Verordening (EEG) nr. 249/77 van de Commissie van 2 februari 1977 houdende uitvoeringsbepalingen van Verordening (EEG) nr. 2681/74 betreffende de communautaire financiering van de uitgaven in verband met de levering van landbouwprodukten als voedselhulp
Verordening (EEG) nr. 249/77 van de Commissie van 2 februari 1977 houdende uitvoeringsbepalingen van Verordening (EEG) nr. 2681/74 betreffende de communautaire financiering van de uitgaven in verband met de levering van landbouwprodukten als voedselhulp
VERORDENING (EEG) Nr. 249/77 VAN DE COMMISSIE van 2 februari 1977 houdende uitvoeringsbepalingen van Verordening (EEG) nr. 2681/74 betreffende de communautaire financiering van de uitgaven in verband met de levering van landbouwprodukten als voedselhulp
DE COMMISSIE VAN DE EUROPESE GEMEENSCHAPPEN,
Gelet op het Verdrag tot oprichting van de Europese Economische Gemeenschap,
Gelet op Verordening (EEG) nr. 2681/74 van de Raad van 21 oktober 1974 betreffende de communautaire financiering van de uitgaven in verband met de levering van landbouwprodukten als voedselhulp (1), en met name op artikel 5,
Overwegende dat de door de Gemeenschap gefinancierde hoeveelheden landbouwprodukten welke in het kader van de voedselhulp worden geleverd nauwkeurig dienen te worden aangegeven;
Overwegende dat het dienstig is de waarde van de landbouwprodukten uit de openbare voorraden te bepalen;
Overwegende dat, voor een goede werking van de regeling inzake voorschotten, moet kunnen worden uitgegaan van de maandelijkse mededelingen van de Lid-Staten inzake hun financiële behoeften en hun staten van uitgaven alsmede van de opgave van de staten betreffende hun kaspositie en dat een boekhouding die uitsluitend betrekking heeft op het gebruik van deze voorschotten moet worden ingevoerd;
Overwegende dat de Lid-Staten met het oog op de afsluiting van de jaarrekening, gedetailleerde staten van uitgaven moeten toezenden, waarbij een verzamelstaat en alle andere documentatie die bijkomende gegevens kan bevatten voor de beoordeling van de uitgaven moeten worden gevoegd;
Overwegende dat de bewijsstukken met betrekking tot de uitgaven ten minste gedurende het boekjaar volgende op het boekjaar waarin de beschikking tot afsluiting van de rekeningen wordt gegeven, door de Lid-Staten moeten bewaard worden;
Overwegende dat de beschikking tot afsluiting van de rekeningen betrekking moet hebben op de uitgaven van een begrotingsjaar;
Overwegende dat Verordening (EEG) nr. 522/73 van de Commissie van 14 februari 1973 houdende uitvoeringsbepalingen van Verordening (EEG) nr. 1703/72 over de communautaire financiering van de uitgaven voor de uitvoering van het Voedselhulpverdrag van 1971 (2), waarvan de bepalingen, die alleen voor de graanvoedselhulp geldig zijn, in deze verordening zijn opgenomen, moet worden ingetrokken;
Overwegende dat de in deze verordening vervatte maatregelen in overeenstemming zijn met het advies van het Comité van het EOGFL,
HEEFT DE VOLGENDE VERORDENING VASTGESTELD:
Artikel 1
1. De nettohoeveelheden die door de begunstigde van de hulp op de in de communautaire regeling vastgestelde leveringsplaats in ontvangst worden genomen, worden overeenkomstig artikel 1 van Verordening (EEG) nr. 2681/74 gefinancierd.
2. De waarde van de landbouwprodukten uit interventievoorraden wordt vastgesteld door toepassing van de interventieprijs, welke eventueel met de maandelijkse verhogingen wordt vermeerderd, op de uit de interventieopslagplaats genomen hoeveelheid.
Artikel 2
1. Voor de toepassing van artikel 3, lid 2, eerste streepje, van Verordening (EEG) nr. 2681/74 verstrekken de Lid-Staten aan de Commissie maandelijks, in drievoud en uiterlijk op de 20e van elke maand, een aanvraag betreffende de financiële behoeften van de betaalorganen en -diensten.
2. De in lid 1 bedoelde aanvraag gaat vergezeld van bewijsstaten opgesteld overeenkomstig de bijlagen bij deze verordening en bevat: a) de berekening van de financiële behoeften tot aan het einde van de laatste sub c) bedoelde maand (bijlage I);
b) een gedetailleerde staat van de uitgaven per hulpactie, die zijn gedaan in de maand die aan de in lid 1 bedoelde aanvraag voorafgaat (bijlage II). In deze staat zijn elke beschikbaar gestelde partij en de verschillende componenten van de uitgaven aangegeven;
c) de ramingen van de uitgaven voor de lopende maand en voor de twee daarop volgende maanden (bijlage III). (1)PB nr. L 288 van 25.10.1974, blz. 1. (2)PB nr. L 50 van 23.2.1973, blz. 33.
Artikel 3
1. Voor de produkten welke op de gemeenschappelijke markt worden aangekocht moet de Lid-Staat op wiens grondgebied de inschrijver aan wie is gegund of de handelaar zijn zetel heeft, de aanvraag voor het toekennen van een voorschot indienen.
2. Voor de produkten uit interventievoorraden moet de Lid-Staat welke de goederen heeft gekocht, de aanvraag voor het toekennen van een voorschot indienen.
3. De Lid-Staat welke het voorschot heeft aangevraagd, verzekert de betaling van de door de inschrijver of handelaar geleverde prestatie.
4. Het verzoek om een voorschot wordt verdeeld over de begrotingsposten en mag het bedrag van de uitvoerrestitutie niet omvatten ; dit bedrag komt in aanmerking voor een afzonderlijk verzoek om voorschot dat door de Lid-Staat, bedoeld onder de leden 1 en 2, aan de afdeling Garantie van het EOGFL wordt gericht.
Artikel 4
1. Op grond van de in artikel 2 bedoelde aanvragen en van informaties betreffende de uitvoering van voedselhulpacties wordt, voor zover nodig, over de toekenning van de voorschotten beslist. De beschikking ten aanzien van de voorschotten wordt uiterlijk één maand na de ontvangst van vermelde aanvragen genomen.
2. De bedragen van deze voorschotten worden op zodanige wijze berekend dat de door de betaalorganen of -diensten te verrichten uitgaven gedekt zijn tot aan het einde van het in artikel 2, lid 2, sub c), van deze verordening bedoelde kwartaal.
Artikel 5
1. Wanneer de middelen die ter beschikking van een Lid-Staat werden gesteld, uitgeput dreigen te raken vóór de datum waarop het volgende voorschot wordt uitgekeerd, licht de betrokken Lid-Staat de Commissie daarover in en vraagt eventueel, deugdelijk gemotiveerd, een buitengewoon voorschot aan.
2. De Commissie kan, op basis van de in lid 1 bedoelde mededeling, een buitengewoon voorschot uitkeren, waarmee zij rekening zal houden bij de volgende voorschotbeschikking.
Artikel 6
1. De voorschotten waartoe de Commissie op grond van deze verordening heeft besloten, worden binnen drie werkdagen na de beschikking uitgekeerd op de overeenkomstig artikel 1, lid 1, van Verordening (EEG) nr. 2697/70 (1) geopende rekening. De leden 3 en 4 van genoemd artikel zijn van overeenkomstige toepassing.
2. De betaalorganen of -diensten houden een boekhouding bij die uitsluitend betrekking heeft op de krachtens lid 1 ter beschikking gestelde middelen en op de aanwending van deze middelen.
Artikel 7
1. De in artikel 3, lid 2, tweede streepje, van Verordening (EEG) nr. 2681/74 van de Raad bedoelde beschikking tot afsluiting van de rekeningen betreffende de uitgaven in een begrotingsjaar, wordt gegeven op grond van: - gedetailleerde staten van de door middel van het bijgevoegde formulier (bijlage IV) medegedeelde uitgaven per hulpacties;
- een verzamelstaat van de gedurende het betrokken begrotingsjaar gedane en overeenkomstig de bijgevoegde tabel ingediende uitgaven (bijlage V);
- alle bijkomende documentatie of inlichtingen die de Lid-Staten met het oog op de afsluiting menen te moeten mededelen alsmede de gegevens, documenten of verslagen die de diensten van de Commissie voor dezelfde doeleinden kunnen vragen.
2. De in lid 1 bedoelde documenten worden in vijfvoud toegezonden en moeten uiterlijk op 31 maart van het jaar volgende op het jaar waarin de uitgaven zijn aangegeven, in het bezit zijn van de Commissie.
3. De bewijsstukken betreffende de door de betaalorganen of -diensten gedane uitgaven, die verrekend moeten worden met de aan de Lid-Staten toegekende voorschotten, worden voor gemeenschappelijke doeleinden bewaard tot minstens 31 december van het begrotingsjaar dat volgt op het begrotingsjaar waarin de Commissie de rekeningen van het jaar waarop deze uitgaven betrekking hebben, heeft afgesloten.
Artikel 8
1. Tot de afsluiting van de rekeningen betreffende de uitgaven van een begrotingsjaar wordt in beginsel vóór het einde van het daaropvolgende begrotingsjaar besloten.
2. De afsluiting omvat: a) de vaststelling van het bedrag van de uitgaven die in de loop van het betrokken jaar in elke Lid-Staat zijn gedaan en waarvan is aanvaard dat zij ten laste komen van het hoofdstuk "voedselhulp" van de begroting van de Gemeenschappen;
b) de vaststelling van het bedrag van de financiële middelen dat aan het einde van het betrokken jaar in elke Lid-Staat beschikbaar blijft en het verschil vormt tussen het totaal van de communautaire financiële middelen die aan het begin van het jaar beschikbaar waren en tijdens het jaar werden voorgeschoten en het sub a) bedoelde bedrag.
Artikel 9
Verordening (EEG) nr. 522/73 wordt ingetrokken. (1)PB nr. L 285 van 31.12.1970, blz. 63.
Deze verordening is verbindend in al haar onderdelen en is rechtstreeks toepasselijk in elke Lid-Staat.
Gedaan te Brussel, 2 februari 1977.
Voor de Commissie
De Vice-Voorzitter
Finn GUNDELACH
BIJLAGE I
>PIC FILE= "T0011372">
>PIC FILE= "T0011373">
Verklaringen betreffende bijlage II
(1) Stadium van levering
Het in de verordening betreffende de inschrijving en/of het bericht van inschrijving of in het onderhandse contract vastgestelde stadium van levering aangeven, d.w.z. het stadium tot waar de communautaire financiering reikt.
(3) Gemobiliseerde hoeveelheid beschikbaar gestelde basisprodukten
Uitsluitend indien het produkt uit interventievoorraden is weggenomen : de netto-hoeveelheden aangeven van de landbouwprodukten in ongewijzigde staat die bij het interventiebureau zijn weggehaald.
(4) Ter bestemming aangekomen hoeveelheid
De netto-hoeveelheden aangeven die onbeschadigd het stadium van levering hebben bereikt.
(9) Datum van uitklaring
Datum van de vervulling van de douaneformaliteiten die geldt voor de toepassing van de bepalingen betreffende de uitvoerrestitutie.
(10) Op de markt uit interventievoorraden aangekochte produkten
Aangeven : M voor de op de markt gekochte produkten, I voor de produkten uit de interventievoorraad.
Kolommen a Bij openbare inschrijving of in het onderhandse contract vastgestelde bedrag per ton.
b Bedrag verkregen door het sub a vermelde bedrag te vermenigvuldigen met de ter bestemming aangekomen hoeveelheid, onderverdeeld in partijen.
c Waarde bij de interventie
Met uitzondering van butteroil, waarvan de waarde in bedrag b vervat is, de waarde aangeven van het produkt dat bij het interventiebureau is weggehaald en daarbij uitgaan van de hoeveelheden gemobiliseerde basisprodukten.
Deze waarde moet overeenkomen met het bedrag dat moet worden aangegeven op het krediet van de rekening "nettoverliezen" van het EOGFL, afdeling Garantie.
d Bijkomende uitgaven
Op voorwaarde dat de communautaire financiering van de extra kosten door een communautaire regeling is voorzien, dient in deze kolom het bedrag te worden vermeld van de ingevolge bijzondere omstandigheden door de handelaar gedragen kosten voor het risico dat niet door een verzekering kon worden gedekt, alsmede de verwijzing naar de voorafgaandelijk verkregen machtiging. Zo nodig in een bijlage toelichtingen verstrekken of bewijsstukken bijvoegen.
e Kosten ten laste van het begunstigde land
Behalve het bedrag, de aard van deze kosten aangeven met alle nodige gegevens om de terugvorderingsprocedure te beginnen.
f Eventuele ontvangsten
De eventuele ontvangsten die betrekking hebben op de transactie aangeven, alsmede voor de produkten uit de interventievoorraden de waarde van de in het stadium van levering ontbrekende hoeveelheden, voor zover het ontbrekende gedeelte niet kan worden aangerekend aan de Gemeenschap.
g Restituties
De restituties worden berekend overeenkomstig de ter zake geldende communautaire regeling. Deze berekening in een bijlage gedetailleerd aangeven indien verschillende eenheidsbedragen zijn gebruikt naar gelang van verschillende inklaringsdata.
>PIC FILE= "T0011374">
>PIC FILE= "T0011375">
BIJLAGE V
>PIC FILE= "T0011376">