Home

Uitvoeringsverordening (EU) 2015/1375 van de Commissie van 10 augustus 2015 tot vaststelling van specifieke voorschriften voor de officiële controles op Trichinella in vlees (Codificatie) (Voor de EER relevante tekst)

Uitvoeringsverordening (EU) 2015/1375 van de Commissie van 10 augustus 2015 tot vaststelling van specifieke voorschriften voor de officiële controles op Trichinella in vlees (Codificatie) (Voor de EER relevante tekst)

HOOFDSTUK I ALGEMENE BEPALING

Artikel 1 Definities

Voor de toepassing van deze verordening wordt verstaan onder:

    1. „Trichinella” :
    elke nematode van een soort die tot het geslacht Trichinella behoort;
    2. „gecontroleerde huisvestingsomstandigheden” :
    een type veehouderij waarbij de varkens ononderbroken worden gehouden onder door de exploitant van het levensmiddelenbedrijf gecontroleerde omstandigheden wat betreft voedering en huisvesting;
    3. „compartiment” :
    een groep bedrijven die gecontroleerde huisvestingsomstandigheden toepast. Alle bedrijven die in een lidstaat gecontroleerde huisvestingsomstandigheden toepassen, kunnen als één compartiment worden beschouwd.

HOOFDSTUK II VERPLICHTINGEN VAN DE BEVOEGDE AUTORITEITEN EN VAN EXPLOITANTEN VAN LEVENSMIDDELENBEDRIJVEN

Artikel 2 Bemonstering van karkassen

1.

Karkassen van gedomesticeerde varkens worden in het kader van de postmortemkeuring als volgt bemonsterd:

  1. alle karkassen van fokzeugen en -beren of minstens 10 % van de karkassen van dieren die elk jaar naar het slachthuis worden gebracht door elk bedrijf dat officieel is erkend als bedrijf dat gecontroleerde huisvestingsomstandigheden toepast, worden op Trichinella onderzocht;

  2. alle karkassen van bedrijven die niet officieel zijn erkend als bedrijven die gecontroleerde huisvestingsomstandigheden toepassen, worden systematisch op Trichinella onderzocht.

Van elk karkas wordt een monster genomen, dat in een door de bevoegde autoriteit aangewezen laboratorium met een van de volgende detectiemethoden op Trichinella wordt onderzocht:

  1. de in bijlage I, hoofdstuk I, beschreven referentiemethode, of

  2. een gelijkwaardige detectiemethode zoals beschreven in bijlage I, hoofdstuk II.

2.

Karkassen van eenhoevigen, wilde zwijnen en andere als huisdier gehouden of in het wild levende diersoorten die gevoelig zijn voor Trichinellabesmetting worden in het kader van de postmortemkeuring in slachthuizen of wildverwerkingsinrichtingen systematisch bemonsterd.

Van elk karkas wordt een monster genomen, dat overeenkomstig de bijlagen I en III in een door de bevoegde autoriteit aangewezen laboratorium wordt onderzocht.

3.

Zolang de uitslag van het Trichinellaonderzoek nog niet bekend is, mogen de karkassen van gedomesticeerde varkens of eenhoevigen, op voorwaarde dat de exploitant van het levensmiddelenbedrijf volledige traceerbaarheid garandeert, in een slachthuis of een op hetzelfde terrein gelegen uitsnijderij in maximaal zes stukken worden verdeeld.

Artikel 3 Afwijkingen

1.

In afwijking van artikel 2, lid 1, is vlees van gedomesticeerde varkens dat onder toezicht van de bevoegde autoriteit een vriesbehandeling overeenkomstig bijlage II heeft ondergaan, vrijgesteld van onderzoek op Trichinella.

2.

In afwijking van artikel 2, lid 1, hoeven karkassen en vlees van niet gespeende gedomesticeerde varkens die minder dan vijf weken oud zijn, niet op Trichinella te worden onderzocht.

3.

In afwijking van artikel 2, lid 1, kunnen karkassen en vlees van gedomesticeerde varkens worden vrijgesteld van het onderzoek op Trichinella wanneer de dieren komen van een bedrijf of een compartiment dat officieel is erkend als bedrijf of compartiment dat overeenkomstig bijlage IV gecontroleerde huisvestingsomstandigheden toepast, op voorwaarde dat:

  1. in de lidstaat in de laatste drie jaar, tijdens welke overeenkomstig artikel 2 continu op Trichinella is getest, geen autochtone Trichinella-infecties zijn vastgesteld bij gedomesticeerde varkens die worden gehouden in bedrijven die officieel zijn erkend als bedrijven die gecontroleerde huisvestingsomstandigheden toepassen, of

  2. historische gegevens over continue tests uitgevoerd op geslachte varkens met een betrouwbaarheid van minimaal 95 % garanderen dat de Trichinellaprevalentie in die populatie niet meer dan 1 per miljoen bedraagt, of

  3. de bedrijven die gecontroleerde huisvestingsomstandigheden toepassen zich in België of Denemarken bevinden.

4.

Wanneer een lidstaat de afwijking toepast waarin lid 3 voorziet, stelt de desbetreffende lidstaat de Commissie en de andere lidstaten in het Permanent Comité voor planten, dieren, levensmiddelen en diervoeders daarvan in kennis en legt hij aan de Commissie een jaarverslag over met de in bijlage IV, hoofdstuk II, bedoelde informatie. De Commissie publiceert de lijst van de lidstaten die de afwijking toepassen op haar website.

Indien een lidstaat een dergelijk verslag niet indient of het ingediende verslag voor de toepassing van dit artikel niet voldoet, vervalt de afwijking voor die lidstaat.

5.

In afwijking van artikel 2, lid 3, en na goedkeuring door de bevoegde autoriteit:

  1. mogen de karkassen in een al dan niet aan het slachthuis verbonden uitsnijderij in stukken worden verdeeld, mits:

    1. de procedure is goedgekeurd door de bevoegde autoriteit;

    2. een karkas of de delen daarvan niet meer dan één uitsnijderij als bestemming heeft/hebben;

    3. de uitsnijderij op het grondgebied van de lidstaat gelegen is, en

    4. alle delen ongeschikt voor menselijke consumptie worden verklaard indien de uitslag positief is;

  2. karkassen van gedomesticeerde varkens mogen in een uitsnijderij die zich in dezelfde inrichting bevindt als of verbonden is aan het slachthuis in meer delen worden verdeeld, mits:

    1. de procedure is goedgekeurd door de bevoegde autoriteit;

    2. uitsnijden of uitbenen vóór het bereiken van de in sectie I, hoofdstuk V, punt 2, b), van bijlage III bij Verordening (EG) nr. 853/2004 bedoelde temperatuur wordt uitgevoerd overeenkomstig sectie I, hoofdstuk V, punt 4, van bijlage III bij die verordening;

    3. alle delen ongeschikt voor menselijke consumptie worden verklaard indien de uitslag positief is.

Artikel 4 Trichinellaonderzoek en aanbrengen van het gezondheidsmerk

Artikel 5 Opleiding

Artikel 6 Detectiemethoden

Artikel 7 Draaiboeken

Artikel 8 Officiële erkenning van bedrijven die gecontroleerde huisvestingsomstandigheden toepassen

Artikel 9 Kennisgevingsplicht van exploitanten van levensmiddelenbedrijven

Artikel 10 Audits van bedrijven die officieel zijn erkend als bedrijven die gecontroleerde huisvestingsomstandigheden toepassen

Artikel 11 Bewakingsprogramma's

Artikel 12 Intrekking van de officiële erkenning van bedrijven die officieel zijn erkend als bedrijven die gecontroleerde huisvestingsomstandigheden toepassen

HOOFDSTUK III INVOER

Artikel 13 Gezondheidsvoorschriften bij invoer

HOOFDSTUK IV INTREKKING EN SLOTBEPALINGEN

Artikel 15 Intrekking

Artikel 16 Inwerkingtreding

BIJLAGE I

BIJLAGE II

BIJLAGE III

BIJLAGE IV

BIJLAGE V

BIJLAGE VI

BIJLAGE VIIDerde landen of regio’s daarvan die de in artikel 13, lid 2, bedoelde afwijkingen toepassen