardepapieren, obligaties, promesses, warrants, schuldbekentenissen en derivatencontracten;

  4. rente, dividend of andere inkomsten uit of waarde voortkomende uit of gegenereerd door activa;

  5. krediet, recht op compensatie, garanties, uitvoeringsgaranties of andere financiële verplichtingen;

  6. kredietbrieven, cognossementen, koopbrieven, alsmede

  7. bewijsstukken van belangen in fondsen of financiële middelen;

i) „technische bijstand” :
elke technische steun in verband met reparaties, ontwikkeling, vervaardiging, assemblage, beproeving, onderhoud of enige andere technische dienst; technische bijstand kan de vorm aannemen van bijvoorbeeld instructies, advies, opleiding, overdracht van praktische kennis of vaardigheden of adviesdiensten, met inbegrip van mondelinge vormen van bijstand;
j) „grondgebied van de Unie” :
het grondgebied van de lidstaten waarop het Verdrag van toepassing is, onder de in het Verdrag bepaalde voorwaarden, met inbegrip van hun luchtruim.

Artikel 2

Er geldt een verbod op het verlenen van:

  1. technische bijstand,tussenhandeldiensten of andere diensten in verband met militaire activiteiten of met het leveren, vervaardigen, onderhouden en gebruiken van wapens en alle soorten aanverwant materieel, waaronder wapens en munitie, militaire voertuigen en uitrusting, paramilitaire uitrusting, en onderdelen daarvoor, direct of indirect, aan natuurlijke personen, rechtspersonen, entiteiten of lichamen in of voor gebruik in Zuid-Sudan;

  2. financiering of financiële bijstand in verband met militaire activiteiten, met inbegrip van met name subsidies, leningen en exportkredietverzekeringen, alsook verzekering en herverzekering, voor de verkoop, levering, overdracht of uitvoer van wapens en aanverwant materieel, of voor de verlening van daarmee verband houdende technische bijstand,tussenhandeldiensten of andere diensten, direct of indirect, aan natuurlijke personen, rechtspersonen, entiteiten of lichamen in of voor gebruik in Zuid-Sudan;

  3. technische bijstand, financiering, financiële bijstand of tussenhandeldiensten in verband met het leveren van gewapende huurlingen in of voor inzet in Zuid-Sudan.

Artikel 3

De verbodsbepalingen van artikel 2 zijn niet van toepassing op het verlenen van financiering en financiële bijstand, technische bijstand en tussenhandeldiensten in verband met:

  1. wapens en aanverwant materieel die/dat uitsluitend bedoeld zijn/is ter ondersteuning van of voor gebruik door VN-personeel, met inbegrip van de VN-missie in de Republiek Zuid-Sudan (UNMISS) en de VN-veiligheidsmacht voor Abyei (UNISFA);

  2. beschermende kledingstukken, waaronder scherfwerende vesten en militaire helmen, die door VN-personeel, vertegenwoordigers van de media, medewerkers van humanitaire organisaties en ontwikkelingswerkers en aanverwant personeel louter voor hun eigen bescherming tijdelijk naar Zuid-Sudan worden uitgevoerd.

Artikel 4

1.

In afwijking van artikel 2 kunnen de bevoegde autoriteiten toestemming geven voor het verlenen van financiering en financiële bijstand, technische bijstand en tussenhandeldiensten in verband met:

  1. niet-dodelijke militaire uitrusting die uitsluitend is bedoeld voor humanitair of beschermend gebruik, op voorwaarde dat de lidstaat het Sanctiecomité vooraf daarvan in kennis heeft gesteld overeenkomstig de in punt 6 van Resolutie 2428 (2018) van de VN-Veiligheidsraad vastgestelde vereisten;

  2. wapens en aanverwant materieel die/dat tijdelijk naar Zuid-Sudan worden/wordt uitgevoerd door de strijdkrachten van een staat die overeenkomstig het internationale recht actie onderneemt uitsluitend en rechtstreeks gericht op de evacuatie van zijn onderdanen en onderdanen van andere staten voor wie die staat in Zuid-Sudan consulaire verantwoordelijkheid draagt, op voorwaarde dat de lidstaat het Sanctiecomité daarvan in kennis stelt overeenkomstig de in punt 6 van Resolutie 2428 (2018) van de VN-Veiligheidsraad vastgestelde vereisten;

  3. wapens en aanverwant materieel voor of ter ondersteuning van de regionale taskforce van de Afrikaanse Unie, die/dat uitsluitend bedoeld zijn/is voor regionale operaties ter bestrijding van het Verzetsleger van de Heer (LRA), op voorwaarde dat de lidstaat het Sanctiecomité vooraf daarvan in kennis heeft gesteld overeenkomstig de in punt 6 van Resolutie 2428 (2018) van de VN-Veiligheidsraad vastgestelde vereisten;

  4. wapens en aanverwant materieel uitsluitend ter ondersteuning van de tenuitvoerlegging van de voorwaarden van de vredesovereenkomst, op voorwaarde dat de lidstaat vooraf de goedkeuring van het Sanctiecomité heeft verkregen overeenkomstig de in punt 6 van Resolutie 2428 (2018) van de VN-Veiligheidsraad vastgestelde vereisten;

  5. overige verkoop of levering van wapens en aanverwant materieel, of verstrekking van bijstand of levering van personeel, op voorwaarde dat de lidstaat vooraf de goedkeuring van het Sanctiecomité heeft verkregen overeenkomstig de in punt 6 van Resolutie 2428 (2018) van de VN-Veiligheidsraad vastgestelde vereisten.

2.

De betrokken lidstaat stelt de andere lidstaten en de Commissie in kennis van elke op grond van lid 1 verleende toestemming.

Artikel 5

1.

Alle tegoeden en economische middelen die toebehoren aan of eigendom zijn, in het bezit zijn of onder zeggenschap staan van een in bijlage I vermelde natuurlijke persoon, rechtspersoon, entiteit of lichaam, worden bevroren. Bijlage I omvat natuurlijke personen, rechtspersonen, entiteiten en lichamen die overeenkomstig de punten 6, 7, 8 en 12 van Resolutie 2206 (2015) en punt 14 van Resolutie 2428 (2018) van de VN-Veiligheidsraad door het Sanctiecomité van de VN-Veiligheidsraad dat is opgericht uit hoofde van punt 16 van Resolutie 2206 (2015), zijn geïdentificeerd als verantwoordelijk voor, medeplichtig aan, of direct of indirect betrokken bij acties of beleidsmaatregelen die de vrede, de veiligheid of de stabiliteit van Zuid-Sudan bedreigen.

2.

Alle tegoeden en economische middelen die toebehoren aan of eigendom zijn, in het bezit zijn of onder zeggenschap staan van een in bijlage II vermelde natuurlijke persoon, rechtspersoon, entiteit of lichaam, worden bevroren. Bijlage II omvat natuurlijke personen, rechtspersonen, entiteiten en lichamen die overeenkomstig artikel 6, lid 1, onder b), van Besluit (GBVB) 2015/740, zijn geïdentificeerd als verantwoordelijk voor de belemmering van het politieke proces in Zuid-Sudan, onder meer door daden van geweld of schendingen van staakt-het-vuren-overeenkomsten, alsook als personen die verantwoordelijk zijn voor ernstige schendingen van de mensenrechten in Zuid-Sudan en met hen geassocieerde natuurlijke personen, rechtspersonen, entiteiten en lichamen.

3.

Aan of ten behoeve van de in bijlagen I en II genoemde natuurlijke personen of rechtspersonen, entiteiten of lichamen mogen geen tegoeden of economische middelen direct of indirect ter beschikking worden gesteld.

Artikel 6

Artikel 7

Artikel 8

Artikel 9

Artikel 10

Artikel 11

Artikel 12

Artikel 13

Artikel 14

Artikel 15

Artikel 16

Artikel 17

Artikel 18

Artikel 19

Artikel 20

Artikel 21

Artikel 22

Artikel 23

Artikel 24

Artikel 25

Artikel 26

Artikel 27

Artikel 28

BIJLAGE I

BIJLAGE II

BIJLAGE III