Home

Verordening (EEG) nr. 2863/75 van de Commissie van 3 november 1975 houdende wijziging van Verordening (EEG) nr. 1105/68 met betrekking tot de uitvoeringsbepalingen betreffende de toekenning van steun voor ondermelk bestemd voor voederdoeleinden

Verordening (EEG) nr. 2863/75 van de Commissie van 3 november 1975 houdende wijziging van Verordening (EEG) nr. 1105/68 met betrekking tot de uitvoeringsbepalingen betreffende de toekenning van steun voor ondermelk bestemd voor voederdoeleinden

++++

VERORDENING ( EEG ) Nr . 2863/75 VAN DE COMMISSIE

van 3 november 1975

houdende wijziging van Verordening ( EEG ) nr . 1105/68 met betrekking tot de uitvoeringsbepalingen betreffende de toekenning van steun voor ondermelk bestemd voor voederdoeleinden

DE COMMISSIE VAN DE EUROPESE GEMEENSCHAPPEN ,

Gelet op het Verdrag tot oprichting van de Europese Economische Gemeenschap ,

Gelet op Verordening ( EEG ) nr . 804/68 van de Raad van 27 juni 1968 houdende een gemeenschappelijke ordening der markten in de sector melk en zuivelprodukten ( 1 ) , laatstelijk gewijzigd bij Verordening ( EEG ) nr . 740/75 ( 2 ) , met name op artikel 10 , lid 3 ,

Overwegende dat in artikel 10 , lid 1 , tweede alinea , van Verordening ( EEG ) nr . 804/68 , in haar huidige versie , de voor veevoeder gebruikte karnemelk wordt gelijkgesteld aan ondermelk voor de toekenning van steun ;

Overwegende dat als gevolg van deze gelijkstelling is gebleken dat in de huidige bepalingen van Verordening ( EEG ) nr . 1105/68 van de Commissie van 27 juli 1968 houdende uitvoeringsbepalingen betreffende de toekenning van steun voor ondermelk voor voederdoeleinden ( 3 ) , laatstelijk gewijzigd bij Verordening ( EEG ) nr . 2114/75 ( 4 ) , geen rekening wordt gehouden met het geval van zuivelfabrieken die zelf voor de voeding van hun dieren ondermelk en/of karnemelk gebruiken , die zij produceren ; dat het derhalve aanbeveling verdient genoemde bepalingen aan te vullen door specifieke toepassingsbepalingen ;

Overwegende dat de in deze verordening vervatte maatregelen in overeenstemming zijn met het advies van het Comité van beheer voor melk en zuivelprodukten ,

HEEFT DE VOLGENDE VERORDENING VASTGESTELD :

Artikel 1

Het volgende artikel 5 bis wordt ingevoegd in Verordening ( EEG ) nr . 1105/68 :

" Artikel 5 bis

1 . Ingeval een zuivelfabriek de ondermelk uit haar produktie uitsluitend gebruikt voor de voeding van haar eigen dieren , wordt zulks beschouwd als een toepassing van artikel 2 , lid 1 , sub b , van Verordening ( EEG ) nr . 986/68 .

2 . Een dergelijke zuivelfabriek kan slechts steun verkrijgen

a ) voor de hoeveelheden ondermelk , waarvoor zij schriftelijk bij de bevoegde instantie heeft verklaard dat deze worden gebruikt voor de voeding van haar dieren en

b ) indien zij de in artikel 5 bedoelde maandelijkse voorraadboekhouding voert .

3 . Indien het echter , in het in lid 1 bedoelde geval , uitsluitend karnemelk betreft , geniet de zuivelfabriek per kilogram geproduceerde en verkochte boter de steun , toegekend voor 2,2 kilogram ondermelk . De in artikel 5 , lid 1 , bedoelde maandelijkse voorraadboekhouding moet eveneens de aanduidingen met betrekking tot de hoeveelheden geproduceerde en verkochte boter bevatten , met name gestaafd door de leveringsbewijzen en de facturen . "

Artikel 2

Deze verordening treedt in werking op de derde dag volgende op die van haar bekendmaking in het Publikatieblad van de Europese Gemeenschappen .

Op verzoek van een belanghebbende zuivelfabriek is zij van toepassing met ingang van 1 april 1975 .

Deze verordening is verbindend in al haar onderdelen en is rechtstreeks toepasselijk in elke Lid-Staat .

Gedaan te Brussel , 3 november 1975 .

Voor de Commissie

P . J . LARDINOIS

Lid van de Commissie

( 1 ) PB nr . L 148 van 28 . 6 . 1968 , blz . 13 .

( 2 ) PB nr . L 74 van 22 . 3 . 1975 , blz . 1 .

( 3 ) PB nr . L 184 van 29 . 7 . 1968 , blz . 24 .

( 4 ) PB nr . L 215 van 13 . 8 . 1975 , blz . 12 .