Home

Gedelegeerde Verordening (EU) 2016/1237 van de Commissie van 18 mei 2016 tot aanvulling van Verordening (EU) nr. 1308/2013 van het Europees Parlement en de Raad wat betreft de uitvoeringsbepalingen voor het stelsel van invoer- en uitvoercertificaten en tot aanvulling van Verordening (EU) nr. 1306/2013 van het Europees Parlement en de Raad wat betreft de voorschriften inzake de vrijgave en de verbeurdverklaring van voor dergelijke certificaten gestelde zekerheden, tot wijziging van Verordeningen (EG) nr. 2535/2001, (EG) nr. 1342/2003, (EG) nr. 2336/2003, (EG) nr. 951/2006, (EG) nr. 341/2007 en (EG) nr. 382/2008 van de Commissie en tot intrekking van Verordeningen (EG) nr. 2390/98, (EG) nr. 1345/2005, (EG) nr. 376/2008 en (EG) nr. 507/2008 van de Commissie (Voor de EER relevante tekst)

Gedelegeerde Verordening (EU) 2016/1237 van de Commissie van 18 mei 2016 tot aanvulling van Verordening (EU) nr. 1308/2013 van het Europees Parlement en de Raad wat betreft de uitvoeringsbepalingen voor het stelsel van invoer- en uitvoercertificaten en tot aanvulling van Verordening (EU) nr. 1306/2013 van het Europees Parlement en de Raad wat betreft de voorschriften inzake de vrijgave en de verbeurdverklaring van voor dergelijke certificaten gestelde zekerheden, tot wijziging van Verordeningen (EG) nr. 2535/2001, (EG) nr. 1342/2003, (EG) nr. 2336/2003, (EG) nr. 951/2006, (EG) nr. 341/2007 en (EG) nr. 382/2008 van de Commissie en tot intrekking van Verordeningen (EG) nr. 2390/98, (EG) nr. 1345/2005, (EG) nr. 376/2008 en (EG) nr. 507/2008 van de Commissie (Voor de EER relevante tekst)

HOOFDSTUK I ALGEMENE BEPALINGEN

Artikel 1 Definities

Voor de toepassing van deze verordening wordt verstaan onder:

a) „certificaat” :
een elektronisch of papieren document met een specifieke geldigheidsduur waarin het recht en de verplichting om producten in of uit te voeren, zijn vastgesteld;
b) „mededeling inzake invoer- en uitvoercertificaten voor landbouwproducten” :
nadere bepalingen betreffende het invoer- of uitvoercertificaat en een reeks gegevens die moet worden vermeld in een certificaataanvraag en in een certificaat, als bekendgemaakt in het Publicatieblad van de Europese Unie (C-serie)(1).

Artikel 2 Gevallen waarin een certificaat vereist is

1.

Voor de volgende producten wordt een invoercertificaat overgelegd:

  1. de in deel I van de bijlage vermelde producten, wanneer zij zijn aangegeven voor het vrije verkeer in het kader van alle regelingen, behalve tariefcontingenten, tenzij anders bepaald in dat deel I;

  2. producten die zijn aangegeven voor het vrije verkeer in het kader van tariefcontingenten die worden beheerd volgens de methode van het gelijktijdige onderzoek of de methode van de traditionele/nieuwe marktdeelnemers, als respectievelijk bedoeld in artikel 184, lid 2, onder b) en c), van Verordening (EU) nr. 1308/2013, of volgens een combinatie daarvan of een andere passende methode;

  3. producten waarvoor deel I van de bijlage naar deze bepaling verwijst, wanneer zij zijn aangegeven voor het vrije verkeer in het kader van tariefcontingenten die worden beheerd volgens de methode van het beginsel „wie het eerst komt, het eerst maalt”, als bedoeld in artikel 184, lid 2, onder a), van Verordening (EU) nr. 1308/2013;

  4. de in deel I van de bijlage vermelde producten, wanneer zij zijn aangegeven voor het vrije verkeer in het kader van een preferentiële regeling die wordt beheerd door middel van certificaten;

  5. producten die vallen onder regelingen voor passieve veredeling waarbij wordt gebruikgemaakt van een uitvoercertificaat, en die terugkeren naar het vrije verkeer als een product dat is vermeld in de bijlage, deel I, afdeling A of B;

  6. producten die zijn aangegeven voor het vrije verkeer op grond van artikel 185 van Verordening (EU) nr. 1308/2013 ingeval een verlaging van de invoerrechten van toepassing is.

2.

Voor de volgende producten wordt een uitvoercertificaat overgelegd:

  1. de in deel II van de bijlage vermelde producten;

  2. producten van de Unie waarvoor een uitvoercertificaat moet worden overgelegd om in aanmerking te komen voor de toepassing van een contingent dat door de Unie of door een derde land wordt beheerd en in dat land voor deze producten is geopend;

  3. de volgende in deel II van de bijlage vermelde producten van de Unie, wanneer zij worden uitgevoerd:

    1. producten die onder de douaneprocedure van de regeling actieve veredeling vallen;

    2. producten die basisproducten als bedoeld in bijlage III bij Verordening (EU) nr. 510/2014 van het Europees Parlement en de Raad(2) zijn en die onder de douaneprocedure van de regeling passieve veredeling vallen;

    3. producten waarvoor de terugbetaling of kwijtschelding van een bedrag aan invoer- of uitvoerrechten geldt, als bedoeld in titel III, hoofdstuk 3, afdeling 3, van Verordening (EU) nr. 952/2013 van het Europees Parlement en de Raad(3), en waarvoor nog geen definitief besluit is genomen.

Artikel 3 Gevallen waarin geen certificaat vereist is

1.

Een certificaat is niet vereist en wordt niet afgegeven noch overgelegd in de volgende gevallen:

  1. het in het vrije verkeer brengen of het uitvoeren van producten zonder handelskarakter als vastgesteld in bijlage I, deel 1, titel II, punt D, 2, bij Verordening (EEG) nr. 2658/87 van de Raad(4);

  2. gevallen waarin een vrijstelling van rechten bij invoer, rechten bij uitvoer en op basis van artikel 207 van het Verdrag ingestelde maatregelen wordt toegestaan op grond van Verordening (EG) nr. 1186/2009 van de Raad(5);

  3. hoeveelheden van in het vrije verkeer te brengen of uit te voeren producten die de in de bijlage vastgestelde hoeveelheden niet overschrijden;

  4. producten die in het vrije verkeer zullen worden gebracht als terugkerende goederen overeenkomstig titel VI, hoofdstuk 2, afdeling 1, van Verordening (EU) nr. 952/2013;

  5. producten waarvoor de aangever op het moment van aanvaarding van de aangifte tot wederuitvoer het bewijs levert dat de terugbetaling of kwijtschelding van invoerrechten voor die producten is toegestaan overeenkomstig titel III, hoofdstuk 3, afdeling 3, van Verordening (EU) nr. 952/2013.

In afwijking van de eerste alinea, onder b) en c), is wel een certificaat vereist wanneer het in het vrije verkeer brengen of het uitvoeren gebeurt in het kader van een preferentiële regeling waarvan de toepassing door middel van een certificaat wordt toegestaan.

Voor de toepassing van de eerste alinea, onder c), wordt de hoeveelheid waarvoor één certificaat wordt afgegeven, berekend als de som van alle hoeveelheden die in het vrije verkeer zullen worden gebracht of zullen worden uitgevoerd in het kader van dezelfde logistieke operatie.

2.

Een uitvoercertificaat is niet vereist en wordt niet afgegeven noch overgelegd voor producten die door particulieren of groepen particulieren worden verzonden met het oog op kosteloze distributie ervan in derde landen in het kader van humanitaire hulpacties, indien deze zendingen een incidenteel karakter hebben en bestaan uit uiteenlopende producten en de lading per vervoermiddel niet meer dan 30 000 kg bedraagt. Voor voedselhulpacties die niet aan deze voorwaarden voldoen, dient een certificaat te worden overgelegd overeenkomstig deze verordening en Uitvoeringsverordening (EU) 2016/1239.

Artikel 4 Zekerheid

1.

Certificaten worden enkel afgegeven mits een zekerheid is gesteld, met uitzondering van de in de bijlage vermelde gevallen.

2.

Bij het indienen van een certificaataanvraag stelt de aanvrager een zekerheid, die op de dag dat de aanvraag wordt ingediend, uiterlijk om 13.00 uur (plaatselijke tijd Brussel) beschikbaar is bij de met afgifte van certificaten belaste autoriteit.

3.

Indien de zekerheid de drempel van 100 EUR niet overschrijdt, is geen zekerheid vereist.

Daartoe wordt het bedrag van de zekerheid berekend als de som van alle hoeveelheden die voortvloeien uit de verplichtingen die samenhangen met dezelfde logistieke operatie.

4.

Een zekerheid is niet vereist indien de aanvrager:

  1. een overheidsorgaan is dat de functies van een overheidsinstantie vervult, of

  2. een particuliere instantie is die, onder het toezicht van een lidstaat, de onder a) bedoelde functies vervult.

5.

De zekerheid die betrekking heeft op de hoeveelheid waarvoor aan een aanvraag geen gevolg is gegeven, wordt onmiddellijk vrijgegeven.

Artikel 5 Rechten en plichten, tolerantie

Artikel 6 Overdraagbaarheid

Artikel 7 Vrijgeven en verbeuren van de zekerheid

Artikel 8 Kennisgevingen

HOOFDSTUK II SPECIFIEKE SECTORALE BEPALINGEN

Artikel 9 Hennep

Artikel 10 Knoflook

HOOFDSTUK III WIJZIGINGEN, INTREKKING, OVERGANGS- EN SLOTBEPALINGEN

Artikel 11 Wijziging van de Verordeningen (EG) nr. 2535/2001, (EG) nr. 1342/2003, (EG) nr. 2336/2003, (EG) nr. 951/2006, (EG) nr. 341/2007 en (EG) nr. 382/2008

Artikel 12 Intrekking

Artikel 13 Overgangsbepalingen

Artikel 14 Inwerkingtreding en toepassing

BIJLAGE