Home

Uitvoeringsbesluit (EU) 2019/1119 van de Commissie van 28 juni 2019 betreffende de goedkeuring van de efficiënte buitenverlichting van voertuigen met behulp van lichtdioden voor gebruik in voertuigen met verbrandingsmotor en niet-extern oplaadbare hybride elektrische voertuigen als innoverende technologie ter beperking van de CO2-emissies van personenauto's uit hoofde van Verordening (EG) nr. 443/2009 van het Europees Parlement en de Raad (Voor de EER relevante tekst)Voor de EER relevante tekst

Uitvoeringsbesluit (EU) 2019/1119 van de Commissie van 28 juni 2019 betreffende de goedkeuring van de efficiënte buitenverlichting van voertuigen met behulp van lichtdioden voor gebruik in voertuigen met verbrandingsmotor en niet-extern oplaadbare hybride elektrische voertuigen als innoverende technologie ter beperking van de CO2-emissies van personenauto's uit hoofde van Verordening (EG) nr. 443/2009 van het Europees Parlement en de Raad (Voor de EER relevante tekst)Voor de EER relevante tekst

Artikel 1 Goedkeuring

De technologie die in efficiënte verlichting met lichtdioden (ledverlichting) wordt gebruikt, wordt goedgekeurd als innoverende technologie in de zin van artikel 12 van Verordening (EG) nr. 443/2009, wanneer die innoverende technologie wordt gebruikt voor buitenverlichting in personenauto's met een verbrandingsmotor en niet-extern oplaadbare hybride elektrische personenauto's.

Artikel 2 Definitie

Voor de toepassing van dit besluit wordt onder "efficiënte ledverlichting" verstaan een technologie bestaande uit een verlichtingsmodule die is uitgerust met lichtbronnen met lichtdioden (leds) die worden gebruikt voor de buitenverlichting van een voertuig en die een lager energieverbruik heeft dan conventionele halogeenverlichting.

Artikel 3 Aanvraag voor certificering van CO2-besparingen

 Aanvraag voor certificering van CO2-besparingen
1.

Een fabrikant kan een aanvraag indienen voor de certificering van CO2-besparingen van een of meer efficiënte buitenverlichtingen met leds indien deze worden gebruikt voor de externe verlichting van voertuigen met verbrandingsmotor van categorie M1 en niet-extern oplaadbare hybride elektrische voertuigen van categorie M1. De efficiënte ledverlichting moet één of een combinatie van de volgende ledlichten bevatten:

  1. dimlichtkoplamp (inclusief adaptief koplampsysteem);

  2. grootlichtkoplamp;

  3. breedtelicht;

  4. mistvoorlicht;

  5. mistachterlicht;

  6. richtingaanwijzer aan de voorzijde;

  7. richtingaanwijzer aan de achterzijde;

  8. kentekenplaatverlichting;

  9. achteruitrijlicht;

  10. hoeklicht;

  11. statische bochtverlichting.

Het ledlicht, of de combinatie van ledlichten die de efficiënte ledverlichting vormen, moet ten minste de in artikel 9, lid 1, onder b), van Uitvoeringsverordening (EU) nr. 725/2011 gespecificeerde CO2-reductie opleveren, zoals aangetoond met de in de bijlage bij dit besluit beschreven testmethode.

2.

Een aanvraag voor de certificering van de besparingen als gevolg van het gebruik van één of een combinatie van efficiënte ledverlichting(en) gaat vergezeld van een onafhankelijk verificatierapport waarin wordt bevestigd dat aan de voorwaarden van lid 1 is voldaan.

3.

De typegoedkeuringsinstantie wijst de certificeringsaanvraag af indien zij vaststelt dat niet aan de voorwaarden van lid 1 is voldaan.

Artikel 4 Certificering van CO2-besparingen

 Certificering van CO2-besparingen
1.

De CO2-emissiereductie als gevolg van het gebruik van een efficiënte ledverlichting als bedoeld in artikel 3, lid 1, wordt bepaald volgens de in de bijlage beschreven methode.

2.

Wanneer een fabrikant met betrekking tot één voertuigversie certificering aanvraagt van de CO2-besparingen van meer dan één efficiënte ledverlichting als bedoeld in artikel 3, lid 1, bepaalt de typegoedkeuringsinstantie welke geteste efficiënte ledverlichting de geringste CO2-besparingen oplevert, en vermeldt zij de laagste waarde in de desbetreffende typegoedkeuringsdocumentatie. Die waarde wordt overeenkomstig artikel 11, lid 2, van Uitvoeringsverordening (EU) nr. 725/2011 in het certificaat van overeenstemming vermeld.

2 bis.

Indien de innoverende technologie in een bifuelvoertuig of flexfuelvoertuig wordt geïnstalleerd, registreert de goedkeuringsinstantie de CO2-besparingen als volgt:

  1. voor een bifuelvoertuig op benzine en gasvormige brandstoffen worden de CO2-besparingen voor lpg of cng geregistreerd;

  2. voor een flexfuelvoertuig op benzine en E85 worden de CO2-besparingen voor benzine geregistreerd.

3.

De typegoedkeuringsinstantie registreert het verificatierapport en de testresultaten op basis waarvan de besparingen zijn vastgesteld, en stelt die informatie op verzoek ter beschikking van de Commissie.

Artikel 5 Overgangsperiode en eco-innovatiecodes

1.

Tot 24 maart 2021 kan een fabrikant een aanvraag voor certificering van de CO2-besparingen door de typegoedkeuringsinstantie indienen overeenkomstig dit besluit in de versie van 28 juni 2019. In dat geval moet eco-innovatiecode nr. 28 in de typegoedkeuringsdocumentatie worden vermeld.

2.

Wanneer de fabrikant de certificering van de CO2-besparingen door de typegoedkeuringsinstantie overeenkomstig dit besluit aanvraagt zonder te verwijzen naar de versie van 28 juni 2019, wordt eco-innovatiecode nr. 37 in de typegoedkeuringsdocumentatie vermeld.

3.

De CO2-besparingen die onder verwijzing naar eco-innovatiecode nr. 28 of nr. 37 worden geregistreerd, kunnen in aanmerking worden genomen voor de berekening van de gemiddelde specifieke CO2-emissies van een fabrikant met ingang van het kalenderjaar 2021.

Artikel 6 Inwerkingtreding

BIJLAGE