Door deze verordening worden de vereisten vastgesteld die betaaldienstverleners in acht moeten nemen ten behoeve van de uitvoering van beveiligingsmaatregelen die hen in staat stellen het volgende te doen:
-
toepassen van de procedure voor sterke cliëntauthenticatie in overeenstemming met artikel 97 van Richtlijn (EU) 2015/2366;
-
vrijstellen van de toepassing van de beveiligingsvereisten voor sterke cliëntauthenticatie, afhankelijk van nader omschreven en beperkte voorwaarden op basis van de omvang van het risico, het bedrag en de recurrentie van de betalingstransactie en het voor de uitvoering van de betalingstransactie gebruikte betalingskanaal;
-
beschermen van de vertrouwelijkheid en de integriteit van de persoonlijke beveiligingsgegevens (credentials) van de betaaldienstgebruiker;
-
vaststellen van gemeenschappelijke en veilige open standaarden voor de communicatie tussen rekeninghoudende betaaldienstverleners, betaalinitiatiedienstverleners, rekeninginformatiedienstverleners, betalers, betalingsbegunstigden en andere betaaldienstverleners met betrekking tot het verlenen en het gebruik van betaaldiensten uit hoofde van titel IV van Richtlijn (EU) 2015/2366.