Home

64/389/EEG: Beschikking van de Raad van 22 juni 1964 betreffende de organisatie van een enquête naar de kosten van de weg van het vervoer per spoor, over de weg en over de binnenwateren

64/389/EEG: Beschikking van de Raad van 22 juni 1964 betreffende de organisatie van een enquête naar de kosten van de weg van het vervoer per spoor, over de weg en over de binnenwateren

++++

( 1 ) PB no . 24 van 8 . 2 . 1964 , blz . 421/64 .

( 2 ) Zie blz . 1600/64 van dit Publikatieblad .

BESCHIKKING VAN DE RAAD

van 22 juni 1964

betreffende de organisatie van een enquête naar de kosten van de weg van het verover per spoor , over de weg en over de weg en over de binnenwateren

( 64/389/EEG )

DE RAAD VAN DE EUROPESE ECONOMISCHE GEMEENSCHAP ,

Gelet op het Verdrag tot oprichting van de Europese Economische Gemeenschap , inzonderheid op artikel 75 ,

Gezien het voorstel van de Commissie ,

Gezien het advies van het Europese Parlement ( 1 ) ,

Gezien het advies van het Economisch en Sociaal Comité ( 2 ) ,

Overwegende dat de ontwikkeling van het gemeenschappelijk vervoerbeleid de harmonisatie van de nationale bepalingen betreffende het gebruik van de verkeerswegen met zich brengt , en dat bij deze harmonisatie rekening moet worden gehouden met de noodzaak , de ongelijkheden op te heffen waardoor de mededinging in de vervoersector kan worden vervalst ;

Overwegende dat het nastreven van dit doel onder andere een zo volledig mogelijke kennis van de kosten van de weg vereist ; dat het hiertoe nodig is , voor alle Lid-Staten en alle takken van vervoer , een enquête in te stellen volgens gemeenschappelijke beginselen en voor een zelfde referentieperiode ,

HEEFT DE VOLGENDE BESCHIKKING VASTGESTELD :

Artikel 1

In de Gemeenschap wordt volgens gemeenschappelijke beginselen een enquête ingesteld naar de kosten van de weg van het vervoer per spoor , over de weg en over de binnenwateren .

De Lid-Staten worden , ieder wat hem zelf betreft , belast met de organisatie en de uitvoering van de enquête .

Artikel 2

1 . De enquête beoogt het vaststellen van de volgende gegevens :

a ) het geheel van de kosten van de weg ;

b ) het gedeelte van die kosten dat aan de verkeersfunctie van de wegen moet worden toegerekend , voor zover deze daarnaast nog andere functies vervullen ;

c ) het gedeelte van de kosten dat aan de verschillende categorieën van verkeer moet worden toegerekend .

2 . De enquête heeft betrekking op de gegevens over 1966 .

Artikel 3

De Lid-Staten verrichten in de jaren 1965 en 1966 tellingen en steekproeven voor het verkrijgen van de gegevens betreffende het gebruik van de wegen , die nodig zijn voor de uitvoering van de in artikel 1 bedoelde enquête .

V}}r 15 juli 1964 , onderscheidenlijk v}}r 30 april 1965 , wordt bij beschikkingen van de Commissie , na raadpleging van de Lid-Staten , bepaald welke tellingen en steekproeven tijdens deze jaren zullen worden verricht .

Artikel 4

V}}r 30 april 1965 stelt de Raad , met eenparigheid van stemmen op voorstel van de Commissie , het toepassingsgebied van de enquête , alsmede de methoden voor de bepaling en de toerekening , van de in artikel 2 bedoelde kosten vast .

Artikel 5

De Lid-Staten stellen tijdig de wettelijke en bestuursrechtelijke bepalingen vast die nodig zijn voor de organisatie en de uitvoering van de enquête , en brengen deze ter kennis van de Commissie .

Artikel 6

De Lid-Staten delen de resultaten van de enquête uiterlijk op 31 december 1967 aan de Commissie mede . Zij verlenen de Commissie hun medewerking bij de vergelijking en de bewerking van de resultaten .

Artikel 7

V}}r 30 juni 1968 brengt de Commissie de Raad verslag uit over de resultaten van de enquête en verstrekt zij hem een studie over de wijze waarop de kosten van de weg worden gedekt .

Dit verslag gaat vergezeld van voorstellen voor de invoering van een permanente en uniforme boekhouding van de ontvangsten en uitgaven betreffende de verkeerswegen .

Artikel 8

Deze beschikking is gericht tot de Lid-Staten .

Gedaan te Brussel , 22 juni 1964 .

Voor de Raad

De Voorzitter

A . BERTRAND

RAADPLEGING VAN HET ECONOMISCH EN SOCIAAL COMITE

over het voorstel voor een beschikking van de Raad betreffende de organisatie van een enquête naar de infrastructuurkosten van het vervoer per spoor , over de weg en over de binnenwateren

A . VERZOEK OM ADVIES

Tijdens zijn 104e zitting van 14 juni 1963 heeft de Raad , overeenkomstig de bepalingen van artikel 75 , lid 1 , van het Verdrag , besloten het Economisch en Sociaal Comité te raadplegen over het voorstel van een beschikking betreffende de organisatie van een enquête naar de infrastructuurkosten van het vervoer per spoor , over de weg en over de binnenwateren .

Het verzoek om advies inzake deze tekst , die hierna is weergegeven , werd door de heer Pierre Gregoire , Voorzitter van de Raad , met een brief dd . 14 juni 1963 aan de heer Roche , Voorzitter van het Economisch en Sociaal Comité gezonden .

Voorstel voor een beschikking van de Raad betreffende de organisatie van een enquête naar de infrastructuurkosten van het vervoer per spoor , over de weg en over de binnenwateren

DE RAAD VAN DE EUROPESE ECONOMISCHE GEMEENSCHAP ,

Gelet op het Verdrag tot oprichting van de Europese Economische Gemeenschap en met name op artikel 75 ,

Gezien het voorstel van de Commissie ,

Gezien het advies van het Economisch en Sociaal Comité ,

Gezien het advies van het Europese Parlement ,

Overwegende dat de concurrentie in het vervoer binnen de Gemeenschap kan worden vervalst door de verschillen die , met betrekking tot het in rekening brengen van de infrastructuurkosten , tussen de takken van vervoer en , binnen iedere vervoertak , tussen de verschillende categorieën van gebruikers van de infrastructuur bestaan ;

Overwegende dat deze verschillen derhalve in het kader van het gemeenschappelijk vervoerbeleid geleidelijk dienen te worden opgeheven door zodanige maatregelen dat de gebruikers van de infrastructuur de kosten van de infrastructuur dragen die hun kunnen worden toegerekend ;

Overwegende dat bij het uitwerken van deze maatregelen dient te worden uitgegaan van volledig en gedetailleerd cijfermateriaal dat door een binnen de Gemeenschap te organiseren enquête dient te worden bijeengebracht ; dat deze enquête voor alle Lid-Staten en takken van vervoer volgens uniforme methoden en over een zelfde referentieperiode dient te worden ingesteld ; dat te dien einde het toepassingsgebied van de enquête alsmede de methoden voor de bepaling en de toerekening van de kosten dienen te worden vastgesteld door de Commissie , na raadpleging van de Lid-Staten ,

HEEFT DE VOLGENDE BESCHIKKING GEGEVEN :

Artikel 1

In de Gemeenschap wordt volgens uniforme methoden een enquête ingesteld naar de infrastructuurkosten van het vervoer per spoor , over de weg en over de binnenwateren .

De Lid-Staten worden , ieder wat hem zelf betreft , belast met de organisatie van de enquête .

Artikel 2

De enquête beoogt het vaststellen van de volgende gegevens :

a ) de totale kosten van de infrastructuur ;

b ) de kosten die aan de vervoersfunctie van de infrastructuur moeten worden toegerekend , voor zover de infrastructuur terzelfdertijd nog andere functies vervult ;

c ) de kosten die aan de verschillende categorieën van gebruikers van de infrastructuur moeten worden toegerekend .

Artikel 3

De enquête heeft betrekking op de gegevens over 1965 .

Artikel 4

Ten einde van land tot land vergelijkbare resultaten te verkrijgen worden het toepassingsgebied van de enquête alsmede de methoden voor de bepaling en de toerekening van de kosten vastgesteld v}}r 31 december 1964 bij beschikking van de Commissie , na raadpleging van de Lid-Staten .

Artikel 5

De Lid-Staten delen de resultaten van de enquête uiterlijk 31 december 1966 aan de Commissie mede . Zij verlenen de Commissie hun medewerking bij de vergelijking van de resultaten .

Artikel 6

De Commissie brengt de Raad v}}r 1 juli 1967 verslag uit over de resultaten van de enquête .

Artikel 7

De Lid-Staten stellen tijdig de wettelijke en bestuursrechtelijke bepalingen vast die nodig zijn voor de organisatie van de enquête , en brengen ze ter kennis van de Commissie .

Artikel 8

Deze beschikking is gericht tot de Lid-Staten .

B . ADVIES VAN HET ECONOMISCH EN SOCIAAL COMITE

Tijdens zijn XXXIIIste zitting te Brussel , op 27 , 28 en 29 november 1963 , heeft het Economisch en Sociaal Comité het onderstaande advies uitgebracht :

ADVIES VAN HET ECONOMISCH EN SOCIAAL COMITE

inzake het voorstel voor een " Beschikking van de Raad betreffende de organisatie van een enquête naar de infrastructuurkosten van het vervoer per spoor , over de weg en over de binnenwateren " .

HET ECONOMISCH EN SOCIAAL COMITE ,

Gezien het verzoek om advies van de Raad van Ministers van de E.E.G . d.d . 14 juni 1963 , inzake het " Voorstel voor een beschikking van de Raad betreffende de organisatie van een enquête naar de infrastructuurkosten van het vervoer per spoor , over de weg en over de binnenwateren " ,

Gezien artikel 75 , lid 1 , van het Verdrag tot oprichting van de Europese Economische Gemeenschap ,

Gezien artikel 23 van het Reglement van Orde van het Comité ,

Gezien het advies van het Economisch en Sociaal Comité inzake het " Memorandum betreffende de aan het gemeenschappelijk vervoerbeleid te geven richting " ( doc . CES 70/62 _ par . 20 ) ,

Gezien het rapport van de heer Major , rapporteur van de Gespecialiseerde Afdeling voor het vervoer ( doc . CES 385/63 ) ,

Gezien het advies van de Gespecialiseerde Afdeling voor het vervoer ( doc . CES 352/63 fin . ) ,

Gezien de beraadslagingen van het Economisch en Sociaal Comité tijdens zijn XXXIIIste zitting , vergadering van 28 november 1963 ,

Overwegende dat het gemeenschappelijk vervoerbeleid noodzakelijkerwijze moet berusten op volledige en gedetailleerde getallengegevens aangaande de infrastructuurkosten , welke gegevens op identieke wijze in de drie sectoren van het vervoer in de landen van de Gemeenschap dienen te worden verzameld ;

Overwegende dat het meer in het bijzonder noodzakelijk is , dat iedere gebruiker van de infrastructuur het gedeelte van de infrastructuurkosten draagt dat aan hem moet worden toegerekend ;

Overwegende dat een enquête naar de infrastructuurkosten de op dit gebied noodzakelijke inlichtingen zal opleveren ,

BRENGT VOLGEND ADVIES UIT :

Het Economisch en Sociaal Comité hecht zijn goedkeuring aan het " Voorstel van de Raad betreffende de organisatie van een enquête naar de infrastructuurkosten van het vervoer per spoor , over de weg en over de binnenwateren " .

Het Comité onderstreept de dringende noodzaak deze enquête te houden en legt er de nadruk op , dat de in de ontwerp-beschikking voorziene termijnen zorgvuldig in acht dienen te worden genomen en dat er om een goede tenuitvoerlegging van de enquête te verzekeren administratieve maatregelen zowel op nationaal als op communautair niveau moeten worden getroffen .

Het Comité wijst erop , dat het noodzakelijk is de diensten van de Commissie van de nodige middelen te voorzien om binnen vrij korte tijd de onmisbare werkzaamheden van verificatie en vergelijking mogelijk te maken , ten einde vergelijkbare resultaten te verkrijgen .

Het Comité verzoekt de Commissie , het Economisch en Sociaal Comité te raadplegen inzake iedere etappe van de werkzaamheden van het Comité van regeringsdeskundigen wat betreft de in artikel 4 genoemde methoden voor de bepaling en de toerekening van de kosten .

Bovendien stelt het Comité voor , de volgende wijzigingen in de ontwerp-beschikking aan te brengen :

Artikel 1

Het woord " organisatie " door " uitvoering " te vervangen , dit ten einde iedere verwarring te vermijden tussen het bepalen van de gemeenschappelijke methoden _ wat het begrip " organisatie " kan inhouden , hetgeen een communautaire taak moet blijven _ en de materiële uitvoering van de enquête .

Artikel 2

Dit artikel als volgt te redigeren :

" De enquête beoogt het afzonderlijk vaststellen voor de spoorwegen , de wegen en de binnenwateren van de volgende gegevens :

a ) de totale kosten van de infrastructuur

b ) het deel van deze kosten dat aan de vervoersfunctie van de infrastructuur moet worden toegerekend , voor zover de infrastructuur terzelfdertijd nog een andere functie vervult ,

c ) het deel van deze kosten dat aan de verschillende categorieën van gebruikers van de infrastructuur moet worden toegerekend " .

Uit deze toevoegingen blijkt :

1 _ dat een enquête naar de infrastructuur van het vervoer in haar geheel beschouwd niet wordt beoogd ,

2 _ dat de infrastructuurkosten welke direct of indirect aan andere economische sectoren ten goede komen in de enquête niet zijn vervat .

Artikel 6

Het Comité acht het absoluut noodzakelijk , dat een studie inzake de ontvangsten parallel zal lopen met de enquête naar de kosten ; derhalve geeft het er de voorkeur aan , in de ontwerp-beschikking hetzelfde beginsel te handhaven als bij deze studie en stelt het voor , dit artikel als volgt te doen luiden :

" V}}r 1 juli 1967 brengt de Commissie de Raad verslag uit over de resultaten van de enquête , en legt zij een studie over waarin de bedragen worden bepaald , welke in verschillende vormen van de diverse gebruikers worden geheven voor het gebruik van de infrastructuur " .

Artikel 7

Aan de woorden " aan de organisatie " de woorden " en aan de uitvoering " toe te voegen .

Deze toevoeging ligt in de lijn van de opmerkingen inzake artikel 1 .

Aldus besloten te Brussel op 28 november 1963 .

Het onderhavige advies werd met eenparigheid van stemmen ( 76 stemmenden ) goedgekeurd .

De Voorzitter

van het

Economisch en Sociaal Comité

Emile ROCHE