Bij deze verordening wordt een meerjarenplan („het plan”) vastgesteld voor de volgende, in de Uniewateren van de Oostzee aanwezige bestanden („de betrokken bestanden”) en voor de visserijen die deze bestanden exploiteren:
-
kabeljauw (Gadus morhua) in de ICES-deelgebieden 22-24 (kabeljauw in het westelijke deel van de Oostzee);
-
kabeljauw (Gadus morhua) in de ICES-deelgebieden 25-32 (kabeljauw in het oostelijke deel van de Oostzee);
-
haring (Clupea harengus) in de ICES deelgebieden 25, 26, 27, 28.2, 29 en 32 (haring in het centrale deel van de Oostzee);
-
haring (Clupea harengus) in ICES-deelgebied 28.1 (haring in de Golf van Riga);
-
haring (Clupea harengus) in ICES-deelgebieden 30-31 (haring in de Botnische Golf);
-
haring (Clupea harengus) in de ICES-deelgebieden 22-24 (kabeljauw in het westelijke deel van de Oostzee);
-
sprot (Sprattus sprattus) in de ICES-deelgebieden 22-32 (sprot in de Oostzee).