Home

Verordening (EEG) nr. 2093/70 van de Raad van 20 oktober 1970 tot vaststelling van de algemene voorschriften voor de toepassing van artikel 6 en van artikel 7, lid 1, van Verordening (EEG) nr. 2517/69 tot vaststelling van bepaalde maatregelen ter sanering van de fruitproduktie in de Gemeenschap

Verordening (EEG) nr. 2093/70 van de Raad van 20 oktober 1970 tot vaststelling van de algemene voorschriften voor de toepassing van artikel 6 en van artikel 7, lid 1, van Verordening (EEG) nr. 2517/69 tot vaststelling van bepaalde maatregelen ter sanering van de fruitproduktie in de Gemeenschap

++++

VERORDENING ( EEG ) Nr . 2093/70 VAN DE RAAD

van 20 oktober 1970

tot vaststelling van de algemene voorschriften voor de toepassing van artikel 6 en van artikel 7 , lid 1 , van Verordening ( EEG ) nr . 2517/69 tot vaststelling van bepaalde maatregelen ter sanering van de fruitproduktie in de Gemeenschap

DE RAAD VAN DE EUROPESE GEMEENSCHAPPEN ,

Gelet op het Verdrag tot oprichting van de Europese Economische Gemeenschap ,

Gelet op Verordening ( EEG ) nr . 2517/69 van de Raad van 9 december 1969 tot vaststelling van bepaalde maatregelen ter sanering van de fruitproduktie in de Gemeenschap ( 1 ) , inzonderheid op artikel 8 , lid 3 ,

Gezien het voorstel van de Commissie ,

Overwegende dat overeenkomstig artikel 8 , lid 3 , van Verordening ( EEG ) nr . 2517/69 de algemene voorschriften voor de toepassing van artikel 6 en van artikel 7 , lid 1 , van genoemde verordening moeten worden vastgesteld ;

Overwegende dat in artikel 6 van Verordening ( EEG ) nr . 2517/69 wordt bepaald dat , indien de in artikel 2 , lid 2 , sub b , van die verordening bedoelde verbintenis niet wordt nagekomen , de betaalde premie wordt teruggevorderd , en dat er aanleiding toe bestaat , vast te leggen wie de eventuele financiële gevolgen van een dergelijke niet-nakoming van de verbintenis draagt ,

HEEFT DE VOLGENDE VERORDENING VASTGESTELD :

Artikel 1

1 . De Lid-Staten treffen , overeenkomstig hun nationale wettelijke en bestuursrechtelijke bepalingen de nodige maatregelen opdat de betaalde bedragen worden teruggevorderd , indien de verbintenis bedoeld in artikel 2 , lid 2 , sub b , van Verordening ( EEG ) nr . 2517/69 niet wordt nagekomen .

De Lid-Staten stellen de Commissie in kennis van de tot dit doel getroffen maatregelen , en met name van de stand van de administratieve en gerechtelijke procedures .

2 . Indien de algehele terugvordering van de in lid 1 bedoelde bedragen uitblijft , dragen de Gemeenschap en de betrokken Lid-Staat gelijkelijk de financiële gevolgen , behalve die welke voortvloeien uit aan overheidsdiensten of organen van de Lid-Staten te wijten onregelmatigheden of nalatigheden , in welk geval de gevolgen geheel door de Lid-Staat worden gedragen .

3 . De bedragen die worden teruggevorderd uit hoofde van artikel 6 van Verordening ( EEG ) nr . 2517/69 , worden overgemaakt aan de nationale diensten of organen die de betalingen hebben verricht , en worden door deze voor de helft in mindering gebracht op de uitgaven die door het Europees Oriëntatie - en Garantiefonds voor de Landbouw , afdeling Oriëntatie , worden gefinancierd .

Artikel 2

1 . De aanvragen om vergoeding , bedoeld in artikel 7 , lid 1 , van Verordening ( EEG ) nr . 2517/69 hebben betrekking op het geheel van de uitgaven , die door de Lid-Staten tijdens een kalenderjaar werden gedaan en worden bij de Commissie ingediend , en wel voor 30 juni van het daaropvolgende jaar .

2 . Na het advies van het Comité van het Fonds te hebben ingewonnen , beslist de Commissie voor het einde van het lopende kalenderjaar over deze aanvragen .

Artikel 3

Deze verordening treedt in werking op de derde dag volgende op die van haar bekendmaking in het Publikatieblad van de Europese Gemeenschappen .

Deze verordening is verbindend in al haar onderdelen en is rechtstreeks toepasselijk in elke Lid-Staat .

Gedaan te Luxemburg , 20 oktober 1970 .

Voor de Raad

De Voorzitter

H . D . GRIESAU

( 1 ) PB nr . L 318 van 18 . 12 . 1969 , blz . 15 .