Home

Uitvoeringsverordening (EU) 2018/659 van de Commissie van 12 april 2018 betreffende de voorschriften voor het binnenbrengen in de Unie van levende paardachtigen en sperma, eicellen en embryo's van paardachtigen (Voor de EER relevante tekst)

Uitvoeringsverordening (EU) 2018/659 van de Commissie van 12 april 2018 betreffende de voorschriften voor het binnenbrengen in de Unie van levende paardachtigen en sperma, eicellen en embryo's van paardachtigen (Voor de EER relevante tekst)

AFDELING 1 Onderwerp, toepassingsgebied en definities

Artikel 1 Onderwerp en toepassingsgebied

Deze verordening stelt de lijst vast van derde landen en delen van het grondgebied van derde landen waaruit het binnenbrengen in de Unie van zendingen paardachtigen en sperma, eicellen en embryo's daarvan is toegestaan.

Tevens voorziet de verordening in de veterinairrechtelijke voorschriften en de voorschriften inzake veterinaire certificering die op die zendingen van toepassing zijn.

Artikel 2 Definities

In deze verordening wordt verstaan onder:

a) „regionalisering”:

de officiële erkenning van een geografisch nauwkeurig afgebakend deel van het grondgebied van een derde land met een subpopulatie paardachtigen met een specifieke gezondheidsstatus ten aanzien van een of meer specifieke ziekten waar passende maatregelen inzake bewaking, ziektebestrijding en biobeveiliging worden toegepast;

b) „identificatiedocument”:

een document dat kan worden gebruikt om de identiteit van een paardachtige te bewijzen en dat ten minste de volgende informatie bevat:

  1. een beschrijving in woorden van het dier en een volledige getekende schets waarop de tekeningen van het dier zijn aangeduid;

  2. een verwijzing naar specifieke tekeningen en kenmerken waaruit een eenduidig verband tussen het dier en het document blijkt;

  3. de gegevens in deel A, punten 1, 2, 3 en 6 tot en met 10, en deel B, punten 12 tot en met 18, van sectie 1 van bijlage I bij Uitvoeringsverordening (EU) 2015/262 van de Commissie(1);

c) „geregistreerd paard”:

een dier van de soort Equus caballus dat is geregistreerd zoals omschreven in Richtlijn 90/427/EEG van de Raad(2) en dat wordt geïdentificeerd door middel van een identificatiedocument dat is afgegeven door:

  1. de met het fokken belaste instantie of een andere bevoegde autoriteit van het land van oorsprong van het dier die het stamboek of het register voor het desbetreffende ras beheert, of

  2. een internationale vereniging of organisatie die paarden beheert met het oog op wedstrijden of wedrennen;

d) „binnenbrengen”:

het verplaatsen van paardachtigen of sperma, eicellen of embryo's daarvan naar een van de grondgebieden in bijlage I bij Richtlijn 97/78/EG van de Raad(3);

e) „type binnenkomst”:

respectievelijk tijdelijke toelating, opnieuw binnenbrengen na tijdelijke uitvoer, invoer en doorvoer;

f) „tijdelijke toelating”:

de status van een geregistreerd paard dat uit een derde land afkomstig is en naar het grondgebied van de Unie wordt verplaatst voor een periode van minder dan 90 dagen;

g) „tijdelijke uitvoer”:

het verplaatsen van een geregistreerd paard uit de Unie voor een periode van minder dan 90 dagen;

h) „opnieuw binnenbrengen”:

het verplaatsen van een geregistreerd paard uit een derde land naar de Unie na tijdelijke uitvoer uit de Unie;

i) „invoer”:

het verplaatsen van een zending paardachtigen of sperma, eicellen of embryo's daarvan naar de Unie voor onbepaalde duur;

j) „doorvoer”:

het verplaatsen van een zending paardachtigen over het grondgebied van de Unie over de weg, per spoor of over het water vanuit een derde land naar een ander derde land of vanuit een deel van het grondgebied van een derde land naar een ander deel van het grondgebied van datzelfde derde land;

k) „grensinspectiepost”:

een inspectiepost zoals gedefinieerd in artikel 2, lid 2, onder f), van Richtlijn 91/496/EEG en artikel 2, lid 2, onder g), van Richtlijn 97/78/EG die overeenkomstig Beschikking 2009/821/EG voor het betrokken product is erkend;

l) „categorie paardachtigen”:

respectievelijk geregistreerde paardachtigen, als slachtdieren gehouden paardachtigen en als fok- en gebruiksdieren gehouden paardachtigen zoals gedefinieerd in artikel 2 van Richtlijn 2009/156/EG, en geregistreerde paarden;

m) „eicellen”:

de haploïde stadia van de oötidogenese, met inbegrip van secundaire oöcyten en eicellen;

n) „verantwoordelijke”:

elke natuurlijke persoon op wie of rechtspersoon waarop een of meer van de regels in deze verordening van toepassing zijn en die voor paardachtigen of levende producten daarvan verantwoordelijk is;

o) „isolatie”:

het gedurende een bepaalde periode afzonderen van paardachtigen van andere dieren om de overdracht door rechtstreeks of onrechtstreeks contact van specifieke ziekteverwekkers te voorkomen terwijl de paardachtigen onder toezicht van de veterinaire autoriteit worden geobserveerd en, in voorkomend geval, getest en behandeld;

p) „quarantaine”:

de isolatie van paardachtigen in ruimten die overeenkomstig specifieke biobeveiligingsregels onder toezicht van de veterinaire autoriteit worden beheerd;

q) „quarantaine met bescherming tegen vectoren”:

de quarantaine van paardachtigen die:

  1. wordt uitgevoerd in daartoe bestemde ruimten die:

    • op de binnendringing van desbetreffende vectoren worden gecontroleerd en ertegen worden beschermd;

    • deel uitmaken van een systeem van vectorsurveillance binnen de ruimten en van maatregelen om de aanwezigheid van desbetreffende vectoren rond de ruimten te beperken;

  2. het afrijden van het in quarantaine geplaatste dier onder officieel toezicht tijdens het vectorluwe deel van de dag kan omvatten, waarbij insectendodende en insectenwerende middelen en, indien mogelijk, lichaamsbedekking worden aangebracht;

r) „vectorbestendige quarantaine”:

de quarantaine van paardachtigen in een afgedicht gebouw:

  • dat uitgerust is met overdrukventilatie en van filters voorziene luchtinlaten;

  • dat uitsluitend toegankelijk is via een sluis(4);

  • waarin een vectorsurveillancesysteem wordt toegepast;

  • waar standaardwerkwijzen, met inbegrip van een beschrijving van de back-up- en alarmsystemen, worden toegepast voor de quarantaine en het vervoer van paardachtigen naar de plaats van lading;

s) „Traces”:

het geïntegreerd veterinair computersysteem dat bij de Beschikkingen 2003/24/EG en 2004/292/EG is ingesteld.

AFDELING 2 Lijst van derde landen en delen daarvan voor het binnenbrengen in de Unie van paardachtigen en sperma, eicellen en embryo's van paardachtigen

Artikel 3 Lijst van derde landen en delen van het grondgebied van derde landen waaruit het binnenbrengen in de Unie van paardachtigen wordt toegestaan

1.

De lidstaten staan het binnenbrengen in de Unie van zendingen paardachtigen uit de in de kolommen 2 en 4 van de tabel in bijlage I opgenomen derde landen of, indien de Unie regionalisering toepast, delen van het grondgebied van derde landen als volgt toe overeenkomstig de in die bijlage vastgestelde aanwijzingen:

  1. de tijdelijke toelating van geregistreerde paarden overeenkomstig kolom 6 van de tabel in bijlage I op voorwaarde dat deze vergezeld gaan van een individueel gezondheidscertificaat dat overeenkomstig het modelgezondheidscertificaat in bijlage II, deel 1, afdeling A, is opgesteld;

  2. de doorvoer van paardachtigen overeenkomstig kolom 15 van de tabel in bijlage I op voorwaarde dat deze vergezeld gaan van een individueel gezondheidscertificaat dat overeenkomstig het modelgezondheidscertificaat in bijlage II, deel 1, afdeling B, is opgesteld;

  3. het opnieuw binnenbrengen, na tijdelijke uitvoer, van geregistreerde paarden voor wedrennen, wedstrijden en culturele manifestaties overeenkomstig kolom 7 van de tabel in bijlage I op voorwaarde dat deze vergezeld gaan van een individueel gezondheidscertificaat dat overeenkomstig het toepasselijke modelgezondheidscertificaat in bijlage II, deel 2, afdeling A of B, is opgesteld;

  4. de invoer van geregistreerde paarden overeenkomstig kolom 8 van de tabel in bijlage I op voorwaarde dat deze vergezeld gaan van een individueel gezondheidscertificaat dat overeenkomstig het modelgezondheidscertificaat in bijlage II, deel 3, afdeling A, is opgesteld;

  5. de invoer van een zending als slachtdieren gehouden paardachtigen overeenkomstig kolom 9 van de tabel in bijlage I op voorwaarde dat deze vergezeld gaat van een gezondheidscertificaat dat overeenkomstig het modelgezondheidscertificaat in bijlage II, deel 3, afdeling B, is opgesteld;

  6. de invoer van geregistreerde paardachtigen en als fok- en gebruiksdieren gehouden paardachtigen overeenkomstig kolom 10 van de tabel in bijlage I op voorwaarde dat deze vergezeld gaan van een individueel gezondheidscertificaat dat overeenkomstig het modelgezondheidscertificaat in bijlage II, deel 3, afdeling A, is opgesteld.

2.

De bevoegde autoriteit van het derde land van verzending neemt de nodige maatregelen om te voldoen aan de specifieke voorwaarden of tijdsbeperkingen die in kolom 16 van de tabel in bijlage I voor dat land worden vermeld.

Artikel 4 Derde landen en delen van het grondgebied van derde landen waaruit het binnenbrengen in de Unie van sperma van paardachtigen wordt toegestaan

Artikel 5 Derde landen en delen van het grondgebied van derde landen waaruit het binnenbrengen in de Unie van eicellen en embryo's van paardachtigen wordt toegestaan

AFDELING 3 Algemene voorschriften voor het binnenbrengen in de Unie van zendingen paardachtigen en sperma, eicellen en embryo's van paardachtigen

Artikel 6 Certificering

Artikel 7 Geldigheidsduur van gezondheidscertificaten

AFDELING 4 Vervoersvoorschriften voor het binnenbrengen in de Unie van paardachtigen

Artikel 8 Algemene veterinairrechtelijke voorschriften

Artikel 9 Specifieke veterinairrechtelijke voorschriften voor luchtvervoer

Artikel 10 Specifieke veterinairrechtelijke voorschriften voor zeevervoer

AFDELING 5 Algemene voorschriften inzake het testen en vaccineren van paardachtigen die bestemd zijn om in de Unie te worden binnengebracht en van donorpaardachtigen waarvan het sperma, de eicellen of de embryo's bestemd zijn om in de Unie te worden binnengebracht

Artikel 11 Algemene voorschriften voor laboratoriumtests voor de certificering van zendingen paardachtigen of sperma, eicellen of embryo's daarvan die bestemd zijn om in de Unie te worden binnengebracht

Artikel 12 Tests bij aankomst in de Unie

Artikel 13 Toedienen van vaccins en registratie van vaccinatie

Artikel 14 Voorschriften betreffende virale arteritis bij paarden

AFDELING 6 Identificatie van paardachtigen die bestemd zijn om in de Unie te worden binnengebracht

Artikel 15 Identificatie van paardachtigen die bestemd zijn om in de Unie te worden binnengebracht

AFDELING 7 Specifieke veterinairrechtelijke voorschriften en certificeringsvoorschriften voor het binnenbrengen in de Unie van zendingen paardachtigen

Artikel 16 Door de bevoegde autoriteiten te treffen maatregelen om de traceerbaarheid van een tijdelijk toegelaten geregistreerd paard te garanderen

Artikel 17 Verantwoordelijkheden van de verantwoordelijke voor tijdelijk toegelaten geregistreerde paarden

Artikel 18 Opnieuw binnenbrengen na tijdelijke uitvoer van tijdelijk in de Unie toegelaten geregistreerde paarden

Artikel 19 Omzetting van tijdelijke toelating in definitieve toelating en dood of verlies van een geregistreerd paard

Artikel 20 Specifieke veterinairrechtelijke voorschriften voor het opnieuw binnenbrengen van geregistreerde paarden na tijdelijke uitvoer voor deelname aan wedrennen, wedstrijden en culturele manifestaties

Artikel 21 Specifieke veterinairrechtelijke voorschriften voor de invoer van als slachtdieren gehouden paardachtigen

AFDELING 8 Overgangs- en slotbepalingen

Artikel 22 Overgangsbepalingen

Artikel 23 Intrekkingen

Artikel 24 Inwerkingtreding en toepassing

BIJLAGE I

BIJLAGE II

BIJLAGE III

BIJLAGE IV

BIJLAGE V