Bij deze verordening wordt het bij Verordening (EU) nr. 582/2011 vastgestelde wettelijk kader voor de typegoedkeuring van motorvoertuigen en motoren wat emissies betreft, aangevuld door regels vast te stellen voor de verlening van licenties voor het gebruik van een simulatietool ter bepaling van de CO2-emissies en het brandstofverbruik van nieuwe voertuigen voordat deze in de Unie verkocht, geregistreerd of in het verkeer gebracht worden, voor het gebruik van die simulatietool en voor het opgeven van de aldus bepaalde CO2-emissie- en brandstofverbruikswaarden.
Verordening (EU) 2017/2400 van de Commissie van 12 december 2017 tot uitvoering van Verordening (EG) nr. 595/2009 van het Europees Parlement en de Raad wat de bepaling van de CO2-emissies en het brandstofverbruik van zware bedrijfsvoertuigen betreft, en tot wijziging van Richtlijn 2007/46/EG van het Europees Parlement en de Raad en Verordening (EU) nr. 582/2011 van de Commissie (Voor de EER relevante tekst)
Verordening (EU) 2017/2400 van de Commissie van 12 december 2017 tot uitvoering van Verordening (EG) nr. 595/2009 van het Europees Parlement en de Raad wat de bepaling van de CO2-emissies en het brandstofverbruik van zware bedrijfsvoertuigen betreft, en tot wijziging van Richtlijn 2007/46/EG van het Europees Parlement en de Raad en Verordening (EU) nr. 582/2011 van de Commissie (Voor de EER relevante tekst)
HOOFDSTUK 1 ALGEMENE BEPALINGEN
Artikel 1 Onderwerp
Artikel 2 Toepassingsgebied
Met inachtneming van artikel 4, tweede alinea, is deze verordening van toepassing op middelzware vrachtwagens, zware vrachtwagens en zware bussen.
In het geval van meerfasentypegoedkeuring of individuele goedkeuring van middelzware en zware vrachtwagens, is deze verordening van toepassing op basisvrachtwagens.
In het geval van zware bussen is deze verordening van toepassing op primaire voertuigen, interimvoertuigen en complete voertuigen of voltooide voertuigen.
Deze verordening is niet van toepassing op terreinvoertuigen, voertuigen voor speciale doeleinden en terreinvoertuigen voor speciale doeleinden, zoals gedefinieerd in respectievelijk punt 2.1, punt 2.2 en punt 2.3 van deel A van bijlage I bij Verordening (EU) 2018/858 van het Europees Parlement en de Raad(1).
Artikel 3 Definities
Voor de toepassing van deze verordening wordt verstaan onder:
- 1. „CO2-emissie- en brandstofverbruikseigenschappen” :
- specifieke, voor een onderdeel, technische eenheid of systeem afgeleide eigenschappen die het effect daarvan op de CO2-emissies en het brandstofverbruik van een voertuig bepalen;
- 2. „inputgegevens” :
- informatie over de CO2-emissie- en brandstofverbruikseigenschappen van een onderdeel, technische eenheid of systeem die door de simulatietool voor de bepaling van de CO2-emissies en het brandstofverbruik van een voertuig wordt gebruikt;
- 3. „inputinformatie” :
- informatie over de kenmerken van een voertuig die door de simulatietool voor de bepaling van de CO2-emissies en het brandstofverbruik van het voertuig wordt gebruikt en niet tot de inputgegevens behoort;
- 4. „fabrikant” :
- de persoon of instantie die jegens de goedkeuringsinstantie verantwoordelijk is voor alle aspecten van het certificeringsproces en voor het waarborgen van de conformiteit van de CO2-emissie- en brandstofverbruikseigenschappen van onderdelen, technische eenheden en systemen. Het is niet essentieel dat die persoon of instantie rechtstreeks betrokken is bij alle constructiefasen van het onderdeel, de technische eenheid of het systeem waarop de certificering betrekking heeft;
- 4a. „voertuigfabrikant” :
- de persoon of instantie persoon die verantwoordelijk is voor de afgifte van het gegevensdossier van de fabrikant en het klanteninformatiedossier overeenkomstig artikel 9;
- 5. „gemachtigde entiteit” :
- nationale autoriteit die door een lidstaat gemachtigd is van fabrikanten en voertuigfabrikanten relevante informatie over de CO2-emissie- en brandstofverbruikseigenschappen van een bepaald onderdeel, een bepaalde technische eenheid of een bepaald systeem, respectievelijk over de CO2-emissies en het brandstofverbruik van nieuwe voertuigen op te vragen;
- 6. „transmissie” :
- voorziening die bestaat uit ten minste twee versnellingen waartussen kan worden geschakeld, waardoor het koppel en het toerental volgens bepaalde verhoudingen worden gewijzigd;
- 7. „koppelomvormer” :
- hydrodynamisch startonderdeel, dat een afzonderlijk onderdeel van de aandrijflijn of de transmissie is, waarbij door seriële of parallelle overbrenging van vermogen het toerental tussen motor en wiel wordt aangepast en koppelvergroting plaatsvindt;
- 8. „ander koppeloverbrengingsonderdeel” (OTTC):
- met de aandrijflijn verbonden roterend onderdeel dat, afhankelijk van de eigen rotatiesnelheid, koppelverlies produceert;
- 9. „aanvullend onderdeel van de aandrijflijn” (ADC):
- roterend onderdeel van de aandrijflijn dat vermogen naar andere onderdelen van de aandrijflijn overbrengt of verdeelt en, afhankelijk van de eigen rotatiesnelheid, koppelverlies produceert;
- 10. „as” :
- een onderdeel dat alle roterende delen van de aandrijflijn omvat die het aandrijfkoppel van de cardanas overbrengen op de wielen en het koppel en de snelheid met een vaste verhouding wijzigen, met inbegrip van de functies van een differentieel;
- 11. „luchtweerstand” :
- kenmerk van een voertuigconfiguratie betreffende de aerodynamische kracht die in de richting van de luchtstroom op een voertuig wordt uitgeoefend en die bij omstandigheden zonder zijwind wordt bepaald als het product van de weerstandscoëfficiënt en de oppervlakte van de dwarsdoorsnede;
- 12. „hulpapparatuur” :
- voertuigonderdelen zoals een motorventilator, stuursysteem, elektrisch systeem, pneumatisch systeem en een systeem voor verwarming, ventilatie en airconditioning (HVAC) waarvan de CO2-emissie- en brandstofverbruikseigenschappen in bijlage IX zijn gedefinieerd;
- 13. „familie van onderdelen”, „familie van technische eenheden” en „familie van systemen” :
- door de fabrikant bepaalde groep van respectievelijk onderdelen, technische eenheden en systemen die door hun ontwerp soortgelijke CO2-emissie- en brandstofverbruikseigenschappen hebben;
- 14. „ouderonderdeel”, „technische oudereenheid” en „oudersysteem” :
- respectievelijk onderdeel, technische eenheid en systeem dat/die op zodanige wijze uit een familie van respectievelijk onderdelen, technische eenheden en systemen is gekozen dat de CO2-emissie- en brandstofverbruikseigenschappen ervan het minst gunstige geval van die familie zullen zijn;
- 15. „emissievrij zwaar bedrijfsvoertuig” :
- een emissievrij zwaar bedrijfsvoertuig zoals gedefinieerd in artikel 3, punt 11, van Verordening (EU) 2019/1242 van het Europees Parlement en de Raad;
- 16. „werkvoertuig” :
- een zwaar bedrijfsvoertuig dat niet is bestemd voor de levering van goederen en waarvoor een van de volgende cijfers wordt gebruikt om de carrosseriecodes aan te vullen, zoals vermeld in aanhangsel 2 van bijlage I bij Verordening (EU) 2018/858: 09, 10, 15, 16, 18, 19, 20, 23, 24, 25, 26, 27, 28, 31; of een trekker met een maximumsnelheid van ten hoogste 79 km/h;
- 17. „enkelvoudige vrachtwagen” :
- een vrachtwagen zoals gedefinieerd in deel C, punt 4.1, van bijlage I bij Verordening (EU) 2018/858, met uitzondering van vrachtwagens die zijn ontworpen of gebouwd voor het trekken van een oplegger;
- 18. „trekker” :
- een opleggertrekker zoals gedefinieerd in deel C, punt 4.3, van bijlage I bij Verordening (EU) 2018/858;
- 19. „slaapcabine” :
- een cabine met een ruimte achter de zitplaats van de bestuurder die is bedoeld om in te slapen;
- 20. „hybride elektrisch zwaar bedrijfsvoertuig” :
- een hybride zwaar bedrijfsvoertuig dat ten behoeve van de mechanische aandrijving energie put uit beide van de volgende aan boord opgeslagen energiebronnen of krachtbronnen: i) een verbruikbare brandstof, en ii) een opslagsysteem voor elektrische energie of vermogen;
- 21. „dualfuelvoertuig” :
- een voertuig zoals gedefinieerd in artikel 2, punt 48, van Verordening (EU) nr. 582/2011;
- 22. „primair voertuig” :
- een zware bus in een voor simulatiedoeleinden bepaalde virtuele assemblagetoestand waarvoor de inputgegevens en inputinformatie zoals vermeld in bijlage III worden gebruikt;
- 23. „gegevensdossier van de fabrikant” :
- een door de simulatietool geproduceerd dossier met informatie over de fabrikant, documentatie over de inputgegevens en inputinformatie voor de simulatietool, en de resultaten voor CO2-emissies en brandstofverbruik;
- 24. „klanteninformatiedossier” :
- een door de simulatietool geproduceerd dossier dat een gedefinieerde reeks voertuiggegevens bevat, alsook de resultaten voor CO2-emissies en brandstofverbruik zoals gedefinieerd in deel II van bijlage IV;
- 25. „voertuiginformatiedossier” :
- een door de simulatietool geproduceerd dossier voor zware bussen om de relevante inputgegevens, inputinformatie en simulatieresultaten door te geven aan latere fabricagefasen volgens de in punt 2) van bijlage I beschreven methode;
- 26. „middelzware vrachtwagen” :
- een voertuig van categorie N2, zoals gedefinieerd in artikel 4, lid 1, punt b), ii), van Verordening (EU) 2018/858, met een technisch toelaatbare maximummassa in beladen toestand van meer dan 5 000 kg, maar niet meer dan 7 400 kg;
- 27. „zware vrachtwagen” :
- een voertuig van categorie N2, zoals gedefinieerd in artikel 4, lid 1, punt b), ii), van Verordening (EU) 2018/858, met een technisch toelaatbare maximummassa in beladen toestand van meer dan 7 400 kg, en een voertuig van categorie N3, zoals gedefinieerd in artikel 4, lid 1, punt b), iii), van die verordening;
- 28. „zware bus” :
- een voertuig van categorie M3, zoals gedefinieerd in artikel 4, lid 1, punt a), iii), van Verordening (EU) 2018/858, met een technisch toelaatbare maximummassa in beladen toestand van meer dan 7 500 kg;
- 29. „primairevoertuigfabrikant” :
- een fabrikant die verantwoordelijk is voor het primaire voertuig;
- 30. „interimvoertuig” :
- elke verdere voltooiing van een primair voertuig waarbij een deelverzameling van inputgegevens en inputinformatie zoals gedefinieerd voor het complete of voltooide voertuig overeenkomstig tabel 1 en tabel 3 bis van bijlage III wordt toegevoegd en/of gewijzigd;
- 31. „interimfabrikant” :
- een fabrikant die verantwoordelijk is voor een interimvoertuig;
- 32. „incompleet voertuig” :
- een incompleet voertuig zoals gedefinieerd in artikel 3, punt 25, van Verordening (EU) 2018/858;
- 33. „voltooid voertuig” :
- een voltooid voertuig zoals gedefinieerd in artikel 3, punt 26, van Verordening (EU) 2018/858;
- 34. „compleet voertuig” :
- een compleet voertuig zoals gedefinieerd in artikel 3, punt 27, van Verordening (EU) 2018/858;
- 35. „standaardwaarde” :
- inputgegevens voor de simulatietool voor een onderdeel waarvan de inputgegevens moeten worden gecertificeerd, maar waarbij het onderdeel niet is getest om een specifieke waarde te bepalen, en waarin de slechtst denkbare prestaties van een onderdeel tot uitdrukking komen;
- 36. „generieke waarde” :
- gegevens die in de simulatietool worden gebruikt voor onderdelen of voertuigparameters waarbij het testen van onderdelen of het opgeven van specifieke waarden niet is voorzien, en waarin de prestaties van gemiddelde onderdelentechnologie of typische voertuigspecificaties tot uitdrukking komen;
- 37. „bestelwagen” :
- een bestelwagen zoals gedefinieerd in deel C, punt 4.2, van bijlage I bij Verordening (EU) 2018/858;
- 38. „toepassingsgeval” :
- de verschillende scenario’s die moeten worden gevolgd in het geval van een middelzware vrachtwagen, een zware vrachtwagen, een zware bus die een primair voertuig is, een zware bus die een interimvoertuig is, een zware bus die een compleet voertuig is, of een voltooid voertuig waarvoor in de simulatietool verschillende bepalingen en functies van de fabrikant van toepassing zijn;
- 39. „basisvrachtwagen” :
- een middelzware vrachtwagen of zware vrachtwagen die ten minste is uitgerust met:
-
een chassis, motor, transmissie, assen en banden, in het geval van puur-ICE-voertuigen;
-
een chassis, elektrische-machinesysteem en/of geïntegreerd onderdeel van de elektrische aandrijflijn, een of meer batterijsystemen en/of een of meer condensatorsystemen en banden, in het geval van puur elektrische voertuigen;
-
een chassis, motor, elektrische-machinesysteem en/of geïntegreerd onderdeel van de elektrische aandrijflijn en/of geïntegreerd onderdeel van de hybride elektrische aandrijflijn type 1, een of meer batterijsystemen en/of een of meer condensatorsystemen en banden, in het geval van hybride elektrische zware bedrijfsvoertuigen.
-
Wat hybride elektrische zware bedrijfsvoertuigen betreft, zijn artikel 5, lid 3, artikel 9, lid 1, en artikel 12, lid 1, alleen van toepassing op hybride elektrische zware bedrijfsvoertuigen waarvan het op één na hoogste nettomaximumvermogen van alle energieomzetters minder dan 10 % van het hoogste nettomaximumvermogen van alle energieomzetters bedraagt. Energieomzetters die alleen worden gebruikt voor het starten worden in dit verband niet in aanmerking genomen.
Artikel 4 Voertuiggroepen
Voor de toepassing van deze verordening worden motorvoertuigen overeenkomstig de tabellen 1 tot en met 6 van bijlage I in voertuiggroepen ingedeeld.
De artikelen 5 tot en met 23 zijn niet van toepassing op zware vrachtwagens van de voertuiggroepen 6, 7, 8, 13, 14, 15, 17, 18 en 19 zoals aangegeven in tabel 1 van bijlage I, noch op middelzware vrachtwagens van de voertuiggroepen 51, 52, 55 en 56 zoals aangegeven in tabel 2 van bijlage I, noch op voertuigen met aangedreven vooras van de voertuiggroepen 11, 12 en 16 zoals aangegeven in tabel 1 van bijlage I.