Home

Gedelegeerde Verordening (EU) 2020/688 van de Commissie van 17 december 2019 tot aanvulling van Verordening (EU) 2016/429 van het Europees Parlement en de Raad wat betreft de diergezondheidsvoorschriften voor verplaatsingen binnen de Unie van landdieren en broedeieren (Voor de EER relevante tekst)

Gedelegeerde Verordening (EU) 2020/688 van de Commissie van 17 december 2019 tot aanvulling van Verordening (EU) 2016/429 van het Europees Parlement en de Raad wat betreft de diergezondheidsvoorschriften voor verplaatsingen binnen de Unie van landdieren en broedeieren (Voor de EER relevante tekst)

DEEL I ALGEMENE REGELS

Artikel 1 Onderwerp

Deze verordening vormt een aanvulling op de regels voor de preventie en bestrijding van de in artikel 5, lid 1, van Verordening (EU) 2016/429 vastgestelde dierziekten die kunnen worden overgedragen op dieren of mensen, wat de verplaatsingen binnen de Unie van gehouden landdieren, wilde landdieren en broedeieren betreft.

Artikel 2 Toepassingsgebied

1.

Deze verordening is van toepassing op:

  1. gehouden en wilde landdieren en broedeieren;

  2. inrichtingen waar deze dieren en broedeieren worden gehouden of in verzamelingen worden samengebracht;

  3. exploitanten die deze dieren en broedeieren houden;

  4. exploitanten die landdieren en broedeieren vervoeren;

  5. de bevoegde autoriteiten van de lidstaten.

2.

Deel II is alleen van toepassing op verplaatsingen van gehouden landdieren en broedeieren tussen lidstaten, met uitzondering van de artikelen 4 tot en met 6 en artikel 63, die ook van toepassing zijn op verplaatsingen van gehouden landdieren en broedeieren binnen een lidstaat.

Artikel 3 Definities

In deze verordening wordt verstaan onder:

  1. “vervoermiddelen”: weg- of spoorvoertuigen, vaartuigen en luchtvaartuigen;

  2. “laadkist”: een krat, bak, houder of andere stijve constructie die voor het vervoer van dieren of eieren wordt gebruikt en niet het vervoermiddel is;

  3. “van de omgeving geïsoleerde productie-inrichting”: een inrichting waar de productie van dieren dankzij de structuren ervan en de strenge biobeveiligingsmaatregelen doeltreffend is geïsoleerd van de bijbehorende faciliteiten en van de omgeving;

  4. “rund”: een dier dat behoort tot de hoefdiersoorten in de geslachten Bison, Bos (met inbegrip van de ondergeslachten Bos, Bibos, Novibos en Poephagus) en Bubalus (met inbegrip van het ondergeslacht Anoa) alsook kruisingen van die soorten;

  5. “inrichting vrij van “ziekte” ”: een inrichting die de ziektevrije status overeenkomstig de voorschriften van Gedelegeerde Verordening (EU) 2020/689 heeft gekregen;

  6. “status vrij van “ziekte” ”: ziektevrije status van een lidstaat of een zone daarvan zoals goedgekeurd door de Commissie overeenkomstig artikel 36, van Verordening (EU) 2016/429;

  7. “geen melding gemaakt van “ziekte” ”: geen dier of groep dieren van de betrokken soorten die in de inrichting worden gehouden, is geclassificeerd als een bevestigd geval van die ziekte en alle vermoedelijke gevallen van die ziekte zijn uitgesloten;

  8. “voor de slacht bestemde “dieren” ”: gehouden landdieren die rechtstreeks of na verzameling naar een slachthuis worden vervoerd;

  9. “erkende quarantaine-inrichting”: een inrichting waaraan een erkenning is verleend overeenkomstig artikel 14 van Gedelegeerde Verordening (EU) 2019/2035;

  10. “goedgekeurd uitroeiingsprogramma”: een ziekte-uitroeiingsprogramma dat in een lidstaat of een zone daarvan wordt uitgevoerd zoals goedgekeurd door de Commissie overeenkomstig artikel 31, lid 3, van Verordening (EU) 2016/429;

  11. “schaap”: een dier dat behoort tot de hoefdiersoorten in het geslacht Ovis alsook kruisingen van die soorten;

  12. “geit”: een dier dat behoort tot de hoefdiersoorten in het geslacht Capra alsook kruisingen van die soorten;

  13. “varken”: een in de lijst in bijlage III bij Verordening (EU) 2016/429 opgenomen dier dat behoort tot de hoefdiersoorten in de familie Suidae;

  14. “paardachtige”: een dier dat behoort tot de soort eenhoevigen in het geslacht Equus (met inbegrip van paarden, ezels en zebra’s) alsook kruisingen van die soorten;

  15. “kameelachtige”: een in de lijst in bijlage III bij Verordening (EU) 2016/429 opgenomen dier dat behoort tot de hoefdiersoorten in de familie Camelidae;

  16. “hertachtige”: een in de lijst in bijlage III bij Verordening (EU) 2016/429 opgenomen dier dat behoort tot de hoefdiersoorten in de familie Cervidae;

  17. “andere gehouden hoefdieren”: andere gehouden hoefdieren dan runderen, schapen, geiten, varkens, paardachtigen, kameelachtigen en hertachtigen;

  18. “tegen vectoren beschermde inrichting”: alle faciliteiten of delen van faciliteiten van een inrichting die door middel van passende fysieke en beheersmiddelen beschermd zijn tegen aanvallen van Culicoides, waarbij aan die inrichting door de bevoegde autoriteit de status van tegen vectoren beschermde inrichting is verleend overeenkomstig artikel 44 van Gedelegeerde Verordening (EU) 2020/689;

  19. “vectorvrije periode”: in een bepaald gebied de periode van inactiviteit van Culicoides zoals vastgesteld overeenkomstig bijlage V, deel II, hoofdstuk 1, afdeling 5, bij Gedelegeerde Verordening (EU) 2020/689;

  20. “fokpluimvee”: pluimvee van 72 uur en ouder, bestemd voor de productie van broedeieren;

  21. “gebruikspluimvee”: pluimvee van 72 uur en ouder, dat wordt opgefokt voor de productie van vlees, consumptie-eieren of andere producten, of om in het wild te worden uitgezet;

  22. “koppel”: alle pluimvee of in gevangenschap levende vogels met dezelfde gezondheidsstatus die in hetzelfde lokaal of binnen dezelfde uitloopruimte worden gehouden en die een epidemiologische eenheid vormen; in batterijen omvat deze term alle dieren die hetzelfde omsloten luchtvolume delen;

  23. “eendagskuikens”: alle pluimvee dat nog geen 72 uur oud is;

  24. “eieren die vrij zijn van specifieke pathogenen”: broedeieren die afkomstig zijn van “koppels kippen die vrij zijn van specifieke pathogenen” zoals beschreven in de Europese Farmacopee(1), en die uitsluitend voor diagnose, onderzoek of farmaceutisch gebruik bestemd zijn;

  25. “geregistreerde paardachtige”:

    1. een raszuiver fokdier van de soorten Equus caballus en Equus asinus dat is ingeschreven of in aanmerking komt voor inschrijving in de hoofdsectie van een stamboek dat is opgesteld door een stamboekvereniging of een overeenkomstig artikel 4 of 34 van Verordening (EU) 2016/1012 erkend fokorgaan;

    2. een gehouden dier van de soort Equus caballus dat rechtstreeks bij een internationale vereniging of organisatie die paarden beheert met het oog op wedstrijden of paardenrennen (“geregistreerd paard”) is geregistreerd, of via een nationale federatie of filiaal daarvan;

  26. “primaten”: dieren van de tot de orde van de Primates behorende soorten, met uitzondering van de mens;

  27. “honingbij”: dier van de soort Apis mellifera;

  28. “hommel”: een dier van de soorten die behoren tot het geslacht Bombus;

  29. “hond”: een gehouden dier van de soort Canis lupus;

  30. “kat”: een gehouden dier van de soort Felis silvestris;

  31. “fret”: een gehouden dier van de soort Mustela putorius furo;

  32. “andere carnivoren”: dieren van de soorten die behoren tot de orde van de Carnivora, met uitzondering van honden, katten en fretten;

  33. “reizend circus”: een tentoonstelling of kermis die dieren of dierennummers omvat en die zich tussen lidstaten verplaatst;

  34. “dierennummer”: een nummer waarin dieren worden opgevoerd die worden gehouden ten behoeve van een tentoonstelling of kermis en dat deel kan uitmaken van een circus;

  35. “wedstrijdduif”: duif die van haar duiventil naar een andere lidstaat wordt of zal worden vervoerd om te worden losgelaten met de bedoeling dat zij naar haar lidstaat van oorsprong terugvliegt.

DEEL II VERPLAATSINGEN BINNEN DE UNIE VAN GEHOUDEN LANDDIEREN EN BROEDEIEREN

HOOFDSTUK 1 Algemene voorschriften voor verplaatsingen binnen de Unie van gehouden landdieren en broedeieren

Afdeling 1 Ziektepreventiemaatregelen in verband met het vervoer binnen de Unie, tot aanvulling van de bij Verordening (EU) 2016/429 vastgestelde maatregelen

Artikel 4 Algemene voorschriften met betrekking tot vervoermiddelen
Artikel 5 Voorschriften met betrekking tot de laadkisten waarin gehouden landdieren en broedeieren worden vervoerd
Artikel 6 Vrijstellingen van de voorschriften met betrekking tot de vervoermiddelen en de laadkisten waarin gehouden landdieren en broedeieren worden vervoerd

Afdeling 2 Aanvullende voorschriften voor verplaatsingen van landdieren naar andere lidstaten in verband met vaccinatie

Artikel 7 Voorschriften in verband met vaccinatie tegen ziekten van categorie A voor verplaatsingen van landdieren en broedeieren naar een andere lidstaat

Afdeling 3 Aanvullende voorschriften voor exploitanten van slachthuizen die gehouden landdieren uit andere lidstaten ontvangen

Artikel 8 Maximumtermijn waarbinnen gehouden hoefdieren en pluimvee uit een andere lidstaat moeten worden geslacht
Artikel 9 Aanvullende risicobeperkingsmaatregelen voor exploitanten van slachthuizen

HOOFDSTUK 2 Aanvullende diergezondheidsvoorschriften voor verplaatsingen van gehouden hoefdieren naar andere lidstaten

Afdeling 1 Runderen

Artikel 10 Voorschriften voor verplaatsingen van gehouden runderen naar andere lidstaten
Artikel 11 Aanvullende voorschriften voor verplaatsingen van gehouden runderen naar andere lidstaten of zones daarvan met ziektevrije status voor specifieke ziekten
Artikel 12 Aanvullende voorschriften voor verplaatsingen van gehouden runderen naar andere lidstaten of zones daarvan met goedgekeurde uitroeiingsprogramma’s ten aanzien van specifieke ziekten
Artikel 13 Afwijkingen voor verplaatsingen van gehouden runderen naar andere lidstaten of zones daarvan zonder ziektevrije status en zonder goedgekeurd uitroeiingsprogramma voor infectie met het bluetonguevirus
Artikel 14 Afwijking voor verplaatsingen naar andere lidstaten van gehouden runderen die voor de slacht bestemd zijn

Afdeling 2 Schapen en geiten

Artikel 15 Voorschriften voor verplaatsingen van gehouden schapen en geiten naar andere lidstaten
Artikel 16 Afwijking voor verplaatsingen van gehouden schapen en geiten naar andere lidstaten of zones daarvan die niet de status vrij van infectie met Brucella abortus, B. melitensis en B. suis hebben
Artikel 17 Afwijkingen voor verplaatsingen van gehouden schapen en geiten naar andere lidstaten of zones daarvan ten aanzien van infectie met het bluetonguevirus (serotypen 1-24)
Artikel 18 Afwijking voor verplaatsingen naar andere lidstaten van gehouden schapen en geiten die voor de slacht bestemd zijn

Afdeling 3 Varkens

Artikel 19 Voorschriften voor verplaatsingen van gehouden varkens naar andere lidstaten
Artikel 20 Aanvullende voorschriften voor verplaatsingen van gehouden varkens naar lidstaten of zones daarvan met ziektevrije status of een goedgekeurd uitroeiingsprogramma voor infectie met het virus van de ziekte van Aujeszky
Artikel 21 Afwijking voor verplaatsingen naar andere lidstaten van gehouden varkens die voor de slacht bestemd zijn

Afdeling 4 Paardachtigen

Artikel 22 Voorschriften voor verplaatsingen van paardachtigen naar andere lidstaten

Afdeling 5 Kameelachtigen

Artikel 23 Voorschriften voor de verplaatsing van gehouden kameelachtigen naar andere lidstaten
Artikel 24 Afwijkingen voor verplaatsingen van gehouden kameelachtigen naar andere lidstaten of zones daarvan ten aanzien van infectie met het bluetonguevirus (serotypen 1-24)
Artikel 25 Afwijking voor verplaatsingen naar andere lidstaten van gehouden kameelachtigen die voor de slacht bestemd zijn

Afdeling 6 Hertachtigen

Artikel 26 Voorschriften voor de verplaatsing van gehouden hertachtigen naar andere lidstaten
Artikel 27 Afwijkingen voor verplaatsingen van gehouden hertachtigen naar andere lidstaten of zones daarvan ten aanzien van infectie met het bluetonguevirus (serotypen 1-24)
Artikel 28 Afwijking voor verplaatsingen naar andere lidstaten van gehouden hertachtigen die voor de slacht bestemd zijn

Afdeling 7 Andere hoefdieren

Artikel 29 Voorschriften voor de verplaatsing van andere gehouden hoefdieren naar andere lidstaten
Artikel 30 Afwijkingen voor verplaatsingen van andere gehouden hoefdieren naar andere lidstaten of zones daarvan ten aanzien van infectie met het bluetonguevirus (serotypen 1-24)
Artikel 31 Afwijking voor verplaatsingen naar andere lidstaten van andere gehouden hoefdieren die voor de slacht bestemd zijn

Afdeling 8 Aanvullende diergezondheidsvoorschriften ten aanzien van infectie met het bluetonguevirus (serotypen 1-24)

Artikel 32 Biobeveiligings- en risicobeperkende maatregelen voor vervoer naar andere lidstaten of zones daarvan met de status vrij van of een goedgekeurd uitroeiingsprogramma voor infectie met het bluetonguevirus (serotypen 1-24)
Artikel 33 Biobeveiligings- en risicobeperkende maatregelen voor vervoer door andere lidstaten of zones daarvan met de status vrij van of een goedgekeurd uitroeiingsprogramma voor infectie met het bluetonguevirus (serotypen 1-24)

HOOFDSTUK 3 Aanvullende diergezondheidsvoorschriften voor verplaatsingen van pluimvee en broedeieren naar andere lidstaten

Afdeling 1 Pluimvee

Artikel 34 Voorschriften voor verplaatsingen van fokpluimvee en gebruikspluimvee
Artikel 35 Voorschriften voor verplaatsingen van pluimvee dat bestemd is voor de slacht
Artikel 36 Voorschriften voor verplaatsingen van eendagskuikens
Artikel 37 Afwijking voor verplaatsingen van minder dan 20 stuks ander pluimvee dan loopvogels

Afdeling 2 Broedeieren van pluimvee

Artikel 38 Voorschriften voor verplaatsingen van broedeieren van pluimvee
Artikel 39 Afwijking voor verplaatsingen van minder dan 20 broedeieren van ander pluimvee dan loopvogels
Artikel 40 Afwijking voor verplaatsingen van eieren die vrij zijn van specifieke pathogenen

Afdeling 3 Voorschriften met betrekking tot vaccinatie

Artikel 41 Voorschriften in verband met vaccinatie tegen infectie met het virus van de ziekte van Newcastle

Afdeling 4 Specifieke voorwaarden met betrekking tot verplaatsingen naar lidstaten of zones daarvan met de status vrij van infectie met het virus van de ziekte van Newcastle zonder vaccinatie

Artikel 42 Aanvullende voorschriften voor verplaatsingen van pluimvee en broedeieren van pluimvee naar een lidstaat of zone daarvan met de status vrij van infectie met het virus van de ziekte van Newcastle zonder vaccinatie

HOOFDSTUK 4 Verzamelingen van gehouden hoefdieren en pluimvee

Artikel 43 Specifieke regels voor de verzameling van hoefdieren en pluimvee

Artikel 44 Specifieke regels voor verzamelingen die plaatsvinden op vervoermiddelen

Artikel 45 Nadere regels voor biobeveiligingsmaatregelen bij verzamelingen

Artikel 46 Afwijkingen voor verplaatsingen van hoefdieren voor tentoonstellingen en voor sportieve, culturele en soortgelijke evenementen

HOOFDSTUK 5 Voorschriften voor verplaatsingen van andere gehouden landdieren dan gehouden hoefdieren en pluimvee en voor verplaatsingen van broedeieren van in gevangenschap levende vogels naar andere lidstaten

Afdeling 1 Primaten

Artikel 47 Voorschriften voor verplaatsingen van primaten naar andere lidstaten

Afdeling 2 Honingbijen en hommels

Artikel 48 Voorschriften voor de verplaatsing van honingbijen naar andere lidstaten
Artikel 49 Afwijking voor de verplaatsing van bijenkoninginnen naar andere lidstaten
Artikel 50 Aanvullende voorschriften ten aanzien van infestatie met Varroa spp. voor de verplaatsing van honingbijen naar andere lidstaten
Artikel 51 Voorschriften voor de verplaatsing van hommels naar andere lidstaten
Artikel 52 Afwijking voor de verplaatsing van hommels uit van de omgeving geïsoleerde productie-inrichtingen voor hommels naar andere lidstaten

Afdeling 3 Honden, katten en fretten

Artikel 53 Voorschriften voor de verplaatsing van honden, katten en fretten naar andere lidstaten
Artikel 54 Afwijkingen van de voorschriften met betrekking tot vaccinatie tegen rabiës en behandeling tegen infectie met Echinococcus multilocularis
Artikel 55 Verplichtingen voor houders van gezelschapsdieren wat andere verplaatsingen van honden, katten en fretten dan niet-commerciële verplaatsingen betreft
Artikel 56 Afwijking van de verplichting tot vaccinatie tegen rabiës voor andere verplaatsingen van honden, katten en fretten dan niet-commerciële verplaatsingen
Artikel 57 Informatieverplichting van de bevoegde autoriteiten wat afwijkingen van de voorschriften met betrekking tot vaccinatie tegen rabiës voor honden, katten en fretten betreft

Afdeling 4 Andere carnivoren

Artikel 58 Voorschriften voor de verplaatsing van andere carnivoren naar andere lidstaten

Afdeling 5 In gevangenschap levende vogels en broedeieren van in gevangenschap levende vogels

Artikel 59 Voorschriften voor de verplaatsing van in gevangenschap levende vogels
Artikel 60 Voorschriften voor verplaatsingen van broedeieren van in gevangenschap levende vogels
Artikel 61 Voorschriften in verband met vaccinatie tegen infectie met het virus van de ziekte van Newcastle
Artikel 62 Voorschriften voor verplaatsingen van in gevangenschap levende vogels en broedeieren van in gevangenschap levende vogels naar een lidstaat of een zone daarvan met de status vrij van infectie met het virus van de ziekte van Newcastle zonder vaccinatie

HOOFDSTUK 6 Voorschriften voor verplaatsingen van gehouden landdieren naar geconsigneerde inrichtingen

Artikel 63 Voorschriften voor verplaatsingen van gehouden landdieren van andere inrichtingen dan geconsigneerde inrichtingen naar een geconsigneerde inrichting

Artikel 64 Voorschriften voor verplaatsingen van gehouden landdieren van geconsigneerde inrichtingen naar geconsigneerde inrichtingen in andere lidstaten

HOOFDSTUK 7 Bijzondere regels en vrijstellingen

Artikel 65 Bijzondere regels voor de verplaatsing van reizende circussen en dierennummers naar andere lidstaten

Artikel 66 Verplichting van de bevoegde autoriteit met betrekking tot de verplaatsing van reizende circussen en dierennummers naar andere lidstaten

Artikel 67 Voorschriften voor verplaatsingen van in gevangenschap levende vogels die bestemd zijn voor tentoonstellingen

Artikel 68 Specifieke voorschriften voor verplaatsingen van wedstrijdduiven naar sportevenementen in een andere lidstaat

HOOFDSTUK 8 Diergezondheidscertificaten en kennisgeving van verplaatsingen

Afdeling 1 Voorschriften inzake diergezondheidscertificering

Artikel 69 Afwijking voor verplaatsingen van gehouden paardachtigen naar andere lidstaten
Artikel 70 Afwijking voor verplaatsingen van landdieren van reizende circussen en dierennummers naar andere lidstaten
Artikel 71 Diergezondheidscertificaten voor bepaalde gehouden landdieren
Artikel 72 Diergezondheidscertificaat voor broedeieren van in gevangenschap levende vogels

Afdeling 2 Inhoud van de diergezondheidscertificaten voor gehouden landdieren en broedeieren

Artikel 73 Nadere gegevens over de inhoud van het diergezondheidscertificaat voor gehouden runderen
Artikel 74 Nadere gegevens over de inhoud van het diergezondheidscertificaat voor gehouden schapen en geiten
Artikel 75 Nadere gegevens over de inhoud van het diergezondheidscertificaat voor gehouden varkens
Artikel 76 Nadere gegevens over de inhoud van het diergezondheidscertificaat voor gehouden paardachtigen
Artikel 77 Nadere gegevens over de inhoud van het diergezondheidscertificaat voor gehouden kameelachtigen
Artikel 78 Nadere gegevens over de inhoud van het diergezondheidscertificaat voor gehouden hertachtigen
Artikel 79 Nadere gegevens over de inhoud van het diergezondheidscertificaat voor andere gehouden hoefdieren
Artikel 80 Nadere gegevens over de inhoud van het diergezondheidscertificaat voor pluimvee
Artikel 81 Nadere gegevens over de inhoud van het diergezondheidscertificaat voor in gevangenschap levende vogels
Artikel 82 Nadere gegevens over de inhoud van het diergezondheidscertificaat voor broedeieren van pluimvee
Artikel 83 Nadere gegevens over de inhoud van het diergezondheidscertificaat voor broedeieren van in gevangenschap levende vogels
Artikel 84 Nadere gegevens over de inhoud van het diergezondheidscertificaat voor honingbijen en hommels
Artikel 85 Nadere gegevens over de inhoud van het diergezondheidscertificaat voor primaten
Artikel 86 Nadere gegevens over de inhoud van het diergezondheidscertificaat voor honden, katten en fretten
Artikel 87 Nadere gegevens over de inhoud van het diergezondheidscertificaat voor andere carnivoren
Artikel 88 Nadere gegevens over de inhoud van het diergezondheidscertificaat voor landdieren die van een geconsigneerde inrichting naar een geconsigneerde inrichting in een andere lidstaat worden verplaatst

Afdeling 3 Voorschriften inzake diergezondheidscertificering voor specifieke soorten verplaatsingen van gehouden landdieren

Artikel 89 Diergezondheidscertificering voor de verplaatsing van hoefdieren en pluimvee via inrichtingen die verzamelingen uitvoeren
Artikel 90 Diergezondheidscertificering van voor de uitvoer naar derde landen bestemde gehouden hoefdieren en pluimvee tijdens hun verplaatsing vanuit de lidstaat van oorsprong over het grondgebied van andere lidstaten naar de buitengrens van de Unie

Afdeling 4 Regels met betrekking tot de verantwoordelijkheid van de voor de diergezondheidscertificering bevoegde autoriteit

Artikel 91 Verantwoordelijkheid van de voor de diergezondheidscertificering bevoegde autoriteit
Artikel 92 Afwijking met betrekking tot de geldigheidsduur van het diergezondheidscertificaat

Afdeling 5 Nadere regels betreffende de kennisgeving van verplaatsingen van gehouden landdieren en broedeieren naar andere lidstaten

Artikel 93 Voorafgaande kennisgeving door exploitanten van de verplaatsing van hommels uit erkende van de omgeving geïsoleerde productie-inrichtingen tussen lidstaten
Artikel 94 Voorafgaande kennisgeving door exploitanten van reizende circussen en dierennummers wanneer zij voornemens zijn gehouden landdieren tussen lidstaten te verplaatsen
Artikel 95 Voorafgaande kennisgeving door exploitanten van verplaatsingen van broedeieren van in gevangenschap levende vogels tussen lidstaten
Artikel 96 Informatieverplichting voor exploitanten met betrekking tot de kennisgeving van verplaatsingen van gehouden landdieren naar andere lidstaten
Artikel 97 Informatieverplichting voor de bevoegde autoriteit met betrekking tot de kennisgeving van verplaatsingen van gehouden landdieren naar andere lidstaten
Artikel 98 Kennisgeving van verplaatsingen van broedeieren naar andere lidstaten
Artikel 99 Noodprocedures
Artikel 100 Aanwijzing van regio’s voor het beheer van kennisgevingen van verplaatsingen

DEEL III VERPLAATSINGEN VAN WILDE LANDDIEREN

Artikel 101 Voorschriften voor de verplaatsing van wilde landdieren naar andere lidstaten

Artikel 102 Nadere gegevens over de inhoud van het diergezondheidscertificaat voor wilde landdieren

Artikel 103 Regels betreffende de verantwoordelijkheid van de bevoegde autoriteit inzake diergezondheidscertificering voor verplaatsingen van wilde landdieren naar andere lidstaten

Artikel 104 Voorschriften inzake de voorafgaande kennisgeving door exploitanten van de verplaatsing van wilde landdieren naar andere lidstaten

Artikel 105 Verplichting voor de exploitanten met betrekking tot de kennisgeving van verplaatsingen van wilde landdieren naar andere lidstaten

Artikel 106 Verantwoordelijkheid van de bevoegde autoriteit met betrekking tot de kennisgeving van verplaatsingen van wilde landdieren naar andere lidstaten

Artikel 107 Noodprocedures

DEEL IV SLOTBEPALINGEN

Artikel 108

BIJLAGE I

BIJLAGE II

BIJLAGE III

BIJLAGE IV

BIJLAGE V

BIJLAGE VI

BIJLAGE VII

BIJLAGE VIII

BIJLAGE IXRISICOBEPERKENDE MAATREGELEN TEN AANZIEN VAN INFECTIE MET HET VIRUS VAN EPIZOÖTISCHE HEMORRAGISCHE ZIEKTE VOOR DE VERPLAATSING VAN GEHOUDEN HOEFDIEREN NAAR ANDERE LIDSTATEN