Home

Verordening (EEG) nr. 3352/75 van de Commissie van 23 december 1975 houdende verbod om voor boter de regeling van het actieve veredelingsverkeer toe te passen

Verordening (EEG) nr. 3352/75 van de Commissie van 23 december 1975 houdende verbod om voor boter de regeling van het actieve veredelingsverkeer toe te passen

++++

VERORDENING ( EEG ) Nr . 3352/75 VAN DE COMMISSIE

van 23 december 1975

houdende verbod om voor boter de regeling van het actieve veredelingsverkeer toe te passen

DE COMMISSIE VAN DE EUROPESE GEMEENSCHAPPEN ,

Gelet op het Verdrag tot oprichting van de Europese Economische Gemeenschap ,

Gelet op Verordening ( EEG ) nr . 804/68 van de Raad van 27 juni 1968 houdende een gemeenschappelijke ordening der markten in de sector melk en zuivelprodukten ( 1 ) , laatstelijk gewijzigd bij Verordening ( EEG ) nr . 740/75 ( 2 ) ,

Gelet op Verordening ( EEG ) nr . 3066/75 van de Raad van 24 november 1975 met betrekking tot de uitsluiting van de regeling van het actieve veredelingsverkeer voor boter ( 3 ) , met name op artikel 1 ,

Overwegende dat krachtens Verordening ( EEG ) nr . 3066/75 de toepassing van de regeling van het actieve veredelingsverkeer kan worden uitgesloten gedurende de periode tot en met 31 maart 1977 voor de produkten van post 04.03 van het gemeenschappelijk douanetarief , voor zover deze produkten zijn bestemd voor vervaardiging van de in artikel 1 van Verordening ( EEG ) nr . 804/68 bedoelde produkten of van goederen welke voorkomen in de bijlage van dezelfde verordening , indien de situatie van en de vooruitzichten voor de botermarkt in de Gemeenschap de noodzaak doen blijken andere basisprodukten dan die van communautaire oorsprong uit te sluiten van het gebruik door de verwerkende industrie met het oog op de uitvoer van de verwerkte produkten ;

Overwegende dat een overschotsituatie voor boter is te voorzien in de Gemeenschap ; dat het met het oog op de beperkte afzetgebieden op de wereldmarkt noodzakelijk blijkt de verwerkende industrieën in de Gemeenschap , die boter uitvoeren in de vorm van andere produkten die zijn vervaardigd uit boter afkomstig uit derde landen onder de regeling van het actieve veredelingsverkeer , te verwijzen naar de communautaire boter ;

Overwegende dat ten einde de goede werking van de gemeenschappelijke ordening in de betrokken sector te waarborgen dus vanaf nu gebruik moet worden gemaakt van de bij Verordening ( EEG ) nr . 3066/75 gegeven mogelijkheid ; dat compenserende maatregelen worden getroffen ten gunste van de belanghebbende industrieën , met name door middel van de restitutie bij uitvoer , vastgesteld voor de butteroil ;

Overwegende dat de huidige maatregel zal moeten worden afgeschaft , zelfs voor de bij Verordening ( EEG ) nr . 3066/75 vastgestelde einddatum , wanneer de situatie van de botermarkt in de Gemeenschap het zal mogelijk maken ;

Overwegende dat het Comité van beheer voor melk en zuivelprodukten geen advies heeft uitgebracht binnen de door zijn voorzitter bepaalde termijn ,

HEEFT DE VOLGENDE VERORDENING VASTGESTELD :

Artikel 1

Voor de produkten behorende tot de onderverdeling 04.03 van het gemeenschappelijk douanetarief , voor zover deze produkten zijn bestemd voor de vervaardiging van de in artikel 1 van Verordening ( EEG ) nr . 804/68 bedoelde produkten of van goederen welke voorkomen in de bijlage van genoemde verordening , is de toepassing van de regeling van het actieve veredelingsverkeer , met name de verwerking van boter tot butteroil en de verpakking van losse boter in kleine verpakkingen voor de verkoop in het klein , uitgesloten .

Artikel 2

Artikel 1 heeft geen invloed op de invoer die heeft plaatsgevonden onder de regeling van het actieve veredelingsverkeer binnen een termijn van 30 dagen , te rekenen vanaf de datum van inwerkingtreding van deze verordening , op grond van de op die datum geldige machtigingen .

Artikel 3

Deze verordening treedt in werking op 15 januari 1976 .

Deze verordening is verbindend in al haar onderdelen en is rechtstreeks toepasselijk in elke Lid-Staat .

Gedaan te Brussel , 23 december 1975 .

Voor de Commissie

P . J . LARDINOIS

Lid van de Commissie

( 1 ) PB nr . L 148 van 28 . 6 . 1968 , blz . 13 .

( 2 ) PB nr . L 74 van 22 . 3 . 1975 , blz . 1 .

( 3 ) PB nr . L 307 van 27 . 11 . 1975 , blz . 4 .