Bij deze verordening wordt Verordening (EU) 2016/2031 ten uitvoer gelegd wat betreft de opneming van EU-quarantaineorganismen, ZP-quarantaineorganismen en door de EU gereguleerde niet-quarantaineorganismen, en wat betreft de maatregelen voor planten, plantaardige producten en andere materialen om de risico’s van deze plaagorganismen tot een aanvaardbaar niveau terug te brengen.
Uitvoeringsverordening (EU) 2019/2072 van de Commissie van 28 november 2019 tot vaststelling van eenvormige voorwaarden voor de uitvoering van Verordening (EU) 2016/2031 van het Europees Parlement en de Raad, wat betreft beschermende maatregelen tegen plaagorganismen bij planten, en tot intrekking van Verordening (EG) nr. 690/2008 van de Commissie en tot wijziging van Uitvoeringsverordening (EU) 2018/2019 van de Commissie
Uitvoeringsverordening (EU) 2019/2072 van de Commissie van 28 november 2019 tot vaststelling van eenvormige voorwaarden voor de uitvoering van Verordening (EU) 2016/2031 van het Europees Parlement en de Raad, wat betreft beschermende maatregelen tegen plaagorganismen bij planten, en tot intrekking van Verordening (EG) nr. 690/2008 van de Commissie en tot wijziging van Uitvoeringsverordening (EU) 2018/2019 van de Commissie
Artikel 1 Onderwerp
Artikel 2 Definities
Voor de toepassing van deze verordening zijn de in bijlage I vastgestelde definities van toepassing.
Daarnaast wordt verstaan onder:
-
“nagenoeg vrij van plaagorganismen”: de mate waarin andere plaagorganismen dan EU-quarantaineorganismen of ZP-quarantaineorganismen op de voor opplant bestemde planten of fruitgewassen aanwezig zijn, die voldoende laag is om een aanvaardbare kwaliteit en bruikbaarheid van die planten te waarborgen;
-
“officiële verklaring”: een fytosanitair certificaat als voorgeschreven in artikel 71 van Verordening (EU) 2016/2031, een plantenpaspoort als voorgeschreven in artikel 78 van die verordening, het merkteken op houten verpakkingsmateriaal, hout of andere materialen als bedoeld in artikel 96 van die verordening, of een officiële verklaring als bedoeld in artikel 99 van die verordening;
-
“systeembenadering”: de integratie van verschillende risicobeheersmaatregelen, waarvan er ten minste twee onafhankelijk functioneren en die, wanneer zij samen worden toegepast, het passende beschermingsniveau bereiken tegen EU-quarantaineorganismen, ZP-quarantaineorganismen en plaagorganismen waarop de krachtens artikel 30 van Verordening (EU) 2016/2031 vastgestelde maatregelen van toepassing zijn.
Artikel 3 Lijst van EU-quarantaineorganismen
De lijst van EU-quarantaineorganismen als bedoeld in artikel 5 van Verordening (EU) 2016/2031 is in bijlage II bij deze verordening opgenomen.
De lijst van EU-quarantaineorganismen die voor zover bekend niet op het grondgebied van de Unie voorkomen, is vastgesteld in bijlage II, deel A, en de lijst van EU-quarantaineorganismen waarvan bekend is dat zij op het grondgebied van de Unie voorkomen, is vastgesteld in bijlage II, deel B.
Artikel 4 Lijst van beschermde gebieden en de respectieve ZP-quarantaineorganismen
De lijst van beschermde gebieden en de respectieve ZP-quarantaineorganismen als bedoeld in artikel 32, lid 3, van Verordening (EU) 2016/2031, is opgenomen in bijlage III bij deze verordening.
Artikel 5 Lijst van door de EU gereguleerde niet-quarantaineorganismen en specifieke voor opplant bestemde planten, met categorieën en drempelwaarden
De lijst van de door de EU gereguleerde niet-quarantaineorganismen en specifieke voor opplant bestemde planten met de in artikel 37, lid 2, van Verordening (EU) 2016/2031 bedoelde categorieën en drempelwaarden zijn vastgesteld in bijlage IV bij deze verordening. Die voor opplant bestemde planten mogen niet worden binnengebracht in of in het verkeer worden gebracht binnen de Unie indien de incidentie van de gereguleerde niet-quarantaineorganismen of van de door de gereguleerde niet-quarantaineorganismen veroorzaakte symptomen op deze voor opplant bestemde planten deze drempelwaarden overschrijdt.
Het in de eerste alinea vervatte verbod op het binnenbrengen en op het in het verkeer brengen is slechts van toepassing op de in bijlage IV opgenomen categorieën voor opplant bestemde planten.