Home

Uitvoeringsverordening (EU) 2020/1988 van de Commissie van 11 november 2020 tot vaststelling van uitvoeringsbepalingen voor de Verordeningen (EU) nr. 1308/2013 en (EU) nr. 510/2014 van het Europees Parlement en de Raad wat betreft het beheer van invoertariefcontingenten volgens het beginsel wie het eerst komt, het eerst maalt

Uitvoeringsverordening (EU) 2020/1988 van de Commissie van 11 november 2020 tot vaststelling van uitvoeringsbepalingen voor de Verordeningen (EU) nr. 1308/2013 en (EU) nr. 510/2014 van het Europees Parlement en de Raad wat betreft het beheer van invoertariefcontingenten volgens het beginsel wie het eerst komt, het eerst maalt

HOOFDSTUK I TOEPASSINGSGEBIED EN GEMEENSCHAPPELIJKE REGELS

Artikel 1 Toepassingsgebied

Bij deze verordening worden gemeenschappelijke regels vastgesteld voor het beheer van de in bijlage I vermelde tariefcontingenten voor landbouwproducten, met name wat betreft:

  1. de beheersmethode;

  2. de tariefcontingentperioden en, waar van toepassing, de deelperioden;

  3. de eisen inzake verwerking, bijzondere bestemming en kwaliteit waaraan bepaalde producten moeten voldoen om in aanmerking te komen voor invoer in het kader van een tariefcontingent;

  4. de procedures voor het stellen van een zekerheid voor de onder c) bedoelde producten, alsook het bedrag van die zekerheid;

  5. de bewijsstukken, waar van toepassing.

Bij deze verordening worden ook specifieke voorschriften vastgesteld voor het beheer van bepaalde van die tariefcontingenten.

Artikel 2 Beheer van tariefcontingenten

1.

De in bijlage I opgenomen tariefcontingenten worden door de Unie beheerd op basis van de chronologische volgorde van de data van aanvaarding van de douaneaangiften voor het vrije verkeer overeenkomstig de artikelen 49 tot en met 54 van Uitvoeringsverordening (EU) 2015/2447.

2.

Artikel 53, lid 2, punten b) en c), en artikel 53, lid 3, van Uitvoeringsverordening (EU) 2015/2447 zijn niet van toepassing op de tariefcontingenten en deeltariefcontingenten met de volgnummers 09.0138, 09.0139, 09.0140, 09.0141, 09.0165, 09.0166, 09.0167, 09.0168, 09.0169, 09.0142, 09.0143, 09.0161, 09.0162, 09.0163, 09.0164, 09.0146, 09.0147, 09.0148, 09.0149, 09.0150, 09.0151, 09.0152, 09.0159, 09.0160, 09.0154, 09.0155, 09.0156, 09.0157 en 09.0158.

Artikel 3 Deelperioden voor het tariefcontingent

1.

Als een tariefcontingentperiode in deelperioden is verdeeld, als vastgelegd in bijlage I, omvat de hoeveelheid die voor de betrokken deelperiode beschikbaar is, de eventuele hoeveelheid die in de vorige deelperiode van het tariefcontingent ongebruikt is gebleven. De hoeveelheden die aan het einde van een tariefcontingentperiode ongebruikt zijn gebleven, worden echter niet overgedragen naar de volgende tariefcontingentperiode.

2.

Als een tariefcontingentperiode in deelperioden is verdeeld, worden de opnemingen voor elke deelperiode, met uitzondering van de laatste, beëindigd op de vijfde werkdag van de Commissie van de tweede maand die volgt op het einde van de betrokken deelperiode.

Artikel 4 Bewijsstukken

1.

Wanneer op grond van bijlage I een bewijs van oorsprong is vereist, dienen de marktdeelnemers bij de douaneautoriteiten van de Unie een specifiek document in, samen met een douaneaangifte voor het vrije verkeer voor de betrokken producten. In bijlage I zijn de vereiste bewijsstukken voor elk tariefcontingent vermeld.

2.

Wanneer het bewijs van oorsprong bestaat uit een certificaat van oorsprong voor producten die onder bijzondere niet-preferentiële invoerregelingen vallen, moet het voldoen aan de vereisten van artikel 57 van Uitvoeringsverordening (EU) 2015/2447.

3.

Wanneer het tariefcontingent is vastgesteld als een preferentiële tariefmaatregel als bedoeld in artikel 56, lid 2, onder d) en e), van Verordening (EU) nr. 952/2013 van het Europees Parlement en de Raad(1), wordt het bewijs van oorsprong afgegeven of opgesteld overeenkomstig de in artikel 64 van die verordening bedoelde regels inzake preferentiële oorsprong.

4.

Wanneer aanvullende documenten vereist zijn, moeten die voldoen aan de voorschriften van hoofdstuk II van en bijlage II bij deze verordening.

5.

Indien nodig kunnen de douaneautoriteiten bovendien eisen dat de aangever of de importeur de oorsprong van de producten bewijst overeenkomstig artikel 61 van Verordening (EU) nr. 952/2013 of de desbetreffende bepalingen van de betrokken handelsregeling.

Artikel 5 Elektronische documenten

Artikel 6 Controle in derde landen

HOOFDSTUK II SPECIFIEKE SECTORALE VOORSCHRIFTEN

AFDELING 1 GRANEN

Artikel 7 Definities voor de tariefcontingenten met de volgnummers 09.0124, 09.0131, 09.0126, 09.0127, 09.0128, 09.0129 en 09.0130

Artikel 8 Definities voor het tariefcontingent met volgnummer 09.0076

Artikel 9 Kwaliteitseisen voor het tariefcontingent met volgnummer 09.0076

Artikel 10 Tariefcontingenten met de volgnummers 09.0689 en 09.0779

Artikel 11 Tariefcontingenten met de volgnummers 09.0074 en 09.0075

AFDELING 2 RIJST

Artikel 12 Tariefcontingent met volgnummer 09.0139

Artikel 13 Tariefcontingenten met de volgnummers 09.0141, 09.0165, 09.0166, 09.0167, 09.0168 en 09.0169

AFDELING 3 GROENTEN EN FRUIT; VERWERKTE PRODUCTEN OP BASIS VAN GROENTEN EN FRUIT

Artikel 14 Definities voor de tariefcontingenten met de volgnummers 009.0025, 09.0027 en 09.0033

Artikel 15 Echtheidscertificaat voor de tariefcontingenten met de volgnummers 009.0025, 09.0027 en 09.0033

AFDELING 4 WIJN

Artikel 16 Tariefcontingenten met de volgnummers 09.1526, 09.1527, 09.1558, 09.1559, 09.1570 en 09.1572

AFDELING 5 RUNDVLEES

Artikel 17 Beheer van de tariefcontingenten met de volgnummers 09.0161, 09.0162, 09.0163 en 09.0164

Artikel 18 Definities voor de tariefcontingenten met de volgnummers 09.0161, 09.0162, 09.0163 en 09.0164;

Artikel 19 Specifieke bepalingen voor de tariefcontingenten met de volgnummers 09.0161, 09.0162, 09.0163 en 09.0164;

Artikel 20 Tariefcontingenten met de volgnummers 09.0142, 09.0143 en 09.0146

Artikel 21 Tariefcontingent met volgnummer 09.0113

Artikel 22 Tariefcontingenten met de volgnummers 09.0114 en 09.0115

Artikel 23 Beheer van het tariefcontingent met volgnummer 09.2201 en de deeltariefcontingenten met de volgnummers 09.2202 en 09.2203

Artikel 24 Definities en vereisten voor het tariefcontingent met volgnummer 09.2201 en de deeltariefcontingenten met de volgnummers 09.2202 en 09.2203

Artikel 25 Echtheidscertificaten voor het tariefcontingent met volgnummer 09.2201 en de deeltariefcontingenten met de volgnummers 09.2202 en 09.2203

Artikel 26 Instanties van afgifte in derde landen met betrekking tot de invoer in het kader van het tariefcontingent met volgnummer 09.2201 en de deeltariefcontingenten met de volgnummers 09.2202 en 09.2203

Artikel 27 Bekendmaking van de namen van de instanties van afgifte in derde landen voor het tariefcontingent met volgnummer 09.2201 en de deeltariefcontingenten met de volgnummers 09.2202 en 09.2203

AFDELING 6 MELK EN ZUIVELPRODUCTEN

Artikel 28 Definities en vereisten voor het tariefcontingent met volgnummer 09.0151

Artikel 29 Tariefcontingenten met de volgnummers 09.0159 en 09.0160

AFDELING 7 VARKENSVLEES

Artikel 30 Definities voor het tariefcontingent met volgnummer 09.0118

AFDELING 8 SCHAPEN- EN GEITENVLEES

Artikel 31 Tariefcontingenten in de sector schapen- en geitenvlees

Artikel 31 bis Tariefcontingenten voor vers, gekoeld of bevroren schapen- en geitenvlees van oorsprong uit Nieuw-Zeeland met de volgnummers 09.7901, 09.7898, 09.7899, 09.7902, 09.7896 en 09.7897

AFDELING 9 VERWERKTE AGRARISCHE ZUIVELPRODUCTEN EN EIWITRIJKE WEI

Artikel 31 ter Tariefcontingent voor verwerkte agrarische zuivelproducten en eiwitrijke wei van oorsprong uit Nieuw-Zeeland met volgnummer 09.7903

HOOFDSTUK III SLOTBEPALINGEN

Artikel 32 Inwerkingtreding en toepassing

BIJLAGE I

BIJLAGE IICertificaatmodellen

BIJLAGE IIIIn artikel 13 bedoelde vermeldingen

BIJLAGE IVIn artikel 15 bedoelde bevoegde autoriteiten

BIJLAGE V