Home

Besluit (EU) 2018/1220 van de Commissie van 6 september 2018 betreffende het reglement van orde van de instantie als bedoeld in artikel 143 van Verordening (EU, Euratom) 2018/1046 van het Europees Parlement en de Raad

Besluit (EU) 2018/1220 van de Commissie van 6 september 2018 betreffende het reglement van orde van de instantie als bedoeld in artikel 143 van Verordening (EU, Euratom) 2018/1046 van het Europees Parlement en de Raad

HOOFDSTUK I ALGEMENE BEPALINGEN

Artikel 1 Onderwerp

Bij dit besluit wordt het reglement van orde van de instantie als bedoeld in artikel 143 van Verordening (EU, Euratom) 2018/1046 vastgesteld.

Artikel 2 Aanstelling, beëindiging van de functie en ontslag van de voorzitter en zijn plaatsvervanger

1.

De voorzitter van de instantie wordt overeenkomstig artikel 143, lid 3, van Verordening (EU, Euratom) 2018/1046 door de Commissie na een oproep tot het indienen van blijken van belangstelling benoemd voor een ambtstermijn van vijf jaar die niet kan worden verlengd. Zijn ambtstermijn gaat in op de datum die daartoe in het aanstellingsbesluit is vastgesteld. Dit besluit wordt bekendgemaakt in de C-serie van het Publicatieblad.

Na afloop van zijn ambtstermijn blijft de voorzitter in functie voor zover de werking van de instantie dat vereist, totdat hij wordt vervangen. Deze periode mag niet langer duren dan zes maanden.

2.

De voorzitter wordt aangesteld als bijzonder raadsadviseur van de Commissie in de zin van artikel 5 van de regeling die van toepassing is op de andere personeelsleden van de Europese Unie. Het contract van de bijzonder raadsadviseur neemt diens onafhankelijkheid ten volle in acht en doet geen afbreuk aan de duur van zijn ambtstermijn.

3.

De Commissie kan de voorzitter ontslaan indien deze niet meer aan de voorwaarden voor de uitoefening van zijn taken voldoet.

4.

De regels voor de aanstelling, beëindiging van de functie en het ontslag van de voorzitter zijn ook van toepassing op diens plaatsvervanger. Het bepaalde in de leden 1 tot en met 3 van dit artikel en het bepaalde in artikel 143 van Verordening (EU, Euratom) 2018/1046 is ook van toepassing op de plaatsvervanger van de voorzitter.

Artikel 3 Plaatsvervanging van de voorzitter

1.

Bij verhindering van de voorzitter worden zijn taken door zijn plaatsvervanger uitgeoefend.

2.

Wanneer het voorzitterschap vacant is, worden de voorzitterstaken door de plaatsvervanger uitgeoefend totdat de nieuwe voorzitter is aangesteld.

3.

Bij gelijktijdige verhindering van de voorzitter en diens plaatsvervanger worden de taken uitgeoefend door het vaste lid dat de Commissie vertegenwoordigt met de hoogste anciënniteit.

Artikel 4 Bevoegdheden van de voorzitter

1.

De voorzitter vertegenwoordigt de instantie.

2.

Hij zit de vergaderingen van de instantie voor en organiseert de werkzaamheden ervan.

3.

Hij wordt daartoe bijgestaan door het in artikel 7 bedoelde vast secretariaat.

4.

Hij kan zijn ondertekeningsbevoegdheid delegeren aan elk van de permanente leden die de Commissie vertegenwoordigen om, volgens de instructies die hij hun geeft, namens hem de documenten betreffende een bepaald dossier of betreffende bepaalde administratieve aangelegenheden te ondertekenen.

5.

Hij stelt, na raadpleging van de permanente leden, de vergaderkalender van de instantie vast.

6.

Hij oefent de andere bevoegdheden uit die hem op grond van dit besluit zijn verleend.

Artikel 5 Aanwijzing van de andere leden van de instantie en hun plaatsvervangers

Artikel 6 Waarnemers

Artikel 7 Vast secretariaat

Artikel 8 Voorkoming van en omgang met belangenconflicten

Artikel 9 Samenwerking tussen de instantie en OLAF

Artikel 9 bis Samenwerking met het Europees Openbaar Ministerie

Artikel 10 Voorlegging van zaken aan de instantie

Artikel 11 Het bijeenroepen van de instantie

Artikel 12 Schriftelijke procedure

Artikel 13 Het recht van de ondernemer om gehoord te worden

Artikel 14 Goedkeuring van de brieven en de aanbevelingen

Artikel 15 Kennisgeving van de aanbeveling

Artikel 16 Termijnen voor de behandeling van een zaak

Artikel 17 Vertrouwelijk karakter van de werkzaamheden en de beraadslagingen

Artikel 18 Behandeling van de verzoeken om toegang tot documenten en bescherming van persoonsgegevens

HOOFDSTUK II SPECIFIEKE BEPALINGEN VOOR DE UITOEFENING VAN DE IN ARTIKEL 93 VAN HET FINANCIEEL REGLEMENT BEDOELDE ADVISERENDE BEVOEGDHEID

Artikel 19 Beginselen

Artikel 20 Extra leden van de instantie en hun plaatsvervangers

Artikel 21 Aanwijzing van waarnemers

Artikel 22 Vast secretariaat van de instantie

Artikel 23 Voorlegging van zaken aan de instantie

Artikel 24 Schriftelijke procedure

Artikel 25 Goedkeuring van het advies en van de aanbeveling

Artikel 26 Kennisgeving van het advies en van de aanbeveling

Artikel 27 Het recht van het personeelslid om gehoord te worden

HOOFDSTUK III SLOTBEPALINGEN

Artikel 29 Herziening

Artikel 30 Intrekking

Artikel 31 Inwerkingtreding en toepassing