Home

Verordening (EU) 2017/1151 van de Commissie van 1 juni 2017 tot aanvulling van Verordening (EG) nr. 715/2007 van het Europees Parlement en de Raad betreffende de typegoedkeuring van motorvoertuigen met betrekking tot emissies van lichte personen- en bedrijfsvoertuigen (Euro 5 en Euro 6) en de toegang tot reparatie- en onderhoudsinformatie, tot wijziging van Richtlijn 2007/46/EG van het Europees Parlement en de Raad, Verordening (EG) nr. 692/2008 van de Commissie en Verordening (EU) nr. 1230/2012 van de Commissie en tot intrekking van Verordening (EG) nr. 692/2008 van de Commissie (Voor de EER relevante tekst)Voor de EER relevante tekst

Verordening (EU) 2017/1151 van de Commissie van 1 juni 2017 tot aanvulling van Verordening (EG) nr. 715/2007 van het Europees Parlement en de Raad betreffende de typegoedkeuring van motorvoertuigen met betrekking tot emissies van lichte personen- en bedrijfsvoertuigen (Euro 5 en Euro 6) en de toegang tot reparatie- en onderhoudsinformatie, tot wijziging van Richtlijn 2007/46/EG van het Europees Parlement en de Raad, Verordening (EG) nr. 692/2008 van de Commissie en Verordening (EU) nr. 1230/2012 van de Commissie en tot intrekking van Verordening (EG) nr. 692/2008 van de Commissie (Voor de EER relevante tekst)Voor de EER relevante tekst

02017R1151 — NL — 01.09.2023 — 004.001


Onderstaande tekst dient louter ter informatie en is juridisch niet bindend. De EU-instellingen zijn niet aansprakelijk voor de inhoud. Alleen de besluiten die zijn gepubliceerd in het Publicatieblad van de Europese Unie (te raadplegen in EUR-Lex) zijn authentiek. Deze officiële versies zijn rechtstreeks toegankelijk via de links in dit document

►B

VERORDENING (EU) 2017/1151 VAN DE COMMISSIE

van 1 juni 2017

tot aanvulling van Verordening (EG) nr. 715/2007 van het Europees Parlement en de Raad betreffende de typegoedkeuring van motorvoertuigen met betrekking tot emissies van lichte personen- en bedrijfsvoertuigen (Euro 5 en Euro 6) en de toegang tot reparatie- en onderhoudsinformatie, tot wijziging van Richtlijn 2007/46/EG van het Europees Parlement en de Raad, Verordening (EG) nr. 692/2008 van de Commissie en Verordening (EU) nr. 1230/2012 van de Commissie en tot intrekking van Verordening (EG) nr. 692/2008 van de Commissie

(Voor de EER relevante tekst)

(PB L 175 van 7.7.2017, blz. 1)

Gewijzigd bij:


Gerectificeerd bij:




▼B

VERORDENING (EU) 2017/1151 VAN DE COMMISSIE

van 1 juni 2017

tot aanvulling van Verordening (EG) nr. 715/2007 van het Europees Parlement en de Raad betreffende de typegoedkeuring van motorvoertuigen met betrekking tot emissies van lichte personen- en bedrijfsvoertuigen (Euro 5 en Euro 6) en de toegang tot reparatie- en onderhoudsinformatie, tot wijziging van Richtlijn 2007/46/EG van het Europees Parlement en de Raad, Verordening (EG) nr. 692/2008 van de Commissie en Verordening (EU) nr. 1230/2012 van de Commissie en tot intrekking van Verordening (EG) nr. 692/2008 van de Commissie

(Voor de EER relevante tekst)



Artikel 1

Onderwerp

Deze verordening stelt maatregelen vast voor de uitvoering van Verordening (EG) nr. 715/2007.

Artikel 2

Definities

▼M5

Voor de toepassing van deze verordening gelden de definities van Verordening (EU) 2018/858 (1) van het Europees Parlement en de Raad.

De volgende definities zijn eveneens van toepassing:

▼B

1)

►M5 „Voertuigtype wat emissies betreft” :
een groep voertuigen die:
▼M5

a)

niet van elkaar verschillen wat de criteria voor het vormen van een„interpolatiefamilie” betreft zoals gespecificeerd in punt 6.3.2 van VN-Reglement nr. 154 (2);

b)

binnen één„CO2-interpolatiebereik” vallen in de zin van punt 2.3.2 van bijlage B6 bij VN-Reglement nr. 154 of punt 4.5.1. van bijlage B8 bij VN-Reglement nr. 154;


▼B
c)

niet van elkaar verschillen met betrekking tot kenmerken die een niet te verwaarlozen invloed hebben op uitlaatemissies, met inbegrip van, maar niet beperkt tot:

type en volgorde van voorzieningen voor verontreinigingsbeheersing (bv. driewegkatalysator, oxidatiekatalysator, lean NOx-vanger, SCR, lean NOx-katalysator, deeltjesvanger of combinaties daarvan in één eenheid);

▼M5

uitlaatgasrecirculatie (met of zonder, intern/extern, gekoeld/ongekoeld, lage/hoge/gecombineerde druk);

2)

„EG-typegoedkeuring van een voertuig wat emissies betreft” : EG-typegoedkeuring van voertuigen wat uitlaatemissies, carteremissies, verdampingsemissies en brandstofverbruik betreft;

▼M2

3)

„kilometerteller” : een instrument dat de bestuurder de totale afstand aangeeft die het voertuig sinds zijn productie heeft afgelegd;

▼B

4)

„starthulp” : gloeibougies, wijzigingen van de inspuittiming en andere voorzieningen die het starten van de motor vergemakkelijken zonder het lucht-brandstofmengsel van de motor te verrijken;

5)

„cilinderinhoud” :
a)

bij motoren met heen-en-weergaande zuigers, het nominale slagvolume van de motor;

b)

bij draaizuigermotoren (Wankel), tweemaal het nominale slagvolume van de motor;

▼M3

6)

„periodiek regenererend systeem” : een voorziening voor uitlaatemissiebeheersing (bv. katalysator, deeltjesvanger) die een periodiek regeneratieproces vergt;

▼B

7)

„originele vervangingsvoorziening voor verontreinigingsbeheersing” : een voorziening voor verontreinigingsbeheersing of een samenstel van dergelijke voorzieningen waarvan de verschillende typen in aanhangsel 4 van bijlage I zijn aangegeven, maar die door de houder van de typegoedkeuring van het voertuig als technische eenheid in de handel worden gebracht;

8)

„type voorziening voor verontreinigingsbeheersing” :

katalysatoren en deeltjesfilters die niet van elkaar verschillen op de volgende essentiële punten:

▼M5

a)

aantal en soort substraten, structuur en materiaal;

▼B

b)

type activiteit van elk substraat;

c)

volume, verhouding tussen het frontale gebied en de lengte van het substraat;

d)

hoeveelheid katalytisch materiaal;

e)

relatieve concentratie katalytisch materiaal;

f)

celdichtheid;

g)

afmetingen en vorm;

h)

thermische beveiliging;

▼M5

i)

vereist reagens (indien van toepassing);

▼B

9)

„monofuelvoertuig” : voertuig dat ontworpen is om in de eerste plaats op één type brandstof rijden;

▼M5

10)

„monofuelvoertuig op gas” : monofuelvoertuig dat in de eerste plaats op lpg, aardgas/biomethaan of waterstof rijdt, maar dat ook een benzinetank mag hebben voor noodgevallen of alleen voor het starten van de motor, op voorwaarde dat de inhoud van deze tank niet meer dan 15 l bedraagt;

11)

„bifuelvoertuig” : voertuig met twee afzonderlijke brandstofopslagsystemen dat volgens het ontwerp meestal in de eerste plaats op slechts één brandstof tegelijkertijd rijdt;

▼M3

12)

„bifuelvoertuig op gas” : bifuelvoertuig met als twee brandstoffen benzine (benzinemodus) en hetzij lpg, hetzij aardgas/biomethaan, hetzij waterstof;

▼B

13)

„flexfuelvoertuig” : voertuig met één brandstofopslagsysteem dat op verschillende mengsels van twee of meer brandstoffen kan rijden;

14)

„flexfuelvoertuig op ethanol” : flexfuelvoertuig dat zowel op benzine als op een mengsel van benzine en ethanol met maximaal 85 % ethanol (E85) kan rijden;

15)

„flexfuelvoertuig op biodiesel” : flexfuelvoertuig dat zowel op minerale diesel als op een mengsel van minerale diesel en biodiesel kan rijden;

16)

„hybride elektrisch voertuig” (HEV) : een hybride voertuig waarbij een van de energieomzetters voor de aandrijving een elektrische machine is;

▼M5

17)

„in goede staat van onderhoud en gebruik” : betekent, in verband met een testvoertuig, dat het voertuig voldoet aan de criteria voor aanvaarding van een geselecteerd voertuig, zoals vastgesteld in aanhangsel 1 van bijlage II;

▼B

18)

„systeem voor emissiebeheersing” : in verband met het OBD-systeem, het elektronische motormanagement en alle emissiegerelateerde onderdelen van het uitlaat- en het verdampingssysteem die ingangssignalen leveren aan of uitgangssignalen ontvangen van het motormanagement;

19)

„storingsindicator” (MI) : optische of akoestische indicator die de bestuurder van het voertuig duidelijk op de hoogte brengt van een storing in een van de emissiegerelateerde onderdelen die op het OBD-systeem zijn aangesloten, of in het OBD-systeem zelf;

▼M5

20)

„storing” : een fout in een emissiegerelateerd onderdeel of systeem die ertoe kan leiden dat de emissies de drempelwaarden in tabel 4A van punt 6.8.2 van VN-Reglement nr. 154 overschrijden of een situatie waarin het OBD-systeem niet aan de fundamentele bewakingsvoorschriften van bijlage C5 bij VN-Reglement nr. 154 kan voldoen;

▼B

21)

„secundaire lucht” : lucht die door middel van een pomp, aanzuigklep of ander systeem in het uitlaatsysteem wordt gebracht en die de oxidatie van koolwaterstoffen en CO in de uitlaatgasstroom moet bevorderen;

▼M5

22)

„rijcyclus” : in verband met OBD-systemen van voertuigen, contact aan, een rijmodus waarin een eventuele storing aan het licht zou komen, en contact uit;

▼M5 —————

▼M5

23 bis)

„derde” : een derde die voldoet aan de voorschriften van Uitvoeringsverordening (EU) 2022/163 van de Commissie (3);

▼B

24)

„gebrek” : betekent, in verband met het OBD-systeem, dat een of twee afzonderlijke onderdelen of systemen die worden bewaakt, tijdelijke of permanente bedrijfskenmerken vertonen die afbreuk doen aan de voor het overige doelmatige OBD-bewaking van die onderdelen of systemen, of niet aan alle andere nader beschreven voorschriften voor OBD-systemen voldoen;

▼M5

25)

„verslechterde vervangingsvoorziening voor verontreinigingsbeheersing” : een voorziening voor verontreinigingsbeheersing zoals gedefinieerd in artikel 3, punt 11, van Verordening (EG) nr. 715/2007, die in zulke mate verouderd of kunstmatig verslechterd is dat zij aan de voorschriften van punt 1 van aanhangsel 1 van bijlage C4 bij VN-Reglement nr. 154 voldoet;

▼B

26)

„OBD-informatie van het voertuig” : informatie met betrekking tot een boorddiagnosesysteem voor een elektronisch systeem in het voertuig;

27)

„reagens” : elk ander product dan brandstof dat aan boord van het voertuig is opgeslagen en op vraag van het systeem voor emissiebeheersing aan het uitlaatgasnabehandelingssysteem wordt verstrekt;

28)

„massa in rijklare toestand” : de massa van het voertuig met de brandstoftank(s) gevuld tot ten minste 90 % van zijn (hun) inhoud, met inbegrip van de massa van de bestuurder, brandstof en vloeistoffen, voorzien van de standaarduitrusting volgens de specificaties van de fabrikant en, wanneer het voertuig daarmee is uitgerust, de massa van de carrosserie, de cabine, de koppelinrichting, het (de) reservewiel(en) en het gereedschap;

29)

„ontstekingsfout” : het niet ontbranden van het mengsel in de cilinder van een elektrische-ontstekingsmotor door het ontbreken van een vonk, gebrekkige brandstofdosering, slechte compressie of andere oorzaken;

30)

„koudstartsysteem of -voorziening” : systeem dat het lucht-brandstofmengsel in de motor tijdelijk verrijkt om het starten te vergemakkelijken;

31)

„vermogensafnamehandeling of -voorziening” : een door de motor aangedreven voorziening waarmee in het voertuig gemonteerde hulpapparatuur van energie wordt voorzien;

▼M1

32)

„kleine fabrikant” :

een fabrikant die wereldwijd minder dan 10 000 eenheden heeft geproduceerd voor het jaar voorafgaand aan dat waarvoor de typegoedkeuring is verleend, en:

a)

geen deel uitmaakt van een groep onderling verbonden fabrikanten, of

b)

deel uitmaakt van een groep onderling verbonden fabrikanten die wereldwijd minder dan 10 000 eenheden heeft geproduceerd voor het jaar voorafgaand aan dat waarvoor de typegoedkeuring is verleend, of

c)

deel uitmaakt van een groep onderling verbonden fabrikanten, maar zijn eigen productiefaciliteiten en een eigen ontwerpcentrum beheert;

▼M1

32 bis)

„eigen productiefaciliteiten” : een productie- of assemblagefabriek die door de fabrikant wordt gebruikt voor het voor die fabrikant produceren of assembleren van nieuwe voertuigen, met inbegrip van voor de uitvoer bestemde voertuigen;

32 ter)

„eigen ontwerpcentrum” : een faciliteit waar het volledige voertuig wordt ontworpen en ontwikkeld en die door de fabrikant wordt beheerd en gebruikt;

32 quater)

„zeer kleine fabrikant” : een kleine fabrikant in de zin van punt 32 die voor het jaar voorafgaand aan dat waarvoor typegoedkeuring wordt verleend, minder dan 1 000 voertuigen in de Unie heeft geregistreerd;

▼M2 —————

▼M3

33)

„puur-ICE-voertuig” : voertuig waarbij alle aandrijfenergieomzetters interne verbrandingsmotoren (internal combustion engines — ICE's) zijn;

▼B

34)

„puur elektrisch voertuig” (PEV) : een voertuig met een aandrijflijn die uitsluitend elektrische machines als aandrijfenergieomzetters en uitsluitend oplaadbare elektrische-energieopslagsystemen als aandrijfenergieopslagsystemen omvat;

35)

„brandstofcel” : een energieomzetter die chemische energie (input) omzet in elektrische energie (output) of omgekeerd;

36)

„brandstofcelvoertuig” (FCV) : een voertuig met een aandrijflijn die uitsluitend een of meer brandstofcellen en elektrische machines als aandrijfenergieomzetters omvat;

37)

„nettovermogen” : het vermogen dat op een testbank wordt vastgesteld aan het uiteinde van de krukas of het equivalent ervan bij het overeenkomstige motortoerental, met hulpapparatuur, getest overeenkomstig bijlage XX (Meting van het nettovermogen en het maximumvermogen gedurende 30 minuten van de elektrische aandrijflijn) en bepaald onder atmosferische referentieomstandigheden;

▼M3

38)

„nominaal motorvermogen” (Prated) : maximaal nettovermogen van de motor in kW, gemeten volgens de voorschriften van bijlage XX;

▼B

39)

„maximumvermogen gedurende 30 minuten” : het maximale nettovermogen, vastgesteld overeenkomstig punt 5.3.2 van VN/ECE-Reglement nr. 85 (4), dat een elektrische aandrijving bij gelijkstroomspanning kan leveren;

40)

„koudstart” : in het kader van de bewaking van de verhouding van de prestaties tijdens het gebruik van OBD-bewakingsfuncties, een motorkoelmiddeltemperatuur (of gelijkwaardige temperatuur) bij het starten van de motor van 35 °C of minder en maximaal 7 °C hoger dan de omgevingstemperatuur, indien bekend;

41)

„emissies onder reële rijomstandigheden” (RDE) : de emissies van een voertuig onder normale gebruiksomstandigheden;

42)

„draagbaar emissiemeetsysteem” (PEMS) : draagbaar emissiemeetsysteem dat voldoet aan de voorschriften van aanhangsel 1 van bijlage IIIA;

43)

„primaire emissiestrategie” : een emissiestrategie die over het hele toerental- en belastingsbereik van het voertuig actief is, tenzij een aanvullende emissiestrategie is geactiveerd;

44)

„aanvullende emissiestrategie” : een emissiestrategie die naar aanleiding van een specifieke reeks omgevings- of bedrijfsomstandigheden actief wordt en een primaire emissiestrategie vervangt of wijzigt met een specifiek doeleinde, en die alleen operationeel blijft zolang deze omstandigheden zich voordoen;

▼M3

45)

„brandstoftanksysteem” : systeem voor de opslag van brandstof, bestaande uit de brandstoftank, de brandstofvuller, de tankdop en de brandstofpomp, wanneer die in of op de brandstoftank gemonteerd is;

46)

„permeabiliteitsfactor” (PF) : de factor die bepaald wordt op basis van de koolwaterstofverliezen gedurende een periode en die gebruikt wordt om de definitieve verdampingsemissies te bepalen;

47)

„eenlagige niet-metalen tank” : een brandstoftank gebouwd met één laag niet-metalen materiaal, met inbegrip van gefluoreerde/gesulfoneerde materialen;

48)

„meerlagige tank” : een brandstoftank gebouwd met ten minste twee verschillende lagen materialen, waarvan één een barrièremateriaal tegen koolwaterstoffen is;

▼M2

49)

„traagheidscategorie” : een categorie testmassa's van het voertuig die overeenkomt met een gelijkwaardige traagheid, zoals bepaald in tabel A4a/3 van bijlage 4a bij VN/ECE-Reglement nr. 83, wanneer de testmassa gelijk is aan de referentiemassa.

▼B

Artikel 3

Typegoedkeuringsvoorschriften

▼M5

1.
Om EG-typegoedkeuring te verkrijgen wat emissies betreft, toont de fabrikant aan dat de voertuigen aan de voorschriften van deze verordening voldoen wanneer zij overeenkomstig de testprocedures in de bijlagen IIIA tot en met VIII, XI, XVI, XX, XXI en XXII worden getest. De fabrikant waarborgt tevens dat de referentiebrandstoffen aan de specificaties in bijlage IX voldoen.

▼B

2.
Voertuigen worden onderworpen aan de tests in figuur I.2.4 van bijlage I.

▼M5

In alle verwijzingen naar VN-Reglement nr. 154 zijn alleen de met de Europese Unie verband houdende voorschriften zoals gekenmerkt door niveau 1A van toepassing. Verwijzingen in VN-Reglement nr. 154 naar„gereguleerde emissies” worden begrepen als verwijzingen naar„verontreinigende emissies” in deze verordening.

▼B

3.
Als alternatief voor de voorschriften van de bijlagen II, V tot en met VIII, XI, XVI en XXI kunnen kleine fabrikanten EG-typegoedkeuring aanvragen voor een voertuigtype dat door een instantie van een derde land werd goedgekeurd op basis van de wetgevingshandelingen in punt 2.1 van bijlage I.

▼M5

De emissietests met het oog op de technische keuring van bijlage IV en de tests van het brandstofverbruik en de CO2-emissies van bijlage XXI zijn vereist om uit hoofde van dit lid EG-typegoedkeuring te verkrijgen wat emissies van het voertuig betreft.

▼B

De goedkeuringsinstantie stelt de Commissie in kennis van de omstandigheden van elke typegoedkeuring die uit hoofde van dit lid is verleend.

4.
In de punten 2.2 en 2.3 van bijlage I zijn specifieke voorschriften voor brandstoftankinlaten en elektronische systeembeveiliging opgenomen.
5.
De fabrikant neemt technische maatregelen om ervoor te zorgen dat de uitlaat- en verdampingsemissies overeenkomstig deze verordening tijdens de normale levensduur van het voertuig en onder normale gebruiksomstandigheden effectief worden beperkt.

Deze maatregelen houden onder meer in dat de in de emissiebeheersingssystemen gebruikte slangen, dichtingen en verbindingen zodanig zijn geconstrueerd dat zij beantwoorden aan de doelstellingen van het originele ontwerp.

6.
De fabrikant zorgt ervoor dat de resultaten van de emissietest onder de in deze verordening gespecificeerde testomstandigheden aan de toepasselijke grenswaarde voldoen.

▼M5

7.
Monofuelvoertuigen op gas worden bij de test van type 1 op variaties in de samenstelling van hetzij lpg, hetzij aardgas/biomethaan getest zoals beschreven in bijlage B6 bij VN-Reglement nr. 154 betreffende verontreinigende emissies, met de brandstof die gebruikt wordt voor de meting van het nettovermogen overeenkomstig bijlage XX bij deze verordening.

Bifuelvoertuigen op gas worden getest met benzine en hetzij lpg, hetzij aardgas/biomethaan. De tests op lpg of aardgas/biomethaan worden uitgevoerd op variaties in de samenstelling van het lpg of aardgas/biomethaan, zoals beschreven in bijlage B6 bij VN-Reglement nr. 154 betreffende verontreinigende emissies, met de brandstof die gebruikt wordt voor de meting van het nettovermogen overeenkomstig bijlage XX bij deze verordening.

▼B

8.
Voor de in aanhangsel 1 van bijlage IV beschreven test van type 2, bij normaal stationair motortoerental, wordt het maximaal toelaatbare koolmonoxidegehalte van de uitlaatgassen opgegeven door de voertuigfabrikant. Dat gehalte mag echter niet meer dan 0,3 vol. % bedragen.

Bij hoog stationair motortoerental mag het koolmonoxidegehalte van de uitlaatgassen niet meer dan 0,2 vol. % bedragen, waarbij het toerental ten minste 2 000 min–1 bedraagt en Lambda gelijk is aan 1 ± 0,03 of in overeenstemming is met de fabrieksopgave.

9.
Voor de in bijlage V beschreven test van type 3 zorgt de fabrikant ervoor dat het ventilatiesysteem van de motor geen emissie van cartergassen in de atmosfeer toelaat.
10.
De in bijlage VIII beschreven test van type 6 om emissies bij lage temperatuur te meten, is niet van toepassing op dieselvoertuigen.

▼M5 —————

▼B

De fabrikant verstrekt de goedkeuringsinstantie tevens informatie over de werkingsstrategie van het uitlaatgasrecirculatiesysteem (EGR), inclusief de werking bij lage temperatuur.

Deze informatie bevat een beschrijving van de eventuele effecten op de emissies.

▼M5 —————

▼B

Op verzoek van de Commissie verstrekt de goedkeuringsinstantie informatie over de prestaties van de NOx-nabehandelingssystemen en het EGR-systeem bij lage temperatuur.

▼M5

11.
De fabrikant zorgt ervoor dat, tijdens de normale levensduur van een voertuig waarvoor typegoedkeuring is verleend krachtens Verordening (EG) nr. 715/2007, de uiteindelijke RDE-emissieresultaten zoals bepaald overeenkomstig bijlage IIIA en uitgestoten tijdens eender welke test van type 1a die overeenkomstig die bijlage is verricht, de daarin vastgelegde emissiegrenswaarden voor NOx en PN niet overschrijden.

Een typegoedkeuring krachtens Verordening (EG) nr. 715/2007 mag slechts worden afgegeven indien het voertuig deel uitmaakt van een gevalideerde PEMS-testfamilie overeenkomstig punt 3.3 van bijlage IIIA.

▼M1

De voorschriften van bijlage IIIA zijn niet van toepassing op krachtens Verordening (EG) nr. 715/2007 aan zeer kleine fabrikanten met betrekking tot emissies verleende typegoedkeuringen.

▼B

Artikel 4

Voorschriften voor typegoedkeuring wat het OBD-systeem betreft

1.
De fabrikant zorgt ervoor dat alle voertuigen met een OBD-systeem zijn uitgerust.
2.
Het OBD-systeem is zo ontworpen, geconstrueerd en in het voertuig geïnstalleerd dat het tijdens de hele levensduur van het voertuig typen verslechteringen of storingen kan identificeren.
3.
Het OBD-systeem voldoet onder normale gebruiksomstandigheden aan de voorschriften van deze verordening.

▼M5

4.
Bij een test met een defect onderdeel overeenkomstig bijlage C5, aanhangsel 1, bij VN-Reglement nr. 154 moet de storingsindicator van het OBD-systeem worden geactiveerd.

De storingsindicator van het OBD-systeem kan tijdens deze test ook actief worden bij emissieniveaus onder de in tabel 4A van punt 6.8.2 van VN-Reglement nr. 154 aangegeven OBD-drempelwaarden.

5.
De fabrikant zorgt ervoor dat het OBD-systeem onder alle redelijkerwijs te verwachten rijomstandigheden aan de prestatievoorschriften tijdens het gebruik in punt 1 van aanhangsel 1 van bijlage XI voldoet.
6.
Gegevens over de prestaties tijdens het gebruik die overeenkomstig punt 1 van aanhangsel 1 van bijlage XI door een OBD-systeem van het voertuig moeten worden opgeslagen en gerapporteerd, worden door de fabrikant ongecodeerd ter beschikking gesteld van nationale autoriteiten en onafhankelijke marktdeelnemers.

▼M3

Artikel 4 bis

Voorschriften voor typegoedkeuring wat instrumenten voor de meting van het brandstof- en/of elektriciteitsverbruik betreft

▼M5

De fabrikant zorgt ervoor dat de volgende voertuigen van de categorieën M1, N1 en N2 zijn uitgerust met een instrument voor het bepalen, opslaan en ter beschikking stellen van gegevens over de hoeveelheid brandstof en/of elektriciteit die voor de werking van het voertuig wordt gebruikt:

▼M3

1.

puur-ICE-voertuigen en niet-extern oplaadbare hybride elektrische voertuigen NOVC-HEV's) die uitsluitend door minerale diesel, biodiesel, benzine of ethanol of door een combinatie van die brandstoffen worden aangedreven;

2.

extern oplaadbare hybride elektrische voertuigen (OCV-HEV's) die door elektriciteit en een van de onder 1) genoemde brandstoffen worden aangedreven.

Het instrument voor de meting van het brandstof- en/of elektriciteitsverbruik moet voldoen aan bijlage XXII.

▼B

Artikel 5

▼M5

Aanvraag voor EG-typegoedkeuring van een voertuig wat emissies betreft

1.
De fabrikant dient bij de goedkeuringsinstantie een aanvraag in voor de EG-typegoedkeuring van een voertuig wat emissies betreft.

▼B

2.
De in lid 1 bedoelde aanvraag wordt opgesteld volgens het model van het inlichtingenformulier in aanhangsel 3 van bijlage I.
3.

Voorts verstrekt de fabrikant de volgende informatie:

▼M5

a)

in het geval van voertuigen met elektrische-ontstekingsmotor, een verklaring van de fabrikant over het minimumpercentage ontstekingsfouten op het totale aantal ontstekingspogingen waardoor de emissies de OBD-drempelwaarden van tabel 4A van punt 6.8.2 van VN-Reglement nr. 154 zouden overschrijden indien dat percentage vanaf de start van een test van type 1 zoals geselecteerd voor demonstratie volgens bijlage C5 van VN-Reglement nr. 154, aanwezig was geweest, of dat tot oververhitting van de katalysator of katalysatoren zou kunnen leiden met onherstelbare schade tot gevolg;

▼B

b)

gedetailleerde schriftelijke informatie met een volledige beschrijving van de functionele kenmerken van het OBD-systeem, inclusief een lijst van alle relevante delen van het emissiebeheersingssysteem van het voertuig die door het OBD-systeem worden bewaakt;

c)

een beschrijving van de storingsindicator die door het OBD-systeem wordt gebruikt om de bestuurder van het voertuig op een fout te attenderen;

▼M5

d)

een verklaring van de fabrikant dat het OBD-systeem onder alle redelijkerwijs te verwachten rijomstandigheden aan de bepalingen inzake prestaties tijdens het gebruik van punt 1 van aanhangsel 1 van bijlage XI bij deze verordening voldoet;

e)

een plan met een beschrijving van de gedetailleerde technische criteria en de rechtvaardiging voor het verhogen van de teller en de noemer van elke bewakingsfunctie die aan de voorschriften van bijlage C5, aanhangsel 1, punten 7.2 en 7.3, bij VN-Reglement nr. 154 moet voldoen, alsook voor het bevriezen van tellers, noemers en de algemene noemer onder de in bijlage C5, aanhangsel 1, punt 7.7, bij VN-Reglement nr. 154 genoemde voorwaarden;

f)

een beschrijving van de maatregelen die zijn genomen om manipulatie en modificatie van de emissiebeheersingssystemen, met inbegrip van de emissiebeheersingscomputer, de kilometerteller en de registratie van de afgelegde afstand te voorkomen volgens de voorschriften van de bijlagen XI en XVI;

g)

indien van toepassing, de kenmerken van de voertuigenfamilie zoals bedoeld in punt 6.8.1 van VN-Reglement nr. 154;

▼B

h)

eventueel afschriften van andere typegoedkeuringen met de gegevens die nodig zijn voor de uitbreiding van goedkeuringen en de vaststelling van verslechteringsfactoren.

4.
Voor de toepassing van lid 3, onder d), gebruikt de fabrikant het model van het certificaat van naleving van de OBD-prestatievoorschriften tijdens het gebruik in aanhangsel 7 van bijlage I.
5.
Voor de toepassing van lid 3, onder e), stelt de goedkeuringsinstantie die de goedkeuring verleent, de in dat punt genoemde informatie op verzoek ter beschikking van de goedkeuringsinstanties of de Commissie.

►M5

Voor de toepassing van lid 3, punten d) en e), keuren goedkeuringsinstanties een voertuig niet goed als de door de fabrikant verstrekte informatie niet aan de voorschriften van punt 1 van aanhangsel 1 van bijlage XI voldoet.

Bijlage C5, aanhangsel 1, punten 7.2, 7.3 en 7.7, bij VN-Reglement nr. 154 is van toepassing onder alle redelijkerwijs te verwachten rijomstandigheden.

Bij de beoordeling van de uitvoering van de voorschriften in die punten houden de goedkeuringsinstanties rekening met de stand van de technologie.

7.
Voor de toepassing van lid 3, onder f), omvatten de maatregelen die zijn genomen om het manipuleren of modificeren van de emissiebeheersingscomputer te voorkomen, een voorziening voor updating met behulp van een door de fabrikant goedgekeurd programma of een door hem goedgekeurde kalibratie.
8.
Voor de tests in figuur I.2.4 van bijlage I stelt de fabrikant een voor het goed te keuren type representatief voertuig ter beschikking van de technische dienst die verantwoordelijk is voor de typegoedkeuringstests.
9.
De aanvraag om typegoedkeuring van monofuel-, bifuel- en flexfuelvoertuigen voldoet aan de extra voorschriften in de punten 1.1 en 1.2 van bijlage I.
10.
Wijzigingen van het merk van een systeem, onderdeel of technische eenheid na typegoedkeuring, maken de typegoedkeuring niet automatisch ongeldig, tenzij de oorspronkelijke kenmerken of technische parameters ervan zodanig worden gewijzigd dat de functionaliteit van de motor of het systeem voor verontreinigingsbeheersing wordt beïnvloed.

▼M1

11.
Om de goedkeuringsinstanties in staat te stellen de juiste werking van aanvullende emissiestrategieën te beoordelen, rekening houdend met het verbod op manipulatie-instrumenten van artikel 5, lid 2, van Verordening (EG) nr. 715/2007, verstrekt de fabrikant tevens een uitgebreid documentatiepakket zoals beschreven in bijlage I, aanhangsel 3a, van deze verordening.

▼M5

Voor voertuigen die worden goedgekeurd volgens de letters EB en EC zoals gedefinieerd in bijlage I, aanhangsel 6, tabel 1, voert de fabrikant een indicator (AES-melding of -timer) in om aan te geven wanneer een voertuig in AES-modus in plaats van in BES-modus actief is. De indicator wordt via de seriële poort van een standaarddiagnoseconnector beschikbaar gesteld op basis van een verzoek van een generisch scanapparaat. De ingeschakelde AES is te identificeren via het formele documentatiepakket.

▼M3

Het uitgebreide documentatiepakket wordt door de goedkeuringsinstantie van een kenmerk voorzien en gedateerd en wordt gedurende ten minste tien jaar na het verlenen van de goedkeuring door die instantie bewaard.

▼M3

Op verzoek van de fabrikant verricht de goedkeuringsinstantie een voorlopige beoordeling van de aanvullende emissiestrategie voor nieuwe voertuigtypen. In dat geval wordt de desbetreffende documentatie tussen twee en twaalf maanden voor het begin van de typegoedkeuringsprocedure aan de typegoedkeuringsinstantie verstrekt.

De goedkeuringsinstantie verricht een voorlopige beoordeling op basis van het in bijlage I, aanhangsel 3a, punt b), beschreven uitgebreide documentatiepakket dat door de fabrikant is verstrekt. De goedkeuringsinstantie verricht de beoordeling volgens de in bijlage I, aanhangsel 3b, beschreven methode. In uitzonderlijke en naar behoren gemotiveerde gevallen mag de goedkeuringsinstantie van die methode afwijken.

De voorlopige beoordeling van de aanvullende emissiestrategie door nieuwe voertuigtypen blijft gedurende 18 maanden geldig met het oog op de typegoedkeuring. Die periode kan met twaalf maanden worden verlengd indien de fabrikant aan de goedkeuringsinstantie aantoont dat er geen nieuwe technologieën op de markt beschikbaar zijn gekomen die de voorlopige beoordeling van de aanvullende emissiestrategie zouden veranderen.

▼M5

De goedkeuringsinstantie kan de werking van AES testen.

▼M5

Het Forum voor uitwisseling van informatie over handhaving stelt jaarlijks een lijst op van de AES die door de typegoedkeuringsinstanties niet-aanvaardbaar werden geacht, die door de Commissie uiterlijk eind maart van het volgende jaar openbaar wordt gemaakt, indien er AES waren die niet-aanvaardbaar werden geacht.

De fabrikant verstrekt aan de typegoedkeuringsinstantie een formeel documentatiepakket zoals bedoeld in aanhangsel 3a van bijlage I, dat informatie over AES/BES bevat op basis waarvan een onafhankelijke tester kan vaststellen welke gemeten emissies toe te schrijven zijn aan een AES- of BES-strategie of mogelijk veroorzaakt worden door een manipulatie-instrument. Het formele documentatiepakket wordt op verzoek beschikbaar gesteld aan alle typegoedkeuringsinstanties, technische diensten, markttoezichtautoriteiten, derden en de Commissie.

Voertuigen van de categorie M1 of N1 worden goedgekeurd volgens emissieletters EA, EB of EC zoals gespecificeerd in bijlage I, aanhangsel 6, tabel 1, rekening houdend met de gebruiksfactoren zoals bepaald in overeenstemming met de waarden in tabel A8.App5/1 van punt 3.2. van bijlage XXI.

▼M1 —————

▼M5

12.
De fabrikant verstrekt aan de typegoedkeuringsinstantie die de typegoedkeuring met betrekking tot emissies krachtens deze verordening heeft verleend („de verlenende typegoedkeuringsinstantie”) een pakket over testtransparantie, dat alle nodige informatie bevat om de tests overeenkomstig punt 5.9 van bijlage II te kunnen uitvoeren.

Zodra het elektronische platform voor ISC klaar is, uploadt de fabrikant ook alle vereiste gegevens voor al zijn voertuigen naar het platform. De informatie in de transparantielijsten is beperkt tot de voorgeschreven informatie zoals vereist bij aanhangsel 5 van bijlage II.

▼B

Artikel 6

▼M5

Bestuursrechtelijke bepalingen voor de EG-typegoedkeuring van een voertuig wat emissies betreft

1.
Wanneer aan alle desbetreffende voorschriften is voldaan, verleent de goedkeuringsinstantie EG-typegoedkeuring en kent zij een typegoedkeuringsnummer toe volgens het in bijlage IV bij Uitvoeringsverordening (EU) 2020/683 van de Commissie (5) beschreven nummeringssysteem.

Onverminderd bijlage IV bij Uitvoeringsverordening (EU) 2020/683 wordt het derde deel van het typegoedkeuringsnummer opgesteld overeenkomstig aanhangsel 6 van bijlage I.

Een goedkeuringsinstantie mag hetzelfde nummer niet aan een ander voertuigtype toekennen.

2.
Bij wijze van afwijking van lid 1 kan een voertuig met een OBD-systeem op verzoek van de fabrikant typegoedkeuring krijgen wat emissies betreft, ook al vertoont het systeem een of meer gebreken, zodat niet ten volle aan de specifieke voorschriften van bijlage XI is voldaan, op voorwaarde dat aan de specifieke bestuursrechtelijke bepalingen van punt 3 van die bijlage is voldaan.

De goedkeuringsinstantie stelt alle goedkeuringsinstanties in de andere lidstaten overeenkomstig artikel 27 van Verordening (EU) 2018/858 in kennis van de beslissing om een dergelijke typegoedkeuring te verlenen.

▼B

3.
Wanneer de goedkeuringsinstantie EG-typegoedkeuring verleent krachtens lid 1, stelt zij een EG-typegoedkeuringscertificaat op volgens het model in aanhangsel 4 van bijlage I.

Artikel 7

Wijzigingen van typegoedkeuringen

▼M5

De artikelen 27, 33 en 34 van Verordening (EU) 2018/858 zijn van toepassing op alle wijzigingen van krachtens Verordening (EG) nr. 715/2007 verleende typegoedkeuringen.

▼B

Op verzoek van de fabrikant zijn de bepalingen van punt 3 van bijlage I zonder bijkomende tests alleen van toepassing op voertuigen van hetzelfde type.

Artikel 8

Conformiteit van de productie

▼M5

1.
Maatregelen om de conformiteit van de productie te garanderen, worden genomen overeenkomstig artikel 31 van Verordening (EU) 2018/858.

Daarnaast zijn de bepalingen van punt 4 van bijlage I bij deze verordening en de relevante statistische methoden in aanhangsel 2 van VN-Reglement nr. 154 van toepassing.

▼B

2.
De conformiteit van de productie wordt gecontroleerd op basis van de beschrijving in het typegoedkeuringscertificaat in aanhangsel 4 van bijlage I bij deze verordening.

Artikel 9

▼M5

Conformiteit tijdens het gebruik

1.
Maatregelen om de conformiteit tijdens het gebruik te garanderen van voertuigen waarvoor typegoedkeuring is verleend krachtens deze verordening, worden genomen overeenkomstig de in artikel 31 van Verordening (EU) 2018/858, bijlage IV bij Verordening (EU) 2018/858 en bijlage II bij deze verordening bedoelde regelingen inzake de overeenstemming van de productie.

▼M3

2.
Met de controles van de conformiteit tijdens het gebruik kan worden bevestigd dat de uitlaat- en verdampingsemissies in reële rijomstandigheden tijdens de normale levensduur van de voertuigen effectief worden beperkt.
3.
De conformiteit tijdens het gebruik wordt overeenkomstig aanhangsel 1 van bijlage II gecontroleerd bij voertuigen in goede staat van onderhoud en gebruik, tussen het moment waarop het voertuig 15 000 km heeft afgelegd of, als dat later is, zes maanden oud is en het moment waarop het 100 000 km heeft afgelegd of, als dat eerder is, 5 jaar oud is. De conformiteit tijdens het gebruik betreffende verdampingsemissies wordt overeenkomstig aanhangsel 1 van bijlage II gecontroleerd bij voertuigen in goede staat van onderhoud en gebruik, tussen het moment waarop het voertuig 30 000 km heeft afgelegd of, als dat later is, twaalf maanden oud is en het moment waarop het 100 000 km heeft afgelegd of, als dat eerder is, 5 jaar oud is.

De voorschriften voor de controles van de conformiteit tijdens het gebruik zijn van toepassing tot vijf jaar nadat het laatste conformiteitscertificaat of het laatste individuele goedkeuringscertificaat is verleend voor voertuigen van die familie voor conformiteit tijdens het gebruik.

4.
De controles van de conformiteit tijdens het gebruik zijn niet verplicht als er binnen de familie voor conformiteit tijdens het gebruik in het voorgaande jaar in de Unie minder dan voertuigen zijn verkocht. ►M5 Voor die families verstrekt de fabrikant de goedkeuringsinstantie een verslag van alle emissiegerelateerde garantieclaims en relevante reparaties zoals beschreven in punt 4 van bijlage II. Dergelijke families voor conformiteit tijdens het gebruik kunnen toch worden geselecteerd voor tests overeenkomstig bijlage II.

▼M5

5.
De fabrikant en de verlenende typegoedkeuringsinstantie verrichten controles tijdens het gebruik overeenkomstig bijlage II. Andere typegoedkeuringsinstanties, technische diensten, de Commissie en derden kunnen delen van de controles tijdens het gebruik verrichten overeenkomstig bijlage II. De gegevens die nodig zijn om dergelijke controles te verrichten, zijn geregeld bij Uitvoeringsverordening 2022/163 van de Commissie (6) en bijlage II bij deze verordening.

▼M3

6.
De verlenende goedkeuringsinstantie besluit, na de naleving te hebben beoordeeld, of een familie al dan niet voldoet aan de bepalingen betreffende de conformiteit tijdens het gebruik en keurt het plan van corrigerende maatregelen goed dat de fabrikant overeenkomstig bijlage II heeft voorgelegd.

▼M5

7.
Indien een typegoedkeuringsinstantie, een technische dienst, de Commissie of een derde heeft vastgesteld dat een familie voor conformiteit tijdens het gebruik bij de controle van de conformiteit tijdens het gebruik wordt afgekeurd, stelt zij de verlenende typegoedkeuringsinstantie daarvan onverwijld in kennis overeenkomstig artikel 54, lid 1, van Verordening (EU) 2018/858.

Na die kennisgeving deelt de verlenende goedkeuringsinstantie, met inachtneming van het bepaalde in artikel 54, lid 5, van Verordening (EU) 2018/858, de fabrikant mee dat een familie voor conformiteit tijdens het gebruik bij de controles van de conformiteit tijdens het gebruik is afgekeurd en dat de procedures van de punten 6 en 7 van bijlage II moeten worden gevolgd.

Als de verlenende goedkeuringsinstantie vaststelt dat geen overeenstemming kan worden bereikt met een typegoedkeuringsinstantie die heeft vastgesteld dat een familie voor conformiteit tijdens het gebruik bij de controles van de conformiteit tijdens het gebruik is afgekeurd, wordt de procedure van artikel 54, lid 5, van Verordening (EU) 2018/858 ingeleid.

8.

In aanvulling op de leden 1 tot en met 7 zijn de volgende voorschriften van toepassing op voertuigen waarvoor typegoedkeuring overeenkomstig bijlage II wordt verleend.

a)

In het geval van voertuigen die voor meerfasetypegoedkeuring, zoals gedefinieerd in artikel 3, punt 8, van Verordening (EU) 2018/858, ter beschikking worden gesteld, wordt de conformiteit tijdens het gebruik gecontroleerd overeenkomstig de bepalingen voor meerfasegoedkeuring in punt 5.10.6 van bijlage II bij deze verordening;

b)

Dit artikel is niet van toepassing op lijkwagens zoals gespecificeerd in aanhangsel 1 van deel III van bijlage II bij Verordening (EU) 2018/858, gepantserde voertuigen zoals gedefinieerd in aanhangsel 2 van deel III van bijlage II bij Verordening (EU) 2018/858 en voor rolstoelen toegankelijke voertuigen zoals gedefinieerd in aanhangsel 3 van deel III van bijlage II bij Verordening (EU) 2018/858. Van alle andere voertuigen voor speciale doeleinden, zoals gedefinieerd in aanhangsel 4 van deel III van bijlage II bij Verordening (EU) 2018/858, wordt de conformiteit tijdens het gebruik gecontroleerd overeenkomstig de voorschriften voor meerfasetypegoedkeuring in bijlage II bij deze verordening.

▼B

Artikel 10

Voorzieningen voor verontreinigingsbeheersing

▼M5

1.
De fabrikant ziet erop toe dat voor vervangingsvoorzieningen voor verontreinigingsbeheersing die bestemd zijn om te worden gemonteerd op voertuigen met EG-typegoedkeuring die binnen het toepassingsgebied van Verordening (EG) nr. 715/2007 vallen, EG-typegoedkeuring wordt verleend als technische eenheid in de zin van artikel 10, lid 2, van Richtlijn 2007/46/EG, overeenkomstig de artikelen 12 en 13 van en bijlage XIII bij deze verordening.

Katalysatoren en deeltjesfilters worden voor de toepassing van deze verordening als voorzieningen voor verontreinigingsbeheersing beschouwd.

Aan de relevante voorschriften wordt geacht te zijn voldaan indien de vervangingsvoorzieningen voor verontreinigingsbeheersing zijn goedgekeurd krachtens VN/ECE-Reglement nr. 103 (7).

▼B

2.
Originele vervangingsvoorzieningen voor verontreinigingsbeheersing van het type dat onder punt 2.3 van het addendum bij aanhangsel 4 van bijlage I valt die bestemd zijn voor montage op een voertuig waarnaar in het desbetreffende typegoedkeuringsdocument wordt verwezen, hoeven niet in overeenstemming te zijn met bijlage XIII, op voorwaarde dat zij aan de voorschriften van de punten 2.1 en 2.2 van die bijlage voldoen.
3.
De fabrikant zorgt ervoor dat op de originele voorzieningen voor verontreinigingsbeheersing identificatiemerktekens zijn aangebracht.
4.

De in lid 3 bedoelde identificatiemerktekens omvatten het volgende:

a)

de naam of het handelsmerk van de voertuig- of motorfabrikant;

b)

het merk en het identificatienummer van het originele systeem voor verontreinigingsbeheersing, zoals aangegeven in de in bijlage I, aanhangsel 3, punt 3.2.12.2 bedoelde informatie.

Artikel 11

Aanvraag om EG-typegoedkeuring van een type vervangingsvoorziening voor verontreinigingsbeheersing als technische eenheid

1.
De fabrikant dient bij de goedkeuringsinstantie een aanvraag in om EG-typegoedkeuring van een type vervangingsvoorziening voor verontreinigingsbeheersing als technische eenheid.

De aanvraag wordt opgesteld volgens het model van het inlichtingenformulier in aanhangsel 1 van bijlage XIII.

2.

Naast de voorschriften in lid 1 stelt de fabrikant het volgende ter beschikking van de technische dienst die verantwoordelijk is voor de typegoedkeuringstest:

a)

een of meer voertuigen van een type dat overeenkomstig deze verordening is goedgekeurd en met een nieuwe originele voorziening voor verontreinigingsbeheersing is uitgerust;

b)

één monster van het type vervangingsvoorziening voor verontreinigingsbeheersing;

c)

in het geval van een vervangingsvoorziening voor verontreinigingsbeheersing die bestemd is voor montage op een voertuig met een OBD-systeem, een extra monster van dat type vervangingsvoorziening voor verontreinigingsbeheersing.

3.
Voor de toepassing van lid 2, onder a), worden de testvoertuigen door de aanvrager geselecteerd met instemming van de technische dienst.

▼M5

De testvoertuigen voldoen aan de voorschriften van punt 2.3 van bijlage B6 bij VN-Reglement nr. 154.

▼B

De testvoertuigen voldoen aan de volgende voorschriften:

a)

hun systeem voor emissiebeheersing mag geen defecten vertonen;

b)

elk emissiegerelateerd origineel onderdeel dat te versleten is of slecht functioneert, wordt hersteld of vervangen;

c)

zij worden vóór de emissietests volgens de specificaties van de fabrikant naar behoren afgesteld.

4.
Voor de toepassing van lid 2, onder b) en c), worden de handelsnaam of het handelsmerk van de aanvrager en de handelsbenaming goed leesbaar en onuitwisbaar op het monster aangebracht.
5.
Voor de toepassing van lid 2, onder c), is het monster verslechterd zoals beschreven in punt 25 van artikel 2.

Artikel 12

Bestuursrechtelijke bepalingen voor de EG-typegoedkeuring van een vervangingsvoorziening voor verontreinigingsbeheersing als technische eenheid

1.
Wanneer aan alle desbetreffende voorschriften is voldaan, verleent de goedkeuringsinstantie EG-typegoedkeuring voor een vervangingsvoorziening voor verontreinigingsbeheersing als technische eenheid en kent zij een typegoedkeuringsnummer toe volgens het in bijlage VII bij Richtlijn 2007/46/EG beschreven nummeringssysteem.

De goedkeuringsinstantie mag hetzelfde nummer niet aan een ander type vervangingsvoorziening voor verontreinigingsbeheersing toekennen.

Het goedgekeurde type vervangingsvoorziening voor verontreinigingsbeheersing mag wel onder hetzelfde typegoedkeuringsnummer op een aantal verschillende voertuigtypen worden gebruikt.

2.
Voor de toepassing van lid 1 geeft de goedkeuringsinstantie een EG-typegoedkeuringscertificaat af, dat is opgesteld volgens het model in aanhangsel 2 van bijlage XIII.
3.
Indien de aanvrager van de typegoedkeuring aan de goedkeuringsinstantie of de technische dienst kan aantonen dat de vervangingsvoorziening voor verontreinigingsbeheersing van een type is dat in punt 2.3 van het addendum bij aanhangsel 4 van bijlage I is aangegeven, hoeft voor het verlenen van een typegoedkeuring de naleving van de voorschriften van punt 4 van bijlage XIII niet te worden gecontroleerd.

▼M5 —————

▼B

Artikel 15

Overgangsbepalingen

1.
Fabrikanten mogen tot en met 31 augustus 2017 voor voertuigen van de categorieën M1, M2 en N1, klasse I, en tot en met 31 augustus 2018 voor voertuigen van categorie N1, klassen II en III, en van categorie N2, verzoeken om typegoedkeuring krachtens deze verordening. Indien een dergelijk verzoek niet wordt ingediend, is Verordening (EG) nr. 692/2008 van toepassing.

▼M2

2.
Met ingang van 1 september 2017 voor voertuigen van de categorieën M1, M2 en N1, klasse I, en met ingang van 1 september 2018 voor voertuigen van categorie N1, klassen II en III, en van categorie N2, weigeren de nationale instanties EG-typegoedkeuring of nationale typegoedkeuring te verlenen voor nieuwe voertuigtypen die niet aan de voorschriften van deze verordening voldoen, om redenen die verband houden met emissies of brandstofverbruik.

▼M3

Met ingang van 1 september 2019 weigeren de nationale instanties EG-typegoedkeuring of nationale typegoedkeuring te verlenen voor nieuwe voertuigtypen die niet aan de voorschriften van bijlage VI voldoen, om redenen die verband houden met emissies of brandstofverbruik. Op verzoek van de fabrikant mag tot en met 31 augustus 2019 de in bijlage 7 bij VN/ECE-Reglement nr. 83 beschreven testprocedure voor verdampingsemissies of de in bijlage VI bij Verordening (EG) nr. 692/2008 beschreven testprocedure voor verdampingsemissies nog worden gebruikt met het oog op typegoedkeuring krachtens deze verordening.

▼M2

3.
Met ingang van 1 september 2018 voor voertuigen van de categorieën M1, M2 en N1, klasse I, en met ingang van 1 september 2019 voor voertuigen van categorie N1, klassen II en III, en van categorie N2, beschouwen de nationale instanties de certificaten van overeenstemming van nieuwe voertuigen die niet aan de voorschriften van deze verordening voldoen, als niet langer geldig voor de toepassing van artikel 26 van Richtlijn 2007/46/EG, en verbieden zij de registratie, de verkoop of het in het verkeer brengen van dergelijke voertuigen, om redenen die verband houden met emissies of brandstofgebruik.

Voor nieuwe voertuigen die vóór 1 september 2019 worden geregistreerd, kan op verzoek van de fabrikant de testprocedure voor verdampingsemissies zoals vastgesteld in bijlage 7 bij VN/ECE-Reglement nr. 83, in plaats van de procedure zoals vastgesteld in bijlage VI bij deze verordening, worden toegepast met het oog op de bepaling van de verdampingsemissies van het voertuig.

▼M3

Met uitzondering van voertuigen die overeenkomstig de procedure van bijlage VI bij Verordening (EG) nr. 692/2008 zijn goedgekeurd voor verdampingsemissies, verbieden de nationale instanties met ingang van 1 september 2019 de registratie, de verkoop of het in het verkeer brengen van nieuwe voertuigen die niet aan bijlage VI bij deze verordening voldoen.

▼B

4.

De volgende bepalingen gelden tot drie jaar na de in artikel 10, lid 4, van Verordening (EG) nr. 715/2007 genoemde data voor nieuwe voertuigtypen en tot vier jaar na in artikel 10, lid 5, van die verordening genoemde data voor nieuwe voertuigen:

▼M1

a)

de voorschriften van bijlage IIIA, punt 2.1, zijn niet van toepassing, met uitzondering van de voorschriften voor het deeltjesaantal (PN);

▼B

b)

de voorschriften van bijlage IIIA met uitzondering van die van punt 2.1, met inbegrip van de voorschriften inzake de uit te voeren RDE-tests en de te registreren en beschikbaar te maken gegevens, zijn alleen van toepassing op nieuwe typegoedkeuringen die krachtens Verordening (EG) nr. 715/2007 zijn verleend vanaf 27 juli 2017;

c)

de voorschriften van bijlage IIIA zijn niet van toepassing op typegoedkeuringen die zijn verleend aan kleine fabrikanten.

▼M3 —————

▼M1

Indien voor een voertuig vóór 1 september 2017, bij voertuigen van categorie M en categorie N1, klasse I, of vóór 1 september 2018 bij voertuigen van categorie N1, klassen II en III, en categorie N2, typegoedkeuring is verleend krachtens de voorschriften van Verordening (EG) nr. 715/2007 en de uitvoeringshandelingen daarvan, wordt dat voertuig niet geacht onder een nieuw type te vallen voor de toepassing van de eerste alinea. Dit geldt ook voor nieuwe typen die uit het oorspronkelijke type zijn gecreëerd, indien dat uitsluitend is gebeurd vanwege de toepassing van de nieuwe definitie van het type in artikel 2, punt 1, van deze verordening. In die gevallen wordt de toepassing van deze alinea vermeld in deel II.5 Opmerkingen van het EG-typegoedkeuringscertificaat, zoals vastgesteld in bijlage I, aanhangsel 4, van Verordening (EU) 2017/1151, met een verwijzing naar de vorige typegoedkeuring;

▼B

5.

Tot 8 jaar na de data in artikel 10, lid 4, van Verordening (EG) nr. 715/2007:

▼M2

a)

worden tests van type 1/I die tot drie jaar na de in artikel 10, lid 4, van Verordening (EG) nr. 715/2007 vastgestelde data overeenkomstig bijlage III bij Verordening (EG) nr. 692/2008 zijn verricht, door de goedkeuringsinstantie erkend voor de productie van slecht functionerende of defecte onderdelen voor het nabootsen van storingen om de voorschriften van bijlage XI bij deze verordening te beoordelen;

▼M3

b)

worden, ten aanzien van voertuigen van een WLTP-interpolatiefamilie die aan de uitbreidingsvoorschriften van punt 3.1.4 van bijlage I bij Verordening (EG) nr. 692/2008 voldoen, procedures die tot 3 jaar na de in artikel 10, lid 4, van Verordening (EG) nr. 715/2007 vermelde data overeenkomstig punt 3.13 van bijlage III bij Verordening (EG) nr. 692/2008 zijn verricht, door de goedkeuringsinstantie aanvaard voor de naleving van de voorschriften van bijlage XXI, subbijlage 6, aanhangsel 1, bij deze verordening;

▼M2

c)

worden duurzaamheidsdemonstraties waarbij de eerste test van type 1/I tot drie jaar na de in artikel 10, lid 4, van Verordening (EG) nr. 715/2007 vastgestelde data overeenkomstig bijlage VII bij Verordening (EG) nr. 692/2008 is verricht en afgerond, door de goedkeuringsinstanties als gelijkwaardig erkend voor de naleving van de voorschriften van bijlage VII bij deze verordening.

▼M3

Voor de toepassing van dit punt geldt de mogelijkheid om testresultaten van overeenkomstig Verordening (EG) nr. 692/2008 verrichte en afgeronde procedures te gebruiken, alleen voor voertuigen van een WLTP-interpolatiefamilie die aan de uitbreidingsvoorschriften van punt 3.3.1 van bijlage I bij Verordening (EG) nr. 692/2008 voldoen.

▼B

6.
Om een eerlijke behandeling van eerder bestaande typegoedkeuringen te waarborgen, onderzoekt de Commissie welke gevolgen hoofdstuk V van Richtlijn 2007/46/EG heeft voor de toepassing van deze verordening.

▼M1

7.
Tot vijf jaar en vier maanden na de in artikel 10, leden 4 en 5, van Verordening (EG) nr. 715/2007 vermelde data zijn de voorschriften van bijlage IIIA, punt 2.1, niet van toepassing op typegoedkeuringen met betrekking tot emissies die krachtens Verordening (EG) nr. 715/2007 zijn verleend aan kleine fabrikanten zoals gedefinieerd in artikel 2, punt 32. In de periode tussen drie jaar en vijf jaar en vier maanden na de in artikel 10, lid 4, van Verordening (EG) nr. 715/2007 vermelde data en tussen vier jaar en vijf jaar en vier maanden na de in artikel 10, lid 5, van Verordening (EG) nr. 715/2007 vermelde data houden kleine fabrikanten toezicht op de RDE-waarden van hun voertuigen en brengen zij daarover verslag uit.

▼M3

8.
Deel B van bijlage II is van toepassing op voertuigen van de categorieën M1 en M2 en categorie N1, klasse I, die zijn gebaseerd op typen die zijn goedgekeurd vanaf 1 januari 2019, en op voertuigen van categorie N1, klassen II en III, en categorie N2 die zijn gebaseerd op typen die zijn goedgekeurd vanaf 1 september 2019. Dat deel is ook van toepassing op alle voertuigen die zijn geregistreerd vanaf 1 september 2019 voor de categorieën M1 en M2 en categorie N1, klasse I, en op alle voertuigen die zijn geregistreerd vanaf 1 september 2020 voor categorie N1, klassen II en III, en categorie N2. In alle andere gevallen is deel A van bijlage II van toepassing.
9.
Met ingang van 1 januari 2020 voor de in artikel 4 bis bedoelde voertuigen van categorie M1, en categorie N1, klasse I, en met ingang van 1 januari 2021 voor de in artikel 4 bis bedoelde voertuigen van categorie N1, klassen II en III, weigeren de nationale instanties EG-typegoedkeuring of nationale typegoedkeuring te verlenen voor nieuwe voertuigtypen die niet aan artikel 4 bis voldoen, om redenen die verband houden met emissies of brandstofverbruik.

Met ingang van 1 januari 2021 voor de in artikel 4 bis bedoelde voertuigen van categorie M1, en categorie N1, klasse I, en met ingang van 1 januari 2022 voor de in artikel 4 bis bedoelde voertuigen van categorie N1, klassen II en III, verbieden de nationale instanties de registratie, de verkoop of het in het verkeer brengen van nieuwe voertuig die niet aan dat artikel voldoen.

10.
Met ingang van 1 september 2019 verbieden de nationale instanties de registratie, de verkoop of het in het verkeer brengen van nieuwe voertuigen die niet voldoen aan bijlage IX bij Richtlijn 2007/46/EG, zoals gewijzigd bij Verordening (EU) 2018/1832 (8).

Voor alle voertuigen die tussen 1 januari en 31 augustus 2019 worden geregistreerd op basis van nieuwe typegoedkeuringen die in dezelfde periode zijn verleend en waarvoor de in bijlage IX bij Richtlijn 2007/46/EG, zoals gewijzigd bij Verordening (EU) 2018/1832, vermelde informatie nog niet in het conformiteitscertificaat is opgenomen, stelt de fabrikant deze informatie op verzoek van een geaccrediteerd laboratorium of een technische dienst binnen vijf werkdagen kosteloos ter beschikking voor de doeleinden van tests overeenkomstig bijlage II.

11.
De voorschriften van artikel 4 bis zijn niet van toepassing op typegoedkeuringen die zijn verleend aan kleine fabrikanten.

▼M5

12.
Voor voertuigtypen met een bestaande geldige typegoedkeuring afgegeven vóór 1 september 2023 is geen nieuwe typegoedkeuring vereist indien de fabrikant aan de typegoedkeuringsinstantie verklaart dat de naleving van de voorschriften van deze verordening wordt gewaarborgd. Er zijn voorschriften die geen verband houden met het testen van het voertuig, waaronder vereiste verklaringen en gegevensvoorschriften, die van toepassing zijn.
13.
Voor voertuigtypen met een bestaande overeenkomstig emissienorm „Euro 6e” (9) afgegeven geldige typegoedkeuring waarvoor een fabrikant goedkeuring aanvraagt overeenkomstig emissienorm „Euro 6e-bis” (9) is geen nieuwe typegoedkeuring vereist indien de fabrikant aan de typegoedkeuringsinstantie verklaart dat de naleving van de voorschriften van emissienorm „Euro 6e-bis” gewaarborgd wordt. Er zijn voorschriften die geen verband houden met het testen van het voertuig, waaronder vereiste verklaringen en gegevensvoorschriften, die van toepassing zijn.
14.
Voor voertuigtypen met een bestaande overeenkomstig emissienorm „Euro 6e-bis” afgegeven geldige typegoedkeuring waarvoor een fabrikant goedkeuring aanvraagt overeenkomstig emissienorm „Euro 6e-bis-FCM” (9) is geen nieuwe typegoedkeuring vereist indien de fabrikant aan de typegoedkeuringsinstantie verklaart dat de naleving van de voorschriften van emissienorm „Euro 6e-bis-FCM” gewaarborgd wordt. Er zijn voorschriften die geen verband houden met het testen van het voertuig, waaronder vereiste verklaringen en gegevensvoorschriften, die van toepassing zijn.

▼B

Artikel 16

Wijziging van Richtlijn 2007/46/EG

Richtlijn 2007/46/EG wordt gewijzigd overeenkomstig bijlage XVII bij deze verordening.

Artikel 17

Wijziging van Verordening (EG) nr. 692/2008

Verordening (EG) nr. 692/2008 wordt als volgt gewijzigd:

1)

Artikel 6, lid 1, wordt vervangen door:

„1.
Wanneer aan alle desbetreffende voorschriften is voldaan, verleent de goedkeuringsinstantie EG-typegoedkeuring en kent zij een typegoedkeuringsnummer toe volgens het in bijlage VII bij Richtlijn 2007/46/EG beschreven nummeringssysteem.

Onverminderd bijlage VII bij Richtlijn 2007/46/EG wordt het derde deel van het typegoedkeuringsnummer opgesteld overeenkomstig aanhangsel 6 van bijlage I bij deze verordening.

Een goedkeuringsinstantie mag hetzelfde nummer niet aan een ander voertuigtype toekennen.

Aan de voorschriften van Verordening (EG) nr. 715/2007 wordt geacht te zijn voldaan indien alle volgende voorwaarden zijn vervuld:

a)

de voorschriften van artikel 3, lid 10, van deze verordening zijn nageleefd;

b)

de voorschriften van artikel 13 van deze verordening zijn nageleefd;

c)

het voertuig is goedgekeurd krachtens VN/ECE-Reglement nr. 83, wijzigingenreeks 07; VN/ECE-Reglement nr. 85 en de supplementen daarop, VN/ECE-Reglement nr. 101, herziening 3 (inclusief wijzigingenreeks 01 en de supplementen daarop), en, bij voertuigen met compressieontsteking, VN/ECE-Reglement nr. 24, deel III, wijzigingenreeks 03.

d)

de voorschriften van artikel 5, leden 11 en 12, zijn nageleefd.”.

2)

Het volgende artikel 16 bis wordt toegevoegd:

„Artikel 16 bis

Overgangsbepalingen

Met ingang van 1 september 2017 voor voertuigen van de categorieën M1, M2 en N1, klasse I, en met ingang van 1 september 2018 voor voertuigen van categorie N1, klassen II en III, en van categorie N2, is deze verordening alleen van toepassing voor het beoordelen van de volgende voorschriften waaraan voertuigen waarvoor vóór die data krachtens deze verordening typegoedkeuring is verleend, moeten voldoen:

a)

conformiteit van de productie overeenkomstig artikel 8;

b)

conformiteit tijdens het gebruik overeenkomstig artikel 9;

c)

toegang tot OBD-informatie en reparatie- en onderhoudsinformatie van het voertuig overeenkomstig artikel 13;

Deze verordening is ook van toepassing voor de in de Uitvoeringsverordeningen (EU) 2017/1152 (*1) en (EU) 2017/1153 (*2) van de Commissie opgenomen correlatieprocedure.

3)

Bijlage I wordt gewijzigd overeenkomstig bijlage XVII bij deze verordening.

Artikel 18

Wijziging van Verordening (EU) nr. 1230/2012 van de Commissie (10)

In Verordening (EU) nr. 1230/2012 wordt artikel 2, punt 5, vervangen door:

„5.

„massa van de optionele uitrusting” : de maximummassa van de combinaties van de optionele uitrusting die op het voertuig kan worden aangebracht in aanvulling op de standaarduitrusting, volgens de specificaties van de fabrikant;”.

▼M3 —————

▼B

Artikel 19

Intrekking

Verordening (EG) nr. 692/2008 wordt ingetrokken met ingang van 1 januari 2022.

Artikel 20

Inwerkingtreding en toepassing

Deze verordening treedt in werking op de twintigste dag na de bekendmaking ervan in het Publicatieblad van de Europese Unie.

Deze verordening is verbindend in al haar onderdelen en is rechtstreeks toepasselijk in elke lidstaat.

▼M5




LIJST VAN BIJLAGEN

BIJLAGE I

Bestuursrechtelijke bepalingen voor EG-typegoedkeuring

Aanhangsel 1

Aanhangsel 2

Aanhangsel 3

Model van het inlichtingenformulier

Aanhangsel 3a

Documentatiepakketten

Aanhangsel 3b

Methodologie voor de beoordeling van de aanvullende emissiestrategie

Aanhangsel 4

Model van het EG-typegoedkeuringscertificaat

Aanhangsel 5

Aanhangsel 6

Nummeringssysteem EG-typegoedkeuringscertificaten

Aanhangsel 7

Certificaat van de fabrikant — Naleving van de prestatievoorschriften voor OBD-systemen tijdens het gebruik

Aanhangsel 8a

Testrapporten

Aanhangsel 8b

Testrapport van de wegbelasting

Aanhangsel 8c

Model voor testblad

Aanhangsel 8d

Testrapport van de verdampingsemissie

BIJLAGE II

Methode voor de conformiteit tijdens het gebruik

Aanhangsel 1

Criteria voor de voertuigselectie en de beslissing over het niet-slagen van voertuigen

Aanhangsel 2

ISC-testvoorschriften voor de test van type 4

Aanhangsel 3

ISC-inspectieverslag

Aanhangsel 4

Jaarlijks ISC-rapport door de typegoedkeuringsinstantie die goedkeuring verleent

Aanhangsel 5

Transparantielijst

BIJLAGE IIIA

Controle van emissies onder reële rijomstandigheden

Aanhangsel 1

Voorbehouden

Aanhangsel 2

Voorbehouden

Aanhangsel 3

Voorbehouden

Aanhangsel 4

Testprocedure voor het testen van voertuigemissies met een draagbaar emissiemeetsysteem (PEMS)

Aanhangsel 5

Specificaties en kalibratie van PEMS-onderdelen en -signalen

Aanhangsel 6

Validering van het PEMS en niet-traceerbaar uitlaatgasmassadebiet

Aanhangsel 7

Bepaling van de momentane verdampingsemissies

Aanhangsel 8

Beoordeling van de geldigheid van de totale rit met de methode met een voortschrijdend gemiddeldenvenster

Aanhangsel 9

Beoordeling van het overschot of gebrek aan dynamiek van de rit

Aanhangsel 10

Procedure voor het bepalen van het aantal tijdens een PEMS-rit overwonnen positieve hoogtemeters

Aanhangsel 11

Berekening van de definitieve RDE-emissieresultaten

Aanhangsel 12

RDE-conformiteitscertificaat van de fabrikant

BIJLAGE IV

Emissiegegevens die bij de typegoedkeuring vereist zijn in verband met de technische keuring van voertuigen

Aanhangsel 1

Meten van de koolmonoxide-emissie bij stationair draaien van de motor (test van type 2)

Aanhangsel 2

Meting van de rookopaciteit

BIJLAGE V

Controle van de emissies van cartergassen (test van type 3)

BIJLAGE VI

Bepaling van de verdampingsemissies (test van type 4)

BIJLAGE VII

Controle van de duurzaamheid van voorzieningen voor verontreinigingsbeheersing (test van type 5)

BIJLAGE VIII

Controle van de gemiddelde emissies bij lage omgevingstemperaturen (test van type 6)

BIJLAGE IX

Specificaties van referentiebrandstoffen

BIJLAGE X

BIJLAGE XI

Boorddiagnosesystemen (OBD-systemen) voor motorvoertuigen

Aanhangsel 1

Prestaties tijdens het gebruik

BIJLAGE XII

Typegoedkeuring van voertuigen uitgerust met eco-innovaties en bepaling van de CO2-emissies en het brandstofverbruik van voertuigen die voor meerfasentypegoedkeuring of individuele goedkeuring van een voertuig ter beschikking worden gesteld

BIJLAGE XIII

EG-typegoedkeuring van vervangingsvoorzieningen voor verontreinigingsbeheersing als technische eenheid

Aanhangsel 1

Model van het inlichtingenformulier

Aanhangsel 2

Model van het EG-typegoedkeuringscertificaat

Aanhangsel 3

Voorbeeld van EG-typegoedkeuringsmerk

Bijlage XIV

BIJLAGE XV

BIJLAGE XVI

Voorschriften voor voertuigen die gebruikmaken van een reagens voor het uitlaatgasnabehandelingssysteem

BIJLAGE XVII

Wijzigingen van Verordening (EG) nr. 692/2008

BIJLAGE XVIII

Wijzigingen van Richtlijn 2007/46/EG

BIJLAGE XIX

Wijzigingen van Verordening (EU) nr. 1230/2012

BIJLAGE XX

Meting van het nettovermogen en het maximumvermogen gedurende 30 minuten van elektrische aandrijvingen

BIJLAGE XXI

Procedure voor emissietests van type 1

BIJLAGE XXII

Instrumenten voor de meting van het brandstof- en/of elektriciteitsverbruik aan boord van het voertuig

▼B




BIJLAGE I

BESTUURSRECHTELIJKE BEPALINGEN VOOR EG-TYPEGOEDKEURING

1. EXTRA VOORSCHRIFTEN VOOR HET VERLENEN VAN EG-TYPEGOEDKEURING

1.1. Extra voorschriften voor mono- en bifuelvoertuigen op gas

▼M5

1.1.1.De extra voorschriften voor het verlenen van typegoedkeuring voor monofuelvoertuigen op gas en bifuelvoertuigen op gas zijn die van punt 5.9. van VN-Reglement nr. 154. De verwijzing naar het informatiedocument in punt 5.9.1. van VN-Reglement nr. 154 wordt gelezen als een verwijzing naar aanhangsel 3 van bijlage I bij deze verordening.

1.2. Extra voorschriften voor flexfuelvoertuigen

De extra voorschriften voor het verlenen van typegoedkeuring voor flexfuelvoertuigen zijn die van punt 5.8 van VN-Reglement nr. 154.

2. EXTRA TECHNISCHE VOORSCHRIFTEN EN TESTS

2.1. Kleine fabrikanten

2.1.1.Lijst van wetgevingshandelingen zoals bedoeld in artikel 3, lid 3:



Wetgevingshandeling

Voorschriften

The California Code of Regulations, titel 13, punten 1961(a) en 1961(b)(1)(C)(1), van toepassing op voertuigen van modeljaar 2001 en later, 1968,1, 1968,2, 1968,5, 1976 en 1975, uitgegeven door Barclay’s Publishing.

Typegoedkeuring moet worden verleend krachtens de California Code of Regulations van toepassing op het recentste modeljaar van het lichte bedrijfsvoertuig.

2.2. Brandstoftankinlaten

2.2.1.De voorschriften voor brandstoftankinlaten zijn die van de punten 6.1.5 en 6.1.6 van VN-Reglement nr. 154.

2.3. Bepalingen inzake de veiligheid van elektronische systemen

2.3.1.De voorschriften voor de veiligheid van elektronische systemen van punt 6.1.7 van VN-Reglement nr. 154 moeten worden nageleefd. De doeltreffende toepassing van deze strategieën om de emissiebeheersingssystemen te beveiligen kan worden getest tijdens de typegoedkeuring en/of het markttoezicht.

2.3.2.De fabrikanten zorgen ervoor dat herprogrammering van de kilometerstand, het boordnetwerk of enige regeleenheid in de aandrijflijn en indien aanwezig de zendeenheid voor gegevensuitwisseling op afstand onmogelijk is. De fabrikanten passen systematische manipulatiebestrijdingsstrategieën en schrijfbeveiliging toe om de integriteit van de kilometerstand te beschermen. Methoden die een afdoende mate van manipulatiebeveiliging bieden, worden door de goedkeuringsinstantie goedgekeurd. De doeltreffende toepassing van deze strategieën om de kilometerteller te beveiligen, kan worden getest tijdens de typegoedkeuring en/of het markttoezicht.

2.4. Toepassing van tests

2.4.1.Figuur I.2.4 illustreert de toepassing van de tests voor de typegoedkeuring van een voertuig. De specifieke testprocedures zijn beschreven in de bijlagen II, IIIA, IV, V, VI, VII, VIII, XI, XVI, XX, XXI en XXII.



Figuur I.2.4

Toepassing van de testvoorschriften voor typegoedkeuring en uitbreidingen

Voertuigcategorie

Voertuigen met elektrischeontstekingsmotor, inclusief hybriden (1)(2)

Voertuigen met compressieontstekingsmotor, inclusief hybriden

Puur elektrische voertuigen

Waterstofcelvoertuigen

Monofuel

Bifuel (3)

Flexfuel (3)

Monofuel

Referentiebrandstof

Benzine

Lpg

Aardgas/ biomethaan

Waterstof (ICE)

Benzine

Benzine

Benzine

Benzine

Diesel

Benzine

Waterstof (brandstofcel)

Lpg

Aardgas/ biomethaan

Waterstof

(ICE) (4)

Ethanol (E85)

Test van type 1 (7)

Ja

Ja (5)

Ja (5)

Ja (4)

Ja

(beide brandstoffen)

Ja

(beide brandstoffen)

Ja

(beide brandstoffen)

Ja

(beide brandstoffen)

Ja

Ja

ATCT

(test bij 14 °C)

Ja

Ja

Ja

Ja (4)

Ja

(beide brandstoffen)

Ja

(beide brandstoffen)

Ja

(beide brandstoffen)

Ja

(beide brandstoffen)

Ja

Ja

Verontreinigende gassen, RDE (test van type 1A)

Ja

Ja

Ja

Ja (4)

Ja

(beide brandstoffen)

Ja

(beide brandstoffen)

Ja

(beide brandstoffen)

Ja

(beide brandstoffen)

Ja

Ja

Deeltjesaantal, RDE (test van type 1A)

Ja

Ja

(alleen benzine)

Ja

(alleen benzine)

Ja

(alleen benzine)

Ja

(beide brandstoffen)

Ja

Ja

Emissies bij stationair draaien

(test van type 2)

Ja

Ja

Ja

Ja

(beide brandstoffen)

Ja

(beide brandstoffen)

Ja

(alleen benzine)

Ja

(beide brandstoffen)

Carteremissies

(test van type 3)

Ja

Ja

Ja

Ja

(alleen benzine)

Ja

(alleen benzine)

Ja

(alleen benzine)

Ja

(alleen benzine)

Verdampingsemissies

(test van type 4)

Ja

Ja

(alleen benzine)

Ja

(alleen benzine)

Ja

(alleen benzine)

Ja

(alleen benzine)

Ja

Duurzaamheid

(test van type 5)

Ja

Ja

Ja

Ja

Ja

(alleen benzine)

Ja

(alleen benzine)

Ja

(alleen benzine)

Ja

(alleen benzine)

Ja

Ja

Emissies bij lage temperaturen

(test van type 6)

Ja

Ja

(alleen benzine)

Ja

(alleen benzine)

Ja

(alleen benzine)

Ja

(beide brandstoffen)

Conformiteit tijdens het gebruik

Ja

Ja

Ja

Ja

Ja

(zoals bij typegoedkeuring)

Ja

(zoals bij typegoedkeuring)

Ja

(zoals bij typegoedkeuring)

Ja

(zoals bij typegoedkeuring)

Ja

Ja

OBD

Ja

Ja

Ja

Ja

Ja

Ja

Ja

Ja

Ja

Ja

CO2-emissies, brandstofverbruik, elektriciteitsverbruik en elektrische actieradius

Ja

Ja

Ja

Ja

Ja

(beide brandstoffen)

Ja

(beide brandstoffen)

Ja

(beide brandstoffen)

Ja

(beide brandstoffen)

Ja

Ja

Ja

Ja

Rookopaciteit

Ja (8)

Motorvermogen

Ja

Ja

Ja

Ja

Ja

Ja

Ja

Ja

Ja

Ja

Ja

Ja

OBFCM

Ja

Ja

(beide brandstoffen)

Ja

Ja

(1)

Specifieke testprocedures voor waterstofvoertuigen en flexfuelvoertuigen op biodiesel worden later vastgesteld

(2)

De grenswaarden voor deeltjesmassa en deeltjesaantal en de respectieve meetprocedures zijn alleen van toepassing op voertuigen met motoren met directe inspuiting.

(3)

Wanneer een bifuelvoertuig met een flexfuelvoertuig wordt gecombineerd, zijn beide testvoorschriften van toepassing.

(4)

Als het voertuig op waterstof loopt, worden alleen NOx-emissies bepaald.

(5)

De grenswaarden voor deeltjesmassa en deeltjesaantal en de respectieve meetprocedures zijn niet van toepassing.

(6)

De RDE-test die het deeltjesaantal meet, is alleen van toepassing op voertuigen waarvoor Euro 6 PN-emissiegrenswaarden zijn vastgesteld in tabel 2 van bijlage I bij Verordening (EG) nr. 715/2007.

(7)

Zie voor de toepasselijkheid van gemeten bestanddelen op brandstoffen en voertuigtechnologie en derhalve op meetprocedures de emissiegrenswaarden zoals vastgesteld in tabel 2 van bijlage I bij Verordening (EG) nr. 715/2007.

(8)

Een eigenlijke test is mogelijk niet nodig, zie VN-Reglement nr. 24 voor nadere informatie.

3. UITBREIDING VAN TYPEGOEDKEURINGEN

3.1. Uitbreidingen in verband met de uitlaatemissies (tests van type 1 en type 2 en OBFCM)

3.1.1.De typegoedkeuring wordt uitgebreid tot voertuigen die voldoen aan de voorschriften van punt 7.4 van VN-Reglement nr. 154. De verontreinigende emissies voldoen aan de in bijlage I, tabel 2, bij Verordening (EG) nr. 715/2007 vastgestelde grenswaarden.

3.2. Uitbreiding in verband met verdampingsemissies (test van type 4)

3.2.1.Voor overeenkomstig bijlage 6 bij VN/ECE-Reglement nr. 83 [NEDC, 1 dag] of de bijlage bij Verordening (EU) 2017/1221 [NEDC, 2 dagen] verrichte tests wordt de typegoedkeuring uitgebreid tot voertuigen met een systeem ter beheersing van de verdampingsemissies die aan de volgende voorwaarden voldoen:

3.2.1.1.het basisprincipe van de dosering van het brandstof/luchtmengsel is gelijk;

3.2.1.2.de vorm van de brandstoftank is identiek en het materiaal van de brandstoftank en vloeibare-brandstofslangen zijn technisch equivalent;

3.2.1.3.het meest ongunstige voertuig met betrekking tot de dwarsdoorsnede en de approximatieve lengte van de slangen wordt getest. De technische dienst die met de typegoedkeuringstests is belast, beslist of niet-identieke damp/vloeistofscheiders worden geaccepteerd;

3.2.1.4.de inhoud van de brandstoftank mag ten hoogste ± 10 % variëren;

3.2.1.5.de afstelling van de tankontlastklep is identiek;

3.2.1.6.de opslagmethode voor de brandstofdamp is identiek, d.w.z. vorm en inhoud van het opvangapparaat, opslagmedium, luchtfilter (voor zover dit wordt gebruikt ter beheersing van de verdampingsemissie) enz.;

3.2.1.7.de methode voor het afzuigen van de opgeslagen damp is identiek (bv. luchtstroom, beginpunt of afzuigvolume gedurende de voorconditioneringscyclus);

3.2.1.8.de methode voor het dichten en ontluchten van het brandstofdoseersysteem is identiek.

3.2.2.Voor overeenkomstig bijlage VI [WLTP, 2 dagen] verrichte tests wordt de typegoedkeuring uitgebreid tot voertuigen die tot een goedgekeurde verdampingsemissiefamilie behoren zoals gedefinieerd in punt 6.6.3 van VN-Reglement nr. 154.

3.3. Uitbreiding in verband met de duurzaamheid van voorzieningen voor verontreinigingsbeheersing (test van type 5)

3.3.1.De verslechteringsfactoren worden uitgebreid tot verschillende voertuigen en voertuigtypen, mits aan de voorschriften van punt 7.6. van VN-Reglement nr. 154 is voldaan.

3.4. Uitbreiding in verband met OBD

3.4.1.De typegoedkeuring wordt uitgebreid naar voertuigen die tot een goedgekeurde OBD-familie behoren zoals gedefinieerd in punt 6.8.1 van VN-Reglement nr. 154.

3.5. Uitbreiding in verband met de test bij lage temperatuur (test van type 6)

3.5.1. Voertuigen met een verschillende referentiemassa

3.5.1.1.De typegoedkeuring wordt alleen uitgebreid tot voertuigen met een referentiemassa waarop de twee onmiddellijk hogere traagheidsequivalenten of een lager traagheidsequivalent moeten worden toegepast.

3.5.1.2.Bij voertuigen van categorie N wordt de goedkeuring alleen uitgebreid tot voertuigen met een lagere referentiemassa indien de emissies van het reeds goedgekeurde voertuig binnen de grenswaarden liggen die voorgeschreven zijn voor het voertuig waarvoor om uitbreiding van de goedkeuring wordt verzocht.

3.5.2. Voertuigen met verschillende totale overbrengingsverhoudingen

3.5.2.1.De typegoedkeuring wordt alleen onder bepaalde voorwaarden uitgebreid tot voertuigen met verschillende overbrengingsverhoudingen.

3.5.2.2.Om te bepalen of de typegoedkeuring kan worden uitgebreid, wordt voor elk van de bij de test van type 6 gebruikte overbrengingsverhoudingen, de verhouding

image

bepaald, waarin bij een motortoerental van 1 000 min–1, V1 de snelheid van het goedgekeurde voertuigtype is en V2 de snelheid van het voertuigtype waarvoor om uitbreiding van de goedkeuring wordt verzocht.

3.5.2.3.Indien bij elke overbrengingsverhouding E ≤ 8 % is, wordt de uitbreiding toegestaan zonder dat de test van type 6 wordt herhaald.

3.5.2.4.Indien bij ten minste één overbrengingsverhouding E > 8 % is en indien bij elke overbrengingsverhouding E ≤ 13 % is, moet de test van type 6 worden herhaald. De tests kunnen met toestemming van de technische dienst worden verricht in een door de fabrikant gekozen laboratorium. Het testrapport wordt aan de met de typegoedkeuringstests belaste technische dienst toegezonden.

3.5.3. Voertuigen met verschillende referentiemassa’s en overbrengingsverhoudingen

De typegoedkeuring wordt uitgebreid tot voertuigen met verschillende referentiemassa’s en verschillende overbrengingsverhoudingen op voorwaarde dat aan alle voorwaarden van de punten 3.5.1 en 3.5.2 is voldaan.

4. CONFORMITEIT VAN DE PRODUCTIE

4.1. Inleiding

4.1.1.Elk voertuig dat onder een typegoedkeuring overeenkomstig deze verordening valt, moet zo worden gebouwd dat het voldoet aan de typegoedkeuringsvoorschriften van deze verordening. De fabrikant stelt behoorlijke afspraken en gedocumenteerde controleplannen op en verricht met de in deze verordening bepaalde tussenpozen de nodige emissie-, OBFCM- en OBD-tests om de voortdurende conformiteit met het goedgekeurde type te controleren. De goedkeuringsinstantie verifieert de afspraken en controleplannen van de fabrikant en stemt ermee in, en verricht met de in deze verordening bepaalde tussenpozen controles en emissie-, OBFCM- en OBD-tests in de bedrijfsgebouwen van de fabrikant, inclusief de productie- en testfaciliteiten, als onderdeel van de in bijlage IV bij Verordening (EU) 2018/858 beschreven maatregelen betreffende de conformiteit van de productie en vervolgmaatregelen aangaande de controle.

4.1.2.De fabrikant controleert de conformiteit van de productie door de emissies van verontreinigende stoffen (vermeld in tabel 2 van bijlage I bij Verordening (EG) nr. 715/2007), de CO2-emissies (samen met een meting van het elektriciteitsverbruik en, in voorkomend geval, monitoring van de nauwkeurigheid van de OBFCM-voorziening), de carteremissies, de verdampingsemissies en de OBD te testen volgens de in de bijlagen V, VI, XI, XXI en XXII beschreven testprocedures. De controle omvat derhalve de tests van de typen 1, 3 en 4 en de test voor de OBFCM en de OBD, zoals beschreven in punt 2.4.

De typegoedkeuringsinstantie houdt gedurende ten minste vijf jaar een register bij van alle documentatie in verband met de testresultaten van de conformiteit van de productie en stelt dit register op verzoek ter beschikking aan de Commissie.

De specifieke procedures voor de conformiteit van de productie zijn beschreven in de punten 8 en 9 en aanhangsels 1 tot en met 4 van VN-Reglement nr. 154, met de volgende uitzondering:

Tabel 8/1 in punt 8.1.2. van VN-Reglement nr. 154 wordt vervangen door:



Tabel 8/1

Type 1 Toepasselijke productieconformiteitsvoorschriften van type 1 voor de verschillende voertuigtypen

Voertuigtype

Emissies van verontreinigende stoffen

CO2-emissies

Elektriciteitsverbruik (EC)

Nauwkeurigheid OBFCM

Puur-ICE

Ja

Ja

Niet van toepassing

Ja

NOVC-HEV’s

Ja

Ja

Niet van toepassing

Ja

OVC-HEV’s

Ja:

CD (1) en CS

: alleen CS

Ja: alleen CD

Ja: CS

PEV’s

Niet van toepassing

Niet van toepassing

Ja

Niet van toepassing

NOVC-FCHV’s

Niet van toepassing

Niet van toepassing

Niet van toepassing

Niet van toepassing

OVC-FCHV’s

Niet van toepassing

Niet van toepassing

Vrijgesteld

Niet van toepassing

(1)

Alleen als er een verbrandingsmotor in werking is tijdens een geldige test van type 1 bij ontlading voor de controle van de conformiteit van de productie.

De berekening van de vereiste aanvullende waarden voor het controleren van de conformiteit van de productie van het elektriciteitsverbruik van PEV’s en OVC-HEV’s is beschreven in aanhangsel 8 van bijlage B8 bij VN-Reglement nr. 154.

4.1.8.In geval van non-conformiteit is artikel 51 van Verordening (EU) 2018/858 van toepassing.

4.2.6.Voertuigen uitgerust met eco-innovaties

4.2.6.1.In het geval van een voertuigtype dat uitgerust is met een of meer eco-innovaties in de zin van artikel 11 van Verordening (EU) 2019/631 (11) voor voertuigen van categorie M1 of N1 wordt de conformiteit van de productie wat de eco-innovaties betreft aangetoond door de aanwezigheid van de juiste, desbetreffende eco-innovatie(s) te controleren.

4.5. Controle van de conformiteit van het voertuig voor een test van type 3

4.5.1.Een eventuele controle van de test van type 3 moet worden uitgevoerd volgens de volgende voorschriften:

4.5.1.1.Wanneer de goedkeuringsinstantie constateert dat de productiekwaliteit onvoldoende lijkt, wordt een willekeurig voertuig uit de familie genomen en aan de in bijlage V beschreven tests onderworpen.

4.5.1.2.De productie wordt geacht in conformiteit te zijn indien dit voertuig voldoet aan de voorschriften van de in bijlage V beschreven tests.

4.5.1.3.Indien het geteste voertuig niet voldoet aan de voorschriften van punt 4.5.1.1 worden nog eens vier willekeurige voertuigen uit dezelfde familie genomen en onderworpen aan de in bijlage V beschreven tests. De tests kunnen worden uitgevoerd op voertuigen die niet meer dan 15 000 km zijn ingereden en waaraan geen aanpassingen zijn aangebracht.

4.5.1.4.De productie wordt geacht in conformiteit te zijn indien ten minste drie voertuigen voldoen aan de voorschriften van de in bijlage V beschreven tests.

▼B

4.6. Controle van de conformiteit van het voertuig voor een test van type 4

4.6.1.Een eventuele controle van de test van type 4 moet worden uitgevoerd volgens de volgende voorschriften:

4.6.1.1.

Wanneer de goedkeuringsinstantie constateert dat de productiekwaliteit onvoldoende lijkt, wordt een willekeurig voertuig uit de familie genomen en aan de in bijlage VI beschreven tests onderworpen, of ten minste aan de in bijlage 7, punt 7, bij VN/ECE-Reglement nr. 83 beschreven tests.

4.6.1.2.

De productie wordt geacht conform te zijn indien dit voertuig voldoet aan de voorschriften van de in bijlage VI of de in bijlage 7, punt 7, bij VN/ECE-Reglement nr. 83 beschreven tests, afhankelijk van welke test is uitgevoerd.

4.6.1.3.

Indien het geteste voertuig niet voldoet aan de voorschriften van punt 4.6.1.1 worden nog eens vier willekeurige voertuigen uit dezelfde familie genomen en onderworpen aan de in bijlage VI beschreven tests, of ten minste aan de in bijlage 7, punt 7, bij VN/ECE-Reglement nr. 83 beschreven tests. De tests kunnen worden uitgevoerd op voertuigen die niet meer dan 15 000 km zijn ingereden en waaraan geen aanpassingen zijn aangebracht.

4.6.1.4.

De productie wordt geacht conform te zijn indien ten minste drie voertuigen voldoen aan de voorschriften van de in bijlage VI of de in bijlage 7, punt 7, bij VN/ECE-Reglement nr. 83 beschreven tests, afhankelijk van welke test is uitgevoerd.

4.7. Controle van de conformiteit van het voertuig in verband met OBD

4.7.1.Een eventuele controle van de werking van de OBD moet worden uitgevoerd volgens de volgende voorschriften:

4.7.1.1.

Wanneer de goedkeuringsinstantie constateert dat de productiekwaliteit onvoldoende lijkt, wordt een willekeurig voertuig uit de familie genomen en aan de in bijlage XI, aanhangsel 1, beschreven tests onderworpen.

4.7.1.2.

De productie wordt geacht in conformiteit te zijn indien dit voertuig voldoet aan de voorschriften van de in bijlage XI, aanhangsel 1, beschreven tests.

4.7.1.3.

Indien het geteste voertuig niet voldoet aan de voorschriften van punt 4.7.1.1 worden nog eens vier willekeurige voertuigen uit dezelfde familie genomen en onderworpen aan de in bijlage XI, aanhangsel 1, beschreven tests. De tests kunnen worden uitgevoerd op voertuigen die niet meer dan 15 000 km zijn ingereden en waaraan geen aanpassingen zijn aangebracht.

4.7.1.4.

De productie wordt geacht in conformiteit te zijn indien ten minste drie voertuigen voldoen aan de voorschriften van de in bijlage XI, aanhangsel 1, beschreven tests.

▼M5 —————

▼M5




Aanhangsel 3

MODEL

INLICHTINGENFORMULIER Nr. …

BETREFFENDE EG-TYPEGOEDKEURING VAN EEN VOERTUIG WAT EMISSIES BETREFT

De onderstaande gegevens moeten, voor zover van toepassing, in drievoud worden verstrekt en vergezeld gaan van een inhoudsopgave. Eventuele tekeningen worden op een passende schaal met voldoende details in A4-formaat of tot dat formaat gevouwen verstrekt. Op eventuele foto’s moeten voldoende details te zien zijn.

Indien de systemen, onderdelen of technische eenheden elektronisch gestuurde functies hebben, moeten gegevens over de prestaties worden verstrekt.



0

ALGEMEEN

0.1.

Merk (handelsnaam van de fabrikant): ……

0.2.

Type: ……

0.2.1.

Handelsbenaming(en) (indien beschikbaar): ……

0.2.2.1.

Toegestane parameterwaarden voor het gebruik van de emissie-, verbruik- en/of bereikwaarden van het basisvoertuig bij meerfasentypegoedkeuring (bereik vermelden, indien van toepassing):

Feitelijke massa van het uiteindelijke voertuig (in kg): ……

Technisch toelaatbare maximummassa van het uiteindelijke voertuig in beladen toestand (in kg): ……

Frontale oppervlak van het uiteindelijke voertuig (in cm2): ……

Rolweerstand (kg/t): ……

Dwarsdoorsnede van de luchtinlaat van de grille aan de voorkant (in cm2): ……….

0.2.3.

Identificatienummers van de familie:

0.2.3.1.

Interpolatiefamilie: ……

0.2.3.2.

ATCT-familie(s): ……

0.2.3.3.

PEMS-familie. ……

0.2.3.4.

Wegbelastingfamilie

0.2.3.4.1.

Wegbelastingfamilie van VH: ……

0.2.3.4.2.

Wegbelastingfamilie van VL: ……

0.2.3.4.3.

In de interpolatiefamilie toepasselijke wegbelastingfamilies: ……

0.2.3.5.

Wegbelastingmatrixfamilie(s): ……

0.2.3.6.

Periodieke-regeneratiefamilie(s): ……

0.2.3.7.

Verdampingstestfamilie(s): ……

0.2.3.8.

OBD-familie(s): ……

0.2.3.9.

Duurzaamheidsfamilie(s): ……

0.2.3.10.

ER-familie(s): ……

0.2.3.11.

GVF-familie(s): ……

0.2.3.12.

0.2.3.13.

KCO2-correctiefactorfamilie: ……

0.2.4.

Andere familie(s): ……

0.4.

Voertuigcategorie (c): ……

0.5

Naam en adres van de fabrikant

0.8.

Naam en adres van de assemblagefabriek(en): ……

0.9.

Naam en adres van de vertegenwoordiger van de fabrikant (indien van toepassing): ……

1

ALGEMENE CONSTRUCTIEKENMERKEN

1.1.

Foto’s en/of tekeningen van een representatie(f)(ve) voertuig/onderdeel/technische eenheid (1):

1.3.3.

Aangedreven assen (aantal, plaats en onderlinge verbindingen): ……

2

MASSA’S EN AFMETINGEN (f) (g) (7)

(in kg en mm) (in voorkomend geval naar tekening verwijzen):

2.6.

Massa in rijklare toestand (h)

a) maximum en minimum voor elke variant: …

2.6.3.

Rotatiemassa: 3 % van de som van de massa in rijklare toestand en 25 kg, of waarde, per as (kg): …

2.8.

Technisch toelaatbare maximummassa in beladen toestand volgens fabrieksopgave (i) (3): …

3

AANDRIJFENERGIEOMZETTER (k)

3.1.

Fabrikant van de aandrijvingsenergieomzetter(s): …

3.1.1.

Code van de fabrikant (zoals vermeld op de aandrijfenergieomzetter, of ander identificatiemiddel): …

3.2.

Verbrandingsmotor

3.2.1.1.

Werkingsprincipe: elektrische ontsteking/compressieontsteking/dualfuel (1)

Cyclus: viertakt/tweetakt/draaizuiger (1)

3.2.1.2.

Aantal en opstelling van de cilinders: …

3.2.1.2.1.

Boring (1): … mm

3.2.1.2.2.

Slag (1): … mm

3.2.1.2.3.

Ontstekingsvolgorde: ……

3.2.1.3.

Cilinderinhoud (m): … cm3

3.2.1.4.

Volumetrische compressieverhouding (2): ……

3.2.1.5.

Tekeningen van verbrandingskamer, zuigerkop en, in het geval van motoren met elektrische ontsteking, zuigerveren: ……

3.2.1.6.

Normaal stationair toerental (2): … min–1

3.2.1.6.1.

Hoog stationair toerental (2): … min–1

3.2.1.8.

Nominaal motorvermogen (n): … kW bij … min–1 (door de fabrikant opgegeven waarde)

3.2.1.9.

Maximaal toegestaan motortoerental volgens fabrieksopgave: … min–1

3.2.1.10.

Nettomaximumkoppel (n): … Nm bij … min–1 (volgens fabrieksopgave)

3.2.1.11.

De correctiefactor voor compensatie voor de omgevingsomstandigheden wordt ingesteld op 1, overeenkomstig punt 5.4.3 van bijlage 5 bij VN-Reglement nr. 85: ja/nee (1)

3.2.2.

Brandstof

3.2.2.1.

Diesel/benzine/lpg/aardgas of biomethaan/ethanol (E 85)/biodiesel/waterstof (1) (6)

3.2.2.1.1.

RON, loodvrij: ……

3.2.2.4.

Voertuigbrandstoftype: monofuel, bifuel, flexfuel (1)

3.2.2.5.

Maximaal aanvaardbare hoeveelheid biobrandstof in de brandstof (volgens fabrieksopgave): … vol. %

3.2.4.

Brandstoftoevoer

3.2.4.1.

Via carburateur(s): ja/nee (1)

3.2.4.2.

Door brandstofinspuiting (alleen compressieontsteking of dualfuel): ja/nee (1)

3.2.4.2.1.

Beschrijving van het systeem (common rail/inspuiteenheid/distributiepomp enz.): ……

3.2.4.2.2.

Werkingsprincipe: directe inspuiting/voorkamer/wervelkamer(1)

3.2.4.2.3.

Inspuit-/perspomp

3.2.4.2.3.1.

Merk(en): ……

3.2.4.2.3.2.

Type(n): ……

3.2.4.2.3.3.

Maximale brandstofopbrengst (1) (2): … mm3/slag of cyclus bij een motortoerental van: … min–1 of eventueel karakteristiek schema: … (Als aanjaagdrukregeling wordt toegepast, de karakteristieke brandstofopbrengst vermelden, alsmede de aanjaagdruk met bijbehorend motortoerental)

3.2.4.2.4.

Toerentalbegrenzer

3.2.4.2.4.2.1.

Uitschakelingspunt onder belasting: … min–1

3.2.4.2.4.2.2.

Uitschakelingspunt zonder belasting: … min–1

3.2.4.2.6.

Inspuiter(s)

3.2.4.2.6.1.

Merk(en): …

3.2.4.2.6.2.

Type(n): …

3.2.4.2.8.

Hulpstartsysteem

3.2.4.2.8.1.

Merk(en): …

3.2.4.2.8.2.

Type(n): …

3.2.4.2.8.3.

Beschrijving van het systeem: …

3.2.4.2.9.

Elektronisch geregelde inspuiting: ja/nee (1)

3.2.4.2.9.1.

Merk(en): …

3.2.4.2.9.2.

Type(n):

3.2.4.2.9.3

Beschrijving van het systeem: ……

3.2.4.2.9.3.1.

Merk en type van de regeleenheid (ECU): …

3.2.4.2.9.3.1.1.

Versie van de software van de ECU: …

3.2.4.2.9.3.2.

Merk en type van de brandstofregelaar: …

3.2.4.2.9.3.3.

Merk en type van de luchtstromingssensor: …

3.2.4.2.9.3.4.

Merk en type van de brandstofverdelerpomp: …

3.2.4.2.9.3.5.

Merk en type van het smoorklephuis: …

3.2.4.2.9.3.6.

Merk en type of werkingsprincipe van de watertemperatuursensor: …

3.2.4.2.9.3.7.

Merk en type of werkingsprincipe van de luchttemperatuursensor: …

3.2.4.2.9.3.8.

Merk en type of werkingsprincipe van de luchtdruksensor: …

3.2.4.3.

Door brandstofinspuiting (alleen elektrische ontsteking): ja/nee (1)

3.2.4.3.1.

Werkingsprincipe: monopoint/multipoint/directe inspuiting/andere (specificeer)(1): …

3.2.4.3.2.

Merk(en): …

3.2.4.3.3.

Type(n): …

3.2.4.3.4.

Beschrijving van het systeem (bij andere dan continue inspuitsystemen soortgelijke gegevens verstrekken): …

3.2.4.3.4.1.

Merk en type van de regeleenheid (ECU): …

3.2.4.3.4.1.1.

Versie van de software van de ECU: …

3.2.4.3.4.3.

Merk en type of werkingsprincipe van de luchtstroomsensor: …

3.2.4.3.4.8.

Merk en type van het smoorklephuis: …

3.2.4.3.4.9.

Merk en type of werkingsprincipe van de watertemperatuursensor: …

3.2.4.3.4.10.

Merk en type of werkingsprincipe van de luchttemperatuursensor: …

3.2.4.3.4.11.

Merk en type of werkingsprincipe van de luchtdruksensor: …

3.2.4.3.5.

Inspuiters

3.2.4.3.5.1.

Merk: …

3.2.4.3.5.2.

Type: …

3.2.4.3.7.

Koudstartsysteem

3.2.4.3.7.1.

Werkingsprincipe(s): …

3.2.4.3.7.2.

Werkingsgrenzen/-instellingen (1) (2): …

3.2.4.4.

Brandstofpomp

3.2.4.4.1.

Druk (2): … kPa of karakteristiek diagram (2): …

3.2.4.4.2.

Merk(en): …

3.2.4.4.3.

Type(n): …

3.2.5.

Elektrisch systeem

3.2.5.1.

Nominale spanning: … V, positieve/negatieve (1) massaverbinding

3.2.5.2.

Generator

3.2.5.2.1.

Type: …

3.2.5.2.2.

Nominaal vermogen: … VA

3.2.6.

Ontstekingssysteem (alleen bij elektrische-ontstekingsmotoren)

3.2.6.1.

Merk(en): …

3.2.6.2.

Type(n): …

3.2.6.3.

Werkingsprincipe: …

3.2.6.6.

Bougies

3.2.6.6.1.

Merk: …

3.2.6.6.2.

Type: …

3.2.6.6.3.

Elektrodenafstand: … mm

3.2.6.7.

Bobine(s)

3.2.6.7.1.

Merk: …

3.2.6.7.2.

Type: …

3.2.7.

Koelsysteem: vloeistof/lucht (1)

3.2.7.1.

Nominale instelling van het motortemperatuurregelmechanisme: …

3.2.7.2.

Vloeistof

3.2.7.2.1.

Aard van de vloeistof: …

3.2.7.2.2.

Circulatiepomp(en): ja/nee (1)

3.2.7.2.3.

Kenmerken: … of

3.2.7.2.3.1.

Merk(en): …

3.2.7.2.3.2.

Type(n): …

3.2.7.2.4.

Aandrijvingsverhouding(en): …

3.2.7.2.5.

Beschrijving van de ventilator en het drijfwerk ervan: …

3.2.7.3.

Lucht

3.2.7.3.1.

Ventilator: ja/nee (1)

3.2.7.3.2.

Kenmerken: … of

3.2.7.3.2.1.

Merk(en): …

3.2.7.3.2.2.

Type(n): …

3.2.7.3.3.

Aandrijvingsverhouding(en): …

3.2.8.

Inlaatsysteem

3.2.8.1.

Drukvulling: ja/nee (1)

3.2.8.1.1.

Merk(en): …

3.2.8.1.2.

Type(n): …

3.2.8.1.3.

Beschrijving van het systeem (bv. maximale vuldruk: … kPa; afvoerklep indien van toepassing): …

3.2.8.2.

Tussenkoeler: ja/nee (1)

3.2.8.2.1.

Type: lucht-lucht/lucht-water (1)

3.2.8.3.

Inlaatonderdruk bij nominaal motortoerental en bij 100 % belasting (alleen bij compressieontstekingsmotoren)

3.2.8.4.

Beschrijving en tekeningen van inlaatpijpen en bijbehorende onderdelen (drukkamer, voorverwarmingssysteem, extra luchtinlaten enz.): …

3.2.8.4.1.

Beschrijving van inlaatspruitstuk (met tekeningen en/of foto’s): …

3.2.8.4.2.

Luchtfilter, tekeningen: … of

3.2.8.4.2.1.

Merk(en): …

3.2.8.4.2.2.

Type(n): …

3.2.8.4.3.

Inlaatgeluiddemper, tekeningen: … of

3.2.8.4.3.1.

Merk(en): …

3.2.8.4.3.2.

Type(n): …

3.2.9.

Uitlaatsysteem

3.2.9.1.

Beschrijving en/of tekening van het uitlaatspruitstuk: …

3.2.9.2.

Beschrijving en/of tekening van het uitlaatsysteem: …

3.2.9.3.

Maximaal toelaatbare uitlaattegendruk bij nominaal motortoerental en bij 100 % belasting (alleen voor motoren met compressieontsteking): … kPa

3.2.10.

Minimumdwarsdoorsnede van inlaat- en uitlaatpoorten: …

3.2.11.

Klepafstelling of equivalente gegevens

3.2.11.1.

Maximale lichthoogte van de kleppen, openings- en sluitingshoeken of gegevens over de afstelling van alternatieve distributiesystemen, ten opzichte van dode punten. Bij variabele kleptiming, de minimum- en maximumtiming: …

3.2.11.2.

Referentie- en/of afstelbereik (1): …

3.2.12.

Voorzieningen tegen luchtverontreiniging

3.2.12.1.

Inrichting voor het recycleren van cartergassen (beschrijving en tekeningen): …

3.2.12.2.

Voorzieningen voor verontreinigingsbeheersing (indien niet elders vermeld)

3.2.12.2.1.

Katalysator

3.2.12.2.1.1.

Aantal katalysatoren en elementen (onderstaande informatie voor elke eenheid verstrekken): …

3.2.12.2.1.2.

Afmetingen, vorm en volume van de katalysator(en): …

3.2.12.2.1.3.

Soort katalytische werking: …

3.2.12.2.1.4.

Totale hoeveelheid edelmetalen: …

3.2.12.2.1.5.

Relatieve concentratie: …

3.2.12.2.1.6.

Onderlaag (structuur en materiaal): …

3.2.12.2.1.7.

Celdichtheid: …

3.2.12.2.1.8.

Type katalysatorhuis: …

3.2.12.2.1.9.

Plaats van de katalysator(en) (plaats en referentieafstand in de uitlaatpijp): …

3.2.12.2.1.10.

Hitteschild: ja/nee (1)

3.2.12.2.1.11.

Normaal bedrijfstemperatuurbereik: … °C

3.2.12.2.1.12.

Merk van de katalysator: …

3.2.12.2.1.13.

Identificatienummer van het onderdeel: …

3.2.12.2.2.

Sensoren

3.2.12.2.2.1.

Zuurstof- en/of lambdasensor(en): ja/nee (1)

3.2.12.2.2.1.1.

Merk: …

3.2.12.2.2.1.2.

Plaats: …

3.2.12.2.2.1.3.

Regelbereik: …

3.2.12.2.2.1.4.

Type of werkingsprincipe: …

3.2.12.2.2.1.5.

Identificatienummer van het onderdeel: …

3.2.12.2.2.2.

NOx-sensor: ja/nee (1)

3.2.12.2.2.2.1.

Merk: …

3.2.12.2.2.2.2.

Type: …

3.2.12.2.2.2.3.

Plaats

3.2.12.2.2.3.

Deeltjessensor: ja/nee (1)

3.2.12.2.2.3.1.

Merk: …

3.2.12.2.2.3.2.

Type: …

3.2.12.2.2.3.3.

Plaats: …

3.2.12.2.3.

Luchtinspuiting: ja/nee (1)

3.2.12.2.3.1.

Type (pulse air, luchtpomp enz.): …

3.2.12.2.4.

Uitlaatgasrecirculatie (EGR): ja/nee (1)

3.2.12.2.4.1.

Kenmerken (merk, type, debiet, hoge druk/lage druk/gecombineerde druk enz.): …

3.2.12.2.4.2.

Watergekoeld systeem (vermelden voor elk EGR-systeem, bv. lage druk/hoge druk/gecombineerde druk): ja/nee (1)

3.2.12.2.5.

Verdampingsemissiebeheersingssysteem (alleen voor motoren op benzine en ethanol): ja/nee (1)

3.2.12.2.5.1.

Gedetailleerde beschrijving van de voorzieningen: …

3.2.12.2.5.2.

Tekening van het verdampingsbeheersingssysteem: …

3.2.12.2.5.3.

Tekening van de koolstofhouder: …

3.2.12.2.5.4.

Massa van de droge koolstof: … g

3.2.12.2.5.5.

Schematische tekening van de brandstoftank (alleen voor motoren op benzine en ethanol): …

3.2.12.2.5.5.1.

Inhoud, materiaal en bouw van de brandstoftank: …

3.2.12.2.5.5.2.

Beschrijving van het materiaal van de dampslang, het materiaal van de brandstofleiding en de verbindingstechniek van het brandstofsysteem: …

3.2.12.2.5.5.3.

Afgedicht tanksysteem: ja/nee

3.2.12.2.5.5.4.

Beschrijving van de afstelling van de tankontlastklep (inlaat en ontlasting van lucht): …

3.2.12.2.5.5.5.

Beschrijving van het afvoerregelsysteem: …

3.2.12.2.5.6.

Beschrijving en schematische tekening van het hitteschild tussen brandstoftank en uitlaatsysteem: …

3.2.12.2.5.7.

Permeabiliteitsfactor: …

3.2.12.2.6.

Deeltjesvanger: ja/nee (1)

3.2.12.2.6.1.

Afmetingen, vorm en inhoud van de deeltjesvanger: …

3.2.12.2.6.2.

Ontwerp van de deeltjesvanger: …

3.2.12.2.6.3.

Plaats (referentieafstand in de uitlaatpijp): …

3.2.12.2.6.4.

Merk van de deeltjesvanger: …

3.2.12.2.6.5.

Identificatienummer van het onderdeel: …

3.2.12.2.7

Boorddiagnosesysteem (OBD-systeem): ja/nee (1)

3.2.12.2.7.1.

Beschrijving in woorden en/of tekening van de storingsindicator (MI): …

3.2.12.2.7.2.

Lijst en doel van alle onderdelen die door het OBD-systeem worden bewaakt: …

3.2.12.2.7.3.

Beschrijving in woorden (algemene werkingsprincipes) voor:

3.2.12.2.7.3.1

Elektrische-ontstekingsmotoren:

3.2.12.2.7.3.1.1.

Bewaking van de katalysator: …

3.2.12.2.7.3.1.2.

Detectie van ontstekingsfouten: …

3.2.12.2.7.3.1.3.

Bewaking van de zuurstofsensor: …

3.2.12.2.7.3.1.4.

Andere door het OBD-systeem bewaakte onderdelen: …

3.2.12.2.7.3.2.

Compressieontstekingsmotoren

3.2.12.2.7.3.2.1.

Bewaking van de katalysator: …

3.2.12.2.7.3.2.2.

Bewaking van de deeltjesvanger: …

3.2.12.2.7.3.2.3.

Bewaking van het elektronisch brandstofsysteem: …

3.2.12.2.7.3.2.5.

Andere door het OBD-systeem bewaakte onderdelen: …

3.2.12.2.7.4.

Criteria voor activering van de storingsindicator (MI) (vast aantal rijcycli of statistische methode): …

3.2.12.2.7.5.

Lijst van alle gebruikte OBD-uitvoercodes en -formaten (met telkens een verklaring): …

3.2.12.2.7.6.

De voertuigfabrikant moet de volgende aanvullende informatie verstrekken om de fabricage van OBD-compatibele vervangings- of onderhoudsonderdelen en van diagnose- en testapparatuur mogelijk te maken.

3.2.12.2.7.6.1.

Een beschrijving van het type en het aantal voorconditioneringscycli of van andere voorconditioneringsmethoden waaraan het voertuig bij de eerste typegoedkeuring is onderworpen en van de reden voor het gebruik ervan.

3.2.12.2.7.6.2.

Een beschrijving van het type OBD-demonstratiecyclus waaraan het voertuig bij de eerste typegoedkeuring is onderworpen met betrekking tot het onderdeel dat door het OBD-systeem wordt bewaakt.

3.2.12.2.7.6.3.

Een uitvoerige beschrijving van alle onderdelen die met een sensor worden gemeten in het kader van de strategie voor foutenopsporing en activering van de storingsindicator (vast aantal rijcycli of statistische methode), met inbegrip van een lijst van relevante secundaire parameters voor de sensormeting van elk door het OBD-systeem bewaakt onderdeel. Een lijst van alle OBD-uitvoercodes en -formaten (met telkens een verklaring) die worden gebruikt voor afzonderlijke, emissiegerelateerde onderdelen van de aandrijflijn en voor afzonderlijke, niet-emissiegerelateerde onderdelen, voor zover de bewaking van het onderdeel wordt gebruikt om te bepalen wanneer de storingsindicator wordt geactiveerd, inclusief met name een uitvoerige toelichting op de in modus $05 Test ID $21 tot FF, en in modus $06 verstrekte gegevens.

In het geval van voertuigtypen die gebruikmaken van een communicatielink volgens ISO 15765-4 „Road vehicles — Diagnostics on Controller Area Network (CAN) — Part 4: requirements for emissions-related systems”, moet voor elke bewaakte ID van het OBD-systeem een uitvoerige toelichting worden gegeven op de in modus $06 Test ID $00 tot FF verstrekte gegevens.

3.2.12.2.7.6.4.

De hierboven gevraagde informatie kan worden verstrekt door onderstaande tabel in te vullen:

3.2.12.2.7.6.4.1.

Lichte bedrijfsvoertuigen



Onderdeel

Foutcode

Bewakingsstrategie

Foutdetectiecriteria

MI-activeringscriteria

Secundaire parameters

Voorconditionering

Demonstratietest

Katalysator

P0420

Signalen van de zuurstofsensoren 1 en 2

Verschil tussen de signalen van sensor 1 en 2

3e cyclus

Toerentalbelasting van de motor, A/F-modus, katalysatortemperatuur

Twee cycli van type 1

Soort 1

3.2.12.2.8.

Ander systeem: …

3.2.12.2.8.2.

Aansporingssysteem voor de bestuurder

3.2.12.2.8.2.3.

Type aansporingssysteem: motor kan niet opnieuw worden gestart na aftellen/voertuig start niet na tanken/geblokkeerd brandstofvulsysteem/prestatiebegrenzing

3.2.12.2.8.2.4.

Beschrijving van het aansporingssysteem

3.2.12.2.8.2.5.

Equivalent aan het gemiddelde rijbereik van het voertuig met een volle brandstoftank: … km

3.2.12.2.10.

Periodiek regenererend systeem: (onderstaande informatie voor elke eenheid verstrekken)

3.2.12.2.10.1.

Regeneratiemethode of -systeem, beschrijving en/of tekening: …

3.2.12.2.10.2.

Aantal bedrijfscycli van type 1 (of gelijkwaardige motortestbankcycli) tussen twee cycli waarin zich regeneratiefasen voordoen onder gelijkwaardige omstandigheden als de test van type 1 (afstand „D”): …

3.2.12.2.10.2.1.

Toepasselijke cyclus van type 1 (toepasselijke procedure vermelden: bijlage XXI bij VN/ECE-Reglement nr. 83): …

3.2.12.2.10.2.2.

Het aantal complete toepasselijke testcycli dat is vereist voor regeneratie (afstand „d”)

3.2.12.2.10.3.

Beschrijving van de toegepaste methode om het aantal cycli te bepalen tussen twee cycli waarin zich regeneratiefasen voordoen: …

3.2.12.2.10.4.

Parameters om te bepalen welk belastingniveau nodig is alvorens regeneratie optreedt (temperatuur, druk enz.): …

3.2.12.2.10.5.

Beschrijving van de methode om het systeem te laden: …

3.2.12.2.11.

Katalysatorsystemen die gebruikmaken van verbruikbare reagentia (onderstaande informatie voor elke eenheid verstrekken) ja/nee (1)

3.2.12.2.11.1.

Type en concentratie van het benodigde reagens: …

3.2.12.2.11.2.

Normaal bedrijfstemperatuurbereik van het reagens: …

3.2.12.2.11.3.

Internationale norm: …

3.2.12.2.11.4.

Vulfrequentie reagens: continu/bij onderhoud (in voorkomend geval):

3.2.12.2.11.5.

Reagensindicator: (beschrijving en plaats) …

3.2.12.2.11.6.

Reagenstank

3.2.12.2.11.6.1.

Capaciteit: …

3.2.12.2.11.6.2.

Verwarmingssysteem: ja/nee

3.2.12.2.11.6.2.1.

Beschrijving of tekening

3.2.12.2.11.7.

Regeleenheid van het reagens: ja/nee (1)

3.2.12.2.11.7.1.

Merk: …

3.2.12.2.11.7.2.

Type: …

3.2.12.2.11.8.

Reagensinspuiter (merk, type en plaats): …

3.2.12.2.11.9.

Reagenskwaliteitssensor (merk, type en plaats): …

3.2.12.2.12.

Waterinjectie: ja/nee (1)

3.2.13.

Rookopaciteit

3.2.13.1.

Plaats van het absorptiecoëfficiëntsymbool (alleen voor compressieontstekingsmotoren): …

3.2.14.

Gegevens over eventuele voorzieningen voor een zuinig brandstofverbruik (indien niet elders vermeld): …

3.2.15.

Lpg-systeem: ja/nee (1)

3.2.15.1.

Typegoedkeuringsnummer overeenkomstig Verordening (EG) nr. 661/2009 (r) of Verordening (EU) 2019/2144 (s): …

3.2.15.2.

Elektronische regeleenheid voor motormanagement op lpg:

3.2.15.2.1.

Merk(en): …

3.2.15.2.2.

Type(n): …

3.2.15.2.3.

Instelmogelijkheden in verband met emissies: …

3.2.15.3.

Aanvullende documentatie

3.2.15.3.1.

Beschrijving van de beveiliging van de katalysator bij het overschakelen van benzine op aardgas of omgekeerd: …

3.2.15.3.2.

Systeemconfiguratie (elektrische verbindingen, vacuümverbindingen, compensatieslangen enz.): …

3.2.15.3.3.

Tekening van het symbool: …

3.2.16.

Aardgassysteem: ja/nee (1)

3.2.16.1.

Typegoedkeuringsnummer overeenkomstig Verordening (EG) nr. 661/2009 of Verordening (EU) 2019/2144: …

3.2.16.2.

Elektronische regeleenheid voor motormanagement op aardgas

3.2.16.2.1.

Merk(en): …

3.2.16.2.2.

Type(n): …

3.2.16.2.3.

Instelmogelijkheden in verband met emissies: …

3.2.16.3.

Aanvullende documentatie

3.2.16.3.1.

Beschrijving van de beveiliging van de katalysator bij het overschakelen van benzine op lpg of omgekeerd: …

3.2.16.3.2.

Systeemconfiguratie (elektrische verbindingen, vacuümverbindingen, compensatieslangen enz.): …

3.2.16.3.3.

Tekening van het symbool: …

3.2.18.

Waterstofsysteem: ja/nee (1)

3.2.18.1.

EG-typegoedkeuringsnummer overeenkomstig Verordening (EG) nr. 79/2009 of Verordening (EU) 2019/2144: …

3.2.18.2.

Elektronische regeleenheid voor motormanagement op waterstof

3.2.18.2.1.

Merk(en): …

3.2.18.2.2.

Type(n): …

3.2.18.2.3.

Instelmogelijkheden in verband met emissies: …

3.2.18.3.

Aanvullende documentatie

3.2.18.3.1.

Beschrijving van de beveiliging van de katalysator bij het overschakelen van benzine op waterstof of omgekeerd: …

3.2.18.3.2.

Systeemconfiguratie (elektrische verbindingen, vacuümverbindingen, compensatieslangen enz.): …

3.2.18.3.3.

Tekening van het symbool: …

3.2.19.

H2NG-brandstofsysteem: ja/nee (1)

3.2.19.1.

Percentage waterstof in de brandstof (door de fabrikant opgegeven maximum): …

3.2.19.2.

Nummer van het EU-typegoedkeuringscertificaat dat is afgegeven overeenkomstig VN-Reglement nr. 110: …

3.2.19.3

Elektronische regeleenheid voor motormanagement op H2NG

3.2.19.3.1.

Merk(en): …

3.2.19.3.2.

Type(n): …

3.2.19.3.3.

Instelmogelijkheden in verband met emissies: …

3.2.19.4.

Aanvullende documentatie

3.2.19.4.2.

Systeemconfiguratie (elektrische verbindingen, vacuümverbindingen, compensatieslangen enz.): …

3.2.19.4.3.

Tekening van het symbool: …

3.2.20.

Informatie over de warmteopslag:

3.2.20.1.

Actieve warmteopslagvoorziening: ja/nee (1)

3.2.20.1.1.

Enthalpie: … J

3.2.20.2.

Isolatiematerialen: ja/nee (1)

3.2.20.2.1.

Isolatiemateriaal: …

3.2.20.2.2.

Nominaal volume van isolatiemateriaal: …(t)

3.2.20.2.3.

Nominaal gewicht van isolatiemateriaal: …(t)

3.2.20.2.4.

Plaats van isolatiemateriaal: …

3.2.20.2.5.

Op het minst gunstige geval gebaseerde aanpak voor afkoeling van het voertuig: ja/nee (1)

3.2.20.2.5.1.

(niet op het minst gunstige geval gebaseerde aanpak) Minimale impregneertijd, tsoak_ATCT (uren): …

3.2.20.2.5.2.

(niet op het minst gunstige geval gebaseerde aanpak) Plaats van het meetpunt van de motortemperatuur: …

3.2.20.2.6.

Enige interpolatiefamilie in een ATCT-familiebenadering: ja/nee (1)

3.2.20.2.7.

Op het minst gunstige geval gebaseerde aanpak met betrekking tot isolatie: ja/nee (1)

3.2.20.2.7.1.

Beschrijving van de bij het ATCT-voertuig gemeten isolatie: …

3.3.

Elektrische aandrijflijn (alleen voor PEV’s)

3.3.1.

Algemene beschrijving van de elektrische aandrijflijn

3.3.1.1.

Merk: …

3.3.1.2.

Type: …

3.3.1.3.

Gebruik (1): één motor/meerdere motoren (aantal): …

3.3.1.4.

Configuratie van de transmissie: parallel/transaxiaal/andere (specificeren): …

3.3.1.5.

Testspanning: … V

3.3.1.6.

Nominaal motortoerental: … min–1

3.3.1.7.

Maximaal motortoerental: … min–1 of standaard: toerental reductor uitgaande as/versnellingsbak (gekozen versnelling specificeren): … min–1

3.3.1.9.

Maximumvermogen: … kW

3.3.1.10.

Maximumvermogen gedurende 30 minuten: … kW

3.3.1.11.

Flexibel bereik (als P > 90 % van het maximumvermogen):

toerental aan het begin van het bereik: … min–1

toerental aan het eind van het bereik: … min–1

3.3.2.

Tractie-REESS

3.3.2.1.

Handelsnaam en -merk van het REESS: …

3.3.2.2.

Soort elektrochemisch koppel: …

3.3.2.3.

Nominale spanning: … V

3.3.2.4.

Maximumvermogen van het REESS gedurende 30 minuten (constante ontlading): … kW

3.3.2.5.

Prestaties van het REESS bij 2 uur ontlading (constant vermogen of constante stroom): (1)

3.3.2.5.1.

Energie van het REESS: … kWh

3.3.2.5.2.

REESS-capaciteit: … Ah in 2 uur

3.3.2.5.3.

Spanning waarbij het ontladen stopt: … V

3.3.2.6.

Aanduiding van het einde van de ontlading, waardoor het voertuig tot stilstand komt: (1) ……………………..

3.3.2.7.

REESS-massa: …………………….. kg

3.3.2.8.

Aantal cellen:……

3.3.2.9.

REESS-positie:…………

3.3.2.10.

Type koelmiddel: lucht/vloeistof (1)

3.3.2.11.

Regeleenheid systeem voor batterijbeheer

3.3.2.11.1.

Merk: ………..

3.3.2.11.2.

Type: …….

3.3.2.11.3.

Identificatienummer: …..

3.3.3.

Elektromotor

3.3.3.1.

Werkingsprincipe:

3.3.3.1.1.

gelijkstroom/wisselstroom (1) /aantal fasen: ……………………..

3.3.3.1.2.

afzonderlijke bekrachtiging/seriebekrachtiging/compoundbekrachtiging (1)

3.3.3.1.3.

synchroon/asynchroon (1)

3.3.3.1.4.

rotor met inductiespoel/met permanente magneten/met behuizing (1)

3.3.3.1.5.

aantal polen van de motor: ……………………..

3.3.3.2.

Traagheidsmassa: ……………………..

3.3.4.

Vermogensregulateur

3.3.4.1.

Merk: ……………………..

3.3.4.2.

Type: ……………………..

3.3.4.2.1.

Identificatienummer: …..

3.3.4.3.

Regelprincipe: vectorieel/open circuit/gesloten/ander (specificeren): (1) ……………………..

3.3.4.4.

Maximale effectieve stroomtoevoer naar de motor: (2) …………………….. A gedurende…………………….. seconden

3.3.4.5.

Gebruikt spanningsbereik: …………………….. V tot …………………….. V

3.3.5.

Koelsysteem:

Motor: vloeistof/lucht (1)

Regelaar: vloeistof/lucht (1)

3.3.5.1.

Kenmerken van de vloeistofkoelapparatuur:

3.3.5.1.1.

Aard van de vloeistof …………………….. circulatiepompen: ja/nee (1)

3.3.5.1.2.

Kenmerken of merk(en) en type(n) van de pomp: ……………………..

3.3.5.1.3.

Thermostaat: instelling: ……………………..

3.3.5.1.4.

Radiator: tekening(en) of merk(en) en type(n): ……………………..

3.3.5.1.5.

Overdrukklep: drukinstelling: ……………………..

3.3.5.1.6.

Ventilator: kenmerken of merk(en) en type(n): ……………………..

3.3.5.1.7.

Ventilatorleiding: ……………………..

3.3.5.2.

Kenmerken van de apparatuur voor luchtkoeling:

3.3.5.2.1.

Aanjager: kenmerken of merk(en) en type(n): ……………………..

3.3.5.2.2.

Standaardluchtleidingen: ……………………..

3.3.5.2.3.

Temperatuurregelsysteem: ja/nee (1)

3.3.5.2.4.

Korte beschrijving: ……………………..

3.3.5.2.5.

Luchtfilter: …………………….. merk(en): …………………….. type(n):

3.3.5.3.

Door de fabrikant toegestane temperatuur (maximum)

3.3.5.3.1.

Motoruitlaat: ……………………..°C

3.3.5.3.2.

Inlaat van de regelaar: ……………………..°C

3.3.5.3.3.

Op referentiepunt(en) motor: ……………………..°C

3.3.5.3.4.

Op referentiepunt(en) regelaar: ……………………..°C

3.3.6.

Isolatiecategorie: ……………………..

3.3.7.

Internationale beschermingscode (IP): ……………………..

3.3.8.

Principe van het smeersysteem: (1)

Lagers: glijlager/kogellager

Smeermiddel: vet/olie

Afdichting: ja/nee

Circulatie: met/zonder

3.3.9.

Oplader

3.3.9.1.

Lader: ingebouwd/extern (1) vermeld bij een externe eenheid de lader (handelsmerk, model): ……………………..

3.3.9.2.

Beschrijving van het normale laadprofiel:

3.3.9.3.

Specificaties van de netspanning:

3.3.9.3.1.

Type netspanning: eenfasig/driefasig (1)

3.3.9.3.2.

Spanning: ……………………..

3.3.9.4.

Aanbevolen rustperiode tussen het einde van het ontladen en het begin van het laden: ……………………..

3.3.9.5.

Theoretische duur van een volledige oplaadbeurt: ……………………..

3.3.10.

Elektrische-energieomzetters

3.3.10.1.

Elektrische-energieomzetter tussen de elektrische machine en de tractie-REESS

3.3.10.1.1.

Merk: ……………………..

3.3.10.1.2.

Type: ……………………..

3.3.10.1.3.

Opgegeven nominaal vermogen: …………………….. W

3.3.10.2.

Elektrische-energieomzetter tussen de tractie-REESS en laagspanningsstroomvoorziening

3.3.10.2.1.

Merk: ……………………..

3.3.10.2.2.

Type: ……………………..

3.3.10.2.3.

Opgegeven nominaal vermogen: …………………….. W

3.3.10.3.

Elektrische-energieomzetter tussen de herlaadplug-in en de tractie-REESS

3.3.10.3.1.

Merk: ……………………..

3.3.10.3.2.

Type: ……………………..

3.3.10.3.3.

Opgegeven nominaal vermogen: …………………….. W

3.4.

Combinaties van aandrijvingsenergieomzetters

3.4.1.

Hybride elektrisch voertuig: ja/nee (1)

3.4.2.

Categorie hybride elektrisch voertuig: extern oplaadbaar/niet-extern oplaadbaar: (1)

3.4.3.

Bedrijfsstandschakelaar: met/zonder (1)

3.4.3.1.

Bedrijfsstanden

3.4.3.1.1.

Enkel elektrisch: ja/nee (1)

3.4.3.1.2.

Enkel op brandstof: ja/nee (1)

3.4.3.1.3.

Hybride bedrijfsstanden: ja/nee (1)

(zo ja, een korte beschrijving): …

3.4.4.

Beschrijving van de energieopslagvoorziening: (REESS, condensator, vliegwiel/generator)

3.4.4.1.

Merk(en): …

3.4.4.2.

Type(n): …

3.4.4.3.

Identificatienummer: …

3.4.4.4.

Soort elektrochemisch koppel: …

3.4.4.5.

Energie: … (voor REESS: voltage en Ah-capaciteit in 2 u; voor condensator: J, …)

3.4.4.6.

Lader: ingebouwd/extern/geen (1)

3.4.4.7.

Type koelmiddel: lucht/vloeistof (1)

3.4.4.8.

Regeleenheid systeem voor batterijbeheer

3.4.4.8.1.

Merk: ………..

3.4.4.8.2.

Type: …….

3.4.4.8.3.

Identificatienummer: …..

3.4.5.

Elektrische machine (elk type elektrische machine afzonderlijk beschrijven)

3.4.5.1.

Merk: …

3.4.5.2.

Type: …

3.4.5.3.

Primair gebruik: tractiemotor/generator (1)

3.4.5.3.1.

Bij gebruik als tractiemotor: één motor/meerdere motoren (aantal) (1): …

3.4.5.4.

Maximumvermogen: …… kW

3.4.5.5.

Werkingsprincipe

3.4.5.5.5.1

Gelijkstroom/wisselstroom/aantal fasen: …

3.4.5.5.2.

Afzonderlijke bekrachtiging/seriebekrachtiging/compoundbekrachtiging (1)

3.4.5.5.3.

Synchroon/asynchroon (1)

3.4.6.

Regeleenheid

3.4.6.1.

Merk(en): …

3.4.6.2.

Type(n): …

3.4.6.3.

Identificatienummer: …

3.4.7.

Vermogensregulateur

3.4.7.1.

Merk: …

3.4.7.2.

Type: …

3.4.7.3.

Identificatienummer: …

3.4.9.

Door de fabrikant aanbevolen voorconditionering: …

3.4.10.

FCHV: ja/nee (1)

3.4.10.1.

Type brandstofcel

3.4.10.1.2.

Merk: …

3.4.10.1.3.

Type: …

3.4.10.1.4.

Nominale spanning (V): …

3.4.10.1.5.

Type koelmiddel: lucht/vloeistof (1)

3.4.10.2.

Beschrijving van het systeem (werkingsprincipe van de brandstofcel, tekening enz.): …

3.4.11.

Elektrische-energieomzetters

3.4.11.1.

Elektrische-energieomzetter tussen de elektrische machine en de tractie-REESS

3.4.11.1.1.

Merk: ……………………..

3.4.11.1.2.

Type: ……………………..

3.4.11.1.3.

Opgegeven nominaal vermogen: …………………….. W

3.4.11.2.

Elektrische-energieomzetter tussen de tractie-REESS en laagspannings- stroomvoorziening

3.4.11.2.1.

Merk: ……………………..

3.4.11.2.2.

Type: ……………………..

3.4.11.2.3.

Opgegeven nominaal vermogen: …………………….. W

3.4.11.3.

Elektrische-energieomzetter tussen de herlaadplug-in en de tractie-REESS

3.4.11.3.1.

Merk: ……………………..

3.4.11.3.2.

Type: ……………………..

3.4.11.3.3.

Opgegeven nominaal vermogen: …………………….. W

3.5.

Door de fabrikant opgegeven waarden voor het bepalen van CO2-emissies/brandstofverbruik/elektriciteitsverbruik/elektrische actieradius en details van eco-innovaties (indien van toepassing) (o)

3.5.7.

Door de fabrikant opgegeven waarden

3.5.7.1.

Testvoertuigparameters



Voertuig

Voertuig Low (VL) indien van toepassing

Voertuig High (VH)

Voertuig Medium (VM) indien van toepassing

Representatief voertuig (alleen voor wegbelastingmatrixfamilie (1))

Standaardwaarden

Carrosserietype

Gehanteerde wegbelastingmethode (meting of berekening per wegbelastingfamilie)

Informatie over de wegbelasting:

Bandenmerk en -type,

indien meting

Afmetingen banden (voor/achter),

indien meting

Rolweerstand van de banden (voor/achter) (kg/t)

Bandenspanning (voor/achter) (kPa),

indien meting

Delta CD× A van voertuig L vergeleken met voertuig H (IP_H min IP_L)

Delta CD× A vergeleken met voertuig L van de wegbelastingfamilie (IP_H/L min RL_L), in geval van berekening per wegbelastingfamilie

Testmassa voertuig (kg)

Massa in rijklare toestand (complete en voltooide voertuigen) (kg)

Technisch toelaatbare maximummassa van het voertuig in beladen toestand (kg)

Wegbelastingcoëfficiënten op de weg

f0 (N)

f1 (N/(km/h))

f2 (N/(km/h)2)

Frontaal gebied m2 (0,000 m2)

Energievraag cyclus (J):

(1)

Representatief voertuig wordt getest voor de wegbelastingmatrixfamilie

3.5.7.1.1.

Voor de test van type 1 en de meting van het nettovermogen overeenkomstig bijlage XX bij deze verordening gebruikte brandstof (alleen voor voertuigen op lpg of aardgas): …

3.5.7.2.

Gecombineerde CO2-emissies

3.5.7.2.1.

CO2-massa-emissie voor puur-ICE-voertuigen en NOVC-HEV’s

3.5.7.2.1.0.

Minimale en maximale CO2-waarden binnen de interpolatiefamilie: … g/km

3.5.7.2.1.1.

Voertuig High: …g/km

3.5.7.2.1.2.

Voertuig Low (indien van toepassing): … g/km

3.5.7.2.1.3.

Voertuig Medium (indien van toepassing): … g/km

3.5.7.2.2

CO2-massa-emissie bij ladingbehoud voor OVC-HEV’s

3.5.7.2.2.1.

CO2-massa-emissie bij ladingbehoud voor voertuig High: g/km

3.5.7.2.2.2.

CO2-massa-emissie bij ladingbehoud voor voertuig Low (indien van toepassing): g/km

3.5.7.2.2.3

CO2-massa-emissie bij ladingbehoud voor voertuig Medium (indien van toepassing): g/km

3.5.7.2.3.

CO2-massa-emissie bij ontlading en gewogen CO2-massa-emissie voor OVC-HEV’s

3.5.7.2.3.1.

CO2-massa-emissie bij ontlading voor voertuig High: … g/km

3.5.7.2.3.2.

CO2-massa-emissie bij ontlading voor voertuig Low (indien van toepassing): … g/km

3.5.7.2.3.3.

CO2-massa-emissie bij ontlading voor voertuig Medium (indien van toepassing): … g/km

3.5.7.2.3.4.

Minimale en maximale gewogen CO2-waarden binnen de OVC-interpolatiefamilie: … g/km

3.5.7.3.

Elektrische actieradius voor elektrische voertuigen

3.5.7.3.1.

Puur elektrische actieradius (PER) voor PEV’s

3.5.7.3.1.1.

Voertuig High: … km

3.5.7.3.1.2.

Voertuig Low (indien van toepassing): … km

3.5.7.3.2.

Totale elektrische actieradius (AER) voor OVC-HEV’s en OVC-FCHV’s (al naargelang het geval)

3.5.7.3.2.1.

Voertuig High: … km

3.5.7.3.2.2.

Voertuig Low (indien van toepassing): … km

3.5.7.3.2.3.

Voertuig Medium (indien van toepassing): … km

3.5.7.4.

Brandstofverbruik (FCCS) voor FCHV’s

3.5.7.4.1.

Brandstofverbruik bij ladingbehoud voor NOVC-FCHV’s en OVC-FCHV’s (al naargelang het geval)

3.5.7.4.1.1.

Voertuig High: … kg/100 km

3.5.7.4.1.2.

Voertuig Low (indien van toepassing): … kg/100 km

3.5.7.4.1.3.

Voertuig Medium (indien van toepassing): … kg/100 km

3.5.7.4.2.

Brandstofverbruik bij ontlading voor OVC-FCHV’s (al naargelang het geval)

3.5.7.4.2.1.

Voertuig High: … kg/100 km

3.5.7.4.2.2.

Voertuig Low (indien van toepassing): … kg/100 km

3.5.7.5.

Elektriciteitsverbruik voor elektrische voertuigen

3.5.7.5.1.

Gecombineerd elektriciteitsverbruik (ECWLTC) voor puur elektrische voertuigen

3.5.7.5.1.1.

Voertuig High: … Wh/km

3.5.7.5.1.2.

Voertuig Low (indien van toepassing): … Wh/km

3.5.7.5.2.

UF-gewogen elektriciteitsverbruik bij ontlading ECAC,CD (gecombineerd)

3.5.7.5.2.1.

Voertuig High: … Wh/km

3.5.7.5.2.2.

Voertuig Low (indien van toepassing): … Wh/km

3.5.7.5.2.3.

Voertuig Medium (indien van toepassing): … Wh/km

3.5.8.

Voertuig uitgerust met een eco-innovatie in de zin van artikel 11 van Verordening (EU) 2019/631 voor voertuigen van categorie M1 of N1: ja/nee (1)

3.5.8.1.

Type/variant/uitvoering van het basisvoertuig zoals bedoeld in artikel 5 van Uitvoeringsverordening (EU) nr. 725/2011 voor voertuigen van categorie M1 of van artikel 5 van Uitvoeringsverordening (EU) nr. 427/2014 voor voertuigen van categorie N1 (indien van toepassing): …

3.5.8.2.

Wisselwerkingen tussen verschillende eco-innovaties: ja/nee (1)

3.5.8.3.

Emissiegegevens met betrekking tot het gebruik van eco-innovaties (tabel herhalen voor elke geteste referentiebrandstof) (w1)



Besluit tot goedkeuring van de eco-innovatie (w2)

Code van de eco-innovatie (w3)

1. CO2-emissies van het basisvoertuig (g/km)

2. CO2-emissies van het eco-innovatievoertuig (g/km)

3. CO2-emissies van het basisvoertuig in type 1-testcyclus (w4)

4. CO2-emissies van het eco-innovatievoertuig in een testcyclus van type 1

5. Gebruiksfactor (UF), d.w.z. het tijdsaandeel van het gebruik van de technologie onder normale omstandigheden

CO2-emissiebesparing ((1 – 2) – (3 – 4))*5

xxx/201x

Totale CO2-emissiebesparing van WLTP (g/km) (w5)

3.6.

Door de fabrikant toegestane temperaturen

3.6.1.

Koelsysteem

3.6.1.1.

Vloeistofkoeling

Maximumtemperatuur aan de afvoer: … K

3.6.1.2.

Luchtkoeling

3.6.1.2.1.

Referentiepunt: …

3.6.1.2.2.

Maximumtemperatuur op het referentiepunt: … K

3.6.2.

Maximale uitlaattemperatuur van de inlaattussenkoeler: … K

3.6.3.

Maximumtemperatuur van de uitlaatgassen op het punt in de uitlaatpijp(en) ter hoogte van de buitenflens (buitenflenzen) van het uitlaatspruitstuk of de turbocompressor: … K

3.6.4.

Brandstoftemperatuur

minimaal: … K — maximaal: … K

Voor dieselmotoren bij de inlaat van de inspuitpomp, voor gasmotoren bij de eindtrap van de drukregelaar.

3.6.5.

Smeermiddeltemperatuur

minimaal: … K — maximaal: … K

3.8.

Smeersysteem

3.8.1.

Beschrijving van het systeem

3.8.1.1.

Plaats van het smeermiddelreservoir: …

3.8.1.2.

Toevoersysteem (pomp/inspuiting in het inlaatsysteem/vermenging met brandstof enz.) (1)

3.8.2.

Smeerpomp

3.8.2.1.

Merk(en): …

3.8.2.2.

Type(n): …

3.8.3.

Vermenging met brandstof

3.8.3.1.

Mengverhouding: …

3.8.4.

Oliekoeler: ja/nee (1)

3.8.4.1.

Tekening(en): … of

3.8.4.1.1.

Merk(en): …

3.8.4.1.2.

Type(n): …

3.8.5.

Specificatie smeermiddel: …W…

4

TRANSMISSIE (p)

4.3.

Traagheidsmoment van het motorvliegwiel: …

4.3.1.

Extra traagheidsmoment in de vrijloop: …

4.4.

Koppeling(en)

4.4.1.

Type: …

4.4.2.

Maximumkoppelomvorming: …

4.5.

Versnellingsbak

4.5.1.

Type (handgeschakeld/automatisch/CVT (continuvariabele transmissie)) (1)

4.5.1.4.

Koppelwaarde: …

4.5.1.5.

Aantal koppelingen: …

4.6.

Overbrengingsverhoudingen



Versnelling

Verhoudingen in de versnellingsbak (verhoudingen tussen omwentelingen van de motor en omwentelingen van de uitgaande as van de versnellingsbak)

Eindoverbrengingsverhouding(en) (verhouding tussen omwentelingen van de uitgaande as van de versnellingsbak en omwentelingen van de aangedreven wielen)

Totale verhouding

Maximum voor CVT

1

2

3

Minimum voor CVT

4.6.1

Schakeling (niet van toepassing bij automatische versnellingsbak)

4.6.1.1.

Versnelling 1 uitgesloten: ja/nee (1)

4.6.1.2.

n_95_high voor elke versnelling: … min–1

4.6.1.3.

nmin_drive

4.6.1.3.1.

1e versnelling: … min–1

4.6.1.3.2.

1e versnelling naar 2e: … min–1

4.6.1.3.3.

2e versnelling tot stilstand: … min–1

4.6.1.3.4.

2e versnelling: … min–1

4.6.1.3.5.

3e versnelling en hoger: … min–1

4.6.1.4.

n_min_drive_set voor acceleratiefasen/fasen met constante snelheid (n_min_drive_up): … min–1

4.6.1.5.

n_min_drive_set voor vertragingsfasen (nmin_drive_down):

4.6.1.6.

Startperiode

4.6.1.6.1.

t_start_phase: … s

4.6.1.6.2.

n_min_drive_start: … min–1

4.6.1.6.3.

n_min_drive_up_start: … min–1

4.6.1.7.

Gebruik van ASM: ja/nee (1)

4.6.1.7.1.

ASM-waarden: … bij … min–1

4.7.

Door het ontwerp bepaalde maximumsnelheid van het voertuig (in km/h) (q): …

4.12.

Smeermiddel versnellingsbak: …W…

6

OPHANGING

6.6.

Banden en wielen

6.6.1.

Band/wielcombinatie(s)

6.6.1.1.

Assen

6.6.1.1.1.

As 1: …

6.6.1.1.1.1.

Bandenmaataanduiding

6.6.1.1.2.

As 2: …

6.6.1.1.2.1.

Bandenmaataanduiding

enz.

6.6.2.

Boven- en ondergrenzen van de afrolstralen

6.6.2.1.

As 1: …

6.6.2.2.

As 2: …

6.6.3.

Door de fabrikant van het voertuig aanbevolen bandenspanning: … kPa

9

CARROSSERIE

9.1.

Type carrosserie met gebruikmaking van de in deel C van bijlage I bij Verordening (EU) 2018/858 gedefinieerde codes: …

12.

DIVERSEN

12.10.

Voorzieningen of systemen met door de bestuurder selecteerbare modi die van invloed zijn op CO2-emissies, brandstofverbruik, elektriciteitsverbruik en/of gereguleerde emissies en die geen overheersende modus hebben: ja/nee (1)

12.10.1.

Test met ladingbehoud (indien van toepassing) (vermelden voor elk(e) voorziening of systeem)

12.10.1.0.

Overheersende modus met ladingbehoud: ja/nee (1)

12.10.1.0.1.

Overheersende modus met ladingbehoud: … (indien van toepassing)

12.10.1.1.

Gunstigste modus: … (indien van toepassing)

12.10.1.2.

Ongunstigste modus: … (indien van toepassing)

12.10.1.3.

Modus waarmee het voertuig de referentietestcyclus kan volgen: … (indien geen overheersende modus onder CS-omstandigheden en slechts één modus in staat is de referentietestcyclus te volgen)

12.10.2.

Test met ontlading (indien van toepassing) (vermelden voor elk(e) voorziening of systeem)

12.10.2.0.

Overheersende modus met ontlading: ja/nee (1)

12.10.2.0.1.

Overheersende modus met ontlading: … (indien van toepassing)

12.10.2.1.

Modus met het hoogste energieverbruik: … (indien van toepassing)

12.10.2.2.

Modus waarmee het voertuig de referentietestcyclus kan volgen: (indien geen overheersende modus met ontlading en slechts één modus in staat is de referentietestcyclus te volgen)

12.10.3.

Test van type 1 (indien van toepassing)(vermelden voor elk(e) voorziening of systeem)

12.10.3.1.

Gunstigste modus: …

12.10.3.2.

Ongunstigste modus: …

Toelichtingen

(1)Doorhalen wat niet van toepassing is (soms hoeft niets te worden doorgehaald als meerdere antwoorden mogelijk zijn).

(2)Tolerantie aangeven.

(3)Vul de laagste en hoogste waarde voor elke variant in.

(6)—

(7)Optionele uitrusting die van invloed is op de afmetingen van het voertuig moet worden gespecificeerd.

(c)Ingedeeld volgens de definities van artikel 4 van Verordening (EU) 2018/858.

(f)Indien de ene uitvoering een normale cabine en de andere een slaapcabine heeft, moeten de massa’s en afmetingen van beide uitvoeringen worden vermeld.

(g)ISO-norm 612: 1978 — Road vehicles — Dimensions of motor vehicles and towed vehicles — Terms and definitions.

(h)De massa van de bestuurder wordt op 75 kg gesteld.

De systemen waarin zich vloeistof bevindt (behalve dat voor afvalwater, dat leeg moet blijven), worden tot 100 % van de door de fabrikant gespecificeerde inhoud gevuld.

De in de punten 2.6, b), en 2.6.1, b), bedoelde gegevens hoeven niet te worden verstrekt voor voertuigen van de categorieën N2, N3, M2, M3, O3, en O4.

(i)Voor aanhangwagens of opleggers en voor voertuigen waaraan een aanhangwagen of oplegger gekoppeld is die een aanzienlijke verticale belasting uitoefent op de koppelinrichting of de koppelschotel, wordt deze belasting, gedeeld door de standaardversnelling van de zwaartekracht, bij de technisch toelaatbare maximummassa gerekend.

(k)Bij voertuigen die zowel op benzine, diesel enz. als in combinatie met een andere brandstof kunnen rijden, moeten deze rubrieken worden herhaald.

Bij niet-conventionele motoren en systemen moet de fabrikant gegevens verstrekken die gelijkwaardig zijn met de hier gevraagde gegevens.

(l)Dit cijfer moet worden afgerond op het naaste tiende gedeelte van een millimeter.

(m)De waarde wordt berekend met π = 3,1416 en afgerond op de naaste cm3.

(n)Vastgesteld volgens de voorschriften van Verordening (EG) nr. 715/2007 of Verordening (EG) nr. 595/2009, al naar gelang het geval.

(o)Vastgesteld overeenkomstig de voorschriften van Richtlijn 80/1268/EEG van de Raad (PB L 375 van 31.12.1980, blz. 36).

(p)Bij varianten moeten de gevraagde gegevens voor elk van deze varianten worden verstrekt.

(q)Bij aanhangwagens, de door de fabrikant toegestane maximumsnelheid.

(r)PB L 200 van 31.7.2009, blz. 1

(s)PB L 325 van 16.12.2019, blz. 1

(t)Geef voor nominaal volume van isolatiemateriaal en nominaal gewicht van isolatiemateriaal twee decimalen aan. Voor volume van isolatiemateriaal en gewicht van isolatiemateriaal wordt een tolerantie van +/– 10 % gehanteerd. Hoeft niet te worden gedocumenteerd in geval van „nee” in punt 3.2.20.2.5. of punt 3.2.20.2.7.

(w)Eco-innovaties.

(w1)Voeg indien nodig extra rijen toe (één rij per eco-innovatie).

(w2)Nummer van het besluit van de Commissie tot goedkeuring van de eco-innovatie.

(w3)Toegekend in het besluit van de Commissie tot goedkeuring van de eco-innovatie.

(w4)Indien met instemming van de typegoedkeuringsinstantie in plaats van de testcyclus van type 1 een modelleringsmethode wordt toegepast, moet hier de waarde worden vermeld die met de modelleringsmethode wordt verkregen.

(w5)Som van de CO2-emissiebesparingen van alle afzonderlijke eco-innovaties.




Aanhangsel 3a

DOCUMENTATIEPAKKETTEN

Formeel documentatiepakket

De fabrikant kan een formeel documentatiepakket gebruiken voor meerdere emissietypegoedkeuringen. Het formele documentatiepakket bevat de volgende informatie:



Punt

Toelichting

1.Emissietypegoedkeuringsnummer(s)

Lijst van emissietypegoedkeuringsnummer(s) waarop deze BES-AES-verklaring betrekking heeft:

inclusief TG-referentie, software-referentie, kalibratienummer, controlesommen van elke versie en van elke relevante regeleenheid, bijvoorbeeld voor motor en/of nabehandeling.

Methode van lezing van software en kalibratieversie

Bv. uitleg van scaninstrument

2.Basisemissiestrategieën (BES)

BES x

Beschrijving van strategie x

BES y

Beschrijving van strategie y

3.Aanvullende emissiestrategieën (AES)

Beschrijving van AES

Hiërarchische verhoudingen tussen AES: welke AES voorrang heeft indien er meer dan één is

AES x

— beschrijving en motivering AES

— gemeten en/of gemodelleerde parameters voor AES-activering

— andere parameters die worden gebruikt om de AES te activeren

— toename van verontreinigende stoffen en CO2 tijdens het gebruik van AES in vergelijking met BES

AES y

Zie hierboven

Uitgebreid documentatiepakket

Het uitgebreide documentatiepakket bevat de volgende informatie voor alle aanvullende emissiestrategieën:

a)

een verklaring van de fabrikant dat het voertuig niet beschikt over manipulatie-instrumenten die niet onder een van de uitzonderingen van artikel 5, lid 2, van Verordening (EG) nr. 715/2007 vallen;

b)

een beschrijving van de motor en van de toegepaste emissiebeheersingsstrategieën en -voorzieningen, zowel software als hardware, en eventuele omstandigheden waarin de strategieën en voorzieningen anders functioneren dan tijdens de typegoedkeuringstests;

c)

een verklaring van de softwareversies die worden gebruikt om deze AES/BES te regelen, met inbegrip van de passende controlesommen of referentiewaarden van deze softwareversies en instructies voor de autoriteit voor het lezen van de controlesommen of referentiewaarden; na elke nieuwe softwareversie die gevolgen heeft voor de emissiestrategieën, moet de verklaring worden geactualiseerd en worden toegezonden aan de typegoedkeuringsinstantie die dit uitgebreide documentatiepakket bewaart; Fabrikanten kunnen verzoeken om een alternatief te gebruiken voor een controlesom mits die een gelijkwaardig traceerbaarheidsniveau biedt voor wijzigingen van de softwareversie;

d)

gedetailleerde technische beschrijving van alle aanvullende emissiestrategieën waarin een schatting wordt gemaakt van het risico met en zonder de aanvullende emissiestrategie, en informatie over het volgende:

i)

waarom eventuele uitzonderingen van het verbod op manipulatie-instrumenten van artikel 5, lid 2, van Verordening (EG) nr. 715/2007 van toepassing zijn;

ii)

eventuele hardware-elementen die door de aanvullende emissiestrategie moeten worden beschermd;

iii)

bewijs van plotselinge en onherstelbare motorschade die niet kan worden voorkomen door regelmatig onderhoud en die zou optreden bij het ontbreken van de aanvullende emissiestrategie, in voorkomend geval;

iv)

een beredeneerde uitleg van de eventuele noodzaak om een aanvullende emissiestrategie te gebruiken voor het starten van de motor, in voorkomend geval;

e)

een beschrijving van de besturingslogica, de timingstrategieën en de schakelpunten van het brandstofsysteem in alle werkingsmodi;

f)

een beschrijving van de hiërarchische verhoudingen tussen de aanvullende emissiestrategieën (d.w.z. wanneer er gelijktijdig meerdere aanvullende emissiestrategieën actief kunnen zijn), een indicatie van welke aanvullende emissiestrategie het eerst reageert, de methoden waarmee de strategieën met elkaar communiceren, met inbegrip van gegevensstroomschema’s en besluitvormingslogica en een beschrijving van de manier waarop de hiërarchie ervoor zorgt dat de emissies van alle aanvullende emissiestrategieën tot het laagst mogelijke praktische niveau worden beperkt;

g)

een lijst van parameters die door de aanvullende emissiestrategieën worden gemeten en/of berekend, met vermelding van het doel van elke gemeten en/of berekende parameter en welk verband er bestaat tussen elk van die parameters enerzijds en motorschade anderzijds; met inbegrip van de berekeningsmethode en hoe goed deze berekende parameters correleren met de werkelijke staat van de parameter die wordt geregeld, en elke eventuele daaruit voortvloeiende tolerantie of veiligheidsfactor die in de analyse is meegenomen;

h)

een lijst van motor-/emissiebeheersingsparameters die worden gemoduleerd als functie van de gemeten of berekende parameter(s) en het modulatiebereik voor elke motor-/emissiebeheersingsparameter; naast de verhouding tussen de motor-/emissiebeheersingsparameters en gemeten of berekende parameters;

i)

een beoordeling van de wijze waarop de aanvullende emissiestrategieën de emissies onder reële rijomstandigheden tot het laagst mogelijke praktische niveau beperken, met inbegrip van een gedetailleerde analyse van de verwachte toename van het totaal aan emissies van gereguleerde verontreinigende stoffen en CO2 als gevolg van het gebruik van de aanvullende emissiestrategieën ten opzichte van de primaire emissiestrategieën.

Het uitgebreide documentatiepakket wordt beperkt tot 100 bladzijden en moet alle voorname elementen omvatten waarmee de typegoedkeuringsinstantie de aanvullende emissiestrategie kan beoordelen. Indien nodig kan het pakket worden aangevuld met bijlagen en andere bijgevoegde documenten, met aanvullende en complementaire informatie. Bij iedere wijziging die aan de aanvullende emissiestrategie wordt aangebracht, dient de fabrikant een nieuwe versie van het uitgebreide documentatiepakket in bij de typegoedkeuringsinstantie. De nieuwe versie wordt beperkt tot de wijzigingen en de gevolgen daarvan. De nieuwe versie van de aanvullende emissiestrategie moet worden beoordeeld en goedgekeurd door de typegoedkeuringsinstantie.

De structuur van het uitgebreide documentatiepakket is als volgt:

Uitgebreid documentatiepakket voor aanvraag nr. YYY/OEM voor een aanvullende emissiestrategie krachtens Verordening (EU) 2017/1151



Delen

Punt

Punt

Toelichting

Inleiding documenten

Introductiebrief aan de typegoedkeuringsinstantie

Referentie van het document met de versie, datum van afgifte, ondertekening door de betrokkene in de organisatie van de fabrikant

Inhoudstabel van de verschillende versies

Inhoud van de wijzigingen van elke versie, en welk deel is gewijzigd

Beschrijving van de desbetreffende (emissie)typen

Tabel bijgevoegde documenten

Lijst van alle bijgevoegde documenten

Kruisverwijzingen

link naar de punten a) tot en met i) van aanhangsel 3a (waar elk voorschrift van de verordening kan worden gevonden)

Verklaring van afwezigheid van manipulatie-instrument

+ ondertekening

Kerndocument

0

Acroniemen/afkortingen

1

ALGEMENE BESCHRIJVING

1.1

Algemene beschrijving van de motor

Beschrijving van de voornaamste kenmerken: cilinderinhoud, nabehandeling, ...

1.2

Algemene systeemstructuur

Blokdiagram van het systeem: lijst van sensoren en actuatoren, toelichting van algemene motorfuncties

1.3

Lezing van software en kalibratieversie

Bv. uitleg van scaninstrument

2

Basisemissiestrategieën (BES)

2.x

BES x

Beschrijving van strategie x

2.y

BES y

Beschrijving van strategie y

3

Aanvullende emissiestrategieën (AES)

3.0

Beschrijving van AES

Hiërarchische verhoudingen tussen AES: beschrijving en motivering (bv. veiligheid, betrouwbaarheid, enz.)

3.x

AES x

3.x.1 motivering AES

3.x.2 gemeten en/of gemodelleerde parameters voor AES-karakterisering

3.x.3 actiemodus van AES — toegepaste parameters

3.x.4 effect van AES op verontreinigende stoffen en CO2

3.y

AES y

3.y.1

3.y.2

enz.

tot hier beperking tot 100 blz.

Bijlage

Lijst van typen waarop deze BES-AES van toepassing is: inclusief TG-referentie, software-referentie, kalibratienummer, controlesommen van elke versie en van elke regeleenheid (motor en/of nabehandeling indien aanwezig)

Bijgevoegde documenten

Technische noot voor AES-motivering nr. xxx

Risicobeoordeling of motivering door tests of voorbeeld van eventuele plotselinge schade

Technische noot voor AES-motivering nr. yyy

Technisch rapport voor specifieke AES-impactkwantificering

testrapport van alle specifieke tests voor AES-motivering, details van testomstandigheden, beschrijving van het voertuig, testdata, effect op emissie/CO2 met/zonder activatie van AES

▼M3




Aanhangsel 3b

Methodologie voor de beoordeling van de aanvullende emissiestrategie

De beoordeling van de aanvullende emissiestrategie (AES) door de typegoedkeuringsinstantie moet ten minste de volgende verificaties omvatten:

1)

De door de AES veroorzaakte emissiestijging moet tot een minimum worden beperkt:

a)

de stijging van de totale emissies bij gebruik van een AES moet gedurende de normale gebruiks- en levensduur van de voertuigen tot een minimum worden beperkt;

b)

wanneer een technologie of ontwerp die of dat betere emissiebeheersing mogelijk maakt, ten tijde van de voorlopige beoordeling van de aanvullende emissiestrategie in de handel verkrijgbaar is, moet die technologie of dat ontwerp zonder ongerechtvaardigde aanpassingen worden gebruikt.

2)

Wanneer het risico op plotselinge en onherstelbare schade aan de „aandrijfenergieomzetter en de aandrijving”, zoals gedefinieerd in gemeenschappelijke resolutie nr. 2 (G.R.2) betreffende definities van de aandrijflijn van voertuigen van de overeenkomsten van de VN/ECE van 1958 en 1998 (12), als motivering voor het gebruik van een AES wordt aangevoerd, moet dat risico naar behoren wordt aangetoond en gedocumenteerd, met inbegrip van de volgende informatie:

a)

De fabrikant verstrekt bewijs van catastrofale (d.w.z. plotselinge en onherstelbare) motorschade, alsmede een risicobeoordeling en een evaluatie van de waarschijnlijkheid dat het risico optreedt en de ernst van de mogelijke gevolgen ervan, met inbegrip van de op dat gebied verrichte tests en testresultaten.

b)

Wanneer ten tijde van de aanvraag van de AER een technologie of ontwerp in de handel verkrijgbaar is die of dat het desbetreffende risico wegneemt of vermindert, moet die technologie of dat ontwerp zoveel mogelijk worden gebruikt (d.w.z. zonder ongerechtvaardigde aanpassingen).

c)

Duurzaamheid en de bescherming op de lange termijn van de motor of onderdelen van het emissiebeheersingssysteem tegen slijtage en defecten is geen aanvaardbare motivering voor het verlenen van een vrijstelling van het verbod op manipulatie-instrumenten.

3)

Door middel van een toereikende technische beschrijving moet worden gedocumenteerd waarom het gebruik van een AES noodzakelijk is voor een veilige werking van het voertuig:

a)

De fabrikant moet bewijs verstrekken waaruit blijkt dat er een verhoogd risico bestaat voor de veilige werking van het voertuig, alsmede een risicobeoordeling en een evaluatie van de waarschijnlijkheid dat het risico optreedt en de ernst van de mogelijke gevolgen ervan, met inbegrip van de op dat gebied verrichte tests en testresultaten.

b)

Wanneer ten tijde van de aanvraag van de AER een andere technologie of een ander ontwerp in de handel verkrijgbaar is waarmee het veiligheidsrisico kan worden verlaagd, moet die technologie of dat ontwerp zoveel mogelijk worden gebruikt (d.w.z. zonder ongerechtvaardigde aanpassingen).

4)

Door middel van een toereikende technische beschrijving moet worden gedocumenteerd waarom het gebruik van een AES noodzakelijk is tijdens het starten van de motor:

a)

De fabrikant moet bewijs verstrekken waaruit blijkt dat het nodig is tijdens het starten van de motor een AES te gebruiken, alsmede een risicobeoordeling en een evaluatie van de waarschijnlijkheid dat het risico optreedt en de ernst van de mogelijke gevolgen ervan, met inbegrip van de op dat gebied verrichte tests en testresultaten.

b)

Wanneer ten tijde van de aanvraag van de AER een andere technologie of een ander ontwerp in de handel verkrijgbaar is waarmee de emissiebeheersing bij de het starten van de motor kan worden verbeterd, moet die technologie of dat ontwerp zoveel mogelijk worden gebruikt (d.w.z. zonder ongerechtvaardigde aanpassingen).

▼M3 —————

▼B




Aanhangsel 4

▼M5

MODEL VAN HET EG-TYPEGOEDKEURINGSCERTIFICAAT

(maximumformaat: A4 (210 × 297 mm))

EG-TYPEGOEDKEURINGSCERTIFICAAT

Stempel van de administratie

Mededeling betreffende de:

EG-typegoedkeuring (1),
uitbreiding van de EG-typegoedkeuring (1),
weigering van de EG-typegoedkeuring (1),
intrekking van de EG-typegoedkeuring (1),
van een type systeem/type voertuig met betrekking tot een systeem (1), krachtens Verordening (EG) nr. 715/2007 (2) en Verordening (EU) 2017/1151 (3)

EG-typegoedkeuringsnummer: …

Reden van de uitbreiding: …

DEEL I

0.1.Merk (handelsnaam van de fabrikant): …

0.2.Type: …

0.2.1.Handelsbenaming(en) (indien beschikbaar): …

0.3.Middel tot identificatie van het type, indien op het voertuig aangebracht (4)

0.3.1.Plaats van dat merkteken: …

0.4.Voertuigcategorie (5):

0.4.2.Basisvoertuig (5a) (1): ja/nee (1)

0.5.Naam en adres van de fabrikant: …

0.8.Naam en adres van de assemblagefabriek(en): …

0.9.Eventueel naam en adres van de vertegenwoordiger van de fabrikant: …

DEEL II

0.Identificatiekenmerk van de interpolatiefamilie zoals gedefinieerd in punt 6.2.6. van VN-Reglement nr. 154

1.Aanvullende informatie (indien van toepassing): (zie addendum)

2.Technische dienst die verantwoordelijk is voor de uitvoering van de tests: …

3.Datum van het testrapport van de test van type 1: …

4.Nummer van het testrapport van de test van type 1: …

5.Eventuele opmerkingen: (zie deel 3 van het addendum)

6.Plaats: …

7.Datum: …

8.Handtekening: …



Bijlagen:

Informatiepakket (6)

Testrapport(en)

▼B




Addendum bij EG-typegoedkeuringscertificaat nr. …

betreffende de typegoedkeuring van een voertuig wat emissies en de toegang tot reparatie- en onderhoudsinformatie betreft krachtens Verordening (EG) nr. 715/2007

Bij het invullen van het typegoedkeuringscertificaat moeten kruisverwijzingen naar informatie in het testrapport of inlichtingenformulier worden vermeden.

▼M3

0. IDENTIFICATIEKENMERK VAN DE INTERPOLATIEFAMILIE ZOALS GEDEFINIEERD IN BIJLAGE XXI, PUNT 5.0, BIJ VERORDENING (EU) 2017/1151

0.1.

Identificatiekenmerk: …

0.2.

Identificatiekenmerk basisvoertuig (5a) (1):…

▼B

1. AANVULLENDE INFORMATIE

▼M3

1.1.Massa van het voertuig in rijklare toestand:

VL (1): …

VH: …

1.2.Maximummassa:

VL (1): …

VH: …

1.3.Referentiemassa:

VL (1): …

VH: …

▼B

1.4.Aantal zitplaatsen: …

1.6.Carrosserietype:

1.6.1.Voor M1, M2: sedan, hatchback, stationwagen, coupé, cabriolet, multipurpose vehicle (13)

1.6.2.Voor N1, N2: vrachtwagen, bestelwagen (13)

1.7.Aangedreven wielen: vooraan/achteraan/4x4 (13)

1.8.Puur elektrisch voertuig: ja/nee (13)

1.9.Hybride elektrisch voertuig: ja/nee (13)

1.9.1.Categorie waartoe het hybride elektrische voertuig behoort: extern oplaadbaar/niet-extern oplaadbaar/brandstofcel (13)

1.9.2.Bedrijfsstandschakelaar: met/zonder (13)

1.10.Motoridentificatie:

1.10.1.Cilinderinhoud:

1.10.2.Brandstoftoevoersysteem: directe inspuiting/indirecte inspuiting (13)

1.10.3.Door de fabrikant aanbevolen brandstof:

1.10.4.1.Maximumvermogen: kW bij min–1

1.10.4.2.Maximumkoppel: Nm bij min–1

1.10.5.Drukvulling: ja/nee (13)

1.10.6.Ontstekingssysteem: compressieontsteking/elektrische ontsteking (13)

1.11.Aandrijflijn (voor puur elektrisch voertuig of hybride elektrisch voertuig) (13)

1.11.1.Nettomaximumvermogen: … kW bij: ...tot .... min (1)

1.11.2.Maximumvermogen gedurende 30 minuten: … kW

1.11.3.Nettomaximumkoppel: … Nm bij … min–1

1.12.Tractiebatterij (voor puur elektrisch voertuig of hybride elektrisch voertuig)

1.12.1.Nominale spanning: V

1.12.2.Capaciteit (in 2 uur): Ah

1.13.Transmissie: …, …

1.13.1.Type versnellingsbak: manueel/automatisch/variabele transmissie (13)

1.13.2.Aantal overbrengingsverhoudingen:

1.13.3.Totale overbrengingsverhoudingen (inclusief de rolomtrek van de belaste banden): (voertuigsnelheid (km/h)) / (motortoerental (1 000 (min–1))



Eerste versnelling: …

Zesde versnelling: …

Tweede versnelling: …

Zevende versnelling: …

Derde versnelling: …

Achtste versnelling: …

Vierde versnelling: …

Overdrive: …

Vijfde versnelling: …

1.13.4.Eindoverbrengingsverhouding:

1.14.Banden: …, …, …

Type: radiaal/diagonaal/... (14)

Afmetingen: …

Rolomtrek onder belasting:

Rolomtrek van de voor de test van type 1 gebruikte banden:

2. TESTRESULTATEN

▼M3

2.1. Testresultaten uitlaatemissies

Emissieclassificatie: ……

Resultaten test van type 1, indien van toepassing

Typegoedkeuringsnummer indien geen basisvoertuig (1): …

Test 1



Resultaat Type 1

CO

(mg/km)

THC

(mg/km)

NMHC

(mg/km)

NOx

(mg/km)

THC + NOx

(mg/km)

PM

(mg/km)

PN

(#.1011/km)

Gemeten (8) (9)

Ki × (8) (10)

(11)

Ki + (8) (10)

(11)

Gemiddelde waarde, berekend met Ki (M × Ki of M + Ki) (9)

(12)

DF (+ )(8) (10)

DF (×) (8) (10)

Definitieve gemiddelde waarde, berekend met Ki en DF (13)

Grenswaarde

Test 2 (indien van toepassing)

Herhaal de tabel van test 1 met de testresultaten van test 2.

Test 3 (indien van toepassing)

Herhaal de tabel van test 1 met de testresultaten van test 3.

Herhaal test 1, test 2 (indien van toepassing) en test 3 (indien van toepassing) voor voertuig Low (indien van toepassing) en voertuig Medium (indien van toepassing).

ATCT-test



CO2-emissie (g/km)

Gecombineerd

ATCT (14 °C) MCO2,Treg

Type 1 (23 °C) MCO2,23°

Correctiefactor voor de familie (FCF)



ATCT-testresultaat

CO

(mg/km)

THC

(mg/km)

NMHC

(mg/km)

NOx

(mg/km)

THC + NOx

(mg/km)

PM

(mg/km)

PN

(#.1011/km)

Gemeten (1)(2)

Grenswaarden

(1)

Indien van toepassing.

(2)

Afgerond op twee cijfers achter de komma.

Verschil tussen de eindtemperatuur van het motorkoelmiddel en de gemiddelde temperatuur van de impregneerzone van de laatste drie uur ΔT_ATCT (°C) voor het referentievoertuig: …

De minimale impregneertijd tsoak_ATCT (s) …

Plaats van de temperatuursensor: …

Identificatiekenmerk van de ATCT-familie

Type 2: (met inbegrip van voor de technische keuring vereiste informatie):



Test

CO-waarde

(% vol)

Lambda (1)

Motortoerental

(min–1)

Temperatuur motorolie

(°C)

Test laag stationair

n.v.t.

Test hoog stationair

Type 3: …

Type 4: … g/test;

testprocedure overeenkomstig: Bijlage 6 bij VN/ECE-Reglement nr. 83 [NEDC, 1 dag] / de bijlage bij Verordening (EU) 2017/1221 [NEDC, 2 dagen] / bijlage VI bij Verordening (EU) 2017/1151 [WLTP, 2 dagen] (1).

Type 5:

Duurzaamheidstest: test van het complete voertuig/verouderingstest op de bank/geen (1)
Verslechteringsfactor (DF): berekend/toegewezen (1)
Waarden specificeren: …
Toepasselijke cyclus van type 1(bijlage XXI, subbijlage 4, bij Verordening (EU) 2017/1151 of VN/ECE-Reglement nr. 83) (14): …



Type 6

CO (g/km)

THC (g/km)

Gemeten waarde

Grenswaarde

▼B

2.1.1.Bij bifuelvoertuigen moet de tabel met betrekking tot de test van type 1 worden herhaald voor de tweede brandstof. Bij flexfuelvoertuigen, wanneer de test volgens figuur I.2.4 van bijlage I op beide brandstoffen moet worden uitgevoerd, en bij voertuigen op lpg of aardgas/biomethaan, hetzij als bifuel, hetzij als monofuel, moet de tabel worden herhaald voor de verschillende referentiegassen die in de test worden gebruikt en moeten in een extra tabel de ongunstigste resultaten worden vermeld. Indien van toepassing moet overeenkomstig punt 3.1.4 van bijlage 12 bij VN/ECE-Reglement nr. 83 worden aangegeven of de resultaten zijn gemeten of berekend.

2.1.2.Beschrijving in woorden en/of tekening van de storingsindicator (MI): …

2.1.3.Lijst en functie van alle onderdelen die door het OBD-systeem worden bewaakt: …

2.1.4.Beschrijving in woorden (algemene werkingsprincipes) voor: …

2.1.4.1.Detectie van ontstekingsfouten (15): …

2.1.4.2.Bewaking van de katalysator (15) : …

2.1.4.3.Bewaking van de zuurstofsensor (15) : …

2.1.4.4.Andere door het OBD-systeem bewaakte onderdelen (15) : …

2.1.4.5.Bewaking van de katalysator (16): …

2.1.4.6.Bewaking van de deeltjesvanger (16) : …

2.1.4.7.Bewaking van de actuator van het elektronische brandstofsysteem (16) : …

2.1.4.8.Andere door het OBD-systeem bewaakte onderdelen: …

2.1.5.Criteria voor activering van de storingsindicator (MI) (vast aantal rijcycli of statistische methode): …

2.1.6.Lijst van alle gebruikte OBD-uitvoercodes en -formaten (met telkens een verklaring): …

2.2. Gereserveerd

2.3. Katalysatoren: ja/nee (13)

2.3.1.Originele katalysator die op alle relevante voorschriften van deze verordening is getest: ja/nee (13)

2.4. Testresultaten rookopaciteit (13)

2.4.1.

Bij constante motortoerentallen: zie testrapport nr. … …

2.4.2.

Tests bij vrije acceleratie

2.4.2.1.Gemeten waarde van de absorptiecoëfficiënt: … m–1

2.4.2.2.Gecorrigeerde waarde van de absorptiecoëfficiënt: … m–1

2.4.2.3.Plaats van het absorptiecoëfficiëntsymbool op het voertuig: …

2.5. Testresultaten CO2-emissies en brandstofverbruik

▼M3

2.5.1. Puur-ICE-voertuig en NOVC-HEV

▼M3

2.5.1.0.

Minimale en maximale CO2-waarden binnen de interpolatiefamilie

▼B

2.5.1.1

Voertuig High

2.5.1.1.1.

Energievraag cyclus: … J

2.5.1.1.2.

Wegbelastingcoëfficiënten op de weg

2.5.1.1.2.1.f0, N: …

2.5.1.1.2.2.f1, N/(km/h): …

2.5.1.1.2.3.f2, N/(km/h)2: …

▼M3

2.5.1.1.3.

CO2-massa-emissies (waarden verstrekken voor elke geteste referentiebrandstof, voor de fasen: de gemeten waarden, voor de gecombineerde waarden zie bijlage XXI, subbijlage 6, punten 1.1.2.3.8 en 1.1.2.3.9, bij Verordening (EU) 2017/1151)



CO2-emissie (g/km)

Test

Low

Medium

High

Extra High

Gecombineerd

MCO2,p,5 / MCO2,c,5

1

2

3

gemiddelde

Eindwaarden MCO2,p,H / MCO2,c,H

2.5.1.1.4.

Brandstofverbruik (waarden verstrekken voor elke geteste referentiebrandstof, voor de fasen: de gemeten waarden, voor de gecombineerde waarden zie bijlage XXI, subbijlage 6, punten 1.1.2.3.8 en 1.1.2.3.9)



Brandstofverbruik (l/100 km) of m3/100 km of kg/100 km (1)

Low

Medium

High

Extra High

Gecombineerd

Eindwaarden FCp,H / FCc,H

2.5.1.2.

Voertuig Low (indien van toepassing)

2.5.1.2.1.

Energievraag cyclus: … J

2.5.1.2.2.

Wegbelastingcoëfficiënten

2.5.1.2.2.1.

f0, N: …

2.5.1.2.2.2.

f1, N/(km/h): …

2.5.1.2.2.3.

f2, N/(km/h) (2): …

2.5.1.2.3.

CO2-massa-emissies (waarden verstrekken voor elke geteste referentiebrandstof, voor de fasen: de gemeten waarden, voor de gecombineerde waarden zie bijlage XXI, subbijlage 6, punten 1.1.2.3.8 en 1.1.2.3.9)



CO2-emissie (g/km)

Test

Low

Medium

High

Extra High

Gecombineerd

MCO2,p,5 / MCO2,c,5

1

2

3

gemiddelde

Eindwaarden MCO2,p,L / MCO2,c,L

2.5.1.2.4.

Brandstofverbruik (waarden verstrekken voor elke geteste referentiebrandstof, voor de fasen: de gemeten waarden, voor de gecombineerde waarden zie bijlage XXI, subbijlage 6, punten 1.1.2.3.8 en 1.1.2.3.9)



Brandstofverbruik (l/100 km) of m3/100 km of kg/100 km (1)

Low

Medium

High

Extra High

Gecombineerd

Eindwaarden FCp,L / FCc,L

2.5.1.3.

Voertuig M voor NOVC-HEV (indien van toepassing)

▼M3 —————

▼M3

2.5.1.3.1. Energievraag cyclus: … J

2.5.1.3.2. Wegbelastingcoëfficiënten

2.5.1.3.2.1.

f0, N: …

2.5.1.3.2.2.

f1, N/(km/h): …

2.5.1.3.2.3.

f2, N/(km/h) (2): …

2.5.1.3.3. CO2-massa-emissies (waarden verstrekken voor elke geteste referentiebrandstof, voor de fasen: de gemeten waarden, voor de gecombineerde waarden zie bijlage XXI, subbijlage 6, punten 1.1.2.3.8 en 1.1.2.3.9)



CO2-emissie (g/km)

Test

Low

Medium

High

Extra High

Gecombineerd

MCO2,p,5 / MCO2,c,5

1

2

3

gemiddelde

Eindwaarden MCO2,p,L / MCO2,c,L

2.5.1.3.4. Brandstofverbruik (waarden verstrekken voor elke geteste referentiebrandstof, voor de fasen: de gemeten waarden, voor de gecombineerde waarden zie bijlage XXI, subbijlage 6, punten 1.1.2.3.8 en 1.1.2.3.9)



Brandstofverbruik (l/100 km) of m3/100 km of kg/100 km (1)

Low

Medium

High

Extra High

Gecombineerd

Eindwaarden FCp,L / FCc,L

2.5.1.4.

Voor voertuigen die door een verbrandingsmotor worden aangedreven en zijn uitgerust met periodiek regenererende systemen zoals gedefinieerd in artikel 2, punt 6, van deze verordening, worden de testresultaten aangepast met de Ki-factor zoals vermeld in bijlage XXI, subbijlage 6, aanhangsel 1.

2.5.1.4.1. Informatie over de regeneratiestrategie voor CO2-emissies en brandstofverbruik

D = aantal werkingscycli tussen twee cycli waarin zich regeneratiefasen voordoen: …

d = aantal werkingscycli dat vereist is voor regeneratie: …

Toepasselijke cyclus van type 1(bijlage XXI, subbijlage 4, bij Verordening (EU) 2017/1151 of VN/ECE-Reglement nr. 83) (14): …



Gecombineerd

Ki (additief/multiplicatief) (1)

Waarden voor CO2 en brandstofvèrbruik (10)

Herhaal 2.5.1 bij basisvoertuig.

▼B

2.5.2. Puur elektrische voertuigen (14)

▼M3

2.5.2.1. Elektriciteitsverbruik

2.5.2.1.1. Voertuig High

2.5.2.1.1.1.

Energievraag cyclus: … J

2.5.2.1.1.2.

Wegbelastingcoëfficiënten

2.5.2.1.1.2.1.

f0, N: …

2.5.2.1.1.2.2.

f1, N/(km/h): …

2.5.2.1.1.2.3.

f2, N/(km/h) (2): …



EC (Wh/km)

Test

Stad

Gecombineerd

Berekend EC

1

2

3

gemiddelde

Opgegeven waarde

2.5.2.1.1.3.

Totale tijd dat de toleranties tijdens de cyclus worden overschreden: … sec

2.5.2.1.2. Voertuig Low (indien van toepassing)

2.5.2.1.2.1.

Energievraag cyclus: … J

2.5.2.1.2.2.

Wegbelastingcoëfficiënten

2.5.2.1.2.2.1.

f0, N: …

2.5.2.1.2.2.2.

f1, N/(km/h): …

2.5.2.1.2.2.3.

f2, N/(km/h) (2): …



EC (Wh/km)

Test

Stad

Gecombineerd

Berekend EC

1

2

3

gemiddelde

Opgegeven waarde

2.5.2.1.2.3.

Totale tijd dat de toleranties tijdens de cyclus worden overschreden: … sec

2.5.2.2. Puur elektrische actieradius (PER)

2.5.2.2.1. Voertuig High



PER (km)

Test

Stad

Gecombineerd

Gemeten puur elektrische actieradius

1

2

3

gemiddelde

Opgegeven waarde

2.5.2.2.2. Voertuig Low (indien van toepassing)



PER (km)

Test

Stad

Gecombineerd

Gemeten puur elektrische actieradius

1

2

3

gemiddelde

Opgegeven waarde

▼B

2.5.3.

OVC-HEV

▼M3

2.5.3.1. CO2-massa-emissie bij ladingbehoud

2.5.3.1.1. Voertuig High

2.5.3.1.1.1.

Energievraag cyclus: … J

2.5.3.1.1.2.

Wegbelastingcoëfficiënten

2.5.3.1.1.2.1.

f0, N: …

2.5.3.1.1.2.2.

f1, N/(km/h): …

2.5.3.1.1.2.3.

f2, N/(km/h) (2): …



CO2-emissie (g/km)

Test

Low

Medium

High

Extra High

Gecombineerd

MCO2,p,5 / MCO2,c,5

1

2

3

Gemiddeld

Eindwaarden MCO2,p,H / MCO2,c,H

2.5.3.1.2. Voertuig Low (indien van toepassing)

2.5.3.1.2.1.

Energievraag cyclus: … J

2.5.3.1.2.2.

Wegbelastingcoëfficiënten

2.5.3.1.2.2.1.

f0, N: …

2.5.3.1.2.2.2.

f1, N/(km/h): …

2.5.3.1.2.2.3.

f2, N/(km/h) (2): …



CO2-emissie (g/km)

Test

Low

Medium

High

Extra High

Gecombineerd

MCO2,p,5 / MCO2,c,5

1

2

3

Gemiddeld

Eindwaarden MCO2,p,L / MCO2,c,L

2.5.3.1.3. Voertuig M (indien van toepassing)

2.5.3.1.3.1.

Energievraag cyclus: … J

2.5.3.1.3.2.

Wegbelastingcoëfficiënten

2.5.3.1.3.2.1.

f0, N: …

2.5.3.1.3.2.2.

f1, N/(km/h): …

2.5.3.1.3.2.3.

f2, N/(km/h) (2): …



CO2-emissie (g/km)

Test

Low

Medium

High

Extra High

Gecombineerd

MCO2,p,5 / MCO2,c,5

1

2

3

Gemiddeld

MCO2,p,M / MCO2,c,M

2.5.3.2. CO2-massa-emissie bij ontlading

Voertuig High



CO2-emissie (g/km)

Test

Gecombineerd

MCO2,CD

1

2

3

Gemiddeld

Eindwaarde MCO2,CD,H

Voertuig Low (indien van toepassing)



CO2-emissie (g/km)

Test

Gecombineerd

MCO2,CD

1

2

3

Gemiddeld

Eindwaarde MCO2,CD,L

Voertuig M (indien van toepassing)



CO2-emissie (g/km)

Test

Gecombineerd

MCO2,CD

1

2

3

Gemiddeld

Eindwaarde MCO2,CD,M

▼B

2.5.3.3.

CO2-massa-emissie (gewogen, gecombineerd) (17):

Voertuig High: MCO2,weighted … g/km
Voertuig Low (indien van toepassing): MCO2,weighted … g/km
Voertuig Middel (indien van toepassing): MCO2,weighted … g/km

▼M3

2.5.3.3.1.Minimale en maximale CO2-waarden binnen de interpolatiefamilie.

▼B

2.5.3.4.

Brandstofverbruik bij ladingbehoud



Voertuig High

Brandstofverbruik (l/100 km)

Low

Medium

High

Extra High

Gecombineerd

Eindwaarden FCp,H / FCc,H



Voertuig Low (indien van toepassing)

Brandstofverbruik (l/100 km)

Low

Medium

High

Extra High

Gecombineerd

Definitieve waarden FCp,L / FCc,L



Voertuig M (indien van toepassing)

Brandstofverbruik (l/100 km)

Low

Medium

High

Extra High

Gecombineerd

Definitieve waarden FCp,M / FCc,M

▼M3

2.5.3.5.

Brandstofverbruik bij ontlading

Voertuig High



Brandstofverbruik (l/100 km)

Gecombineerd

Eindwaarden FCCD,H

Voertuig Low (indien van toepassing)



Brandstofverbruik (l/100 km)

Gecombineerd

Eindwaarden FCCD,L

Voertuig M (indien van toepassing)



Brandstofverbruik (l/100 km)

Gecombineerd

Eindwaarden FCCD,M

▼B

2.5.3.6.

Brandstofverbruik (gewogen, gecombineerd) (18) :

Voertuig High: FCweighted … l/100 km
Voertuig Low (indien van toepassing): FCweighted … l/100 km
Voertuig Medium (indien van toepassing): FCweighted … l/100 km

2.5.3.7.

Actieradius

▼M3

2.5.3.7.1. Totale elektrische actieradius (AER)



AER (km)

Test

Stad

Gecombineerd

AER-waarden

1

2

3

Gemiddeld

Eindwaarden AER

▼B

2.5.3.7.2. Equivalent totale elektrische actieradius (EAER)



EAER (km)

Stad

Gecombineerd

EAER-waarden

2.5.3.7.3. Werkelijke actieradius bij ontlading RCDA



RCDA (km)

Gecombineerd

RCDA-waarden

▼M3

2.5.3.7.4. Actieradius tijdens ontladingscyclus RCDC



RCDC (km)

Test

Gecombineerd

RCDC-waarden

1

2

3

Gemiddeld

Eindwaarden RCDC

▼B

2.5.3.8.

Elektriciteitsverbruik

2.5.3.8.1. Elektriciteitsverbruik (EC)



EC (Wh/km)

Low

Medium

High

Extra High

Stad

Gecombineerd

Waarden elektriciteitsverbruik

▼M3

2.5.3.8.2. UF-gewogen elektriciteitsverbruik bij ontlading ECAC,CD (gecombineerd)



ECAC,CD (Wh/km)

Test

Gecombineerd

ECAC,CD-waarden

1

2

3

Gemiddeld

Eindwaarden ECAC,CD

2.5.3.8.3. UF-gewogen elektriciteitsverbruik ECAC, weighted (gecombineerd)



ECAC,weighted (Wh/km)

Test

Gecombineerd

ECAC,weighted-waarden

1

2

3

Gemiddeld

Eindwaarden ECAC,weighted

Herhaal 2.5.3 bij basisvoertuig.

▼M3

2.5.4.

Brandstofcelvoertuigen (FCV)



Brandstofverbruik (kg/100 km)

Gecombineerd

Eindwaarden FCc

Herhaal 2.5.4 bij basisvoertuig.

2.5.5.

Instrument voor de meting van het brandstof- en/of elektriciteitsverbruik: ja/niet van toepassing …

▼B

2.6. Testresultaten van eco-innovaties (18) (19)



Besluit tot goedkeuring van de eco-innovatie (20)

Code van de eco-innovatie (21)

Cyclus van type 1/I (22)

1. CO2-emissies van het basisvoer tuig (g/km)

2. CO2-emissies van het eco-innovatievoertuig (g/km)

3. CO2-emissies van het basisvoer tuig in type 1-testcyclus (23)

4. CO2-emissies van het eco-innovatievoertuig in type 1-testcyclus

5. Gebruiksfactor (UF), d.w.z. het tijdsaandeel van het gebruik van de technologie onder normale omstandigheden

CO2-emissiebesparing

((1 - 2) - (3 - 4)) * 5

xxx/201x

Totale CO2-emissiebesparing tijdens de NEDC (g/km) (24)

Totale CO2-emissiebesparing tijdens de WLTP (g/km) (25)

2.6.1.

Algemene code van de eco-innovatie(s) (20): …

3. REPARATIE-INFORMATIE VAN HET VOERTUIG

3.1.Adres van de website voor toegang tot reparatie- en onderhoudsinformatie: …

3.1.1.Datum vanaf wanneer deze beschikbaar is (uiterlijk 6 maanden na de datum van typegoedkeuring): …

3.2.Voorwaarden voor toegang (d.w.z. toegangsduur, prijs van de toegang per uur, dag, maand, jaar en transactie) tot de in punt 3.1 bedoelde websites: …

3.3.Formaat van de via de in punt 3.1 bedoelde website toegankelijke reparatie- en onderhoudsinformatie: …

3.4.Certificaat van de fabrikant met betrekking tot de toegang tot reparatie- en onderhoudsinformatie: …

4. METING VAN HET VERMOGEN

Nettomaximumvermogen van verbrandingsmotor en nettovermogen en maximumvermogen gedurende 30 minuten van elektrische aandrijving

4.1. Nettovermogen van verbrandingsmotor

4.1.1.Motortoerental (min–1) …

4.1.2.Gemeten brandstofstroom (g/h) ...

4.1.3.Gemeten koppel (Nm) ...

4.1.4.Gemeten vermogen (kW) ...

4.1.5.Barometerdruk (kPa) ...

4.1.6.Waterdampdruk (kPa) ...

4.1.7.Temperatuur van de inlaatlucht (K) ...

4.1.8.Vermogenscorrectiefactor, indien toegepast …

4.1.9.Gecorrigeerd vermogen (kW) ...

4.1.10.Vermogen van hulpapparatuur (kW) ...

4.1.11.Nettovermogen (kW) ...

4.1.12.Nettokoppel (Nm) ...

4.1.13.Gecorrigeerd specifiek brandstofverbruik (g/kWh) …

4.2. Elektrische aandrijving(en):

4.2.1. Opgegeven cijfers

4.2.2.

Nettomaximumvermogen: ... kW bij … min–1

4.2.3.

Nettomaximumkoppel: … Nm bij … min–1

4.2.4.

Nettomaximumkoppel bij nulsnelheid: … Nm

4.2.5.

Maximumvermogen gedurende 30 minuten: … kW

4.2.6.

Essentiële kenmerken van de elektrische aandrijving

4.2.7.

Testspanning (gelijkstroom): … V

4.2.8.

Werkingsprincipe: …

4.2.9.

Koelsysteem:

4.2.10.

Motor: vloeistof/lucht (14)

4.2.11.

Variator: vloeistof/lucht (14)

5. OPMERKINGEN: …

Toelichting

(2)PB L 171 van 29.6.2007, blz. 1.

(3)PB L 175 van 7.7.2017, blz. 1.

(4)Indien de middelen tot identificatie van het type tekens bevatten die niet relevant zijn voor de beschrijving van het type voertuig, onderdeel of technische eenheid waarop dit inlichtingenformulier betrekking heeft, worden deze tekens op het formulier weergegeven door het symbool "?". (bv. ABC??123??).

(5)Zoals gedefinieerd in bijlage II, deel A.

▼M3

(5a)Zoals gedefinieerd in artikel 3, punt 18, van Richtlijn 2007/46/EG.

▼B

(6)Zoals gedefinieerd in artikel 3, punt 39, van Richtlijn 2007/46/EG.

(8)Indien van toepassing.

(9)Afgerond op 2 decimalen.

(10)Afgerond op 4 decimalen.

(11)Niet van toepassing.

(12)Gemiddelde waarde, berekend door de gemiddelde waarden (M.Ki) berekend voor THC en NOx op te tellen.

(13)Afgerond op 1 decimaal meer dan de grenswaarde.

(14)Toepasselijke procedure vermelden.

(20)Nummer van het besluit van de Commissie tot goedkeuring van de eco-innovatie.

(21)Toegekend in het besluit van de Commissie tot goedkeuring van de eco-innovatie.

(22)Toepasselijke cyclus van type 1: bijlage XXI, subbijlage 4, of VN/ECE-Reglement nr. 83.

(23)Indien in plaats van de type 1-testcyclus een modelleringsmethode wordt toegepast, moet hier de waarde worden vermeld die met de modelleringsmethode wordt verkregen.

(24)Totaal van de emissiebesparingen van elke afzonderlijke eco-innovatie op type I overeenkomstig VN/ECE-Reglement nr. 83.

(25)Totaal van de emissiebesparingen van elke afzonderlijke eco-innovatie op type I overeenkomstig bijlage XXI, subbijlage 4, bij deze verordening.




Aanhangsel van het addendum van het typegoedkeuringscertificaat

Overgangsperiode (correlatie output)

(Overgangsbepaling):

▼M3

1. CO2-emissies zoals bepaald volgens punt 3.2.8 van bijlage I bij de Uitvoeringsverordeningen (EU) 2017/1152 en (EU) 2017/1153)

▼B

1.1. Versie Co2mpas

1.2. Voertuig High

1.2.1. CO2-massa-emissies (elke geteste referentiebrandstof)



CO2-emissie (g/km)

Stad

Buiten de stad

Gecombineerd

MCO2,NEDC_H,co2mpas

1.3. Voertuig Low (indien van toepassing)

1.3.1. CO2-massa-emissies (elke geteste referentiebrandstof)



CO2-emissie (g/km)

Stad

Buiten de stad

Gecombineerd

MCO2,NEDC_L,co2mpas

2. CO2-emissietestresultaten (indien van toepassing)

2.1. Voertuig High

▼M3

2.1.1. CO2-massa-emissies (voor elke geteste referentiebrandstof), voor puur-ICE-voertuigen en NOVC-HEV's



CO2-emissie (g/km)

Stedelijk

Buiten de stad

Gecombineerd

MCO2,NEDC_H,test

▼M3

2.1.2. OVC-testresultaten

2.1.2.1. CO2-massa-emissie voor OVC-HEV's



CO2-emissie (g/km)

Gecombineerd

MCO2,NEDC_H,test,condition A

MCO2,NEDC_H,test,condition B

MCO2,NEDC_H,test,weighted

▼B

2.2. Voertuig Low (indien van toepassing)

▼M3

2.2.1. CO2-massa-emissies (voor elke geteste referentiebrandstof), voor puur-ICE-voertuigen en NOVC-HEV's



CO2-emissie (g/km)

Stedelijk

Buiten de stad

Gecombineerd

MCO2,NEDC_L,test

▼M3

2.2.2. OVC-testresultaten

2.2.2.1. CO2-massa-emissie voor OVC-HEV's



CO2-emissie (g/km)

Gecombineerd

MCO2,NEDC_L,test,condition A

MCO2,NEDC_L,test,condition B

MCO2,NEDC_L,test,weighted

▼M3

3. Afwijkings- en verificatiefactoren (bepaald volgens punt 3.2.8 van de uitvoeringsverordeningen (EU) 2017/1152 en (EU) 2017/1153)



Afwijkingsfactor (indien van toepassing)

Verificatiefactor (indien van toepassing)

1 of 0

Identificatiecode (hashcode) van het volledige correlatiedossier (bijlage I, punt 3.1.1.2, bij de Uitvoeringsverordeningen (EU) 2017/1152 en (EU) 2017/1153)

▼M3

4. Eindwaarden NEDC voor CO2 en brandstofverbruik

4.1. Eindwaarden NEDC (voor elke geteste referentiebrandstof) voor puur-ICE-voertuigen en NOVC-HEV's



Stedelijk

Buiten de stad

Gecombineerd

CO2-emissie (g/km)

MCO2,NEDC_L, final

MCO2,NEDC_H, final

Brandstofverbruik (l/100 km)

FCNEDC_L, final

FCNEDC_H, final

4.2. Eindwaarden NEDC (voor elke geteste referentiebrandstof) voor OVC-HEV's

4.2.1.

CO2-emissie (g/km): zie de punten 2.1.2.1 en 2.2.2.1

4.2.2.

Elektriciteitsverbruik (Wh/km): zie de punten 2.1.2.2 en 2.2.2.2

4.2.3.

Brandstofverbruik (l/100 km)



Brandstofverbruik (l/100 km)

Gecombineerd

FCNEDC_L,test,condition A

FCNEDC_L,test,condition B

FCNEDC_L,test,weighted

▼M5 —————

▼B




Aanhangsel 6

Nummeringssysteem EG-typegoedkeuringscertificaten

1.

Het derde deel van het overeenkomstig artikel 6, lid 1, toegekende EG-typegoedkeuringsnummer bestaat uit het nummer van de uitvoeringshandeling of de recentste wijzigingshandeling die op de EG-typegoedkeuring van toepassing is. Dit nummer wordt gevolgd door één of meer letters waaruit de categorie blijkt, zoals aangegeven in tabel 1.

▼M2



Tabel 1

Letter

Emissienorm

OBD-norm

Voertuigcategorie en -klasse

Motor

Datum van tenuitvoerlegging: nieuwe typen

Datum van tenuitvoerlegging: nieuwe voertuigen

Uiterste datum van registratie

AA

Euro 6c

Euro 6-1

M, N1 klasse I

PI, CI

31.8.2018

BA

Euro 6b

Euro 6-1

M, N1 klasse I

PI, CI

31.8.2018

AB

Euro 6c

Euro 6-1

N1 klasse II

PI, CI

31.8.2019

BB

Euro 6b

Euro 6-1

N1 klasse II

PI, CI

31.8.2019

AC

Euro 6c

Euro 6-1

N1 klasse III, N2

PI, CI

31.8.2019

BC

Euro 6b

Euro 6-1

N1 klasse III, N2

PI, CI

31.8.2019

AD

Euro 6c

Euro 6-2

M, N1 klasse I

PI, CI

1.9.2018

31.8.2019

AE

Euro 6c-EVAP

Euro 6-2

N1 klasse II

PI, CI

1.9.2019

31.8.2020

AF

Euro 6c-EVAP

Euro 6-2

N1 klasse III, N2

PI, CI

1.9.2019

31.8.2020

▼M3

AG

Euro 6d-TEMP

Euro 6-2

M, N1 klasse I

PI, CI

1.9.2017 (1)

31.8.2019

BG

Euro 6d-TEMP-EVAP

Euro 6-2

M, N1 klasse I

PI, CI

31.8.2019

CG

Euro 6d-TEMP-ISC

Euro 6-2

M, N1 klasse I

PI, CI

1.1.2019

31.8.2019

DG

Euro 6d-TEMP-EVAP-ISC

Euro 6-2

M, N1 klasse I

PI, CI

1.9.2019

1.9.2019

31.12.2020

AH

Euro 6d-TEMP

Euro 6-2

N1, klasse II

PI, CI

1.9.2018 (1)

31.8.2019

▼C4

BH

Euro 6d-TEMP-EVAP

Euro 6-2

N1, klasse II

PI, CI

31.8.2020

▼M3

CH

Euro 6d-TEMP-EVAP-ISC

Euro 6-2

N1 klasse II

PI, CI

1.9.2019

1.9.2020

31.12.2021

AI

Euro 6d-TEMP

Euro 6-2

N1, klasse III, N2

PI, CI

1.9.2018 (1)

31.8.2019

▼C4

BI

Euro 6d-TEMP-EVAP

Euro 6-2

N1, klasse III, N2

PI, CI

31.8.2020

▼M3

CI

Euro 6d-TEMP-EVAP-ISC

Euro 6-2

N1, klasse III, N2

PI, CI

1.9.2019

1.9.2020

31.12.2021

AJ

Euro 6d

Euro 6-2

M, N1 klasse I

PI, CI

31.8.2019

AK

Euro 6d

Euro 6-2

N1, klasse II

PI, CI

31.8.2020

AL

Euro 6d

Euro 6-2

N1, klasse III, N2

PI, CI

31.8.2020

AM

Euro 6d-ISC

Euro 6-2

M, N1 klasse I

PI, CI

31.12.2020

AN

Euro 6d-ISC

Euro 6-2

N1, klasse II

PI, CI

31.12.2021

AO

Euro 6d-ISC

Euro 6-2

N1, klasse III, N2

PI, CI

31.12.2021

▼M5

AP

Euro 6d-ISC-FCM

Euro 6-2

M, N1, klasse I

PI, CI

1.1.2020

1.1.2021

31.8.2024

AQ

Euro 6d-ISC-FCM

Euro 6-2

N1 klasse II

PI, CI

1.1.2021

1.1.2022

31.8.2024

AR

Euro 6d-ISC-FCM

Euro 6-2

N1, klasse III, N2

PI, CI

1.1.2021

1.1.2022

31.8.2024

▼M5

EA

Euro 6e

Euro 6-2

M, N1, N2

PI, CI

1.9.2023

1.9.2024

31.12.2025

EB

Euro 6e-bis

Euro 6-2

M, N1, N2

PI, CI

1.1.2025

1.1.2026

31.12.2027

EC

Euro 6e-bis-FCM

Euro 6-2

M, N1, N2

PI, CI

1.1.2027

1.1.2028

▼M2

AX

N.v.t.

N.v.t.

Alle voertuigen

Batterij, volledig elektrisch

AY

N.v.t.

N.v.t.

Alle voertuigen

Brandstofcel

AZ

N.v.t.

N.v.t.

Alle voertuigen met een certificaat overeenkomstig punt 2.1.1 van bijlage I

PI, CI

(1)

Deze beperking is niet van toepassing indien voor een voertuig typegoedkeuring is verleend in overeenstemming met de voorschriften van Verordening (EG) nr. 715/2007 en de uitvoeringsbepalingen daarvan vóór 1 september 2017 in geval van voertuigen uit de categorieën M en N1, klasse I, of vóór 1 september 2018 in geval van voertuigen uit categorie N1, klassen II en III, en categorie N2, overeenkomstig de laatste alinea van artikel 15, lid 4.

Verklaring:

OBD-norm „Euro 6-1” = alle OBD-voorschriften van Euro 6 maar met voorlopige OBD-grenswaarden zoals bepaald in punt 2.3.4 van bijlage XI en gedeeltelijk versoepelde IUPR;

OBD-norm „Euro 6-2” = alle OBD-voorschriften van Euro 6 maar met definitieve OBD-grenswaarden zoals bepaald in punt 2.3.3 van bijlage XI;

emissienorm „Euro 6b” = Euro 6-emissievoorschriften, inclusief herziene meetprocedure voor deeltjes, deeltjesaantalnormen (voorlopige waarden voor PI directie inspuiting);

emissienorm „Euro 6c” = RDE-NOx-tests uitsluitend voor monitoringdoeleinden (geen toepassing van niet te overschrijden emissiegrenswaarden), anders alle Euro 6-uitlaatemissievoorschriften (met inbegrip van PN RDE);

emissienorm „Euro 6c-EVAP” = RDE-NOx-tests uitsluitend voor monitoringdoeleinden (geen toepassing van niet te overschrijden emissiegrenswaarden), anders alle Euro 6-uitlaatemissievoorschriften (met inbegrip van PN RDE), herziene testprocedure voor verdampingsemissies;

emissienorm „Euro 6d-TEMP” = RDE-NOx-tests met tijdelijke conformiteitsfactoren, anders alle Euro 6-uitlaatemissievoorschriften (met inbegrip van PN RDE);

▼M3

emissienorm „Euro 6d-TEMP-ISP” = RDE-tests met tijdelijke conformiteitsfactoren, alle Euro 6-emissievoorschriften (met inbegrip van PN RDE) en nieuwe ISC-procedure;

emissienorm „Euro 6d-TEMP-EVAP-ISC” = RDE-NOx-tests met tijdelijke conformiteitsfactoren, alle Euro 6-uitlaatemissievoorschriften (met inbegrip van PN RDE), 48H-testprocedure voor verdampingsemissies en nieuwe ISC-procedure;

▼M2

emissienorm „Euro 6d-TEMP-EVAP” = RDE-NOx-tests met tijdelijke conformiteitsfactoren, anders alle Euro 6-uitlaatemissievoorschriften (met inbegrip van PN RDE), herziene testprocedure voor verdampingsemissies;

emissienorm „Euro 6d” = RDE-tests met definitieve conformiteitsfactoren, anders alle Euro 6-uitlaatemissievoorschriften, herziene testprocedure voor verdampingsemissies;

▼M3

emissienorm „Euro 6d-ISC” = RDE-NOx-tests met definitieve conformiteitsfactoren, alle Euro 6-uitlaatemissievoorschriften, 48H-testprocedure voor verdampingsemissies en nieuwe ISC-procedure;

emissienorm „Euro 6d-ISC-FCM” = RDE-NOx-tests met definitieve conformiteitsfactoren, alle Euro 6-uitlaatemissievoorschriften, 48H-testprocedure voor verdampingsemissies, voorzieningen voor monitoring van het brandstofverbruik en/of het elektrische-energieverbruik en nieuwe ISC-procedure;

▼M5

„Euro 6e” = zoals hierboven + RDE-naleving met inachtname van bijgewerkte PEMS-marges, OBFCM voor N2-voertuigen;

„Euro 6e-bis” = zoals hierboven + verhoogde uitgebreide omgevingsomstandigheden voor RDE-naleving + AES-markering + gebruiksfactor op basis van dneb (zie punt 3.2 van bijlage XXI);

„Euro 6e-bis-FCM” Euro 6e-bis-FCMzoals hierboven + gebruiksfactor op basis van dnec (zie punt 3.2. van bijlage XXI).(1)(1) In het geval dat de waarde van dnec verandert na de herziening van 2024 zal een andere letter worden toegewezen aan de voertuigentypen die worden goedgekeurd met de herziene dnec.

zoals hierboven + gebruiksfactor op basis van dnec (zie punt 3.2. van bijlage XXI).(1)

(1) In het geval dat de waarde van dnec verandert na de herziening van 2024 zal een andere letter worden toegewezen aan de voertuigentypen die worden goedgekeurd met de herziene dnec.

▼M2

▼M5

2.

VOORBEELDEN VAN TYPEGOEDKEURINGSNUMMERS

2.1.Onderstaand nummer is een voorbeeld van een typegoedkeuring van een lichte personenauto die voldoet aan Euro 6, met betrekking tot emissienorm „Euro 6d” en OBD-norm „Euro 6-2”, overeenkomstig tabel 1 aangeduid door de letters AJ. De goedkeuring is verleend krachtens de Verordening (EG) nr. 715/2007 (de basisverordening) en Verordening (EU) 2017/1151, die tot uitvoering daarvan strekt. Het is de 17e goedkeuring van deze soort die door Luxemburg wordt afgegeven, aangeduid met de code e13, zonder uitbreidingen. Het vierde en het vijfde onderdeel van het certificaatnummer zijn dus respectievelijk 0017 en 00.

e13*715/2007*2017/1151AJ*0017*00

2.2.Dit tweede voorbeeld toont een typegoedkeuring van een licht bedrijfsvoertuig van categorie N1, klasse II, dat voldoet aan Euro 6, met betrekking tot emissienorm „Euro 6d-TEMP” en OBD-norm „Euro 6-2”, overeenkomstig tabel 1 aangeduid door de letters AH. De goedkeuring is verleend krachtens de Verordening (EG) nr. 715/2007 (de basisverordening) en de uitvoeringshandelingen daarvan, zoals gewijzigd bij Verordening (EU) 2018/1832. Het is de 1e goedkeuring van deze soort die door Roemenië wordt afgegeven, aangeduid met de code e19, zonder uitbreidingen. Het vierde en het vijfde onderdeel van het certificaatnummer zijn dus respectievelijk 0001 en 00.

e19*715/2007*2018/1832AH*0001*00

2.3.Dit derde voorbeeld toont een typegoedkeuring van een lichte personenauto die voldoet aan Euro 6, met betrekking tot emissienorm „Euro 6e” en OBD-norm „Euro 6-2”, overeenkomstig tabel 1 aangeduid door de letters AJ. De goedkeuring is verleend krachtens de Verordening (EG) nr. 715/2007 (de basisverordening) en de uitvoeringshandelingen daarvan, zoals gewijzigd bij deze Verordening (EU) 2023/443. Het is een tweede uitbreiding op de 7e goedkeuring van deze soort die door Nederland wordt afgegeven, aangeduid met de code e4. Het vierde en het vijfde onderdeel van het certificaatnummer zijn dus respectievelijk 00007 en 02.

e4*715/2007*2023/443EA*00007*02

▼B




Aanhangsel 7

image

▼M5




Aanhangsel 8a

TESTRAPPORTEN

Een testrapport is het rapport dat is opgesteld door de technische dienst die krachtens dit reglement verantwoordelijk is voor het uitvoeren van de tests.

DEEL I

Waar van toepassing bevat de volgende informatie de minimumgegevens die vereist zijn voor de test van type 1.



Rapportnummer

AANVRAGER

Fabrikant

ONDERWERP

Identificatienummer(s) van de wegbelastingfamilie

:

Identificatienummer(s) van de interpolatiefamilie

:

Geteste voertuig

Merk

:

IP-identificatienummer

:

CONCLUSIE

Het geteste voertuig voldoet aan de in het onderwerp genoemde voorschriften.



PLAATS:

DD/MM/JJJJ

Algemene opmerkingen:

Indien er meerdere opties (verwijzingen) zijn, moet in het testrapport de geteste optie worden beschreven.

Indien er niet meerdere opties zijn, is een verwijzing naar het inlichtingenformulier in het begin van het testrapport voldoende.

Het staat alle technische diensten vrij aanvullende informatie toe te voegen.

In de delen van het testrapport die betrekking hebben op specifieke voertuigtypen, worden de volgende tekens opgenomen:

„a)”

Specifiek voor voertuigen met elektrische-ontstekingsmotor.

„b)”

Specifiek voor voertuigen met compressieontstekingsmotor.

1. BESCHRIJVING VAN GETESTE VOERTUIG(EN): HIGH, LOW EN MEDIUM (INDIEN VAN TOEPASSING)

1.1. Algemeen



Voertuignummers

:

prototypenummer en VIN

Categorie

:

Carrosserie

:

Aangedreven wielen

:

1.1.1. Structuur van de aandrijflijn



Structuur van de aandrijflijn

:

puur-ICE, hybride, elektrisch of brandstofcel

1.1.2. VERBRANDINGSMOTOR (indien van toepassing)

Herhaal dit punt in geval van meerdere verbrandingsmotoren



Merk

:

Type

:

Werkingsprincipe

:

tweetakt/viertakt

Aantal en opstelling van de cilinders

:

Cilinderinhoud (cm3):

:

Stationair toerental (min–1)

:

+

Hoog stationair toerental (min–1) (a)

:

+

Nominaal motorvermogen

:

kW

bij

omw./min

Nettomaximumkoppel

:

Nm

bij

omw./min

Motorsmeermiddel

:

merk en type

Koelsysteem

:

Type: lucht/water/olie

Isolatie

:

materiaal, hoeveelheid, plaats, nominaal volume en nominaal gewicht (1)

(1)

voor volume en gewicht wordt een tolerantie van +/- 10 % gehanteerd.

1.1.3. TESTBRANDSTOF voor de test van type 1 (indien van toepassing)

Herhaal dit punt in geval van meerdere testbrandstoffen



Merk

:

Type

:

benzine E10 – diesel B7 – lpg – aardgas – …

dichtheid bij 15 °C

:

Zwavelgehalte

:

alleen voor diesel B7 en benzine E10

Partijnummer

:

Willansfactoren (voor verbrandingsmotoren) voor CO2-emissie (g CO2/MJ)

:

1.1.4. BRANDSTOFTOEVOERSYSTEEM (indien van toepassing)

Herhaal dit punt in geval van meerdere brandstoftoevoersystemen



Directe inspuiting

:

ja/nee of beschrijving

Voertuigbrandstof-type

:

monofuel/bifuel/flexfuel

Regeleenheid

:

Verwijzing onderdeel

:

zoals in het inlichtingenformulier

Geteste software

:

lezen via scanner, bijvoorbeeld

Luchtstroommeter

:

Gasklephuis

:

Druksensor

:

Inspuitpomp

:

Inspuiter(s)

:

1.1.5. INLAATSYSTEEM (indien van toepassing)

Herhaal dit punt in geval van meerdere inlaatsystemen



Drukvulling

:

ja/nee

merk & type (1)

Tussenkoeler

:

ja/nee

type (lucht/lucht — lucht/water) (1)

Luchtfilter (element) (1)

:

merk & type

Inlaatgeluiddemper (1)

:

merk & type

1.1.6. UITLAATSYSTEEM EN VERDAMPINGSBEHEERSINGSSYSTEEM (indien van toepassing)

Herhaal dit punt in geval van meerdere systemen



Eerste katalysator

:

merk & verwijzing (1)

werkingsprincipe: drieweg/oxidatie/NOx-vanger/NOx-opslagsysteem/selectieve katalytische reductie …

Tweede katalysator

:

merk & verwijzing (1)

werkingsprincipe: drieweg/oxidatie/NOx-vanger/NOx-opslagsysteem/selectieve katalytische reductie …

Deeltjesvanger

:

met/zonder/niet van toepassing

gekatalyseerd: ja/nee

merk & verwijzing (1)

Referentie en positie van zuurstofsensor(en)

:

voor katalysator/na katalysator

Luchtinspuiting

:

met/zonder/niet van toepassing

Waterinspuiting

:

met/zonder/niet van toepassing

EGR

:

met/zonder/niet van toepassing

gekoeld/ongekoeld

HP/LP

Controlesysteem verdampingsemissies

:

met/zonder/niet van toepassing

Referentie en positie van NOx-sensor(en)

:

voor/na

Algemene beschrijving (1)

:

1.1.7. WARMTEOPSLAGVOORZIENING (indien van toepassing)

Herhaal dit punt in geval van meerdere warmteopslagvoorzieningen



Warmteopslagvoorziening

:

ja/nee

Warmtecapaciteit (enthalpie opgeslagen J)

:

Tijd voor warmteafgifte (s)

:

1.1.8. OVERBRENGING (indien van toepassing)

Herhaal dit punt in geval van meerdere overbrengingen



Versnellingsbak

:

handgeschakeld/automatisch/continuvariabel

Schakelprocedure

Overheersende modus (1)

:

ja/nee

normaal/aandrijving/eco/…

Gunstigste modus voor CO2-emissies en brandstofverbruik (indien van toepassing)

:

Ongunstigste modus voor CO2-emissies en brandstofverbruik (indien van toepassing)

:

Modus met hoogste elektrische-energieverbruik (indien van toepassing)

:

Regeleenheid

:

Smeermiddel versnellingsbak

:

merk en type

Banden

Merk

:

Type

:

Afmetingen voor/achter

:

Dynamische omtrek (m)

:

Bandenspanning (kPa)

:

(1)

Voor OVC-HEV’s, vermelden voor bedrijfsomstandigheden met ladingbehoud en met ontlading.

Overbrengingsverhoudingen (R.T), primaire verhoudingen (R.P) en (voertuigsnelheid (km/h))/(motortoerental (1 000 (min–1)) (V1 000 ) voor elke verhouding in de versnellingsbak (R.B)



R.B.

R.P.

R.T.

V1 000

1e

1/1

2e

1/1

3e

1/1

4e

1/1

5e

1/1

1.1.9. ELEKTRISCHE MACHINE (indien van toepassing)

Herhaal dit punt in geval van meerdere elektrische machines



Merk

:

Type

:

Piekvermogen (kW)

:

1.1.10. TRACTIE-REESS (indien van toepassing)

Herhaal dit punt in geval van meerdere tractie-REESS



Merk

:

Type

:

Capaciteit (Ah)

:

Nominale spanning (V)

:

1.1.11. BRANDSTOFCEL (indien van toepassing)

Herhaal dit punt in geval van meerdere brandstofcellen



Merk

:

Type

:

Maximumvermogen (kW)

:

Nominale spanning (V)

:

1.1.12. VERMOGENSELEKTRONICA (indien van toepassing)

Kunnen meerdere vormen van elektronica zijn (aandrijvingsomzetter, laagspanningssysteem of oplader)



Merk

:

Type

:

Vermogen (kW)

:

1.2. Beschrijving van voertuig High

1.2.1. MASSA



Testmassa VH (kg)

:

1.2.2. WEGBELASTINGPARAMETERS



f0 (N)

:

f1 (N/(km/h))

:

f2 (N/(km/h)2)

:

Energievraag cyclus (J)

:

Verwijzing naar het testrapport van de wegbelasting

:

Identificatienummer van de wegbelastingfamilie:

:

1.2.3. PARAMETERS VOOR CYCLUSSELECTIE



Cyclus (zonder schaalverkleining)

:

Klasse 1/2/3a/3b

Verhouding nominaal vermogen tot massa in rijklare toestand (PMR) (W/kg)

:

(in voorkomend geval)

Tijdens metingen gebruikte snelheidsbegrenzing

:

ja/nee

Maximumsnelheid van het voertuig (km/h)

:

Schaalverkleining (indien van toepassing)

:

ja/nee

Schaalverkleiningsfactor fdsc

:

Afstand cyclus (m)

:

Constante snelheid (bij de verkorte testprocedure)

:

indien van toepassing

1.2.4. SCHAKELPUNT (INDIEN VAN TOEPASSING)



Uitvoering voor berekening schakelpunt

(toepasselijke wijziging van Verordening (EU) 2017/1151 vermelden)

Schakelen

:

gemiddelde versnelling voor v ≥ 1 km/h, x,xxxx

nmin drive

1e versnelling

:

…min–1

1e versnelling naar 2e

:

…min–1

2e versnelling tot stilstand

:

…min–1

2e versnelling

:

…min–1

3e versnelling en hoger

:

…min–1

Versnelling 1 uitgesloten

:

ja/nee

n_95_high voor elke versnelling

:

…min–1

n_min_drive_set voor acceleratiefasen/fasen met constante snelheid (n_min_drive_up)

:

…min–1

n_min_drive_set voor vertragingsfasen (nmin_drive_down)

:

…min–1

t_start_phase

:

…s

n_min_drive_start

:

…min–1

n_min_drive_up_start

:

…min–1

gebruik van ASM

:

ja/nee

ASM-waarden

:

1.3. Beschrijving van voertuig Low (indien van toepassing)

1.3.1. MASSA



Testmassa VL (kg)

:

1.3.2. WEGBELASTINGPARAMETERS



f0 (N)

:

f1 (N/(km/h))

:

f2 (N/(km/h)2)

:

Energievraag cyclus (J)

:

Δ(CD × Af)LH (m2)

:

Verwijzing naar het testrapport van de wegbelasting

:

Identificatienummer van de wegbelastingfamilie:

:

1.3.3. PARAMETERS VOOR CYCLUSSELECTIE



Cyclus (zonder schaalverkleining)

:

Klasse 1/2/3a/3b

Verhouding nominaal vermogen tot massa in rijklare toestand (PMR) — 75kg (W/kg)

:

(in voorkomend geval)

Tijdens metingen gebruikte snelheidsbegrenzing

:

ja/nee

Maximumsnelheid van het voertuig

:

Schaalverkleining (indien van toepassing)

:

ja/nee

Schaalverkleiningsfactor fdsc

:

Afstand cyclus (m)

:

Constante snelheid (bij de verkorte testprocedure)

:

indien van toepassing

1.3.4. SCHAKELPUNT (INDIEN VAN TOEPASSING)



Schakelen

:

gemiddelde versnelling voor v ≥ 1 km/h, x,xxxx

1.4. Voertuig M beschrijving (indien van toepassing)

1.4.1. MASSA



Testmassa VL (kg)

:

1.4.2. WEGBELASTINGPARAMETERS



f0 (N)

:

f1 (N/(km/h))

:

f2 (N/(km/h)2)

:

Energievraag cyclus (J)

:

Δ(CD × Af)LH (m2)

:

Verwijzing naar het testrapport van de wegbelasting

:

Identificatienummer van de wegbelastingfamilie:

:

1.4.3. PARAMETERS VOOR CYCLUSSELECTIE



Cyclus (zonder schaalverkleining)

:

Klasse 1/2/3a/3b

Verhouding nominaal vermogen tot massa in rijklare toestand (PMR) – 75 kg (W/kg)

:

(in voorkomend geval)

Tijdens metingen gebruikte snelheidsbegrenzing

:

ja/nee

Maximumsnelheid van het voertuig

:

Schaalverkleining (indien van toepassing)

:

ja/nee

Schaalverkleiningsfactor fdsc

:

Afstand cyclus (m)

:

Constante snelheid (bij de verkorte testprocedure)

:

indien van toepassing

1.4.4. SCHAKELPUNT (INDIEN VAN TOEPASSING)



Schakelen

:

gemiddelde versnelling voor v ≥ 1 km/h, x,xxxx

2. TESTRESULTATEN

2.1. Test van type 1



Afstelmethode rollenbank

:

vaste duur/iteratief/alternatief met eigen opwarmcyclus

Dynamometer in 2WD-/4WD-modus

:

2WD/4WD

Bij 2WD-modus, draaide de niet-aangedreven as

:

ja/nee/niet van toepassing

Bedrijfsmodus van de rollenbank

ja/nee

Uitrolmodus

:

ja/nee

Aanvullende voorconditionering

:

ja/nee

beschrijving

Verslechteringsfactoren

:

toegewezen/getest

2.1.1. Voertuig High



Datum of data van de test(s)

:

(dag/maand/jaar)

Plaats van de test(s)

:

rollenbank, plaats, land

Hoogte van de onderrand van de koelventilator boven de grond (cm)

:

Laterale positie van het middelpunt van de ventilator (indien aangepast op verzoek van de fabrikant)

:

in de middellijn van het voertuig/…

Afstand van de voorkant van het voertuig (cm)

:

IWR: rating van de inertiearbeid (%)

:

Minimumduur van de door de fabrikant geboden garantie:

RMSSE: wortel van de gemiddelde gekwadrateerde snelheidsfout (km/h)

:

x,xx

Beschrijving van de aanvaarde afwijking van de rijcyclus

:

PEV vóór beëindigingscriterium

of

gaspedaal volledig ingedrukt

2.1.1.1. Verontreinigende emissies (indien van toepassing)

2.1.1.1.1. Verontreinigende emissies van voertuigen met ten minste één verbrandingsmotor, van NOVC-HEV’s en van OVC-HEV’s in geval van een test van type 1 met ladingbehoud

Onderstaande punten herhalen voor elke door de bestuurder selecteerbare modus (overheersende modus of gunstigste modus en ongunstigste modus, indien van toepassing)

Test 1



Verontreinigende stoffen

CO

THC (a)

NMHC (a)

NOx

THC + NOx (b)

Deeltjesmassa

Deeltjesaantal

(mg/km)

(mg/km)

(mg/km)

(mg/km)

(mg/km)

(mg/km)

(#.1011/km)

Gemeten waarden

Regeneratiefactoren (Ki)(2)

Additief

Regeneratiefactoren (Ki)(2)

Multiplicatief

Verslechteringsfactoren (DF) additief

Verslechteringsfactoren (DF) multiplicatief

Eindwaarden

Grenswaarden



(2) Zie Ki-familierapport(en)

:

Type 1/I verricht voor bepaling Ki

:

in overeenstemming met bijlage B4 bij VN-Reglement nr. 154 of VN/ECE-Reglement nr. 83 (1)

Identificatienummer van de regeneratiefamilie

:

(1)

Vermelden naargelang van het geval.

Test 2 (indien van toepassing): voor CO2 (dCO21)/voor verontreinigende stoffen (90 % van de grenswaarden)/voor beide

Testresultaten registreren volgens de tabel van test 1

Test 3 (indien van toepassing): voor CO2 (dCO22)

Testresultaten registreren volgens de tabel van test 1

2.1.1.1.2. Verontreinigende emissies van OVC-HEV’s in geval van een test van type 1 met ontlading

Test 1

Grenswaarden voor verontreinigende emissies moeten worden nageleefd en het volgende punt moet worden herhaald voor elke gereden testcyclus.



Verontreinigende stoffen

CO

THC (a)

NMHC (a)

NOx

THC + NOx (b)

Deeltjesmassa

Deeltjesaantal

(mg/km)

(mg/km)

(mg/km)

(mg/km)

(mg/km)

(mg/km)

(#.1011/km)

Gemeten waarden enkele cyclus

Grenswaarden enkele cyclus

Test 2 (indien van toepassing): voor CO2 (dCO21)/voor verontreinigende stoffen (90 % van de grenswaarden)/voor beide

Testresultaten registreren volgens de tabel van test 1

Test 3 (indien van toepassing): voor CO2 (dCO22)

Testresultaten registreren volgens de tabel van test 1

2.1.1.1.3. UF-GEWOGEN VERONTREINIGENDE EMISSIES VAN OVC-HEV’S



Verontreinigende stoffen

CO

THC (a)

NMHC (a)

NOx

THC + NOx (b)

Deeltjesmassa

Deeltjesaantal

(mg/km)

(mg/km)

(mg/km)

(mg/km)

(mg/km)

(mg/km)

(#.1011/km)

Berekende waarden

2.1.1.2. CO2-emissies (indien van toepassing)

2.1.1.2.1. CO2-emissies van voertuigen met ten minste een verbrandingsmotor, van NOVC-HEV’s en van OVC-HEV’s in geval van een test van type 1 met ladingbehoud

Onderstaande punten herhalen voor elke door de bestuurder selecteerbare modus (overheersende modus of gunstigste modus en ongunstigste modus, indien van toepassing)

Test 1



CO2-emissies

Low

Medium

High

Extra High

Gecombineerd

Gemeten waarde MCO2,p,1/ MCO2,c,2

Voor snelheid en afstand gecorrigeerde waarde MCO2,p,2b / MCO2,c,2b

RCB-correctiecoëfficiënt: (5)

MCO2,p,3 / MCO2,c,3

Regeneratiefactoren (Ki)

Additief

Regeneratiefactoren (Ki)

Multiplicatief

MCO2,c,4

AFKi = MCO2,c,3 / MCO2,c,4

MCO2,p,4 / MCO2,c,4

ATCT-correctie (FCF) (4)

Tijdelijke waarden MCO2,p,5 / MCO2,c,5

Opgegeven waarde

dCO21 * opgegeven waarde



(4) FCF: correctiefactor voor de familie voor het corrigeren voor representatieve regionale temperatuuromstandigheden (ATCT).

Zie ATCT-familierapport(en)

:

Identificatienummer van de ATCT-familie

:

(5) correctie als bedoeld in bijlage B6 — aanhangsel 2 van VN-Reglement nr. 154 voor puur-ICE-voertuigen en bijlage B8 — aanhangsel 2 van VN-Reglement nr. 154 voor HEV’s (KCO2)

Test 2 (indien van toepassing)

Testresultaten registreren volgens de tabel van test 1

Test 3 (indien van toepassing)

Testresultaten registreren volgens de tabel van test 1

Conclusie



CO2-emissie (g/km)

Low

Medium

High

Extra High

Gecombineerd

Gemiddelde van MCO2,p,6 / MCO2,c,6

Alignering MCO2,p,7 / MCO2,c,7

Eindwaarden MCO2,p,H / MCO2,c,H

Informatie voor de conformiteit van de productie van OVC-HEV’s



Gecombineerd

CO2-emissie (g/km)

MCO2,CS,COP

AFCO2,CS

2.1.1.2.2. CO2-massa-emissies van OVC-HEV’s in geval van een test van type 1 met ontlading

Test 1



CO2-emissie (g/km)

Gecombineerd

Berekende waarde MCO2,CD

Opgegeven waarde

dCO21

Test 2 (indien van toepassing)

Testresultaten registreren volgens de tabel van test 1

Test 3 (indien van toepassing)

Testresultaten registreren volgens de tabel van test 1

Conclusie



CO2-emissie (g/km)

Gecombineerd

Gemiddelde van MCO2,CD

Eindwaarde MCO2,CD

2.1.1.2.3. UF-GEWOGEN CO2-EMISSIES VAN OVC-HEV’S



CO2-emissie (g/km)

Gecombineerd

Berekende waarde MCO2,weighted

2.1.1.3. Brandstofverbruik (indien van toepassing)

2.1.1.3.1. Brandstofverbruik van voertuigen met één verbrandingsmotor, van NOVC-HEV’s en van OVC-HEV’s in geval van een test van type 1 met ladingbehoud

Onderstaande punten herhalen voor elke door de bestuurder selecteerbare modus (overheersende modus of gunstigste modus en ongunstigste modus, indien van toepassing)



Brandstofverbruik (l/100 km)

Low

Medium

High

Extra High

Gecombineerd

Eindwaarden FCp,H / FCc,H(1)

(1)

Berekend van gealigneerde CO2-waarden.

A- OBFCM voor voertuigen als bedoeld in artikel 4 bis

a. Toegankelijkheid van gegevens

De in bijlage XXII, punt 3, vermelde parameters zijn toegankelijk: ja/niet van toepassing

b. Nauwkeurigheid (indien van toepassing)



Fuel_ConsumedWLTP (liter) (2)

Voertuig HIGH — Test 1

x,xxx Totaal

Voertuig HIGH — Test 2 (indien van toepassing)

x,xxx Totaal

Voertuig HIGH — Test 3 (indien van toepassing)

x,xxx Totaal

Voertuig LOW — Test 1 (indien van toepassing)

x,xxx Totaal

Voertuig LOW — Test 2 (indien van toepassing)

x,xxx Totaal

Voertuig LOW — Test 3 (indien van toepassing)

x,xxx Totaal

Totaal

x,xxx Totaal

Fuel_ConsumedOBFCM (liter) (3)

Voertuig HIGH — Test 1

x,xxx (1)

Voertuig HIGH — Test 2 (indien van toepassing)

x,xxx (1)

Voertuig HIGH — Test 3 (indien van toepassing)

x,xxx (1)

Voertuig LOW — Test 1 (indien van toepassing)

x,xxx (1)

Voertuig LOW — Test 2 (indien van toepassing)

x,xxx (1)

Voertuig LOW — Test 3 (indien van toepassing)

x,xxx (1)

Totaal

x,xxx (1)

Nauwkeurigheid (4)

x,xxx Totaal

(1)

In het geval dat het OBFCM-signaal slechts kan worden uitgelezen tot twee decimalen, wordt de derde decimaal ingevoerd als nul.

(2)

Overeenkomstig bijlage XXII

(3)

Overeenkomstig bijlage XXII

(4)

Overeenkomstig bijlage XXII

2.1.1.3.2. Brandstofverbruik van OVC-HEV’s en OVC-FCHV’s in geval van een test van type 1 met ontlading

Test 1



Brandstofverbruik (l/100 km of kg/100 km)

Gecombineerd

Berekende waarde FCCD

Test 2 (indien van toepassing)

Testresultaten registreren volgens de tabel van test 1

Test 3 (indien van toepassing)

Testresultaten registreren volgens de tabel van test 1

Conclusie



Brandstofverbruik (l/100 km of kg/100 km)

Gecombineerd

Gemiddelde van FCCD

Eindwaarde FCCD

2.1.1.3.3. UF-gewogen brandstofverbruik van OVC-HEV’s en OVC-FCHV’s



Brandstofverbruik (l/100 km of kg/100 km)

Gecombineerd

Berekende waarde FCweighted

2.1.1.3.4. Brandstofverbruik van NOVC-FCHV’s en OVC-FCHV’s in geval van een test van type 1 met ladingbehoud

Onderstaande punten herhalen voor elke door de bestuurder selecteerbare modus (overheersende modus of gunstigste modus en ongunstigste modus, indien van toepassing)



Brandstofverbruik (kg/100 km)

Gecombineerd

Gemeten waarden

RCB-correctiecoëfficiënt

Eindwaarden FCc

2.1.1.4. ACTIERADIUS (INDIEN VAN TOEPASSING)

2.1.1.4.1. Actieradius voor OVC-HEV’s en OVC-FCHV’s (indien van toepassing)

2.1.1.4.1.1. Totale elektrische actieradius (AER)

Test 1



AER (km)

Stad

Gecombineerd

Gemeten/berekende waarden AER

Opgegeven waarde

Test 2 (indien van toepassing)

Testresultaten registreren volgens de tabel van test 1

Test 3 (indien van toepassing)

Testresultaten registreren volgens de tabel van test 1

Conclusie



AER (km)

Stad

Gecombineerd

Gemiddelde AER (indien van toepassing)

Eindwaarden AER

2.1.1.4.1.2. Equivalente totale elektrische actieradius



EAER (km)

Low

Medium

High

Extra High

Stad

Gecombineerd

Eindwaarden EAER

2.1.1.4.1.3. Werkelijke actieradius bij ontlading



RCDA (km)

Gecombineerd

Eindwaarde RCDA

2.1.1.4.1.4. Actieradius ontladingscyclus

Test 1



RCDC (km)

Gecombineerd

Eindwaarde RCDC

Indexnummer van de overgangscyclus

REEC van bevestigingscyclus (%)

Test 2 (indien van toepassing)

Testresultaten registreren volgens de tabel van test 1

Test 3 (indien van toepassing)

Testresultaten registreren volgens de tabel van test 1

2.1.1.4.2. Actieradius voor PEV’s - puur elektrische actieradius (indien van toepassing)

Test 1



PER (km)

Low

Medium

High

Extra High

Stad

Gecombineerd

Berekende waarden PER

Opgegeven waarde

Test 2 (indien van toepassing)

Testresultaten registreren volgens de tabel van test 1

Test 3 (indien van toepassing)

Testresultaten registreren volgens de tabel van test 1

Conclusie



PER (km)

Stad

Gecombineerd

Gemiddelde PER

Eindwaarden PER

2.1.1.5. ELEKTRICITEITSVERBRUIK (INDIEN VAN TOEPASSING)

2.1.1.5.1. Elektriciteitsverbruik van OVC-HEV’s en OVC-FCHV’s (al naargelang het geval)

2.1.1.5.1.1. Oplaadenergie (EAC)



EAC(Wh)

2.1.1.5.1.2. Elektriciteitsverbruik (EC)



EC (Wh/km)

Low

Medium

High

Extra High

Stad

Gecombineerd

Eindwaarden EC

2.1.1.5.1.3. UF-gewogen elektriciteitsverbruik bij ontlading

Test 1



ECAC,CD (Wh/km)

Gecombineerd

Berekende waarde ECAC,CD

Test 2 (indien van toepassing)

Testresultaten registreren volgens de tabel van test 1

Test 3 (indien van toepassing)

Testresultaten registreren volgens de tabel van test 1

Conclusie (indien van toepassing)



ECAC,CD (Wh/km)

Gecombineerd

Gemiddelde ECAC,CD

Eindwaarde

2.1.1.5.1.4. UF-gewogen elektriciteitsverbruik

Test 1



ECAC,weighted (Wh)

Gecombineerd

Berekende waarde ECAC,weighted

Test 2 (indien van toepassing)

Testresultaten registreren volgens de tabel van test 1

Test 3 (indien van toepassing)

Testresultaten registreren volgens de tabel van test 1

Conclusie (indien van toepassing)



ECAC,weighted (Wh/km)

Gecombineerd

Gemiddelde ECAC,weighted

Eindwaarde

2.1.1.5.1.5. Informatie voor de conformiteit van de productie



Gecombineerd

Elektriciteitsverbruik (Wh/km) ECDC,CD,COP

AFEC,AC,CD

2.1.1.5.2. Elektriciteitsverbruik van PEV’s (indien van toepassing)

Test 1



EC (Wh/km)

Stad

Gecombineerd

Berekende waarden EC

Opgegeven waarde

Test 2 (indien van toepassing)

Testresultaten registreren volgens de tabel van test 1

Test 3 (indien van toepassing)

Testresultaten registreren volgens de tabel van test 1



EC (Wh/km)

Low

Medium

High

Extra High

Stad

Gecombineerd

Gemiddelde EC

Eindwaarden EC

Informatie voor de conformiteit van de productie



Gecombineerd

Elektriciteitsverbruik (Wh/km) ECDC,COP

AFEC

2.1.2. VOERTUIG LOW (INDIEN VAN TOEPASSING)

Herhaal punt 2.1.1

2.1.3. VOERTUIG M (INDIEN VAN TOEPASSING)

Herhaal punt 2.1.1

2.1.4. DEFINITIEVE CRITERIA-EMISSIEWAARDEN (INDIEN VAN TOEPASSING)



Verontreinigende stoffen

CO

THC (a)

NMHC (a)

NOx

THC + NOx (b)

PM

PN

(mg/km)

(mg/km)

(mg/km)

(mg/km)

(mg/km)

(mg/km)

(#.1011/km)

Hoogste waarden (1)

(1)

Vermeld voor elke verontreinigende stof de hoogste waarde binnen alle gemiddelde testresultaten van VH, VL (indien van toepassing) en VM (indien van toepassing).

2.2. Test van type 2 (a)

Met inbegrip van de emissiegegevens die vereist zijn voor de technische keuring



Test

CO (vol-%)

Lambda (1)

Motortoerental (min-1)

Olietemperatuur (°C)

Stationair draaien

Hoog stationair

(1)

Doorhalen wat niet van toepassing is (soms hoeft niets te worden doorgehaald als meerdere antwoorden mogelijk zijn).

2.3. Test van type 3 (a)

Cartergasemissies in de atmosfeer: Geen

2.4. Test van type 4 (a)



Identificatienummer van de familie

:

Zie rapport(en)

:

2.5. Test van type 5



Identificatienummer van de familie

:

Zie rapport(en) over duurzaamheidsfamilie

:

Cyclus van type 1/I voor criteria emissietests

:

Overeenkomstig VN-Reglement 154, bijlage B4 of VN/ECE-Reglement nr. 83 (1)

(1)

Vermelden naargelang van het geval.

2.6. RDE-test (type 1a)



RDE-familienummer

:

MSxxxx

Zie familierapport(en)

:

2.7. Test van type 6 (a)



Identificatienummer van de familie

Datum van de tests

:

(dag/maand/jaar)

Plaats van de tests

:

Afstelmethode van de rollenbank

:

uitrollen (wegbelastingreferentie)

Traagheidsmassa (kg)

:

Indien afwijkend van het voertuig van de test van type 1

:

Banden

:

Merk

:

Type

:

Afmetingen voor/achter

:

Dynamische omtrek (m)

:

Bandenspanning (kPa)

:



Verontreinigende stoffen

CO

(g/km)

HC

(g/km)

Test

1

2

3

Gemiddeld

Grens

2.8. Boorddiagnosesysteem



Identificatienummer van de familie

:

Zie familierapport(en)

:

2.9. Rookopaciteitstest (b)

2.9.1. TESTS BIJ CONSTANTE SNELHEID



Zie familierapport(en)

:

2.9.2. TESTS BIJ VRIJE ACCELERATIE



Gemeten absorptiewaarde (m– 1)

:

Gecorrigeerde absorptiewaarde (m– 1)

:

2.10. Motorvermogen



Zie rapport(en) of goedkeuringsnummer

:

2.11. Temperatuurinformatie met betrekking tot voertuig High (VH)



Op het ongunstigste geval gebaseerde aanpak met betrekking tot isolatie

:

ja/nee (1)

Op het ongunstigste geval gebaseerde aanpak voor afkoeling van het voertuig

:

ja/nee (10)

Uit één interpolatiefamilie bestaande ATCT-familie

:

ja/nee (10)

Temperatuur van het motorkoelmiddel aan het einde van de impregneertijd (°C)

:

Gemiddelde temperatuur van de impregneerzone tijdens de laatste drie uur (°C)

:

Verschil tussen de eindtemperatuur van het motorkoelmiddel en de gemiddelde temperatuur van de impregneerzone tijdens de laatste drie uur ΔT_ATCT (°C)

:

De minimale impregneertijd tsoak_ATCT (s)

:

Plaats van de temperatuursensor

:

Gemeten motortemperatuur

:

olie/koelmiddel

(1)

Indien „ja”, dan zijn de laatste zes regels niet van toepassing.

2.12. Uitlaatgasnabehandeling met gebruik van een reagens



Identificatienummer van de familie

:

Zie familierapport(en)

:

DEEL II

Waar van toepassing bevat de volgende informatie de minimumgegevens die vereist zijn voor de ATCT-test.



Rapportnummer

AANVRAGER

Fabrikant

ONDERWERP

Identificatienummer(s) van de wegbelastingfamilie

:

Identificatienummer(s) van de interpolatiefamilie

:

ATCT-identificatiecode(s)

:

Geteste voertuig

Merk

:

IP-identificatienummer

:

CONCLUSIE

Het geteste voertuig voldoet aan de in het onderwerp genoemde voorschriften.



PLAATS:

DD/MM/JJJJ

Algemene opmerkingen:

Indien er meerdere opties (verwijzingen) zijn, moet in het testrapport de geteste optie worden beschreven.

Indien er niet meerdere opties zijn, is een verwijzing naar het inlichtingenformulier in het begin van het testrapport voldoende.

Het staat alle technische diensten vrij aanvullende informatie toe te voegen.

In de delen van het testrapport die betrekking hebben op specifieke voertuigtypen, worden de volgende tekens opgenomen;

„(a)”

Specifiek voor voertuigen met elektrische-ontstekingsmotor.

„(b)”

Specifiek voor voertuigen met compressieontstekingsmotor.

1. BESCHRIJVING VAN GETESTE VOERTUIG

1.1. ALGEMEEN



Voertuignummers

:

prototypenummer en VIN

Categorie

:

Carrosserie

:

Aangedreven wielen

:

1.1.1. Structuur van de aandrijflijn



Structuur van de aandrijflijn

:

puur-ICE, hybride, elektrisch of brandstofcel

1.1.2. VERBRANDINGSMOTOR (indien van toepassing)

Herhaal dit punt in geval van meerdere verbrandingsmotoren



Merk

:

Type

:

Werkingsprincipe

:

tweetakt/viertakt

Aantal en opstelling van de cilinders

:

Cilinderinhoud (cm3):

:

Stationair toerental (min–1)

:

±

Hoog stationair toerental (min–1) (a)

:

±

Nominaal motorvermogen

:

kW

bij

omw./min

Nettomaximumkoppel

:

Nm

bij

omw./min

Motorsmeermiddel

:

merk en type

Koelsysteem

:

Type: lucht/water/olie

Isolatie

:

materiaal, hoeveelheid, plaats, nominaal volume en nominaal gewicht (1)

(1)

voor volume en gewicht wordt een tolerantie van +/- 10 % toegestaan.

1.1.3. TESTBRANDSTOF voor de test van type 1 (indien van toepassing)

Herhaal dit punt in geval van meerdere testbrandstoffen



Merk

:

Type

:

benzine E10 — diesel B7 — lpg — aardgas — …

dichtheid bij 15 °C

:

Zwavelgehalte

:

alleen voor diesel en benzine

Bijlage IX

:

Partijnummer

:

Willansfactoren (voor verbrandingsmotoren) voor CO2-emissie (g CO2/MJ)

:

Directe inspuiting

:

ja/nee of beschrijving

Voertuigbrandstof type

:

monofuel/bifuel/flexfuel

Regeleenheid

Verwijzing onderdeel

:

zoals in het inlichtingenformulier

Geteste software

:

lezen via scanner, bijvoorbeeld

Luchtstroommeter

:

Gasklephuis

:

Druksensor

:

Inspuitpomp

:

Inspuiter(s)

:

1.1.4. BRANDSTOFTOEVOERSYSTEEM (indien van toepassing)

Herhaal dit punt in geval van meerdere brandstoftoevoersystemen

1.1.5. INLAATSYSTEEM (indien van toepassing)

Herhaal dit punt in geval van meerdere inlaatsystemen



Drukvulling

:

ja/nee

merk & type (1)

Tussenkoeler

:

ja/nee

type (lucht/lucht — lucht/water) (1)

Luchtfilter (element) (1)

:

merk & type

Inlaatgeluiddemper (1)

:

merk & type

1.1.6. UITLAATSYSTEEM EN VERDAMPINGSBEHEERSINGSSYSTEEM (indien van toepassing)

Herhaal dit punt in geval van meerdere systemen



Eerste katalysator

:

merk & verwijzing (1)

werkingsprincipe: drieweg/oxidatie/NOx-vanger/NOx-opslagsysteem/selectieve katalytische reductie

Tweede katalysator

:

merk & verwijzing (1)

werkingsprincipe: drieweg/oxidatie/NOx-vanger/NOx-opslagsysteem/selectieve katalytische reductie

Deeltjesvanger

:

met/zonder/niet van toepassing

gekatalyseerd: ja/nee

merk & verwijzing (1)

Referentie en positie van zuurstofsensor(en)

:

voor katalysator/na katalysator

Luchtinspuiting

:

met/zonder/niet van toepassing

EGR

:

met/zonder/niet van toepassing

gekoeld/ongekoeld

HP/LP

Controlesysteem verdampingsemissies

:

met/zonder/niet van toepassing

Referentie en positie van NOx-sensor(en)

:

voor/na

Algemene beschrijving (1)

:

1.1.7. WARMTEOPSLAGVOORZIENING (indien van toepassing)

Herhaal dit punt in geval van meerdere warmteopslagvoorzieningen



Warmteopslagvoorziening

:

ja/nee

Warmtecapaciteit (enthalpie opgeslagen J)

:

Tijd voor warmteafgifte (s)

:

1.1.8. OVERBRENGING (indien van toepassing)

Herhaal dit punt in geval van meerdere overbrengingen



Versnellingsbak

:

handgeschakeld/automatisch/ continuvariabel

Schakelprocedure

Overheersende modus

:

ja/nee

normaal/aandrijving/eco/…

Gunstigste modus voor CO2-emissies en brandstofverbruik (indien van toepassing)

:

Ongunstigste modus voor CO2-emissies en brandstofverbruik (indien van toepassing)

:

Regeleenheid

:

Smeermiddel versnellingsbak

:

merk en type

Banden

Merk

:

Type

:

Afmetingen voor/achter

:

Dynamische omtrek (m)

:

Bandenspanning (kPa)

:

Overbrengingsverhoudingen (R.T), primaire verhoudingen (R.P) en (voertuigsnelheid (km/h))/(motortoerental (1 000 (min– 1)) (V1000) voor elke verhouding in de versnellingsbak (R.B)



R.B.

R.P.

R.T.

V1000

1e

1/1

2e

1/1

3e

1/1

4e

1/1

5e

1/1

1.1.9. ELEKTRISCHE MACHINE (indien van toepassing)

Herhaal dit punt in geval van meerdere elektrische machines



Merk

:

Type

:

Piekvermogen (kW)

:

1.1.10. TRACTIE-REESS (indien van toepassing)

Herhaal dit punt in geval van meerdere tractie-REESS



Merk

:

Type

:

Capaciteit (Ah)

:

Nominale spanning (V)

:

1.1.11.

1.1.12. VERMOGENSELEKTRONICA (indien van toepassing)

Kunnen meerdere vormen van elektronica zijn (aandrijvingsomzetter, laagspanningssysteem of oplader)



Merk

:

Type

:

Vermogen (kW)

:

1.2. VOERTUIGBESCHRIJVING

1.2.1. MASSA



Testmassa VH (kg)

:

1.2.2. WEGBELASTINGPARAMETERS



f0 (N)

:

f1 (N/(km/h))

:

f2 (N/(km/h)2)

:

f2_TReg (N/(km/h)2)

:

Energievraag cyclus (J)

:

Verwijzing naar het testrapport van de wegbelasting

:

Identificatienummer van de wegbelastingfamilie

:

1.2.3. PARAMETERS VOOR CYCLUSSELECTIE



Cyclus (zonder schaalverkleining)

:

Klasse 1/2/3a/3b

Verhouding nominaal vermogen tot massa in rijklare toestand (PMR) — 75kg (W/kg)

:

(in voorkomend geval)

Tijdens metingen gebruikte snelheidsbegrenzing

:

ja/nee

Maximumsnelheid van het voertuig (km/h)

:

Schaalverkleining (indien van toepassing)

:

ja/nee

Schaalverkleiningsfactor fdsc

:

Afstand cyclus (m)

:

Constante snelheid (bij de verkorte testprocedure)

:

indien van toepassing

1.2.4. SCHAKELPUNT (INDIEN VAN TOEPASSING)



Uitvoering voor berekening schakelpunt

(toepasselijke wijziging van Verordening (EU) 2017/1151 vermelden)

Schakelen

:

Gemiddelde versnelling voor v ≥ 1 km/h, afgerond op vier decimalen

nmin drive

1e versnelling

:

…min–1

1e versnelling naar 2e

:

…min–1

2e versnelling tot stilstand

:

…min–1

2e versnelling

:

…min–1

3e versnelling en hoger

:

…min–1

Versnelling 1 uitgesloten

:

ja/nee

n_95_high voor elke versnelling

:

…min–1

n_min_drive_set voor acceleratiefasen/fasen met constante snelheid (n_min_drive_up)

:

…min–1

n_min_drive_set voor vertragingsfasen (nmin_drive_down)

:

…min–1

t_start_phase

:

…s

n_min_drive_start

:

…min–1

n_min_drive_up_start

:

…min–1

gebruik van ASM

:

ja/nee

ASM-waarden

:

2. TESTRESULTATEN



Afstelmethode rollenbank

:

vaste duur/iteratief/alternatief met eigen opwarmcyclus

Dynamometer in 2WD-/4WD-modus

:

2WD/4WD

Bij 2WD-modus, draaide de niet-aangedreven as

:

ja/nee/niet van toepassing

Bedrijfsmodus van de rollenbank

ja/nee

Uitrolmodus

:

ja/nee

2.1. TEST BIJ 14 °C



Datum of data van de test(s)

:

(dag/maand/jaar)

Plaats van de test(s)

:

Hoogte van de onderrand van de koelventilator boven de grond (cm)

:

Laterale positie van het middelpunt van de ventilator (indien aangepast op verzoek van de fabrikant)

:

in de middellijn van het voertuig/…

Afstand van de voorkant van het voertuig (cm)

:

IWR: rating van de inertiearbeid (%)

:

Minimumduur van de door de fabrikant geboden garantie:

RMSSE: wortel van de gemiddelde gekwadrateerde snelheidsfout (km/h)

:

x,xx

Beschrijving van de aanvaarde afwijking van de rijcyclus

:

gaspedaal volledig ingedrukt

2.1.1. Verontreinigende emissies van voertuigen met ten minste één verbrandingsmotor, van NOVC-HEV’s en van OVC-HEV’s in geval van een test met ladingbehoud



Verontreinigende stoffen

CO

THC (a)

NMHC (a)

NOx

THC + NOx (b)

Deeltjesmassa

Deeltjesaantal

(mg/km)

(mg/km)

(mg/km)

(mg/km)

(mg/km)

(mg/km)

(#.1011/km)

Gemeten waarden

Grenswaarden

2.1.2. CO2-emissies van voertuigen met ten minste één verbrandingsmotor, van NOVC-HEV’s en van OVC-HEV’s in geval van een test met ladingbehoud



CO2-emissie (g/km)

Low

Medium

High

Extra High

Gecombineerd

Gemeten waarde MCO2,p,1/ MCO2,c,2

Gemeten voor snelheid en afstand gecorrigeerde waarde MCO2,p,2b / MCO2,c,2b

RCB-correctiecoëfficiënt (1)

MCO2,p,3 / MCO2,c,3

(1)

Correctie zoals bedoeld in bijlage B6, aanhangsel 2, van VN-Reglement nr. 154 voor voertuigen met verbrandingsmotor, KCO2 voor HEV’s

2.2. TEST BIJ 23 °C

Informatie verstrekken of verwijzen naar testrapport van test van type 1



Datum van de tests

:

(dag/maand/jaar)

Plaats van de test

:

Hoogte van de onderrand van de koelventilator boven de grond (cm)

:

Laterale positie van het middelpunt van de ventilator (indien aangepast op verzoek van de fabrikant)

:

in de middellijn van het voertuig/…

Afstand van de voorkant van het voertuig (cm)

:

IWR: rating van de inertiearbeid (%)

:

x,x

RMSSE: wortel van de gemiddelde gekwadrateerde snelheidsfout (km/h)

:

x,xx

Beschrijving van de aanvaarde afwijking van de rijcyclus

:

gaspedaal volledig ingedrukt

2.2.1. Verontreinigende emissies van voertuigen met ten minste één verbrandingsmotor, van NOVC-HEV’s en van OVC-HEV’s in geval van een test met ladingbehoud



Verontreinigende stoffen

CO

THC (a)

NMHC (a)

NOx

THC + NOx (b)

Deeltjesmassa

Deeltjesaantal

(mg/km)

(mg/km)

(mg/km)

(mg/km)

(mg/km)

(mg/km)

(#.1011/km)

Eindwaarden

Grenswaarden

2.2.2. CO2-emissies van voertuigen met ten minste één verbrandingsmotor, van NOVC-HEV’s en van OVC-HEV’s in geval van een test met ladingbehoud



CO2-emissie (g/km)

Low

Medium

High

Extra High

Gecombineerd

Gemeten waarde MCO2,p,1/ MCO2,c,2

Gemeten voor snelheid en afstand gecorrigeerde waarde MCO2,p,2b / MCO2,c,2b

RCB-correctiecoëfficiënt (1)

MCO2,p,3 / MCO2,c,3

(1)

Correctie als bedoeld in aanhangsel 2 van bijlage B6 bij VN-Reglement nr. 154 voor ICE-voertuigen, en aanhangsel 2 van bijlage B6 bij VN-Reglement nr. 154 voor HEV’s (KCO2).

2.3. CONCLUSIE



CO2-emissie (g/km)

Gecombineerd

ATCT (14 °C) MCO2,Treg

Type 1 (23 °C) MCO2,23o

Correctiefactor voor de familie (FCF)

2.4. TEMPERATUURINFORMATIE van het referentievoertuig na de test bij 23 °C



Op het ongunstigste geval gebaseerde aanpak met betrekking tot isolatie

:

ja/nee (1)

Op het ongunstigste geval gebaseerde aanpak voor afkoeling van het voertuig

:

ja/nee (13)

Uit één interpolatiefamilie bestaande ATCT-familie

:

ja/nee (13)

Temperatuur van het motorkoelmiddel aan het einde van de impregneertijd (°C)

:

Gemiddelde temperatuur van de impregneerzone tijdens de laatste drie uur (°C)

:

Verschil tussen de eindtemperatuur van het motorkoelmiddel en de gemiddelde temperatuur van de impregneerzone tijdens de laatste drie uur ΔT_ATCT (°C)

:

De minimale impregneertijd tsoak_ATCT (s)

:

Plaats van de temperatuursensor

:

Gemeten motortemperatuur

:

olie/koelmiddel

(1)

Indien „ja”, dan zijn de laatste zes regels niet van toepassing.




Aanhangsel 8b

Testrapport van de wegbelasting

Waar van toepassing bevat de volgende informatie de minimumgegevens die vereist zijn voor de test van de wegbelasting.



Rapportnummer

AANVRAGER

Fabrikant

ONDERWERP

Bepaling van de wegbelasting van het voertuig /...

Identificatienummer(s) van de wegbelastingfamilie

:

Geteste voertuig

Merk

:

Type

:

CONCLUSIE

Het geteste voertuig voldoet aan de in het onderwerp genoemde voorschriften.



PLAATS:

DD/MM/JJJJ

1. BETROKKEN VOERTUIG(EN)



Betrokken merk(en)

:

Betrokken type(n)

:

Handelsbenaming

:

Maximumsnelheid (km/h)

:

Aangedreven as(sen)

:

2. BESCHRIJVING VAN GETESTE VOERTUIG(EN)

Indien geen interpolatie: ongunstigste voertuig (wat energievraag betreft) moet worden beschreven

2.1. Windtunnelmethode



In combinatie met

:

dynamometer met platte riemen of rollenbank

2.1.1. Algemeen



Windtunnel

Rollenbank

HR

LR

HR

LR

Merk

Type

Versie

Energievraag tijdens een volledige WLTC-cyclus van klasse 3 (kJ)

Afwijking van productiereeks

Afstand (km)

Of (in geval van wegbelastingmatrixfamilie):



Merk

:

Type

:

Versie

:

Energievraag tijdens een volledige WLTC-cyclus (kJ)

:

Afwijking van productiereeks

:

Afstand (km)

:

2.1.2. Massa’s



Rollenbank

HR

LR

Testmassa (kg)

Gemiddelde massa mav (kg)

Waarde van mr (kg per as)

Voertuig van categorie M:

het percentage van de massa van het voertuig in rijklare toestand op de vooras

Voertuig van categorie N:

gewichtsverdeling (kg of %)

Of (in geval van wegbelastingmatrixfamilie):



Testmassa (kg)

:

Gemiddelde massa mav (kg)

:

(gemiddelde voor en na de test)

Technisch toelaatbare maximummassa in beladen toestand

:

Geschat rekenkundig gemiddelde van de massa van de optionele uitrusting

:

Voertuig van categorie M:

het percentage van de massa van het voertuig in rijklare toestand op de vooras

:

Voertuig van categorie N:

gewichtsverdeling (kg of %)

:

2.1.3. Banden



Windtunnel

Rollenbank

HR

LR

HR

LR

Maataanduiding

Merk

Type

Rolweerstand

Voorkant (kg/t)

Achterkant (kg/t)

Bandenspanning

Voorkant (kPa)

Achterkant (kPa)

Of (in geval van wegbelastingmatrixfamilie):



Maataanduiding

Merk

:

Type

:

Rolweerstand

Voorkant (kg/t)

:

Achterkant (kg/t)

:

Bandenspanning

Voorkant (kPa)

:

Achterkant (kPa)

:

2.1.4. Carrosserie



Windtunnel

HR

LR

Type

AA/AB/AC/AD/AE/AF BA/BB/BC/BD

Versie

Aerodynamische voorzieningen

Beweegbare aerodynamische carrosseriedelen

ja/nee en vermelden indien van toepassing

Lijst van gemonteerde aerodynamische opties

Delta (CD × Af)LH vergeleken met HR (m2)

Of (in geval van wegbelastingmatrixfamilie):



Beschrijving van de vorm van de carrosserie

:

vierkant vlak (indien geen representatieve carrosserievorm voor een compleet voertuig kan worden bepaald)

Frontaal oppervlakte Afr (m2)

:

2.2. OP HET WEGDEK

2.2.1. Algemeen



HR

LR

Merk

Type

Versie

Energievraag tijdens een volledige WLTC-cyclus van klasse 3 (kJ)

Afwijking van productiereeks

Afgelegde afstand

Of (in geval van wegbelastingmatrixfamilie):



Merk

:

Type

:

Versie

:

Energievraag tijdens een volledige WLTC-cyclus (kJ)

:

Afwijking van productiereeks

:

Afstand (km)

:

2.2.2. Massa’s



HR

LR

Testmassa (kg)

Gemiddelde massa mav (kg)

Waarde van mr (kg per as)

Voertuig van categorie M:

het percentage van de massa van het voertuig in rijklare toestand op de vooras

Voertuig van categorie N:

gewichtsverdeling (kg of %)

Of (in geval van wegbelastingmatrixfamilie):



Testmassa (kg)

:

Gemiddelde massa mav (kg)

:

(gemiddelde voor en na de test)

Technisch toelaatbare maximummassa in beladen toestand

:

Geschat rekenkundig gemiddelde van de massa van de optionele uitrusting

:

Voertuig van categorie M:

het percentage van de massa van het voertuig in rijklare toestand op de vooras

Voertuig van categorie N:

gewichtsverdeling (kg of %)

2.2.3. Banden



HR

LR

Maataanduiding

Merk

Type

Rolweerstand

Voorkant (kg/t)

Achterkant (kg/t)

Bandenspanning

Voorkant (kPa)

Achterkant (kPa)

Of (in geval van wegbelastingmatrixfamilie):



Maataanduiding

:

Merk

:

Type

:

Rolweerstand

Voorkant (kg/t)

:

Achterkant (kg/t)

:

Bandenspanning

Voorkant (kPa)

:

Achterkant (kPa)

:

2.2.4. Carrosserie



HR

LR

Type

AA/AB/AC/AD/AE/AF BA/BB/BC/BD

Versie

Aerodynamische voorzieningen

Beweegbare aerodynamische carrosseriedelen

ja/nee en vermelden indien van toepassing

Lijst van gemonteerde aerodynamische opties

Delta (CD × Af)LH vergeleken met HR (m2)

Of (in geval van wegbelastingmatrixfamilie):



Beschrijving van de vorm van de carrosserie

:

vierkant vlak (indien geen representatieve carrosserievorm voor een compleet voertuig kan worden bepaald)

Frontaal oppervlakte Afr (m2)

:

2.3. AANDRIJFLIJN

2.3.1. Voertuig High



Motorcode

:

Type transmissie

:

handmatig/automatisch/CVT

Transmissiemodel

(fabriekscodes)

:

(koppelwaarde en aantal koppelingen → (te vermelden op het inlichtingenformulier)

Betrokken transmissiemodellen

(fabriekscodes)

:

Motortoerental gedeeld door voertuigsnelheid

:

Versnelling

Overbrengingsverhouding

N/V-verhouding

1e

1/..

2e

1/..

3e

1/..

4e

1/..

5e

1/..

6th

1/..

..

..

In positie N gekoppelde elektrische machine(s)

:

n.v.t. (geen elektrische machine of uitrolmodus)

Type en aantal elektrische machines

:

constructietype: asynchroon/synchroon…

Type koelmiddel

:

lucht, vloeistof…

2.3.2. Voertuig Low

Herhaal §2.3.1. met VL-gegevens

2.4. TESTRESULTATEN

2.4.1. Voertuig High



Data van de tests

:

dd/mm/jjjj (windtunnel)

dd/mm/jjjj (dynamometer)

of

dd/mm/jjjj (op de weg)



OP HET WEGDEK

Testmethode

:

uitrol

of koppelmetermethode

Faciliteit (naam/plaats/referentie van de testbaan)

:

Uitrolmodus

:

j/n

Wieluitlijning

:

waarden toespoor en camber

Vrije hoogte boven het wegdek (1)

:

Voertuighoogte (2)

:

Smeermiddelen van de aandrijving

:

Smeermiddelen van de wiellagers

:

Afstelling van de remmen om niet-representatieve parasitaire weerstand te voorkomen

:

Maximale referentiesnelheid (km/h)

:

Anemometrie

:

stationair

of aan boord: invloed van anemometrie (CD × A) en of daarvoor is gecorrigeerd of niet

Aantal splitsingen

:

Wind

:

gemiddelde, pieken en richting in samenhang met de richting van de testbaan

Luchtdruk

:

Temperatuur (gemiddelde waarde)

:

Windcorrectie

:

j/n

Aanpassing van de bandenspanning

:

j/n

Ruwe resultaten

:

koppelmethode:

c0 =

c1 =

c2 =

uitrolmethode:

f0

f1

f2

Eindresultaten

koppelmethode:

c0 =

c1 =

c2 =

en

f0 =

f1 =

f2 =

uitrolmethode:

f0 =

f1 =

f2 =

(1)

Zoals beschreven in punt 4.2 van aanhangsel 1 van bijlage I bij Verordening (EU) 2018/858.

(2)

De dimensie zoals gedefinieerd in punt 6.3 van ISO-norm 612:1978;

of



WINDTUNNELMETHODE

Faciliteit (naam/locatie/referentie van de dynamometer)

:

Kwalificatie van de faciliteiten

:

referentie en datum van rapport

Rollenbank

Type dynamometer

:

met platte riemen of rollenbank

Methode

:

methode met gestabiliseerde snelheid of met vertraging

Opwarming

:

opwarming op de dynamometer of door met het voertuig te rijden

Correctie van de rolkromme

:

(voor rollenbank, indien van toepassing)

Afstelmethode dynamometer

:

vaste duur/iteratief/alternatief met eigen opwarmcyclus

Gemeten aerodynamische weerstandscoëfficiënt vermenigvuldigd met het frontaal gebied

:

Snelheid (km/h)

CD × A (m2)

Resultaat

:

f0 =

f1 =

f2 =

of



WEGBELASTINGMATRIX OP HET WEGDEK

Testmethode

:

uitrol

of koppelmetermethode

Faciliteit (naam/plaats/referentie van de testbaan)

:

Uitrolmodus

:

j/n

Wieluitlijning

:

waarden toespoor en camber

Vrije hoogte boven het wegdek (1)

:

Voertuighoogte (2)

:

Smeermiddelen van de aandrijving

:

Smeermiddelen van de wiellagers

:

Afstelling van de remmen om niet-representatieve parasitaire weerstand te voorkomen

:

Maximale referentiesnelheid (km/h)

:

Anemometrie

:

stationair

of aan boord: invloed van anemometrie (CD × A) en of daarvoor is gecorrigeerd of niet

Aantal splitsingen

:

Wind

:

gemiddelde, pieken en richting in samenhang met de richting van de testbaan

Luchtdruk

:

Temperatuur (gemiddelde waarde)

:

Windcorrectie

:

j/n

Aanpassing van de bandenspanning

:

j/n

Ruwe resultaten

:

koppelmethode:

c0r =

c1r =

c2r =

uitrolmethode:

f0r =

f1r =

f2r =

Eindresultaten

koppelmethode:

c0r =

c1r =

c2r =

en

f0r (berekend voor voertuig HM) =

f2r (berekend voor voertuig HM) =

f0r (berekend voor voertuig LM) =

f2r (berekend voor voertuig LM) =

uitrolmethode:

f0r (berekend voor voertuig HM) =

f2r (berekend voor voertuig HM) =

f0r (berekend voor voertuig LM) =

f2r (berekend voor voertuig LM) =

(1)

Zoals beschreven in punt 4.2 van aanhangsel 1 van bijlage I bij Verordening (EU) 2018/858.

(2)

De dimensie zoals gedefinieerd in punt 6.3 van ISO-norm 612:1978;

of



WEGBELASTINGMATRIXMETHODE IN DE WINDTUNNEL

Faciliteit (naam/locatie/referentie van de dynamometer)

:

Kwalificatie van de faciliteiten

:

referentie en datum van rapport

Rollenbank

Type dynamometer

:

met platte riemen of rollenbank

Methode

:

methode met gestabiliseerde snelheid of met vertraging

Opwarming

:

opwarming op de dynamometer of door met het voertuig te rijden

Correctie van de rolkromme

:

(voor rollenbank, indien van toepassing)

Afstelmethode dynamometer

:

vaste duur/iteratief/alternatief met eigen opwarmcyclus

Gemeten aerodynamische weerstandscoëfficiënt vermenigvuldigd met het frontaal gebied

:

Snelheid (km/h)

CD × A (m2)

Resultaat

:

f0r =

f1r =

f2r =

f0r (berekend voor voertuig HM) =

f2r (berekend voor voertuig HM) =

f0r (berekend voor voertuig LM) =

f2r (berekend voor voertuig LM) =

2.4.2. Voertuig Low

herhaal §2.4.1. met VL-gegevens;




Aanhangsel 8c

Model voor testblad

Het „testblad” bevat de testgegevens die wel zijn geregistreerd maar in geen enkel testrapport zijn opgenomen.

Het (de) testblad(en) wordt (worden) gedurende ten minste tien jaar door de technische dienst of de fabrikant bewaard.

Waar van toepassing bevat de volgende informatie de minimumgegevens die vereist zijn voor testbladen.



Overeenkomstig bijlage B4 bij VN-Reglement nr. 154

De coëfficiënten, c0, c1 en c2

:

c0 =

c1 =

c2 =

De op de dynamometer gemeten uitroltijden

:

Referentiesnelheid (km/h)

Uitroltijd (s)

130

120

110

100

90

80

70

60

50

40

30

20

Er kan extra gewicht in of op het voertuig worden geplaatst om het slippen van de banden te voorkomen

:

gewicht (kg)

op/in het voertuig

De uitroltijden na het verrichten van de uitrolprocedure van het voertuig

:

Referentiesnelheid (km/h)

Uitroltijd (s)

130

120

110

100

90

80

70

60

50

40

30

20

Overeenkomstig bijlage B5 bij VN-Reglement nr. 154

Doelmatigheid van NOx-omzetter

Aangegeven concentraties a), b), c) en d), en de concentratie wanneer de NOx-analysator in de NO-stand staat, zodat het kalibratiegas niet door de omzetter stroomt

:

a) =

b) =

c) =

d) =

concentratie in NO-stand =

Overeenkomstig bijlage B6 bij VN-Reglement nr. 154

De daadwerkelijk door het voertuig gereden afstand

:

Voor het voertuig met handmatige transmissie, voertuig met HT dat de cycluscurve niet kan volgen

De afwijkingen van de rijcyclus

:

Rijcurve-indices:

de volgende indices moeten worden berekend overeenkomstig SAE J2951 (herziening Jan-2014):

:

:

IWR: rating van de inertiearbeid

:

RMSSE: wortel van de gemiddelde gekwadrateerde snelheidsfout

:

:

:

Weging van het deeltjesbemonsteringsfilter

Filter voor de test

:

Filter na de test

:

Referentiefilter

:

Gehalte van elk van de gemeten verbindingen na stabilisering van het meetapparaat

:

Bepalen van regeneratiefactor

Het aantal cycli D tussen twee WLTC’s waarin regeneratie optreedt

:

Het aantal cycli waarbinnen emissies worden gemeten n

:

Meting van massa-emissies M′sij voor elke verbinding i in elke cyclus j

:

Bepalen van regeneratiefactor

Aantal toepasselijke testcycli d gemeten voor volledige regeneratie

:

Bepalen van regeneratiefactor

Msi

:

Mpi

:

Ki

:

Overeenkomstig bijlage B6a bij VN-Reglement nr. 154

ATCT

Luchttemperatuur en vochtigheid van de testcel gemeten bij de uitlaat van de koelventilator van het voertuig met een minimumfrequentie van 0,1 Hz

:

Temperatuurinstelpunt = Treg

werkelijke temperatuurwaarde

± 3 °C bij het begin van de test

± 5 °C tijdens de test

De temperatuur van de impregneerzone voortdurend gemeten met een minimumfrequentie van 0,033 Hz

:

Temperatuurinstelpunt = Treg

werkelijke temperatuurwaarde

± 3 °C bij het begin van de test

± 5 °C tijdens de test

Tijd van overdracht van de voorconditioneringszone naar de impregneerzone

:

≤ 10 minuten

Tijd tussen het einde van de test van type 1 en de afkoelprocedure

:

≤ 10 minuten

Gemeten impregneertijd, te registreren op alle desbetreffende testbladen

:

tijd tussen de meting van de eindtemperatuur en het einde van de test van type 1 bij 23 °C

Overeenkomstig bijlage C3 bij VN-Reglement nr. 154

Dagtest

Omgevingstemperatuur tijdens de twee dagcycli (registratie ten minste elke minuut)

:

Belading koolstofhouder na uitstoot

Omgevingstemperatuur tijdens het eerste 11-uursprofiel (registratie ten minste elke 10 minuten)

:

▼M3




Aanhangsel 8d

▼M5

Testrapport van de verdampingsemissies

▼M3

Waar van toepassing bevat de volgende informatie de minimumgegevens die vereist zijn voor de verdampingsemissietest.

Rapportnummer



AANVRAGER

Fabrikant

ONDERWERP

Identificatienummer van de verdampingsfamilie

:

Geteste voertuig

Merk

:

CONCLUSIE

Het geteste voertuig voldoet aan de in het onderwerp genoemde voorschriften.



PLAATS:

DD/MM/JJJJ

Het staat alle technische diensten vrij aanvullende informatie toe te voegen.

1. BESCHRIJVING VAN GETESTE VOERTUIG HIGH):



Voertuignummers

:

Prototypenummer en VIN

Categorie

:

1.1. Structuur van de aandrijflijn



Structuur van de aandrijflijn

:

verbranding, hybride, elektrisch of brandstofcel

1.2. Verbrandingsmotor

Herhaal dit punt in geval van meerdere verbrandingsmotoren



Merk

:

Type

:

Werkingsprincipe

:

tweetakt/viertakt

Aantal en opstelling van de cilinders

:

Cilinderinhoud (cm3)

:

Drukvulling

:

ja/nee

Directe inspuiting

:

ja/nee of beschrijving

Voertuigbrandstof type

:

monofuel/bifuel/flexfuel

Motorsmeermiddel

:

merk en type

Koelsysteem

:

type: lucht/water/olie

1.4. Brandstofsysteem



Inspuitpomp

:

Inspuiter(s)

:

Brandstoftank

Laag/lagen

:

eenlagig/meerlagig

Materiaal van de brandstoftank

:

metaal/ …

Materiaal voor andere delen van het brandstofsysteem

:

Afgedicht

:

ja/nee

Nominale tankinhoud (l)

:

Blik (canister)

Merk en Type

:

Type actief koolstof

:

Volume van de koolstof (l)

:

Massa van de koolstof (g)

:

Aangegeven butaancapaciteit (g)

:

xx,x

2. TESTRESULTATEN

▼M5

2.1. Veroudering koolstofhouder op de bank



Datum van de tests

:

(dag/maand/jaar)

Plaats van de test

:

Testverslag van de koolstofhouderveroudering

:

Densiteit

:

Brandstofspecificaties

Merk

:

Type

:

specificaties van referentiebrandstoffen …

Dichtheid bij 15 °C (kg/m3)

:

Ethanolgehalte (%)

:

Partijnummer

:

▼M3

2.2. Bepaling van de permeabiliteitsfactor (PF)



Datum van de tests

:

(dag/maand/jaar)

Plaats van de test

:

Testverslag van de permeabiliteitsfactor

:

de in week 3 gemeten koolstofwateremissies, HC3W (mg/24h)

:

xxx

de in week 20 gemeten koolstofwateremissies, HC20W (mg/24h)

:

xxx

Permeabiliteitsfactor, PF (mg/24h)

:

xxx

Bij meerlagige tanks of metale tanks



Alternatieve permeabiliteitsfactor, PF (mg/24h)

:

ja/nee

2.3. Verdampingstest



Datum van de tests

:

(dag/maand/jaar)

Plaats van de test

:

Afstelmethode rollenbank

:

vaste duur/iteratief/alternatief met eigen opwarmcyclus

Bedrijfsmodus van de rollenbank

ja/nee

Uitrolmodus

:

ja/nee

2.3.1. Massa



Testmassa VH (kg)

:

2.3.2. Wegbelastingparameters



f0 (N)

:

f1 (N/(km/h))

:

f2 (N/(km/h)2)

:

2.3.3. Cyclus en schakelpunt (indien van toepassing)



Cyclus (zonder schaalverkleining)

:

klasse 1/2/3

Schakelen

:

gemiddelde versnelling voor v ≥ 1 km/h, afgerond op vier decimalen

2.3.4. Voertuig



Getest voertuig

:

VH of beschrijving

Afstand (km)

:

Leeftijd (weken)

:

2.3.5. Testprocedure en testresultaten



Testprocedure

:

doorlopend (afgedichte brandstoftanksystemen) / doorlopend (niet-afgedichte brandstoftanksystemen) / losstaand (afgedichte brandstoftanksystemen)

Beschrijving van de impregneringsperioden (tijd en temperaturen)

:

Beladingswaarde dampverlies (g)

:

xx,x (indien van toepassing)



Verdampingstest

warmtestuwing, MHS

1e 24h-verlies, MD1

2e 24h-verlies, MD2

Gemiddelde temperatuur (°C)

Verdampingsemissies (g/test)

x,xxx

x,xxx

x,xxx

Eindresultaat, MHS + MD1 + MD2 + (2 × PF) (g/test)

x,xx

▼M5 —————

▼M5

2.3.6.

Aangetoonde procedures voor alternatieve tests van de conformiteit van de productie, waar van toepassing:



Lektest

:

Alternatieve drukken en/of tijd of alternatieve testprocedures

Ontluchtingstest

:

Alternatieve druk en/of tijd of alternatieve testprocedures

Ontlaadtest

:

Alternatieve stroom of testprocedure

Afgedichte tank

:

Alternatieve testprocedures

▼M5




BIJLAGE II

Methode voor de conformiteit tijdens het gebruik

1. INLEIDING

Deze bijlage bevat de ISC-methode voor de controle van naleving van de emissiegrenswaarden voor uitlaatgasemissies (met inbegrip van die bij lage temperatuur) en verdampingsemissies gedurende de normale levensduur van het voertuig.

2. BESCHRIJVING VAN HET PROCES

image

Figuur 1

Illustratie van het ISC-proces (waarbij TIGV verwijst naar de typegoedkeuringsinstantie die goedkeuring verleent en OEM naar de oorspronkelijke fabrikant, en andere actoren zijn gedefinieerd als: TGI verwijst naar een andere typegoedkeuringsinstantie dan die welke de relevante typegoedkeuring verleent, TS verwijst naar technische dienst, EC naar de Commissie en derden die aan de voorschriften van Uitvoeringsverordening (EU) 2022/163 voldoen)

3. DEFINITIE ISC-FAMILIE

Een ISC-familie bestaat uit de volgende voertuigen:

a)

voor uitlaatemissies (tests van type 1, type 1a en type 6): de voertuigen die binnen de PEMS-testfamilie vallen, zoals beschreven in bijlage IIIA, punt 3.3;

b)

voor verdampingsemissies (test van type 4): de voertuigen die binnen de verdampingsemissiefamilie vallen, zoals beschreven in punt 6.6.3 van VN-Reglement nr. 154.

4. INFORMATIEVERZAMELING EN INITIËLE RISICOBEOORDELING

De typegoedkeuringsinstantie die goedkeuring verleent en andere actoren verzamelen informatie over mogelijke gevallen van niet-naleving door emissies die relevant is voor de beslissing welke ISC-families in een bepaald jaar worden gecontroleerd. Zij houden in het bijzonder rekening met de informatie waarin voertuigtypen worden aangeduid met hoge emissies onder reële rijomstandigheden. Die informatie wordt verkregen met geschikte methoden, waaronder teledetectie, vereenvoudigde boordmonitoringsystemen voor emissies (SEMS) en tests met PEMS. Het aantal en de relevantie van de tijdens de tests waargenomen overtredingen kunnen worden gebruikt bij het bepalen van de prioriteit bij ISC-tests.

Als onderdeel van de voor de ISC-controles verstrekte informatie brengt elke fabrikant bij de typegoedkeuringsinstantie die goedkeuring verleent verslag uit over emissiegerelateerde garantieclaims en eventuele emissiegerelateerde reparatiewerkzaamheden die onder de garantie vallen en die tijdens servicebeurten worden verricht of geregistreerd, volgens een door de typegoedkeuringsinstantie die goedkeuring verleent en de fabrikant bij de typegoedkeuring overeengekomen formaat. De informatie bevat details over de frequentie en aard van fouten voor emissiegerelateerde onderdelen en systemen van de ISC-familie. De ISC-rapporten worden ten minste eens per jaar ingediend voor elke ISC-familie voor de periode waarin de ISC-controles worden verricht, overeenkomstig artikel 9, lid 3. De ISC-rapporten worden op verzoek beschikbaar gesteld.

Op basis van de in de eerste en tweede alinea bedoelde informatie voert de typegoedkeuringsinstantie die goedkeuring verleent een initiële beoordeling uit van het risico dat een ISC-familie de ISC-voorschriften niet naleeft, en zij besluit op basis daarvan welke families worden getest en welke testtypen worden verricht volgens de ISC-bepalingen. Daarnaast kan een typegoedkeuringsinstantie die goedkeuring verleent willekeurig ISC-families voor tests selecteren.

Andere actoren houden rekening met de overeenkomstig het eerste lid verzamelde informatie om de prioriteiten voor het testen te bepalen. Daarnaast kunnen zij willekeurig ISC-families voor tests selecteren.

5. ISC-TEST

De fabrikant verricht ISC-tests voor uitlaatemissies, waaronder ten minste de test van type 1 voor alle ISC-families. De fabrikant kan eveneens tests van type 1a, type 4 en van type 6 verrichten voor alle of sommige ISC-families. De fabrikant meldt alle resultaten van de ISC-tests bij de typegoedkeuringsinstantie die goedkeuring verleent, via het in punt 5.9 beschreven elektronisch platform voor de conformiteit tijdens het gebruik, of met behulp van andere passende middelen indien dit niet mogelijk is.

De typegoedkeuringsinstantie die goedkeuring verleent, controleert een passend aantal ISC-families per jaar, zoals vermeld in punt 5.4. De typegoedkeuringsinstantie die goedkeuring verleent, dient alle resultaten van de ISC-tests in op het in punt 5.9 beschreven elektronisch platform voor de conformiteit tijdens het gebruik.

Andere actoren kunnen elk jaar test verrichten van eender welk aantal ISC-families. Zij melden alle resultaten van de ISC-tests bij de typegoedkeuringsinstantie die goedkeuring verleent, via het in punt 5.9 beschreven elektronisch platform voor de conformiteit tijdens het gebruik, of met behulp van andere passende middelen indien dit niet mogelijk is.

5.1. Kwaliteitsborging van de tests

De typegoedkeuringsinstantie die goedkeuring verleent, verifieert de door de fabrikant verrichte ISC-controles jaarlijks. De typegoedkeuringsinstantie die goedkeuring verleent, kan ook de door derden verrichte ISC-controles verifiëren. Die verificatie wordt gebaseerd op de informatie die wordt verstrekt door de fabrikanten, of door derden, waarbij ten minste het gedetailleerde ISC-rapport overeenkomstig aanhangsel 3 moet worden inbegrepen. De typegoedkeuringsinstantie die goedkeuring verleent, kan van de fabrikanten of van derden vereisen dat zij aanvullende informatie indienen.

5.2. Bekendmaking van testresultaten

Zodra de resultaten van de nalevingsbeoordeling en de corrigerende maatregelen voor een bepaalde ISC-familie beschikbaar worden, deelt de typegoedkeuringsinstantie die goedkeuring verleent die resultaten mee aan andere actoren die de testresultaten voor die familie hebben verstrekt.

De testresultaten, met inbegrip van de gedetailleerde gegevens voor alle geteste voertuigen, mogen alleen publiekelijk bekend worden gemaakt nadat de typegoedkeuringsinstantie die typegoedkeuring verleent het jaarlijkse rapport of de resultaten van een individuele ISC-procedure bekend heeft gemaakt, of nadat de statistische procedure (zie punt 5.10) is gesloten zonder een resultaat te hebben opgeleverd. Indien de resultaten van de door andere actoren uitgevoerde ISC-tests worden bekendgemaakt, moet worden gerefereerd aan het jaarlijkse rapport van de typegoedkeuringsinstantie die die resultaten heeft overlegd.

5.3. Soorten tests

ISC-tests mogen alleen worden verricht op voertuigen die zijn geselecteerd overeenkomstig aanhangsel 1.

ISC-tests met de test van type 1 moeten worden verricht overeenkomstig bijlage XXI.

ISC-tests met de test van type 1a moeten worden verricht overeenkomstig bijlage XXA, tests van type 4 moeten worden verricht overeenkomstig aanhangsel 2 en tests van type 6 moeten worden verricht overeenkomstig bijlage VIII.

5.4. Frequentie en toepassingsgebied van ISC-tests

De tijdsperiode tussen het begin van twee controles van de conformiteit tijdens het gebruik door de fabrikant van een bepaalde ISC-familie mag niet meer dan 24 maanden bedragen.

De frequentie waarmee de typegoedkeuringsinstantie die goedkeuring verleent de ISC-tests verricht, moet worden bepaald op basis van een risicobeoordelingsmethode die overeenstemt met de internationale norm ISO 31000:2018 — Risk Management — Principles and guidelines, en die de resultaten van de initiële beoordeling volgens punt 4 omvat.

Elke typegoedkeuringsinstantie die goedkeuring verleent voert de tests van zowel type 1 als type 1a uit op ten minste 5 % van de ISC-families per fabrikant per jaar of op ten minste twee ISC-families per fabrikant per jaar, indien beschikbaar. Het voorschrift van het testen van ten minste 5 % of ten minste twee ISC-families per fabrikant per jaar is niet van toepassing op kleine fabrikanten. De typegoedkeuringsinstantie die goedkeuring verleent, zorgt voor een zo breed mogelijke dekking van de ISC-families en de voertuigleeftijd in een bepaalde familie voor de conformiteit tijdens het gebruik, ter waarborging van de conformiteit volgens artikel 9, lid 3. De typegoedkeuringsinstantie die goedkeuring verleent, moet de statistische procedure die zij voor elke ISC-familie heeft ingeleid, binnen 12 maanden voltooien.

Voor de tests van type 4 en type 6 gelden geen voorschriften inzake minimumfrequentie.

5.5. Financiering voor ISC-tests door de typegoedkeuringsinstanties die goedkeuring verlenen

De typegoedkeuringsinstantie die goedkeuring verleent, zorgt ervoor dat er voldoende middelen beschikbaar zijn om de kosten van de tests voor de conformiteit tijdens het gebruik te dekken. Onverminderd de nationale wetgeving worden de vergoedingen van die kosten door de typegoedkeuringsinstantie die goedkeuring verleent in rekening gebracht aan de fabrikant. Die vergoedingen moeten de ISC-tests dekken van tot 5 % van de families voor de conformiteit van de productie per fabrikant per jaar of van ten minste twee ISC-families per fabrikant per jaar.

5.6. Testplan

Bij het verrichten van tests voor de controle van de conformiteit tijdens het gebruik stelt de typegoedkeuringsinstantie die goedkeuring verleent een testplan op. In het geval van tests van type 1a moet dat testplan tests omvatten voor de controle van ISC-naleving onder een uitgebreide reeks omstandigheden, overeenkomstig bijlage IIIA.

5.7. Keuze van voertuigen voor ISC-tests

De verzamelde informatie moet voldoende uitgebreid zijn om te waarborgen dat de prestatie tijdens het gebruik kan worden beoordeeld wanneer het voertuig op de juiste manier wordt onderhouden en gebruikt. De tabellen in aanhangsel 1 worden gebruikt om te beslissen of het voertuig voor ISC-tests kan worden gekozen. Tijdens de controle aan de hand van de tabellen in aanhangsel 1 kunnen sommige voertuigen als defect worden aangemerkt en niet tijdens ISC-tests worden getest, wanneer er aanwijzingen zijn dat delen van het emissiebeheersingssysteem beschadigd waren.

Hetzelfde voertuig kan worden gebruikt voor het verrichten van meerdere tests van verschillende typen (type 1, type 1a, type 4, type 6) en voor de rapportage daarvan, maar voor de statistische procedure mag alleen rekening worden gehouden met de eerste geldige test van elk type.

5.7.1. Algemene voorschriften

Het voertuig moet behoren tot een ISC-familie zoals beschreven in punt 3 en moet voldoen aan de in de tabel in aanhangsel 1 opgenomen controles. Het voertuig moet in de Unie geregistreerd zijn en ten minste 90 % van de rijtijd van het voertuig moet in de Unie hebben plaatsgevonden. De emissietests mogen in een andere geografische locatie worden verricht dan die waar de voertuigen zijn geselecteerd. In het geval van ISC-tests die worden verricht door de fabrikant, met de instemming van de typegoedkeuringsinstantie die goedkeuring verleent, kunnen in een derde land geregistreerde voertuigen worden getest indien zij tot dezelfde ISC-familie behoren en vergezeld gaan van een certificaat van overeenstemming.

De geselecteerde voertuigen moeten vergezeld gaan van een onderhoudsboekje waaruit blijkt dat het voertuig goed is onderhouden en dat de door de fabrikant aanbevolen onderhoudsbeurten zijn uitgevoerd, en dat alleen oorspronkelijke onderdelen zijn gebruikt voor de vervanging van emissiegerelateerde onderdelen.

Indien voertuigen tekenen vertonen van misbruik, verkeerd gebruik dat de emissieprestaties ervan kan beïnvloeden, manipulatie of omstandigheden die kunnen leiden tot onveilig gebruik, dan moeten die voertuigen van de tests voor de controle van de conformiteit worden uitgesloten.

Er mogen geen aerodynamische aanpassingen aan de voertuigen zijn aangebracht die niet kunnen worden verwijderd voor de tests.

Een voertuig mag niet voor de tests voor de controle van de conformiteit worden geselecteerd indien uit de computergegevens blijkt dat het heeft gereden nadat een foutcode was opgeslagen en er niet overeenkomstig de voertuigspecificaties een reparatie is uitgevoerd.

Een voertuig wordt van de test voor de controle van de conformiteit uitgesloten indien de brandstof uit de brandstoftank niet voldoet aan de toepasselijke normen van Richtlijn 98/70/EG van het Europees Parlement en de Raad (21) of er aanwijzingen voor of registraties van het gebruik van verkeerde brandstof bestaan.

5.7.2. Onderzoek en onderhoud van het voertuig

Voorafgaand aan of na afloop van de ISC-tests moeten de diagnose van gebreken en de normale onderhoudswerkzaamheden die nodig zijn overeenkomstig aanhangsel 1 worden uitgevoerd voor de voertuigen die voor tests zijn aanvaard.

De volgende controles moeten worden uitgevoerd: OBD-controles (voor of na de tests), visuele controles van eventuele brandende storingsindicatorlichten, controle van de integriteit van het luchtfilter, alle aandrijfriemen, alle vloeistofniveaus, de radiatordop, de tankdop, alle vacuüm- en brandstofsysteemslangen en de elektrische bedrading voor het nabehandelingssysteem; de ontsteking, de brandstofdosering en de onderdelen van het systeem voor verontreinigingsbeheersing worden gecontroleerd op onjuiste afstelling en/of manipulatie.

Indien het voertuig minder dan 800 km van een geplande onderhoudsbeurt verwijderd is, moet die onderhoudsbeurt worden uitgevoerd.

Voor de test van type 4 wordt de sproeivloeistof van de ruitenwissers verwijderd en vervangen met heet water.

Er wordt een brandstofmonster genomen en bewaard overeenkomstig de voorschriften van bijlage IIIA, voor verdere analyse indien de test niet wordt doorstaan.

Alle fouten moeten worden geregistreerd. Wanneer de fout betrekking heeft op de voorzieningen voor verontreinigingsbeheersing moet het voertuig als defect worden gemeld en mag het niet meer voor verdere tests worden gebruikt, maar moet de fout in aanmerking worden genomen bij de overeenkomstig punt 6.1 uitgevoerde nalevingsbeoordeling.

5.8. Steekproefgrootte

Bij de toepassing van de in punt 5.10 voor de test van type 1 gedefinieerde statistische procedure stellen de fabrikanten het aantal monsterreeksen vast op basis van het jaarlijkse verkoopvolume van een in gebruik zijnde familie in de Unie, zoals aangegeven in de volgende tabel:



Tabel 1

Aantal monsterreeksen voor ISC-tests met test van type 1

Registraties van voertuigen in de Unie per kalenderjaar tijdens de bemonsteringsperiode

Aantal monsterreeksen (voor tests van type 1)

maximaal 100 000

1

100 001 tot en met 200 000

2

meer dan 200 000

3

Elke monsterreeks moet een voldoende aantal voertuigtypen omvatten om ervoor te zorgen dat ten minste 20 % van de totale registraties voor deze PEMS-familie in Europa in het voorgaande jaar wordt vertegenwoordigd. Indien dezelfde PEMS-familie wordt gedeeld door meerdere merken, moeten alle merken worden getest. Wanneer voor een familie meer dan één monsterreeks moet worden getest, moeten in de tweede en de derde monsterreeks voertuigen worden geselecteerd die worden gebruikt in andere omgevings- en of typische gebruiksomstandigheden dan de voertuigen die voor de eerste monsterreeks werden geselecteerd.

5.9. Gebruik van het elektronisch platform voor conformiteit tijdens het gebruik en toegang tot voor tests vereiste gegevens

De Commissie richt een elektronisch platform op ten behoeve van de uitwisseling van gegevens tussen fabrikanten en andere actoren enerzijds en de typegoedkeuringsinstantie die goedkeuring verleent anderzijds en van de beslissing of een monster is geslaagd of niet.

De fabrikant vult het pakket over testtransparantie in zoals bedoeld in artikel 5, lid 12, in het formaat dat is aangegeven in aanhangsel 5, tabellen 1 en 2, en in tabel 2 in dit punt, en dient het in bij de typegoedkeuringsinstantie die emissietypegoedkeuring verleent. Tabel 2 van aanhangsel 5 wordt gebruikt voor de selectie van voertuigen uit dezelfde familie voor tests, en biedt met tabel 1 van aanhangsel 5 voldoende informatie om de voertuigen te kunnen testen.

Zodra het in de eerste alinea vermelde elektronische platform beschikbaar is, uploadt de typegoedkeuringsinstantie die emissietypegoedkeuring verleent de informatie in de tabellen 1 en 2 van aanhangsel 5 op dit platform, binnen vijf werkdagen na ontvangst van die informatie.

Alle informatie in de tabellen 1 en 2 van aanhangsel 5 moet gratis en in elektronische vorm toegankelijk zijn voor het publiek.

De volgende informatie moet eveneens deel uitmaken van het pakket over testtransparantie en moet binnen vijf dagen na het verzoek van andere actoren kosteloos door de fabrikant worden verstrekt.



Tabel 2

Gevoelige informatie

ID

Bron

Beschrijving

1.

Speciale procedure voor de ombouw van voertuigen (van 4WD tot 2WD) voor tests op de dynamometer, indien beschikbaar

Zoals gedefinieerd in punt 2.4.2.4. van bijlage B6 bij VN-Reglement nr. 154

2.

Instructies voor de rollenbankmodus, indien beschikbaar

Hoe de rollenbankmodus kan worden geselecteerd op dezelfde wijze als tijdens de typegoedkeuringstests

3.

Tijdens de typegoedkeuringstest gebruikte uitrolmodus

Indien het voertuig over een uitrolmodus beschikt, instructies voor het selecteren van deze modus

4.

Ontladingsprocedure van de accu (OVC-HEV’s, PEV’s)

OEM-procedure voor ontlading van de batterij voor de preparatie van OVC-HEV’s voor de tests met ladingbehoud, en voor opladen van de batterij voor PEV’s

5.

Procedure voor het uitschakelen van alle hulpapparatuur

Indien gebruikt tijdens de typegoedkeuringstests

6.

Procedure voor het meten van stroom en spanning van alle REESS met behulp van externe uitrusting

Zoals gedefinieerd in aanhangsel 3 van bijlage B8 bij VN-Reglement nr. 154

Om de stroom en de spanning onafhankelijk van de aan boord van het voertuig beschikbare gegevens te meten, voorziet de OEM in een procedure, een beschrijving van de toegangspunten voor stroom en spanning en een lijst van instrumenten die worden gebruikt om stroom en spanning te meten tijdens de typegoedkeuring

5.10. Statistische procedure

5.10.1. Algemeen

De controle van de conformiteit tijdens het gebruik wordt gebaseerd op een statistische methode aan de hand van de algemene beginselen van sequentiële bemonstering voor keuring op basis van eigenschappen. De minimale steekproefgrootte voor een positief resultaat is drie voertuigen, en de maximale cumulatieve steekproefgrootte is tien voertuigen voor de test van type 1 en type 1a.

Voor de tests van type 4 en type 6 kan een vereenvoudigde methode worden gebruikt, waarbij de steekproef bestaat uit drie voertuigen, waarbij een negatief resultaat inhoudt dat alle drie de voertuigen niet voor de test slagen en een positief resultaat dat alle drie de voertuigen wel voor de test slagen. In gevallen waarin twee van de drie voertuigen al dan niet voor de test zijn geslaagd, kan de typegoedkeuringsinstantie beslissen of zij verdere tests verricht, of dat zij overgaat tot de nalevingsbeoordeling overeenkomstig punt 6.1.

De testresultaten mogen niet met verslechteringsfactoren worden vermenigvuldigd.

Voor voertuigen waarvoor in punt 48.2 van het conformiteitscertificaat zoals beschreven in bijlage VIII bij Verordening (EU) 2020/683 maximale RDE-waarden zijn aangegeven die lager zijn dan de emissiegrenswaarden in tabel 2 van bijlage I bij Verordening (EG) nr. 715/2007, moet de conformiteit worden gecontroleerd met die aangegeven maximale RDE-waarden. Indien blijkt dat het monster niet voldoet aan de aangegeven maximale RDE-waarden, moet de typegoedkeuringsinstantie die goedkeuring verleent van de fabrikant corrigerende maatregelen vereisen.

Voorafgaand aan de uitvoering van de eerste ISC-test stellen de fabrikant, of andere actoren, de typegoedkeuringsinstantie die goedkeuring verleent in kennis van het voornemen om test voor de conformiteit tijdens het gebruik van een bepaalde voertuigfamilie uit te voeren. Na die kennisgeving opent de typegoedkeuringsinstantie die goedkeuring verleent een nieuwe statistische folder voor de verwerking van de resultaten voor elke relevante combinatie van de volgende parameters voor die specifieke partij/dat collectief van partijen: voertuigfamilie, emissietesttype en verontreinigende stof. Voor elke relevante combinatie van die parameters wordt een aparte statistische procedure geopend.

De typegoedkeuringsinstantie die goedkeuring verleent, neemt alleen de door de desbetreffende partij ingediende resultaten op in elke statistische folder. De typegoedkeuringsinstantie die goedkeuring verleent, houdt een register bij van het aantal verrichte tests, het aantal geslaagde en niet geslaagde tests en gegevens die noodzakelijk zijn voor de ondersteuning van de statistische procedure.

Hoewel er tegelijkertijd meer dan één open statistische procedure mag lopen voor een bepaalde combinatie van testtype en voertuigfamilie, mag een partij slechts aan één open statistische procedure testresultaten verstrekken voor een bepaalde combinatie van testtype en voertuigfamilie. Elke test wordt eenmalig gerapporteerd en alle tests (geldig, ongeldig, positief/negatief resultaat, enz.) moeten worden gerapporteerd.

Elke statistische ISC-procedure blijft open tot er een resultaat is bereikt in de vorm van een positief of negatief oordeel voor een steekproef overeenkomstig punt 5.10.5. Indien er echter geen resultaat is bereikt binnen 12 maanden na de opening van een statistische folder, sluit de typegoedkeuringsinstantie die goedkeuring verleent de statistische folder, tenzij zij besluit om de tests voor die statistische folder binnen de daaropvolgende zes maanden te voltooien.

De hierboven beschreven functies worden rechtstreeks in het elektronische platform uitgevoerd zodra de relevante functies beschikbaar zijn.

5.10.2. Bundelen van ISC-resultaten

De testresultaten van andere actoren kunnen worden gebundeld voor een gemeenschappelijke statistische procedure. Voor het samenbundelen van testresultaten is schriftelijke toestemming vereist van alle betrokken partijen die testresultaten verstrekken voor de bundeling van resultaten, en de typegoedkeuringsinstanties, en het elektronische platform waar beschikbaar, moeten voorafgaand aan het begin van de tests van het samenbundelen van de resultaten in kennis worden gesteld. Een van de partijen wordt als leider van de bundeling aangewezen en is verantwoordelijk voor de gegevensrapportage en de communicatie met de typegoedkeuringsinstantie die typegoedkeuring verleent.

5.10.3. Positief oordeel/Negatief oordeel/Ongeldig testresultaat voor één test

Het resultaat van een ISC-emissietest wordt als „positief” voor een of meer verontreinigende stoffen beschouwd wanneer het emissieresultaat gelijk is aan of lager is dan de emissiegrenswaarde die voor dat testtype is vastgesteld in tabel 2 van bijlage I bij Verordening (EG) nr. 715/2007.

Het resultaat van een ISC-emissietest wordt als „negatief” voor een of meer verontreinigende stoffen beschouwd wanneer het emissieresultaat hoger is dan de overeenkomstige emissiegrenswaarde voor dat testtype. Bij elk negatief testresultaat neemt de statistische teller voor „f” (zie punt 5.10.5) met 1 toe.

Een ISC-emissietest wordt als ongeldig beschouwd indien de test niet voldoet aan de voorschriften voor de tests van punt 5.3. Ongeldige testresultaten worden uitgesloten van de statistische procedure en de test wordt herhaald met hetzelfde voertuig om tot een geldige test te komen.

De resultaten van alle ISC-tests worden binnen tien dagen na uitvoering van elke test op één voertuig ingediend bij de typegoedkeuringsinstantie die goedkeuring verleent. De testresultaten gaan vergezeld van een uitgebreid testrapport aan het einde van de tests. De resultaten moeten in chronologische volgorde van uitvoering worden opgenomen in de steekproef.

De typegoedkeuringsinstantie die goedkeuring verleent, neemt alle geldige emissietestresultaten op in de desbetreffende open statistische procedure tot voor de steekproef een negatief oordeel of een positief oordeel is bereikt overeenkomstig punt 5.10.5.

5.10.4. Behandeling van uitschieters

De aanwezigheid van uitschieters in de resultaten van de statistische steekproefprocedure kan leiden tot een negatief resultaat overeenkomstig de hieronder beschreven procedures:

Uitschieters worden ingedeeld als licht, gematigd of extreem.

Een emissietestresultaat wordt beschouwd als een lichte uitschieter indien het resultaat groter is dan de toepasselijke emissiegrenswaarde maar kleiner is dan 1,3 maal de toepasselijke emissiegrenswaarde. De aanwezigheid van een lichte uitschieter telt alleen mee in het aantal negatieve resultaten in punt 5.10.5.

Een emissietestresultaat wordt beschouwd als een gematigde uitschieter indien het resultaat gelijk is aan of groter is dan 1,3 maal de toepasselijke emissiegrenswaarde. Indien er twee van dergelijke uitschieters in een steekproef aanwezig zijn, wordt een negatief oordeel geveld.

Een emissietestresultaat wordt beschouwd als een extreme uitschieter indien het resultaat gelijk is aan of groter is dan 2,5 maal de toepasselijke emissiegrenswaarde. Indien er één van dergelijke uitschieters in een steekproef aanwezig is, wordt een negatief oordeel geveld. In dat geval wordt het nummer van de kentekenplaat van het voertuig meegedeeld aan de fabrikant en aan de typegoedkeuringsinstantie die goedkeuring verleent. Voertuigeigenaren worden voorafgaand aan de tests van deze mogelijkheid op de hoogte gebracht.

5.10.5. Positief/negatief oordeel voor een steekproef

In het kader van een negatief/positief oordeel over de steekproef is „p” de teller van positieve (geslaagde) resultaten en „f” de teller van negatieve (niet-geslaagde) resultaten. Bij elk positief testresultaat neemt de teller „p” met 1 toe en bij elk negatief testresultaat neemt de teller „f” met 1 toe voor de desbetreffende open statistische procedure.

Nadat zij de geldige emissietestresultaten van een open instantie in de statistische procedure heeft opgenomen, verricht de typegoedkeuringsinstantie het volgende:

de cumulatieve steekproefgrootte „n” voor die instantie actualiseren om het totale aantal geldige emissietests dat in de statistische procedure is opgenomen, te weerspiegelen;
na een evaluatie van de resultaten, de teller van positieve resultaten „p” en de teller van negatieve resultaten „f” actualiseren;
het aantal extreme en gematigde uitschieters in de streekproef berekenen overeenkomstig punt 5.10.4;
volgens onderstaande procedure controleren of een oordeel is bereikt.

Het oordeel hangt af van de cumulatieve steekproefgrootte „n”, de tellers „p” en „f” voor positieve en negatieve resultaten en het aantal gematigde en/of extreme uitschieters in de steekproef. Voor het positieve of negatieve oordeel over een ISC-monster gebruikt de typegoedkeuringsinstantie die goedkeuring verleent het schema in figuur 2 voor voertuigen die zijn gebaseerd op met ingang van 1 januari 2020 goedgekeurde typen, en het schema in figuur 2.a voor voertuigen die zijn gebaseerd op tot en met 31 december 2019 goedgekeurde typen. De schema’s geven aan welke oordelen moeten worden geveld voor een bepaalde cumulatieve steekproefgrootte „n” en de teller „f” voor negatieve resultaten.

Voor een statistische procedure voor een bepaalde combinatie van voertuigenfamilie, emissietesttype en verontreinigende stof zijn twee oordelen mogelijk:

De steekproef is geslaagd wanneer het toepasselijke schema in figuur 2 of figuur 2.a een positief resultaat aangeeft voor de huidige cumulatieve steekproefgrootte „n” en de teller „f” van negatieve resultaten;

De steekproef is niet geslaagd wanneer voor een bepaalde cumulatieve steekproefgrootte n ten minste een van de volgende voorwaarden is vervuld:

het toepasselijke schema in figuur 2 of figuur 2.a geeft een negatief oordeel aan voor de huidige cumulatieve steekproefgrootte „n” en de teller „f” van negatieve resultaten;
er zijn twee negatieve oordelen met gematigde uitschieters;
er is een negatief oordeel met een extreme uitschieters.

Indien geen oordeel wordt bereikt, blijft de statistische procedure open en worden er verdere resultaten in opgenomen totdat er een oordeel is bereikt of totdat de procedure wordt gesloten overeenkomstig punt 5.10.1.

Figuur 2

Oordeelschema voor de statistische procedure voor voertuigen die zijn gebaseerd op met ingang van 1 januari 2020 goedgekeurde typen (ONB. staat voor onbepaald).

image

Figuur 2.a

Oordeelschema voor de statistische procedure voor tot 31 december 2019 goedgekeurde voertuigtypen (ONB. staat voor onbepaald).

image

5.10.6. ISC voor voltooide voertuigen en meerfasenvoertuigen voor speciale doeleinden

De fabrikant van het basisvoertuig bepaalt de toegestane waarden voor de in tabel 3 vermelde parameters. De toegestane parameterwaarden voor elke familie worden geregistreerd in het inlichtingenformulier van de emissietypegoedkeuring (zie bijlage I, aanhangsel 3) en in transparantielijst 1 van aanhangsel 5. Het is de fabrikant in de laatste fase alleen toegestaan om de emissiewaarden van het basisvoertuig te gebruiken indien het voltooide voertuig binnen de toegestane parameterwaarden blijft. Voor elk uiteindelijk voertuig worden de parameterwaarden geregistreerd in het conformiteitscertificaat.



Tabel 3

Toegestane parameterwaarden voor het gebruik van de basisvoertuigemissiewaarden voor meerfasenvoertuigen en meerfasenvoertuigen voor speciale doeleinden.

Parameterwaarden

Toegestane waarden van – tot

Feitelijke massa van het uiteindelijke voertuig (in kg)

Technisch toelaatbare maximummassa van het uiteindelijke voertuig in beladen toestand (in kg)

Frontale oppervlak van het uiteindelijke voertuig (in cm2)

Rolweerstand (kg/t)

Uitstekende frontale oppervlak van de luchtinlaat van de grille aan de voorkant (in cm2)

Indien een voltooid voertuig of een meerfasenvoertuig voor speciale doeleinden wordt getest en het resultaat van de test lager is dan de toepasselijke emissiegrenswaarde, wordt het voertuig beschouwd als geslaagd voor de ISC-familie voor de toepassing van punt 5.10.3.

Indien het resultaat van de test van een voltooid voertuig of een meerfasenvoertuig voor speciale doeleinden de toepasselijke grenswaarde overschrijdt maar niet hoger is dan 1,3 maal die toepasselijke grenswaarde, beoordeelt de tester of dat voertuig voldoet aan de waarden in tabel 3. Niet-naleving van die waarden moet worden gemeld bij de typegoedkeuringsinstantie die goedkeuring verleent. Indien het voertuig niet aan die waarden voldoet, onderzoekt de typegoedkeuringsinstantie die goedkeuring verleent de reden daarvoor en neemt zij passende maatregelen ten aanzien van de fabrikant van het voltooide voertuig of het meerfasenvoertuig voor speciale doeleinden om de conformiteit te herstellen, waaronder de intrekking van de typegoedkeuring. Indien het voertuig aan de waarden in tabel 3 voldoet, wordt het voertuig voor de toepassing van punt 6.1 gemarkeerd voor de ISC-familie.

Indien het resultaat van de test meer dan 1,3 maal de toepasselijke grenswaarde bedraagt, wordt het voertuig voor de toepassing van punt 6.1 aangemerkt als niet-geslaagd voor de ISC-familie, maar niet als uitschieter voor de desbetreffende ISC-familie. Indien het voltooide voertuig of het meerfasenvoertuig voor speciale doeleinden niet aan de waarden in tabel 3 voldoet, wordt dit gemeld bij de typegoedkeuringsinstantie die goedkeuring verleent, die vervolgens onderzoek doet naar de reden daarvoor en passende maatregelen neemt ten aanzien van de fabrikant van het voltooide voertuig of het meerfasenvoertuig voor speciale doeleinden om de conformiteit te herstellen, waaronder de intrekking van de typegoedkeuring.

6. BEOORDELING VAN DE NALEVING

6.1.Binnen 10 werkdagen na het einde van de ISC-tests voor de in punt 5.10.5 bedoelde steekproef begint de typegoedkeuringsinstantie die goedkeuring verleent een gedetailleerd onderzoek met de fabrikant teneinde te bepalen of de ISC-familie (of een deel daarvan) voldoet aan de ISC-voorschriften en of corrigerende maatregelen vereist zijn. Voor meerfasenvoertuigen of voertuigen voor speciale doeleinden verricht de typegoedkeuringsinstantie die typegoedkeuring verleent eveneens gedetailleerde onderzoeken indien er ten minste drie defecte voertuigen met hetzelfde defect of vijf gemarkeerde voertuigen in de ISC-familie zijn geconstateerd, zoals vermeld in punt 5.10.6.

6.2.De typegoedkeuringsinstantie die goedkeuring verleent, zorgt ervoor dat er voldoende middelen beschikbaar zijn om de kosten van de nalevingsbeoordeling te dekken. Onverminderd de nationale wetgeving worden de vergoedingen van die kosten door de typegoedkeuringsinstantie die goedkeuring verleent in rekening gebracht aan de fabrikant. Dergelijke vergoedingen moeten alle tests en audits dekken die nodig zijn voor het voltooien van de beoordeling van de naleving.

6.3.Op verzoek van de fabrikant kan de typegoedkeuringsinstantie die goedkeuring verleent het onderzoek uitbreiden naar voertuigen van dezelfde fabrikant die al in het verkeer zijn en tot andere ISC-families behoren, maar waarvan het waarschijnlijk is dat zij dezelfde defecten vertonen.

6.4.Het gedetailleerde onderzoek mag niet langer dan 60 werkdagen duren vanaf het begin van het onderzoek door de typegoedkeuringsinstantie die goedkeuring verleent. De typegoedkeuringsinstantie die goedkeuring verleent kan aanvullende ISC-tests verrichten, om te bepalen waarom voertuigen tijdens de oorspronkelijke ISC-tests niet zijn geslaagd. De aanvullende tests moeten worden uitgevoerd onder vergelijkbare omstandigheden als die van de oorspronkelijke niet-geslaagde ISC-tests.

Op verzoek van de typegoedkeuringsinstantie die goedkeuring verleent, verstrekt de fabrikant aanvullende informatie, waaruit met name blijkt wat de mogelijke oorzaken van de negatieve resultaten zijn, welke delen van de familie getroffen kunnen zijn, of andere families getroffen kunnen zijn, of, in voorkomend geval, waarom het probleem dat tijdens de oorspronkelijke ISC-tests het negatieve resultaat heeft veroorzaakt, geen verband houdt met de conformiteit tijdens het gebruik. De fabrikant wordt de mogelijkheid geboden om aan te tonen dat aan de bepalingen inzake de conformiteit tijdens het gebruik is voldaan.

6.5.Binnen de in punt 6.4 vastgestelde termijn neemt de typegoedkeuringsinstantie die typegoedkeuring verleent een besluit over de naleving of niet-naleving. In geval van niet-naleving stelt de typegoedkeuringsinstantie die typegoedkeuring verleent corrigerende maatregelen voor de ISC-familie vast overeenkomstig punt 7. Zij stelt de fabrikant daarvan in kennis.

7. CORRIGERENDE MAATREGELEN

7.1.Binnen 45 werkdagen na het in punt 6.5 bedoelde besluit over de naleving of niet-naleving stelt de fabrikant een plan van corrigerende maatregelen op en dient hij dat in bij de typegoedkeuringsinstantie die goedkeuring verleent. Die termijn kan met maximaal 30 werkdagen worden verlengd indien de fabrikant bij de typegoedkeuringsinstantie die goedkeuring verleent, aantoont dat hij meer tijd nodig heeft om het geval van niet-naleving te onderzoeken.

7.2.De door de typegoedkeuringsinstantie die goedkeuring verleent opgelegde corrigerende maatregelen moeten degelijk opgezette en noodzakelijke tests omvatten op onderdelen en voertuigen teneinde de effectiviteit en duurzaamheid van de corrigerende maatregelen aan te tonen.

7.3.De fabrikant moet het plan van corrigerende maatregelen een unieke identificatienaam of een uniek identificatienummer toekennen. Het plan van corrigerende maatregelen moet ten minste het volgende omvatten:

a)

een beschrijving van elk voertuigemissietype waarop het plan van corrigerende maatregelen betrekking heeft;

b)

een beschrijving van de specifieke modificaties, aanpassingen, reparaties, correcties, bijstellingen of andere wijzigingen die moeten worden uitgevoerd om de voertuigen weer in overeenstemming te brengen met de voorschriften, inclusief een kort overzicht van de gegevens en technische studies waarop de fabrikant zich baseert om te bepalen welke specifieke maatregelen moeten worden genomen;

c)

een beschrijving van de manier waarop de fabrikant de voertuigeigenaars van de geplande corrigerende maatregelen op de hoogte stelt;

d)

indien van toepassing, een beschrijving van de juiste wijze van onderhoud of gebruik die de fabrikant als voorwaarde stelt om voor reparatie in het kader van het plan van corrigerende maatregelen in aanmerking te komen, alsmede een uiteenzetting van de redenen om een dergelijke voorwaarde te stellen;

e)

een beschrijving van de procedure die door de voertuigeigenaar moet worden gevolgd om de non-conformiteit te laten corrigeren. Deze beschrijving behelst ook een datum met ingang waarvan de corrigerende maatregelen kunnen worden genomen, de geschatte tijd die de garage nodig heeft om de reparatie uit te voeren en de plaats waar dat kan gebeuren;

f)

een voorbeeld van de informatie die aan de voertuigeigenaar wordt verstrekt;

g)

een korte beschrijving van het systeem dat de fabrikant zal toepassen om een toereikende levering van onderdelen of systemen voor de uitvoering van de corrigerende maatregelen te waarborgen, met inbegrip van informatie over wanneer een toereikende levering van de voor de toepassing van de corrigerende maatregelen benodigde onderdelen, software of systemen beschikbaar zal zijn;

h)

een voorbeeld van alle instructies die moeten worden toegezonden aan degenen die de reparatie zullen moeten uitvoeren;

i)

een beschrijving van het effect van de voorgestelde corrigerende maatregelen op de emissies, het brandstofverbruik, het rijgedrag en de veiligheid van elk voertuigemissietype waarop het plan van corrigerende maatregelen betrekking heeft, vergezeld van gegevens en technische studies;

j)

indien het plan van corrigerende maatregelen een terugroepactie omvat, moet bij de typegoedkeuringsinstantie die goedkeuring verleent een beschrijving van de methode voor de registratie van de reparaties worden ingediend. Indien een label wordt gebruikt, moet daarvan een model worden overgelegd.

Voor de toepassing van punt d) mogen geen voorwaarden ten aanzien van het onderhoud of het gebruik worden gesteld indien er geen aantoonbaar verband bestaat met de non-conformiteit en de corrigerende maatregelen.

7.4.De reparatie moet snel worden uitgevoerd binnen een redelijke termijn na ontvangst voor reparatie door de fabrikant. Binnen 15 werkdagen na ontvangst van het voorgestelde plan van corrigerende maatregelen keurt de typegoedkeuringsinstantie die goedkeuring verleent het plan goed of vereist zij een nieuw plan overeenkomstig punt 7.5.

7.5.Indien de typegoedkeuringsinstantie die goedkeuring verleent het plan van corrigerende maatregelen niet goedkeurt, stelt de fabrikant binnen 20 dagen na kennisgeving van de beslissing van de typegoedkeuringsinstantie die goedkeuring verleent een nieuw plan op en dient hij dat in bij de typegoedkeuringsinstantie die goedkeuring verleent.

7.6.Indien de typegoedkeuringsinstantie die goedkeuring verleent het door de fabrikant ingediende tweede plan niet goedkeurt, neemt zij passende maatregelen overeenkomstig artikel 53 van Verordening (EU) 2018/858, waaronder, indien noodzakelijk, de intrekking van de typegoedkeuring.

7.7.De typegoedkeuringsinstantie die goedkeuring verleent, stelt alle lidstaten en de Commissie binnen 5 dagen in kennis van haar besluit inzake corrigerende maatregelen.

7.8.De corrigerende maatregelen zijn van toepassing op alle voertuigen in de ISC-familie (of andere door de fabrikant geïdentificeerde families overeenkomstig punt 6.2) waarvan het waarschijnlijk is dat zij door hetzelfde defect zijn getroffen. De typegoedkeuringsinstantie die goedkeuring verleent, beslist of het noodzakelijk is de typegoedkeuring te wijzigen.

7.9.De fabrikant is verantwoordelijk voor de uitvoering van het goedgekeurde plan van corrigerende maatregelen in alle lidstaten en voor de registratie van elk teruggeroepen en gerepareerd voertuig en van de garage die de reparatie heeft uitgevoerd.

7.10.De fabrikant moet een kopie bijhouden van alle correspondentie met de consumenten van de betrokken voertuigen met betrekking tot het plan van corrigerende maatregelen. Ook moet hij gegevens over de terugroepcampagne bijhouden, waaronder het totale aantal getroffen voertuigen per lidstaat en het totale aantal reeds teruggeroepen voertuigen per lidstaat, alsook een toelichting van eventuele vertraging bij de toepassing van de corrigerende maatregelen. De fabrikant dient die gegevens over de terugroepcampagne elke twee maanden in bij de typegoedkeuringsinstantie die goedkeuring verleent, de typegoedkeuringsinstanties van elke lidstaat en de Commissie.

7.11.De lidstaten treffen maatregelen om ervoor te zorgen dat het goedgekeurde plan van corrigerende maatregelen binnen twee jaar op ten minste 90 % van de getroffen voertuigen die op hun grondgebied zijn ingeschreven, wordt toegepast.

7.12.De reparaties en modificaties of toevoegingen van nieuwe onderdelen worden vermeld op een certificaat dat aan de eigenaar van het voertuig verstrekt wordt, en waarop het nummer van het corrigerende plan wordt vermeld.

8. JAARLIJKS RAPPORT DOOR DE TYPEGOEDKEURINGSINSTANTIE DIE GOEDKEURING VERLEENT

Ten laatste op 31 maart van elk jaar maakt de typegoedkeuringsinstantie die goedkeuring verleent een verslag met de resultaten van alle afgeronde ISC-onderzoeken van het voorgaande jaar beschikbaar op een publiek toegankelijke website, zonder dat daarvoor kosten worden gerekend of dat de gebruiker zich moet identificeren of aanmelden. Indien sommige ISC-onderzoeken van het voorgaande jaar op die datum nog steeds open zijn, worden de resultaten ervan gepubliceerd zodra die onderzoeken zijn afgerond. Het verslag moet ten minste de in aanhangsel 4 opgenomen elementen bevatten.




Aanhangsel 1

Criteria voor de voertuigselectie en de beslissing over het niet-slagen van voertuigen

Het voertuigonderzoek wordt gebruikt om voertuigen in goede staat van onderhoud en gebruik te selecteren voor ISC-tests. Voertuigen die aan een of meer van onderstaande uitsluitingscriteria voldoen, worden uitgesloten van de tests of gerepareerd en dan geselecteerd.



Selectie van voertuigen voor de conformiteitscontrole van emissies tijdens het gebruik

Vertrouwelijk

Datum:

x

Naam van onderzoeker:

x

Plaats van de test:

x

Land van registratie (alleen EU-landen):

x

x = uitsluitingscriteria

X = gecontroleerd en gerapporteerd

Voertuigkenmerken

Nummer van de kentekenplaat:

x

x

Kilometerstand en ouderdom van het voertuig:

Het voertuig moet voldoen aan de regels inzake kilometerstand en ouderdom in artikel 9, anders kan het niet worden geselecteerd. De ouderdom van het voertuig wordt berekend vanaf de datum van eerste registratie.

x

Datum van eerste registratie:

x

VIN:

x

x

Emissieklasse en -kenmerk:

x

Land van registratie:

Het voertuig moet in de Unie zijn geregistreerd

x

x

VMS-transponder:

x

Motorcode:

x

Cilinderinhoud (l):

x

Motorvermogen (kW):

x

Type versnellingsbak (auto/manueel):

x

Aangedreven as (FWD/AWD/RWD):

x

Bandenmaat (voor en achter indien verschillend):

x

Is het voertuig betrokken bij een terugroep- of serviceactie?

Zo ja: Welke? Zijn de reparaties voor die actie al uitgevoerd?

De reparaties moeten zijn uitgevoerd vóór het begin van de ISC-tests

x

x

Vragenlijst voor de voertuigeigenaar

(alleen de voornaamste vragen zullen aan de eigenaar worden gesteld; hij heeft geen kennis van de implicaties van de antwoorden)

Naam van de eigenaar (alleen beschikbaar voor de geaccrediteerde keuringsdienst of het/de geaccrediteerde laboratorium/technische dienst)

x

Contactgegevens (adres/telefoonnummer) (alleen beschikbaar voor de geaccrediteerde keuringsdienst of het/de geaccrediteerde laboratorium/technische dienst)

x

Hoeveel eigenaren heeft dit voertuig gehad?

x

Was de kilometerteller defect?

Indien ja, dan kan het voertuig niet worden geselecteerd.

x

Werd het voertuig gebruikt voor een van onderstaande doeleinden?

Als auto in een showroom?

x

Als taxi?

x

Als bezorgvoertuig?

x

Voor races/motorsporten?

x

Als huurauto?

x

Is het voertuig zwaarder belast dan in de fabrieksspecificaties was toegestaan?

Indien ja, dan kan het voertuig niet worden geselecteerd.

x

Hebben de motor of het voertuig grote reparaties ondergaan?

x

Hebben de motor of het voertuig ongeoorloofde grote reparaties ondergaan?

Indien ja, dan kan het voertuig niet worden geselecteerd.

x

Is het vermogen van het voertuig ongeoorloofd verhoogd/opgevoerd?

Indien ja, dan kan het voertuig niet worden geselecteerd.

x

Is enig onderdeel van het emissienabehandelingssysteem en/of het brandstofsysteem vervangen? Werden daar oorspronkelijke onderdelen voor gebruikt? Indien er geen oorspronkelijk onderdelen werden gebruikt, kan het voertuig niet worden geselecteerd.

x

x

Is enig onderdeel van het emissienabehandelingssysteem permanent verwijderd?

Indien ja, dan kan het voertuig niet worden geselecteerd.

x

Zijn er ongeoorloofde voorzieningen in het voertuig geïnstalleerd („ureumkiller”, emulator)?

Indien ja, dan kan het voertuig niet worden geselecteerd.

x

Is het voertuig betrokken geweest bij een ernstig ongeval? Verstrek een overzicht van de schade en de vervolgens verrichte reparaties

x

Is de auto in het verleden gebruikt met een verkeerd brandstoftype (bv. benzine in plaats van diesel)? Is de auto gebruikt met niet in de handel verkrijgbare brandstof uit de EU (zwarte markt of gemengde brandstof)?

Indien ja, dan kan het voertuig niet worden geselecteerd.

x

Hebt u gedurende de afgelopen maand luchtverfrissers, cockpitspray, reinigingsspray voor de remmen of andere aanzienlijke bronnen van koolwaterstofemissies rondom het voertuig gebruikt? Indien ja, dan kan het voertuig niet worden geselecteerd voor de verdampingstest.

x

Heeft er gedurende de afgelopen drie maanden aan de binnenkant of buitenkant van het voertuig een benzinelek plaatsgevonden?

Indien ja, dan kan het voertuig niet worden geselecteerd voor de verdampingstest.

x

Heeft er gedurende de afgelopen 12 maanden iemand in het voertuig gerookt?

Indien ja, dan kan het voertuig niet worden geselecteerd voor de verdampingstest.

x

Hebt u corrosiebescherming, stickers, beschermende onderafdichting of andere mogelijke bronnen van vluchtige stoffen op het voertuig aangebracht?

Indien ja, dan kan het voertuig niet worden geselecteerd voor de verdampingstest.

x

Is het voertuig overschilderd?

Indien ja, dan kan het voertuig niet worden geselecteerd voor de verdampingstest.

x

Waar gebruikt u het voertuig het meest?

% snelweg

x

% platteland

x

% stad

x

Heeft u gedurende langer dan 10 % van de rijtijd met het voertuig in een land gereden dat geen lidstaat van de EU is?

Indien ja, dan kan het voertuig niet worden geselecteerd.

x

In welk land is het voertuig de afgelopen tweemaal bijgetankt?

Indien het voertuig de afgelopen tweemaal is bijgetankt in een land dat de EU-brandstofnormen niet hanteert, kan het voertuig niet worden geselecteerd.

x

Is er een niet door de fabrikant goedgekeurd brandstofadditief gebruikt?

Indien ja, dan kan het voertuig niet worden geselecteerd.

x

Zijn bij het onderhoud en het gebruik van het voertuig de instructies van de fabrikant opgevolgd?

Indien nee, dan kan het voertuig niet worden geselecteerd.

x

Volledige onderhouds- en reparatiegeschiedenis, met inbegrip van eventuele substantiële wijzigingen

Indien de volledige documentatie niet kan worden overlegd, kan het voertuig niet worden geselecteerd.

x

Onderzoek en onderhoud van het voertuig

X = uitsluitingscriteria /

F = defect voertuig

X = gecontroleerd en gerapporteerd

1

Brandstofpeil (vol/leeg)

Brandt het lampje van de reservebrandstof? Indien ja, vul dan de brandstoftank bij voor de test.

x

2

Branden er waarschuwingslampjes op het instrumentenpaneel die een storing van het voertuig of van het uitlaatgasnabehandelingssysteem aangeven die niet door een normale servicebeurt kan worden verholpen? (storingsindicatorlamp, onderhoudslamp van de motor enz.?)

Indien ja, dan kan het voertuig niet worden geselecteerd.

x

3

Brandt het SCR-licht nadat de motor is ingeschakeld?

Indien ja, dan moet de AdBlue worden gevuld of moet de reparatie worden uitgevoerd voordat het voertuig voor tests wordt gebruikt.

x

4

Visuele controle van het uitlaatsysteem

Controleer op lekken tussen het uitlaatspruitstuk en het uiteinde van de uitlaatpijp. Controleren en documenteren (met foto’s)

Indien er schade of lekken worden geconstateerd, wordt het voertuig als defect aangemerkt.

F

5

Voor het uitlaatgas relevante onderdelen

Controleer en documenteer (met foto’s) alle voor emissies relevante onderdelen op schade.

Indien er schade wordt geconstateerd, wordt het voertuig als defect aangemerkt.

F

6

Verdampingssysteem

Zet het brandstofsysteem onder druk (van de kant van de koolstofhouder) en test op lekken in een constante omgevingstemperatuur, en verricht een FID-snuffeltest rondom en in het voertuig. Indien het voertuig niet slaagt voor de FID-snuffeltest, wordt het als defect aangemerkt.

F

7

Brandstofmonster

Neem een brandstofmonster van de brandstoftank

x

8

Luchtfilter en oliefilter

Controleer op verontreiniging en schade en vervang de filters indien ze beschadigd of sterk verontreinigd zijn of indien minder dan 800 km gereden moet worden voor de volgende aanbevolen vervanging.

x

9

Ruitenwisservloeistof (alleen voor de verdampingstest)

Verwijder de sproeivloeistof van de ruitenwissers en vul de tank met heet water.

x

10

Wielen (voor & achter)

Controleer of de wielen vrij kunnen worden bewogen of dat ze door de remmen worden geblokkeerd.

Indien nee, dan kan het voertuig niet worden geselecteerd.

x

11

Banden (alleen voor de verdampingstest)

Verwijder het reservewiel, en vervang de banden door gestabiliseerde banden indien de banden minder dan 15 000 km geleden vervangen waren. Gebruik alleen zomerbanden en 4-seizoensbanden.

x

12

Aandrijfriemen en koelerbedekking

In geval van schade wordt het voertuig als defect aangemerkt. Documenteer met foto’s.

F

13

Controleer de vloeistofniveaus

Controleer de maximum- en minimumniveaus (motorolie, koelvloeistof) en vul aan indien onder het minimumniveau.

x

14

Vulklep (alleen voor verdampingstests)

Controleer of de overvulbeveiliging in de vulklep volledig vrij van brandstofresiduen is of spoel de slang door met heet water.

x

15

Vacuümslangen en elektrische bedrading

Controleer op integriteit. In geval van schade wordt het voertuig als defect aangemerkt. Documenteer met foto’s.

F

16

Inspuitingskleppen/bekabeling

Controleer alle kabels en leidingen. In geval van schade wordt het voertuig als defect aangemerkt. Documenteer met foto’s.

F

17

Ontstekingskabel (benzine)

Controleer bougies, kabels, enz. Vervang bij schade.

x

18

EGR & katalysator, deeltjesfilter

Controleer alle kabels, draden en sensoren.

Bij manipulatie kan het voertuig niet worden geselecteerd.

In geval van schade wordt het voertuig als defect aangemerkt. Documenteer met foto’s.

x/F

19

Veiligheidstoestand

Controleer of de banden, de carrosserie, het elektrische systeem en het remsysteem in veilige toestand zijn voor het uitvoeren van de tests en aan de verkeersregels voldoen.

Indien nee, dan kan het voertuig niet worden geselecteerd.

x

20

Oplegger

Zijn de elektrische kabels voor de koppeling van de oplegger aanwezig, indien van toepassing?

x

21

Aerodynamische wijzigingen

Controleer of er aerodynamische wijzigingen van de vervolgmarkt zijn aangebracht die niet voor de tests kunnen worden verwijderd (dakkoffers, spoilers, enz.) en dat er geen aerodynamische standaardonderdelen ontbreken (reflectoren, verstrooiers, splitters, enz.).

Indien ja, dan kan het voertuig niet worden geselecteerd. Documenteer met foto’s.

x

22

Controleer of de volgende onderhoudsbeurt binnen 800 gereden km is gepland, en zo ja, verricht dan de onderhoudsbeurt.

x

23

Alle controles die OBD-verbindingen vereisen, voor en/of na de tests

24

Kalibratieonderdeelnummer en controlesom van de bedieningsmodule van de aandrijflijn

x

25

Boorddiagnose (voor of na de emissietest)

Lees de diagnostische foutcodes en druk de foutenregistratie af

x

26

OBD Service Mode 09 opvragen (voor of na de emissietest)

Lees Service Mode 09. Registreer de informatie

x

27

OBD Service Mode 07 opvragen (voor of na de emissietest)

Lees Service Mode 07. Registreer de informatie

Opmerkingen voor: reparatie/vervanging van onderdelen/voertuigdeelnummers




Aanhangsel 2

Isc-testvoorschriften voor de test van type 4

ISC-tests van type 4 worden verricht overeenkomstig bijlage VI (of bijlage VI bij Verordening (EG) nr. 692/2008, indien van toepassing), met de volgende uitzonderingen:

voertuigen die een test van type 4 ondergaan, moeten ten minste 12 maanden oud zijn;
de koolstofhouder wordt als verouderd beschouwd en de verouderingsprocedure van de koolstofhouder op de testbank wordt derhalve niet uitgevoerd;
de koolstofhouder wordt buiten het voertuig geladen, volgens de in bijlage VI beschreven procedure, en wordt verwijderd en op het voertuig gemonteerd volgens de reparatie-instructies van de fabrikant. Er wordt een FID-snuffeltest (met resultaten onder 100 ppm bij 20 °C) zo dicht mogelijk bij de koolstofhouder verricht voor en na de belading om te bevestigen dat de koolstofhouder op de juiste wijze is gemonteerd;
de brandstoftank wordt als verouderd beschouwd en er wordt derhalve geen permeabiliteitsfactor toegevoegd aan de berekening van het resultaat van de test van type 4.




Aanhangsel 3

ISC-Rapport

De volgende gegevens moeten in het gedetailleerde ISC-rapport worden vermeld:

1.

testdatum;

2.

uniek nummer van het ISC-rapport;

3.

datum van goedkeuring door gemachtigde vertegenwoordiger;

4.

datum van doorgifte aan TIGV of upload naar elektronisch platform;

5.

naam en adres van de fabrikant;

6.

naam, adres, telefoon- en faxnummer en e-mailadres van het verantwoordelijke testlaboratorium;

7.

naam van de voertuigmodellen in het testplan;

8.

in voorkomend geval, de lijst van voertuigtypen waarop de informatie van de fabrikant betrekking heeft, d.w.z. voor uitlaatemissies de in gebruik zijnde voertuigfamilie;

9.

de typegoedkeuringsnummers die op deze voertuigtypen binnen de familie van toepassing zijn, in voorkomend geval met inbegrip van de nummers van alle uitbreidingen en correcties achteraf/terugroepingen (substantiële wijzigingen);

10.

nadere gegevens over uitbreidingen van die typegoedkeuringen en over correcties achteraf of terugroepingen voor de voertuigen waarop de informatie van de fabrikant betrekking heeft (indien de goedkeuringsinstantie daarom verzoekt);

11.

de periode waarin de informatie is vergaard;

12.

de ISC-controleprocedure, met inbegrip van, waar van toepassing:

i)

de methode om de voertuigen te traceren;

ii)

voertuigselectie- en -verwerpingscriteria (met inbegrip van de antwoorden op de tabel in aanhangsel 1, waaronder foto’s);

iii)

de voor het programma gehanteerde testtypen en -procedures;

iv)

het geografische gebied (de geografische gebieden) waar de fabrikant zijn informatie heeft verzameld;

v)

aantal monsterreeksen en het toegepaste bemonsteringsschema;

13.

de resultaten van de ISC-procedure, met inbegrip van:

i)

identificatie van de in het programma opgenomen voertuigen (al dan niet getest). De identificatie moet de tabel in aanhangsel 1 omvatten, zonder de vertrouwelijke stukken;

ii)

testgegevens voor uitlaatemissies:

specificaties van de in de test gebruikte brandstof (bv. referentiebrandstof of in de handel verkrijgbare brandstof);
testomstandigheden (temperatuur, vochtigheidsgraad, traagheidsmassa van de rollenbank);
instelling van de rollenbank (bv. wegbelasting, instelling van het vermogen);
testresultaten en de berekening van slagen/niet slagen;
iii)

testgegevens voor verdampingsemissies:

specificaties van de in de test gebruikte brandstof (bv. referentiebrandstof of in de handel verkrijgbare brandstof);
testomstandigheden (temperatuur, vochtigheidsgraad, traagheidsmassa van de rollenbank);
instelling van de rollenbank (bv. wegbelasting, instelling van het vermogen);
testresultaten en de berekening van slagen/niet slagen.




Aanhangsel 4

Jaarlijks ISC-rapport door de typegoedkeuringsinstantie die goedkeuring verleent

TITEL

A. Kort overzicht en voornaamste conclusies

B. Door de fabrikant in het voorgaande jaar verrichte ISC-activiteiten:

1)verzamelen van informatie door de fabrikant

2)ISC-tests (met inbegrip van planning en selectie van geteste families, en eindresultaten van de tests)

C. Door de andere actoren in het voorgaande jaar verrichte ISC-activiteiten:

3)informatieverzameling en risicobeoordeling

4)ISC-tests (met inbegrip van planning en selectie van geteste families, en eindresultaten van de tests)

D. Door typegoedkeuringsinstantie die goedkeuring verleent in het voorgaande jaar verrichte ISC-activiteiten:

5)informatieverzameling en risicobeoordeling

6)ISC-tests (met inbegrip van planning en selectie van geteste families, en eindresultaten van de tests)

7)gedetailleerde onderzoeken

8)Corrigerende maatregelen

E. Beoordeling van de verwachte jaarlijkse emissiedalingen door corrigerende ISC-maatregelen

F. Geleerde lessen (waaronder voor de prestatie van de gebruikte instrumenten)

G. Rapporten van andere ongeldige tests




Aanhangsel 5

Transparantielijsten



Tabel 1

Transparantielijst 1

ID

Bron

Soort gegevens

Eenheid

Beschrijving

1

Emissietypegoedkeuringsnummer

Tekst

- -

Zoals gerapporteerd in bijlage I/aanhangsel 6 (Verordening (EU) 2017/1151)

1a

Datum emissietypegoedkeuring

Datum

- -

Datum emissietype-

2

ID interpolatiefamilie (IP ID)

Tekst

- -

Zoals gerapporteerd in bijlage I, aanhangsel 4,

deel II, punt 0. (Verordening (EU) 2017/1151)

en in VN/ECE-Reglement nr. 154, bijlage A2, addendum bij het mededelingenformulier betreffende de typegoedkeuring item 0.1: identificatiekenmerk van de interpolatiefamilie zoals gedefinieerd in punt 6.2.2 van dat reglement

5

ID ATCT-familie

Tekst

- -

Zoals gerapporteerd in bijlage I, aanhangsel 3, punt 0.2.3.2. (Verordening (EU) 2017/1151)

7

ID wegbelastingfamilie van voertuig H of ID wegbelastingmatrixfamilie

Tekst

- -

Zoals gerapporteerd in bijlage I, aanhangsel 3, punt 0.2.3.4.1. (voor wegbelasting-matrixfamilie punt 0.2.3.5.)

(Verordening (EU) 2017/1151)

7a

ID wegbelastingfamilie van voertuig L (indien relevant)

Tekst

- -

Zoals gerapporteerd in bijlage I, aanhangsel 3, punt 0.2.3.4.2. (Verordening (EU) 2017/1151)

7b

ID wegbelastingfamilie van voertuig M (indien relevant)

Tekst

- -

Zoals gerapporteerd in VN/ECE-Reglement 154, bijlage A1, aanhangsel 1, punt 1.4.2. Wegbelastingparameters

13

Aangedreven wielen van voertuig in familie

Enumeratie (voor-, achter-, vierwielaandrijving)

- -

Bijlage I, addendum bij aanhangsel 4, punt 1.7 (Verordening (EU) 2017/1151)

14

Rollenbankconfiguratie tijdens typegoedkeuringstest

Enumeratie (een as, twee assen)

- -

Zoals in VN/ECE-Reglement 154, bijlage B6; punt 2.4.2.4

18

Door de bestuurder selecteerbare modus die is gebruikt tijdens de typegoedkeuringstest (puur ICE) of test met ladingbehoud (NOVC-HEV, OVC-HEV, NOVC-FCHV)

Mogelijke indelingen: pdf, jpg.

De naam van het bestand is een UUID, uniek binnen het pakket.

- -

Vermeld en beschrijf de bij de typegoedkeuring gebruikte modi. In gevallen van een overheersende modus is dit slechts één antwoord. Er moeten afwisselend de meest gunstige en meest ongunstige modi worden beschreven. Beschrijving van modi die moeten worden gebruikt voor typegoedkeuringstests zoals in VN/ECE-Reglement 154, bijlage B6; punt 2.6.6

19

Door de bestuurder selecteerbare modi die zijn gebruikt tijdens de typegoedkeuringstests voor de test met ontlading (OVC-HEV’s)

Mogelijke indelingen: pdf, jpg.

De naam van het bestand is een UUID, uniek binnen het pakket.

- -

Vermeld en beschrijf de bij de typegoedkeuring gebruikte modi. In gevallen van een overheersende modus is dit slechts één antwoord. Er moeten afwisselend de meest gunstige en meest ongunstige modi worden beschreven. Beschrijving van modi die moeten worden gebruikt voor typegoedkeuringstests zoals in VN/ECE-Reglement 154, bijlage B8, punt 3.2.3

20

Stationair toerental voor voertuigen met handschakeling brandstof 1, brandstof 2 (indien relevant)

Nummer

omw./min

Bijlage I, aanhangsel 3, punt 3.2.1.6. (Verordening (EU) 2017/1151)

21

Aantal versnellingen voor voertuigen met handschakeling

Nummer

- -

Bijlage I, addendum bij aanhangsel 4, punt 1.13.2. (Verordening (EU) 2017/1151)

23

Afmetingen banden van het testvoertuig voor/achter/midden, voor voertuigen met handschakeling

Tekst

- -

Bijlage I, aanhangsel 8a, punt 1.1.8 (Verordening (EU) 2017/1151)

Gebruik 1 voor afmetingen banden voorwielen, 2 voor afmetingen banden achterwielen, 3 voor afmetingen banden middenwielen (indien van toepassing)

24

+

25

Vermogenscurve bij volle belasting met veiligheidsmarge voor voertuigen met handschakeling, brandstof 1, brandstof 2 (indien relevant)

Tabelwaarden

omw./min vs. kW vs. %

De vermogenscurve bij volle belasting over het motortoerentalbereik van nidle tot en met nrated of nmax, of ndv(ngvmax) × vmax, (de hoogste waarde met veiligheidsmarge is van toepassing, indien gebruikt voor berekening schakelpunt) van bijlage I, aanhangsel 8a, punt 1.2.4.

(Verordening (EU) 2017/1151)

Voorbeeld van tabelwaarden is te vinden in VN/ECE-Reglement 154, bijlage B2, tabel A2/1

26

Aanvullende informatie voor berekening schakelpunt voor voertuigen met handschakeling, brandstof 1, brandstof 2 (indien relevant)

Zie tabel in voorbeeld

Zie tabel in voorbeeld

Bijlage I, aanhangsel 8a, punt 1.2.4. (Verordening (EU) 2017/1151)

29

ATCT-FCF brandstof 1, brandstof 2 (indien relevant)

Nummer

- -

Een waarde voor elke brandstof in geval van bifuel- of flexfuelvoertuigen. Koppel brandstof 1 altijd aan de bijbehorende ATCT-FCF en brandstof 2 aan de bijbehorende ATCT-FCF

Zoals gedefinieerd in VN/ECE-Reglement 154, bijlage B6a, punt 3.8.1

30a

Additieve Ki-factor(en) voor voertuigen met periodiek regenererende systemen

Tabelwaarden

g/km voor CO2, mg/km voor al de rest

Tabel met waarden voor CO,

NOx, PM, THC (mg/km), en voor CO2 (g/km)

Leeg indien multiplicatieve Ki-factoren worden verstrekt of voor voertuigen die geen periodiek regenererende systemen hebben. Bijlage I, aanhangsel 8a, punt 2.1.1.1.1. voor verontreinigende stoffen en punt 2.1.1.2.1. voor CO2. (Verordening (EU) 2017/1151)

30b

Multiplicatieve Ki-factor(en) voor voertuigen met periodiek regenererende systemen

Tabelwaarden

geen eenheden

Tabel met waarden voor CO,

NOx, PM, THC, en voor CO2. Leeg indien additieve Ki-factoren worden verstrekt of voor voertuigen die geen periodiek regenererende systemen hebben. Bijlage I, aanhangsel 8a, punt 2.1.1.1.1. voor verontreinigende stoffen en punt 2.1.1.2.1. voor CO2

(Verordening (EU) 2017/1151)

31a

Additieve verslechteringsfactoren (DF) brandstof 1, brandstof 2 (indien relevant)

Tabelwaarden

(mg/km behalve voor PN dat #/km is

Tabel met verslechteringsfactoren voor elke verontreinigende stof.

1. CO, PM, PN, NOx, NMHC en THC voor alle monofuelvoertuigen op benzine en alle bifuel- en flexifuelvoertuigen.

2. CO, NOx, NMHC en THC voor monofuelvoertuigen op lpg en aardgas.

3. NOx voor monofuelvoertuigen op H2.

4. NOx, THC+NOX, CO, PM en PN voor alle dieselvoertuigen.

5. Leeg indien multiplicatieve DF-factoren worden verstrekt. Bijlage I, aanhangsel 8a, punt 2.1.1.1.1. (Verordening (EU) 2017/1151)

31b

Multiplicatieve verslechteringsfactoren (DF) brandstof 1, brandstof 2 (indien relevant)

Tabelwaarden

geen eenheden

Tabel met verslechteringsfactoren voor elke verontreinigende stof.

— CO, PM, PN, NOx, NMHC en THC voor alle monofuelvoertuigen op benzine en alle bifuel- en flexifuelvoertuigen.

— CO, NOx, NMHC en THC voor monofuelvoertuigen op lpg en aardgas.

— NOx voor monofuelvoertuigen op H2.

— NOx, THC+NOx, CO, PM en PN voor alle dieselvoertuigen.

Leeg indien additieve DF-factoren worden verstrekt. Bijlage I, aanhangsel 8a, punt 2.1.1.1.1.

(Verordening (EU) 2017/1151)

32

Accuspanning voor alle REESS

Nummer

V

Zoals gedefinieerd in VN/ECE-Reglement 154 bijlage B6, aanhangsel 2, punt 4.1

(DIN EN 60050-482)

33

K-correctiecoëfficiënt alleen voor NOVC en OVC-HEV’s

Tabel

(g/km)/(Wh/km)

Voor NOVC en OVC-HEV’s

correctie van CS CO2-emissies zoals gedefinieerd in VN/ECE-Reglement 154 bijlage B8, aanhangsel 2, punt 2

42

Regeneratieherkenning

pdf-document of jpg

De naam van het bestand is een UUID, uniek binnen het pakket.

Beschrijving door de voertuigfabrikant over de herkenning of regeneratie tijdens de test is opgetreden

43

Regeneratievoltooiing

pdf-document of jpg

De naam van het bestand is een UUID, uniek binnen het pakket.

-

Beschrijving van de procedure voor de voltooiing van regeneratie

44a

Indexnummer van de overgangscyclus voor VL

aantal

-

Alleen voor OVC-HEV-voertuigen. Aantal uitgevoerde CD-tests tot aan het beëindigingscriterium is voldaan. Bijlage I, aanhangsel 8a, punt 2.1.1.4.1.4. (Verordening (EU) 2017/1151)

Voor meerfasenvoertuigen of meerfasenvoertuigen voor speciale doeleinden

45

Toegestane massa in rijklare toestand van het uiteindelijke voertuig

Nummer

kg

Zoals gerapporteerd in punt 0.2.2.1 in bijlage I bij Verordening (EU) 2020/683

Van-tot

45a

Toegestane feitelijke massa van het uiteindelijke voertuig

Nummer

kg

Zoals gerapporteerd in punt 0.2.2.1 in bijlage I bij Verordening (EU) 2020/683

Van-tot

45b

Toegestane technisch toelaatbare maximummassa van het uiteindelijke voertuig in beladen toestand (in kg):

Nummer

kg

Zoals gerapporteerd in punt 0.2.2.1 in bijlage I bij Verordening (EU) 2020/683

Van-tot

46

Toegestane frontale oppervlak van het uiteindelijke voertuig

Nummer

cm2

Zoals gerapporteerd in punt 0.2.2.1 in bijlage I bij Verordening (EU) 2020/683

Van-tot

47

Toegestane rolweerstand

Nummer

kg/t

Zoals gerapporteerd in punt 0.2.2.1 in bijlage I bij Verordening (EU) 2020/683

Van-tot

48

Toegestane uitstekende frontale oppervlak van de luchtinlaat van de grille aan de voorkant

Nummer

cm2

Zoals gerapporteerd in punt 0.2.2.1 in bijlage I bij Verordening (EU) 2020/683

Van-tot

BIJ ALLE VOERTUIGEN

49

Aandrijvingstype

Enumeratie Puur-ICE, OVC-HEV, NOVC-HEV

- -

Aandrijvingstype zoals gedefinieerd in BIJLAGE IIIA, punt 3.3.1.2 (a)

50

Ontstekingstype:

Enumeratie

Elektrische ontsteking, compressieontsteking

- -

Ontstekingstype zoals gerapporteerd in punt 3.2.1.1.

Aanhangsel 3 van bijlage I (Verordening (EU) 2017/1151)

51

Bedrijfsmodus brandstof

Enumeratie (monofuel, bifuel, flexfuel)

- -

Brandstoftype van het voertuig zoals gerapporteerd in

punt 3.2.2.4 Aanhangsel 3 van bijlage I

(Verordening (EU) 2017/1151)

52

Brandstoftype brandstof 1, brandstof 2 (indien relevant)

Enumeratie (benzine, diesel, lpg, aardgas/biomethaan, ethanol (E85), waterstof).

- -

Brandstoftype zoals gerapporteerd in punt 3.2.2.1.

Bijlage I, aanhangsel 3 (Verordening (EU) 2017/1151). Vermeld in geval van bifuel- en flexfuelvoertuigen beide brandstoffen.

53

Type transmissie

Enumeratie (handmatig/automatisch/CVT)

- -

Type transmissie zoals gerapporteerd in punt 4.5.1. Bijlage I, aanhangsel 3 (Verordening (EU) 2017/1151)

54

Motorinhoud

Nummer

cm3

Motorinhoud zoals gerapporteerd in punt 3.2.1.3. Bijlage I, aanhangsel 3 (Verordening (EU) 2017/1151).

55

Wijze van brandstoftoevoer brandstof 1, brandstof 2 (indien relevant)

Enumeratie direct/indirect/direct en indirect

Wijze van brandstoftoevoer zoals opgegeven door de OEM. Punt 1.10.2 van addendum bij aanhangsel 4 van bijlage I (Verordening (EU) 2017/1151)



Tabel 2

Transparantielijst 2

Veld

Soort gegevens

Beschrijving

TVU

Tekst

Unieke identificatiecode van type, variant, uitvoering van het voertuig

Punten 7.3 en 7.4 van deel B van bijlage I bij Verordening (EU) 2018/858)

ID PEMS-familie

Tekst

Bijlage IIIA, punt 3.5.2.

Merk

Tekst

Handelsnaam van de fabrikant

punt 0.1, bijlage I (Verordening (EU) 2020/683)

Handelsbenaming

Tekst

Handelsbenamingen van de TVU

punt 0.2.1, bijlage I (Verordening (EU) 2020/683)

Andere benaming

Tekst

Vrije tekst

Categorie en klasse

Enumeratie (M1, N1 klasse I, N1 klasse II, N1 klasse III, N2, N3, M2, M3)

Voertuigcategorie en -klasse

715/2007 Bijlage I (klasse)

2018/858 Bijlage I (categorieën)

Carrosserie

Enumeratie (AA sedan,

AB hatchback,

AC stationwagen,

AD coupé,

AE cabriolet,

AF MPV,

AG stationwagen afgeleid van een truck,

BA vrachtwagen,

BB bestelwagen,

BC opleggertrekker,

BD aanhangwagentrekker,

BE pick-uptruck,

BX chassiscabine)

Aard van de carrosserie

0.3.0.2 Bijlage I (Verordening (EU) 2020/683)

Emissietypegoedkeuringsnummer

Tekst

Bijlage IV bij Verordening (EU) 2020/683

WVTA-nummer

Tekst

Identificatiecode van de typegoedkeuring van het gehele voertuig zoals gedefinieerd in bijlage IV bij Verordening (EU) 2020/683

ID verdampingsfamilie

Tekst

Zoals gerapporteerd in bijlage I, aanhangsel 3, punt 0.2.3.7. (Verordening (EU) 2017/1151)

Nominaal motorvermogen brandstof 1, brandstof 2 (indien relevant)

Nummer

Bijlage I, aanhangsel 3, punt 3.2.1.8. (Verordening (EU) 2017/1151)

Dubbele banden

Ja/nee

Opgegeven door OEM

Capaciteit brandstoftanks (discrete waarden)

Nummer

Capaciteit brandstoftank(s)

punt 3.2.3.1.1 van bijlage I (Verordening (EU) 2020/683)

Afgedichte tank

Ja/nee

3.2.12.2.5.5.3 van bijlage I (Verordening (EU) 2020/683)

In dit WVTA+TVV gebruikte WMI

Tekst

Opgegeven door de OEM (ISO 3779)

▼B




BIJLAGE III

Gereserveerd

▼M5




BIJLAGE IIIA

1. AFKORTINGEN

Afkortingen betreffen in het algemeen zowel de enkelvouds- als de meervoudsvorm van de afgekorte begrippen.



CLD

chemiluminescentiedetector

CVS

bemonsteringsapparaat met constant volume („Constant Volume Sampler”)

DCT

dubbelekoppelingversnellingsbak („Dual Clutch Transmission”)

ECU

motorregeleenheid („Engine Control Unit”)

EFM

uitlaatgasmassadebietmeter („Exhaust mass Flow Meter”)

FID

vlamionisatiedetector („Flame Ionisation Detector”)

FS

volledige schaal („Full Scale”)

GNSS

wereldwijd satellietnavigatiesysteem („Global Navigation Satellite System”)

HCLD

verwarmde chemiluminescentiedetector („Heated ChemiLuminescence Detector”)

ICE

verbrandingsmotor („Internal Combustion Engine”)

Lpg

vloeibaar petroleumgas („Liquid Petroleum Gas”)

NDIR

niet-dispersieve infraroodanalysator

NDUV

niet-dispersieve ultravioletanalysator

NG

aardgas

NMC

niet-methaancutter

NMC-FID

niet-methaancutter in combinatie met een vlamionisatiedetector („Flame-Ionisation Detector”)

NMHC

andere koolwaterstoffen dan methaan („Non-Methane HydroCarbons”)

OBD

boorddiagnose („On-Board Diagnostics”)

PEMS

draagbaar emissiemeetsysteem („Portable Emissions Measurement System”)

RPA

relatieve positieve versnelling („Relative Positive Acceleration”)

SEE

standaardfout van de schatting („Standard Error of Estimate”)

THC:

totaal aan koolwaterstoffen („Total HydroCarbons”)

VIN

voertuigidentificatienummer

WLTC

wereldwijd geharmoniseerde testcyclus voor lichte voertuigen („Worldwide Harmonised Light vehicles Test Cycle”)

2. DEFINITIES