Onderhavig besluit stelt een kader vast voor gerichte beperkende maatregelen om ernstige schendingen van de mensenrechten wereldwijd tegen te gaan. Het is van toepassing op:
-
genocide;
-
misdaden tegen de menselijkheid;
-
de volgende ernstige schendingen van de mensenrechten:
-
foltering en andere wrede, onmenselijke of onterende behandeling of bestraffing;
-
slavernij;
-
buitengerechtelijke, standrechtelijke en willekeurige executies en moorden;
-
gedwongen verdwijning van personen;
-
willekeurige arrestatie of detentie;
-
-
andere schendingen van de mensenrechten, waaronder onderstaande, voor zover die wijdverbreid of systematisch van aard zijn of anderszins aanleiding geven tot ernstige bezorgdheid in het licht van de doelstellingen van het gemeenschappelijk buitenlands en veiligheidsbeleid als omschreven in artikel 21 VEU:
-
mensenhandel en mensenrechtenschendingen door migrantensmokkelaars als bedoel in dit artikel;
-
seksueel en gendergerelateerd geweld;
-
schendingen van de vrijheid van vreedzame vergadering en vereniging;
-
schendingen van de vrijheid van mening en meningsuiting;
-
schendingen van de vrijheid van godsdienst en levensovertuiging.
-