Verordening (EEG) nr. 2114/75 van de Commissie van 11 augustus 1975 houdende wijziging van Verordening (EEG) nr. 1105/68 houdende uitvoeringsbepalingen betreffende de toekenning van steun voor ondermelk voor voederdoeleinden
Verordening (EEG) nr. 2114/75 van de Commissie van 11 augustus 1975 houdende wijziging van Verordening (EEG) nr. 1105/68 houdende uitvoeringsbepalingen betreffende de toekenning van steun voor ondermelk voor voederdoeleinden
++++
VERORDENING ( EEG ) Nr . 2114/75 VAN DE COMMISSIE
van 11 augustus 1975
houdende wijziging van Verordening ( EEG ) nr . 1105/68 houdende uitvoeringsbepalingen betreffende de toekenning van steun voor ondermelk voor voederdoeleinden
DE COMMISSIE VAN DE EUROPESE GEMEENSCHAPPEN ,
Gelet op het Verdrag tot oprichting van de Europese Economische Gemeenschap ,
Gelet op Verordening ( EEG ) nr . 804/68 van de Raad van 27 juni 1968 houdende een gemeenschappelijke ordening der markten in de sector melk en zuivelprodukten ( 1 ) , laatstelijk gewijzigd bij Verordening ( EEG ) nr . 740/75 ( 2 ) , met name op artikel 10 , lid 3 , en artikel 28 ,
Overwegende dat in artikel 10 , lid 1 , tweede alinea , van Verordening ( EEG ) nr . 804/68 , voor de toekenning van steun , de voor voederdoeleinden gebruikte karnemelk wordt gelijkgesteld aan ondermelk ;
Overwegende dat het noodzakelijk blijkt dienovereenkomstig artikel 1 van Verordening ( EEG ) nr . 1105/68 van de Commissie van 27 juli 1968 houdende uitvoeringsbepalingen betreffende de toekenning van steun voor ondermelk voor voederdoeleinden ( 3 ) , laatstelijk gewijzigd bij Verordening ( EEG ) nr . 912/75 ( 4 ) , met betrekking tot het soortelijk gewicht van de ondermelk waarvoor steun wordt verleend , aan te passen en in de dienovereenkomstige controlemaatregelen te voorzien ;
Overwegende dat , tengevolge van de uitbreiding van het toepassingsgebied van genoemde verordening , het bovendien dienstig blijkt als ander denatureringsmiddel het gebruik van een specifieke kleurstof toe te staan ;
Overwegende dat het Comité van beheer voor melk en zuivelprodukten geen advies heeft uitgebracht binnen de door zijn voorzitter bepaalde termijn ,
HEEFT DE VOLGENDE VERORDENING VASTGESTELD :
Artikel 1
Artikel 1 van Verordening ( EEG ) nr . 1105/68 komt als volgt te luiden :
" Artikel 1
1 . Steun voor in een zuivelfabriek geproduceerde en bewerkte ondermelk wordt slechts verleend indien deze :
a ) ofwel werd gedenatureerd volgens een van de in artikel 2 bedoelde methoden ;
b ) ofwel werd onderworpen aan een administratieve controle die waarborgen biedt die gelijkwaardig zijn aan denaturering .
2 . De door de Lid-Staten ingestelde administratieve controlemaatregelen worden regelmatig aan de Commissie medegedeeld .
3 . De steun wordt slechts verleend voor de in de voedermelk verwerkte hoeveelheden ondermelk in de zin van artikel 1 , lid 1 , sub c ) , van Verordening ( EEG ) nr . 986/68 .
4 . De ondermelk en de karnemelk die resulteren uit de verwerking van melk tot room of boter , als bestanddelen die zijn bestemd om te worden verwerkt in de voedermelk en waarvoor steun wordt verleend , mogen niet op een gezien de gebezigde produktietechniek abnormale wijze worden verdund , met name niet met water en/of wei .
5 . Onverminderd het in artikel 5 bepaalde nemen de Lid-Staten alle dienstige maatregelen om de naleving van het bepaalde in lid 4 te waarborgen en gaan met name voor de in lid 4 bedoelde bestanddelen over tot controle van het gehalte aan vetvrije droge stof .
6 . Zij delen aan de Commissie maandelijks de gemiddelde waarden , voor het in lid 5 bedoelde gehalte aan vetvrije droge stof , die zijn opgesteld in de loop van de voorafgaande maand , mede , waarbij de waargenomen minimum - en maximumwaarden worden aangeduid en de gebruikte analysemethode wordt gepreciseerd . "
Artikel 2
Aan artikel 2 van Verordening ( EEG ) nr . 1105/68 wordt de volgende alinea toegevoegd :
" 4 . Per 1 000 kilogram ten minste 1 g azorubine E 122 ( carmesine ) toe te voegen . "
Artikel 3
Deze verordening treedt in werking op 1 september 1975 .
Deze verordening is verbindend in al haar onderdelen en is rechtstreeks toepasselijk in elke Lid-Staat .
Gedaan te Brussel , 11 augustus 1975 .
Voor de Commissie
P . J . LARDINOIS
Lid van de Commissie
( 1 ) PB nr . L 148 van 28 . 6 . 1968 , blz . 13 .
( 2 ) PB nr . L 74 van 22 . 3 . 1975 , blz . 1 .
( 3 ) PB nr . L 184 van 29 . 7 . 1968 , blz . 24 .
( 4 ) PB nr . L 88 van 9 . 4 . 1975 , blz . 9 .