Deze verordening vormt een aanvulling op de regels voor de preventie en bestrijding van de in artikel 5, lid 1, van Verordening (EU) 2016/429 vastgestelde dierziekten die kunnen worden overgedragen op dieren of mensen, wat de verplaatsingen binnen de Unie van gehouden landdieren, wilde landdieren en broedeieren betreft.
Gedelegeerde Verordening (EU) 2020/688 van de Commissie van 17 december 2019 tot aanvulling van Verordening (EU) 2016/429 van het Europees Parlement en de Raad wat betreft de diergezondheidsvoorschriften voor verplaatsingen binnen de Unie van landdieren en broedeieren (Voor de EER relevante tekst)
Gedelegeerde Verordening (EU) 2020/688 van de Commissie van 17 december 2019 tot aanvulling van Verordening (EU) 2016/429 van het Europees Parlement en de Raad wat betreft de diergezondheidsvoorschriften voor verplaatsingen binnen de Unie van landdieren en broedeieren (Voor de EER relevante tekst)
DEEL I ALGEMENE REGELS
Artikel 1 Onderwerp
Artikel 2 Toepassingsgebied
Deze verordening is van toepassing op:
-
gehouden en wilde landdieren en broedeieren;
-
inrichtingen waar deze dieren en broedeieren worden gehouden of in verzamelingen worden samengebracht;
-
exploitanten die deze dieren en broedeieren houden;
-
exploitanten die landdieren en broedeieren vervoeren;
-
de bevoegde autoriteiten van de lidstaten.
Deel II is alleen van toepassing op verplaatsingen van gehouden landdieren en broedeieren tussen lidstaten, met uitzondering van de artikelen 4 tot en met 6 en artikel 63, die ook van toepassing zijn op verplaatsingen van gehouden landdieren en broedeieren binnen een lidstaat.
Artikel 3 Definities
In deze verordening wordt verstaan onder:
-
“vervoermiddelen”: weg- of spoorvoertuigen, vaartuigen en luchtvaartuigen;
-
“laadkist”: een krat, bak, houder of andere stijve constructie die voor het vervoer van dieren of eieren wordt gebruikt en niet het vervoermiddel is;
-
“van de omgeving geïsoleerde productie-inrichting”: een inrichting waar de productie van dieren dankzij de structuren ervan en de strenge biobeveiligingsmaatregelen doeltreffend is geïsoleerd van de bijbehorende faciliteiten en van de omgeving;
-
“rund”: een dier dat behoort tot de hoefdiersoorten in de geslachten Bison, Bos (met inbegrip van de ondergeslachten Bos, Bibos, Novibos en Poephagus) en Bubalus (met inbegrip van het ondergeslacht Anoa) alsook kruisingen van die soorten;
-
“inrichting vrij van “ziekte” ”: een inrichting die de ziektevrije status overeenkomstig de voorschriften van Gedelegeerde Verordening (EU) 2020/689 heeft gekregen;
-
“status vrij van “ziekte” ”: ziektevrije status van een lidstaat of een zone daarvan zoals goedgekeurd door de Commissie overeenkomstig artikel 36, van Verordening (EU) 2016/429;
-
“geen melding gemaakt van “ziekte” ”: geen dier of groep dieren van de betrokken soorten die in de inrichting worden gehouden, is geclassificeerd als een bevestigd geval van die ziekte en alle vermoedelijke gevallen van die ziekte zijn uitgesloten;
-
“voor de slacht bestemde “dieren” ”: gehouden landdieren die rechtstreeks of na verzameling naar een slachthuis worden vervoerd;
-
“erkende quarantaine-inrichting”: een inrichting waaraan een erkenning is verleend overeenkomstig artikel 14 van Gedelegeerde Verordening (EU) 2019/2035;
-
“goedgekeurd uitroeiingsprogramma”: een ziekte-uitroeiingsprogramma dat in een lidstaat of een zone daarvan wordt uitgevoerd zoals goedgekeurd door de Commissie overeenkomstig artikel 31, lid 3, van Verordening (EU) 2016/429;
-
“schaap”: een dier dat behoort tot de hoefdiersoorten in het geslacht Ovis alsook kruisingen van die soorten;
-
“geit”: een dier dat behoort tot de hoefdiersoorten in het geslacht Capra alsook kruisingen van die soorten;
-
“varken”: een in de lijst in bijlage III bij Verordening (EU) 2016/429 opgenomen dier dat behoort tot de hoefdiersoorten in de familie Suidae;
-
“paardachtige”: een dier dat behoort tot de soort eenhoevigen in het geslacht Equus (met inbegrip van paarden, ezels en zebra’s) alsook kruisingen van die soorten;
-
“kameelachtige”: een in de lijst in bijlage III bij Verordening (EU) 2016/429 opgenomen dier dat behoort tot de hoefdiersoorten in de familie Camelidae;
-
“hertachtige”: een in de lijst in bijlage III bij Verordening (EU) 2016/429 opgenomen dier dat behoort tot de hoefdiersoorten in de familie Cervidae;
-
“andere gehouden hoefdieren”: andere gehouden hoefdieren dan runderen, schapen, geiten, varkens, paardachtigen, kameelachtigen en hertachtigen;
-
“tegen vectoren beschermde inrichting”: alle faciliteiten of delen van faciliteiten van een inrichting die door middel van passende fysieke en beheersmiddelen beschermd zijn tegen aanvallen van Culicoides, waarbij aan die inrichting door de bevoegde autoriteit de status van tegen vectoren beschermde inrichting is verleend overeenkomstig artikel 44 van Gedelegeerde Verordening (EU) 2020/689;
-
“vectorvrije periode”: in een bepaald gebied de periode van inactiviteit van Culicoides zoals vastgesteld overeenkomstig bijlage V, deel II, hoofdstuk 1, afdeling 5, bij Gedelegeerde Verordening (EU) 2020/689;
-
“fokpluimvee”: pluimvee van 72 uur en ouder, bestemd voor de productie van broedeieren;
-
“gebruikspluimvee”: pluimvee van 72 uur en ouder, dat wordt opgefokt voor de productie van vlees, consumptie-eieren of andere producten, of om in het wild te worden uitgezet;
-
“koppel”: alle pluimvee of in gevangenschap levende vogels met dezelfde gezondheidsstatus die in hetzelfde lokaal of binnen dezelfde uitloopruimte worden gehouden en die een epidemiologische eenheid vormen; in batterijen omvat deze term alle dieren die hetzelfde omsloten luchtvolume delen;
-
“eendagskuikens”: alle pluimvee dat nog geen 72 uur oud is;
-
“eieren die vrij zijn van specifieke pathogenen”: broedeieren die afkomstig zijn van “koppels kippen die vrij zijn van specifieke pathogenen” zoals beschreven in de Europese Farmacopee(1), en die uitsluitend voor diagnose, onderzoek of farmaceutisch gebruik bestemd zijn;
-
“geregistreerde paardachtige”:
-
een raszuiver fokdier van de soorten Equus caballus en Equus asinus dat is ingeschreven of in aanmerking komt voor inschrijving in de hoofdsectie van een stamboek dat is opgesteld door een stamboekvereniging of een overeenkomstig artikel 4 of 34 van Verordening (EU) 2016/1012 erkend fokorgaan;
-
een gehouden dier van de soort Equus caballus dat rechtstreeks bij een internationale vereniging of organisatie die paarden beheert met het oog op wedstrijden of paardenrennen (“geregistreerd paard”) is geregistreerd, of via een nationale federatie of filiaal daarvan;
-
-
“primaten”: dieren van de tot de orde van de Primates behorende soorten, met uitzondering van de mens;
-
“honingbij”: dier van de soort Apis mellifera;
-
“hommel”: een dier van de soorten die behoren tot het geslacht Bombus;
-
“hond”: een gehouden dier van de soort Canis lupus;
-
“kat”: een gehouden dier van de soort Felis silvestris;
-
“fret”: een gehouden dier van de soort Mustela putorius furo;
-
“andere carnivoren”: dieren van de soorten die behoren tot de orde van de Carnivora, met uitzondering van honden, katten en fretten;
-
“reizend circus”: een tentoonstelling of kermis die dieren of dierennummers omvat en die zich tussen lidstaten verplaatst;
-
“dierennummer”: een nummer waarin dieren worden opgevoerd die worden gehouden ten behoeve van een tentoonstelling of kermis en dat deel kan uitmaken van een circus;
-
“wedstrijdduif”: duif die van haar duiventil naar een andere lidstaat wordt of zal worden vervoerd om te worden losgelaten met de bedoeling dat zij naar haar lidstaat van oorsprong terugvliegt.