Verordening (EEG) nr. 2007/75 van de Commissie van 31 juli 1975 houdende bijzondere uitvoeringsbepalingen met betrekking tot een uitvoerheffing voor zetmeelhoudende produkten
Verordening (EEG) nr. 2007/75 van de Commissie van 31 juli 1975 houdende bijzondere uitvoeringsbepalingen met betrekking tot een uitvoerheffing voor zetmeelhoudende produkten
++++
VERORDENING ( EEG ) Nr . 2007/75 VAN DE COMMISSIE
van 31 juli 1975
houdende bijzondere uitvoeringsbepalingen met betrekking tot een uitvoerheffing voor zetmeelhoudende produkten
DE COMMISSIE VAN DE EUROPESE GEMEENSCHAPPEN ,
Gelet op het Verdrag tot oprichting van de Europese Economische Gemeenschap ,
Gelet op Verordening nr . 120/67/EEG van de Raad van 13 juni 1967 houdende een gemeenschappelijke ordening der markten in de sector granen ( 1 ) , laatstelijk gewijzigd bij Verordening ( EEG ) nr . 665/75 ( 2 ) ,
Gelet op Verordening nr . 359/67/EEG van de Raad van 25 juli 1967 houdende een gemeenschappelijke ordening van de rijstmarkt ( 3 ) , laatstelijk gewijzigd bij Verordening ( EEG ) nr . 668/75 ( 4 ) ,
Gelet op Verordening ( EEG ) nr . 1955/75 van de Raad van 22 juli 1975 inzake de restituties bij de produktie in de sectoren granen en rijst ( 5 ) , en met name op artikel 8 , sub a ) ,
Overwegende dat in artikel 6 , lid 2 , van Verordening ( EEG ) nr . 1955/75 is bepaald dat indien de wereldmarktprijs voor maïs of zachte tarwe enerzijds en voor breukrijst anderzijds , aanmerkelijk hoger ligt dan de overeenkomstige drempelprijs verminderd met de restitutie bij de produktie en deze tendens voortduurt , een uitvoerheffing kan worden ingesteld ;
Overwegende dat de in artikel 6 , lid 2 , van Verordening ( EEG ) nr . 1955/75 genoemde voorwaarden voor de vaststelling van een uitvoerheffing vervuld kunnen worden geacht als de heffing bij invoer van het basisprodukt meer dan 3,00 rekeneenheden per ton lager is dan de restitutie bij de produktie en deze situatie gedurende ten minste vijftien dagen aanhoudt ;
Overwegende dat de elementen dienen te worden bepaald die , wanneer de vorengenoemde situatie zich voordoet , bij de vaststelling van deze uitvoerheffing in aanmerking moeten worden genomen voor de berekening ; dat het dienstig is daartoe een forfaitaire regeling in te stellen die ongeveer overeenkomt met de regeling voor de berekening van de heffing bij invoer en de restitutie bij uitvoer van op basis van granen en rijst verwerkte produkten ;
Overwegende dat het dienstig is om de werkelijkheid zo dicht mogelijk te benaderen van de meest recente situatie uit te gaan en de uitvoerheffing te berekenen aan de hand van de prijzen die van toepassing waren in de week die aan de week van de vaststelling voorafgaat ; dat het dienstig is de heffing slechts een week te laten gelden om ze aan de eventuele prijsschommelingen op de wereldmarkt te kunnen aanpassen ;
Overwegende dat de in de nieuwe Lid-Staten in aanmerking te nemen restitutie bij de produktie krachtens Verordening ( EEG ) nr . 1955/75 gelijk is aan de restitutie bij de produktie in de oorspronkelijke Gemeenschap , verminderd met het geldende compenserende bedrag ;
Overwegende dat in verband met de marktsituatie en het internationale handelsverkeer , met name de gewoonte om verkoopcontracten op lange termijn te sluiten , in de mogelijkheid dient te worden voorzien om de uitvoerheffing vooraf vast te stellen ;
Overwegende dat bij Verordening ( EEG ) nr . 645/75 van de Commissie van 13 maart 1975 ( 6 ) het op gemeenschappelijke wijze toepassen van de heffingen en belastingen bij de export van agrarische produkten is geregeld ; dat de bepalingen van deze verordening derhalve ook van toepassing zijn op de heffingen bij de export van zetmeelhoudende produkten ;
Overwegende dat de in deze verordening vervatte maatregelen in overeenstemming zijn met het advies van het Comité van beheer voor granen ,
HEEFT DE VOLGENDE VERORDENING VASTGESTELD :
Artikel 1
1 . De heffing bedoeld in artikel 6 , paragraaf 2 van Verordening ( EEG ) nr . 1955/75 wordt ingesteld wanneer wordt geconstateerd dat de heffing bij invoer voor maïs of zachte tarwe ten minste 3,00 rekeneenheden per ton lager is dan de restitutie bij de produktie die geldt voor de lopende maand en dat het gemiddelde van de heffingen in de loop van de vijftien volgende dagen ten minste 3,00 rekeneenheden per ton lager is dan het gemiddelde van de restitutie bij de produktie tijdens deze vijftien dagen .
2 . a ) De uitvoerheffing is per ton basisprodukt gelijk aan het verschil tussen de op de dag van de vaststelling van deze uitvoerheffing geldende restitutie bij de produktie en het gemiddelde van de heffingen welke van toepassing zijn tijdens de zeven dagen die aan de dag van inwerkingtreding van de heffing voorafgaan .
b ) Dit verschil wordt voor de in artikel 1 genoemde produkten vermenigvuidigd met de coëfficiënten die op deze produkten betrekking hebben en die zijn opgenomen in kolom 4 van de bijlage van Verordening ( EEG ) nr . 1052/68 ( 7 ) , laatstelijk gewijzigd bij Verordening ( EEG ) nr . 980/75 ( 8 ) .
De uitvoerheffing wordt slechts gewijzigd als de toepassing van het bepaalde in lid 2 , sub a ) , tot een verhoging of een vermindering van meer dan 0,8 rekeneenheid per ton basisprodukt leidt .
3 . Voor de nieuwe Lid-Staten zijn de bedragen die in aanmerking moeten worden genomen als de in de voorafgaande leden bedoelde uitvoerheffing respectievelijk restitutie bij de produktie , gelijk aan de heffing respectievelijk de restitutie bij de produktie voor het betrokken produkt , verminderd met het geldende bedrag .
Artikel 2
De uitvoerheffing wordt éénmaal per week door de Commissie vastgesteld .
Artikel 3
1 . De uitvoerheffing kan vooraf worden vastgesteld . De uitvoerheffing voor de in artikel 1 genoemde produkten wordt op verzoek van de belanghebbende , in te dienen met de aanvraag van het certificaat , vooraf vastgesteld . In dat geval is de vooraf vastgestelde uitvoerheffing gelijk aan die welke van toepassing is op de dag waarop de aanvraag van het uitvoercertificaat wordt ingediend .
2 . In geval van wijziging van de restituties bij de produktie vastgesteld bij artikel 1 van Verordening ( EEG ) nr . 1955/75 wordt tussen de dag van aanvraag en de dag van export de vooraf vastgestelde exportheffing aangepast . Deze aanpassing geschiedt door een verhoging of een verlaging van het voorafvastgestelde bedrag van de heffing aangevende het verschil van deze wijziging ; dit verschil wordt voor de betrokken produkten met de in kolom 4 van de bijlage van Verordening ( EEG ) nr . 1052/68 bedoelde coëfficiënt vermenigvuldigd .
Artikel 4
Verordening ( EEG ) nr . 1981/74 wordt ingetrokken voor de bedoelde produkten met ingang van de data vastgesteld bij artikel 5 .
Artikel 5
Deze verordening treedt in werking
- op 1 augustus 1975 voor de onder Verordening nr . 120/67/EEG vallende produkten ;
- op 1 september 1975 voor de onder Verordening nr . 359/67/EEG vallende produkten .
Deze verordening is verbindend in al haar onderdelen en is rechtstreeks toepasselijk in elke Lid-Staat .
Gedaan te Brussel , 31 juli 1975 .
Voor de Commissie
P . J . LARDINOIS
Lid van de Commissie
( 1 ) PB nr . 117 van 19 . 6 . 1967 , blz . 2269/67 .
( 2 ) PB nr . L 72 van 20 . 3 . 1975 , blz . 14 .
( 3 ) PB nr . 174 van 31 . 7 . 1967 , blz . 1 .
( 4 ) PB nr . L 72 van 20 . 3 . 1975 , blz . 18 .
( 5 ) PB nr . L 200 van 31 . 7 . 1975 , blz . 1 .
( 6 ) PB nr . L 67 van 14 . 3 . 1975 , blz . 16 .
( 7 ) PB nr . L 179 van 25 . 7 . 1968 , blz . 8 .
( 8 ) PB nr . L 95 van 17 . 4 . 1975 , blz . 1 .