Home

Gedelegeerde Verordening (EU) 2020/689 van de Commissie van 17 december 2019 tot aanvulling van Verordening (EU) 2016/429 van het Europees Parlement en de Raad wat betreft regels voor bewaking, uitroeiingsprogramma’s en de ziektevrije status voor bepaalde in de lijst opgenomen ziekten en nieuwe ziekten (Voor de EER relevante tekst)

Gedelegeerde Verordening (EU) 2020/689 van de Commissie van 17 december 2019 tot aanvulling van Verordening (EU) 2016/429 van het Europees Parlement en de Raad wat betreft regels voor bewaking, uitroeiingsprogramma’s en de ziektevrije status voor bepaalde in de lijst opgenomen ziekten en nieuwe ziekten (Voor de EER relevante tekst)

DEEL I ALGEMENE BEPALINGEN

Artikel 1 Onderwerp en toepassingsgebied

1.

Deze verordening vormt een aanvulling op de regels inzake bewaking, uitroeiingsprogramma’s en de ziektevrije status voor bepaalde in de lijst opgenomen ziekten en nieuwe ziekten van landdieren, waterdieren en andere dieren, zoals opgenomen in Verordening (EU) 2016/429.

2.

Deel II, hoofdstuk 1, van deze verordening bevat de regels voor de bewaking ten aanzien van de in artikel 9, lid 1, van Verordening (EU) 2016/429 bedoelde ziekten en nieuwe ziekten zoals omschreven in artikel 6, lid 2, van die verordening, met betrekking tot:

  1. de opzet van de bewaking, met inbegrip van de betrokken dierpopulatie en de diagnostische methoden;

  2. de bevestiging van ziekte en de gevalsdefinitie;

  3. bewakingsprogramma’s van de Unie.

3.

Deel II, hoofdstuk 2, van deze verordening bevat de regels voor de uitroeiingsprogramma’s voor de in artikel 9, lid 1, onder b) en c), van Verordening (EU) 2016/429 bedoelde ziekten van landdieren, met betrekking tot:

  1. de ziektebestrijdingsstrategie, het bestreken grondgebied, de dierpopulaties, de doelstellingen en de toepassingsperiode;

  2. de verplichtingen van exploitanten en bevoegde autoriteiten;

  3. de ziektebestrijdingsmaatregelen bij vermoeden en bij bevestiging.

4.

Deel II, hoofdstuk 3, van deze verordening bevat de regels voor de uitroeiingsprogramma’s voor de in artikel 9, lid 1, onder b) en c), van Verordening (EU) 2016/429 bedoelde ziekten van waterdieren, met betrekking tot:

  1. de ziektebestrijdingsstrategie, het bestreken grondgebied, de dierpopulaties, de doelstellingen en de toepassingsperiode;

  2. de verplichtingen van exploitanten en bevoegde autoriteiten;

  3. de ziektebestrijdingsmaatregelen bij vermoeden en bij bevestiging.

5.

Deel II, hoofdstuk 4, van deze verordening bevat de regels voor de ziektevrije status ten aanzien van bepaalde ziekten van landdieren en waterdieren, zoals bedoeld in artikel 9, lid 1, van Verordening (EU) 2016/429, met betrekking tot:

  1. de criteria voor goedkeuring van de ziektevrije status van lidstaten en zones;

  2. de criteria voor goedkeuring van de ziektevrije status voor compartimenten waar waterdieren worden gehouden;

  3. de criteria voor de handhaving van de ziektevrije status;

  4. de opschorting, de intrekking en de herinvoering van de ziektevrije status.

6.

Deel III van deze verordening bevat overgangs- en slotbepalingen met betrekking tot:

  1. de goedkeuring van de ziektevrije status van lidstaten, zones en compartimenten die krachtens de vóór de toepassingsdatum van deze verordening geldende wetgeving als ziektevrij zijn erkend;

  2. de goedkeuring van uitroeiingsprogramma’s van lidstaten, zones en compartimenten die krachtens de vóór de toepassingsdatum van deze verordening geldende wetgeving over een goedgekeurd uitroeiings- of bewakingsprogramma beschikken.

Artikel 2 Definities

Voor de toepassing van deze verordening wordt verstaan onder:

  1. „ziekte van categorie E”: een in de lijst opgenomen ziekte waarvoor bewaking nodig is binnen de Unie, overeenkomstig artikel 9, lid 1, onder e), van Verordening (EU) 2016/429;

  2. „betrokken dierpopulatie”: de populatie dieren van in de lijst opgenomen soorten, omschreven naar soort en, in voorkomend geval, naar categorieën, waarop de bewakingsactiviteiten, de uitroeiingsprogramma’s of de ziektevrije status voor een bepaalde ziekte betrekking hebben;

  3. „aanvullende dierpopulatie”: de populatie van gehouden of wilde dieren van in de lijst opgenomen soorten die aan optionele preventie-, bewakings- en ziektebestrijdingsmaatregelen is onderworpen die nodig zijn om de ziektevrije status van een betrokken dierpopulatie te behalen of te handhaven;

  4. „ziekte van categorie A”: een in de lijst opgenomen ziekte die gewoonlijk niet in de Unie voorkomt en waarvoor onmiddellijke uitroeiingsmaatregelen moeten worden genomen zodra zij wordt ontdekt, overeenkomstig artikel 9, lid 1, onder a), van Verordening (EU) 2016/429;

  5. „ziekte van categorie B”: in de lijst opgenomen ziekte die in alle lidstaten moet worden bestreden met als doel die ziekte in de gehele Unie uit te roeien, overeenkomstig artikel 9, lid 1, onder b), van Verordening (EU) 2016/429;

  6. „ziekte van categorie C”: in de lijst opgenomen ziekte die relevant is voor sommige lidstaten en waarvoor maatregelen nodig zijn om te voorkomen dat zij zich verspreidt naar andere delen van de Unie die officieel ziektevrij zijn of waarin een uitroeiingsprogramma voor de betrokken in de lijst opgenomen ziekte loopt, overeenkomstig artikel 9, lid 1, onder c), van Verordening (EU) 2016/429;

  7. „rund”: een dier dat behoort tot de hoefdiersoorten in de geslachten Bison, Bos (met inbegrip van de ondergeslachten Bos, Bibos, Novibos en Poephagus) en Bubalus (met inbegrip van het ondergeslacht Anoa) alsook kruisingen van die soorten;

  8. „schaap”: een dier dat behoort tot de hoefdiersoorten in het geslacht Ovis alsook kruisingen van die soorten;

  9. „geit”: een dier dat behoort tot de hoefdiersoorten in het geslacht Capra alsook kruisingen van die soorten;

  10. „reizend circus”: een tentoonstelling of kermis die dieren of dierennummers omvat en die zich tussen lidstaten verplaatst;

  11. „dierennummers”: alle nummers waarin dieren worden opgevoerd die worden gehouden ten behoeve van een tentoonstelling of kermis en die deel kunnen uitmaken van een circus;

  12. „varken”: een in de lijst in bijlage III bij Verordening (EU) 2016/429 opgenomen dier dat behoort tot de hoefdiersoorten in de familie Suidae;

  13. „vervoermiddelen”: weg- of spoorvoertuigen, vaartuigen en luchtvaartuigen;

  14. „hond”: een gehouden dier van de soort Canis lupus;

  15. „kat”: een gehouden dier van de soort Felis silvestris;

  16. „fret”: een gehouden dier van de soort Mustela putorius furo;

  17. „seizoensgebonden BTV-vrij gebied”: het gehele grondgebied van een lidstaat of een zone daarvan waar de bevoegde autoriteit overeenkomstig artikel 40, lid 3, een tijdelijke status vrij van infectie met het bluetonguevirus (serotype 1-24) („infectie met BTV”) heeft vastgesteld op basis van een vectorvrije periode en de aangetoonde afwezigheid van de ziekte bij in de lijst opgenomen diersoorten;

  18. „tegen vectoren beschermde inrichting”: alle faciliteiten of delen van faciliteiten van een inrichting die door middel van passende fysieke en beheersmiddelen beschermd zijn tegen aanvallen van Culicoïdes, waarbij aan die inrichting door de bevoegde autoriteit de status van tegen vectoren beschermde inrichting is verleend overeenkomstig artikel 44;

  19. „schip met leeftank”: een schip dat wordt gebruikt in de aquacultuursector en dat beschikt over een leeftank of reservoir voor de opslag en het vervoer van levende vis in water;

  20. „stillegging”: met het oog op ziektebeheer, het ontdoen van een inrichting van aquacultuurdieren van in de lijst opgenomen soorten en, voor zover mogelijk, van water;

  21. „kwalificatieperiode”: de periode voordat de bevoegde autoriteit het verzoek voor het verkrijgen van de ziektevrije status indient, of, in voorkomend geval, voordat de in artikel 83, lid 1, onder a), bedoelde voorlopige verklaring elektronisch wordt gepubliceerd;

  22. „niet in de lijst opgenomen soorten”: een voor een bepaalde ziekte niet in de bijlage bij Uitvoeringsverordening (EU) 2018/1882 van de Commissie opgenomen diersoort of groep diersoorten;

  23. „koppel”: alle pluimvee of in gevangenschap levende vogels met dezelfde gezondheidsstatus die in hetzelfde lokaal of binnen dezelfde uitloopruimte worden gehouden en die een epidemiologische eenheid vormen; in stallen omvat deze term alle dieren die hetzelfde omsloten luchtvolume delen;

  24. „DIVA (Differentiating Infected from Vaccinated Animals)”: een vaccinatie waarbij vaccins worden gebruikt die, in combinatie met passende serologische diagnostische methoden, de opsporing van besmette dieren in een gevaccineerde populatie mogelijk maken;

  25. „DIVA-gevaccineerde dieren”: dieren die zijn gevaccineerd in het kader van een DIVA-vaccinatie;

  26. „erkende inrichting voor levende producten”: een overeenkomstig artikel 97, lid 1, van Verordening (EU) 2016/429 erkend(e) spermawinningscentrum, embryowinningsteam, embryoproductieteam, verwerkingsinrichting voor levende producten of opslagcentrum voor levende producten;

  27. „sperma”: het onbewerkte, bewerkte of verdunde ejaculaat van één of meer dieren;

  28. „oöcyten”: de haploïde stadia van de oötidogenese, met inbegrip van secundaire oöcyten en eicellen;

  29. „embryo”: het eerste ontwikkelingsstadium van een dier dat geschikt is voor transplantatie naar een ontvangerdier;

  30. „vectorvrije periode”: in een bepaald gebied de periode van inactiviteit van Culicoïdes zoals vastgesteld overeenkomstig bijlage V, deel II, hoofdstuk 1, afdeling 5;

  31. „honingbijen”: dieren van de soort Apis mellifera;

  32. „fokpluimvee”: pluimvee van 72 uur en ouder, bestemd voor de productie van broedeieren;

  33. „aselecte jaarlijkse bewaking”: bewaking die bestaat uit ten minste één studie naar een betrokken dierpopulatie die wordt georganiseerd in de loop van het jaar waarvoor een op waarschijnlijkheid gebaseerde steekproefmethode wordt gebruikt om te bepalen welke eenheden worden onderzocht.

DEEL II BEWAKING, UITROEIINGSPROGRAMMA’S, ZIEKTEVRIJE STATUS

HOOFDSTUK 1 Bewaking

Afdeling 1 Opzet van de bewaking, betrokken dierpopulatie en diagnostische methoden

Artikel 3 Opzet van de bewaking
Artikel 4 Betrokken dierpopulatie
Artikel 5 Uitsluiting van bepaalde gehouden landdieren uit de betrokken dierpopulatie
Artikel 6 Diagnostische methoden
Artikel 7 Bijdrage van officiële controles en andere officiële activiteiten tot de bewaking van de diergezondheid

Afdeling 2 Bevestiging van ziekte en gevalsdefinities

Artikel 8 Criteria voor de officiële bevestiging van andere in de lijst opgenomen ziekten dan van categorie A, en bepaalde nieuwe ziekten en de daaropvolgende bevestiging van uitbraken
Artikel 9 Gevalsdefinitie

Afdeling 3 Bewakingsprogramma’s van de Unie

Artikel 10 Criteria voor en inhoud van bewakingsprogramma’s van de Unie
Artikel 11 Te verstrekken informatie bij de indiening van en verslaglegging over bewakingsprogramma’s van de Unie

HOOFDSTUK 2 Uitroeiingsprogramma’s voor ziekten van de categorieën B en C bij landdieren

Afdeling 1 Algemene bepalingen

Artikel 12 Ziektebestrijdingsstrategie voor de uitroeiing van ziekten van de categorieën B en C bij landdieren
Artikel 13 Territoriale reikwijdte en dierpopulaties
Artikel 14 Tussentijdse en einddoelstellingen
Artikel 15 Toepassingsperiode

Afdeling 2 Voorschriften voor uitroeiingsprogramma’s op basis van het verlenen van de ziektevrije status op het niveau van inrichtingen

Artikel 16 Ziektebestrijdingsstrategie op basis van de ziektevrije status op het niveau van inrichtingen
Artikel 17 Betrokken en aanvullende dierpopulaties voor uitroeiingsprogramma’s voor bepaalde ziekten
Artikel 18 Verplichtingen van exploitanten met betrekking tot uitroeiingsprogramma’s voor bepaalde ziekten
Artikel 19 Afwijking met betrekking tot het verlenen van de ziektevrije status aan inrichtingen
Artikel 20 Verplichting van de bevoegde autoriteit om de ziektevrije status te verlenen, op te schorten en in te trekken
Artikel 21 Ziektebestrijdingsmaatregelen bij vermoeden van bepaalde ziekten
Artikel 22 Verlenging van ziektebestrijdingsmaatregelen bij vermoeden van bepaalde ziekten
Artikel 23 Afwijkingen van ziektebestrijdingsmaatregelen bij vermoeden van bepaalde ziekten
Artikel 24 Officiële bevestiging van bepaalde ziekten en ziektebestrijdingsmaatregelen
Artikel 25 Epidemiologisch onderzoek en onderzoeken in het geval van de bevestiging van bepaalde ziekten
Artikel 26 Verplaatsing van dieren naar of vanuit besmette inrichtingen
Artikel 27 Testen en verwijderen van dieren vanuit besmette inrichtingen
Artikel 28 Beheer van producten uit besmette inrichtingen
Artikel 29 Afwijkingen van de beperking van verplaatsingen van dieren vanuit besmette inrichtingen
Artikel 30 Reiniging en ontsmetting en andere maatregelen om de uitbreiding van de besmetting te voorkomen
Artikel 31 Risicobeperkingsmaatregelen om herbesmetting te voorkomen

Afdeling 3 Bepalingen voor uitroeiingsprogramma’s voor infectie met het rabiësvirus

Artikel 32 Ziektebestrijdingsstrategie van uitroeiingsprogramma’s voor infectie met RABV
Artikel 33 Betrokken dierpopulatie voor uitroeiingsprogramma’s voor infectie met RABV
Artikel 34 Verplichtingen van de bevoegde autoriteit in het kader van uitroeiingsprogramma’s voor infectie met RABV
Artikel 35 Ziektebestrijdingsmaatregelen bij vermoeden van infectie met RABV
Artikel 36 Ziektebestrijdingsmaatregelen bij bevestiging van infectie met RABV

Afdeling 4 Bepalingen voor uitroeiingsprogramma’s voor infectie met BTV

Artikel 37 Ziektebestrijdingsstrategie van uitroeiingsprogramma’s voor infectie met BTV
Artikel 38 Betrokken en aanvullende dierpopulaties voor uitroeiingsprogramma’s voor infectie met BTV
Artikel 39 Verplichtingen van exploitanten in het kader van uitroeiingsprogramma’s voor infectie met BTV
Artikel 40 Verplichtingen van de bevoegde autoriteit in het kader van uitroeiingsprogramma’s voor infectie met BTV
Artikel 41 Ziektebestrijdingsmaatregelen bij vermoeden van infectie met BTV
Artikel 42 Ziektebestrijdingsmaatregelen bij bevestiging van infectie met BTV
Artikel 43 Het verplaatsen van gehouden dieren en levende producten van de betrokken dierpopulatie naar door uitroeiingsprogramma’s voor infectie met BTV bestreken lidstaten of zones
Artikel 44 Tegen vectoren beschermde inrichting
Artikel 45 Verplaatsingen van dieren door lidstaten of zones die door uitroeiingsprogramma’s voor infectie met BTV worden bestreken

HOOFDSTUK 3 Uitroeiingsprogramma’s voor ziekten van de categorieën B en C bij waterdieren

Afdeling 1 Algemene bepalingen

Artikel 46 Ziektebestrijdingsstrategie voor de uitroeiing van ziekten van de categorieën B en C bij waterdieren
Artikel 47 Territoriale reikwijdte en dierpopulatie
Artikel 48 Tussentijdse en einddoelstellingen
Artikel 49 Toepassingsperiode

Afdeling 2 Voorschriften voor uitroeiingsprogramma’s

Artikel 50 Minimumvoorschriften voor een uitroeiingsprogramma
Artikel 51 In uitroeiingsprogramma’s voor ziekten van de categorieën B en C op te nemen dierpopulatie
Artikel 52 Te nemen maatregelen in door uitroeiingsprogramma’s bestreken lidstaten, zones of compartimenten
Artikel 53 Afwijking van de indeling van de gezondheidsstatus van geconsigneerde inrichtingen
Artikel 54 Vaccinatie
Artikel 55 Ziektebestrijdingsmaatregelen bij vermoeden van bepaalde ziekten
Artikel 56 Verlenging van ziektebestrijdingsmaatregelen bij vermoeden van bepaalde ziekten
Artikel 57 Afwijking van ziektebestrijdingsmaatregelen bij vermoeden van ziekte
Artikel 58 Officiële bevestiging van bepaalde ziekten en ziektebestrijdingsmaatregelen
Artikel 59 Epidemiologisch onderzoek en onderzoeken in het geval van de bevestiging van bepaalde ziekten
Artikel 60 Verplaatsingen naar of van een besmette inrichting en elke andere inrichting die in de beperkingszone is gelegen
Artikel 61 Afwijkingen van de beperking van verplaatsingen van dieren en producten van dierlijke oorsprong vanuit besmette inrichtingen
Artikel 62 Verwijdering van besmette dieren
Artikel 63 Reiniging en ontsmetting
Artikel 64 Stillegging
Artikel 65 Risicobeperkingsmaatregelen om herbesmetting te voorkomen

HOOFDSTUK 4 Ziektevrije status

Afdeling 1 Goedkeuring van de ziektevrije status van lidstaten en zones

Artikel 66 Criteria voor het verlenen van de ziektevrije status
Artikel 67 De ziektevrije status op basis van de afwezigheid van in de lijst opgenomen soorten
Artikel 68 De ziektevrije status op basis van het gebrek aan overlevingskansen voor de ziekteverwekker
Artikel 69 De ziektevrije status van landdieren op basis van het gebrek aan overlevingskansen voor in de lijst opgenomen vectoren voor in de lijst opgenomen ziekten van landdieren
Artikel 70 De ziektevrije status op basis van historische en bewakingsgegevens
Artikel 71 Ziektevrije status op basis van uitroeiingsprogramma’s
Artikel 72 Ziektespecifieke voorschriften voor de ziektevrije status

Afdeling 2 Goedkeuring van de ziektevrije status voor compartimenten waar waterdieren worden gehouden

Artikel 73 Criteria voor de verlening van de ziektevrije status aan compartimenten waar waterdieren worden gehouden
Artikel 74 De ziektevrije status op basis van de afwezigheid van in de lijst opgenomen soorten
Artikel 75 De ziektevrije status op basis van het gebrek aan overlevingskansen voor de ziekteverwekker
Artikel 76 De ziektevrije status op basis van historische en bewakingsgegevens
Artikel 77 Ziektevrije status op basis van uitroeiingsprogramma’s
Artikel 78 Ziektespecifieke voorschriften voor de ziektevrije status
Artikel 79 Specifieke voorschriften voor compartimenten die onafhankelijk zijn van de gezondheidsstatus van de aangrenzende natuurlijke wateren
Artikel 80 Bijzondere bepalingen voor compartimenten die afzonderlijke inrichtingen omvatten die aquacultuuractiviteiten aanvangen of hervatten en waar de gezondheidsstatus ten aanzien van een specifieke ziekte onafhankelijk is van de gezondheidsstatus van de omringende natuurlijke wateren

Afdeling 3 Handhaving, opschorting en intrekking van de ziektevrije status

Artikel 81 Specifieke criteria inzake bewakings- en biobeveiligingsmaatregelen voor de handhaving van de ziektevrije status
Artikel 82 Opschorting, intrekking en herinvoering van de ziektevrije status

Afdeling 4 Afwijkingen van de goedkeuring door de Commissie

Artikel 83 Afwijkingen van de goedkeuring door de Commissie voor bepaalde ziektevrije statussen en bepaalde uitroeiingsprogramma’s voor ziekten van waterdieren

DEEL III OVERGANGS- EN SLOTBEPALINGEN

Artikel 84 Overgangsbepalingen met betrekking tot de bestaande ziektevrije status

Artikel 85 Overgangsbepalingen met betrekking tot bestaande uitroeiings- of bewakingsprogramma’s

Artikel 86 Intrekking

Artikel 87 Inwerkingtreding en toepassing

BIJLAGE I

BIJLAGE II

BIJLAGE III

BIJLAGE IV

BIJLAGE V

BIJLAGE VI