Home

Gedelegeerde Verordening (EU) 2016/341 van de Commissie van 17 december 2015 tot aanvulling van Verordening (EU) nr. 952/2013 van het Europees Parlement en van de Raad met overgangsregels voor enkele bepalingen van het douanewetboek van de Unie voor de gevallen waarin de relevante elektronische systemen nog niet operationeel zijn, en tot wijziging van Gedelegeerde Verordening (EU) 2015/2446

Gedelegeerde Verordening (EU) 2016/341 van de Commissie van 17 december 2015 tot aanvulling van Verordening (EU) nr. 952/2013 van het Europees Parlement en van de Raad met overgangsregels voor enkele bepalingen van het douanewetboek van de Unie voor de gevallen waarin de relevante elektronische systemen nog niet operationeel zijn, en tot wijziging van Gedelegeerde Verordening (EU) 2015/2446

DE EUROPESE COMMISSIE,

Gezien het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie,

Gezien Verordening (EU) nr. 952/2013 van het Europees Parlement en van de Raad van 9 oktober 2013 tot vaststelling van het douanewetboek van de Unie (hierna „het wetboek” genoemd)(1), en met name de artikelen 6, 7, 131, 153, 156 en 279,

Overwegende hetgeen volgt:

  1. Overeenkomstig artikel 290 van het Verdrag is in het wetboek aan de Commissie de bevoegdheid gedelegeerd om een aantal niet-essentiële onderdelen van het wetboek aan te vullen.

  2. Het wetboek stimuleert het gebruik van informatie- en communicatietechnologieën, zoals voorgeschreven bij Beschikking nr. 70/2008/EG van het Europees Parlement en de Raad(2) en erkent dat deze technologieën niet alleen essentieel zijn voor de vergemakkelijking van de handel maar ook voor de effectiviteit van de douanecontroles. Meer in het bijzonder moeten volgens artikel 6, lid 1, van het wetboek, alle uitwisselingen van informatie tussen douaneautoriteiten onderling en tussen marktdeelnemers en douaneautoriteiten en de opslag van die informatie geschieden met behulp van elektronische gegevensverwerkingstechnieken. In de regel moeten informatie- en communicatiesystemen de marktdeelnemers in alle lidstaten dezelfde faciliteiten bieden.

  3. Op basis van het bestaande planningsdocument voor alle IT-gerelateerde douaneprojecten, dat is opgesteld overeenkomstig Beschikking nr. 70/2008/EG, bevat Uitvoeringsbesluit 2014/255/EU van de Commissie(3) (het werkprogramma) een lijst van de elektronische systemen die door de lidstaten en, in voorkomend geval, in nauwe samenwerking tussen de Commissie en de lidstaten moeten worden ontwikkeld om ervoor te zorgen dat het wetboek in de praktijk toepassing kan vinden.

  4. In dit verband is in artikel 278 van het wetboek bepaald dat tot en met 31 december 2020, op overgangsbasis, andere middelen dan elektronische gegevensverwerkingstechnieken mogen worden gebruikt voor de uitwisseling en de opslag van informatie indien de voor de toepassing van de bepalingen van het wetboek benodigde elektronische systemen nog niet operationeel zijn.

  5. Hoewel de in deze verordening vervatte overgangsmaatregelen in principe uiterlijk tot 31 december 2020 toepassing moeten vinden, gelet op de praktische en projectmatige overwegingen van het werkprogramma, moet in het belang van de rechtszekerheid van de marktdeelnemers worden aanvaard dat wanneer de uitroldatum van een elektronisch systeem vóór de in het wetboek vastgestelde einddatum voor de toepassing van de overgangsbepalingen valt, de in deze verordening vastgestelde andere middelen dan elektronische gegevensverwerkingstechnieken voor de uitwisseling en de opslag van informatie als alternatief worden gebruikt voor het relevante elektronische systeem, waar dat uitgerold is, en vervolgens worden geschorst.

  6. Aangezien de elektronische systemen die nodig zijn voor de uitwisseling van informatie tussen de douaneautoriteiten onderling en tussen marktdeelnemers en douaneautoriteiten, nog niet voorhanden zijn, dienen overgangsmaatregelen te worden vastgesteld met betrekking tot de vorm van dergelijke aanvragen en beschikkingen. Bij de verwerking van persoonsgegevens in het kader van deze verordening dienen de geldende nationale en EU-gegevensbeschermingsbepalingen onverkort in acht te worden genomen.

  7. Wanneer de douaneautoriteiten van meer dan één lidstaat elkaar moeten raadplegen voordat een beschikking over de toepassing van de douanewetgeving wordt genomen, is het noodzakelijk, voor zover bij deze raadpleging gegevens moeten worden uitgewisseld en opgeslagen via elektronische middelen die nog niet zijn uitgerold, overgangsmaatregelen vast te stellen om ervoor te zorgen dat zulke raadplegingen kunnen blijven plaatsvinden.

  8. Aangezien de upgrade van het elektronische systeem betreffende bindende tariefinlichtingen (BTI's) nog moet plaatsvinden, moeten de huidige papieren en elektronische middelen voor BTI-aanvragen en -beschikkingen verder worden gebruikt totdat de volledige upgrade van het systeem heeft plaatsgevonden, teneinde de bedrijven te helpen bij het vaststellen van de juiste tariefindeling.

  9. Aangezien de upgrade van het elektronische systeem dat vereist is voor de toepassing van de bepalingen van het wetboek betreffende zowel de aanvraag als de vergunning van de status van geautoriseerd marktdeelnemer (AEO), nog moet plaatsvinden, moeten de huidige papieren en elektronische middelen verder worden gebruikt totdat de upgrade van het systeem heeft plaatsgevonden.

  10. Aangezien tot de upgrade van de nationale invoersystemen gebruik moet worden gemaakt van het huidige systeem voor de aangifte van gegevens inzake de douanewaarde (DV1), dienen er in deze verordening overgangsbepalingen te worden vastgesteld betreffende de mededeling van bepaalde elementen van de douanewaarde.

  11. In artikel 147 van Uitvoeringsverordening (EU) 2015/2447 van de Commissie(4) wordt verwezen naar een elektronisch systeem dat is opgezet voor de uitwisseling en de opslag van informatie over zekerheidstellingen die in meer dan één lidstaat kunnen worden gebruikt. Aangezien dat elektronische systeem nog niet voorhanden is, moet worden voorzien in andere middelen voor de opslag en de uitwisseling van deze informatie.

  12. Aangezien het invoercontrolesysteem, dat noodzakelijk is voor de toepassing van de bepalingen van het wetboek inzake de summiere aangifte bij binnenbrengen, nog geen volledige upgrade heeft gekregen, moeten de huidige middelen voor de uitwisseling en de opslag van informatie, niet zijnde de in artikel 6, lid 1, van het wetboek bedoelde elektronische gegevensverwerkingstechnieken, verder worden gebruikt.

  13. Omdat het huidige invoercontrolesysteem slechts een summiere aangifte bij binnenbrengen met behulp van de indiening van één gegevensset kan ontvangen, moeten in dit verband ook de artikelen die voorzien in de verstrekking van gegevens in meer dan één gegevensset, tijdelijk worden opgeschort totdat de upgrade van het invoercontrolesysteem heeft plaatsgevonden, en moeten alternatieve vereisten worden vastgesteld.

  14. Teneinde de douaneformaliteiten bij het binnenbrengen van goederen in verband met de veiligheid van de Unie en haar burgers te ondersteunen en te waarborgen en ervoor te zorgen dat het douanetoezicht op het juiste moment begint en naar behoren wordt uitgevoerd zolang de systemen voor kennisgeving van aankomst, aanbrengen van goederen en tijdelijke opslag nog niet zijn uitgerold, moeten alternatieve middelen voor de uitwisseling en de opslag van informatie worden vastgesteld wat de kennisgeving van aankomst, uitwijking, aanbrengen en tijdelijke opslag van goederen betreft.

  15. Om ervoor te zorgen dat de handelingen om goederen onder een bepaalde douaneregeling te plaatsen, vlot kunnen verlopen, moet worden toegestaan dat verder gebruik wordt gemaakt van papieren douaneaangiften naast de bestaande nationale invoersystemen zolang de upgrade van deze systemen nog niet heeft plaatsgevonden.

  16. Aangezien de door het wetboek vereiste nieuwe gegevenssets en formaten en de in verband daarmee op basis van het wetboek vastgestelde bepalingen niet beschikbaar zullen zijn totdat de upgrade van de nationale invoersystemen heeft plaatsgevonden, moet worden voorzien in de mogelijkheid dat douaneaangiften worden ingediend met een andere gegevensset, teneinde de rechtszekerheid voor marktdeelnemers te garanderen.

  17. Totdat de upgrade van het geautomatiseerde uitvoersysteem en de nationale invoersystemen heeft plaatsgevonden, moet voor marktdeelnemers die gebruikmaken van de vereenvoudigde aangifte, worden voorzien in verschillende termijnen om de aanvullende aangifte in te dienen. De lidstaten moeten daarom de mogelijkheid hebben om andere dan de in artikel 146 van Gedelegeerde Verordening (EU) 2015/2446 van de Commissie(5) genoemde termijnen vast te stellen.

  18. In dezelfde geest moet het de lidstaten tijdens de overgangsperiode worden toegestaan om te aanvaarden dat een vereenvoudigde douaneaangifte gebeurt in de vorm van een handels- of administratief document.

  19. In de gevallen waarin een douaneaangifte wordt ingediend voordat de goederen zijn aangebracht, moet de kennisgeving van de aanbrenging van de goederen, totdat de uitrol en de upgrade van de daarvoor bestemde elektronische systemen heeft plaatsgevonden, bij de douaneautoriteiten kunnen worden ingediend via de bestaande nationale systemen of met behulp van andere middelen.

  20. Door het invoeren van de verplichting tot het indienen van douaneaangiften door middel van elektronische gegevensuitwisseling overeenkomstig artikel 6, lid 1, van het wetboek en het schrappen van de bestaande ontheffingen van de verplichting tot het indienen van summiere aangiften voor postzendingen staan de postaanbieders voor belangrijke uitdagingen. De mogelijkheid om voor bepaalde postzendingen gebruik te maken van een aangifte met een beperkte gegevensset, vereist ook aanpassingen in de gegevensstroom en de ondersteunende IT-infrastructuur van de postaanbieders en de douaneautoriteiten van de lidstaten. Daarom zijn er overgangsregels nodig, zodat de aanpassingen aan de in Gedelegeerde Verordening (EU) 2015/2446 vastgestelde bepalingen vlot kunnen verlopen.

  21. Aangezien het DWU-systeem Douanebeschikkingen niet voorhanden is, moet alle informatie met betrekking tot aanvragen en vergunningen voor gecentraliseerde vrijmaking ook tijdens de overgangsperiode worden gepubliceerd, zodat deze met het oog op controle toegankelijk is voor de Commissie en de lidstaten.

  22. Om ervoor te zorgen dat het douanevervoer van goederen per spoor vlot en zonder onderbreking kan blijven verlopen totdat de upgrade van het nieuw geautomatiseerd systeem voor douanevervoer (NCTS) heeft plaatsgevonden, moet worden voorzien in regels voor het voortgezette gebruik van de papieren regeling Uniedouanevervoer per spoor.

  23. Er moeten regels worden vastgesteld voor het voortgezette gebruik van papieren of elektronische manifesten om de continuïteit en doeltreffendheid van het vervoer van goederen door lucht- en scheepvaartmaatschappijen te waarborgen totdat de upgrade van de relevante systemen van de marktdeelnemers heeft plaatsgevonden.

  24. Teneinde te garanderen dat de hierboven beschreven overgangsregelingen doeltreffend functioneren, moeten ook sommige bepalingen van Gedelegeerde Verordening (EU) 2015/2446 worden gewijzigd.

  25. Geen van de bepalingen van deze verordening mag aan de Commissie of de lidstaten een verplichting tot het upgraden of uitrollen van technische systemen opleggen die niet in overeenstemming is met de streefdatums die zijn vastgesteld in de bijlage bij Uitvoeringsbesluit 2014/255/EU.

  26. De bepalingen van deze verordening moeten toepassing vinden vanaf 1 mei 2016 zodat het wetboek onverkort kan worden toegepast,

HEEFT DE VOLGENDE VERORDENING VASTGESTELD:

HOOFDSTUK 1 ALGEMENE BEPALINGEN

Artikel 1 Onderwerp

1.

Bij deze verordening worden overgangsmaatregelen vastgesteld betreffende de middelen voor de uitwisseling en de opslag van gegevens zoals bedoeld in artikel 278 van het wetboek totdat de voor de toepassing van de bepalingen van het wetboek benodigde elektronische systemen operationeel zijn.

2.

De gegevensvereisten, -formaten en -codes die moeten worden toegepast tijdens de overgangsperioden die zijn vastgesteld in deze verordening, Gedelegeerde Verordening (EU) 2015/2446 en Uitvoeringsverordening (EU) 2015/2447 zijn vastgesteld in de bijlagen bij deze verordening.

AFDELING 1 Beschikkingen betreffende de toepassing van de douanewetgeving

Artikel 2 Aanvragen en beschikkingen

Tot de datum van de uitrol van het DWU-systeem Douanebeschikkingen zoals bedoeld in de bijlage bij Uitvoeringsbesluit 2014/255/EU kunnen de douaneautoriteiten toestaan dat andere middelen dan elektronische gegevensverwerkingstechnieken worden gebruikt in het kader van aanvragen en beschikkingen en elke latere gebeurtenis met eventuele invloed op de oorspronkelijke aanvraag of beschikking, die gevolgen hebben in één of in meerdere lidstaten.

Artikel 3 Middelen voor de uitwisseling en opslag van informatie

AFDELING 2 Beschikkingen betreffende BTI's

Artikel 4 Vorm van BTI-aanvragen en -beschikkingen

AFDELING 3 Aanvraag voor de AEO-status

Artikel 5 Vorm van aanvragen en vergunningen

HOOFDSTUK 2 DOUANEWAARDE VAN GOEDEREN

Artikel 6 Aangifte van gegevens inzake de douanewaarde

HOOFDSTUK 3 ZEKERHEIDSTELLING VOOR EEN MOGELIJKE OF BESTAANDE DOUANESCHULD

Artikel 7 Middelen voor de uitwisseling en opslag van informatie

Artikel 8 Toezicht op het referentiebedrag door de douaneautoriteiten

HOOFDSTUK 4 AANKOMST VAN GOEDEREN EN TIJDELIJKE OPSLAG

Artikel 9 Kennisgeving van aankomst van een zeeschip of luchtvaartuig

Artikel 10 Aanbrengen van goederen bij de douane

Artikel 11 Aangifte tot tijdelijke opslag

HOOFDSTUK 5 DOUANESTATUS EN PLAATSING VAN GOEDEREN ONDER EEN DOUANEREGELING

AFDELING 1 Douanestatus van goederen

Artikel 12 Bewijs van de douanestatus van Uniegoederen voor goederen onder een vereenvoudigde regeling Uniedouanevervoer

Artikel 13 Vormen van bewijs van de douanestatus van Uniegoederen

AFDELING 2 Plaatsing van goederen onder een douaneregeling

Artikel 14 Middelen voor de uitwisseling van gegevens

Artikel 15 Formulieren voor douaneaangiften

Artikel 16 Formulieren voor vereenvoudigde douaneaangiften

Artikel 17 Indiening van een douaneaangifte vóór de aanbrenging van de goederen

Artikel 18 Middelen voor de uitwisseling van informatie voor gecentraliseerde vrijmaking

Artikel 19 Opslag van informatie

Artikel 20 Afwijzing van een aanvraag voor gecentraliseerde vrijmaking

Artikel 21 Inschrijving in de administratie van de aangever

HOOFDSTUK 6 BIJZONDERE REGELINGEN

AFDELING 1 Algemene bepalingen voor andere bijzondere regelingen dan douanevervoer

Artikel 22 Formulieren voor aanvragen en vergunningen voor bijzondere regelingen

Artikel 23 Te gebruiken middelen voor de gestandaardiseerde uitwisseling van inlichtingen (INF)

AFDELING 2 Douanevervoer

Artikel 24 Algemene bepalingen

Artikel 25 Vergunning voor het gebruik van de papieren regeling Uniedouanevervoer per spoor

Artikel 26 Vergunning voor het gebruik van de papieren regeling Uniedouanevervoer door de lucht of over zee

Artikel 27 Vergunning voor het gebruik van de regeling Uniedouanevervoer door de lucht op basis van een elektronisch manifest

Artikel 28 Vergunning voor het gebruik van de regeling Uniedouanevervoer over zee op basis van een elektronisch manifest

Artikel 29 Bepalingen betreffende vergunningen voor het gebruik van de papieren regeling Uniedouanevervoer per spoor, door de lucht of over zee en voor het gebruik van de regeling Uniedouanevervoer door de lucht of over zee op basis van een elektronisch manifest

Artikel 30 CIM-vrachtbrief als aangifte voor douanevervoer voor het gebruik van de papieren regeling Uniedouanevervoer per spoor

Artikel 31 Houder van de papieren regeling Uniedouanevervoer per spoor en op hem rustende verplichtingen

Artikel 32 Verplichtingen van de toegelaten spoorwegonderneming

Artikel 33 Formaliteiten bij het douanekantoor van vertrek

Artikel 34 Ladingslijsten

Artikel 35 Formaliteiten bij het douanekantoor van doorgang

Artikel 36 Formaliteiten bij het douanekantoor van bestemming

Artikel 37 Wijziging van de vervoersovereenkomst

Artikel 38 Papieren regeling Uniedouanevervoer per spoor waarbij het vervoer begint en eindigt buiten het douanegebied van de Unie

Artikel 39 Regeling intern douanevervoer

Artikel 40 Regeling extern douanevervoer

Artikel 41 Boekhoudafdeling van toegelaten spoorwegondernemingen en douanecontrole

Artikel 42 Gebruik van de regeling Uniedouanevervoer

Artikel 43 Toegelaten afzender

Artikel 44 Toegelaten geadresseerde

Artikel 45 Gebruik van andere papieren regelingen voor Uniedouanevervoer per spoor

Artikel 46 Manifest als aangifte voor douanevervoer voor het gebruik van de papieren regeling Uniedouanevervoer door de lucht

Artikel 47 Door de luchtvaartmaatschappij te verrichten formaliteiten

Artikel 48 Verificatie van een lijst van manifesten die zijn gebruikt als een papieren aangifte voor douanevervoer door de lucht

Artikel 49 Manifest als aangifte voor douanevervoer voor het gebruik van de papieren regeling Uniedouanevervoer over zee

Artikel 50 Door de scheepvaartmaatschappij te verrichten formaliteiten

Artikel 51 Verificatie van een lijst van manifesten die zijn gebruikt als een papieren aangifte voor douanevervoer over zee

Artikel 52 Elektronisch manifest als aangifte voor douanevervoer voor het gebruik van de regeling Uniedouanevervoer door de lucht

Artikel 53 Elektronisch manifest als aangifte voor douanevervoer voor het gebruik van de regeling Uniedouanevervoer over zee

HOOFDSTUK 7 GOEDEREN DIE HET DOUANEGEBIED VAN DE UNIE VERLATEN

Artikel 54 Uitgaan van goederen

HOOFDSTUK 8 SLOTBEPALINGEN

Artikel 55 Wijzigingen van Gedelegeerde Verordening (EU) 2015/2446

Artikel 56 Datums van upgrade of uitrol van de elektronische systemen in kwestie

Artikel 57

BIJLAGE 1

BIJLAGE 2

BIJLAGE 3

BIJLAGE 4

BIJLAGE 5

BIJLAGE 6

BIJLAGE 7

BIJLAGE 8

BIJLAGE 9

Aanhangsel A

Aanhangsel B1

Aanhangsel B2

Aanhangsel B3

Aanhangsel B4

Aanhangsel B5

Aanhangsel B6

Aanhangsel C1

Aanhangsel C2

Aanhangsel D1

Aanhangsel D2

Aanhangsel E

Aanhangsel F1

Aanhangsel F2

Aanhangsel G1

Aanhangsel G2

Aanhangsel H1

Aanhangsel H2

Aanhangsel I1

Aanhangsel I2

Aanhangsel J1

Aanhangsel J2

BIJLAGE 10

BIJLAGE 11

BIJLAGE 12

Aanhangsel

BIJLAGE 13

Aanhangsel

Aanhangsel