Home

Uitvoeringsbesluit (EU) 2018/638 van de Commissie van 23 april 2018 tot vaststelling van noodmaatregelen om het binnenbrengen en de verspreiding in de Unie van het schadelijke organisme Spodoptera frugiperda (Smith) te voorkomen (Kennisgeving geschied onder nummer C(2018) 2291)

Uitvoeringsbesluit (EU) 2018/638 van de Commissie van 23 april 2018 tot vaststelling van noodmaatregelen om het binnenbrengen en de verspreiding in de Unie van het schadelijke organisme Spodoptera frugiperda (Smith) te voorkomen (Kennisgeving geschied onder nummer C(2018) 2291)

Artikel 1 Definities

Voor de toepassing van dit besluit wordt verstaan onder:

a) „nader omschreven organisme” :
Spodoptera frugiperda (Smith);
b) „nader omschreven planten” :
vruchten van Capsicum L., Momordica L., Solanum aethiopicum L., Solanum macrocarpon L. en Solanum melongena L., en planten, met uitzondering van levende pollen, plantenweefselcultures, zaden en granen, van Zea mays L. van oorsprong uit derde landen met uitzondering van Zwitserland;
c) „productielocatie” :
een omschreven gedeelte van een plaats van productie dat om fytosanitaire redenen als een aparte eenheid wordt beheerd. „Plaats van productie”: een terrein dat of een verzameling percelen die als één enkele productie- of bedrijfseenheid wordt geëxploiteerd.

Artikel 2 Opsporing of vermoedelijke aanwezigheid van het nader omschreven organisme

1.

De lidstaten waarborgen dat wanneer een persoon de aanwezigheid van het nader omschreven organisme op zijn grondgebied vaststelt of vermoedt, hij de bevoegde officiële instantie hiervan onmiddellijk op de hoogte stelt en haar alle relevante informatie over de aanwezigheid of de vermoedelijke aanwezigheid van het nader omschreven organisme verstrekt.

2.

De bevoegde officiële instantie registreert deze informatie onmiddellijk.

3.

Wanneer de bevoegde officiële instantie op de hoogte is gesteld van de aanwezigheid of de vermoedelijke aanwezigheid van het nader omschreven organisme, neemt zij alle noodzakelijke maatregelen om die aanwezigheid of vermoedelijke aanwezigheid te bevestigen.

4.

De lidstaten zorgen ervoor dat eenieder die verantwoordelijk is voor planten die mogelijk door het nader omschreven organisme zijn aangetast, onmiddellijk op de hoogte wordt gebracht van de aanwezigheid of de vermoedelijke aanwezigheid van het nader omschreven organisme en wordt voorgelicht over de mogelijke gevolgen en risico's, alsook de te nemen maatregelen.

Artikel 3 Eisen voor het binnenbrengen in de Unie van de nader omschreven planten

De nader omschreven planten mogen uitsluitend in de Unie worden binnengebracht indien aan de volgende eisen is voldaan:

  1. zij gaan vergezeld van een fytosanitair certificaat als bedoeld in artikel 13, lid 1, punt ii), van Richtlijn 2000/29/EG;

  2. zij voldoen aan artikel 4, punt a), b), c), d) of e), van dit besluit. In de rubriek „Aanvullende verklaring” van het fytosanitair certificaat wordt aangegeven welk punt van toepassing is. Wanneer artikel 4, onder c) en d), van toepassing is, wordt op het fytosanitair certificaat ook de onder c), iv), bedoelde informatie vermeld die de traceerbaarheid waarborgt;

  3. bij binnenkomst in de Unie worden zij door de bevoegde officiële instantie overeenkomstig artikel 5 van dit besluit gecontroleerd en daarbij mag de aanwezigheid van het nader omschreven organisme niet worden geconstateerd.

Artikel 4 Oorsprong van de nader omschreven planten

De nader omschreven planten voldoen aan de eisen in een van de volgende punten:

  1. zij zijn van oorsprong uit een derde land waar het nader omschreven organisme voor zover bekend niet voorkomt;

  2. zij zijn van oorsprong uit een gebied dat door de nationale plantenziektekundige organisatie overeenkomstig de desbetreffende internationale normen voor fytosanitaire maatregelen vrij is bevonden van het nader omschreven organisme; de naam van dat gebied wordt in de rubriek „plaats van oorsprong” van het fytosanitair certificaat vermeld;

  3. zij zijn van oorsprong uit andere gebieden dan de onder a) of b) vermelde en voldoen aan de volgende voorwaarden:

    1. de nader omschreven planten zijn op een productielocatie geproduceerd die is geregistreerd door en onder toezicht staat van de nationale plantenziektekundige organisatie van het land van oorsprong;

    2. gedurende drie maanden vóór uitvoer zijn op de productielocatie officiële controles uitgevoerd en is geen aanwezigheid van het nader omschreven organisme op de nader omschreven planten geconstateerd;

    3. de nader omschreven planten zijn vóór uitvoer officieel gecontroleerd en vrij van het nader omschreven organisme bevonden;

    4. tijdens de verplaatsing van de nader omschreven planten vóór uitvoer is voor informatie gezorgd die de traceerbaarheid ervan naar de productielocatie waarborgt;

    5. de nader omschreven planten zijn op een productielocatie geproduceerd die volledig fysiek beschermd is tegen het binnenbrengen van het nader omschreven organisme;

  4. zij zijn van oorsprong uit andere gebieden dan de onder a) of b) vermelde, voldoen aan punt c), i) tot en met iv), en hebben een doeltreffende behandeling ondergaan om te waarborgen dat zij vrij zijn van het nader omschreven organisme;

  5. zij zijn van oorsprong uit andere gebieden dan de onder a) of b) vermelde, zij hebben na de oogst een doeltreffende behandeling ondergaan om te waarborgen dat zij vrij zijn van het nader omschreven organisme, en deze behandeling is op het fytosanitair certificaat vermeld.

Artikel 5 Officiële controles bij het binnenbrengen in de Unie

1.

Alle zendingen van de nader omschreven planten die in de Unie worden binnengebracht, worden op de plaats van binnenkomst in de Unie of op de plaats van bestemming als vastgesteld overeenkomstig Richtlijn 2004/103/EG van de Commissie(1) officieel gecontroleerd.

2.

De bevoegde officiële instantie voert de volgende controles uit:

  1. een visuele inspectie

    en,

  2. indien de aanwezigheid van het nader omschreven organisme wordt vermoed, bemonstering en identificatie van het gevonden organisme.

Artikel 6 Inspecties van het grondgebied van de lidstaten op het nader omschreven organisme

Artikel 7 Datum van toepassing

Artikel 8

Artikel 9 Adressaten