De in artikel 15, lid 1, van Verordening (EU) nr. 1380/2013 opgenomen aanlandingsverplichting is in de Middellandse Zee van toepassing op de in de bijlage bij de onderhavige verordening vermelde visserijen.
Gedelegeerde Verordening (EU) 2017/86 van de Commissie van 20 oktober 2016 tot vaststelling van een teruggooiplan voor bepaalde demersale visserijen in de Middellandse Zee
Gedelegeerde Verordening (EU) 2017/86 van de Commissie van 20 oktober 2016 tot vaststelling van een teruggooiplan voor bepaalde demersale visserijen in de Middellandse Zee
Artikel 1 Uitvoering van de aanlandingsverplichting
De aanlandingsverplichting is van toepassing op de in die bijlage vermelde soorten wanneer deze worden gevangen in het kader van visserijactiviteiten in wateren van de Unie of door vissersvaartuigen van de Unie buiten de wateren van de Unie in wateren die niet onder de soevereiniteit of jurisdictie van derde landen vallen.
Artikel 2 Definities
Voor de toepassing van deze verordening wordt verstaan onder:
- a) „Middellandse Zee” :
- de maritieme wateren van de Middellandse Zee ten oosten van 5o36′ WL;
- b) „geografische deelgebieden van de GFCM” :
- geografische deelgebieden van de Algemene Visserijcommissie voor de Middellandse Zee (General Fisheries Commission for the Mediterranean — GFCM) zoals afgebakend in bijlage I bij Verordening (EU) nr. 1343/2011 van het Europees Parlement en de Raad(1);
- c) „westelijk deel van de Middellandse Zee” :
- de geografische deelgebieden 1, 2, 5, 6, 7, 8, 9, 10, 11.1, 11.2 en 12 van de GFCM;
- d) „Adriatische Zee” :
- geografische deelgebieden 17 en 18 van de GFCM;
- e) „zuidoostelijk deel van de Middellandse Zee” :
- de geografische deelgebieden 14, 15, 16, 19, 20, 21, 22, 23, 24, 25, 26 en 27 van de GFCM.
Artikel 3 Vrijstelling op basis van overlevingskansen
De vrijstelling van de aanlandingsverplichting op grond van artikel 15, lid 4, onder b), van Verordening (EU) nr. 1380/2013 voor soorten waarvoor wetenschappelijk vaststaat dat zij hoge overlevingskansen hebben, geldt voor:
-
tong (Solea solea) gevangen met de rapido (TBB)(2) in de Adriatische Zee tot en met 31 december 2019;
-
mediterrane sint-jakobsschelpen (Pecten jacobaeus) gevangen met gemechaniseerde dreggen (HMD) in het westelijke deel van de Middellandse Zee;
-
tapijtschelpen (Venerupis spp.) gevangen met gemechaniseerde dreggen (HMD) in het westelijke deel van de Middellandse Zee;
-
venusschelpen (Venus spp.) gevangen met gemechaniseerde dreggen (HMD) in het westelijke deel van de Middellandse Zee;
-
langoustines (Nephrops norvegicus) gevangen met alle bodemtrawls (OTB, OTT, PTB, TBN, TBS, TB, OT, PT, TX) in het westelijke deel van de Middellandse Zee, de Adriatische Zee en het zuidoostelijke deel van de Middellandse Zee;
-
langoustines (Nephrops norvegicus), gevangen met korven en vallen (FPO, FIX) in het westelijke deel van de Middellandse Zee, de Adriatische Zee en het zuidoostelijke deel van de Middellandse Zee tot en met 31 december 2019;
-
zeebrasem (Pagellus bogaraveo) gevangen met haken en lijnen (LHP, LHM, LLS, LLD, LL, LTL, LX) in het westelijke deel van de Middellandse Zee;
-
zeekreeft (Homarus gammarus) gevangen met netten (GNS, GN, GND, GNC, GTN, GTR, GEN) en korven en vallen (FPO, FIX) in het westelijke deel van de Middellandse Zee, de Adriatische Zee en het zuidoostelijke deel van de Middellandse Zee;
-
langoesten (Palinuridae), gevangen met netten (GNS, GN, GND, GNC, GTN, GTR, GEN) en met korven en vallen (FPO, FIX) in het westelijke deel van de Middellandse Zee, in de Adriatische Zee en in het zuidoostelijke deel van de Middellandse Zee.
Tong (Solea solea), mediterrane sint-jakobsschelpen (Pecten jacobaeus), tapijtschelpen (Venerupis spp.), venusschelpen (Venus spp.), langoustines (Nephrops norvegicus), zeebrasem (Pagellus bogaraveo), zeekreeft (Homarus gammarus) en langoesten (Palinuridae) gevangen in de in lid 1 bedoelde omstandigheden worden onmiddellijk vrijgelaten in het gebied waar zij zijn gevangen.
De lidstaten met een rechtstreeks belang bij het beheer van de visserijen in de Middellandse Zee stellen de Commissie uiterlijk op 1 mei 2019 in kennis van teruggooigegevens ter aanvulling van die in de gezamenlijke aanbevelingen van juni 2018 zoals gewijzigd in augustus 2018, alsmede van andere ter zake relevante wetenschappelijke informatie ter ondersteuning van de in lid 1, onder a), f), g), h), en i) vastgestelde vrijstellingen. Het Wetenschappelijk, Technisch en Economisch Comité voor de visserij beoordeelt deze gegevens en informatie uiterlijk in juli 2019.
Artikel 4 De-minimisvrijstelling
In afwijking van artikel 15, lid 1, van Verordening (EU) nr. 1380/2013 mogen de volgende hoeveelheden van soorten op grond van artikel 15, lid 4, onder c), van Verordening (EU) nr. 1380/2013 worden teruggegooid:
-
in het westelijke deel van de Middellandse Zee (punt 1 van de bijlage):
-
voor heek (Merluccius merluccius) en voor zeebarbelen (Mullus spp.), in 2019 en 2020 tot 6 % en in 2021 tot 5 % van de totale jaarlijkse vangsten van die soorten door vaartuigen die bodemtrawls gebruiken;
-
voor heek (Merluccius merluccius) en voor zeebarbelen (Mullus spp.), tot 1 % van de totale jaarlijkse vangsten van deze soorten door vaartuigen die kieuwnetten en schakelnetten gebruiken;
-
voor zeebaars (Dicentrarchus labrax), goudgestreepte zeebrasem (Diplodus annularis), spitse ringbrasem (Diplodus puntazzo), witte zeebrasem (Diplodus sargus), zwartkopzeebrasem (Diplodus vulgaris), tandbaarzen (Epinephelus spp.), zandsteenbaars (Lithognathus mormyrus), Spaanse zeebrasem (Pagellus acarne), zeebrasem (Pagellus bogaraveo), rode zeebrasem (Pagellus erythrinus), gewone zeebrasem (Pagrus pagrus), wrakbaars (Polyprion americanus), tong (Solea solea), goudbrasem (Sparus aurata) en roze diepzeegarnaal (Parapenaeus longirostris), tot 5 % van de totale jaarlijkse vangsten van die soorten door vaartuigen die bodemtrawls gebruiken;
-
voor zeebaars (Dicentrarchus labrax), goudgestreepte zeebrasem (Diplodus annularis), spitse ringbrasem (Diplodus puntazzo), witte zeebrasem (Diplodus sargus), zwartkopzeebrasem (Diplodus vulgaris), tandbaarzen (Epinephelus spp.), zandsteenbaars (Lithognathus mormyrus), Spaanse zeebrasem (Pagellus acarne), zeebrasem (Pagellus bogaraveo), rode zeebrasem (Pagellus erythrinus), gewone zeebrasem (Pagrus pagrus), wrakbaars (Polyprion americanus), tong (Solea solea) en goudbrasem (Sparus aurata), tot 3 % van de totale jaarlijkse vangsten van die soorten door vaartuigen die kieuwnetten en schakelnetten gebruiken;
-
voor zeebaars (Dicentrarchus labrax), goudgestreepte zeebrasem (Diplodus annularis), spitse ringbrasem (Diplodus puntazzo), witte zeebrasem (Diplodus sargus), zwartkopzeebrasem (Diplodus vulgaris), tandbaarzen (Epinephelus spp.), zandsteenbaars (Lithognathus mormyrus), Spaanse zeebrasem (Pagellus acarne), rode zeebrasem (Pagellus erythrinus), gewone zeebrasem (Pagrus pagrus), wrakbaars (Polyprion americanus), tong (Solea solea) en goudbrasem (Sparus aurata), tot 1 % van de totale jaarlijkse vangsten van die soorten door vaartuigen die haken en lijnen gebruiken;
-
voor ansjovis (Engraulis encrasicolus), sardine (Sardina pilchardus), makrelen (Scomber spp.) en horsmakrelen (Trachurus spp.), tot 5 % van de totale jaarlijkse bijvangsten van die soorten door vaartuigen die bodemtrawls gebruiken;
-
-
in de Adriatische Zee (punt 2 van de bijlage):
-
voor heek (Merluccius merluccius) en voor zeebarbelen (Mullus spp.), in 2019 en 2020 tot 6 % en in 2021 tot 5 % van de totale jaarlijkse vangsten van die soorten door vaartuigen die bodemtrawls gebruiken;
-
voor heek (Merluccius merluccius) en voor zeebarbelen (Mullus spp.), tot 1 % van de totale jaarlijkse vangsten van deze soorten door vaartuigen die kieuwnetten en schakelnetten gebruiken;
-
voor heek (Merluccius merluccius) en voor zeebarbelen (Mullus spp.), tot 1 % van de totale jaarlijkse vangsten van die soorten door vaartuigen die de rapido (TBB) gebruiken;
-
voor (Solea solea), tot 3 % van de totale jaarlijkse vangsten van die soorten door vaartuigen die bodemtrawls gebruiken;
-
voor zeebaars (Dicentrarchus labrax), goudgestreepte zeebrasem (Diplodus annularis), spitse ringbrasem (Diplodus puntazzo), witte zeebrasem (Diplodus sargus), zwartkopzeebrasem (Diplodus vulgaris), tandbaarzen (Epinephelus spp.), zandsteenbaars (Lithognathus mormyrus), Spaanse zeebrasem (Pagellus acarne), zeebrasem (Pagellus bogaraveo), rode zeebrasem (Pagellus erythrinus), gewone zeebrasem (Pagrus pagrus), wrakbaars (Polyprion americanus), goudbrasem (Sparus aurata) en roze diepzeegarnaal (Parapenaeus longirostris), tot 5 % van de totale jaarlijkse vangsten van die soorten door vaartuigen die bodemtrawls gebruiken;
-
voor zeebaars (Dicentrarchus labrax), goudgestreepte zeebrasem (Diplodus annularis), spitse ringbrasem (Diplodus puntazzo), witte zeebrasem (Diplodus sargus), zwartkopzeebrasem (Diplodus vulgaris), tandbaarzen (Epinephelus spp.), zandsteenbaars (Lithognathus mormyrus), Spaanse zeebrasem (Pagellus acarne), zeebrasem (Pagellus bogaraveo), rode zeebrasem (Pagellus erythrinus), gewone zeebrasem (Pagrus pagrus), wrakbaars (Polyprion americanus), tong (Solea solea) en goudbrasem (Sparus aurata), tot 3 % van de totale jaarlijkse vangsten van die soorten door vaartuigen die kieuwnetten en schakelnetten gebruiken;
-
voor zeebaars (Dicentrarchus labrax), goudgestreepte zeebrasem (Diplodus annularis), spitse ringbrasem (Diplodus puntazzo), witte zeebrasem (Diplodus sargus), zwartkopzeebrasem (Diplodus vulgaris), tandbaarzen (Epinephelus spp.), zandsteenbaars (Lithognathus mormyrus), Spaanse zeebrasem (Pagellus acarne), rode zeebrasem (Pagellus erythrinus), gewone zeebrasem (Pagrus pagrus), wrakbaars (Polyprion americanus), tong (Solea solea) en goudbrasem (Sparus aurata), tot 1 % van de totale jaarlijkse vangsten van die soorten door vaartuigen die haken en lijnen gebruiken;
-
voor ansjovis (Engraulis encrasicolus), sardine (Sardina pilchardus), makrelen (Scomber spp.) en horsmakrelen (Trachurus spp.), tot 5 % van de totale jaarlijkse bijvangsten van die soorten door vaartuigen die bodemtrawls gebruiken;
-
-
in het zuidoostelijke deel van de Middellandse Zee (punt 3 van de bijlage):
-
voor heek (Merluccius merluccius) en voor zeebarbelen (Mullus spp.), in 2019 en 2020 tot 6 % en in 2021 tot 5 % van de totale jaarlijkse vangsten van die soorten door vaartuigen die bodemtrawls gebruiken;
-
voor heek (Merluccius merluccius) en voor zeebarbelen (Mullus spp.), tot 1 % van de totale jaarlijkse vangsten van die soorten door vaartuigen die kieuwnetten en schakelnetten gebruiken;
-
voor roze diepzeegarnaal (Parapenaeus longirostris), in 2019 en 2020 tot 6 % en in 2021 tot 5 % van de totale jaarlijkse vangsten van die soorten door vaartuigen die bodemtrawls gebruiken;
-
voor zeebaars (Dicentrarchus labrax), goudgestreepte zeebrasem (Diplodus annularis), spitse ringbrasem (Diplodus puntazzo), witte zeebrasem (Diplodus sargus), zwartkopzeebrasem (Diplodus vulgaris), tandbaarzen (Epinephelus spp.), zandsteenbaars (Lithognathus mormyrus), Spaanse zeebrasem (Pagellus acarne), zeebrasem (Pagellus bogaraveo), rode zeebrasem (Pagellus erythrinus), gewone zeebrasem (Pagrus pagrus), wrakbaars (Polyprion americanus), tong (Solea solea) en goudbrasem (Sparus aurata), tot 5 % van de totale jaarlijkse vangsten van die soorten door vaartuigen die bodemtrawls gebruiken;
-
voor zeebaars (Dicentrarchus labrax), goudgestreepte zeebrasem (Diplodus annularis), spitse ringbrasem (Diplodus puntazzo), witte zeebrasem (Diplodus sargus), zwartkopzeebrasem (Diplodus vulgaris), tandbaarzen (Epinephelus spp.), zandsteenbaars (Lithognathus mormyrus), Spaanse zeebrasem (Pagellus acarne), zeebrasem (Pagellus bogaraveo), rode zeebrasem (Pagellus erythrinus), gewone zeebrasem (Pagrus pagrus), wrakbaars (Polyprion americanus), tong (Solea solea) en goudbrasem (Sparus aurata), tot 3 % van de totale jaarlijkse vangsten van die soorten door vaartuigen die kieuwnetten en schakelnetten gebruiken;
-
voor zeebaars (Dicentrarchus labrax), goudgestreepte zeebrasem (Diplodus annularis), spitse ringbrasem (Diplodus puntazzo), witte zeebrasem (Diplodus sargus), zwartkopzeebrasem (Diplodus vulgaris), tandbaarzen (Epinephelus spp.), zandsteenbaars (Lithognathus mormyrus), Spaanse zeebrasem (Pagellus acarne), rode zeebrasem (Pagellus erythrinus), gewone zeebrasem (Pagrus pagrus), wrakbaars (Polyprion americanus), tong (Solea solea), heek (Merluccius merluccius) en goudbrasem (Sparus aurata), tot 1 % van de totale jaarlijkse vangsten van die soorten door vaartuigen die haken en lijnen gebruiken;
-
voor ansjovis (Engraulis encrasicolus), sardine (Sardina pilchardus), makrelen (Scomber spp.) en horsmakrelen (Trachurus spp.), tot 5 % van de totale jaarlijkse bijvangsten van die soorten door vaartuigen die bodemtrawls gebruiken.
-
De lidstaten met een rechtstreeks belang bij het beheer van de visserijen in de Middellandse Zee stellen de Commissie uiterlijk op 1 mei 2019 in kennis van teruggooigegevens ter aanvulling van die in de gezamenlijke aanbevelingen van juni 2018 zoals gewijzigd in augustus 2018, alsmede van andere ter zake relevante wetenschappelijke informatie ter ondersteuning van de in lid 1, onder a), iii) tot en met vi), lid 1, onder b), v) tot en met viii), en lid 1, onder c),,iv) tot en met vii), vastgestelde vrijstellingen. Het WTECV beoordeelt die gegevens en die informatie uiterlijk in juli 2019.
Artikel 5 Lijst van vaartuigen
Overeenkomstig de criteria in de bijlage bij deze verordening bepalen de betrokken lidstaten voor elke specifieke visserij welke vaartuigen onder de aanlandingsverplichting vallen.
Uiterlijk op 31 december 2016 dienen de betrokken lidstaten bij de Commissie en bij de andere lidstaten via de beveiligde controlewebsite van de Unie de lijst in van alle vaartuigen die gericht op heek, zeebarbelen, tong en roze diepzeegarnaal vissen. De betrokken lidstaten werken deze lijsten bij.