Home

Besluit (EU) 2025/222 van de Europese Centrale Bank van 27 januari 2025 betreffende de toegang van niet-bancaire betalingsdienstaanbieders tot door centrale banken van het Eurosysteem geëxploiteerde betalingssystemen en centralebankrekeningen (ECB/2025/2)

Besluit (EU) 2025/222 van de Europese Centrale Bank van 27 januari 2025 betreffende de toegang van niet-bancaire betalingsdienstaanbieders tot door centrale banken van het Eurosysteem geëxploiteerde betalingssystemen en centralebankrekeningen (ECB/2025/2)

Artikel 1 Definities

Voor de toepassing van dit besluit gelden de volgende definities:

  1. “centrale bank van het Eurosysteem” (Eurosystem central bank): de Europese Centrale Bank of een nationale centrale bank van een lidstaat die de euro als munt heeft;

  2. “door een centrale bank geëxploiteerd betalingssysteem” (central bank operated payment system): een door een centrale bank van het Eurosysteem geëxploiteerd betalingssysteem dat een TARGET-deelsysteem omvat;

  3. “niet-bancaire betalingsdienstaanbieder” (non-bank payment service provider):

    1. een betalingsinstelling als gedefinieerd in artikel 4, punt 4, van Richtlijn (EU) 2015/2366 van het Europees Parlement en de Raad(1), met uitzondering van de betalingsinstellingen waaraan een vrijstelling is verleend krachtens artikel 2, lid 5, of de artikelen 32 of 33 van die richtlijn;

    2. een instelling voor elektronisch geld in de zin van artikel 2, punt 1, van Richtlijn 2009/110/EG van het Europees Parlement en de Raad(2), met uitzondering van een rechtspersoon waaraan ontheffing is verleend krachtens artikel 9 van die richtlijn;

  4. “beschermingsrekening” (safeguarding account): een afzonderlijke rekening bij een kredietinstelling of een centrale bank van het Eurosysteem, zulks naar goeddunken van een centrale bank van het Eurosysteem, die door een van de volgende partijen wordt geopend:

    1. een niet-bancaire betalingsdienstaanbieder om met het oog op de toepassing van artikel 10, lid 1, punt a), van Richtlijn (EU) 2015/2366, de geldmiddelen van cliënten te scheiden van het eigen vermogen van die niet-bancaire betalingsdienstaanbieder;

    2. een aanbieder van cryptoactivadiensten om met het oog op de toepassing van artikel 70 van Verordening (EU) 2023/1114 van het Europees Parlement en de Raad(3) de eigendomsrechten van cliënten te beschermen en te voorkomen dat de geldmiddelen van cliënten voor eigen rekening worden gebruikt;

  5. “aanbieder van cryptoactivadiensten” (crypto-asset service provider): een aanbieder van cryptoactivadiensten als gedefinieerd in artikel 3, lid 1, punt 15, van Verordening (EU) 2023/1114;

  6. “geldoverboekingsopdracht” (cash transfer order): een geldoverboekingsopdracht als gedefinieerd in punt 16 van bijlage III bij Richtsnoer (EU) 2022/912 (ECB/2022/8);

  7. “einde van de werkdag” (end of the business day): de sluitingstijd als bepaald in de regels van het desbetreffende door de centrale bank geëxploiteerde betalingssysteem voor de afwikkeling van geldoverboekingsopdrachten voor die specifieke werkdag.

Artikel 2 Toegang tot door centrale banken geëxploiteerde betalingssystemen

1.

Een centrale bank van het Eurosysteem verleent op verzoek toegang tot de door haar centrale bank geëxploiteerde betalingssystemen voor een niet-bancaire betalingsdienstaanbieder die aan alle volgende vereisten voldoet:

  1. de niet-bancaire betalingsdienstaanbieder (of een derde die dergelijke taken uitvoert voor wiens handelingen en nalatigheden de niet-bancaire betalingsdienstaanbieder als enige aansprakelijk blijft) installeert, beheert, exploiteert, monitort en waarborgt de beveiliging van de nodige IT-infrastructuur om verbinding te maken met het door de centrale bank geëxploiteerde betalingssysteem en kan geldoverboekingsopdrachten bij het door de centrale bank geëxploiteerde betalingssysteem indienen;

  2. de niet-bancaire betalingsdienstaanbieder verstrekt alle ondersteunende informatie die de betrokken centrale bank redelijkerwijs noodzakelijk acht om een besluit te nemen over een verzoek om toegang tot het door de centrale bank geëxploiteerde betalingssysteem;

  3. de niet-bancaire betalingsdienstaanbieder voert adequate beveiligingscontroles uit om de systemen te beschermen tegen ongeoorloofde toegang en onrechtmatig gebruik, onder meer met betrekking tot cyberweerbaarheid en informatiebeveiliging;

  4. de niet-bancaire betalingsdienstaanbieder dient bij de betrokken centrale bank een door de betrokken nationale bevoegde autoriteit verstrekte of door de bevoegde leidinggevende instantie van de niet-bancaire betalingsdienstaanbieder ondertekende verklaring in, die in beide gevallen bevestigt dat de niet-bancaire betalingsdienstaanbieder voldoet aan: i) de voorwaarden voor het aanvragen van deelname aan aangewezen betalingssystemen, zoals uiteengezet in de relevante bepalingen van nationaal recht tot omzetting van artikel 35 bis, lid 1, van Richtlijn (EU) 2015/2366, en ii) de procedures zoals uiteengezet in de relevante bepalingen van nationaal recht tot omzetting van artikel 35 bis, lid 2, van Richtlijn (EU) 2015/2366.

    Om twijfel te voorkomen, ontheft niets in dit lid de niet-bancaire betalingsdienstaanbieders van de naleving van de vereisten, met inbegrip van specifieke aanvraagprocedures, die op hen van toepassing zijn uit hoofde van Richtsnoer (EU) 2022/912 (ECB/2022/8).

2.

De bepalingen van lid 1 worden met ingang van 6 oktober 2025 toegepast op elk verzoek van een niet-bancaire betalingsdienstaanbieder aan een centrale bank van het Eurosysteem om toegang tot TARGET.

3.

Een niet-bancaire betalingsdienstaanbieder die toegang heeft tot een door een centrale bank geëxploiteerd betalingssysteem, dient bij de betrokken centrale bank eenmaal per jaar waarin de toegang bestaat een door haar bevoegde leidinggevende instantie ondertekende verklaring in waarin wordt bevestigd dat de niet-bancaire betalingsdienstaanbieder de vereisten van lid 1, punten c) en d), voortdurend naleeft. De betrokken centrale bank heeft het recht de in die verklaring verstrekte informatie te verifiëren en alle ondersteunende documentatie op te vragen die zij redelijkerwijs noodzakelijk acht.

4.

Een nationale centrale bank van een lidstaat die de euro als munt heeft kan aanvullende eisen stellen aan niet-bancaire betalingsdienstaanbieders voor de toegang tot de door haar centrale bank geëxploiteerde betalingssystemen, teneinde rekening te houden met het specifieke risicoprofiel van haar andere door haar geëxploiteerde betalingssystemen dan TARGET.

Artikel 3 Rekeningen in door centrale banken geëxploiteerde betalingssystemen en het niet aanbieden van beschermingsrekeningen

1.

De centrale banken van het Eurosysteem bieden geen beschermingsrekeningen of stellen deze niet ter beschikking aan niet-bancaire betalingsdienstaanbieders of aanbieders van cryptoactivadiensten.

2.

De centrale banken van het Eurosysteem openen uitsluitend rekeningen voor niet-bancaire betalingsdienstaanbieders in door centrale banken geëxploiteerde betalingssystemen indien de niet-bancaire betalingsdienstaanbieders in aanmerking komen voor deelname aan dergelijke door centrale banken geëxploiteerde betalingssystemen.

3.

TARGET-rekeningen die worden aangeboden in het kader van realtime-brutoverevening-afwikkelingsprocedure D van aangesloten systemen als bedoeld in deel VI, artikel 6, van bijlage I bij Richtsnoer (EU) 2022/912 (ECB/2022/8) (hierna de “RTGS AS-afwikkelingsprocedure D” genoemd) en TARGET-rekeningen die worden aangeboden in he kader van de afwikkelingsprocedures van aangesloten systemen voor TARGET instant payment settlement (TIPS) als bedoeld in deel VII van bijlage I bij datzelfde richtsnoer (hierna de “TIPS AS-afwikkelingsprocedures” genoemd) worden voor de toepassing van lid 1 niet beschouwd als beschermingsrekeningen.

4.

Uiterlijk op 31 maart 2026 beëindigen de centrale banken van het Eurosysteem de toegang voor niet-bancaire betalingsdienstaanbieders die geregistreerd zijn als adresseerbare bedrijfsidentificatiecode (BIC) houders of adresseerbare partijen op de eigen rekening van de centrale banken van het Eurosysteem in TARGET.

5.

Behoudens artikel 2, lid 4, verlenen de centrale banken van het Eurosysteem aan niet-bancaire betalingsdienstaanbieders rechtstreeks of anderszins toegang tot door centrale banken geëxploiteerde betalingssystemen met uitzondering van TARGET op dezelfde basis als aan andere in aanmerking komende deelnemers.

6.

De vergoeding van aangehouden tegoeden op alle door niet-bancaire betalingsdienstaanbieders aangehouden rekeningen in elk door een centrale bank van het Eurosysteem geëxploiteerd betalingssysteem geschiedt in overeenstemming met Besluit (EU) 2024/1209 van de Europese Centrale Bank (ECB/2024/11)(4).

Artikel 4 Maximumaanhoudingsbedragen

1.

Geldmiddelen die door een niet-bancaire betalingsdienstaanbieder aan het einde van de werkdag worden aangehouden op alle rekeningen bij elk door een individuele centrale bank geëxploiteerd betalingssysteem, met inbegrip van de in lid 2 gespecificeerde TARGET-rekeningen, mogen het op het betreffende betalingssysteem toepasselijke maximumaanhoudingsbedrag niet overschrijden.

2.

De in lid 1 bedoelde geldmiddelen omvatten geldmiddelen die aan het einde van de werkdag worden aangehouden door een niet-bancaire betalingsdienstaanbieder op een van de volgende rekeningen in TARGET:

  1. hoofdgeldrekening (main cash account — MCA) als bedoeld in deel II van bijlage I bij Richtsnoer (EU) 2022/912 (ECB/2022/8);

  2. realtime-brutoverevening-specifieke geldrekening (real-time gross settlement dedicated cash account — RTGS DCA) als bedoeld in deel III van bijlage I bij Richtsnoer (EU) 2022/912 (ECB/2022/8);

  3. specifieke rekening voor TARGET instant payment settlement (TARGET instant payment settlement dedicated cash account — TIPS DCA) als bedoeld in deel V van bijlage I bij Richtsnoer (EU) 2022/912 (ECB/2022/8).

3.

De in lid 1 bedoelde geldmiddelen omvatten geen geldmiddelen die worden aangehouden door een niet-bancaire betalingsdienstaanbieder op rekeningen in TARGET in het kader van de RTGS AS-afwikkelingsprocedure D of de TIPS AS-afwikkelingsprocedures.

4.

Het in lid 1 bedoelde maximumaanhoudingsbedrag wordt als volgt berekend:

  1. indien de niet-bancaire betalingsdienstaanbieder gedurende een periode van twaalf maanden vóór het verzoek om toegang tot een door een centrale bank geëxploiteerd betalingssysteem operationeel is geweest, is het maximale aanhoudingsbedrag tweemaal de piekwaarde van de uitgaande geldoverboekingsopdrachten met inbegrip van, in voorkomend geval, overboekingsopdrachten van een aangesloten systeem, maar met uitsluiting van liquiditeitsoverboekingsopdrachten van de niet-bancaire betalingsdienstaanbieder op elke werkdag gedurende de voorafgaande periode van twaalf kalendermaanden. De niet-bancaire betalingsdienstaanbieder neemt de gedetailleerde berekening van dit maximumaanhoudingsbedrag op in het verzoek aan de betrokken centrale bank van het Eurosysteem om deelname aan het door de centrale bank geëxploiteerde betalingssysteem.

  2. Indien de niet-bancaire betalingsdienstaanbieder gedurende een periode van twaalf maanden voorafgaand aan het verzoek om toegang tot een door een centrale bank geëxploiteerd betalingssysteem niet operationeel is geweest, bedraagt het maximumaanhoudingsbedrag tweemaal de door de niet-bancaire betalingsdienstaanbieder verwachte totale piekwaarde van de uitgaande geldoverboekingsopdrachten met inbegrip van, in voorkomend geval, overboekingsopdrachten van een aangesloten systeem, maar met uitsluiting van liquiditeitsoverboekingsopdrachten. De niet-bancaire betalingsdienstaanbieder neemt een gedetailleerde berekening van het voorgestelde maximumaanhoudingsbedrag op in het verzoek om deelname aan het door de centrale bank geëxploiteerde betalingssysteem.

  3. In de periode van twaalf maanden na de opening van de eerste actieve rekening in het door de centrale bank geëxploiteerde betalingssysteem herberekent de betrokken centrale bank van het Eurosysteem het maximumaanhoudingsbedrag voor elke niet-bancaire betalingsdienstaanbieder elke maand gedurende het eerste kwartaal en daarna elk kwartaal. Een dergelijk herberekend maximumaanhoudingsbedrag is van toepassing vanaf de volgende werkdag nadat elke niet-bancaire betalingsdienstaanbieder door de betrokken centrale bank van het Eurosysteem in kennis is gesteld van de herberekening en tot de volgende herberekening.

  4. Na de eerste periode van twaalf maanden na de opening van de eerste actieve rekening in het door de centrale bank geëxploiteerde betalingssysteem herberekent de betrokken centrale bank van het Eurosysteem het maximumaanhoudingsbedrag eenmaal per jaar. De herberekening is gebaseerd op de werkelijke piekwaarde van alle uitgaande geldoverboekingsopdrachten van de niet-bancaire betalingsdienstaanbieder met inbegrip van, in voorkomend geval, overboekingsopdrachten van een aangesloten systeem, maar met uitsluiting van liquiditeitsoverboekingsopdrachten gedurende de voorafgaande periode van twaalf maanden in het door de betrokken centrale bank geëxploiteerd betalingssysteem en informatie die is verstrekt aan de betrokken centrale bank van het Eurosysteem in overeenstemming met punten a) en b).

  5. In uitzonderlijke omstandigheden kan de betrokken centrale bank van het Eurosysteem naar eigen goeddunken het maximumaanhoudingsbedrag op ad-hoc basis herberekenen in geval van een aanzienlijke wijziging in de afwikkelingswaarden van een niet-bancaire betalingsdienstaanbieder die op handen is of reeds heeft plaatsgevonden en die kan leiden tot niet-naleving van het desbetreffende maximumaanhoudingsbedrag. Een dergelijke herberekening wordt uitgevoerd overeenkomstig punt b).

5.

Indien de totale geldmiddelen op de rekeningen van de niet-bancaire betalingsdienstaanbieder het toepasselijke maximumaanhoudingsbedrag overschrijden, neemt de niet-bancaire betalingsdienstaanbieder onmiddellijk maatregelen om die totale aangehouden geldmiddelen te verlagen tot een bedrag dat lager is dan het maximumaanhoudingsbedrag. Indien een dergelijke verlaging niet mogelijk is als gevolg van een inkomende betaling kort voor het einde van de werkdag, vindt de verlaging onverwijld na het begin van de volgende werkdag plaats.

6.

Indien een niet-bancaire betalingsdienstaanbieder een directe deelnemer is in een betalingssysteem dat een aangesloten systeem voor TARGET is, en de RTGS AS-afwikkelingsprocedure D en de TIPS AS-afwikkelingsprocedures gebruikt, rapporteert die niet-bancaire betalingsdienstaanbieder maandelijks aan de betrokken centrale bank van het Eurosysteem zowel de piek- als de gemiddelde dagelijkse overnighttegoeden aangehouden op de relevante technische rekeningen voor TARGET van een aangesloten systeem. De niet-bancaire betalingsdienstaanbieder rapporteert maandelijks de piek- en gemiddelde waarden van zijn dagelijkse afwikkelingsverplichting die verwerkt werden in het overeenkomstig aangesloten systeem.

7.

Uiterlijk één jaar na de datum waarop dit besluit van toepassing wordt, en vervolgens ten minste om de drie jaar, evalueert de ECB het type van de in lid 2 genoteerde rekeningen. Uiterlijk één jaar na de datum waarop dit besluit in werking treedt, en vervolgens ten minste om de drie jaar, evalueert de ECB de methode voor de berekening van het in lid 4 beschreven maximumaanhoudingsbedrag.

Artikel 5 Niet-naleving van de limiet van het maximumaanhoudingsbedrag of de vereisten voor toegang tot door centrale banken geëxploiteerde betalingssystemen

1.

Indien een niet-bancaire betalingsdienstaanbieder niet voldoet aan de vereisten van artikel 4, legt de betrokken centrale bank van het Eurosysteem een boete op van 0,03 % op het totale bedrag dat het maximumaanhoudingsbedrag op alle rekeningen van de niet-bancaire betalingsdienstaanbieder aan het einde van de werkdag in elk door de betrokken centrale bank van het Eurosysteem geëxploiteerd betalingssysteem overschrijdt, en een bijkomende dagelijkse boete van 1 000 EUR voor elke dag van niet-naleving.

2.

Indien een niet-bancaire betalingsdienstaanbieder een wezenlijke niet-naleving van de vereisten van artikel 4 niet heeft verholpen, kan de betrokken centrale bank van het Eurosysteem de deelname van de niet-bancaire betalingsdienstaanbieder aan het door de centrale bank geëxploiteerde betalingssysteem met een opzegtermijn van één maand beëindigen en een aanvullende eenmalige boete van 1 000 EUR opleggen voor elke afgesloten rekening.

Voor de toepassing van dit lid wordt elk van de volgende gevallen onder meer beschouwd als een geval van materiële niet-naleving: a) systematische of herhaalde inbreuk van de relevante limiet van het maximumaanhoudingsbedrag, met inbegrip van, maar niet beperkt tot, een inbreuk waarbij een aanzienlijk bedrag boven de limiet van het desbetreffend maximumaanhoudingsbedrag wordt overschreden; en b) het verzuim om het op de betreffende rekeningen aangehouden bedrag tot onder het maximumaanhoudingsbedrag te verlagen voor het einde van de werkdag volgend op de werkdag waarop de geldmiddelen zijn ontvangen.

3.

Indien een niet-bancaire betalingsdienstaanbieder niet langer voldoet aan de vereisten van artikel 2, lid 1, kan de betrokken centrale bank van het Eurosysteem de deelname van die niet-bancaire betalingsdienstaanbieder aan het door de centrale bank geëxploiteerde betalingssysteem zonder voorafgaande kennisgeving beëindigen.

4.

Indien een niet-bancaire betalingsdienstaanbieder niet voldoet aan de vereisten van artikel 2, lid 3, kan de betrokken centrale bank van het Eurosysteem de deelname van die niet-bancaire betalingsdienstaanbieder aan het door de centrale bank geëxploiteerde betalingssysteem beëindigen met een opzegtermijn van één maand.

5.

De ECB toetst de bepalingen van dit artikel uiterlijk één jaar na de datum waarop dit besluit van toepassing wordt, en vervolgens ten minste om de drie jaar.

Artikel 6 Wijziging van de voorwaarden van door centrale banken geëxploiteerde betalingssystemen

Artikel 7 Inwerkingtreding