Home

Verordening (EEG) nr. 2517/69 van de Raad van 9 december 1969 tot vaststelling van bepaalde maatregelen ter sanering van de fruitproduktie in de Gemeenschap

Verordening (EEG) nr. 2517/69 van de Raad van 9 december 1969 tot vaststelling van bepaalde maatregelen ter sanering van de fruitproduktie in de Gemeenschap

++++

( 1 ) PB nr . 30 van 20 . 4 . 1962 , blz . 965/62 .

( 2 ) PB nr . 34 van 27 . 2 . 1964 , blz . 586/64 .

VERORDENING ( EEG ) Nr . 2517/69 VAN DE RAAD

van 9 december 1969

tot vaststelling van bepaalde maatregelen ter sanering van de fruitproduktie in de Gemeenschap

DE RAAD VAN DE EUROPESE GEMEENSCHAPPEN ,

Gelet op het Verdrag tot oprichting van de Europese Economische Gemeenschap , inzonderheid op de artikelen 42 en 43 ,

Gezien het voorstel van de Commissie ,

Gezien het advies van het Europese Parlement ,

Overwegende dat de gemeenschappelijke markten voor appelen , peren en perziken worden gekenmerkt door een zeker gebrek aan aanpassing van het aanbod aan de vraag , zowel in kwantitatief als in kwalitatief opzicht ; dat deze situatie voornamelijk voortvloeit uit het voortbestaan van oude boomgaarden naast de nieuw aangelegde , alsmede in een aantal gevallen uit het feit dat de samenstelling van het aanbod , wat het assortiment betreft , voor bepaalde hoeveelheden communautaire produkten niet aan de vraag voldoet ;

Overwegende dat de maatregelen ter stabilisatie van de markt dergelijke moeilijkheden niet kunnen ondervangen ; dat het derhalve dienstig is maatregelen te nemen die het produktiepotentieel beinvloeden , ten einde dit zoveel mogelijk aan te passen aan de huidige en de te verwachten afzetmogelijkheden van de communautaire produktie ;

Overwegende dat het voor een optreden in deze zin dienstig is gebruik te maken van aansporingen voor de producenten om te bereiken dat zij geheel of gedeeltelijk van het produceren van de betrokken drie produkten afzien ; dat het hiertoe dienstig is te voorzien in de toekenning door de Lid-Staten van premies aan de producenten die ermede instemmen hun boomgaard geheel of gedeeltelijk te rooien en zich anderzijds ertoe verplichten in het kader van hun bedrijf geen nieuwe aanplantingen te verrichten ; dat de premie op een peil moet worden vastgesteld waarbij met name rekening wordt gehouden met de rooikosten ;

Overwegende dat de maatregelen ter vermindering van het produktiepotentieel het beoogde effect niet zouden kunnen hebben indien daartegenover maatregelen in omgekeerde zin worden getroffen die ertoe strekken de aanleg van nieuwe appel - , pere - en perzikboomgaarden door middel van staatshulp te bevorderen ; dat derhalve de toekenning van deze steun , onverminderd bepaalde overgangsbepalingen , onverenigbaar moet worden verklaard met de gemeenschappelijke ordening der markten in de sector groenten en fruit ;

Overwegende dat , ten einde een juiste toepassing van het rooipremiestelsel te verzekeren , dient te worden bepaald dat de nationale steun ter verwezenlijking van soortgelijke doelstellingen als die welke in dit stelsel worden nagestreefd , slechts kan worden verleend , mits de desbetreffende verzoeken zijn ingediend v}}r de inwerkingtreding van deze verordening ;

Overwegende dat er aanleiding toe bestaat de uit de toekenning van de rooipremies voortvloeiende uitgaven in gemeenschapsverband te financieren ,

HEEFT DE VOLGENDE VERORDENING VASTGESTELD :

Artikel 1

De landbouwers in de Gemeenschap , producenten van fruit , komen op hun verzoek , onder de hierna omschreven voorwaarden , in aanmerking voor een premie voor het rooien van appelbomen , perebomen en perzikbomen .

De voorwaarden voor het toekennen van deze premie , met name wat betreft het minimumaantal bomen en de ouderdom daarvan , worden vastgesteld volgens de procedure van artikel 13 van Verordening nr . 23 van de Raad houdende de geleidelijke totstandbrenging van een gemeenschappelijke ordening der markten in de sector groenten en fruit ( 1 ) .

Artikel 2

1 . De aanvragen tot toekenning van de premie moeten v}}r 1 maart 1971 worden ingediend .

2 . De toekenning van de premie wordt met name afhankelijk gesteld van de schriftelijke verbintenis van de begunstigde om

a ) de appelbomen , perebomen of perzikbomen , waarvoor de premie wordt aangevraagd , v}}r 1 maart 1973 te doen rooien ,

b ) ervan af te zien om voor een tijdvak van vijf jaar , te rekenen vanaf de rooiing , in het kader van zijn bedrijf appelbomen , perebomen en perzikbomen nieuw aan te planten .

Artikel 3

1 . De premie wordt , volgens de procedure van artikel 13 van Verordening nr . 23 , op verschillende niveaus vastgesteld , ten einde er met name rekening mee te houden of het hoge of lage bomen betreft .

Deze premie bedraagt ten hoogste 500 rekeneenheden per gerooide hectare .

2 . De premie wordt in twee termijnen uitgekeerd . De helft van de premie wordt uitgekeerd wanneer de aanvrager het bewijs levert dat hij daadwerkelijk heeft gerooid . Het overblijvende gedeelte wordt uitgekeerd na het verstrijken van een periode van drie jaar na het tijdstip waarop dit bewijs is geleverd , indien de begunstigde aan de bevoegde autoriteiten genoegzame bewijzen levert dat hij tijdens genoemde periode geen appelbomen , perebomen of perzikbomen nieuw heeft aangeplant .

Artikel 4

1 . Behoudens de bepalingen van artikel 92 , lid 2 , van het Verdrag , is elke steun die door de Lid-Staten of met staatsmiddelen in enigerlei vorm wordt verleend om de aanleg van nieuwe boomgaarden of de vernieuwing van bestaande boomgaarden van appelbomen , perebomen of perzikbomen , al dan niet rechtstreeks te bevorderen , verboden .

2 . Van het in het vorige lid vastgestelde verbod is de v}}r 1 mei 1970 verleende steun vrijgesteld .

In bijzondere gevallen kan evenwel , volgens de procedure van artikel 13 van Verordening nr . 23 , machtiging worden verleend om dergelijke steunmaatregelen , waartoe de verbintenis v}}r 1 mei 1970 is aangegaan , toe te passen en wel tot 1 mei 1971 .

Artikel 5

Volgens de in artikel 13 van Verordening nr . 23 bedoelde procedure kunnen de Lid-Staten worden gemachtigd , aanvullende voorwaarden te stellen voor de toekenning van de in artikel 1 bedoelde premies .

Artikel 6

Indien de in artikel 2 , lid 2 , sub b ) , bedoelde verbintenis niet wordt nagekomen , vorderen de Lid-Staten de premie terug , onverminderd eventuele strafsancties .

Artikel 7

1 . De in artikel 1 bedoelde premies worden voor 50 % door het Europees Oriëntatie - en Garantiefonds voor de Landbouw , afdeling Oriëntatie , aan de Lid-Staten vergoed .

2 . De bepalingen ter toepassing van lid 1 alsmede van artikel 6 kunnen worden vastgesteld volgens de procedure van artikel 26 van Verordening nr . 17/64/EEG van de Raad van 5 februari 1964 betreffende de voorwaarden voor het verlenen van bijstand door het Europees Oriëntatie - en Garantiefonds ( 2 ) .

Artikel 8

1 . De Commissie legt v}}r 1 maart 1973 , op basis van de haar door de Lid-Staten verstrekte gegevens , aan de Raad een verslag voor over de toepassing van het bij deze verordening ingestelde premiestelsel .

2 . Tot wijziging van dit premiestelsel wordt besloten door de Raad , op voorstel van de Commissie , volgens de stemprocedure van artikel 43 , lid 2 , van het Verdrag .

3 . De algemene voorschriften voor de toepassing van artikel 6 en van artikel 7 , lid 1 , worden volgens dezelfde procedure vastgesteld .

Artikel 9

Deze verordening vormt geen beletsel voor het verlenen van steun die is vastgesteld bij nationale regelingen en bestemd is om doelstellingen te verwezenlijken die overeenkomen met door deze verordening nagestreefde doelstellingen , voor zover de aanvragen betreffende deze steun zijn ingediend v}}r de datum van inwerkingtreding van deze verordening .

Artikel 10

Deze verordening treedt in werking op 1 januari 1970

Deze verordening is verbindend in al haar onderdelen en is rechtstreeks toepasselijk in elke Lid-Staat .

Gedaan te Brussel , 9 december 1969 .

Voor de Raad

De Voorzitter

P . LARDINOIS